Rapportage Straatintimidatie Amsterdam 2020 van OIS
Tekst van het document
Straatintimidatie Amsterdam 2020 Onderzoek, Informatie en Statistiek
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
In opdracht van: Directie Openbare Orde en Veiligheid Projectnummer: 20179 Auteru: Beek, Eliza van der Smeets, Harry
Bezoekadres: Weesperstraat 113-117
Telefoon 020 251 0333
Postbus 658, 1000 AR Amsterdam
data.amsterdam.nl
e.beek@amsterdam.nl
h.smeets@amsterdam.nl
Amsterdam, februari 2021
Foto voorzijde: Centrum, fotograaf Edwin van Eis (2020)
2
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
Samenvatting
Voor de vierde meting naar straatintimidatie in Amsterdam is opnieuw in de periode tussen mei en augustus (2020) in de Veiligheidsmonitor1 Amsterdam-Amstelland gevraagd aan de respondenten of ze de afgelopen 12 maanden met bepaalde vormen van straatintimidatie zijn geconfronteerd, in welke mate dit als intimiderend is ervaren en waar dit heeft plaatsgevonden. Daarnaast is de veiligheidsbeleving van Amsterdammers onderzocht die te maken kregen met straatintimidatie. Bij de interpretatie van de uitkomsten dient rekening gehouden te worden met het feit dat het onderzoek is uitgevoerd tijdens de coronacrisis. In de strijd tegen corona riep het kabinet op om zo veel mogelijk thuis te blijven en uitgaansgelegenheden waren een groot deel van de afnameperiode gesloten. Hierdoor was het op veel plekken in de stad rustiger op straat.
Omvang straatintimidatie Van de 3.967 ondervraagde Amsterdammers geeft 38% aan de afgelopen 12 maanden eens of vaker te zijn geconfronteerd met één of meer vormen van straatintimidatie. Vrouwen hebben vaker te maken met straatintimidatie dan mannen. Zo geeft iets minder dan de helft (47%) van de ondervraagde Amsterdamse vrouwen aan de afgelopen 12 maanden eens of vaker te zijn geconfronteerd met straatintimidatie (was 51% in 2018 en 59% in 2016). Van de mannen was dit 28%. Net als voorgaande jaren werden jongere vrouwen in de leeftijd van 15 tot en met 34 jaar verreweg het vaakst geconfronteerd met straatintimidatie. Zo werd driekwart (74%) van hen de afgelopen 12 maanden slachtoffer van één of meer vormen van straatintimidatie. Dit is een lichte daling ten opzichte van 2018 (81%). Ook jonge mannen (15-34 jaar) worden net als voorgaande jaren vaker geconfronteerd met straatintimidatie dan oudere mannen, maar de verschillen tussen de leeftijdsgroepen zijn kleiner dan bij vrouwen. Opnieuw zijn de meest voorkomende vormen van straatintimidatie tegenover vrouwen nafluiten, naroepen met beledigende of seksuele opmerkingen en nasissen. Echter, het aandeel vrouwen dat hiermee te maken kreeg daalt sinds 2016 licht2. Zo werd in 2016 nog 43% en in 2018 36% van de vrouwen ééns of vaker nagefloten. In 2020 is dit gedaald naar ongeveer een derde (32%).
Bovendien nam het aantal keer dat vrouwen hier in de afgelopen 12 maanden mee te maken kregen af. Zo halveerde het aandeel Amsterdamse vrouwen dat in de afgelopen 12 maanden meer dan tien keer werd nagefloten en nageroepen met seksuele opmerkingen ten opzichte van 2018. Ook het aandeel vrouwen dat meer dan tien keer werd nagesist daalde. De meest voorkomende vorm van straatintimidatie onder mannen is net als in voorgaande jaren het nageroepen worden met beledigende opmerkingen: een kwart geeft aan daar de afgelopen 12 maanden ééns of vaker mee te zijn geconfronteerd. 1 De Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland wordt jaarlijks onder ongeveer 14.000 inwoners van de regio
afgenomen en brengt op wijkniveau de veiligheidsbeleving, criminaliteit en overlast in beeld. 2 Met uitzondering van het aandeel vrouwen dat in 2018 werd nageroepen met beledigende opmerkingen: dit was in
2018 gelijk aan 2016.
3
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
Amsterdammers zonder migratieachtergrond3 worden het vaakst geconfronteerd met beledigende opmerkingen op straat, gevolgd door Amsterdammers met een westerse migratieachtergrond. Amsterdammers met een niet-westerse migratieachtergrond kregen hier de afgelopen 12 maanden het minst mee te maken. Daarnaast worden Amsterdamse vrouwen met een westerse migratieachtergrond of zonder migratieachtergrond vaker nagefloten en nageroepen met seksuele opmerkingen dan Amsterdammers met een niet-westerse migratieachtergrond. Wanneer gekeken wordt naar de geaardheid van slachtoffers van straatintimidatie, valt op dat LHB’ers in Amsterdam de afgelopen 12 maanden vaker slachtoffer werden van één of meer vormen van intimidatie dan heteromannen en heterovrouwen.
