CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage Verkenningsfase Buurtrechtspraak

Raadscommissie Algemene Zaken 18 februari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisneming Raadsbrief en Rapportage Verkenningsfase buurtrechtspraak Venserpolder (ZD2021-001419)9.919 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1 alinea's met “dijkhoff”: 88

BUURTRECHTER IN VENSERPOLDER UITKOMSTEN VAN DE VERKENNINGSFASE

INHOUD 1. Inleiding.................................................................................................................................................................2 2. Het begrip buurtrechter .......................................................................................................................................3 3. Korte schets van de wijk Venserpolder en het Bindelmeer college ....................................................................4 4. Activiteiten tijdens de verkenning........................................................................................................................5 5. Uitkomsten van de verkenning ............................................................................................................................6 5a Geleerde lessen ...................................................................................................................................................6 5b Behoeften ............................................................................................................................................................7 5c Bestaande initiatieven .......................................................................................................................................10 6.

Te ondernemen activiteiten in fase 2 ................................................................................................................10 7. De leerateliers.....................................................................................................................................................11 8. Monitoring en evalutie .......................................................................................................................................13 9. Governance.........................................................................................................................................................14 10. Financiën/projectbegroting.............................................................................................................................15 11. Risico-analyse ...................................................................................................................................................17 12. Communicatie...................................................................................................................................................18 13.

Deskundigheidsbevordering.............................................................................................................................19 Bijlage 1 belangrijkste activiteiten fase 1...............................................................................................................20 Bijlage 2 Tien belangrijkste lessen..........................................................................................................................23

1. INLEIDING

Op initiatief van de Burgemeester en de President van de Rechtbank, daartoe geïnspireerd door vergelijkbare initiatieven in binnen – en buitenland, heeft de Amsterdamse Driehoek+ op 6 januari 2020 ingestemd met een voorstel voor de verkenning van de wenselijkheid en haalbaarheid van een pilot buurtrechtspraak in Venserpolder.1 Daartoe is een projectteam opgericht waarin de rechtbank te Amsterdam, de gemeente Amsterdam (Openbare orde en veiligheid (OOV), Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ), Onderwijs, Jeugd en Zorg (OJZ) en stadsdeel Zuidoost), de politie, het Openbaar Ministerie (OM), de advocatuur en de Vrije Universiteit (VU) vertegenwoordigd zijn. De verkenning dient als voorbereiding van bestuurlijke besluitvorming voor het al dan niet starten van een pilot Buurtrechter. Op 19 mei 2020 is de gemeenteraad bij raadsbrief over de verkenning geïnformeerd. Op 22 juni 2020 is een voortgangsrapportage ‘Verkenning Buurtrechtspraak’ ambtelijk afgesproken en afgedaan, met een aangepaste planning vanwege COVID-19. In deze planning is de verkenningsfase, die eerst in juni 2020 zou eindigen, verlengd tot eind 2020. Als uitgangspunt voor de verkenning geldt dat de behoeften van de bewoners en de mogelijkheden in de wijk Venserpolder centraal staan. De verkenning wordt dan ook breed opgezet.

Met uitzondering van het strafrecht worden alle rechtsgebieden en vormen van rechtspraak onderzocht op mogelijkheden voor buurtrechtspraak. De nadruk zal daarbij liggen op juridisch eenvoudige zaken met complexe onderliggende sociale problematiek. Waar het gaat om de inzet van het strafrecht kan aansluiting worden gezocht bij de werkwijze ZSM2. Vanwege de beperkte (opsporings)capaciteit lijkt een werkwijze die extra inzet van het OM (en politie) vraagt lastig haalbaar. De Buurtrechter zal in Venserpolder in een omgeving opereren waar aangesloten kan worden op reeds bestaande initiatieven en programma’s. Aan de kant van de gemeente is de buurtrechter ingebed in het programma Weerbare Mensen Weerbare Wijken en wordt een Masterplan Zuidoost ontwikkeld. Lokaal zal onder meer worden samengewerkt met de Ouder- en Kindteams en de Buurtteams. De projectleider in de pilot namens het AcVZ zal deelnemen aan het Regieoverleg Venserpolder. Dit rapport bevat de uitkomsten van de verkenning en een beschrijving van de wijze waarop het project, met de werktitel ‘de Buurtrechter’ (verder: de Buurtrechter) kan worden voortgezet. Met het oog hierop zijn na de verkenningsfase nog twee fases onderscheiden.

In de verkenningsfase is een aantal problematieken of rechtsgebieden naar boven gekomen, die aansluiten bij de behoeften van de bewoners en de mogelijkheden van de wijk en die een juridisch 1 Zie bijlage 1, oplegnotitie Driehoek+ van 6 januari 2020 ‘Verkenning Buurtrechtspraak’. 2 ZSM is de werkomgeving waar het OM in samenwerking met de strafrechtpartners de veel voorkomende criminaliteit

Zorgvuldig, Snel en met Maatwerk afdoet.

2

eenvoudige ingang kunnen zijn naar mogelijk onderliggende of aanvullende problematiek. In fase twee wordt voor elk van die gekozen thema’s de inzet van de Buurtrechter procesmatig uitgewerkt en uitgetest in een zogenoemd ‘leeratelier’. Dit geschiedt in nauwe samenwerking met de sociale en juridische hulpverleners en andere professionals die daarbij nodig zijn. Daarna volgt in fase drie een pilot met de uitgeteste soorten zaken en procedures. Tijdens de pilot kan de buurtrechterfunctie verder worden uitgebouwd, als ware het een ‘groeidiamant’.

2. HET BEGRIP BUURTRECHTER

Onderdeel van de verkenning is een onderzoek naar de wijzen waarop buurtrechtspraak is gedefinieerd en in praktijk is gebracht, in binnen- en buitenland. Als uitkomst hiervan vult het projectteam dit begrip -vooralsnog- als volgt in: De Buurtrechter beoogt de leefbaarheid en de veiligheid in de wijk te vergroten, door enerzijds de toegang tot het recht gemakkelijker en zichtbaarder te maken en anderzijds de maatschappelijke effectiviteit van de rechtspraak te vergroten. De buurtrechter beoogt in een vroeg stadium en rechtsgebied-overstijgend, oplossings- en/of herstelgericht te interveniëren bij (multi)problematiek op het gebied van leefbaarheid, inkomen en/of veiligheid. Dit betekent dat de buurtrechter:          

zichtbaar is in de buurt; toegankelijk, betaalbaar en begrijpelijk is; in een vroeg stadium kan worden ingeschakeld; rechtsgebied-overstijgend werkt; oplossings- en herstelgericht georiënteerd is, dat wil zeggen dat hij/zij zoveel mogelijk gericht is op het bieden van kansen en perspectief aan het individu én zijn omgeving (lees: gezin, buren, school en wijk); ook buiten de rechtszaal meewerkt/samenwerkt aan het realiseren van mogelijkheden hiertoe; oplossings- en herstelgericht regie voert, zonodig rechtsgebied-overstijgend; de wijk en het juridisch en sociaal domein in de wijk goed kent en snel kan bereiken; ook zelf goed bereikbaar en aanspreekbaar is voor de organisaties in de wijk; systeemfouten signaleert en aankaart indien aan de orde.

