Rekenkamer Amsterdam - Monitor informatie Amsterdamse financiën observaties bij Jaarverslag 2022 en Voorjaarsnota 2023
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam T.a.v. de gemeenteraad Postbus 202 1000 AE Amsterdam
datum ons kenmerk behandeld door onderwerp bijlagen
12 juni 2023 RA_23_063 J. Kooij Monitor informatie Amsterdamse financiën - observaties bij Jaarverslag 2022 en Voorjaarsnota 2023 -
Geachte leden van de gemeenteraad, Deze brief stuur ik u in het kader van onze lopende monitor informatie Amsterdamse financiën. In deze monitor volgen wij de financiële ontwikkelingen in Amsterdam aan de hand van financiële stukken zoals de begroting en de jaarstukken. Ook volgen wij in het kader van deze monitor de lopende bestuursopdracht Inzicht in beleid, geld en keuzes. In deze brief delen wij met u onze observaties bij het Jaarverslag 2022 en de Voorjaarsnota 2023. Wij hebben voor deze brief het Jaarverslag 2022 en de Voorjaarsnota 2023 niet uitputtend geanalyseerd, maar we hebben ons gericht op zaken die ons zijn opgevallen.a In deze brief vragen wij uw aandacht voor acht onderwerpen. Het gaat om onderwerpen die moeilijk te volgen zijn in het Jaarverslag 2022 en de Voorjaarsnota 2023 en, in het bijzonder, het beperkte inzicht dat deze documenten soms bieden in de onderliggende ontwikkelingen en vraagstukken bij deze onderwerpen.
De observaties en aanbevelingen van de Rekeningencommissie in haar verslag over leesbaarheid en navolgbaarheid van het Jaarverslag 2022 zijn dan ook voor ons zeer herkenbaar.b Eenvoudig en helder zicht op ontwikkelingen ontstaat door duidelijke verwijzingen en overzichten die aansluiten op eerdere documenten (zoals de Begroting 2022 in het geval van het Jaarverslag 2022 of de Begroting 2023 in het geval van de Voorjaarsnota 2023) en toelichtingen daarop. Goed zicht is niet alleen van belang voor controle achteraf. Goed zicht op ontwikkelingen en vraagstukken maakt het ook mogelijk om knelpunten en vraagstukken voor de komende jaren te signaleren. Verder draagt goed zicht op ontwikkelingen bij aan een lerende organisatie.
a De accountant (Auditdienst ACAM) controleert de Jaarrekening 2022 van de gemeente Amsterdam en
brengt ook een verslag van deze controle uit. Onze waarnemingen bij het Jaarverslag 2022 zijn aanvullend op die van de accountant. Ons perspectief is reflectie op de informatie in de jaarrekening en de ontwikkelingen en vraagstukken die daarin zichtbaar zijn. b Verslag van de Rekeningencommissie over het Jaarverslag 2022 van de gemeente Amsterdam, p. 3.
telefoon 020 30 36 300 • e-mail info@rekenkamer-amsterdam.nl • twitter RekenkamerMA
De onderwerpen waar we in het vervolg van deze brief op ingaan, zijn de volgende: 1 2 3 4 5 6 7 8
Rekeningresultaat en effect op de stad; Ambities en realisatiekracht; Structurele exploitatieruimte; Investeringsruimte; Externe inhuur; Inkooprechtmatigheid; Financiële effecten corona; Kader voor schuldontwikkeling.
Deze acht onderwerpen lichten we hieronder toe. Indien nodig, formuleren we bij deze onderwerpen ook aandachtspunten en vraagpunten voor u. Een aandachtspunt is een onderwerp waarvan wij het belang willen benadrukken bij de gemeenteraad en waarbij het ons raadzaam lijkt dat u hierop let bij (verdere) informatievoorziening van het college. Een vraagpunt is een onderwerp waarover wij u adviseren om het college om extra informatie te vragen. Rekeningresultaat en effect op de stad De gemeente Amsterdam sluit het jaar 2022 af met een positief rekeningresultaat van ruim € 196 miljoen ten opzichte van de oorspronkelijke Begroting 2022. In de oorspronkelijke Begroting 2022 werd een neutraal rekeningresultaat verwacht (€ 0). Dat betekent dat, ten opzichte van het eerder toegekende budget en de reeds door de gemeenteraad geaccordeerde onttrekkingen van en toevoegingen aan de gemeentelijke reserves, Amsterdam € 196 miljoen heeft overgehouden. Dat is op zich positief voor de gemeentelijke financiën. Het is echter de vraag wat het effect hiervan is geweest op de stad en de Amsterdammers. Het is immers goed mogelijk dat door de onderbestedingen op de budgetten bepaalde gemeentelijke doelen niet zijn gerealiseerd of dat het niveau van gemeentelijke voorzieningen is gedaald. Of dit zo is, is moeilijk te achterhalen uit het Jaarverslag 2022.