Ervaren intimidatie De mate van ervaren intimidatie varieert sterk met de wijze waarop men geïntimideerd is. De minst intimiderende vorm onder zowel mannen als vrouwen is net als voorgaande jaren nafluiten. Intimidatievormen die vrouwen het meest intimiderend vinden zijn in het nauw gedreven worden en betast worden. Mannen vonden achternagelopen worden en in het nauw gedreven worden het meest intimiderend. Wat opvalt is dat vrouwen nagefloten worden de afgelopen jaren intimiderender zijn gaan vinden. Ook het nageroepen worden met seksuele opmerkingen ervaren vrouwen in 2020 als meer intimiderend dan in 2016. Voor de vormen van intimidatie die minder vaak voorkomen, is de ervaren intimidatie onder respondenten erg wisselend.
Veiligheidsbeleving De veiligheidsbeleving van Amsterdammers is in 2020 ongeveer gelijk gebleven aan voorgaande jaren. Het aandeel Amsterdammers dat zich weleens onveilig voelt is hoger onder Amsterdammers die zijn geconfronteerd met straatintimidatie dan onder Amsterdammers die dat niet zijn. Dat geldt voor mannen en vrouwen, voor zowel de lichtere als zwaardere vormen van straatintimidatie en voor zowel de onveiligheidsgevoelens in de eigen buurt als die in het algemeen, waarbij men zich in de eigen buurt veiliger voelt dan in het algemeen. Het aandeel dat zich weleens onveilig voelt is hoger onder slachtoffers van een zwaardere vorm van straatintimidatie dan slachtoffers van een lichtere vorm. Van de vrouwen die zijn geconfronteerd met een zwaardere vorm van straatintimidatie voelt bijna driekwart zich weleens onveilig in het algemeen en ruim de helft voelt zich weleens onveilig in de eigen buurt. Dit is vergelijkbaar met 2018. Ruim zes op de tien mannen die zijn geconfronteerd met een zwaardere vorm van straatintimidatie voelen zich weleens onveilig in het algemeen en ongeveer de helft in de eigen buurt. Daarmee is deze laatste groep die zich weleens onveilig voelt in de eigen buurt iets groter dan in 2018, maar vergelijkbaar met 2017.
3 Met migratieachtergrond wordt bedoeld dat de respondent of één of beide ouders in een ander (westers of niet-
westers) land is geboren. Wanneer beide ouders in het buitenland zijn geboren, gaat het geboorteland van de moeder boven dat van de vader in de vaststelling van de migratieachtergrond.
4
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
Locatie straatintimidatie Hoewel de incidenten net als voorgaande jaren in een groot deel van de stad hebben plaatsgevonden, valt op dat respondenten aangaven dat ze vaker voorkwamen op drukkere plekken in de stad, veelal in het Centrum. Ondanks dat vanwege de coronacrisis een groot deel van de afnameperiode de uitgaansgelegenheden gesloten waren en het op veel plekken rustiger was op straat, zijn veel van de genoemde plekken waar straatintimidatie voorkwam vergelijkbaar met voorgaande jaren. Vooral plekken vanuit het Centraal Station de stad in en de Burgwallen Oude zijde en Nieuwe zijde worden vaak genoemd. Wel wordt het Leidseplein minder vaak genoemd dan andere jaren.
5
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
Inhoud
Samenvatting
3
Omvang straatintimidatie Ervaren intimidatie Veiligheidsbeleving Locatie straatintimidatie
3 4 4 5
Inleiding
7
1 Omvang straatintimidatie
8
1.1 Opnieuw lichte daling straatintimidatie 8 1.2 Jongere vrouwen het vaakst geïntimideerd 9 1.3 Minder vrouwen nagefloten, nageroepen en nagesist dan voorgaande jaren 10 1.4 Mannen vooral nageroepen met beledigende opmerkingen 11 1.5 Jonge vrouwen het vaakst nagefloten, nageroepen en nagesist 13 1.6 Minder verbale intimidatie tegenover Amsterdammers met niet-westerse achtergrond 14 1.7 LHB-ers vaker slachtoffer van straatintimidatie dan heteromannen en -vrouwen 15
2 Ervaren intimidatie
16
2.1 Ervaren intimidatie verschilt per vorm
16
3 Veiligheidsbeleving
18
3.1 Slachtoffers van intimidatie voelen zich vaker onveilig
19
4 Locatie straatintimidatie
21
Bijlage
22
6
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
Inleiding
Voor de gemeente Amsterdam is elke vorm van straatintimidatie ontoelaatbaar. Iedereen moet zich op elk moment van de dag overal in Amsterdam vrij en veilig kunnen voelen. Een van de gevraagde maatregelen voor de aanpak van straatintimidatie is een jaarlijks terugkerende rapportage straatintimidatie. Dit is de vierde keer dat de rapportage straatintimidatie verschijnt. Evenals in voorgaande metingen is in de periode tussen mei en augustus 2020 in de Veiligheidsmonitor AmsterdamAmstelland4 gevraagd aan de respondenten of ze de afgelopen 12 maanden met bepaalde vormen van straatintimidatie zijn geconfronteerd en in welke mate dit als intimiderend is ervaren en waar dit heeft plaatsgevonden. Daarnaast is de veiligheidsbeleving van Amsterdammers onderzocht. De resultaten zeggen alleen iets over de slachtoffers en niet over de daders van straatintimidatie. Onder straatintimidatie worden in het onderzoek de volgende vormen verstaan: nafluiten nasissen naroepen met seksuele opmerkingen naroepen met beledigende opmerkingen achternalopen betasten in het nauw drijven bespugen Bij de interpretatie van de uitkomsten dient rekening gehouden te worden met het feit dat het onderzoek is uitgevoerd tijdens de coronacrisis. In de strijd tegen corona riep het kabinet op om zo veel mogelijk thuis te blijven en uitgaansgelegenheden waren een groot deel van de afnameperiode gesloten.