De achterliggende en in het buitenland reeds beproefde gedachte is dat meer zichtbaarheid en toegankelijkheid van het recht in de wijk, samen met een attitude en werkwijze van de rechter die oplossings- en herstelrechtelijk gericht is, appelleert aan de gemeenschapszin en de eigen kracht van de buurtbewoners. Het voorkomt bovendien (verdere) ophoping van problemen. Dit zal eraan kunnen bijdragen dat burgers de overheid weer meer gaan vertrouwen. Bij dit alles is het belangrijk dat de rechter in zijn neutrale, onpartijdige rol blijft en zonodig zijn doorzettingsmacht inzet. Denk daarbij aan het opleggen van een bepaalde taak, (voorwaardelijke) boete, hulp- of leerprogramma, het verbinden van nadelige consequenties aan onrechtmatig gedrag, maar ook aan het bieden van rechtsbescherming. De inbedding van en aansluiting bij wat er al is aan juridische en sociale hulp en begeleiding in de wijk, is evenzeer van belang. Sociaal wijkenbeleid verliest

3

aan kracht als justitie niet aanhaakt en het bestrijden van criminaliteit werkt niet zonder inzet op de omgeving.3 Tot slot blijkt dat de acceptatie van buurtrechtspraak door de bewoners van de wijk van doorslaggevende betekenis is voor het slagen ervan en dat daarom aangesloten moet worden bij hun behoeften en geïnvesteerd dient te worden in het winnen van hun vertrouwen. Buurtrechtspraak is rechtspraak ‘with the people’. Niet verrassend zal zijn dat daarvoor een langjarige aanwezigheid van de Buurtrechter een voorwaarde is. Dit is wat het projectteam van veel gesprekspartners tijdens de verkenning heeft gehoord. Daarbij is ook gebleken dat de benaming ‘Buurtrechter’ wellicht onvoldoende recht doet aan de gedachte dat het gaat om én de rechtspraak, én het sociale en juridische domein én de bewoners.4

3. KORTE SCHETS VAN DE WIJK VENSERPOLDER EN HET BINDELMEER COLLEGE 5

Venserpolder ligt in de noordwestelijke hoek van Amsterdam Zuidoost, vlakbij station Duivendrecht en telt ruim 4500 woningen (huur en koop), een gezondheidscentrum, drie buurthuizen en vier scholen.6 Het is vooral een woonbuurt met lage woonblokken van zo’n vier of vijf etages met binnentuinen, singels en lege brede ‘stenige’ straten. Er is weinig levendigheid op straat. Op een klein winkelcentrum met ‘foodstrip’ na, zijn er vrijwel geen zichtbare economische activiteiten. De ongeveer vierhonderd bedrijfsvestigingen betreffen voor het overgrote deel op woonadressen ingeschreven ZZP-ers, opvallend vaak werkzaam in de vervoersbranche of de creatieve industrie. Er is tevens een informeel circuit van snorders, cateraars, kappers en klussers. In Venserpolder wonen veel mensen van kleur. Veel culturen zijn vertegenwoordigd. Ongeveer 14 % van de bewoners is na zijn/haar 18de jaar in Nederland komen wonen. Anderen wonen er al drie generaties lang. Venserpolder oogt heel anders dan de aangrenzende buurt, Cumulus Park. Daar zijn de hogeschool van Amsterdam, ING en het ROC gevestigd, zijn kunstenaars gehuisvest, is moderne horeca aanwezig en ligt ook het winkelcentrum de Amsterdamse Poort. Daar is tussen de hoogbouw juist veel (stadse) bedrijvigheid.

Venserpolder kent een (stapeling) van sociale problematiek zoals armoede7, werkloosheid, schulden, gezondheidsproblemen, LVB-problematiek, en kwetsbare jeugd. 3 Timo Peeters en Hans Boutelier ‘Een wereld in wijken te winnen; over de justitiële functie bij sociale achterstand’ Utrecht,

mei 2020 4 In Red Hook NYC vormt het strafrecht - en daarbij de lichtere zaken - de basis voor een buurtrechtbank. In de loop der jaren zijn steeds meer rechtsgebieden en thema’s voor afdoening toegevoegd aan deze buurtrechtbank, zoals kindermishandeling en huiselijk geweld en geschillen tussen huurders en verhuurders. Ook zijn andere vormen van afdoening geïntroduceerd, zoals de jongerenrechtbank. Daarnaast hebben samen met bewoners - en vraaggericht - allerlei voorzieningen en projecten het licht gezien. Draagvlak is in New York gecreëerd door het betrekken van bewoners in de voorbereiding en doordat de buurtrechtbank daadwerkelijk met diverse voorzieningen en projecten inspeelde op concrete behoeften van buurtbewoners. 5 Deze schets is ontleend aan de verkenning en aan de Principenota Venserpolder van juni 2020, opgesteld door het stadsdeel Zuidoost met het oog op gebiedsontwikkeling. 6 Een openbare basisschool, een praktijkcollege, een school voor voortgezet speciaal onderwijs en een brede vmbo school. 7 Het percentage langdurige minima in Venserpolder bedraagt circa 19%.

4

Daarnaast spelen er veiligheidsissues die, net als in de rest van Zuidoost, geen losstaande kwesties zijn maar onderling zijn verweven. De grootste veiligheidsproblematiek in Zuidoost, en dus ook in de wijk Venserpolder, wordt ervaren op de thema’s jeugd & veiligheid, wapenbezit en wapengeweld, drugseconomie, afpersing, ondermijning en overlast in de openbare ruimte door veelplegers. Vrijwel alle veiligheidsonderwerpen betreffen (ook) jongeren. Er zijn ook emancipatoire initiatieven. Zo wordt op het Bindelmeer College in Venserpolder gewerkt aan een Communityschool: ‘School2Community’. De Communityschool zet zich in voor de wijk, haar jongeren, hun ouders en senioren. Zij is ‘for an equal society’, was nauw betrokken bij de organisatie van de ‘black lives matter’ demonstratie in Zuidoost en wil meer zeggenschap bewerkstelligen van de burgers over beleid en bestedingen. Diverse programma’s, workshops en coaching worden verzorgd door interne en externe docenten waarbij de focus ligt op het maken van verbinding met bewoners van de wijk en hun behoeften. Ook is er een jongerenrechtbank ingesteld, waarin jongeren zelfstandig (herstel)recht spreken na kleine schoolgerelateerde strafbare feiten, vergelijkbaar met Halt feiten. De Communityschool wil fungeren als een krachtcentrum in de wijk en met sleutelfiguren en organisaties een co-operatie aangaan.

Vanuit deze intentie is een ruimte in het zorgcentrum van de school aan het Buurtrechter projectteam ter beschikking gesteld om van daaruit de verkenning uit te voeren en verder te werken aan de Buurtrechter. Ten slotte is noemenswaardig dat er mooie bewonersinitiatieven zijn zoals ‘de moestuintjes’ in één van de binnentuinen en de stichting SES (South East Stars) waar jonge kinderen na school worden opgevangen en hun moeders kunnen sporten en worden gecoacht.

4. ACTIVITEITEN TIJDENS DE VERKENNING

Vooropgesteld wordt dat door de samenstelling van het projectteam de samenwerking en kennisdeling is geborgd tussen de verschillende onderdelen van de gemeente en het stadsdeel Zuidoost, de rechtbank, het OM en de politie. Sinds september 2020 is ook de advocatuur aangesloten. Tijdens de verkenning zijn gemeentelijke dialoogavonden met bewonersgroepen uit Zuidoost en een ontbijtbijeenkomst in Venserpolder bezocht. Gesprekken zijn gevoerd met juridische hulpverleners en zorgverleners, vrijwilligers en voortrekkers in de wijk, met gebiedsmakelaars van het stadsdeel in Venserpolder en met de Amsterdamse ombudsman en –kinderombudsman. Verder zijn scholen bezocht, is met wijkagenten meegelopen, zijn rechters bevraagd in een klankbordgroep en daarbuiten. Bijgewoond zijn (thema)zittingen van kantonrechters en kinderrechters en voor het project relevante themabijeenkomsten binnen en buiten de rechtspraak. Ook is informatie ingewonnen bij en over andere initiatieven voor buurtrechtspraak en zijn lessen uit het buitenland ter harte genomen, met name van het Red Hook Community Justice Center en van Adam Mansky van het Center for Court innovation in NYC. 8 Op 16 juni 2020 is een bijeenkomst georganiseerd om andere innovatieve projecten in de Nederlandse rechtspraak onder de loep te nemen en daaruit lessen te trekken voor de Buurtrechter.

Naast leden van het projectteam en de president van de Amsterdamse rechtbank waren daarbij deskundigen uit de rechtspraak aanwezig, de Raad voor de rechtspraak (Rvdr) en de VU. Centraal stond een presentatie van Ashley Karsemeijer, beleidsadviseur kwaliteit bij de Rvdr, over haar in januari 2020 verschenen studie ‘Onderzoek naar innovatieve projecten binnen de Rechtspraak in het verleden.’ Van de 157 projecten die haar inventarisatie heeft opgeleverd, heeft zij er zestien verder uitgediept en daarop haar uitkomsten gebaseerd. Geen van deze projecten betrof buurtrechtspraak in de zin van een ‘Community 8 Zie bijlage 2 met een overzicht van de belangrijkste activiteiten tijdens de verkenning.