Het ontbreekt aan een overzichtelijke en inhoudelijke bespreking op hoofdlijnen van de belangrijkste effecten van de onderbesteding. In de financiële hoofdlijnen wordt dit slechts op onderdelen duidelijk en de beschreven effecten zijn summier. De benodigde informatie moet verzameld worden op het niveau van programma's en zelfs deelprogramma's. Daarnaast komt dit door de systematiek waarbij de toelichtingen op programmaniveau zijn toegespitst op afwijkingen ten opzichte van de laatste actualisatie van de begroting bij de Najaarsnota 2022. Deze toelichtingen vertellen daarmee niet het verhaal voor het hele jaar, maar slechts voor een deel daarvan. Voor een compleet zicht op het achterliggende verhaal van een onderbesteding en de effecten daarvan is het daardoor noodzakelijk drie documenten te raadplegen: de Viermaandsrapportage 2022, de Najaarsnota 2022 en het Jaarverslag 2022. Vraagpunt: wij raden de gemeenteraad aan om het college te vragen of het positieve rekeningresultaat effect heeft gehad op de realisatie van het afgelopen jaar nagestreefde doelen of het niveau van gemeentelijke voorzieningen. En zo ja, wat de belangrijkste effecten zijn. Ambities en realisatiekracht Het is niet alleen belangrijk dat duidelijk is wat de effecten zijn van de onderbesteding over 2022 (zoals hiervoor besproken), maar ook wat dit mogelijk betekent voor de toekomst. Dat
2
hangt af van wat de oorzaken zijn van de onderbesteding in 2022. Grofweg benoemt het college in het Jaarverslag 2022 drie oorzaken voor vertraging in de uitvoering van begrote activiteiten, namelijk:
• Capaciteitstekort in de gemeentelijke organisatie. Dit is bijvoorbeeld opgetreden bij de handhavingscapaciteiten waar de krapte op de arbeidsmarkt de beoogde uitbreiding blijft belemmerenc en bij verschillende projecten in de openbare ruimte waarvan gezegd wordt dat veel projecten zijn uitgesteld vanwege gebrek aan capaciteit.d • Vertraging in de uitvoering door ontoereikende capaciteit bij opdrachtnemers. Hier wordt onder meer verwezen naar beperkte capaciteit bij de OKT's, wat heeft geresulteerd in minder inzet op transitie in de jeugdzorg.e • Complexe besluitvormingsprocessen. Deze hebben forse impact op vertraging bij projecten, onder andere door scopewijzigingen en invloed van externen, bijvoorbeeld bezwaren van bewoners.f Naar de aard lijkt het goed voorstelbaar dat deze oorzaken zich ook in de toekomst kunnen voordoen en dan (opnieuw) leiden tot onderbestedingen, en zo effect hebben op de realisatie van doelen van de gemeente of op het geboden voorzieningenniveau. Dat roept de vraag op wat het college in 2022 heeft gedaan om deze oorzaken weg te nemen en wat daarvan is geleerd. En in hoeverre het college voor 2023 en daarna al rekening heeft gehouden met effecten van verwachte onderbesteding. Dit blijkt niet duidelijk uit het Jaarverslag 2022 of de Voorjaarsnota 2023.
