RIB 19 november 2024 - Bijlage 1.pdf
Tekst van het document
Jaarrapportage Railveiligheid 2019 30 maart 2020 Status (concept, definitief, eventueel versienummer)
COLOFON Datum
30 maart 2020
Opgesteld door
Huub Schous
Vastgesteld door
Dagelijks bestuur
Versie
Definitief
INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE .....................................................................................................................................................3 SAMENVATTING ........................................................................................................................................................4 1
WET LOKAAL SPOOR .........................................................................................................................................5 1.1 TOEZICHT EN HANDHAVING ................................................................................................................................... 6 1.1.1 Toezicht ...................................................................................................................................................... 6 1.1.2 Handhaving ................................................................................................................................................ 6 1.1.3 Jaarlijks thema voor toezicht ...................................................................................................................... 7 1.2 KEURINGEN VEILIGHEIDSFUNCTIONARISSEN ............................................................................................................... 7 1.3 OVERLEG VEILIGHEID ............................................................................................................................................ 7 1.4 SAMENWERKING MET ANDERE DECENTRALE OVERHEDEN ............................................................................................. 9
2
GEDELEGEERDE EN GEMANDATEERDE BEVOEGDHEDEN ................................................................................. 10 2.1
3
UITVOERING BELEIDSREGELS ................................................................................................................................. 10
STATISTISCHE INFORMATIE ............................................................................................................................. 11 3.1 VEILIGHEIDSRAPPORTAGES ................................................................................................................................... 11 3.1.1 Metro ........................................................................................................................................................ 11 3.1.2 Tram ......................................................................................................................................................... 13 3.1.3 Conclusie................................................................................................................................................... 15 3.2 RAPPORTAGES MET EN GVB ............................................................................................................................... 16
4
INCIDENTENONDERZOEK ................................................................................................................................ 18 4.1 4.2 4.3
5
ONGEVALSONDERZOEK ........................................................................................................................................ 18 MELDINGEN BIJZONDER VOORVAL.......................................................................................................................... 18 UITGEVOERDE ONGEVALSONDERZOEKEN ................................................................................................................. 19
PROJECTEN ..................................................................................................................................................... 20 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
RENOVATIE OOSTLIJN .......................................................................................................................................... 20 AMSTELVEENLIJN ............................................................................................................................................... 21 UITHOORNLIJN................................................................................................................................................... 21 NIEUWE VOERTUIGEN GVB ................................................................................................................................... 21
DE IJTRAM ....................................................................................................................................................... 21 DE ENTREE ....................................................................................................................................................... 22 CORRIDORSTUDIE VERKEERSVEILGHEID ................................................................................................................... 22
© Vervoerregio Amsterdam 2020
pagina 3 van 22
SAMENVATTING Deze rapportage betreft de railveiligheid van het tram- en metrosysteem van de Vervoerregio Amsterdam over het jaar 2019. Over het geheel bezien kunnen we concluderen dat de veiligheid van de lokale spoorwegen binnen het gebied van de Vervoerregio een stabiel beeld vertoont. Ook in 2019 hebben zich veiligheids incidenten voorgedaan bij tram en metro. In de drukke stedelijke omgeving waar GVB moet opereren is dit niet altijd te voorkomen. Ongevallen Er deed zich het afgelopen jaar één ongeval voor met fataal letsel en één geval van zelfdoding. Rapportages ILT De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft in 2019 audits, inspectie en reality checks uitgevoerd bij MET en bij GVB. Dit resulteerde in vier afhandelingsbrieven en negen verslagen. Er werden geen ernstige onregelmatigheden geconstateerd. Projecten Binnen de Vervoerregio is een groot aantal projecten in uitvoering. De meest significante projecten zijn: Renovatie Oostlijn, Amstelveenlijn, Uithoornlijn, nieuwe voertuigen GVB, IJtram, De Entree en een corridorstudie op lijn 17. De projecten verliepen over het algemeen gezien voorspoedig, met uitzondering van de Renovatie Oostlijn die niet geheel afgerond bleek te zijn. Hierdoor voldoet de tunnel in de Oostlijn niet meer aan de wettelijke eisen. De tunnel is echter wel veilig.
De gemeente Amsterdam heeft bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied een gedoogbesluit aangevraagd. Deze is afgegeven onder een aantal beperkende voorwaarden die aanzienlijke gevolgen hebben voor de dienstuitvoering.
| INT/2018/4489
pagina 4 van 22
1
WET LOKAAL SPOOR
Op 1 december 2015 is de Wet lokaal spoor (Wls) in werking getreden. Deze wet heeft uitsluitend betrekking op lokale spoorwegen, dat wil zeggen: metro en tram. De Wls stel specifieke eisen aan gedeputeerde staten, respectievelijk het dagelijks bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000. Dat laatste betreft de Vervoerregio Amsterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) in deze rapportage verder aangeduid als decentrale overheid. Daarnaast kent de Wls de vervoerder en de beheerder (van de lokale spoorweginfrastructuur). Binnen de Vervoerregio is in 2015 aan GVB een veiligheidscertificaat verleend op grond waarvan zij vervoerder is en is de gemeente Amsterdam, directie Metro en Tram (MET) aangewezen als beheerder. Naast deze drie entiteiten kent de Wls nog de toezichthouder. Dat is de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).
| INT/2018/4489
pagina 5 van 22
1.1
TOEZICHT EN HANDHAVING
Volgens de Wet lokaal spoor wordt het toezicht op de wet uitgevoerd door de ILT, terwijl de handhaving een verantwoordelijkheid is van de decentrale overheid.
1.1.1 Toezicht De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) is door de minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen als toezichthouder voor lokale spoorwegen. De wetgever heeft drie hoofdtaken bij de toezichthouder belegd: 1. het afgeven van een verklaring als onderdeel van een aanvraag voor een vergunning voor nieuwe en aanmerkelijk gewijzigde infrastructuur en voertuigen; 2. afgeven van verklaringen over het veiligheidsbeheersysteem van de vervoerder en beheerder van de railinfrastructuur ten behoeve van het verstrekken van een veiligheidscertificaat voor de vervoerder en het aanwijzen van de beheerder; 3. het uitoefenen van toezicht op de werkzaamheden die worden uitgevoerd door de vervoerder en de beheerder van de railinfrastructuur volgens een overeengekomen meerjarenplan of aanvullend op verzoek van de Vervoerregio. In een bestuursovereenkomst tussen de Vervoerregio en ILT zijn in 2015 nadere afspraken over de uitvoering van de wettelijke taken gemaakt.
1.1.2 Handhaving De Wet lokaal spoor geeft het dagelijks bestuur de bevoegdheid te handhaven door het opleggen van een last onder bestuursdwang of dwangsom en het opleggen van een bestuurlijke boete. De Vervoerregio heeft een aantal bevoegdheden gedelegeerd aan B&W van de gemeente Amsterdam. De handhavende bevoegdheden die hierbij passen zoals het opleggen van een bestuurlijke boete, zijn gemandateerd aan B&W van Amsterdam. Voor de bevoegdheden uit de Wls die niet zijn gedelegeerd, en dus bij het Dagelijks Bestuur berusten, geldt dat de Vervoerregio verantwoordelijk is voor de handhaving. Samen met de andere decentrale overheden met lokale spoorwegen, MRDH en de provincie Utrecht, zijn een handhavingsbeleid en beleidsregels voor het opleggen van een bestuurlijke boete opgesteld. Deze zijn door het dagelijks bestuur vastgesteld en B&W van de gemeente Amsterdam is opgedragen zich hieraan te houden. In 2019 is het niet nodig geweest om handhavend op te treden door middel van een last onder bestuursdwang of het opleggen van een bestuurlijke boete.