5

Court’ of ‘Community Justice Center’ zoals de Buurtrechter is ingestoken. Deze projecten bevatten echter wel voor de Buurtrechter bruikbare elementen en te leren lessen. Verder is op 16 juni 2020 door kinderrechter Mirjam van der Kaay een eigen onderzoek/analyse gepresenteerd, met de nadruk op twee aan de Buurtrechter verwante initiatieven in de wijk Woensel te Eindhoven en in Rotterdam op Zuid. Op 28 september 2020 heeft het projectteam twee expertmeetings georganiseerd. In de ochtend en in de middag zijn telkens zo’n vijftien vertegenwoordigers van ketenpartners en andere professionals die in de wijk werken9, uitgebreid bevraagd op hun visie op buurtrechtspraak in Venserpolder. Zij zijn daarover ook onderling in gesprek gegaan. Er is concreet doorgevraagd naar do’s en dont’s en naar concrete voorbeelden waarop een buurtrechter ten dienste zou kunnen staan van de vertegenwoordigde organisaties en de bewoners van Venserpolder.

5. UITKOMSTEN VAN DE VERKENNING

5A GELEERDE LESSEN

De ontwikkeling van de Buurtrechter is een innovatieproces. Om het proces van innoveren weer te geven is er bij het ‘Onderzoek naar innovatieve projecten binnen de Rechtspraak in het verleden’ voor gekozen aan te sluiten bij het volgende model van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD).

delen van geleerde lessen

evalueren van projecten

uitvoeren van projecten

identificeren problemen

genereren ideeen

ontwikkelen van voorstellen

Dit model is ook toepasbaar op de Buurtrechter. Iedere fase van het project doorloopt deze hele cirkel, terwijl ook het project als geheel dit model doorloopt.

9 Zie eveneens bijlage 2 met een opsomming van de op 28 september vertegenwoordigde organisaties.

6

Naar aanleiding van de bijeenkomst van 16 juni 2020 is een top tien van belangrijkste lessen voor de Buurtrechter samengesteld, die worden gebruikt als richtingbepalers en toetsstenen voor de verdere vormgeving van het project. Die lessen luiden als volgt. 10 1. Zoek de verbinding met de buurt en werk vanuit vertrouwen. 2. Wees zichtbaar in de buurt en toegankelijk. 3. Blijf in je rol én wees flexibel. 4. Beschouw het project als een groeidiamant. 5. Zoek diverse geschikte ingangen naar de Buurtrechter. 6. Zorg dat de communicatie voor alle bewoners in de buurt duidelijk en toegankelijk is 7. We need stories. 8. Investeer in samenwerking met ketenpartners. 9. Richt de evaluatie van de verkenning zo in dat de besluitvorming daarop een logisch vervolg is. 10. Vergeet niet te zorgen dat de medewerkers tijd krijgen voor het project en dat er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn.

5B BEHOEFTEN

Onderdeel van de verkenning is het in kaart brengen van (i) de problemen en behoeften van de mensen in de buurt en (ii) de mogelijkheden van de buurt. Indien de keuze van door de Buurtrechter te behandelen thema’s en de inrichting van de procedures hierbij aansluiten, is de kans op een voor de buurt positieve impuls het grootst. Met de problemen en behoeften voor ogen, moest ook verkend worden welke maatschappelijke instellingen en initiatieven zich al ter plaatse met de te behandelen thema’s bezig houden, zodat de Buurtrechter organisch kan worden ingeweven in of kan voortborduren op de reeds bestaande structuren. Zo kan draagvlak worden gecreëerd voor het starten van een pilot, bij buurtbewoners, relevante professionele partners en maatschappelijke organisaties. Als er draagvlak is, is meer medewerking en samenwerking te verwachten en daarmee een groter aantal zaken en duurzamere resultaten. Uit de verkenning van de problemen, behoeften en de mogelijkheden in de buurt, is het volgende naar voren gekomen. Zowel uit geraadpleegde stukken van onder andere de gemeente en de GGD als uit de tijdens de verkenning gevoerde gesprekken volgt dat bewoners van Venserpolder te maken hebben met een stapeling van problemen (multi-problematiek). Veel voorkomende problemen zijn onder andere: financiële en schuldenproblematiek, LVB-problematiek, gezondheidsproblemen en veiligheidsissues.

De zorgen omtrent de jeugd zijn de laatste jaren toegenomen. Naast armoede en LVB-problematiek, hebben jongeren te maken met een lastige thuissituatie, afpersingen, messenbezit, onveiligheidsgevoel en het door elkaar heen lopen van dader- en slachtofferrollen. Ten aanzien van het geweld en wapenbezit onder jongeren is sprake van verharding en verjonging. Een van de gesprekspartners in de verkenning heeft aangegeven dat waar eerder sprake was van ‘code geel’, nu sprake is van ‘code rood’. Geconfronteerd met deze problemen ervaren de bewoners van Venserpolder een grote afstand tot het recht en de overheid. Buurtbewoners weten de hulpverlening, instanties en mogelijkheden vaak niet te bereiken en te benutten. Dit komt onder andere door onbekendheid met de mogelijkheden, een gebrek aan vertrouwen en angst voor de gevolgen als men als ‘snitch’, als verklikker, wordt gezien. Onder jongeren heerst een zwijgcultuur en ook bij volwassenen is sprake van een lage meldingsbereidheid, bijvoorbeeld bij overlast in de buurt. Tijdens de expertmeeting werd hierover opgemerkt dat eerder het recht van de sterkste heerst, dan dat er sprake is van rechtvaardigheid.

10 Zie bijlage 3 voor een korte toelichting op de tien lessen.

7

In de verkenningsgesprekken is meermaals naar voren gekomen dat de behoefte bestaat dat meer op de belevingswereld van buurtbewoners wordt ingespeeld. Betrokkenheid van de buurt bij de verdere ontwikkeling van het project Buurtrechter is daarom essentieel. In de verkenningsgesprekken is steeds expliciet de vraag ingebracht naar redenen en/of argumenten om uist geen buurtrechtspraak te willen voor Venserpolder. Ook is gevraagd of er thema’s zijn of probleemgebieden waar een vorm van buurtrechtspraak van weg zou moeten blijven. Het antwoord op deze vragen is vrijwel zonder uitzondering geweest dat het juist een goed initiatief is om mee door te gaan en dat de urgentie echt hoog is. Daarbij werden vaak de volgende twee kanttekeningen gemaakt. (i) Het is belangrijk dat jullie de bewoners van de buurt en het sociaal/juridisch domein blijven betrekken bij het project. (ii) Het mag niet de zoveelste pilot zijn die afgevinkt wordt en de bewoners daarna weer aan hun lot overlaat. In veel van de verkenningsgesprekken speelt als rode draad de behoefte van de bewoners aan autonomie, gelijkwaardigheid en erkenning van eigenheid. Daarbij speelt kleur een rol, het slavernijverleden en ook sociale positie. Dit is op de expertmeetings expliciet benoemd door de Stadsdeelvoorzitter, als iets wat niet onbesproken kan en mag blijven. Zij kreeg veel bijval.

Zo is ook de werktitel de Buurtrechter ter discussie gesteld, omdat deze onvoldoende uitdrukt dat het gaat om “samen in ons recht staan”. Precies zoals in Red Hook, de naam Red Hook Community Court werd vervangen door Red Hook Community Justice Center. Maatschappelijke organisaties en bewoners willen wel samenwerking en ondersteuning, maar niet dat van hogerhand de verantwoordelijkheid wordt afgenomen en beslisruimte wordt ontnomen. Dit verklaart mogelijk ook waarom de behoefte aan veiligheid, die in verband met gewapende afpersingsproblematiek ook veel genoemd wordt, regelmatig ondersneeuwt. Zo legde een van de voortrekkers in de wijk uit, dat hij de hoofdcommissaris van politie heeft gebeld om te zeggen dat het recente voornemen om preventief te gaan fouilleren, raakt aan een nog levend trauma in Zuidoost, opgelopen bij een soortgelijke actie zo’n tien jaar geleden. Toen werden zelfs bewoners die in de rij stonden voor de geldautomaat vrij grof op wapens gefouilleerd. Dat is niet vergeten, aldus deze sleutelfiguur. De behoefte aan veiligheid is ook genoemd in de zin van dat je als jongeman moet kiezen tussen het zijn van slachtoffer of dader. Wil je geen slachtoffer worden, dan moet je een wapen hebben. Op een zitting bij de kinderrechter werd door de verdachte van een steekpartij uitgelegd dat de Bijlmer vroeger united was, maar nu helaas divided.

