Reactie op raadsinformatiebrief vervolgproces mer en afweging agendapunt 4
Tekst van het document
Amsterdam, 9 februari 2022
Betreft: vergadering FED 10 februari, agendapunt 4
Geachte commissieleden, raadsleden,
⚫ Bij deze willen wij u voor uw vergadering van 10 februari een UPDATE geven van de stand van • • • •
zaken in het windmolen-dossier vanuit het perspectief van participerende burgers. Bent u wel volledig geinformeerd? Er ontbreken een aantal stukken op de agenda: De opzeggingsbrief van de 41 uitstappers uit klankbordgroepen (meesturen als bijlage is technisch niet toegestaan, kan bij ondergetekenden worden opgevraagd). De bezinningsbrief van Public Mediation (bureau dat de klankbordgroepen heeft begeleid) (meesturen als bijlage is technisch niet toegestaan, kan bij ondergetekenden worden opgevraagd) Daarnaast wordt in de raadsbrieven van de wethouder essentiele informatie uit het Leids onderzoek naar de participatie in het windmolenproces niet vermeld. De beschrijving en uitleg van problemen en mogelijke oplossingen voor de reflectiefase zijn niet onder uw aandacht gebracht (zie Rapport par. 6.4 Hoe verder?) Wij komen hierop terug bij het punt Vervolg van het participatietraject (4e bullet).
⚫ Wij willen vervolgens de processtappen (genoemd in de Raadsinformatiebrief en de Voordracht van de wethouder, agendastukken 10 febr.) met u doornemen en kort toelichten hoe wij onze rol daarin zien voor een nieuw participatietraject. De volgende processtappen worden in de raadsinformatiebrief genoemd: 1. Signalen uit de stad 2. Adviezen van de expertgroepen 3. Plan-MER , bijv. omgevingsprogramma windenergie a. NRD, b. Ontwerp ter visie, c. Besluitvorming door de Raad. 4. Vervolgtraject met toekomstige initiatiefnemers in specifieke zoekgebieden, met o.a. a. Participatieplan, b. Project-MER, c. Vergunningaanvraag.
⚫ De reflectiefase eindigt niet na de adviezen van de expertgroepen (punt 2) zoals de wethouder aangeeft, maar loopt wat ons betreft door tot en met punt 3, zodat de plan-MER en het ruimtelijke besluit (najaar 2022) daarbij zijn inbegrepen en waardevolle inbreng van betrokken burgers en lokaal deskundigen een rol blijven spelen. Wat deze rol kan zijn is hieronder verwerkt in de processtappen.
1. ‘Signalen uit de stad’ • Het verzoek aan de raad is dit dokument niet vast te stellen. Zorgen en bezwaren worden in planMER meegenomen, niet in fase initiatiefnemer. Voorts: Dit dokument is geen afwegingskader Dit dokument is niet het produkt van de klankbordgroepen. De resultaten van de online raadpleging en het onderzoek naar de leefomgeving hadden niet in dit dokument verwerkt mogen worden. Deze onderzoeken zijn niet-valide en niet representatief. 2. Adviezen van de expertgroepen (maart 2022) • Deze adviezen niet zonder meer aannemen. Eerst de nieuwe landelijke normen voor veiligheid en geluidseffecten op de gezondheid afwachten • De voorziene expertgroep ruimtelijke kwaliteit/leefbaarheid wordt gekoppeld aan de lokale klankbordgroepen. Op deze wijze kan tevens het lokaal draagvlak worden getoetst. Dit zijn ook voorwaarden voor lokale klankbordgroepen om weer aan tafel te gaan.
• • •
•
Schriftelijke reacties van de klankbordgroepen worden aan de adviezen toegevoegd en leggen gewicht in de schaal. Dit staat los van de mogelijkheid zienswijzen in te dienen. 3. Plan-MER, • Wordt uitgevoerd voor de hele Metropool Amsterdam en niet alleen voor de huidige Amsterdamse zoekgebieden. • De Noorder IJplas en het Cornelis Douwesterrein vallen ook onder de plan-MER. • Een prioritering van zoekgebieden heeft geen functie en kan geen doel zijn van een plan-MER (afgezien van de haven en andere geschikte gebieden in de metropool). • Het begrip ‘afwegingskader’ is verwarrend en niet behulpzaam. Wel dient onderdeel van een plan-MER en NRD te zijn: een set van algemeen geaccepteerde en door de raad vastgestelde criteria en (richt)waarden, die voor elk zoekgebied leiden tot een onafhankelijke beoordeling. • Prioritering van de zoekgebieden als doel van een Plan-MER is onmogelijk. In ieder huidig zoekgebied buiten de haven in Amsterdam doet zich wat betreft het plaatsen van windturbines het probleem voor dat er naast grote aantallen gehinderden (geluid, gezondheidsrisico’s) een unieke combinatie van bezwaren is op het gebied van o.a. natuur, landschap, recreatie en veiligheid De zoekgebieden zijn t.o.v. elkaar wat dit betreft niet te prioriteren.