Hierdoor was het op veel plekken in de stad rustiger op straat.
4 De Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland wordt jaarlijks onder ongeveer 14.000 inwoners van de regio
afgenomen en brengt op wijkniveau de veiligheidsbeleving, criminaliteit en overlast in beeld.
7
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
1 Omvang straatintimidatie
Om opnieuw de omvang van straatintimidatie in Amsterdam te onderzoeken is aan 3.967 Amsterdammers gevraagd of zij geconfronteerd zijn met straatintimidatie en hoe vaak dit voorkwam in de afgelopen 12 maanden. Binnen het onderzoek worden verschillende vormen van straatintimidatie onderzocht. Er wordt bovendien onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen, tussen verschillende leeftijdsgroepen en de herkomst van slachtoffers.
1.1 Opnieuw lichte daling straatintimidatie Van de 3.967 ondervraagde Amsterdammers geeft 38% aan de afgelopen 12 maanden eens of vaker te zijn geconfronteerd met één of meer vormen van straatintimidatie. Dit is iets lager dan in 2018, toen 41% van de Amsterdammers aangaf geconfronteerd te zijn met intimidatie op straat.
38%
Vrouwen hebben vaker te maken met straatintimidatie dan mannen. Zo geeft bijna de helft (47%) van de 2.073 ondervraagde Amsterdamse vrouwen aan de afgelopen 12 maanden eens of vaker te zijn geconfronteerd met straatintimidatie (figuur 1.1). Van de mannen was dit 28% (van de 1.894 respondenten). Het aandeel mannen dat in 2020 geconfronteerd werd met straatintimidatie ligt daarmee iets lager dan in 2017 en 2018 toen het nog 30% was. Ook het aandeel vrouwen dat geïntimideerd werd op straat daalt sinds 2016 (toen 59%). Figuur 1.1 Aandeel dat de afgelopen 12 maanden slachtoffer werd van één of meer vormen van straatintimidatie, naar geslacht5 (%)
vrouwen
mannen
2016
59
2017
53
2017
30
2018
51
2018
30
2020
28
2020
47 0
20
40
% 60
80
0
20
% 40
60
80
Hoewel sinds 2016 een lichte daling te zien is, dient rekening gehouden te worden met het feit dat de daling in 2020 ook te maken kan hebben met de maatregelen om het coronavirus tegen te gaan. Hierdoor was het (een deel van de onderzoeksperiode) op veel plekken in de stad rustiger op straat.
5 In 2016 werden de vragen over straatintimidatie alleen voorgelegd aan vrouwen.
8
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
1.2 Jongere vrouwen het vaakst geïntimideerd Van alle ondervraagde leeftijdsgroepen onder zowel vrouwen als mannen worden, net als voorgaande jaren, jongere vrouwen in de leeftijd van 15 tot en met 34 jaar verreweg het vaakst geconfronteerd met straatintimidatie. Zo werd driekwart (74%) van hen de afgelopen 12 maanden slachtoffer van één of meer vormen van straatintimidatie (figuur 1.2). Vrouwen in de leeftijdsgroep van 35 tot 49 en in de leeftijdsgroep 50-plus werden significant minder vaak geconfronteerd met straatintimidatie. Zo kreeg ruim de helft van de vrouwen tussen 35 en 49 jaar te maken met straatintimidatie (53%). Van de vrouwen van 50 jaar of ouder lag dit percentage nog een stuk lager, op 28%.
74%
Ook jonge mannen (15-34 jaar) worden vaker geconfronteerd met straatintimidatie dan oudere mannen, maar de verschillen tussen de leeftijdsgroepen zijn kleiner dan bij vrouwen. Zo werd 38% van de mannen tussen de 15 en 34 jaar geconfronteerd met straatintimidatie. Onder 35 tot 49-jarigen was dit 31%. Mannen van 50 jaar of ouder werden het minst vaak geïntimideerd op straat (22%). Figuur 1.2 Aandeel dat de afgelopen 12 maanden slachtoffer werd van één of meer vormen van straatintimidatie, naar leeftijd en geslacht (%)
100 80
74
60 40
vrouwen
53 38 31
mannen
28 22
20 0
% 15-34
35-49
50-plus
Het aandeel vrouwen dat te maken kreeg met straatintimidatie is in alle leeftijdsgroepen licht gedaald ten opzichte van voorgaande jaren. Onder mannen daalde dit aandeel ten opzichte van 2018 vooral in de leeftijdscategorie 35 tot 54 jaar. Zie bijlage 1 voor de resultaten van 2016 tot 2020, per geslacht en leeftijdscategorie.