Vraagpunt: wij raden u aan om het college te vragen om een inhoudelijke analyse van de oorzaken van de grootste onderbestedingen, met het oog op de mogelijke impact daarvan op nagestreefde doelen en het voorzieningenniveau voor 2023 en verdere jaren. Structurele exploitatieruimte Het is de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad om erop toe te zien dat de begroting van de gemeente reëel en structureel in evenwicht is.g Dit betekent dat de structurele baten groter zijn dan de structurele lasten van de begroting. Of er sprake is van een dergelijk structureel en reëel evenwicht, komt tot uitdrukking in het (verplichte) kengetal van de zogenoemde structurele exploitatieruimte. In het Jaarverslag 2022 wordt gerapporteerd over de gerealiseerde structurele exploitatieruimte. Deze kwam uit op 4,0% (positief).h Dit betekent dat de gemeente Amsterdam in 2022 een structureel overschot had van grofweg € 250 miljoen.i Dit resultaat wordt weliswaar besproken in vergelijking met eerdere jaren, maar niet in vergelijking met de oorspronkelijke raming in de begroting die juist negatief was: -3,4%j (of c Gemeente Amsterdam, Jaarverslag 2022, p. 35. d Gemeente Amsterdam, Jaarverslag 2022, p. 54. e Gemeente Amsterdam, Jaarverslag 2022, p. 142. f Gemeente Amsterdam, Jaarverslag 2022, p. 52. g Gemeentewet, art. 189, 2e lid: "De raad ziet erop toe dat de begroting structureel en reëel in even-
wicht is. Hiervan kan hij afwijken indien aannemelijk is dat het structureel en reëel evenwicht in de begroting in de eerstvolgende jaren tot stand zal worden gebracht." h Gemeente Amsterdam, Jaarverslag 2022, p. 24. i Berekening Rekenkamer Amsterdam op basis van gerealiseerde totale baten (exclusief mutaties reserves) van € 6.256,7 miljoen in de Jaarverslag 2022. j Gemeente Amsterdam, Begroting 2022, p. 301.
3
ongeveer: € 180 miljoen tekortk). Het is niet alleen vanwege de omvang dat het belangrijk is dat duidelijk wordt wat de belangrijkste oorzaken zijn van dit grote verschil tussen de geraamde en de gerealiseerde structurele exploitatieruimte. Maar inzicht in deze oorzaken is ook van belang met het oog op de toekomst. Het kan namelijk helpen om de voorspellende waarde van ramingen te verhogen. Dat is niet onbelangrijk, juist omdat de gemeente Amsterdam verwacht af te koersen op een structureel tekort in de komende jarenl en we tegelijkertijd in eerder onderzoek al hebben geconstateerd dat ramingen van de structurele exploitatieruimte regelmatig te somber waren.m Vraagpunt: wij raden u aan om het college te vragen om een toelichting op de oorzaken van het verschil tussen de gerealiseerde structurele exploitatieruimte van 4,0% (positief) ten opzichte van de geraamde structurele exploitatieruimte van -3,4% (negatief). Investeringsruimte In de Voorjaarsnota 2023 wordt het totaalbeeld van de voorgenomen investeringsruimte 2023-2027 weergegeven. Het gaat om een totaal van bijna € 3 miljard aan investeringen in deze periode. Dit is de opmaat naar besluitvorming over de meerjarige investeringsportfolio's bij de Begroting 2024.n Bij het totaalbeeld uit de Voorjaarsnota 2023 worden uiteenlopende wijzigingen ten opzichte van de Begroting 2023 besproken.
Desondanks is het niet goed mogelijk om cijfermatig te volgen waar de grootste verschuivingen zich voordoen. Deels komt dit doordat er, naast het in de Voorjaarsnota 2023 geschetste totaalbeeld, ook sprake is van zogenoemde 'specifieke opgaven' waarvoor het college aanvullende middelen beschikbaar wil stellen. Het gaat dan om ongeveer € 600 miljoen aan aanvullende investeringen die niet in het totaalbeeld zijn betrokken en uitsluitend tekstueel worden benoemd.o Maar de gebrekkige navolgbaarheid van wijzigingen en verschuivingen ontstaat ook doordat het overzicht op een andere manier is opgebouwd dan in de Begroting 2023. Daarbij valt vooral op dat de omvang van de overprogrammering op investeringen in de Voorjaarsnota 2023 niet meer zichtbaar is (waar dit nog wel het geval was in de Begroting 2023).p Aandachtspunt: wij raden u aan om op te letten dat het bij de aangekondigde besluitvorming over de investeringsportfolio's bij de Begroting 2024 voldoende helder is hoe deze zich
k Berekening Rekenkamer Amsterdam op basis van geraamde totale baten (exclusief mutaties reser-
ves) van € 5.401,1 miljoen in de Begroting 2022. l In de Begroting 2023 (p.15) wordt gerekend met een verwachte structurele exploitatieruimte dat uitmondt in -1,6% (negatief) in 2026. Ooverigens wordt in hetzelfde overzicht voor 2022 een structurele exploitatieruimte geraamd van iets meer dan 1% (positief). m In onze brief bij de actualisatie van het onderzoek naar de financiële positie van Amsterdam (10 november 2020, p. 3) is te zien dat er in vier van de vijf onderzochte jaren (van 2015 tot en met 2019) in de gerealiseerde structurele exploitatieruimte sprake was van een (aanzienlijk) hogere realisatie dan begroot. n Gemeente Amsterdam, Voorjaarsnota 2023, p. 21. o Gemeente Amsterdam, Voorjaarsnota 2023, p. 22. p De Rekeningencommissie wijst in haar verslag (p. 12) ook op de lastige navolgbaarheid van het begroten en verantwoorden over overprogrammering: "De commissie vindt de systematiek van overprogrammering, werken met investeringsportfolio’s, meerjarig begroten en de verantwoording daarover in het jaarverslag complex, lastig navolgbaar en voor een gemiddeld raadslid (en andere gebruikers van de P&C-producten) mogelijk niet voldoende helder om de juiste beslissingen te kunnen nemen."
