Rapportage MKOW december 2021 DEF
Tekst van het document
Meer Kans Op Werk Rapportage December 2021
Versie 20-12-2021
Inleiding 1
Met Meer Kans Op Werk hebben we ingezet op het intensiveren van de uitstroom uit de uitkering naar werk, vooral ook van Amsterdammers voor wie lange tijd weinig perspectief op werk was, met als doel het aantal Amsterdammers in de bijstand te verminderen. Daarbij wilden we minimaal de landelijke trend voor het aantal uitkeringsgerechtigden volgen, om zo blijvend een passend budget te ontvangen waarmee alle uitkeringen kunnen worden gefinancierd. We hebben hier langs drie lijnen aan gewerkt: Startproces (1): realiseren van minder onrechtmatige instroom en snellere uitstroom door een intensief dienstverleningsmodel. Proces naar werk en participatie (2): een effectief en snel proces naar werk (“in 1x goed”). Cohortaanpak (3): verhoogde uitstroom van langdurig bijstandsgerechtigden en een nieuw regulier proces voor periodieke gesprekken. Ook is vanuit de coalitieakkoordmiddelen geïnvesteerd in verschillende Banenplannen (4): samenwerkingen met werkgevers en maatschappelijke partners om Amsterdammers uit een bepaald gebied, doelgroep of branche aan het werk te helpen en houden. Ontwikkeling bestandsomvang Het bijstandsbestand is gedaald van 40.281 eind 2018 naar 37.683 op 20 december 2021.
De dalende lijn is in de loop van 2019 ingezet, werd onderbroken en omhoog gestuwd door de coronacrisis, maar heeft zich daarna voortgezet om eind 2021 bijna 2.600 lager uit te komen dan eind 2018. Het bestand in Amsterdam heeft zich bovendien positief ontwikkeld ten opzichte van het landelijk gemiddelde. In 2019 was het verschil tussen de landelijke daling en de daling in Amsterdam al flink geslonken, maar het verschil nam door de coronacrisis weer toe. In de tweede helft van 2021 daalt het bestand weer, en eind 2021 zien we zelfs een sterkere daling in Amsterdam ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Resultaten Meer Kans Op Werk De uitvoering van het programma is een klein jaar na de start sterk beïnvloed door de coronacrisis. In deze rapportage staan de concrete inspanningen en opbrengsten van Meer Kans Op Werk omschreven van 2019 tot en met 2021. Ook laten we zien hoe de opbrengsten worden ingebed in de reguliere dienstverlening en wat er nog moet gebeuren om Meer Kans Op Werk in 2022 af te ronden.
2
Omvang bijstandsbes tand
Ontwikkelin g bijstandsbes tand t.o.v. landelijke gemiddelde
2018 - 12
40.281
+2,7%
2019 - 12
38.823
+0,5%
2020 - 12
40.443
+1,3%
2021 - 12 (20 dec 2021)
37.683
-1,4%
Routes Meer Kans Op Werk
3
1. Startproces Wat was het doel? Realiseren van minder onrechtmatige instroom en snellere uitstroom door een intensief dienstverleningsmodel in de eerste zes maanden. Wat hebben we bereikt? Ontwikkeling en implementatie van het Startproces
Het Startproces is een vernieuwde werkwijze met focus op uitstroom naar werk en op rechtmatigheid vanaf het van moment aanvraag, door het direct betrekken van de juiste medewerkers en door intensieve begeleiding in de eerste zes maanden na aanvraag. Er wordt multidisciplinair gewerkt door klantbegeleiders, handhavers en inkomensconsulenten. In het Startproces wordt gewerkt met instrumenten en begeleiding passend bij een periode van 4 weken tot 6 maanden. Het nieuwe proces berust op drie pijlers: Voorkant van het proces: De intake bestaat uit een multidisciplinaire samenwerking tussen klantbegeleider, inkomensconsulent en handhavingsspecialist. Een inkomensconsulent heeft nu bij de aanvraag van een uitkering persoonlijk contact met de aanvrager. Zo wordt sneller duidelijk wie geen recht heeft op een uitkering. Snelle doorgeleiding: Al tijdens het intakegesprek wordt over werk gesproken. Het kan zijn dat de Amsterdammer op dat moment nog geen besluit op een aanvraag heeft gekregen. Het ‘risico’ dat tijd geïnvesteerd wordt in mensen die geen recht hebben op een uitkering weegt op tegen de snellere ondersteuning van de mensen die wel recht hebben op een uitkering. Intensieve dienstverlening: Vanaf het moment van aanvragen tot in de eerste zes maanden na toekenning van de uitkering is de dienstverlening intensief met meerdere contactmomenten per week.