9
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
1.3 Minder vrouwen nagefloten, nageroepen en nagesist dan voorgaande jaren Net als voorgaande jaren zijn de meest voorkomende vormen van straatintimidatie tegenover vrouwen nafluiten, naroepen met beledigende of seksuele opmerkingen en nasissen (zie figuur 1.3). Echter, er is (opnieuw) een lichte daling in het aandeel vrouwen dat hiermee te maken kreeg ten opzichte van eerdere jaren. Zo werd in 2016 nog 43% van de vrouwen ééns of vaker nagefloten. In 2020 is dit gedaald naar ongeveer een derde (32%). Ook het aandeel vrouwen dat ééns of vaker werd nageroepen met beledigende – of seksuele opmerkingen (respectievelijk 27% en 24%) of werd nagesist (23%) daalde. In 2016 kreeg ongeveer een derde hiermee te maken. De omvang van de andere vormen van straatintimidatie tegenover vrouwen bleef nagenoeg gelijk aan voorgaande jaren. Ruim één op de zeven vrouwen geeft in 2020 aan te zijn achternagelopen in de afgelopen 12 maanden (15%, was 17% in 2016). De overige vormen van straatintimidatie komen in verhouding opnieuw weinig voor. 4% van de Amsterdamse vrouwen werd in het nauw gedreven, 3% geeft aan te zijn bespuugd en 2% van hen werd betast. Zie bijlage 2 voor het aandeel vrouwen dat de afgelopen 12 maanden slachtoffer werd van één of meer vormen van straatintimidatie, per vorm en jaar.
Figuur 1.3 Aandeel vrouwen dat de afgelopen 12 maanden slachtoffer werd van één of meer vormen van straatintimidatie, per vorm (%)
nagefloten
32
nageroepen met beledigende opmerkingen
27
nageroepen met seksuele opmerkingen
24
nagesist
23
achternagelopen
15
in het nauw gedreven
4
bespuugd
3
betast
2 0
% 20
40
60
80
Er is niet alleen gekeken naar het aandeel Amsterdamse vrouwen dat te maken kreeg met verschillende vormen van straatintimidatie, maar ook naar hoe vaak ze hiermee geconfronteerd werden in de afgelopen 12 maanden (zie figuur 1.4). Het aandeel Amsterdamse vrouwen dat in de afgelopen 12 maanden meer dan tien keer werd nagefloten daalde ten opzichte van 2018 van 10% naar 5%. Het aandeel dat meer dan tien keer werd nagesist of werd nageroepen met seksuele opmerkingen daalde respectievelijk van 7% naar 4%, en van 6% naar 3%. Zie bijlage 3 voor de frequentie van de meest voorkomende vormen van straatintimidatie per jaar (20162020).
10
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
Figuur 1.4 Slachtofferschap straatintimidatie onder vrouwen (2020) uitgesplitst naar soort en frequentie (%)
nagefloten
nageroepen met beledigende opmerkingen nageroepen met seksuele opmerkingen nagesist
14
12
5
8
60
18
7
8
66
14
8 3 8
67
11
8 4 10
68
1 of 2 keer 3 tot 10 keer meer dan 10 keer
achternagelopen
11 3 9
77
in het nauw gedreven 3 7
89
bespuugd 3 7
90
betast 2 7
91
0
20
40
weet niet/geen antwoord nooit
% 60
80
100
1.4 Mannen vooral nageroepen met beledigende opmerkingen De meest voorkomende vorm van straatintimidatie onder mannen is net als in voorgaande jaren het nageroepen worden met beledigende opmerkingen: een kwart (24%) geeft aan daar de afgelopen 12 maanden ééns of vaker mee te zijn geconfronteerd (zie figuur 1.5). Dit is een lichte daling ten opzichte van 2018 (26%) en 2017 (28%, zie bijlage 4). De overige vormen van straatintimidatie komen in verhouding veel minder vaak voor. Van alle ondervraagde mannen geeft 6% aan te zijn achternagelopen en eveneens 6% te zijn nageroepen met seksuele opmerkingen. 4% werd nagefloten, nagesist of bespuugd. Van de verschillende vormen van straatintimidatie worden mannen het minst in het nauw gedreven (3%) of betast (1%). Hoe vaak mannen de afgelopen 12 maanden geconfronteerd werden met diverse vormen van straatintimidatie (figuur 1.6) veranderde de afgelopen jaren nauwelijks (zie bijlage 5).