| INT/2018/4489
pagina 6 van 22
1.1.3 Jaarlijks thema voor toezicht Het toezicht door ILT vindt plaats aan de hand van thema’s. Dat zijn er 4, waarbij elk jaar een thema wordt onderzocht. ILT heeft in overleg met de Vervoerregio een toezichtplan opgesteld. Voor 2019 is voor de volgende thema’s gekozen: • toezicht op infrastructuur, o kunstwerken, beton, staal, beweegbare bruggen, tunnels; o onderhoudsplanning en uitgevoerd onderhoud; • toezicht op materieel, o software aanpassingen; o onderhoud en kalibratie van gereedschappen en instrumenten; • toezicht op vervoerproces en operaties, o opleiding verkeersleiding; • gerichte inspecties op de uitvoering van werkzaamheden in of nabij de lokale spoorweginfrastructuur. Het toezicht is opgebouwd uit de volgende stappen: • toezichthoudende audit; een administratieve controle van de bedrijfsprocessen (w.o. het veiligheidsbeheersysteem) en bijbehorende handboeken op locatie; • bedrijfsinspectie; een inspectie bestaande uit het toetsen van de procedures uit b.v. de handboeken op het toepassen in of de werking van die procedures in de praktijk; • reality check; een steekproefsgewijze controle van infrastructuur, materieel en personeel. Als gevolg van dit toezicht ontving de Vervoerregio van ILT vier afhandelingsbrieven en negen verslagen. Er werden geen ernstige onregelmatigheden geconstateerd.
De uitslag hiervan wordt door de Vervoerregio altijd besproken met de beheerder en de vervoerder in het Veiligheidsoverleg. De totale kosten voor dit wettelijk verplichte toezicht is gebaseerd op het aantal kilometers spoor in de Vervoerregio (345 km), het aantal beheerders (1) en het aantal vervoerders (1) en bedroeg totaal € 118.096,-
1.2
KEURINGEN VEILIGHEIDSFUNCTIONARISSEN
Werknemers van GVB die een veiligheidsfunctie uitoefenen (tram- en metrobestuurders alsmede verkeersleiders) moeten een medisch- en psychologisch onderzoek ondergaan. De keuringseisen en het keuringsprotocol zijn door het Dagelijks Bestuur vastgesteld.
1.3
OVERLEG VEILIGHEID
Met betrekking tot railveiligheid vindt binnen de Vervoerregio Amsterdam overleg plaats in de volgende drie gremia: • Casusoverleg, eens per twee weken, GVB, MET en Vervoerregio; • Veiligheidsoverleg concessie Amsterdam, eens per vier weken, GVB, MET en Vervoerregio; • Safety Board, eens per vier weken, GVB, MET, Vervoerregio en alle Safety Managers van lopende projecten.
| INT/2018/4489
pagina 7 van 22
Sinds 2017 vindt eens per kwartaal veiligheidsoverleg plaats met de vervoerders van de busconcessies, dat zijn Connexxion, EBS en GVB. Casusoverleg Het Casusoverleg is een echt afstemoverleg: het is informeel en vaak erg inhoudelijk. Er worden geen notulen gemaakt. Veiligheidsoverleg concessie Amsterdam Het Veiligheidsoverleg is formeel en daar worden wel notulen van gemaakt. Onderwerpen die hier besproken worden zijn onder meer: • vaststellen of onderwerpen vergunningplichtig zijn vanuit de Wls; • voorbereiden van stukken voor de Safety Board; • Wet lokaal spoor en activiteiten ILT binnen de Vervoerregio; • kwartaalverslag veiligheid GVB en MET; • top tien gevaarlijke verkeerssituaties; • recente incidenten. Safety Board Het college van B&W van Amsterdam heeft een Safety Board ingesteld, welke zich richt op het adviseren en monitoren van de veiligheidsaspecten van de activiteiten die samenhangen met metro en tram systemen. De Safety Board bestaat uit de veiligheidsspecialisten van de Vervoerregio, GVB, MET en alle grote projecten.
De Safety Board is belast met de volgende taken en bevoegdheden: • het monitoren van de effectiviteit van de veiligheidsbeheersystemen van GVB en MET; • adviseren van B&W van Amsterdam over vergunningaanvragen bij nieuwe of aanmerkelijk gewijzigde infrastructuur of voertuigen; • vaststellen van de hazard logs metro en tram; • adviseren over de aanstelling van Independent Safety Assessors (ISA’s); • gevraagd en ongevraagd adviseren over veiligheidssituaties betreffende metro en tram. De Safety Board draagt bij aan het creëren van een gezamenlijk beeld van veiligheid op en rond de lokale spoorwegen. Dat is als positief ervaren voor de samenwerking en zorgt voor korte(re) lijntjes tussen de veiligheidsexperts bij de verschillende organisaties Overleg veiligheid busvervoer Hoewel het buiten de scope van railveiligheid valt is het vermeldenswaardig dat sinds 2017 ook kwartaaloverleg plaats vindt met de busbedrijven. Onderwerpen die hier aan de orde komen zijn onder anderen: • infrastructurele zaken; • tunnelveiligheid (bijvoorbeeld uniforme instructie voor buschauffeurs bij calamiteiten); • zichtbaarheid van bussen in het verkeer; • gebruik van camera’s in plaats van spiegels; • de toepassing van dashcams.
| INT/2018/4489
pagina 8 van 22
1.4
SAMENWERKING MET ANDERE DECENTRALE OVERHEDEN
Naast de Vervoerregio Amsterdam zijn er nog twee decentrale overheden met lokale spoorwegen. Dat zijn MRDH en de provincie Utrecht. Daarom is aansluiting gezocht bij deze overheden. Ca 8 maal per jaar vinden bijeenkomsten plaats die door de drie partijen als zeer nuttig worden ervaren. Deze bijeenkomsten vinden plaats onder de vlag van het Expertisecentrum Rail (EC-Rail) dat onderdeel uitmaakt van CROW die tevens de bijeenkomsten faciliteert. Ter ondersteuning van de beleidsvorming bij gedeputeerde staten van de provincie Utrecht is de beleidsambtenaar fysieke veiligheid van de Vervoerregio Amsterdam sinds 1 november 2016 voor één dag per week gedetacheerd bij de provincie Utrecht. Dat is niet alleen een versterking van de provincie Utrecht, maar draagt ook bij aan het kennisniveau binnen de Vervoerregio.
| INT/2018/4489
pagina 9 van 22
2
GEDELEGEERDE EN GEMANDATEERDE BEVOEGDHEDEN
De Wet lokaal spoor biedt de mogelijkheid taken en bevoegdheden te delegeren aan B&W van een inliggende gemeente in de Vervoerregio. De Vervoerregio heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt door de bevoegdheid tot het verlenen van vergunningen voor de ingebruikname van nieuwe en aanmerkelijk gewijzigde infrastructuur en voertuigen en het verlenen van vergunning aan derden voor het uitvoeren van werkzaamheden rond het lokale spoor te delegeren en de bijbehorende handhaving te mandateren aan B&W van de gemeente Amsterdam. De Vervoerregio heeft bij het delegeren en mandateren beleidsregels vastgesteld waaraan B&W van de gemeente Amsterdam zich bij de uitoefening van de gedelegeerde en gemandateerde bevoegdheden dient te houden. In 2019 zouden de genoemde besluiten en beleidsregels verlopen omdat zij een geldigheid hebben van maximaal 4 jaar. Ook de wettelijk verplichte beheervisie van de Vervoerregio zou om deze reden verlopen. In overleg met MET en GVB zijn de volgende documenten vernieuwd en opnieuw door het DB vastgesteld: • Beheervisie 2019 – 2020; • Delegatiebesluit Wls 2019; • Beleidsregels delegatie Wls 2019; • Mandaatbesluit 2019; • Beleidsregels mandatering handhavingsbevoegdheden 2019.