Na het intakegesprek zijn er vier verschillende trajecten. Bijstandsgerechtigden die snel aan het werk kunnen, gaan naar het Jobcenter (1). Hier worden zij door jobcentercoaches actief begeleid, onder andere bij het solliciteren. Bij Stap naar Werk (2) en Oriëntatie naar Werk (3) wordt er door training en empowerment gewerkt aan onderwerpen die de re-integratie van de bijstandsgerechtigde kan bevorderen. Voor de Amsterdammers waarvoor betaald werk (nog) niet tot de mogelijkheden behoort, wordt activerende dienstverlening (4) ingezet. Na een gefaseerde uitrol, staat het Startproces sinds juni 2021 aan. In de hele stad wordt gewerkt volgens de methodiek en hiervoor genoemde uitgangspunten. Er zijn 3 Jobcenters
4
operationeel waar Amsterdammers met diverse faciliteiten en integrale dienstverlening worden ondersteund op weg naar werk. Naar de voorkant van het proces is een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd. De klanttevredenheidscore aanvraag LO in het Startproces is gemiddeld een 7,6 (op een schaal van 1 –10). Duidelijkheid over de hoogte van de uitkering en over het vervolg na het indienen van de aanvraag zijn belangrijke facetten in de waardering. De invoering van het persoonlijk contact met de inkomensconsultent aan de voorkant, blijkt een significante impact te hebben op de algehele klanttevredenheid van de aanvraag LO. Klanten geven een score van 4,4 (op een schaal van 1-5) over het gesprek. De tevredenheid over de snelheid van informatie over het besluit samen met de duidelijkheid over de hoogte van het bedrag (score 3,7 uit 5), laat zien dat hierin ruimte is voor aanscherping van het proces. Minder onrechtmatige instroom
Door de kwalitatieve intake aan de voorkant van het proces kunnen we onrechtmatige instroom beter voorkomen. Dit betekent dat de kwaliteit van de besluitvorming naar voren is gehaald: we geven de Amsterdammer sneller duidelijkheid en er zijn achteraf minder correcties en terugvorderingen nodig. Begin 2021 zagen we dat in de stadsdelen waar het Startproces al actief was (Zuidoost, Oost en Centrum) sprake was van 5% minder onrechtmatige instroom dan in de andere stadsdelen. Sinds juni 2021 wordt in alle stadsdelen met het Startproces gewerkt.
Meer uitstroom in de eerste zes maanden na aanvraag
Doel van het Startproces is dat Amsterdammers eerder in het proces uitstromen naar werk, dat wil zeggen in de eerste zes maanden na aanvraag. Uit onderzoek blijkt dat in die periode de kans op het vinden van werk het grootst is. In de periode januari 2020 t/m september 2021 zijn 5.553 Amsterdammers gestart met het Startproces. Daarvan zijn er inmiddels 928 uitgestroomd naar werk. De doorlooptijd van nieuwe instroom in de bijstand tot uitstroom naar werk is sterk gedaald. In 2019 duurde de uitstoom naar werk gemiddeld ruim een jaar, tegenover gemiddeld 19 weken in de periode waarin het Startproces actief is.
