CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

RekenkamerMRA.fietsdiefstalbestrijding.bestuurlijk-rapport

Raadscommissie Algemene Zaken 30 maart 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Fietsendiefstalplaag Nr. VN2023-00965410.100 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In het Bevoegdhedenbesluit Ambtelijke Organisatie Amsterdam is per directie vastgelegd welke privaat- en bestuursrechtelijke bevoegdheden elke directie heeft.

b.

Sinds de vorming van stedelijke uitvoeringsdirecties, zoals Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte, Parkeren en Stadswerken zijn alle directeuren daarvan regulier aanwezig in de staf van de eigen portefeuillehouder (wethouder of burgemeester). Hierdoor is de afstand tussen het college en in het bijzonder het uitvoerende deel van de ambtelijke organisatie sterk verminderd. Directeuren kennen de 'ambtelijke actieve informatieplicht' en dragen dat uit in de eigen directie.

c.

Wij informeren de raad door middel van jaarverslagen, monitors, evaluaties e.d. Dit is zo met de raad afgesproken. De raad kan op zijn beurt altijd vragen stellen, als hij dat nodig vindt. Op het moment dat zich bestuurlijke issues voordoen, bespreekt de directeur dit met de eigen portefeuillehouder (wethouder of burgemeester). Als het gaat om wezenlijke afwijkingen van de afgesproken kaders, informeert het college de raad. Hiermee menen wij al aan uw aanbeveling te voldoen. Aanbeveling 3. Borg het rechtmatig handelen van het Fietsdepot. U constateert dat de ambtelijke organisatie sinds 2016 discussieert of het Fietsdepot en mogelijk ook THOR de wettelijke plicht hebben om zich aan te sluiten bij het Digitale Opkopers Register (DOR). U beveelt ons aan om hier duidelijkheid in te scheppen. Wij delen deze aanbeveling en we kunnen u melden hieraan reeds te voldoen. De ambtelijke discussie waaraan u refereert, is eind 2019 afgerond. De Amsterdamse lijn is dat het Fietsdepot DOR-plichtig is. Dat betekent dat het Fietsdepot is aangemeld voor het

26

FIETSDIEFSTALBESTRIJDING - BESTUURLIJK RAPPORT DOR en dat alle fietsen die op het Fietsdepot worden aangeleverd in het DOR worden geregistreerd. Aanbeveling 4. Heroverweeg de bestaande invulling van maatregelen Aanbeveling 5. Overweeg nieuwe maatregelen. In onze reactie op de eerste aanbeveling hebben we aangegeven periodiek te evalueren en de fietsdiefstalmaatregelen hierin mee te nemen. We starten nog dit jaar onderzoek naar onze huidige maatregelen. Een heroverweging van de bestaande invulling van de maatregelen en het eventueel nemen van nieuwe maatregelen volgt uit de evaluatie van de maatregelen. Wij nemen beide aanbevelingen als volgt over: aanbeveling 4 en 5 zullen we in samenhang uitvoeren na afronding van de evaluatie. Wij danken u voor de vragen die u hiervoor in dit onderzoek al hebt aangedragen. Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, Femke Halsema burgemeester

Peter Teesink gemeentesecretaris

10 Nawoord rekenkamer Wij danken het college voor de bestuurlijke reactie. Het college zegt de vijf aanbevelingen te zullen overnemen of daaraan al te voldoen. Reguliere activiteiten zullen voortaan ook periodiek worden heroverwogen. En het beleid rondom fietsdiefstal zal dit jaar nog worden geëvalueerd (aanbeveling 1). Het heroverwegen van bestaande maatregelen (aanbeveling 4) en het overwegen van nieuwe maatregelen (aanbeveling 5) zullen onderdeel uitmaken van die evaluatie. Het lijkt ons goed dat deze evaluatie met de raad zal worden besproken. Daarover heeft het college nog geen concrete toezeggingen gedaan. Met dit nawoord willen nog vijf andere punten onder de aandacht brengen. 1. Het college onderbouwt haar stellingen over fietsparkeervoorzieningen niet In de bestuurlijke reactie brengt het college een ‘vierde’ maatregel om de fietsdiefstal te bestrijden – fietsparkeervoorzieningen – onder de aandacht bij de raad. Zoals uit ons onderzoeksrapport (kader afbakening - maatregelen fietsparkeren) blijkt, maakt deze maatregel géén onderdeel uit van het huidige fietsdiefstalbestrijdingsbeleid. Uit ons onderzoek blijkt dat het aantal diefstallen niet is verminderd in Amsterdam. Het aantal diefstallen is gestegen, tegen de landelijke, dalende trend in. Dat heeft het investeren in parkeervoorzieningen dus niet kunnen voorkomen.