Omdat een onderzoek gaande is naar de governance binnen de driehoek GVB – Gemeente Amsterdam – Vervoerregio bestaat er een reële mogelijkheid dat de taakverdeling tussen deze partijen in de nabije toekomst anders zal zijn dan deze nu is. Daarom is besloten dat bovengenoemde stukken een jaar geldig zullen zijn en eventueel ingaande 1 december 2020, al dan niet in aangepaste vorm, verlengd zullen worden.
2.1
UITVOERING BELEIDSREGELS
De Vervoerregio heeft in de beleidsregels voor het delegeren en mandateren van bevoegdheden voorwaarden opgenomen voor te nemen besluiten en rapportages. Daarin is geregeld dat B&W van Amsterdam bewaakt dat besluiten binnen de kaders van de Vervoerregio passen. B&W heeft een Safety Board ingesteld. De gedelegeerde bevoegdheden zijn door B&W van Amsterdam gemandateerd aan MET. Er is aan MET opdracht gegeven procedures op te stellen voor het verlenen van vergunningen. Deze zijn vastgelegd in het Handboek Wet lokaal spoor, dat door de directie van MET is vastgesteld. B&W heeft bij de aanwijzing van MET als beheerder van de lokale spoorweginfrastructuur afspraken gemaakt over de uitvoering van de beheertaken op basis van de prestatienormen en indicatoren die met de Vervoerregio zijn overeengekomen.
| INT/2018/4489
pagina 10 van 22
3
STATISTISCHE INFORMATIE
In de Beheervisie 2019 – 2020 van de Vervoerregio Amsterdam staan de normen en streefwaarden voor het veiligheidsniveau van metro en tram in de Vervoerregio beschreven. De Vervoerregio streeft ernaar dat het veiligheidsniveau van het railverkeerssysteem in de regio minimaal gelijk blijft, dit noemen wij het Stand Still-principe. Daarnaast moeten waar mogelijk tegen redelijke kosten risico’s worden teruggebracht naar een niveau, zo laag als redelijkerwijs gebruikelijk, veelal aangeduid met de term ALARP: As Low As Reasonably Practicable. Waar het gaat om de veiligheid in tunnels is tevens de zelfredzaamheid van belang: reizigers en medewerkers moeten zichzelf in geval van een calamiteit in veiligheid kunnen brengen zonder de hulp van anderen.
3.1
VEILIGHEIDSRAPPORTAGES
Sinds 2011 wordt door GVB gerapporteerd en op basis hiervan beschikken wij over onderstaande gegevens.
3.1.1 Metro Aanrijdingen Op 29 maart 2019 werd een man aangereden door een metro op de halte Heemstedestraat. Hij verkeerde in kennelijke staat van dronkenschap, fietste over het perron en kwam tussen twee metrostellen terecht op het moment dat de metro vertrok. De man kwam klem tussen het perron en de voertuigen en overleed ter plaatse. Op 22 december kwam er een melding van een aangereden en overleden persoon in de tunnelbuis nabij station Rokin. Bij nader onderzoek bleek het een geval van zelfdoding te zijn. Behalve bovengenoemde gevallen deden zich nog drie aanrijdingen voor. Hier was wel sprake van schade, maar er raakten geen mensen gewond. Aanrijdingen tussen een metro en overig verkeer betreft in alle gevallen de sneltram op de Amstelveenlijn omdat het overige deel van de metro niet in contact komt met wegverkeer. Beïnvloeding van deze incidenten is moeilijk omdat ongevallen in vrijwel alle gevallen veroorzaakt worden door weggebruikers. Vanwege de ombouw van de Amstelveenlijn tot tramlijn is de sneltramexploitatie op deze infrastcructuur per 3 maart 2019 gestaakt.
| INT/2018/4489
pagina 11 van 22
Aanrijdingen metro
Gewonde reizigers Reizigers kunnen gewond raken door een onverwachte beweging van het voertuig, bijvoorbeeld bij een snelremming of door schudden bij het passeren van wissels. Daarnaast komt het voor dat reizigers op het perron of op (rol)trappen ten val komen en zich verwonden. Er raakten in de metro zeven mensen gewond, exclusief onwelwordingen. Op de perrons raakten 37 mensen gewond, exlucsief onwelwordingen. Na een neergaande trend is er sinds 2015 sprake van een lichte stijging, maar het beeld blijft stabiel (terwijl het aantal reizigers toeneemt). Sinds er door GVB duidelijk gerapporteerd wordt (2011) zien we over de jaren heen een daling van het aantal gewonde reizigers in het metrosysteem.
Aantallen gewonde reizigers in metrovoertuigen en op perrons
| INT/2018/4489
pagina 12 van 22
Stoptonend sein passages Er is sprake van een ten onrechte stop tonend sein passage (STS) indien een bestuurder voor een sein zou moeten stoppen, maar dat niet doet. Dit kan een technische of menselijke oorzaak hebben. Bij een onterechte STS wordt de metro door een snelremming tot stilstand gebracht door de automatische treinbeïnvloeding, waardoor een eventueel gevaarpunt niet bereikt wordt. In 2019 zijn er bij de metro 13 STS gevallen gemeld, in 2018 waren dit er 18 en in 2017 waren het er 14. Ten opzichte van de voorgaande jaren is dit dus een verbetering. Veelal gaat het om voertuigen die niet in reizigersdienst rijden, zoals tijdens rangeren in het nachtelijke schoonmaakproces, maar het passeren van een stoptonend sein is en blijft een potentieel risico. GVB wil het aantal STS-gevallen terugbrengen en doet dit door hier meer aandacht te besteden in opleiding en herinstructie en door het intensiever begeleiden van het betrokken personeel.
Aantal STS-gevallen metro
3.1.2 Tram Aanrijdingen Onderstaande gegevens betreffen zowel aanrijdingen met verkeersdeelnemers als met objecten. Het kan dus gaan om (zware) aanrijdingen met auto’s of fietsen, maar ook om stenen in het spoor of afgereden spiegels van tegenliggers of geparkeerde auto’s. Het aantal aanrijdingen is in 2019 aanzienlijk teruggelopen tot 407, waarvan 42 gevallen met letsel bij de medeweggebruiker als gevolg. Volgens GVB is dit te danken aan de intensieve begeleiding door het management onder de noemer ‘basis op orde’, waarbij er actief aandacht is voor preventie en voor de veiligheidscultuur binnen het bedrijf. Trambestuurders die betrokken zijn bij een onregelmatigheid worden actief begeleid waarbij men niet primair naar de schuldvraag kijkt, maar vooral naar de oorzaken van het incident en de manieren om dit in het vervolg te voorkomen.
| INT/2018/4489
pagina 13 van 22
Aanrijdingen tram met andere verkeersdeelnemers of objecten
Gewonde reizigers Er is sinds 2011 sprake van een neergaande trend, maar deze werd in 2018 doorbroken. Het aantal gewonde reizigers was dat jaar 109. In 2019 gaat het aantal echter weer naar beneden tot 79. De piek in 2018 is vooralsnog niet te verklaren. Gewonde reizigers op perrons worden, in tegenstelling tot de metro, niet gerapporteerd omdat het grotendeels om haltes gaat die tot de openbare ruimte behoren en die daardoor buiten de verantwoordelijkheid van GVB vallen en ook niet geregistreerd worden. Hoe het komt dat het aantal gewonde reizigers in 2018 is toegenomen is niet duidelijk. GVB heeft dit in onderzoek.