Hij mag in bepaalde postcodegebieden niet komen. Ook rondom huiselijk geweld strijden autonomie en veiligheid om voorrang. Als aangifte wordt gedaan, kan deze niet meer worden ingetrokken en treedt een reeks van maatregelen in werking om de veiligheid van de betrokkenen te dienen. Daardoor komt regelmatig de behoefte aan autonomie in de knel. De mogelijkheid om zelf (bij) te sturen wordt als te gering ervaren en de gevolgen van een aangifte zijn voor de aangever vaak niet te overzien. De behoefte aan rechtvaardigheid is eveneens vaak genoemd. Daarbij viel de overtuiging op dat invulling van deze behoefte niet voor de bewoners van Zuidoost zou zijn weggelegd. Maar ook hier was tevens de mening kenbaar, dat het genoeg is geweest met de achterstelling. Rechtvaardigheid werd ook vaak genoemd in combinatie met de behoefte mee te tellen, voor vol worden aangezien, gelijke kansen te krijgen. Zo werd een hulpverlener verweten dat hij het gezag afnam van “mij, vader en hoofd van het gezin.” Een ander voorbeeld ziet op een deelnemer aan de jongerenrechtbank die uitlegde dat hij daaraan deelnam omdat hij veel gepest was. Daardoor kwam hij regelmatig in gevecht met een andere leerling. Zij werden dan beiden gestraft, zonder dat er naar hun verhaal werd geluisterd en zonder dat naar een oplossing werd gezocht voor het pestprobleem. Dat ging hij nu zelf beter doen.

In het kader van rechtvaardigheid en zorgvuldigheid, is door een advocaat nog gewezen op de omstandigheid dat er te weinig aandacht is voor de moeders van wie een of meer kinderen uit huis zijn geplaatst. Zij zijn vaak ten einde raad en weten niet waar zij met hun gevoelens terecht kunnen. 8

Ook veel gehoord is dat nauwelijks of geen rekening gehouden wordt met mensen die licht verstandelijk beperkt zijn, de Nederlandse taal slecht spreken of niet kunnen lezen. Zij haken daardoor af en verliezen het vertrouwen in alles en iedereen. Dit gaat niet alleen over rechtvaardigheid, maar ook over de behoefte aan duidelijkheid, begrijpelijkheid en overzichtelijkheid. Deze drie behoeften zijn overigens niet voorbehouden aan de minder begaafden. De tegenwoordige maatschappij vraagt veel behendigheid bij allerlei taken. Taligheid, analytisch vermogen, digitale kennis, digitale handigheid en doorzettingsvermogen zijn allemaal van belang. Daarbij komt dat de in de juridische wereld gebruikte taal extra ingewikkeld en onbegrijpelijk is. Daarom is het van belang de toegang tot het recht, de procedures en beslissingen zo eenvoudig en overzichtelijk mogelijk te maken. De hierbij aansluitende behoefte is die van de betaalbaarheid. Ook de minima dienen toegang te hebben tot het recht en moeten een vervoersbewijs kunnen betalen naar de rechter of naar de hulpverlening. In deze optiek is betaalbaarheid een onderdeel van rechtvaardigheid. Er is duidelijk behoefte aan meer kansen en ontplooiingsmogelijkheden. Op het Bindelmeer College is te zien hoeveel jonge vrouwen door iets oudere jonge vrouwen worden begeleid en empowered in coachsessies, en hoe dynamisch en actief dat er uitziet.

In klas 4d van het VMBO was de eerste vraag aan de rechter voor de klas: “Hoe kunnen wij rechter worden, hoe lang duurt dat?”. Ook waren de leerlingen erg bezorgd dat zij in coronatijd geen kans meer hadden om een stage te bemachtigen. Dit was voor hen, met hun kleur en achternaam toch altijd al erg lastig. Mooi is het verhaal van de jongen van tien jaar oud die niet arm genoemd wilde worden. Zijn ouders hadden weinig te besteden, maar hij was rijk aan ideeën en had veel in zijn mars. Hier kan ook de positie van alleenstaande moeders genoemd worden, die door geldgebrek en kinderen nergens aan toekomen en waar inertie en depressiviteit op de loer liggen. Zij worden door het private initiatief, South East Stars, al tien jaar lang ondersteund en empowered. Desondanks moet dit project nog steeds crowd funding acties opzetten om geringe bedragen op te halen voor het organiseren van een buurt-BBQ of om iets extra’s voor de kinderen te doen in coronatijd. En ook voor jonge vaders is gepleit tijdens de verkenning. Zij zijn vaak onmachtig om een rol in het gezin te nemen, terwijl zij dat wel zouden willen. Bij al deze behoeften zijn rolmodellen onontbeerlijk. Ook daarvoor dient aandacht te zijn bij de inrichting van de Buurtrechter.

5C BESTAANDE INITIATIEVEN

Ook heeft het projectteam zich georiënteerd op in het eigen arrondissement bestaande initiatieven en praktijken waarbij de Buurtrechter kan aansluiten. Daar is onder andere uitgekomen dat waar het gaat om de inzet van het strafrecht aansluiting kan worden gezocht bij de werkwijze ZSM. De daar gehanteerde werkwijze is ontwikkeld om juist met contextinformatie te kunnen oordelen over strafbare feiten. Daartoe zijn ketenpartners zoals slachtofferhulp, reclassering en raad voor de kinderbescherming samen met politie en OM aanwezig. Gekeken wordt in hoeverre de rechter en/of de gemeente daarbij kan aansluiten (t.b.v. snelheid en efficiëntie) en of bijvoorbeeld beoordeling door het OM van bepaalde specifiek gebiedsgebonden zaken kan worden uitgesteld tot een eventuele (mediation) bijeenkomst van de buurtrechter heeft plaatsgevonden. In het kader van de betaalbaarheid en oplossingsgerichtheid hebben de Amsterdamse kantonrechters al een innovatieve werkwijze ontwikkeld voor de behandeling van zaken over achterstallige zorgpremies en huurachterstanden. Met bepaalde schuldeisers (repeat players) is afgesproken dat zij niet

9

dagvaarden, maar een verzoek ex art 96 Rv11 indienen. Dat scheelt honderden euro’s proceskosten. Er wordt vervolgens veel geïnvesteerd in het op zitting krijgen van de gedaagde, bijvoorbeeld met een mailbericht of sms-je, zoals bij een tandartsafspraak. Op de zitting is altijd schuldhulpverlening aanwezig en indien de gedaagde verschijnt, wordt ingezet op het maken van een haalbare afbetalingsregeling. Die regeling wordt opgenomen in een voorwaardelijk ten uitvoer te leggen vonnis. Alleen als de afbetalingsregeling niet wordt nagekomen is het vonnis uitvoerbaar. In fase twee zullen hier twee afzonderlijke leerateliers op worden ingericht.

6. TE ONDERNEMEN ACTIVITEITEN IN FASE 2

In fase twee (1 januari 2021-31 juli 2021) wordt voor een aantal specifieke thema’s, de inzet van de Buurtrechter procesmatig uitgewerkt en uitgetest in zogenoemde ‘leerateliers’. In de leerateliers zal met fictieve zaken in simulatiesessies en zo mogelijk ook met echte zaken worden gewerkt. De focus ligt in deze tweede fase op de te volgen procedure(s), inclusief de instroom van zaken, en op de uitkomst12 voor de personen om wie het gaat en hun omgeving. Samenwerking en kennisdeling De leerateliers vinden plaats in nauwe samenwerking met ketenpartners, sociale en juridische hulpverleners en andere professionals die daarbij nodig zijn. Denk bijvoorbeeld ook aan de coördinator van het mediationbureau van de rechtbank, om de inzet van mediators mogelijk te maken, of aan de jongerenrechtbank die bepaalde kleine schoolgerelateerde zaken zou kunnen behandelen. Naast samenwerking ligt de nadruk in de leerateliers op kennisdeling. Bij de maatschappelijke instellingen en professionals die al in Venserpolder actief zijn is veel kennis aanwezig waar de Buurtrechter gebruik van kan maken. Te denken valt bijvoorbeeld aan welke interventies ingezet kunnen worden, wat wel en minder goed werkt in de praktijk en inzicht in het dagelijks leven van buurtbewoners.