Wellicht is de redenering van het college: Zonder die parkeervoorzieningen was het nog erger geweest. Juist om die redenering te kunnen toetsen, is het belangrijk om de maatregel expliciet op te nemen in het beleid. Dan komt het ook op natuurlijke wijze aan

27

REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM de orde bij een evaluatie waarbij men bijvoorbeeld kan nagaan of er op locaties met ‘veilige’ voorzieningen minder fietsen worden gestolen dan op locaties waar deze voorzieningen niet of ‘minder veilig’ zijn. 2. Onduidelijk of extra inzet leidt tot meer en betere controles van fietshandelaren Het college geeft aan dat de twee extra registercontroleurs ingezet zullen worden bij de controle bij fietshandelaren. Dit is niet in lijn met de informatie die de ambtelijke organisatie ons tijdens het onderzoek heeft verschaft. Wij adviseren de raad daarom het college te vragen duidelijkheid te verschaffen. Worden de extra registercontroleurs toch ingezet om fietshandelaren te controleren, zodat in voldoende mate voldaan kan worden aan de voorgeschreven procedures en richtlijnen, waarmee de controles mogelijk effectiever worden (zie aanbeveling 4)? 3. Raadsmotie wordt mogelijk na vier jaar afgehandeld De reactie van het college vinden wij niet geheel passend bij onze bevinding. Het college gaat niet in op ons punt dat de raad nauwelijks geïnformeerd wordt over de uitvoering van fietsdiefstalbestrijding. In plaats daarvan legt het college de focus op de niet-afgedane raadsmotie uit 2016. Maar ook voor wat betreft de raadsmotie vinden we de opmerking van het college niet helemaal passend.

In het onderzoek constateerden wij dat het college in februari 2017 aan de raad heeft toegezegd om de raad met het nieuwe Meerjarenplan Fiets te informeren over de motie. In het MJP Fiets 2017-2020 (november 2017) is, als gevolg van de toezegging, opgenomen dat het college onderzoek zal doen naar de mogelijke bijdrage van chips aan fietsdiefstalpreventie. Tijdens het onderzoek merkten wij echter dat de uitvoering van deze motie naar de achtergrond is geraakt en dat de motie nauwelijks leefde bij de ambtelijke organisatie. Gedurende het onderzoek heeft de ambtelijke organisatie ons laten weten dat voor 2020 een integraal onderzoeksplan naar de voordelen van het chippen van fietsen op de planning staat. En dat hierin ook het gebruik van chips als alternatief voor fietsgraveren meegenomen wordt. Daarnaast lijkt het college de suggestie te wekken dat, met een toezegging op informatie in de toekomst, een motie volledig inhoudelijk is afgehandeld. Het is natuurlijk aan de raad om vast te stellen of hij vindt dat een motie is afgehandeld of niet. Maar wij vinden de opmerking in het MJP Fiets 2017-2020 wel een magere invulling van het begrip ‘afhandeling’. 4. Het college wekt de suggestie dat de ambtelijke actieve informatieplicht al op orde is Het college zegt onze oproep tot een ‘ambtelijke actieve informatieplicht’ te begrijpen en meent dat al aan die aanbeveling wordt voldaan.

Voor die uitspraak baseert het college zich op het bevoegdhedenbesluit en de plicht van directeuren om de ambtelijke actieve informatieplicht binnen hun organisatie actief uit te dragen. Natuurlijk, die wegen zijn er. Maar door de nadruk daarop te leggen, gaat het college voorbij aan de dagelijkse praktijk.