Gewonde reizigers tram
| INT/2018/4489
pagina 14 van 22
Stop tonend sein passages STS-passages tram hebben uitsluitend betrekking op de lijnen 5 en 26 omdat dit de enige tramlijnen zijn waar sprake is van een seinstelsel met stoptonende seinen. Het aantal is in 2019 drastisch naar beneden gegaan. De oorzaak daarvoor is het amoveren van een aanzienlijk deel van de seinen op beide lijnen, de op de metro geënte beveiliging wordt daarbij vervangen door de meer praktische op reguliere tramexploitatie gebaseerde praktijk
STS passages tram
3.1.3 Conclusie Over het geheel bezien kunnen we concluderen dat de veiligheid van de metro sinds 2014, ondanks de uitbreiding van het metronet en de sterke toename van het aantal reizigers, stabiel is. Het aantal aanrijdingen en het aantal gewonden in de metro fluctueert licht, maar dat past in het type bedrijfsvoering waarbij niet elke dag hetzelfde is en men soms te maken heeft met grote hoeveelheden reizigers. Zorgelijk is wel het hoge aantal stoptonend sein passages bij de metro. De spoorbeveiliging voorkomt dat een gevaarpunt wordt bereikt, maar een metrobestuurder moet zijn metro vóór een rood sein stopzetten en niet er voorbij. En hoewel de trend dalende is, is het nog steeds niet voldoende. Helaas moest over het afgelopen jaar één aanrijding met fataal letsel geregistreerd worden. Bij tram zien we dat het aantal aanrijdingen is gedaald ten opzichte van voorgaande jaren. Aanrijdingen in het drukke wegverkeer waarbinnen de tram moet verkeren zijn niet te voorkomen. Het aantal aanrijdingen met letsel is toegenomen ten opzichte van 2018, maar de trend over het totaal aantal aanrijdingen is nog steeds dalende.
| INT/2018/4489
pagina 15 van 22
3.2
RAPPORTAGES MET EN GVB
MET en GVB leveren ieder kwartaal een rapportage aan over veiligheid die met de Vervoerregio besproken wordt. Tevens wordt een jaarrapportage aangeleverd. Onderstaande gegevens zijn daarop gebaseerd. Kwartaalrapportages MET aangaande railveiligheid metro De belangrijkste conclusies uit de kwartaalrapportages van MET ten aanzien van de metro worden hieronder vermeld. Systeemveiligheid Er deden zich in 2019 vijf meldenswaardige incidenten voor: • 4 maal defecten aan wissels; • 1 melding van een afgebroken stroomafnemer van een metro. Werken aan de infrastructuur Er werden bij het werken aan de infrastructuur drie gevallen gemeld van ongevallen met verzuim tot gevolg. Veiligheidsorganisatie De KPI Veiligheidsorganisatie is gebaseerd op het uitvoeren van audits bij GVB Railservices. De werkomgeving wordt door de medewerkers gewaardeerd met een 6,6 op een schaal van 10. MBV’s Er zijn vijf Meldingen Bijzonder Voorval opgemaakt en naar ILT gestuurd (dat betreft meldenswaardige ongevallen volgens de Wls). Kwartaalrapportages MET aangaande railveiligheid tram Met betrekking tot railveiligheid bij de tram wordt door MET over 2019 het onderstaande gemeld. Systeemveiligheid De volgende incidenten zijn gemeld: • 3 maal een ontsporing op de openbare weg; • 6 maal defecte bovenleiding. Werken aan de infrastructuur Geen meldingen van schade of letsel bij het werken aan de trambaan.
Veiligheidsorganisatie Ook bij beheer en onderhoud van de trambaan werd de werkomgeving door de medewerkers gewaardeerd op een 6,6 op een schaal van 10. MBV’s Er zijn vier Meldingen Bijzonder Voorval opgemaakt en naar ILT gestuurd.
| INT/2018/4489
pagina 16 van 22
Kwartaalrapportages transportveiligheid GVB De belangrijkste opmerkingen in de kwartaalrapportages van GVB worden hieronder vermeld. • het aantal aanrijdingen waarbij een tram betrokken is, is hoog. Er werden totaal 445 gevallen gemeld. Dit betreft aanrijdingen met andere verkeersdeelnemers, maar ook met objecten in de baan, afgereden spiegels van fout geparkeerde auto’s etc. In 2018 waren er 629 meldingen. Er is dus sprake van een afname. Volgens GVB heeft dit vooral te maken met de intensieve begeleiding door de leiding van de trambestuurders bij kleinere incidenten, waardoor veiligheid weer prominent op de kaart komt te staan. • het aantal stoptonend sein passages bij de tram is afgenomen van 19 tot 11 stuks, hetgeen voornamelijk het gevolg is van het weghalen van seinen op lijn 26. Het aantal stoptonend sein passages bij de metro is afgenomen van 18 naar 13. Hier is geen duidelijke oorzaak voor aangegeven. • het aantal ontspoorde trams was 16, dat is 1 minder dan vorig jaar. Deze vonden grotendeels op remiseterreinen plaats. • er deed zich in het jaar 2019 in het OV binnen de Vervoerregio één ongeval voor met fataal letsel. Dat betrof een reiziger in kennelijke staat van dronkenschap die zich per fiets over het perron van metrostation Heemstedeweg trachtte te verplaatsen en als gevolg daarvan onder een vertrekkende metro terecht kwam.
Er zijn door GVB 266 Meldingen Bijzonder Voorval opgemaakt en naar ILT gestuurd.
| INT/2018/4489
pagina 17 van 22
4
INCIDENTENONDERZOEK
Ondanks alle maatregelen die er zijn getroffen om het railsysteem zo veilig te mogelijk maken doen zich in de praktijk ongevallen en incidenten voor. GVB heeft als vervoerder de taak ongevallen te onderzoeken. De lichte ongevallen en incidenten worden onderzocht door de lijnorganisatie. Zwaardere ongevallen worden onderzocht door de veiligheidsafdeling van het bedrijf. Daarnaast is het mogelijk dat ILT wordt ingeschakeld om een eerste onderzoek ter plaatse te verrichten. De onderzoeken vinden plaats om ervan te leren, vaak leveren onderzoeken aanbevelingen en verbetermaatregelen op.
4.1
ONGEVALSONDERZOEK
De Wet lokaal spoor verplicht de vervoerder en beheerder om van ernstige ongevallen en incidenten onmiddellijk melding te doen aan de toezichthouder. In de praktijk geschiedt dit in de vorm van een Melding Bijzonder Voorval (MBV). Met ILT is zowel voor de metro als voor de tram een protocol afgesproken waarin is vastgelegd welke ongevallen en incidenten gemeld moeten worden. De beheerder en de vervoerder zijn vanuit hun veiligheidsbeheersysteem verplicht om incidenten en ongevallen te onderzoeken en daarvan verslag te doen aan de Vervoerregio. Daarnaast is de Vervoerregio ook zelf bevoegd om ongevallen te onderzoeken. Op basis van een overeenkomst kan de Vervoerregio in voorkomende gevallen ongevalsonderzoek naar ernstige ongevallen te laten uitvoeren door ILT. Dat resulteert in een 24-uurs-rapportage. Mede op basis daarvan kan door de Vervoerregio besloten worden het incident te laten onderzoeken door ILT. Dit gebeurt vooral bij zware ongevallen of indien er meer partijen bij betrokken zijn. Naar aanleiding van een ongevalsmelding kan de piketdienst van ILT een eerste ongevalsonderzoek instellen. In overleg met de Vervoerregio kan vervolgens besloten worden tot een uitgebreid ongevalsonderzoek. De beheerder en vervoerder zijn verplicht hieraan mee te werken.
De Vervoerregio kan ILT ook opdracht geven tot het uitvoeren van second opinions ten aanzien van ongevalsonderzoeken die door de beheerder en de vervoerder zijn uitgevoerd. Van bovenstaande mogelijkheid is in 2019 geen gebruik gemaakt omdat zich geen ongevallen voordeden die hier op grond van ernst of ingewikkeldheid voor in aanmerking kwamen.