In fase twee zal een programma voor deskundigheidsbevordering worden ontwikkeld, waardoor ook na afloop van de leerateliers kennis kan worden gedeeld en benut. Betrokkenheid van de buurt Uit de verkenning is duidelijk geworden dat betrokkenheid van de buurt essentieel is. De tweede fase zal daarom ook worden gebruikt om die betrokkenheid verder vorm te geven. Zo zal een vorm van advisering/meedenken door betrokken wijkbewoners worden opgezet. Het projectteam heeft daartoe contact gezocht met het FAES (for an equal society) team. Dit team is bezig een Intern Buurt Overleg (IBO) in Venserpolder op te zetten, dat invloed op de inrichting van buurtrechtspraak in hun wijk zou kunnen krijgen. Ook kunnen individueel aan te zoeken bewoners als ervaringsdeskundige bij de leerateliers worden betrokken. Daarnaast is er het plan om gebruik te maken van het radiostation, radio 11 Art 96 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv): In alle zaken die slechts rechtsgevolgen betreffen die

ter vrije bepaling van partijen staan, kunnen zij zich samen tot een kantonrechter van hun keuze wenden en zijn beslissing inroepen. Het geding wordt gevoerd op de wijze als door de kantonrechter bepaald.

12 Uitkomst in de zin van (i) distributieve rechtvaardigheid (ii) maatschappelijke effectiviteit en (iii) procedurele

rechtvaardigheid, de mate waarin de betrokkenen zich fair behandeld voelen.

10

Mart, dat in de buurt veel wordt beluisterd. Het idee is dat een rechter, bijvoorbeeld wekelijks, zal ingaan op vragen van bewoners en ook zelf onderwerpen aansnijdt in een column-achtige presentatie. Zichtbaarheid en toegankelijkheid Ook in dit opzicht is radio Mart van belang. Er zal in de wijk een zittingszaal gezocht en ingericht worden. De gebiedsmakelaars van het stadsdeel verlenen hun medewerking aan deze zoektocht. Verder zal een leeratelier worden ingericht dat zich bezighoudt met het gebruik door de Buurtrechter van begrijpelijke teksten, communicatie en beeldtaal (zie hieronder leeratelier 3). Ook zullen de communicatieafdelingen van de rechtbank, gemeente en stadsdeel, alsmede vormgever(s) uit Venserpolder worden betrokken bij het inrichten van passende, begrijpelijke communicatie voor alle betrokkenen. Bij de inrichting van de processen zal eveneens veel aandacht zijn voor eenvoud, begrijpelijkheid en duidelijkheid. Werving buurtrechter(s) In fase twee zal een belangstellingsregistratie plaatsvinden bij de rechters van de rechtbank Amsterdam voor het werken als Buurtrechter. Daarna zal een qua aantal en expertise nog nader te definiëren selectie gemaakt worden. Hierbij zal de in de rechtbank gebruikelijke procedure worden gevolgd.

7. DE LEERATELIERS

De leerateliers zullen op de volgende thema’s worden gericht: 1. De aansluiting van de Buurtrechter op ZSM; 2. Schulden, in eerste instantie zorgpremieschulden en huurachterstand/huisuitzetting. Later uit te breiden naar meer; 3. LVB-problematiek en laaggeletterdheid: begrijpelijke communicatie en beeldtaal; 4. Leerplicht; 5. De mogelijke inzet van de civiele Buurtrechter (Vrederechter of Nabijheidsrechter) als alternatief voor aangifte bij intimidatie/stalking, bedreiging of ander huiselijk geweld. 6. Daarnaast wil het projectteam uitzoeken of het mogelijk is de Buurtrechter in te zetten voor een oplossingsgericht gesprek met een hulpverlener en zijn/haar cliënt, als er tussentijds richting of regie nodig is bij de uitvoering van een door de rechter opgelegde taak en/of om een procedure bij de rechter te voorkomen. Hieronder volgt een korte toelichting op elk van deze thema’s. Ad 1. Over de aansluiting van de Buurtrechter op ZSM is reeds een oriënterend overleg gevoerd met het OM en het Bureau Rechter-Commissaris. De insteek is dat alle VVC (veel voorkomende criminaliteit) zaken die geschikt zijn voor een politierechterzitting, met niet gedetineerde verdachten uit Venserpolder, voor de buurtrechter worden gedagvaard, tenzij er redenen zijn dit niet te doen.

De verwachting is dat door deze werkwijze voldoende volume aan zaken gegenereerd kan worden en de buurtrechter inzicht krijgt in wat er speelt in de buurt. Het OM zal hiervoor een postcode check moeten uitvoeren. De beperkte capaciteit bij het OM brengt mee dat de zittingen alleen in Venserpolder kunnen worden gehouden als de zittingen volgepland zijn. Als dat niet het geval is zullen de zittingen daarom in het hoofdgebouw van de rechtbank plaatsvinden. In het verlengde hiervan zal ook ten aanzien van niet gedetineerde verdachten, die niet in Venserpolder wonen, samen met ketenpartners worden onderzocht of en hoe de aansluiting van de rechtspraak op ZSM verbeterd en/of versneld kan worden. Verder zal in dit leeratelier de inzet van mediation via het mediationbureau van de rechtbank worden

11

meegenomen. Onderzocht zal worden of de buurtrechter ook een rol kan krijgen indien tot een voorwaardelijk beleidssepot wordt besloten. Ad 2. Met deze zaken wordt aangesloten bij de werkwijze ex art. 96 Rv. die door de Amsterdamse kantonrechters al is ingezet in zaken betreffende achterstallige zorgpremies en huurachterstanden. Getracht zal worden deze praktijk te verbreden door meer crediteuren er bij te betrekken dan nu het geval is. Ook zal zoveel mogelijk aangesloten worden bij reeds geëvalueerde art. 96 Rv initiatieven zoals de Haagse Wijkrechter en de Rotterdamse Regelrechter. Het is de bedoeling dat als dit proces goed loopt, er steeds meer soorten zaken aan toe te voegen. Ad 3. Voor de Buurtrechter is er waarschijnlijk veel te leren van professionals in de wijk die werken met mensen met een licht verstandelijke beperking en van deze mensen zelf13. De op dit gebied te leren lessen kunnen vervolgens worden gebruikt bij elk van de andere leerateliers, bij de externe communicatie, bij de inrichting van de processen en bij het taalgebruik van de Buurtrechter. In dit leeratelier zou ook het inzetten van meer beeldtaal kunnen worden onderzocht, met het oog op deze doelgroep en mensen die de Nederlandse taal niet machtig zijn of moeilijk kunnen lezen. Ad 4. Uit de verkenning is naar voren gekomen dat er veel zorgen zijn met betrekking tot jongeren.

Het vroegtijdig kunnen betrekken van de juiste zorg is van groot belang. Schoolverzuim is vaak een eerste signaal van ook andere problematiek die speelt bij een leerling. Daarom zijn volgens het reeds opgestarte buurtrechterproject in Rotterdam, leerplichtzaken een goede ingang naar multiproblematiek bij jongeren en de gezinnen waarvan zij deel uit maken. Dit wordt bevestigd door de Amsterdamse kinderrechters waarmee is gesproken. In gesprekken op scholen en met kantonrechters die in Amsterdam leerplichtzaken behandelen, werd regelmatig opgemerkt dat door een veranderde aanpak in het voortraject, door de leerplichtambtenaar in een later stadium dan voorheen een procesverbaal wordt opgemaakt. Daardoor wordt in de leerplichtzaken waarin doorzettingsmacht van het OM of de rechter nodig is, later ingegrepen dan wenselijk is. Ook de kinder-ombudsman van de Metropool Amsterdam liet weten dat de meeste signalen die haar over problemen in Zuidoost14 bereiken leerplichtzaken betreffen, naast schuldenkwesties en strafzaken. De rapporten blijven te lang liggen, terwijl in dit soort zaken juist snelheid geboden is, aldus de kinderombudsman.