11
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
Figuur 1.5 Aandeel mannen dat de afgelopen 12 maanden slachtoffer werd van één of meer vormen van straatintimidatie, per vorm (%)
nageroepen met beledigende opmerkingen
24
achternagelopen
6
nageroepen met seksuele opmerkingen
6
nagefloten
4
nagesist
4
bespuugd
4
in het nauw gedreven
3
betast
1
%
0
20
40
60
80
Figuur 1.6 Slachtofferschap straatintimidatie onder mannen (2020), uitgesplitst naar soort en frequentie (%)
nageroepen met beledigende opmerkingen
17
7 7
69
achternagelopen 5 8
86
nageroepen met seksuele opmerkingen 4 7
87
in het nauw gedreven 3 8
89
bespuugd 3 7
89
nagefloten 22 7
88
nagesist 2 9
87
1 of 2 keer 3 tot 10 keer meer dan 10 keer
betast
8 0
weet niet/geen antwoord nooit
92 20
40
60
% 80
100
12
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
1.5 Jonge vrouwen het vaakst nagefloten, nageroepen en nagesist In figuur 1.7 zijn voor zowel vrouwen als mannen de acht onderscheiden intimidatievormen uitgesplitst naar leeftijd. Vrouwen tussen de 15 en 34 jaar worden opvallend vaker nagefloten (65%), nageroepen met seksuele opmerkingen (50%), nagesist (45%) en achternagelopen (29%) dan de andere groepen (zie figuur 1.7). Ook vrouwen tussen de 35 en 49 jaar krijgen hier vaker dan gemiddeld mee te maken. Van hen werd 36% nagefloten, ruim een kwart werd nageroepen met seksuele opmerkingen of nagesist (beide 26%) en 13% werd achternagelopen. Vrouwen van vijftig jaar of ouder krijgen hier veel minder mee te maken. 9% van hen werd de afgelopen 12 maanden nagefloten, 8% werd nageroepen met seksuele opmerkingen en 7% werd nagesist of achternagelopen. In deze leeftijdscategorie is het onderscheid tussen vrouwen en mannen kleiner. Hoewel ook onder mannen de jongste leeftijdscategorie vaker te maken krijgt met deze vormen van straatintimidatie dan de oudere groepen, zijn de verschillen tussen de leeftijdscategorieën veel kleiner: tussen de 2% en 9% voor nafluiten, tussen de 4% en 9% voor achternalopen en naroepen met seksuele opmerkingen, en tussen de 2% en 8% voor nasissen. Opvallend is dat het aandeel dat werd nageroepen met beledigende opmerkingen per leeftijdsgroep nauwelijks verschilt tussen vrouwen en mannen.
Zo werd ongeveer een derde van de ondervraagde vrouwen (35%) en mannen (32%) tussen de 15 en 34 jaar de afgelopen 12 maanden nageroepen met beledigende opmerkingen. Van de vrouwen (31%) en mannen (28%) tussen de 35 en 49 jaar was dit ongeveer drie op de tien. Vrouwen en mannen van vijftig jaar en ouder worden het minst vaak nageroepen met beledigende opmerkingen (respectievelijk 20% en 18%). De overige intimidatievormen komen onder zowel mannen als vrouwen minder vaak voor hoewel er leeftijdsverschillen blijven bestaan. Wanneer de uitkomsten worden vergeleken met de uitkomsten van 2018, is een aantal kleine verschillen te zien. Zo daalde het aandeel vrouwen tussen de 15 en 34 dat de afgelopen 12 maanden werd nagefloten (van 70% naar 65%), nagesist (van 50% naar 45%) en nageroepen met beledigende opmerkingen (van 42% naar 35%). Het aandeel mannen tussen de 15 en 34 jaar dat in de afgelopen 12 maanden werd nagefloten en nageroepen met seksuele opmerkingen lijkt juist iets te stijgen (beide van 5% naar 9%). Verder verschillen de uitkomsten nauwelijks ten opzichte van 2018.
13
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
Figuur 1.7 Slachtofferschap straatintimidatie (2020), uitgesplitst naar soort, geslacht en leeftijd (%) %
80 65
60 50 45
40
36
35 31 32 28 20
20
29
26
26
18 13
99
89 42
64
78
4
7
98
2
4
432444
64 44 3 2
0
vrouwen 15-34
vrouwen 35-49
vrouwen 50-plus
mannen 15-34
mannen 35-49
mannen 50-plus
6
21101
1.6 Minder verbale intimidatie tegenover Amsterdammers met niet-westerse achtergrond Net als voorgaande jaren is onderzocht of de migratieachtergrond6 van Amsterdammers een rol speelt bij het slachtoffer worden van straatintimidatie. Bij de meeste vormen van straatintimidatie zijn geen grote verschillen tussen Amsterdammers zonder migratieachtergrond, Amsterdammers met een westerse migratieachtergrond of Amsterdammers met een niet-westerse migratieachtergrond. Wel valt op dat Amsterdamse vrouwen met een westerse migratieachtergrond of zonder migratieachtergrond vaker worden nagefloten (respectievelijk 34% en 33%) dan Amsterdammers met een niet-westerse migratieachtergrond (26%, figuur 1.8). Hetzelfde geldt voor nageroepen worden met seksuele opmerkingen (26% tegenover 18%). Daarnaast geven Amsterdammers zonder migratieachtergrond (zowel vrouwen als mannen) het vaakst aan geconfronteerd te worden met beledigende opmerkingen (respectievelijk 31% en 28%), gevolgd door Amsterdammers met een westerse migratieachtergrond (vrouwen: 22% en mannen: 25%). Amsterdamse vrouwen (20%) en mannen (14%) met een niet-westerse migratieachtergrond kregen de afgelopen 12 maanden het minst te maken met beledigede opmerkingen op straat.