4.2
MELDINGEN BIJZONDER VOORVAL
De Wls verplicht de beheerder om van ernstige ongevallen en incidenten onmiddellijk melding te doen aan de toezichthouder. In de praktijk geschiedt dit in de vorm van een Melding Bijzonder Voorval (MBV). De Vervoerregio krijgt daarvan een afschrift. Niet alle ongevallen behoeven te worden gemeld, er is met ILT een protocol overeengekomen over de aard van de meldingsplichtige ongevallen en incidenten bij zowel metro als tram. Als de melding het vervoerproces betreft wordt de melding gedaan door de verkeersleiding van GVB. Meldingen aangaande de infrastructuur worden door de beheerder zelf gedaan. In het afgelopen jaar heeft GVB 266 MBV’s van ongevallen en incidenten aan ILT verzonden. MET heeft 4 MBV’s verzonden met betrekking tot veiligheidsgerelateerde incidenten aan de infrastructuur.
| INT/2018/4489
pagina 18 van 22
4.3
UITGEVOERDE ONGEVALSONDERZOEKEN
Ongevallen worden altijd onderzocht. Hieronder een korte verslaglegging van het ernstigste ongeval dat zich in 2019 voordeed. Het onderzoek werd uitgevoerd door GVB. Onderzoek naar aanrijding metro met fietser die van perron valt (29-03-2019 – Heemstedestraat) Op 29 maart 2019 omstreeks 23.53 uur stapte een man met een fiets uit de metro. In kennelijke staat van dronkenschap fietste hij over het perron en kwam ten val precies tussen twee metrostellen. De metro trok op en het slachtoffer kwam klem tussen tram en perron. Hij overleed ter plaatse. Er is onderzoek verricht door GVB. Fietsen op de perrons is niet toegestaan, een van de aanbevelingen luidt om dit nog beter dan nu het geval is kenbaar te maken door bebording.
| INT/2018/4489
pagina 19 van 22
5
PROJECTEN
De Vervoerregio is betrokken bij een aantal grote projecten. In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan naar de meest significante ontwikkelingen op dit vlak. Vanuit de Wet lokaal spoor wordt in veel gevallen vereist dat er een vergunning wordt afgegeven voor de indienststelling van nieuwe of aangepaste spoorweg infrastructuur of voertuigen. De afgifte van deze vergunningen is een verantwoordelijkheid van de vervoerregio die gedelegeerd is aan de gemeente Amsterdam. Voorwaarde voor de vergunningverlening is echter dat de vergunningaanvragen in de Safety Board worden behandeld, alwaar de Vervoerregio vertegenwoordigd is. Op deze wijze is de Vervoerregio dus actief bij de vergunningverlening betrokken en derhalve ook goed geïnformeerd.
5.1
RENOVATIE OOSTLIJN
De Oostlijn van de metro Amsterdam is in zijn geheel gerenoveerd. Dit project heeft geduurd van 2004 tot de zomer van 2019 en is inmiddels afgerond. Een aanzienlijk deel van de werkzaamheden had betrekking op de veiligheid van de Oostlijn: de tunnel tussen het Centraal Station en het Amstel station en de daartussen gelegen stations. Na afronding van de werkzaamheden is echter gebleken dat enkele stations niet geheel voldoet aan de daaraan gestelde eisen volgens het Bouwbesluit. Dit betrof met name: • het verlopen van de certificering van brandmelders in de ondergrondse stations; • het niet verbonden zijn van de brandmeldinstallaties met overige inrichtingen zoals roltrappen, liften en OV-poortjes, waardoor bij een ontruiming handmatig gehandeld moet worden door de verkeersleiders van GVB; • het gegeven dat de ondergrondse stations Nieuwmarkt en Centraal Station Oost niet bleken te voldoen aan recent uitgevoerde berekeningen ten aanzien van ontruiming bij brand. Als gevolg daarvan heeft de gemeente Amsterdam zich genoodzaakt gezien een gedoogbesluit aan te vragen bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied omdat de vijf ondergrondse metrostations in de Oostlijn wel veilig zijn, maar formeel niet aan de vigerende wetgeving blijken te voldoen.
De Omgevingsdienst heeft op 9 maart 2019 het gevraagde gedoogbesluit genomen onder een aantal voorwaarden, waaronder het weren van de oudere metrovoertuigen waarvan de brandbaarheid niet is aangetoond. Dit heeft beperking voor de dienstuitvoering tot gevolg. Inmiddels wordt in een samenwerkingsverband van Vervoerregio, gemeente Amsterdam en GVB gezocht naar oplossingen om de gevolgen van de beperkingen zoveel mogelijk te beheersen, waaronder het uitvoeren van een second opinion.
| INT/2018/4489
pagina 20 van 22
5.2
AMSTELVEENLIJN
Voorbereidende werkzaamheden voor de ombouw van de Amstelveenlijn zijn ter hand genomen. Sinds 3 maart 2019 rijdtlijn 51 niet meer over deze infrastructuur . Ook lijn 5 (tram) is gedurende enige maanden gestaakt, maar deze rijdt sinds 26 augustus weer zijn oude route tussen Station Zuid en Amstelveen Stadshart. Inmiddels vinden uitgebreide werkzaamheden plaats waarbij drie ongelijkvloerse kruisingen worden gerealiseerd. Medio 2020 zal dit zijn afgerond en zal de definitief gewijzigde lijn in dienst gesteld moeten worden. Daar is een vergunning tot indienststelling voor benodigd.
5.3
UITHOORNLIJN
De Regioraad en de Gemeenteraad van Uithoorn hebben in 2017 definitief besloten tot de aanleg van de Uithoornlijn. Deze lijn zal lopen in het verlengde van de alsdan omgebouwde Amstelveenlijn en doorgetrokken worden naar Uithoorn, alwaar deze zal aantakken op de bestaande HOV-busbaan en doorlopen tot Uithoorn Centrum. Omdat de gemeente Uithoorn niet genoemd was in het Aanwijzingsbesluit lokaal spoor heeft de Vervoerregio de minister van Infrastructuur en Waterstaat verzocht dit besluit aan te passen, hetgeen inmiddels is gedaan. Speciaal aspect van de Uithoornlijn is nog dat er in de Legmeerpolder in Amstelveen een opstelterrein gebouwd zal worden met een aantal faciliteiten voor het onderhoud van de voertuigen van GVB die straks op deze lijn zullen gaan rijden. Zowel voor de indienststelling van dit opstelterrein als voor de gehele lijn moeten te zijner tijd vergunningen tot indienststelling worden afgegeven.
5.4
NIEUWE VOERTUIGEN GVB
In 2016 is de aanbesteding van de nieuwe stadstram (15G) voor GVB afgerond. Hierbij kwam het voertuig URBOS 100 van de firma CAF als beste uit de bus. Het gaat om totaal 63 voertuigen (en een optie op nog eens 60 trams). De eerste voertuigen zijn in de zomer van 2019 in Amsterdam aangekomen en hier worden inmiddels proefritten mee uitgevoerd. Na een test- en proefperiode zal op basis van de Wet lokaal spoor een vergunning tot indienststelling moeten worden verleend. Na het verkrijgen hiervan kan de gehele serie instromen, hetgeen naar verwachting zal duren tot medio 2022.