Onderzocht kan worden (i) hoe het betrekken van de Buurtrechter de procedure (nog) effectiever kan maken, (ii) of het mogelijk en nuttig is andere zaken die spelen bij de betreffende jeugdige direct mee te nemen (combi- zittingen) en (iii) of er in het voortraject nog iets gedaan kan worden aan de bewustwording bij leerlingen, bijvoorbeeld in samenwerking met de jongerenrechtbanken. Ad 5. Uit de verkenning is gebleken dat verschillende problemen zich achter de voordeur afspelen, waar, door de lage meldingsbereidheid, vaak geen zicht op is. Tijdens de expertmeetings is huiselijk geweld meermaals genoemd. Het projectteam heeft kennisgenomen van een in Paramaribo ingevoerde civiele kantonprocedure gericht op het voorkomen van (meer) huiselijk geweld, die daar zeer succesvol is gebleken.15 Zij wil daarom onderzoeken of een dergelijke procedure ook in Nederland ingericht kan 13 Te denken valt aan het werven van een of twee stagiaires met een licht verstandelijke beperking voor het desbetreffende

leeratelier, of aan het opzetten van een klankbordgroep. 14 De Amsterdamse ombudsman heeft in 2019 en begin 2020 vanuit een tijdelijke vestiging in Zuidoost onderzoek gedaan naar de problemen in Zuidoost, welk onderzoek in het voorjaar 2020 voortijdig is afgebroken. 15 Klagers kunnen zich nu bij een loket van het kantongerecht (het gerecht van eerste aanleg) in Paramaribo (en Nieuw-Nickerie) melden. Zij hebben geen advocaat nodig. Ze hoeven alleen hun naam op te geven en die van de persoon van wie zij zeggen last te ondervinden. Ze zijn nog niet verplicht meteen uit te leggen waarom het precies gaat. Beide personen worden vervolgens voor een zitting van de rechter opgeroepen. Die zitting heeft meestal vrij snel plaats. Op de zitting vraagt de rechter aan partijen wat aan de hand is. Hij legt uit dat het om een civiele zitting en niet om een strafzaak gaat en dat hij vooral zal proberen een oplossing voor de problemen te vinden. Maar als dat niet lukt en hij legt een beschermingsbevel op (bijvoorbeeld een contactof locatieverbod), dan kan degene tegen wie het is gericht, wel strafrechtelijk worden aangepakt, als hij of zij zich er niet aan houdt.

12

worden met toepassing van artikel 96 Rv en -indien nodig- de Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging. Deze wet maakt het mogelijk de gedaagde te verplichten mee te werken aan een art 96 Rv procedure. Het vereiste in art 96 Rv dat partijen een gemeenschappelijk verzoek moeten indienen, komt dan te vervallen. In het WODC-rapport uit 2019 Naar een nabijheidsrechter, wordt voorgesteld de praktijk van de kantonrechter in een aantal stappen bij te stellen in de richting van de Belgische vrederechter en niet een nabijheidsrechter als apart instituut naast de kantonrechter te introduceren. In lijn met de Belgische praktijk zou een verzoeningsprocedure als ‘voorportaal’ bij de procedure voor de kantonrechter kunnen worden ingevoerd. Daarin is plaats voor een informele zitting die is gericht op het bereiken van een schikking. Wordt geen schikking bereikt, dan wordt aanbevolen de zaak ‘door te schakelen’ naar een reguliere procedure op tegenspraak bij de kantonrechter. Deze doorschakeling wijkt af van de Belgische praktijk waarin een nieuwe procedure moet worden gestart, wat als inefficient wordt ervaren. De beoogde nieuwe praktijk wordt aangeduid als de (kantonrechter als) nabijheidsrechter. In het leeratelier kan worden uitgezocht en beproefd welke van voornoemde noties in de praktijk van Venserpolder kunnen worden benut. Ad 6.

Ook dit leeratelier kan aansluiten bij de ontwikkelingen omtrent de nabijheidsrechter. Dit leeratelier kan het best klein begonnen worden en vervolgens themagewijs of instantiegewijs worden uitgebouwd. Fase twee zal resulteren in een evaluatie daarvan, met een uitgewerkt plan van aanpak voor de pilot. De projectgroep houdt de mogelijkheid open dat in fase drie gefaseerd met de thema’s wordt gestart. Ook kan het zijn dat in fase twee blijkt, dat een thema beter niet kan worden voortgezet in fase drie. 8. MONITORING EN EVALUTIE

In de wetenschappelijke ondersteuning van het project Buurtrechter kunnen drie doelstellingen worden onderscheiden: 1. Het inbrengen van ervaringsdeskundigheid van elders, waaronder kennis uit nationale en internationale literatuur. Hierbij gaat het erom gebruik te maken van bestaande inzichten bij de opzet van de Buurtrechter op het gebied van de transitie van mainstream rechtspraak naar een rechtssysteem waarin mainstream rechtspraak ook betrokkenheid van de buurt omvat en appelleert aan de gemeenschapszin en de eigen kracht van buurtbewoners. 2. Het mee-ontwikkelen en monitoren van het project, waarbij het doel is om een zodanig gedetailleerde verslaglegging op te maken dat herhaalbaarheid wordt gefaciliteerd. Dit deel van de wetenschappelijke ondersteuning is gericht op de borging dat het project elders valt te reproduceren in het kader van een landelijke transitie naar mainstream rechtspraak waarvan buurtrechtspraak onderdeel is. Na afloop van fase twee zal hiertoe een handleiding worden opgesteld, waarin alle genomen stappen en de effecten ervan worden beschreven en gedocumenteerd. Deze handleiding zal later worden aangevuld met de gedurende de pilot genomen stappen en de effecten daarvan. 3. Het van meet af aan oog hebben voor de evaluatie van de pilot buurtrechtspraak.

In fase drie zal de pilot regelmatig tussentijds geëvalueerd worden om te bezien of de beoogde doelstellingen worden behaald of dat bijsturing nodig is. Bij de afronding van fase drie wordt de pilot geëvalueerd op effectiviteit in het licht van zijn doelstellingen en bedoelde en onbedoelde neveneffecten. Hiervoor

13

zal een extern (onderzoeks)bureau worden ingeschakeld. Dit onderzoek kan al tijdens de looptijd van de pilot worden aangevangen.

9. GOVERNANCE

Opdrachtgever: Het project kent een viertal opdrachtgevers, verenigd in de Driehoek+:    

De burgemeester van de gemeente Amsterdam; De president van de rechtbank Amsterdam; De hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Amsterdam; De politiechef van de politie-eenheid Amsterdam.

Uitgaande van een bestuurlijk akkoord op de fases twee en drie, is het voorstel tijdens deze fasen ieder half jaar een voortgangsbericht Buurtrechtspraak Venserpolder te agenderen in de Driehoek+. Ambtelijke opdrachtgevers: Het project is gedurende de verkenningsfase getrokken door de rechtbank en de gemeente, directie Openbare orde en veiligheid (OOV). Met ingang van fase twee wordt dit de rechtbank samen met het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ), programma Weerbare Mensen Weerbare Wijken (WMWW). De projectleiders namens de rechtbank en het Actiecentrum verzorgen de verantwoording naar de Driehoek+ en de eigen organisatie. Bestuurders/stakeholders: Ook de volgende bestuurders zijn belangrijk voor het project:  

De voorzitter van het stadsdeel Zuidoost; De deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten;

Projectteam: Er is een projectteam opgericht waarin de rechtbank te Amsterdam, de gemeente Amsterdam (OOV), Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ), Onderwijs, Jeugd en Zorg (OJZ) en stadsdeel Zuidoost), de politie, het OM, de advocatuur en de Vrije Universiteit (VU) vertegenwoordigd zijn. Gezien de insteek verkenning (in beginsel geen strafrecht) is het OM enkel agendalid en de rol van het OM in het projectteam in beginsel beperkt. De inzet van het OM is gericht op de vraag of en hoe de rechtbank en/of de gemeente aangesloten kunnen worden op ZSM. Namens de pilot Buurtrechter sluit de projectleider AcVZ waar nodig en gewenst aan bij het Regieoverleg Venserpolder. Organisatieadvies: Het projectteam wordt met raad en daad bijgestaan door een zelfstandig organisatieadviseur. Zij adviseert ook in (het opzetten van) de pilot buurtrechtspraak in Rotterdam. Wetenschappelijke ondersteuning: Het project wordt vanaf de aanloop wetenschappelijk ondersteund door Sabine Beukers-Brouwer, actieonderzoeker van de Vrije Universiteit. De VU-hoogleraren Dineke de Groot, bijzonder hoogleraar Rechtspraak en conflictoplossing en met ingang van 1 november 2020 president van de Hoge Raad, en Arno Akkermans, hoogleraar privaatrecht met onder meer de expertises onderhandelen en conflictoplossing, zijn bereid gevonden de actieonderzoeker en het projectteam te adviseren.