6 Westerse migratieachtergrond, niet-westerse migratieachtergrond of geen migratieachtergrond.
14
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
Figuur 1.8 Slachtofferschap straatintimidatie (2020), uitgesplitst naar soort, geslacht en migratieachtergrond (%) %
60
40
3433
31
26
22 20
20
28 25
14 7
53
2626 18
24 2020
17
15 12
566
6 4 4
676
433
2
64
4443
5
3
0
niet-westerse vrouwen
westerse vrouwen
Nederlandse vrouwen
niet-westerse mannen
westerse mannen
Nederlandse mannen
213111
Het aandeel Amsterdamse vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond dat de afgelopen 12 maanden werd nagefloten of nagesist daalde ten opzichte van 2018 (resp. van 33% naar 26% en van 25% naar 20%). Amsterdamse vrouwen met een westerse migratieachtergrond werden in 2020 daarentegen juist vaker nagefloten (34% tegenover 26% in 2018). Wel kregen zij minder vaak te maken met beledigende opmerkingen (22% tegenover 30% in 2018). Voor de overige intimidatievormen bestaan binnen de groepen geen grote verschillen ten opzichte van 2018.
1.7 LHB-ers vaker slachtoffer van straatintimidatie dan heteromannen en -vrouwen
50%
Wanneer gekeken wordt naar de geaardheid van slachtoffers van straatintimidatie, valt op dat LHB’ers7 in Amsterdam de afgelopen 12 maanden vaker slachtoffer werden van één of meer vormen van intimidatie (50%) dan heteromannen en heterovrouwen (40%).
7 Lesbische vrouwen, homoseksuele mannen en biseksuelen. Bepaald op basis van het geslacht en de seksuele
oriëntatie (tot welke sekse voelt u zich aangetrokken?).
15
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
2 Ervaren intimidatie
Naast de omvang en de verschillende vormen van straatintimidatie is in het onderzoek aandacht besteed aan de ervaren intimidatie. Aan Amsterdammers die in de afgelopen 12 maanden zijn geconfronteerd met één of meer vormen van straatintimidatie is net als in voorgaande jaren gevraagd hoe intimiderend zij dit vonden de laatste keer dat dit gebeurde.
2.1 Ervaren intimidatie verschilt per vorm In figuur 2.1 en 2.2 is te zien dat de ervaren intimidatie sterk varieert met de wijze waarop men geïntimideerd werd. De minst intimiderende vorm onder zowel vrouwen als mannen is opnieuw nagefloten worden. 56% van de vrouwen en 46% van de mannen vond dit de laatste keer dat het gebeurde een beetje of zeer intimiderend. Intimidatievormen die vrouwen het meest intimiderend vinden zijn in het nauw gedreven worden en betast worden. Respectievelijk 86% en 77% van de vrouwen die hiermee te maken kregen in de afgelopen 12 maanden, vonden dit een beetje of zeer intimiderend de laatste keer dat het gebeurde. Mannen vonden achternagelopen worden en in het nauw gedreven worden het meest intimiderend (resp. 83% en 77% vond dit een beetje zeer intimiderend). Wat opvalt is dat vrouwen nagefloten worden de afgelopen jaren intimiderender zijn gaan vinden. Ook het nageroepen worden met seksuele opmerkingen ervaren vrouwen in 2020 als meer intimiderend dan in 2016. Voor de vormen van intimidatie die minder vaak voorkomen, is de ervaren intimidatie onder respondenten erg wisselend en door het lage aantal respondenten binnen deze vormen van intimidatie kan hier geen uitspraak over worden gedaan (zie bijlage 6 en 7 voor de ervaren intimidatie van alle intimidatievormen (2016-2017)).
Figuur 2.1 Hoe intimiderend was gedrag voor vrouwen uitgesplitst naar intimidatievorm (%)
in het nauw gedreven
80
betast (n=44)
6
73
achternagelopen
65
bespuugd
59
5
14 23
25
10
23
zeer intimiderend
17 een beetje
seksuele opmerkingen
41
37
22
beledigende opmerkingen
39
40
21
nagesist
26
nagefloten
46
12 0
29
45 20
40
niet of nauwelijks
60
44
%
80
100
16
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
Figuur 2.2 Hoe intimiderend was gedrag voor mannen uitgesplitst naar intimidatievorm (%)
achternagelopen
57
26
17
in het nauw gedreven (n=47)
45
32
23
bespuugd
44
27
29
nagesist (n=40)
40
28
33
seksuele opmerkingen
38
35
28
betast (n=14)
29
beledigende opmerkingen
25
nagefloten
7
0
niet of nauwelijks 29
31 20
een beetje
64 46
15
zeer intimiderend
54 40
60
% 80
100
17
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
3 Veiligheidsbeleving
De veiligheidsbeleving van Amsterdammers is in 2020 ongeveer gelijk gebleven aan voorgaande jaren (zie figuur 3.1). Dit gaat zowel om het veiligheidsgevoel in het algemeen als het veiligheidsgevoel in de eigen buurt, waarbij men zich in de eigen buurt veiliger voelt dan in het algemeen. Vrouwen voelen zich opnieuw vaker onveilig dan mannen. Zo geeft de helft van de vrouwen (49%) aan zich in het algemeen weleens onveilig te voelen tegenover een derde van de mannen (32%). In de eigen buurt voelt 33% van de vrouwen en 23% van de mannen zich weleens onveilig. Figuur 3.1 Veiligheidsbeleving in het algemeen en in de eigen buurt (% dat zich weleens onveilig voelt)