Hoe landt dit in de reguliere dienstverlening? Het Startproces is onderdeel van het reguliere proces naar Werk en Participatie en richt zich op de eerste zes maanden van de dienstverlening. De klantbegeleider Werk en Participatie voert het Startproces uit. Bij de intake doet hij dat samen met een inkomensconsulent en handhavingsspecialist. Er wordt multidisciplinair geschakeld als de dienstverlening hier om vraagt. De inkomensconsulenten zijn toebedeeld aan een stadsdeel maar flexibel inzetbaar. Vanuit handhaving wordt gewerkt met medewerkers vooronderzoek
5
en met handhavingsspecialisten. Ook bij de intensieve dienstverlening na de intake ligt de regierol bij de klantbegeleider. Het betreft een vaste klantbegeleider (na intake) voor de eerste zes maanden voor alle Startproces-dienstverlening. De klantbegeleider is verantwoordelijk voor de bemiddeling naar werk en zet daarvoor vanuit een regierol de benodigde begeleiding, trajecten en instrumenten in. Ook bij Jongeren wordt volgens het Startproces gewerkt. De werkzaamheden worden uitgevoerd op stadsdeelniveau in de nabijheid van een spreekkamer op het Stadsloket. Dit geldt voor alle disciplines.
Wat gaan we nog doen in 2022? We bekijken welke andere doelgroepen, naast de reguliere klanten en jongeren, baat hebben bij de methodiek en het aanbod van het Startproces en sluiten deze doelgroepen aan op de werkwijze.
2. Proces naar Werk en Participatie Wat was het doel? Effectiever en sneller proces naar werk (“in 1x goed”). Wat hebben we bereikt? Verbeteringen in het proces “begeleiden naar werk, participatie en inkomen”
Om optimale dienstverlening te bieden aan onze klanten zijn we in 2018 gestart met het verbeteren en uniformeren van het proces naar Werk en Participatie. Uitgangspunten van dit verbeterde proces zijn: de Amsterdammer centraal, tredeloos werken en afdelingsonafhankelijk, door de hele keten heen. Hieronder een aantal voorbeelden van verbeteringen in het proces: Regie vs uitvoering: De rolverdeling klantbegeleider/uitvoerder is aangescherpt. Door een duidelijke afbakening in rollen/verantwoordelijkheid kan meer efficiënte dienstverlening geboden worden (minder overlap, Amsterdammer sneller bij de juiste begeleider, etc.). Basisdienstverlening: de dienstverlening aan bijstandsgerechtigden die na 1 jaar (nog) niet zijn uitgestroomd naar werk is vormgegeven. Iedere bijstandsgerechtigde krijgt dezelfde basisdienstverlening; deze bestaat uit een intake, plan van aanpak, eventuele inzet instrument(en), voortgangsgesprekken en een evaluatie. De frequentie van deze cyclus wordt bepaald op basis van het klantbeeld. De Amsterdamse Maatwerk-methode wordt hierbij ingezet. Buurtteams: de samenwerking en verbinding met de buurtteams is uitgewerkt en onderdeel geworden van het proces naar Werk en Participatie.
6
Uniform werken
Multidisciplinair werken: in verschillende teams (bijvoorbeeld bij jongeren en in de cohortaanpak) is multidisciplinair gewerkt. De ervaringen van deze teams zijn op de voet gevolgd en gebruikt als input bij de verbetering van de reguliere dienstverlening. We zien dat het bijdraagt aan een betere dienstverlening aan de Amsterdammer en leidt tot meer uitstroom uit de uitkering.