4
verhouden tot de Begroting 2023 en dat deze ook zicht bieden op overprogrammering waar rekening mee wordt gehouden. Externe inhuur Van oudsher krijgt externe inhuur als onderwerp veel aandacht. Gemeenten hebben immers te maken met toenemende taken, terwijl er ook een streven is naar een compacte en wendbare organisatie. Ook wordt al langere tijd geworsteld met een mismatch tussen vraag en aanbod van personeel (zie ook ons eerdere onderzoek Inhuur met beleid uit 2017). Het jaarverslag vermeldt dat de kosten van externe inhuurq in 2022 € 260 miljoen bedragen. Verder heeft externe inhuur voornamelijk plaatsgevonden door piekbelasting, moeilijk vervulbare vacatures, vervanging bij ziekte of zorgtaken, tijdelijke corona-gerelateerde inzet aan het begin van het jaar en apenpokken (bij de GGD). Ook wordt verwezen naar de krapte op de arbeidsmarkt die het noodzakelijk maakte om in te huren voor het vervullen van specifieke expertise, bijvoorbeeld rondom het herstel van kademuren en bruggen en de woningbouwopgave.r Wij observeren dat de realisatie van externe inhuur niet wordt afgezet tegen de inhuurbegroting voor 2022.
Dit is opvallend, want de budgetoverschrijding is meer dan het dubbele van de oorspronkelijke begroting van € 113 miljoen, wat neerkomt op een verschil van € 147 miljoen met de realisatie.s Een dergelijke vergelijking is belangrijk voor effectieve sturing op externe inhuur. Het helpt immers om te analyseren en te begrijpen waarom de realisatie zozeer afwijkt van de begroting. In eerder onderzoek naar externe inhuur plaatsten wij al een kanttekening bij de kwaliteit en het realiteitsgehalte van de begroting op dit terrein.t Vraagpunt: wij raden aan om het college te vragen om een toelichting op het verschil tussen de begrote externe inhuur (€ 113 miljoen) en de gerealiseerde externe inhuur (€ 260 miljoen) in 2022. Inkooprechtmatigheid In het Jaarverslag 2022 wordt inzicht gegeven in de gerealiseerde onrechtmatigheid bij inkoopuitgaven. Voor de gemeente is sprake van onrechtmatigheid als een inkoopuitgave niet is uitgevoerd in overeenstemming met (interne) wet- en regelgeving. Inkooprechtmatigheid is belangrijke informatie voor de raad; het college is immers verantwoordelijk voor het rechtmatig handelen van de gemeente, en dit geldt ook voor het inkoopstelsel. In het Jaarverslag 2022 wordt aangegeven dat onrechtmatige inkoopuitgaven zijn afgenomen tot een bedrag van € 44,5 miljoen, ten opzichte van de realisatie over 2021 (€ 50,6 miljoen).