• Alle klankbordgroepen adviseren mee over de opzet van de plan-MER, de criteria en (richt)waarden, de opdrachtformulering en bureaukeuze, vervolgens vaststelling door de raad. a. De NRD voor een plan-MER moet onafhankelijkheid uitstralen en dient in overleg met de klankbordgroepen te worden opgesteld en door de raad te worden vastgesteld. b. Ontwerp ter visie c. Besluitvorming door de raad 4. Vervolgtraject met toekomstige initiatiefnemers in specifieke zoekgebieden, met o.a. d. Participatieplan, e. Project-MER voor iedere turbine f. Vergunningaanvraag.
⚫ Vervolg van het participatietraject (processtappen 2 en 3). Het Leids onderzoek naar het participatietraject dat liep tot aan de reflectiefase laat zien dat Gemeente en participanten in verschillende ‘films’ zaten, waardoor er langs elkaar heen is gepraat (p. 38). We kunnen vaststellen dat dit patroon zich heeft herhaald in de reflectiefase. De deelnemers aan klankbordgroepen zijn de reflectiefase ingegaan met verwachtingen die gebaseerd waren op het oorspronkelijke doel zoals beschreven in raadsbrief van 20 april 2021 van de wethouder. Daarin staat: “Het afwegingskader zal ten minste uitspraken doen over de criteria ten aanzien van gezondheid, natuur en ruimtelijke voorkeuren. En er worden aanvullende (ruimtelijke) opgaven geïnventariseerd, breder dan alleen windenergie. Het afwegingskader wordt zoveel mogelijk met betrokkenheid van belanghebbenden opgesteld, zodat zij maximaal gehoord worden en invloed hebben op de criteria van het afwegingskader.” Vanuit deze logica is de inzet van participanten geweest om criteria naar voren te brengen om de (on)geschiktheid van de zoekgebieden nader te onderzoeken. Zij zijn hierin gefrustreerd omdat er vrijwel geen ruimte was in de klankbordgroepen om deze criteria naar voren te brengen of een discussie aan te gaan.
⚫
In het Leids rapport worden drie vervolgscenario’s voorgelegd, alle met voor- en nadelen voor alle partijen (p. 42-43). Een daarvan is: “2. Men kan ervoor kiezen een wezenlijk nieuwe scene te starten om beide films alsnog samen te laten komen. Dit is het idee achter de reflectiefase. Het vraagt depolarisatie zodat bestaande partijen, aangevuld met nieuwe experts en perspectieven, zich committeren en er ruimte ontstaat voor nieuwe, gezamenlijke beelden over bijvoorbeeld windenergie, lokale ruimtelijke kwaliteit en het borgen van de gezondheid. Een nieuwe scene vraagt ook de
bereidheid van de gemeente om, als de uitkomsten daartoe aanleiding geven, de ambities aan te passen.” Dit vervolgscenario heeft onze voorkeur, omdat het aansluit bij een plan MER uitgevoerd voor alle zoekgebieden, waarbij de criteria en opdracht hiervoor in samenspraak met participanten (klankbordgroepleden) worden opgesteld. Wat de ambitie van Amsterdam betreft, zou het onderwerp in het tweede deel van de reflectiefase ook moeten zijn hoe het geplande aanbod is te bereiken zonder plaatsing van windturbines in de zoekgebieden buiten de haven en geschikte lokaties in de metropool Amsterdam. Dit zou bijv. passen bij processtap 2 Expertgroepen, namelijk bij de Expertgroep Ruimtelijke Kwaliteit/Leefbaarheid gekoppeld aan de lokale klankbordgroepen. Meer in het algemeen kan het vervolg van de reflectiefase op peil komen als de aanbevelingen voor goede participatie uit het Leidse rapport worden overgenomen (zie bijlage onderaan deze brief).
Bovenstaande punten dienen wij in ter bespreking in de commissie/Raad in de vergadering van resp. 10 en 16 februari. Met vriendelijke groet, Ans Sullot Sonja Brilman Koko Barenbrug kokobarenbrug@yahoo.com
Bijlage 2: lessen uit het Leidse onderzoek wat betreft participatieprocessen (p. 43) • Zorg dat er iets te kiezen is in een participatieproces. Als er geen ruimte is voor werkelijke keuzes door deelnemers, noem het dan ook geen participatieproces. • Wees helder over de definitie van draagvlak. Draagvlak bij wie precies, hoe veel en hoe wordt dat beoordeeld? Beschouwt de gemeente de participatiebijeenkomsten als een toets voor draagvlak, dan horen daar consequenties bij wanneer er wel of geen draagvlak blijkt te zijn op die bijeenkomsten. • Benoem expliciet en genereus hoe het participatieproces heeft bijgedragen aan beleidswijzigingen of -concretisering. • Zorg vroegtijdig en actief dat de volle diversiteit aan perspectieven en belangen aanwezig is. • Zorg dat het voor alle stakeholders belangrijk is en blijft om deel te nemen. Wanneer sommige belangen eerder of via andere kanalen behartigd worden, is de kans groot dat de gemeente in het uiteindelijke participatieproces tegenover de resterende groep komt te staan en de discussie polariseert.