Om het proces naar Werk en Participatie te kunnen beoordelen en verbeteren, was uniform werken een voorwaarde. Alleen dan is er voldoende inzicht in het proces, de prestaties en de verbeterpunten. Ook maakt uniform werken en uniforme registratie het mogelijk om meer proces– en datagestuurd te werken. Daarom is onder andere in de volgende zaken geïnvesteerd:
Uniform Klantbeeld: Alle bijstandsgerechtigden hebben een zo volledig mogelijk (uniform) klantbeeld: 17 punten waarmee een beeld van de bijstandsgerechtigde wordt gevormd. Daarbij moet gedacht worden aan het registreren of zij naar werk begeleid kunnen worden (matchbaar zijn), het vastleggen van de opleiding, de eerdere werkervaring, mogelijk belemmerende factoren en de motivatie en het gedrag (houding) van de bijstandsgerechtigde. Een goed klantbeeld is een voorwaarde om de Amsterdammer goed te kunnen begeleiden en te kunnen matchen op werk. In 2018 was slechts 55% van het ideale klantbeeld gestructureerd vastgelegd. Er is een werkinstructie opgeleverd en een dashboard ontwikkeld om de vulgraad te kunnen volgen. Een goed gevuld (uniform) klantbeeld geeft inzicht in en draagt bij aan het maken van onderbouwde keuzes voor doelgroepen. Op dit moment heeft 93% van alle bijstandsgerechtigden (ex BIBD) een volledig klantbeeld.
Dashboards: Er zijn diverse dashboards ontwikkeld om procesmatig te kunnen sturen, kort-
7
cyclisch, en gebaseerd op een gedeelde werkelijkheid. De data uit de dashboards geven inzicht in de actuele instroom, uitstroom en voorraadanalyse. Het helpt bij procesoptimalisatie, doorlooptijden berekenen, verdiepende analyses, effectmetingen van de instrumenten, klantsegmentatie etc. Ook hebben de professionals hiermee meer inzicht in de samenstelling van hun portefeuille. De data die uit RAAK gehaald wordt kan door middel van deze dashboards goed gebruikt worden als sturingsinformatie. De resultaten uit Socrates dienen als verantwoordingsinformatie. Digitale oplossingen
Er zijn diverse projecten gestart om met behulp van digitale oplossingen efficiënter te werken en de dienstverlening te optimaliseren. Enkele voorbeelden hiervan zijn: GoodHabitz: Middels een pilot met het online leerportaal GoodHabitz is onderzocht wat de ervaringen en behoeften van Amsterdammers zijn op het gebied van online leren. GoodHabitz is nu standaard aanbod voor bijstandsgerechtigden en voor medewerkers. HalloWerk: HalloWerk is het matchingsplatform dat werkzoekenden en werkgevers direct met elkaar in contact brengt. Dit is een vast onderdeel van onze dienstverlening aan de Amsterdammer. Instrumentenwaaier: alle beschikbare instrumenten voor bijstandsgerechtigden zijn vastgelegd in de Instrumentenwaaier. De instrumentenwaaier is als naslagwerk voor professionals te vinden op intranet. In samenwerking met OIS wordt onderzoek gedaan naar de effectiviteit van instrumenten. Op dit moment wordt Eva, de instrumentengids van de VNG, ontwikkeld en landelijk gepilot met andere gemeenten. Het instrumentenformat Eva wordt in 2022 in fases geïmplementeerd. Eva is de doorontwikkeling van de instrumentenwaaier en de keuzehulp.
Versnelling op de uitstroom
Er zijn veel vacatures. Om het aantal matches met Amsterdamse bijstandsgerechtigden te vergroten is het volgende ingezet: Bulkvacatures: Om optimaal de kansen op de arbeidsmarkt te kunnen benutten is ingezet op matchen op (bulk)vacatures in samenwerking met het WSP. Vanuit de vacatures van WSP worden er op basis van het klantbeeld matches gemaakt via de vacaturezoeker. Een apart team zet zich in voor het digitaal matchen van vacatures met het beschikbare klantenbestand. Zij matchen, nemen direct en rechtstreeks contact op met de bijstandsgerechtigde, zonder tussenkomst van de klantbegeleider en stellen de bijstandsgerechtigde voor bij de werkgever. Vacature matching: Uit de caseload van de jobhunters worden bijstandsgerechtigden
8
gehaald met een specifiek doelberoep. Het WSP zoekt 2 potentiele werkgevers voor deze Amsterdammers, waarna zoveel mogelijk matches worden gemaakt. Project parttime: We proberen het aantal betaalde uren van parttimers te vergroten door in gesprek te gaan met werkgevers.