Deze daling wordt verklaard met de inzet van diverse maatregelen om de rechtmatigheid van de inkoopuitgaven terug te dringen.u De Auditdienst ACAM signaleert echter dat de beheersing nog niet op orde is en beschouwt de gevonden rechtmatigheidsfout (net als voorgaande jaren) als een minimumfout.v Ook de Rekeningencommissie merkt op dat ze nog niet de gewenste resultaten ziet van de verbetering van het inkoopproces.w In aanvulling hierop observeren wij dat de inkoopuitgaven weliswaar worden vergeleken met de realisatie over 2021, maar dat de q In het Jaarverslag 2022, en op sommige plekken in de Begroting 2022, wordt de term 'externe inzet'
gehanteerd voor het bespreken van externe inhuur. r Gemeente Amsterdam, Jaarverslag 2022, p. 263. s Gemeente Amsterdam, Begroting 2022, p. 383. t Rekenkamer Amsterdam, Inhuur met beleid, Bestuurlijk rapport, 2017, p. 22. u Gemeente Amsterdam, Jaarverslag 2022, p. 267. v Auditdienst ACAM, Accountantsverslag 2022, 9 mei, p. 7. w Verslag van de Rekeningencommissie over het Jaarverslag 2022 van de gemeente Amsterdam, p. 10.
5
informatie over het verschil ten opzichte van de begroting ontbreekt. Dit terwijl er wel prognoses voor dit onderwerp worden gepresenteerd in de Begroting 2022. Hierin wordt vermeld dat Amsterdam streeft naar “het terugbrengen van de onrechtmatigheid naar € 20 – 35 miljoen eind 2022”.x De afname in het jaarverslag blijft ten minste € 8,5 miljoen en mogelijk tot € 23,5 miljoen achter ten opzichte van de in de begroting verwachte bandbreedte. Er zijn natuurlijk altijd kanttekeningen te maken bij begrotingsramingen en het realisme daarvan. Eerder (in 2021) gaf de toenmalige wethouder in een raadsbrief over inkooprechtmatigheid aan dat het moeilijk is om accurate prognoses te maken.y Maar een vergelijking tussen de streefwaarde en de gerealiseerde waarde en een heldere toelichting daarop is belangrijk om effectief te kunnen sturen op inkooprechtmatigheid. Het helpt immers om te begrijpen waarom de realisatie zozeer afwijkt van de nagestreefde vermindering van de onrechtmatigheid bij inkoopuitgaven. Vraagpunt: wij raden u aan om het college te vragen om een toelichting op het verschil tussen de nagestreefde onrechtmatigheid bij bij inkoopuitgaven (€ 20-35 miljoen) en de geraliseerde onrechtmatigheid (€ 44,5 miljoen). Financiële effecten corona De crisissituatie als gevolg van het coronavirus is voorbij.
In het Jaarverslag 2022 van de gemeente Amsterdam wordt opgemerkt dat 2022 het jaar was van het einde van de coronapandemie,z waardoor de coronagerelateerde uitgaven in dit jaar voor de gemeente Amsterdam vermoedelijk een stuk lager liggen dan in eerdere jaren. De nadruk ligt hier op ‘vermoedelijk’. Inzicht in de effecten van de coronacrisis op de gemeentefinanciën is namelijk zeer fragmentarisch in de P&C-documenten. Zo wordt in de Voorjaarsnota 2023 corona enkel benoemd in de context van later ontvangen compensatie vanuit het Rijk. Voor het Jaarverslag 2022 geldt dat over de verschillende programma’s corona wordt benoemd als reden voor inkomstenderving, hogere uitvoeringskosten, of juist lagere kosten vanwege uitgestelde activiteiten. Maar het totaalbeeld voor de financiële gevolgen van de coronacrisis ontbreekt. Alleen al vanwege de omvang van de crisis en de daarmee gemoeide geldstromen is inzicht in de omvang van corona op de financiën en verantwoording daarover noodzakelijk voor het budgetrecht van de gemeenteraad.aa Eveneens is het belangrijk om te kunnen volgen in hoeverre de corona-effecten nog doorwerken in de ramingen, of dat budgetten inmiddels zijn ‘genormaliseerd’.bb Vraagpunt: wij raden u aan om het college te vragen om een totaalbeeld van de gerealiseerde effecten van de coronacrisis op de gemeentelijke financiën, alsmede een doorkijk naar de toekomst.
x Gemeente Amsterdam, Begroting 2022, p. 385.
y Raadsinformatiebrief Stand van zaken Bestuursopdracht inkoop, 18 mei 2021, pp. 3-4. z Gemeente Amsterdam, Jaarverslag 2022, p. 12. aa In onze brief bij de actualisatie van het onderzoek naar de financiële positie van Amsterdam (10 no-
vember 2020, p. 2) uit het eerste jaar van de coronacrisis, hebben we ook gewezen op de noodzaak van een helder overzicht van het totaal geraamde effect van de coronacrisis op zowel de inkomsten als de lasten. bb Dat het anders kan, laat de gemeente Zaanstad zien. In het Jaarverslag 2022 van deze gemeente is een aparte paragraaf over corona bijgevoegd die inzicht biedt in de werkelijke financiële impact van corona in 2022 en een doorkijk biedt naar 2023.