Projectcoördinatie: Het projectteam is verantwoordelijk voor de dagelijkse projectcoördinatie.. Samenstelling projectteam: Het projectteam bestaat thans uit de volgende personen. Maria Leijten, senior-rechter, projectleider namens de rechtbank Bart de Graaf, strategisch adviseur, interim projectleider namens de gemeente (OOV) Nelleke Hilhorst, gemeente, AcVZ, programma Weerbare Mensen Weerbare Wijken Joe Jordan, gemeente, stadsdeel Zuidoost Marèse Deckers, gemeente, stadsdeel Zuidoost 14

Sabine Beukers-Brouwer, actieonderzoeker/jurist VU Lisa Dijkhoff, projectsecretaris gemeente (OOV) Corrie van de Burgt, secretarieel medewerker rechtbank Kim den Boer, zelfstandig organisatieadviseur Frank van Dijk, officier van justitie Nikki van der Kallen, beleidsmedewerker Openbaar Ministerie Damir Herman, politie Amsterdam Zuidoost Manon Aalmoes, advocaat namens de Amsterdamse orde van advocaten Sofie Sloot, gemeente, OJZ Astrid Rinkel-Diepstraten, gemeente, OJZ De samenstelling van het projectteam zal zonodig per fase worden aangepast. Klankbordgroep rechtbank: Er is een klankbordgroep samengesteld van Amsterdamse rechters en secretarissen uit alle disciplines. Zij stellen hun expertise beschikbaar, geven gevraagd en ongevraagd advies en assisteren desgevraagd het projectteam in alle fases van het project. Klankbordgroep bewoners/ wijkadviesraad: Nog op te zetten. 10. FINANCIËN/PROJECTBEGROTING

In dit hoofdstuk is de projectbegroting opgenomen. De projectbegroting beslaat ruim twee en een half jaar (van januari 2021 tot augustus 2023). Vooraf nog een aantal toelichtende opmerkingen. 

 

 

Voor de inzet van medewerkers van de Rechtbank Amsterdam in het projectteam, zal door de rechtbank voor de jaren 2021 en 2022 telkens subsidie worden aangevraagd bij de Raad voor de rechtspraak, uit de gelden voor MER-projecten (Maatschappelijk Effectieve Rechtspraak). Deze mogelijkheid stopt vooralsnog met ingang van 1 januari 2023. Op deze wijze kan maximaal 80% van de bruto loonkosten van de projectteamleden van de rechtbank en van bepaalde uitvoeringskosten worden vergoed. Ook kunnen kosten voor de organisatieadviseur en wetenschappelijk effect- en evaluatieonderzoek worden vergoed. De aanvraag wacht nog op toekenning. De resterende personeelskosten van rechtbankmedewerkers worden door de Rechtbank gedragen. Voor de kosten van huisvesting en de personeelskosten van een projectleider van het AcVZ is dekking gevonden binnen het Programma Weerbaren Mensen Weerbare Wijken. Voor de kosten voor een projectleider vanuit het stadsdeel en overige projectkosten als communicatie, wordt nog naar dekking gezocht. Er vinden ook gesprekken plaats met het ministerie van Justitie en Veiligheid over een financiële bijdrage aan onder meer monitoring en onderzoek. De personele inzet door andere bij het project betrokken organisaties als het OM, de politie, de buurtteams, de Reclassering etcetera komt voor rekening van de eigen organisaties.

Hoewel de projectbegroting op het moment van schrijven nog niet geheel sluitend is, vormen de financiën geen beperkende factor om al met de tweede fase van start te gaan. Er is vertrouwen dat de dekking gegarandeerd zal zijn gedurende de pilotperiode. Voor de eventuele voortzetting na augustus 2023 zal eind 2022 duidelijkheid gegeven moeten worden.

Projectkosten

Toelichting

2021

2022

2023

3 dgn p/w tot eind 2021, in 2022-2023 2 dgn p/w

€ 94.000

€ 62.700

€ 36.600

Projectcoördinatie projectleider RB Maria Leijten

15

Projectkosten

Toelichting

2021

2022

2023

managementassistent RB Corrie van de Burgt rechter-comissaris RB Justine Rutten projectcoördinator RB Hannah Klein-Schiphorst projectleider stadsdeel Zuidoost (schaal 11) projectleider AcVZ (schaal 13) advocaat, Manon Aalmoes

2 dgn p/w tot eind 2021, in 2022-2023 1,5 dag p/w 1 dag p/w

€ 27.500

€ 18.400

€ 10.700

€ 28.000

€ 28.000

€ 16.300

1 dag p/w

€ 18.000

€ 18.000

€ 10.500

2,5 dag p/w tot eind 2022, in 2023 1,5 dag p/w 2 dgn p/w tot eind 2022, in 2023 1 dag p/w t.b.v. vormgeving Buurtrechter en betrekken advocatuur (€ 7.500 fase 2 / €10.000 fase 3)

€ 45.800

€ 45.800

€ 16.000

€ 44.800

€ 44.800

€ 13.000

€ 10.000

€ 5.000

€ 2.500

€ 268.100

€ 222.700

€ 105.600

€ 80.000

€ 80.000

€ 40.000

€ 1.500

€0

€0

€ 10.000

€0

€0

€ 91.500

€ 80.000

€ 40.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

Kosten projectcoördinatie Gebouw/ locatie Buurtrechter Huisvesting Installatie 2 detectiepoortjes Inrichting locatie

Kosten huur gas, water licht, internet, receptie etc. dit betreft een eenmalige uitgave in 2021 dit betreft een eenmalige uitgave in 2021

Kosten locatie Buurtrechter Overige projectkosten Communicatie Leerateliers

Kennisuitwisseling/ opleiding professionals

Actieonderzoek/monitoring Organisatieadvies Proces- en effectevaluatie Kosten overig

kosten bestemd voor communicatie richting bewoners en professionals dit betreft een eenmalige uitgave, zoals huur vergaderlocatie en kosten facilitator kosten bestemd voor trainingen en externe sprekers (bijv. herstelrecht, inzicht in multiproblematiek etc.) onderzoeker Sabine Beukers-Brouwer (Vrije Universiteit Amsterdam) organisatieadviseur Kim den Boer Kosten extern bureau voor proces- en effectevaluatie fase 3

€ 7.500

€ 10.000

€ 10.000

€ 40.000

€ 40.000

€ 23.300

€ 46.500

€ 23.500

€ 11.600

€ 18.800

€ 37.500

€ 18.700

€ 132.800

€ 121.000

€ 63.600

16

Projectkosten

Toelichting

Totaal projectkosten

2021

2022

2023

€ 492.400

€ 423.700

€ 209.200

11. RISICO-ANALYSE

De volgende voorwaarden zijn nodig om dit project tot een succes te maken: - Medewerking professionele partners: ‘Respect the frontline’ 16 Het project is in de eerste plaats afhankelijk van de medewerking, de input en de flexibiliteit van professionele partners. Het is van belang dat in iedere fase van het project vanuit een meewerkende grondhouding goed doordachte inbreng wordt gegeven. Alle belangen moeten in kaart worden gebracht en zowel kansen als bedreigingen onder ogen worden gezien. En zoals bij iedere innovatie zullen professionals, niet in de laatste plaats de rechters, bereid moeten zijn om flexibiliteit aan de dag te leggen bij het zoeken naar nieuwe wegen en bereid moeten zijn enige afstand te nemen van de vertrouwde kijkwijzen en protocollen. - Financiële middelen De beschikbaarheid van financiële middelen is essentieel voor het succes van het project. Zeker nu de budgetten in de publieke sector onder druk staan, kunnen innovatieve projecten niet zonder extra financiering. Het is daarom belangrijk dat deelname aan dit project niet ten koste gaat van middelen die voor de reguliere stroom van zaken zijn bestemd. Dat geldt voor alle deelnemende professionele instanties. Een extra gevaar ligt op de loer als hulpverlening in een eerder of ander stadium wordt ingezet dan nu gebruikelijk is.