80
%
60 53 50
47
49
vrouwen wel eens onveilig in de eigen buurt
40 34 31
31
22
21
29 22
0 2016
2017
2018
31
vrouwen wel eens onveilig in het algemeen
33 32 23
mannen wel eens onveilig in het algemeen mannen wel eens onveilig in de eigen buurt
20
2020
18
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
3.1 Slachtoffers van intimidatie voelen zich vaker onveilig Evenals in voorgaande jaren zijn de onveiligheidsgevoelens van slachtoffers van zowel lichtere als zwaardere vormen van straatintimidatie vergeleken met die van niet-slachtoffers. De lichtere vormen bestaan uit nafluiten, nasissen en naroepen met beledigende of seksuele opmerkingen. Zwaardere vormen van straatintimidatie bestaan uit in het nauw drijven, betasten en achternalopen. In Figuur 3.2 is apart voor mannen en vrouwen te zien dat het aantal Amsterdammers dat zich weleens onveilig voelt hoger is onder Amsterdammers die zijn geconfronteerd met straatintimidatie dan onder Amsterdammers die hier niet mee geconfronteerd werden. Dat geldt zowel voor vrouwen als mannen en voor zowel de zwaardere als lichtere vormen van straatintimidatie. Bovendien is dat zowel terug te zien in de onveiligheidsgevoelens in de eigen buurt als in het algemeen. Zo voelt 60% van de Amsterdammers die in de afgelopen 12 maanden slachtoffer werden van een of meer vormen van intimidatie zich weleens onveilig in het algemeen tegenover 28% van de Amsterdammers die hier niet mee te maken kregen. Het aandeel dat zich weleens onveilig voelt is hoger onder slachtoffers van een zwaardere vorm van straatintimidatie dan slachtoffers van een lichtere vorm.
60%
Van de vrouwen die zijn geconfronteerd met een zwaardere vorm van straatintimidatie voelt bijna driekwart (73%) zich weleens onveilig in het algemeen en ruim de helft (51%) voelt zich weleens onveilig in de eigen buurt. Dit is vergelijkbaar met 2018 (toen respectievelijk 75% en 52%), maar iets lager dan in 2016 (resp. 76% en 57%). Van de mannen die zijn geconfronteerd met een zwaardere vorm van straatintimidatie voelt 63% zich weleens onveilig in het algemeen en ongeveer de helft (49%) in de eigen buurt. Daarmee is het aandeel dat zich weleens onveilig voelt in de eigen buurt iets hoger dan in 2018 (44%), maar vergelijkbaar met 2017 (48%).
19
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
Figuur 3.2 Onveiligheidsgevoelens onder Amsterdammers algemeen en slachtoffers straatintimidatie 2020 (%)
vrouwen 73
slachtoffers zwaardere intimidatievormen
51 65
slachtoffers lichtere intimidatievormen
40 35
niet slachtoffer
26
49
gemiddeld
33 0
20
%
40
wel eens onveilig in het algemeen
60
80
100
wel eens onveilig in de eigen buurt
mannen 63
slachtoffers zwaardere intimidatievormen
49 52
slachtoffers lichtere intimidatievormen
36 23
niet slachtoffer
18
32
gemiddeld
23 0
20
wel eens onveilig in het algemeen
% 40
60
80
100
wel eens onveilig in de eigen buurt
20
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
4 Locatie straatintimidatie
Aan respondenten die zijn geconfronteerd met één of meer vormen van straatintimidatie gevraagd om schriftelijk, dan wel op een digitale kaart van Amsterdam aan te geven waar dat incident heeft plaatsgevonden, de laatste keer dat dit gebeurde. In totaal gaven 1.273 respondenten die in de afgelopen 12 maanden eens of vaker geconfronteerd werden met één of meer vormen van straatintimidatie aan waar dat (de laatste keer) plaatsvond (zie figuur 5.1). Hoewel de incidenten net als voorgaande jaren in een groot deel van de stad plaatsvonden, valt op dat respondenten aangaven dat ze vaker voorkwamen op drukkere plekken in de stad, veelal in het Centrum. Ondanks dat vanwege de coronacrisis een groot deel van de afnameperiode de uitgaansgelegenheden gesloten waren en het op veel plekken rustiger was op straat, zijn veel van de genoemde plekken waar straatintimidatie voorkwam vergelijkbaar met voorgaande jaren. Vooral plekken vanuit het Centraal Station de stad in en de Burgwallen Oude zijde en Nieuwe zijde worden vaak genoemd. Wel wordt het Leidseplein minder vaak genoemd dan andere jaren. Figuur 5.1 Locatie van laatste intimidatie 2020
Via https://onderzoek.amsterdam.nl/ois/straatintimidatie/ kan worden ingezoomd op verschillende plekken, kunnen jaren worden vergeleken en is een uitsplitsing te maken voor mannen en vrouwen.