28

FIETSDIEFSTALBESTRIJDING - BESTUURLIJK RAPPORT Dit onderzoek laat tal van voorbeelden zien dat belangrijke problemen en afwegingen niet worden gedeeld met het college en/of de wethouder. Onze aanbeveling is erop gericht houding, gedrag en cultuur op dit punt te veranderen. De reactie van het college stelt ons niet gerust dat die boodschap is overgekomen. 5. Interne juridische discussie eind 2019 nog niet beslecht In de bestuurlijke reactie wordt ten onrechte de suggestie gewekt dat het juridisch geschil – of het fietsdepot wel of niet de wettelijke plicht heeft om alle fietsen te registreren in het Digitale Opkopers Register (DOR) – in december 2019 intern is beslecht. Dat is geenszins het geval. De discussie, die al sinds 2016 loopt, is in een stroomversnelling gekomen nadat ons onderzoek is gestart (november 2019), maar was in februari 2020 nog niet beslecht. Zo heeft de directie Parkeren ons op 21 februari 2020 (dus na december 2019) laten weten niet alle fietsen in het DOR te registeren. Eerst moet volgens de directie Parkeren duidelijk worden dat deze wettelijke verplichting ook daadwerkelijk bestaat voor het Fietsdepot. Tot die tijd zou het nut van het opschalen van de controle (naar fietsen die van slechtere kwaliteit zijn), aldus de directie, moeten worden afgewogen tegen de extra kosten.

Een 100% controle zou namelijk leiden tot een verwachte jaarlijkse kostentoename van tussen € 200.000 tot € 250.000. In deze bestuurlijke reactie is het college verder niet ingegaan op de (juridische) onderbouwing van het ambtelijk besluit tot een 100% controle. Ook blijft onduidelijk of het college hiertoe zelf heeft besloten en wanneer dit besluit dan is genomen.

29

REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM

Onderzoeksverantwoording Dit is het bestuurlijk rapport van het onderzoek van de rekenkamer naar de Fietsdiefstalbestrijding. Het volledige rapport bestaat naast dit bestuurlijk rapport, ook uit het onderzoeksrapport. Beide rapporten kunnen vanaf 26 maart 2020 worden ingezien op de projectpagina.

11 Onderzoeksteam Rekenkamer Amsterdam Directeur

dr. Jan de Ridder

Onderzoekers

Mr. drs. Arjan Kok RA (projectleider) Drs. Caroline van Zon (onderzoeker) Tello Heldring, BSc (junior onderzoeker)

12 Afbakening en aanpak In dit onderzoek zijn we nagegaan in hoeverre de gemeentelijke aanpak van fietsdiefstalbestrijding doeltreffend en doelmatig is. Daartoe zijn de volgende hoofdvraag en deelvragen beantwoord: In hoeverre zijn de gemeentelijke maatregelen ter bestrijding van fietsdiefstal doelmatig en doeltreffend? 1 Welke afwegingen heeft het college gemaakt bij de inzet op de bestrijding van fietsdiefstal? 2 In hoeverre heeft het college inzicht in de doelrealisatie van de maatregelen? 3 In hoeverre heeft het college inzicht in de kosten van de maatregelen? 4 In hoeverre wordt de gemeenteraad door het college geïnformeerd over de drie bovengenoemde aspecten? Wij hebben het beleid en de daarbij door het college gemaakte afwegingen gereconstrueerd. Net als de wijze van monitoring en evaluatie en welke inzichten daarmee worden geboden in de doelrealisatie en kosten. Ook is nagegaan in hoeverre het college de raad informeert over fietsdiefstalbestrijding. Voor de drie hoofdmaatregelen - Fietsdepot, graveerteam en registercontroleur - hebben we de doeltreffendheid en doelmatigheid diepgaander onderzocht. Per maatregel zijn het beoogde nut, de werkwijze, opbrengsten,

30

FIETSDIEFSTALBESTRIJDING - BESTUURLIJK RAPPORT kosten en ontwikkelingen in kaart gebracht en op basis daarvan opvallende zaken aangestipt. We hebben gebruikgemaakt van verschillende onderzoeksmethoden. We hebben documenten bestudeerd en een beperkte data-analyse uitgevoerd aan de hand van registraties van het Fietsdepot, de registercontroleur en het CBS. Daarnaast hebben we aanvullende gesprekken gevoerd met en schriftelijke vragen gesteld aan betrokken ambtenaren van de directies OOV, Parkeren, THOR en V&OR, het programmateam Fiets, de voormalige Dienst IVV en medewerkers en cliënten van Philadelphia. Bovendien zijn observaties uitgevoerd. We hebben hierbij een demonstratie gehad van de registratie van binnengekomen fietsen bij het Fietsdepot, zijn langsgegaan bij een graveeractie en hebben meegelopen met de registercontroleur. In december 2019 hebben wij de voorlopige bevindingen van het onderzoek besproken met vertegenwoordigers van de directies Parkeren, THOR en V&OR. Tijdens de fase van feitelijk wederhoor heeft de Politie Eenheid Amsterdam ons voorzien van informatie over wettelijke verplichtingen en hun overleggen daarover met de gemeente Amsterdam.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12560215/1