Soms zijn de protocollen voor het toekennen van budgetten daarop niet ingericht en nauwelijks flexibel. De noodzaak van het subsidiëren van kosten voor innovatie van de rechtspraak is nog eens onderstreept in het laatste visitatierapport gerechten uit 2018.17 Hierin wordt tevens het risico beschreven dat er uitsluitend geld beschikbaar is voor pilots en dat met het wegvallen van financiering vervolgens ook succesvolle innovatieve projecten stoppen. Echte verandering vraagt een langjarige aanpak evenals het opbouwen van vertrouwen. -

Buurtrechter als onderdeel van een grotere aanpak in Zuidoost en Venserpolder

Ook na de pilot lijken de kansen voor blijvende samenwerking met de partijen in het gebied gunstig. De uitgangspunten van het Masterplan Zuidoost lijken daar bijvoorbeeld goede aanknopingspunten voor te kunnen bieden. - Professionele aanpak Van belang is voorts een stelselmatige aanpak, waarbij het verder gelegen doel goed in het oog wordt gehouden. Daarom is een onderzoeker aan het projectteam toegevoegd en is ook de hulp van een 16 Greg Berman, directeur van het Center for Court Innovation in New York, benadrukte tijdens zijn bezoek aan Nederland in

juni 2018 het belang van de betrokkenheid van professionals. 17 Zie hierin paragraaf 5.1. Capaciteit en bekostigingssystematiek: “Zo heeft de commissie vastgesteld dat de personele en

financiële krapte ertoe leiden: <> dat het ontbreekt aan ruimte voor de innovatie die nodig is om de kwaliteit van de rechtspraak op peil te houden<…> en dat de rechtspraak onvoldoende professionele ‘bedrijfsvoeringscompetenties’ in huis heeft.”

17

organisatieadviseur ingeroepen om met behulp van een professionele blik van buiten de aanpak en analyse te scherpen en blinde vlekken te traceren. - Publiek vertrouwen, urgentie en bewonersparticipatie Essentieel onderdeel van het project is de bereidheid van bewoners van de wijk om daaraan hun medewerking te verlenen. Die bereidheid is de resultante van de urgentie die men voelt ten aanzien van verandering en het vertrouwen dat men heeft in de veranderaars. Er wordt mede daarom geïnvesteerd in het contact met de wijk en in het afstemmen op de behoeften van de bewoners. Tevens zijn de bestaande organisaties en voortrekkers in de wijk bevraagd op wat er speelt in de wijk, waaraan zij behoefte hebben en welke mogelijkheden er zouden kunnen zijn voor hun deelname. Door aan te sluiten bij de behoeften in de wijk en de samenwerking te zoeken met bewoners en instanties aldaar, zal het vertrouwen naar verwachting toenemen, of in ieder geval niet afnemen. Het risico dat zich heeft geopenbaard in de gesprekken is, dat de urgentie ten aanzien van probleemoplossing bijzonder hoog is, maar het vertrouwen in officiële instanties, waaronder de rechtspraak, zeer laag. Dat vertrouwen zal dus nog verdiend moeten worden. Tegelijkertijd lijkt de urgentie zo hoog dat niet gewacht kan worden totdat het vertrouwen voldoende verdiend is.

Dat vertrouwen kan bovendien nooit alleen met woorden worden verdiend, maar vooral met daden. Vandaar dat een ‘al werkende weg’ aanpak door middel van onder andere de leerateliers en het uitbouwen van de pilot als een groeidiamant, noodzakelijk is.

12. COMMUNICATIE

Binnen het project Buurtrechter is een tijdige en zorgvuldige communicatie essentieel. In de fase van de leerateliers en tijdens de pilotfase zal veel aandacht zijn voor zowel de interne als de externe communicatie. Voorop gesteld wordt dat de idee om themagewijs met alle stakeholders in leerateliers aan de slag te gaan, op zichzelf al een strategie is gericht op efficiënte communicatie tijdens het ontwerp proces. Verder zullen de professionals van de aan het project deelnemende organisaties op diverse manieren meegenomen worden in en op de hoogte gehouden worden van de ontwikkelingen in het project. We zullen bij de externe communicatie als projectteam oog hebben voor de brede groep bewoners binnen Venserpolder, de bewoners die met de Buurtrechter in aanraking komen, betrokken professionals van (maatschappelijke) organisaties in de wijk, netwerkpartners etc. Allen hebben een andere informatiebehoefte en zullen op een voor hen passende manier benaderd moeten worden. Ook zal er naar verwachting op een gegeven moment een informatiebehoefte ontstaan vanuit de media. Dit alles vraagt een zorgvuldige communicatie-aanpak waarbij we communicatie-experts zullen betrekken van de kernorganisaties en uit de wijk zelf. Aan de begrijpelijkheid van de communicatie die zich richt op de bewoners zal extra aandacht worden besteed door de inrichting van een speciaal daarop gericht leeratelier.

Ook reeds genoemd is de inzet van een radiorechter.

13. DESKUNDIGHEIDSBEVORDERING

Binnen het project Buurtrechter is aandacht voor deskundigheidsbevordering. In dit verband kan het in fase twee te ontwikkelen programma voor deskundigheidsbevordering worden genoemd. Verder zal na afloop van fase twee een handleiding worden opgesteld, waarin alle in de Buurtrechter genomen stappen en de effecten ervan worden beschreven en gedocumenteerd, zodat de werkwijze kenbaar en repliceerbaar is. Deze handleiding zal later worden aangevuld met de gedurende de pilot genomen stappen en de effecten daarvan. De handleiding kan worden benut bij het opzetten van buurtrechtspraak elders. 18

Amsterdam, 6 november 2020

*****

19

BIJLAGE 1 BELANGRIJKSTE ACTIVITEITEN FASE 1

Overzicht van de belangrijkste activiteiten tijdens de verkenning Bijgewoonde dialoogavonden: 1 november 2019: 15 november 2019: 23 november 2019: 30 november 2019: 6 december 2019: Bijgewoonde bijeenkomsten: 1 november 2019:

30 januari 2020: 3 maart 2020 7 september 2020 21 september 2020: Georganiseerde bijeenkomsten: 3 mei 2019:

16 juni 2020: 28 september 2020:

Ghanese dialoogavond Spaanstalige dialoogavond Antilliaanse dialoogavond Surinaamse dialoogavond Somalische dialoogavond conferentie van het Netherlands Institute for Law and Governance ‘Het probleemoplossend vermogen van het rechtssysteem’ ontbijtbijeenkomst Venserpolder kick-off Wijkrechtspraak Rotterdam op Zuid online Baliedebat ‘In de rij voor de rechter’. online kennisbijeenkomst van de rechtbank Amsterdam over drillrap en afpersingsproblematiek eerste verkennende bijeenkomst Community Court Amsterdam, met Adam Mansky van het Center for Court Innovation lessons learned bijeenkomst twee expertmeetings aan de ochtendsessie namen deel (vertegenwoordigers van): een advocaat, het Juridisch Loket, Slachtofferhulp Nederland, Jeugdbescherming Regio Amsterdam, Leger des Heils Amsterdam, Raad voor de Kinderbescherming, Reclassering Nederland, Achmea, Eigen Haard, mediationbureau rechtbank Amsterdam, Ombudsman Metropool Amsterdam, de VU, DWI en Restorative Justice Nederland aan de middagsessie namen deel (vertegenwoordigers van): de jongerenrechtbank, GGZ Arkin, docent Bindelmeer College en een van de oprichters van FAES (for an equal society), Buurtwerkkamer Multibron, Levvel (voorheen Spirit), MaDi Amsterdam Zuidoost en Diemen, Akwaaba Zorg, Kinderombudsman, William Schrikker Stichting (Jeugdbescherming en Jeugdreclassering), Stichting Jongeren Die het Kunnen, een huisarts van het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9721639/1