21
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
Bijlage Bijlage 1. Aandeel dat de afgelopen 12 maanden slachtoffer werd van één of meer vormen van straatintimidatie, per geslacht, leeftijdscategorie en jaar (%)
74
2020
53
vrouwen
28 81
2018
55 32 79
2017
61 32 80
2016
15-34 jaar
56
36 35-49
mannen
50-plus
38
2020
31 22 38 37
2018 24
43
2017
37
%
23 0
20
40
60
80
100
22
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
Bijlage 2. Aandeel vrouwen dat de afgelopen 12 maanden slachtoffer werd van één of meer vormen van straatintimidatie, per vorm en jaar (%)
32 nagefloten 27
nageroepen met beledigende opmerkingen
36 38
43
34 32 34
24 27 30 31 23 28 30 34
nageroepen met seksuele opmerkingen
nagesist
2020 2018
2017
15 16 17 17
achternagelopen
2016
4 4 4 4 3 5 4
in het nauw gedreven
bespuugd
2 4 3 3
betast 0
% 20
40
60
80
Bijlage 3. Aandeel mannen dat de afgelopen 12 maanden slachtoffer werd van één of meer vormen van straatintimidatie, per vorm en jaar (%)
24 26 28
nageroepen met beledigende opmerkingen 6 8 7 6 5 6 4 5 5 4 6 6 4 5 5 3 4 4
achternagelopen nageroepen met seksuele opmerkingen nagefloten nagesist bespuugd in het nauw gedreven
2020 2018 2017
1 1 1
betast 0
% 20
40
60
80
23
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
Bijlage 4. Aandeel vrouwen dat de afgelopen 12 maanden slachtoffer werd van één of meer vormen van straatintimidatie, per vorm, frequentie en jaar (%)
nagefloten 2020 2018 2017 2016 nagesist 2020 2018 2017 2016
14 16 15 19
60 57 56 53
11 8 4 10 12 6 7 12 14 6 7 10 17 11 6 5
68 64 63 62
14 14 16 17
8 3 8 5 6 10 5 6 9 10 4 3
67 65 64 66
7 1 8 6 3 9 6 4 8 8 33
66 60 62 63
nageroepen met seksuele 2020 opmerkingen 2018 2017 2016 nageroepen met beledigende 2020 opmerkingen 2018 2017 2016 achternagelopen 2020 2018 2017 2016
12 5 8 8 10 10 9 11 8 15 9 4
18 22 21 23
11 3 9 11 2 9 11 3 8 14 2 4
77 76 77 80
1 of 2 keer 3 tot 10 keer vaker weet niet nooit
%
Bijlage 5. Aandeel mannen dat de afgelopen 12 maanden slachtoffer werd van één of meer vormen van straatintimidatie, per vorm, frequentie en jaar (%)
Nagefloten 2020 22 7 2018 2 9 2017 3 8
88 88 88
Nagesist 2020 21 9 2018 4 10 2017 4 9
87 85 87
Nageroepen met seksuele 2020 4 7 opmerkingen 2018 3 8 2017 3 7
87 88 89
Nageroepen met beledigende 2020 opmerkingen 2018 2017
Achternagelopen 2020 2018 2017
17 17 18 5 6 5
8 9 8
7 7 62 7 52 7
1 of 2 keer 3 tot 10 keer vaker weet niet nooit 69 68 68
86 84 86
%
24
Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam
Bijlage 6. Hoe intimiderend het gedrag was voor vrouwen, per vorm en jaar (%) nagefloten 2020 12 44 45 2018 9 57 34 2017 10 58 33 2016 6 62 32 nagesist 2020 29 46 26 2018 31 49 20 2017 32 48 21 2016 30 44 26 41 seksuele opmerkingen 2020 22 37 42 2018 16 42 36 2017 23 41 2016 26 46 28 39 beledigende opmerkingen 2020 21 40 zeer intimiderend 36 2018 19 46 39 2017 25 36 een beetje 35 2016 19 45 65 achternagelopen 2020 10 25 2018 8 24 67 niet of nauwelijks 2017 14 18 69 58 2016 6 36 73 betast (n=44) 2020 23 5 69 (n=64) 2018 15 17 (n=57) 2017 30 12 58 (n=7) 2016 100 in het nauw gedreven (n=81) 2020 6 14 80 (n=39) 2018 9 14 77 (n=60) 2017 23 12 65 91 (n=11) 2016 9 59 bespuugd (n=69) 2020 17 23 (n=73) 2018 10 12 78 % (n=78) 2017 23 9 68
60
40
20
0
80
100
Bijlage 7. Hoe intimiderend het gedrag was voor mannen, per vorm en jaar (% nagefloten (n=52) 2020 15 31 54 (n=43) 2018 9 16 74 (n=33) 2017 3 33 64 nagesist (n=40) 2020 40 28 33 (n=42) 2018 19 38 43 (n=42) 2017 10 50 40 seksuele opmerkingen (n=58) 2020 38 35 28 (n=47) 2018 23 40 36 (n=39) 2017 31 23 46 beledigende opmerkingen (n=386) 2020 25 46 29 (n=353) 2018 20 47 33 (n=112) 2017 20 49 32 achternagelopen (n=69) 2020 57 26 17 (n=72) 2018 40 39 21 (n=55) 2017 38 42 20 betast (n=14) 2020 29 7 64 (n=21) 2018 19 19 62 (n=13) 2017 15 31 54 in het nauw gedreven (n=47) 2020 45 32 23 (n=21) 2018 19 19 62 (n=39) 2017 59 21 21 bespuugd (n=52) 2020 44 27 29 (n=58) 2018 55 24 21 (n=53) 2017 57 21 23
%
0
100
20
40
60
80
zeer intimiderend een beetje niet of nauwelijks
25