In de eerste twee maanden sinds de start (oktober 2021) zijn in het kader van bovenstaande projecten meer dan 1.000 Amsterdammers gesproken, waarvan 227 zijn voorgesteld op een vacature. Er zijn diverse matches gemaakt: 28 bijstandsgerechtigden zijn inmiddels uitgestroomd. Verbeterde dienstverlening inkomstenverrekening
In juni 2019 is het programma ‘Verbeteren Inkomensverrekening’ gestart om de dienstverlening op het gebied van inkomensverrekening te verbeteren. Amsterdamse bijstandsgerechtigden die parttime (gaan) werken ervaren zo veel bureaucratische drempels dat dit hen belemmert om de stap naar werk te zetten. Het programma heeft als doel die drempels te verkleinen en waar mogelijk helemaal wegnemen. Aan de volgende verbeteringen in de dienstverlening is gewerkt: Fictief verrekenen: Gemeenten moeten (wettelijk) inkomsten toerekenen aan de maand waarin het inkomen verdiend is en mogen pas verrekenen als de burger over het inkomen kan beschikken. Amsterdam werkt op basis van eigen ervaring en conform de andere G4gemeenten met schattingen van het inkomen om de kans op schommelingen in het inkomen zo klein mogelijk te houden. De hoogte van de schatting wordt in overleg met de bijstandsgerechtigde afgestemd. Proactief benaderen doelgroep IOAW/IOAZ: Het vaststellen van de IOAW/Z-uitkering is zeer complex wanneer de bijstandsgerechtigde naast de uitkering ook inkomsten ontvangt. De verrekeningen gaan niet altijd goed. De afgelopen maanden is de groep in kaart gebracht en zijn de 108 personen om wie het gaat benaderd en waar nodig zijn herstelbetalingen uitgevoerd.
Informatievoorziening: De kennis van bijstandsgerechtigden is ingezet om de informatievoorziening over inkomstenverrekening te verbeteren. Daardoor is de informatie beter te vinden en te begrijpen en is het (digitaal) doorgeven van inkomsten toegankelijker geworden. Het aantal bijstandsgerechtigden dat maandelijks de inkomsten digitaal doorgeeft is toegenomen van gemiddeld 570 in 2020 naar 670 in 2021. Samenwerking ministerie SZW: In het kader van ‘Simpel Switchen in de Participatieketen’ zetten we o.a. in op geautomatiseerd verrekenen en is er een serious game ontwikkeld waarmee professionals in de huid kunnen kruipen van een gezin dat in de bijstand terecht
9
komt. Verder investeert SZW met een aantal partners in kennisvergroting binnen het brede sociale domein. Daarnaast zijn eind 2019 de beleidsregels inkomstenverrekening gewijzigd. We zien nu van invordering af als de vordering van teveel verstrekte bijstand op geen enkele wijze verwijtbaar is en de bijstandsgerechtigde redelijkerwijs niet had kunnen begrijpen dat hij te veel bijstand heeft ontvangen. Hoe landt dit in de reguliere dienstverlening? De diverse projecten die binnen het Proces naar werk en participatie zijn gestart zijn complementair aan elkaar en dragen gezamenlijk bij aan het overkoepelende doel van het Proces naar werk. De verschillende ontwikkelde producten en instrumenten (klantbeeld monitor, HalloWerk, GoodHabitz, instrumentenwaaier, procesdashboard, etc) worden inmiddels breed gebruikt. Vanaf 2022 is de regie over het klantproces door de klantbegeleider gescheiden van de inzet van instrumenten. Voorheen liepen die twee proces onderdelen door elkaar heen in de organisatie. Door de scheiding aan te brengen ontstaat er meer transparantie over de inzet van de instrumenten, kan er beter op worden gestuurd en kunnen de instrumenten beter worden beheerd, mede op basis van effectiviteit. Het inzicht dat data en informatievoorziening belangrijk is, heeft een centrale plek gekregen binnen de organisatie. Hierdoor zijn we in staat om snel te kunnen schakelen.