6
Kaders voor schuldontwikkeling In de Voorjaarsnota 2023 legt het college u een besluit voor waarmee u kaders stelt aan de schuldontwikkeling van de gemeente Amsterdam. Dit besluit vloeit voort uit de bestuursopdracht Inzicht in beleid, geld en keuzes. Het college stelt voor om onderscheid te maken tussen erfpachtschuld en de overige ('standaard')schuld. Voor de erfpachtschuld wordt voorgesteld om geen harde grens te hanteren, maar in plaats daarvan vanaf 2023 de canonopbrengsten van erfpacht te sparen om zo de hoogte van de erfpachtschuld in de hand te houden. Voor de standaardschuld wil het college sturen op een maximale netto schuldquote tussen de 90% en 130% met, op de lange termijn, stabilisering rond de 110%.cc In eerdere brieven zijn wij uitgebreid ingegaan op dit kader voor schuldontwikkeling (zie onder meer onze brief van 18 april 2023). Nu het besluit over deze kaders daadwerkelijk aan u wordt voorgelegd, valt ons op dat niet expliciet wordt gemaakt wat het verwachte effect van deze kaders is. Zo wordt niet beschreven wat de maximaal mogelijke investeringsruimte is die ontstaat bij het hanteren van deze kaders. Daardoor is het bijvoorbeeld niet duidelijk hoe de voorgenomen investeringsruimte in de periode 2023-2027 in de Voorjaarsnota 2023 zich verhoudt tot dit nieuwe kader.
Ook het mogelijke effect van het voorgestelde kader voor schuldontwikkeling op de begrotingsruimte is niet beschreven. Terwijl dat uiteindelijk bepaalt wat de omvang aan investeringen en schulden is die daadwerkelijk door de gemeentelijke begroting gedragen kunnen worden. Vraagpunt: wij raden u aan om het college te vragen om een verduidelijking van de maximaal mogelijke investeringsruimte en het mogelijke effect op de begrotingsruimte als voor de standaardschuld wordt gestuurd op stabilisering van de netto schuldquote rond de 110%. Verder hebben wij in onze vorige brief (18 april 2023) opgemerkt dat de keuze om apart te sturen op de erfpachtschuld en de standaardschuld een knelpunt kan opleveren bij het bouwen van nieuwe complete wijken in de stad. Immers, het investeren in de daadwerkelijke bouw van woningen in nieuwe wijken is niet begrensd, maar het investeren in de bijbehorende, mogelijk onrendabele, voorzieningen is juist wél begrensd. Voor het beheersen van dit knelpunt was, zo signaleerden wij destijds, nog geen concreet idee. Uit de Voorjaarsnota 2023 maken wij op dat het college dit knelpunt onderkent en werkt aan een systematiek om dit knelpunt te beheersen.dd Echter, uit de Voorjaarsnota 2023 wordt niet duidelijk wanneer het college verwacht dit gereed te hebben.
Vraagpunt: wij raden u aan om het college te vragen om een verduidelijking van het moment waarop het college verwacht te beschikken over een systematiek om de sturing op erfpachtschuld en standaarschuld op elkaar af te stemmen bij het bouwen van nieuwe, complete wijken. Afsluiting Met deze brief hoop ik u voldoende te hebben geïnformeerd over onze vraag- en aandachtspunten naar aanleiding van het Jaarverslag 2022 en de Voorjaarsnota 2023. Indien u nog vragen heeft, neem dan gerust contact op met mij. Deze brief en al onze eerdere brieven in het cc Gemeente Amsterdam, Raadsvoordracht Vaststellen van de Voorjaarsnota 2023 en de daarin
voorgestelde begrotingswijzigingen van de Begroting 2023, voor de raadsvergadering van 20 juli 2023, beslispunt 5 en de toelichting daarop. dd Gemeente Amsterdam, Voorjaarsnota 2023, p. 15.
7
kader van de monitor informatie Amsterdamse financiën (waaronder ook onze brieven gerelateerd aan de bestuursopdracht Inzicht in beleid, geld en keuzes) kunt u hier op onze website terugvinden.
Met vriendelijke groet,
drs. A.L. Daalder directeur Rekenkamer Amsterdam
8