5.5
DE IJTRAM
De bouwontwikkelingen op IJburg 2 en Zeeburgereiland hebben tot gevolg dat de IJtram (lijn 26) binnen afzienbare tijd tegen zijn maximale capaciteit aan loopt. De lijn zal medio 2022 doorgetrokken worden naar Strandeiland en bovendien zullen er langere trams gaan rijden, wat weer gevolgen heeft voor de bestaande haltes. Railveiligheid speelt in het gehele project een belangrijke rol.
| INT/2018/4489
pagina 21 van 22
Concepten van de plannen zijn inmiddels op veiligheid gecontroleerd en na aanpassingen geaccordeerd. Dit geldt ook voor het opstelterrein en de aldaar gesitueerde spoorbeveiliging. In de nabije toekomst zullen hier de nieuwe trams ingezet worden die dan gekoppeld ingezet zullen worden. Deze trams zijn dan totaal ongeveer 70 meter lang, hetgeen gevolgen heeft voor de veiligheid (langere bezetting kruispunten, haltering op relatief korte haltes, ontruimingsmogelijkheden in de Piet Heintunnel). Dit wordt door GVB en de gemeente Amsterdam onderzocht en conform de Wet lokaalspoor en de regelgeving van de Vervoerregio afgehandeld. Zo het er thans uitziet zal dit succesvol en conform de veiligheidseisen verlopen.
5.6
DE ENTREE
Het project De Entree behelst een totale ombouw van het Stationsplein van Amsterdam en de directe omgeving. Hier komen totaal 9 tramlijnen samen. Het is voor voetgangers een van de drukste punten van de stad. Ten behoeve van het project zullen alle tramsporen verwijderd worden en opnieuw gesitueerd. Gedurende de werkzaamheden blijft een deel van de trams rijden. De veilige afhandeling van dit project en een veilig resultaat is essentieel. De werkzaamheden zijn in 2018 begonnen en zullen waarschijnlijk 5 jaar duren. In het najaar van 2019 is het tramverkeer langs de bouwput een middag lang stil gezet vanwege een verzakking. Dit euvel was snel weer opgelost, maar toont wel aan hoe kritisch deze werkzaamheden zijn vanwege de zeer beperkte ruimte die men ter beschikking heeft. De bouw verloopt in verschillende fases waarbij de sporen soms tijdelijk buiten gebruik gesteld worden. De Vervoerregio en GVB zijn nauw betrokken bij iedere stap en de daarbij behorende veiligheidsoverwegingen.
5.7
CORRIDORSTUDIE VERKEERSVEILGHEID
In 2018 werd een corridorstudie verkeersveiligheid uitgevoerd door de Vervoerregio, diverse afdelingen van de gemeente Amsterdam en GVB. Als proef werd tramlijn 17 in zijn geheel benaderd op het aspect verkeersveiligheid. Eerst is een theoriebenadering aangeleverd door GVB. Hierna hebben de projectleden zelf met een tram de gehele lijn bereden. Vervolgens is het traject in drie dagen tijd zijn geheel afgelopen. Dit leverde veel kleine maar nuttige wijzigingsvoorstellen op ter verbetering van de veiligheid, die grotendeels zijn uitgevoerd of gepland zijn om te worden uitgevoerd. Dit vond plaats in 2019. Omdat dit project succesvol is verlopen is besloten om ook in 2020 op dezelfde wijze lijn 19 onder de loep te nemen.
| INT/2018/4489
pagina 22 van 22
Jaarrapportage Railveiligheid 2020 30 april 2021 Status (concept, definitief, eventueel versienummer)
COLOFON Datum
30 april 2021
Opgesteld door
Huub Schous
Vastgesteld door
DB op 29 april 2021
Versie
Definitief
INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE .....................................................................................................................................................3 SAMENVATTING ........................................................................................................................................................4 1
WET LOKAAL SPOOR .........................................................................................................................................5 1.1 VEILIGHEIDSCERTIFICAAT GVB ............................................................................................................................... 5 1.2 TOEZICHT EN HANDHAVING ................................................................................................................................... 6 1.3 TOEZICHT ........................................................................................................................................................... 6 1.3.1 Handhaving ................................................................................................................................................ 6 1.3.2 Jaarlijks thema voor toezicht ...................................................................................................................... 7 1.4 KEURINGEN VEILIGHEIDSFUNCTIONARISSEN ............................................................................................................... 8 1.5 OVERLEG VEILIGHEID ............................................................................................................................................
8 1.6 SAMENWERKING MET ANDERE DECENTRALE OVERHEDEN ............................................................................................. 9
2
GEDELEGEERDE EN GEMANDATEERDE BEVOEGDHEDEN ................................................................................. 11
3
STATISTISCHE INFORMATIE ............................................................................................................................. 12 3.1 VEILIGHEIDSRAPPORTAGES ................................................................................................................................... 12 3.1.1 Metro ........................................................................................................................................................ 12 3.1.2 Tram ......................................................................................................................................................... 14 3.1.3 Conclusie................................................................................................................................................... 16 3.2 RAPPORTAGES MET EN GVB ............................................................................................................................... 17
4
INCIDENTENONDERZOEK ................................................................................................................................ 19 4.1 4.2 4.3
5
ONGEVALSONDERZOEK ........................................................................................................................................ 19 MELDINGEN BIJZONDER VOORVAL.......................................................................................................................... 19 UITGEVOERDE ONGEVALSONDERZOEKEN ................................................................................................................. 20
PROJECTEN ..................................................................................................................................................... 21 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
RENOVATIE OOSTLIJN EN GEDOOGBESLISSING........................................................................................................... 21 AMSTELVEENLIJN ............................................................................................................................................... 22
AMSTELTRAM ................................................................................................................................................... 22 NIEUWE TRAMVOERTUIGEN GVB ........................................................................................................................... 22 DE IJTRAM ....................................................................................................................................................... 23 DE ENTREE ....................................................................................................................................................... 23 CORRIDORSTUDIE VERKEERSVEILGHEID ................................................................................................................... 23 COMMUNICATION BASED TRAIN CONTROL .............................................................................................................. 23 NIEUWE METROVOERTUIGEN GVB ......................................................................................................................... 24
© Vervoerregio Amsterdam 2021
pagina 3 van 24
SAMENVATTING Deze rapportage betreft de railveiligheid van het tram- en metrosysteem van de Vervoerregio Amsterdam over het jaar 2020. Over het geheel bezien kunnen we concluderen dat de veiligheid van de lokale spoorwegen binnen het gebied van de Vervoerregio een stabiel beeld vertoont. Corona Vanaf maart 2020 werd ons land geconfronteerd met de COVID-19 pandemie ‘corona’. Dit had aanzienlijk gevolgen voor het OV omdat de dienstuitvoering zoveel mogelijk werd gehandhaafd, hoewel er vrijwel geen reizigers waren. Er moesten maatregelen genomen worden om het uitvoerend personeel tegen het virus te beschermen. Voor de reizigers werd een mondkapjesplicht werd ingevoerd. Ongevallen De trend dat het aantal ongevallen afneemt houdt stand. Dit is voor een deel te verklaren door de intensieve begeleiding door GVB nadat zich een ongeval heeft voorgedaan. Ook het gegeven dat het als gevolg van de corona maatregelen voor een deel van het jaar rustiger op straat was dan gewoonlijk draagt hier waarschijnlijk aan bij. Er deed zich het afgelopen jaar binnen het railverkeersysteem van de Vervoerregio geen ongeval voor met fataal letsel. Veiligheidscertificaat GVB In 2020 verliep het wettelijk verplichte veiligheidscertificaat van GVB omdat dit standaard vijf jaar geldig is. Om een nieuw veiligheidscertificaat te verkrijgen moest GVB een uitgebreid audit door ILT ondergaan.
Dit leverde een goed resultaat op: geen enkele tekortkoming en slechts twee signalen. Op 26 november 2020 heeft het DB van de Vervoerregio aan GVB een nieuw veiligheidscertificaat verstrekt. Rapportages ILT De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft in 2020 audits, inspectie en reality checks uitgevoerd bij GVB. De Vervoerregio ontving in het kader hiervan vijf afhandelingsbrieven. Er werden geen grote onregelmatigheden vastgesteld. Projecten Binnen de Vervoerregio is een groot aantal projecten in uitvoering. De projecten verliepen over het algemeen gezien voorspoedig, met uitzondering van de Renovatie Oostlijn die niet geheel afgerond bleek te zijn. Hierdoor voldoet de tunnel in de Oostlijn niet aan de wettelijke eisen. De tunnel is echter wel veilig. De gemeente Amsterdam heeft bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied een gedoogbesluit aangevraagd en verkregen. De gemeente werkt hard aan een oplossing hiervoor. Op 13 december werd de vernieuwde Amstelveenlijn geopend voor de reizigersdienst.
pagina 4 van 24
1
WET LOKAAL SPOOR
Op 1 december 2015 is de Wet lokaal spoor (Wls) in werking getreden. Deze wet heeft uitsluitend betrekking op lokale spoorwegen, dat wil zeggen: metro en tram. De Wls stelt specifieke eisen aan gedeputeerde staten, respectievelijk het dagelijks bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000. Dat laatste betreft de Vervoerregio Amsterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) in deze rapportage verder aangeduid als decentrale overheid. Daarnaast kent de Wls de vervoerder en de beheerder (van de lokale spoorweginfrastructuur). Binnen de Vervoerregio is in 2015 aan GVB een veiligheidscertificaat verleend op grond waarvan zij vervoerder is. Dit certificaat is in november 2020 opnieuw verleend. Daarnaast is in 2015 de gemeente Amsterdam, directie Metro en Tram (MET) aangewezen als beheerder. Naast deze drie entiteiten kent de Wls nog de toezichthouder. Dat is de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).
Schema Wls Vervoerregio Amsterdam
1.1
VEILIGHEIDSCERTIFICAAT GVB
In 2015 is de Wet lokaal spoor (Wls) in werking getreden. Deze wet schrijft voor dat de vervoerder, in ons geval GVB, moet beschikken over een veiligheidscertificaat. Dit wordt uitgereikt door de Vervoerregio nadat blijkens een uitgebreide audit door ILT is vastgesteld dat het veiligheidsbeheersysteem van de vervoerder voldoet aan de wettelijke eisen. Het certificaat is vijf jaar geldig. Aangezien dit dus eind 2020 verliep moest de procedure opnieuw doorlopen worden. De audit werd bemoeilijkt door de coronamaatregelen, waardoor alles op afstand moest gebeuren en werd laat uitgevoerd door een krappe bezetting bij ILT. Maar het resultaat was erg goed: er werden geen tekortkomingen geconstateerd. Wel twee zogenaamde signalen (minder ernstige afwijkingen) en die zijn inmiddels door GVB opgepakt. Op 26 november 2020 heeft het DB van de Vervoerregio aan GVB een nieuw veiligheidscertificaat verstrekt.
pagina 5 van 24
1.2
TOEZICHT EN HANDHAVING
Volgens de Wet lokaal spoor wordt het toezicht op de wet uitgevoerd door de ILT, terwijl de handhaving een verantwoordelijkheid is van de decentrale overheid. Van de Vervoerregio dus, die dit heeft gemandateerd aan MET.
1.3
TOEZICHT
De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) is door de minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen als toezichthouder voor lokale spoorwegen. De wetgever heeft drie hoofdtaken bij de toezichthouder belegd: 1. het afgeven van een verklaring als onderdeel van een aanvraag voor een vergunning voor nieuwe en aanmerkelijk gewijzigde infrastructuur en voertuigen; 2. afgeven van verklaringen over het veiligheidsbeheersysteem van de vervoerder en beheerder van de railinfrastructuur ten behoeve van het verstrekken van een veiligheidscertificaat voor de vervoerder en het aanwijzen van de beheerder; 3. het uitoefenen van toezicht op de werkzaamheden die worden uitgevoerd door de vervoerder en de beheerder van de railinfrastructuur volgens een overeengekomen meerjarenplan of aanvullend op verzoek van de Vervoerregio. In een bestuursovereenkomst tussen de Vervoerregio en ILT zijn in 2015 nadere afspraken over de uitvoering van de wettelijke taken gemaakt.
1.3.1 Handhaving De Wet lokaal spoor geeft het dagelijks bestuur de bevoegdheid te handhaven door het opleggen van een last onder bestuursdwang of dwangsom en het opleggen van een bestuurlijke boete. De Vervoerregio heeft een aantal bevoegdheden gedelegeerd aan B&W van de gemeente Amsterdam. De handhavende bevoegdheden die hierbij passen zoals het opleggen van een bestuurlijke boete, zijn gemandateerd aan B&W van Amsterdam. Voor de bevoegdheden uit de Wls die niet zijn gedelegeerd, en dus bij het Dagelijks Bestuur berusten, geldt dat de Vervoerregio verantwoordelijk is voor de handhaving. Samen met de andere decentrale overheden met lokale spoorwegen, MRDH en de provincie Utrecht, zijn een handhavingsbeleid en beleidsregels voor het opleggen van een bestuurlijke boete opgesteld. Deze zijn door het dagelijks bestuur vastgesteld en B&W van de gemeente Amsterdam is opgedragen zich hieraan te houden. In 2020 is het niet nodig geweest om handhavend op te treden door middel van een last onder bestuursdwang of het opleggen van een bestuurlijke boete.
pagina 6 van 24
1.3.2 Jaarlijks thema voor toezicht Het toezicht door ILT vindt plaats aan de hand van thema’s. Dat zijn er 4, waarbij elk jaar een thema wordt onderzocht. ILT heeft in overleg met de Vervoerregio een toezichtplan opgesteld. Voor 2020 is voor de volgende thema’s gekozen: • toezicht op infrastructuur; o risicoanalyse, o risicobeheersing, o implementatie van het veiligheidsbeheersysteem, • toezicht op materieel, o beheersing risico’s, o integrale afstemming tussen materieel, infrastructuur en vervoer, • toezicht op vervoerproces en operaties, o beheersing risico’s o integrale afstemming tussen materieel, infrastructuur en vervoer, • toezicht op art 12 Wls; o inspecties op de uitvoering van werkzaamheden in of nabij de lokale spoorweginfrastructuur. Het toezicht is opgebouwd uit de volgende stappen: • toezichthoudende audit; een administratieve controle van de bedrijfsprocessen (w.o. het veiligheidsbeheersysteem) en bijbehorende handboeken op locatie; • bedrijfsinspectie; een inspectie bestaande uit het toetsen van de procedures uit b.v. de handboeken op het toepassen in of de werking van die procedures in de praktijk; • reality check; een steekproefsgewijze controle van infrastructuur, materieel en personeel. Als gevolg van dit toezicht ontving de Vervoerregio van ILT vijf afhandelingsbrieven. Er werden geen ernstige onregelmatigheden geconstateerd.
De uitslag hiervan wordt door de Vervoerregio altijd besproken met de beheerder en de vervoerder in het Veiligheidsoverleg. ILT heeft in overleg met de Vervoerregio geen uitgebreide audit op materieel en vervoerproces uitgevoerd omdat GVB ook reeds geauditeerd werd in het kader van de aanwijzing als vervoerder. De activiteiten door ILT zouden GVB dan onevenredig belasten. ILT zou echter wel een uitgebreide inspectie bij MET verrichten, maar heeft dat, ondanks herhaaldelijk verzoek van de Vervoerregio niet gedaan. Ook heeft ILT geen inspecties of reality checks uitgevoerd op de infra- of beheersaspecten. ILT heeft begin 2021 laten weten geen jaarverslag te verstrekken omdat zij daar onvoldoende capaciteit voor beschikbaar heeft. De totale kosten voor dit wettelijk verplichte toezicht is gebaseerd op het aantal kilometers spoor in de Vervoerregio (345 km), het aantal beheerders (1) en het aantal vervoerders (1) en bedroeg totaal € 124.426,-.
pagina 7 van 24
1.4
KEURINGEN VEILIGHEIDSFUNCTIONARISSEN
Werknemers van GVB die een veiligheidsfunctie uitoefenen (tram- en metrobestuurders alsmede verkeersleiders) moeten een medisch- en psychologisch onderzoek ondergaan. De keuringseisen en het keuringsprotocol zijn door het Dagelijks Bestuur vastgesteld.
1.5
OVERLEG VEILIGHEID
Met betrekking tot railveiligheid vindt binnen de Vervoerregio Amsterdam overleg plaats in de volgende drie gremia: • Casusoverleg, eens per twee weken, GVB, MET en Vervoerregio; • Veiligheidsoverleg concessie Amsterdam, eens per vier weken, GVB, MET en Vervoerregio; • Safety Board, eens per vier weken, GVB, MET, Vervoerregio en alle Safety Managers van lopende projecten. Sinds 2017 vindt eens per kwartaal veiligheidsoverleg plaats met de vervoerders van de busconcessies, dat zijn Connexxion, EBS en GVB. Casusoverleg Het Casusoverleg is een echt afstemoverleg: het is informeel en vaak erg inhoudelijk. Er worden geen notulen gemaakt. Veiligheidsoverleg concessie Amsterdam Het Veiligheidsoverleg is formeel en daar worden wel notulen van gemaakt. Onderwerpen die hier besproken worden zijn onder meer: • vaststellen of wijzigingen aan de railinfrastructuur of aan spoorvoertuigen vergunningplichtig zijn vanuit de Wls; • voorbereiden van stukken voor de Safety Board; • Wet lokaal spoor en activiteiten ILT binnen de Vervoerregio; • kwartaalverslag veiligheid GVB en MET; • top tien gevaarlijke verkeerssituaties; • recente incidenten. Safety Board Het college van B&W van Amsterdam heeft een Safety Board ingesteld, welke zich richt op het adviseren en monitoren van de veiligheidsaspecten van de activiteiten die samenhangen met metro en tram systemen.
De Safety Board bestaat uit de veiligheidsspecialisten van de Vervoerregio, GVB, MET en alle grote projecten. De Safety Board is belast met de volgende taken en bevoegdheden: • het monitoren van de effectiviteit van de veiligheidsbeheersystemen van GVB en MET; • adviseren van B&W van Amsterdam over vergunningaanvragen bij nieuwe of aanmerkelijk gewijzigde infrastructuur of voertuigen; • vaststellen van de hazard logs metro en tram; • adviseren over de aanstelling van Independent Safety Assessors (ISA’s); • gevraagd en ongevraagd adviseren over veiligheidssituaties betreffende metro en tram.
pagina 8 van 24
De Safety Board draagt bij aan het creëren van een gezamenlijk beeld van veiligheid op en rond de lokale spoorwegen. Dat is als positief ervaren voor de samenwerking en zorgt voor korte(re) lijntjes tussen de veiligheidsexperts bij de verschillende organisaties Overleg veiligheid busvervoer Hoewel het buiten de scope van railveiligheid valt is het vermeldenswaardig dat sinds 2017 ook kwartaaloverleg plaats vindt met de busbedrijven. Onderwerpen die hier aan de orde komen zijn onder anderen: • infrastructurele zaken; • tunnelveiligheid (bijvoorbeeld uniforme instructie voor buschauffeurs bij calamiteiten); • zichtbaarheid van bussen in het verkeer; • gebruik van camera’s in plaats van spiegels; • de toepassing van dashcams. Dit overleg heeft in 2020 niet plaatsgevonden omdat de bedrijven als gevolg van de corona-maatregelen onvoldoende prioriteit aan dit onderwerp wilden geven; hetgeen door de Vervoerregio is geaccepteerd.
1.6
SAMENWERKING MET ANDERE DECENTRALE OVERHEDEN
Overheden en bedrijven in de OV-sector kennen elkaar en er is altijd sprake van overleg, al dan niet op persoonlijke titel. Een deel van dit overleg is geformaliseerd. Dat betreft voor de Vervoerregio de samenwerking in EC Rail-verband en het detacheren van de beleidsadviseur fysieke veiligheid bij de provincie Utrecht. EC Rail Naast de Vervoerregio Amsterdam zijn er nog twee decentrale overheden met lokale spoorwegen. Dat zijn MRDH en de provincie Utrecht. Daarom is aansluiting gezocht bij deze overheden. Ongeveer 8 maal per jaar vinden bijeenkomsten plaats die door de drie partijen als zeer nuttig worden ervaren. Deze bijeenkomsten vinden plaats onder de vlag van het Expertisecentrum Rail (EC-Rail) dat onderdeel uitmaakt van CROW die tevens de bijeenkomsten faciliteert. In EC Rail-verband is in 2020 een onderzoek gedaan naar de veiligheid en de inpassing van de tram in de stedelijke omgeving. EC Rail is hierbij ondersteund door Coffeng. Er zijn drie projecten opgestart: 1. Incidentanalyse – dit project loopt niet voorspoedig omdat de data van de verschillende bedrijven (GVB,HTM, RET en Qbuzz) moeilijk te vergelijken is; 2. Inpassing tram in stedelijke omgeving, hetgeen moet leiden tot een nieuwe CROW-norm – dit project wordt in 2021 voortgezet en verloop voorspoedig; 3.
Zichtbaarheid tram in stedelijke omgeving – dit project, dat geleid werd door de Vervoerregio, verliep voorspoedig en in februari 2021 werd een duidelijk advies afgegeven, dat vervolgens door het project Inpassing tram in stedelijke omgeving gebruikt zal worden voor de nieuwe CROW norm.
pagina 9 van 24
Provincie Utrecht Ter ondersteuning van de beleidsvorming bij gedeputeerde staten van de provincie Utrecht is de beleidsadviseur fysieke veiligheid van de Vervoerregio Amsterdam sinds 1 november 2016 voor één dag per week gedetacheerd bij de provincie Utrecht. Dat is niet alleen een versterking van de provincie Utrecht, maar draagt ook bij aan het kennisniveau binnen de Vervoerregio. De Vervoerregio is voornemens deze samenwerking per 1 november 2021 te beëindigen om de betrokken medewerker in de nieuwe governance voltijds beschikbaar te krijgen voor taken van de Vervoerregio.
pagina 10 van 24
2
GEDELEGEERDE EN GEMANDATEERDE BEVOEGDHEDEN
De Wet lokaal spoor biedt de mogelijkheid taken en bevoegdheden te delegeren aan B&W van een inliggende gemeente in de Vervoerregio. De Vervoerregio heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt door de bevoegdheid tot het verlenen van vergunningen voor de ingebruikname van nieuwe en aanmerkelijk gewijzigde infrastructuur en voertuigen en het verlenen van vergunning aan derden voor het uitvoeren van werkzaamheden rond het lokale spoor te delegeren en de bijbehorende handhaving te mandateren aan B&W van de gemeente Amsterdam. De Vervoerregio heeft bij het delegeren en mandateren beleidsregels vastgesteld waaraan B&W van de gemeente Amsterdam zich bij de uitoefening van de gedelegeerde en gemandateerde bevoegdheden dient te houden. In 2019 zouden de genoemde besluiten en beleidsregels verlopen omdat zij een geldigheid hebben van maximaal 4 jaar. Ook de wettelijk verplichte beheervisie van de Vervoerregio zou om deze reden verlopen. In overleg met MET en GVB zijn deze documenten toen met een jaar verlengd. In 2020 volgde nogmaals verlenging. Deze keer tot de dag dat de nieuwe governance in werking zal treden, hetgeen beoogd is per 1 januari 2022. Er wordt nu gewerkt aan een geheel nieuwe Beheervisie, het Delegatiebesluit en het Mandaatbesluit, alsmede de bijbehorende Beleidsregels zullen ingetrokken worden.