Dat is nodig, want de situatie van de bijstandsgerechtigden en van de arbeidsmarkt is continu in beweging. Door goede datavoorziening hebben we een totaaloverzicht en realtime inzicht in het klantenbestand en de mogelijkheden die we voor de bijstandsgerechtigden kunnen inzetten. Het goed vastleggen van gegevens helpt om de dienstverlening te verbeteren en te versnellen te hebben. Door het verder investeren in uniform werken en digitale oplossingen, verkrijgen we nog meer inzicht in ons klantenbestand en de effectiviteit van onze inspanningen. Zo optimaliseren we onze dienstverlening en zorgen we voor meer en snellere uitstroom. Wat gaan we nog doen in 2022? Procesverbetering is nooit klaar en vraagt continu aandacht. Daar gaan we in 2022 mee door. De G4-pilot inkomensverrekening start naar verwachting in Q1 2022 eerst in Amsterdam. De pilot richt zich in eerste instantie op het automatisch verrekenen bij een groep parttime werkenden met stabiele inkomsten en aanvullende bijstand. Op basis van de uitkomsten wordt bekeken of de pilot na een positief resultaat uitgebreid kan worden met het automatisch verrekenen van inkomsten in de andere G4-gemeenten en met andere (doel)groepen in Amsterdam. De pilot wordt in Q2 2022 geëvalueerd.
10
11
3. Cohortaanpak Wat was het doel? Verhoogde uitstroom van langdurig bijstandsgerechtigden en een nieuw regulier proces voor periodieke gesprekken. Wat hebben we bereikt? Werkwijze Cohortaanpak ontwikkeld en uitgevoerd
Om ook perspectief te bieden aan langdurig bijstandsgerechtigden, zijn we met alle bijstandsgerechtigden van Activering opnieuw in gesprek over hun kansen op werk. Daarbij was de inzet ‘werken waar mogelijk, een vangnet waar nodig’. Kern van het werkproces van de cohortaanpak is dat in elk gebied een team is gevormd met verschillende expertises (klantmanagers, jobhunters, inkomensconsultenten en handhavingsspecialisten). Bijstandsgerechtigden krijgen dus vanuit verschillende expertises perspectief op werk, vrijwilligerswerk of werk naar vermogen aangeboden. De cohortaanpak sluit aan op de gebiedsgerichte aanpak. Alle 21 gebieden zijn/worden gefaseerd door de cohortaanpak bezocht. In ieder gebied gaat het om ongeveer 1.500 bijstandsgerechtigden. Per gebied zijn zij vervolgens cohortsgewijs (gegroepeerd op basis van hun gedeelde kenmerken) opgeroepen. Naast de cohortaanpak in de 21 gebieden, zijn ook drie stedelijke cohorten gestart: o Stedelijk cohort Amsterdams Experiment Bijstand (AEB); o Cohort Briefadressen (economisch daklozen): Amsterdammers die problemen hebben met huisvesting, werk en inkomen, en in veel gevallen schulden. Samen met netwerkpartners wordt naar oplossingen gezocht voor de brede problematiek; o Stedelijk cohort 27 t/m 32 jaar: hier gaat het niet om bijstandsgerechtigden van Activering, maar van Jongeren.
De resultaten hiervan worden niet meegeteld bij de cohortaanpak. Dit team werkt wel volgens de werkwijze en principes van de cohortaanpak.
Verhoogde uitstroom van langdurig bijstandsgerechtigden
Doelstelling van de cohortaanpak is dat 25% van de bijstandsgerechtigden uitstroomt uit de uitkering. De coronacrisis heeft een flinke impact gehad op het behalen van deze doelstelling. Lange tijd waren er minder vacatures en slechts zeer beperkte mogelijkheden qua begeleiding (afwezigheid van fysieke dienstverlening, beschikbaarheid trajecten etc). Ook heeft het gezorgd voor vertraging in de uitvoering. 12
Eind 2021 is de cohortaanpak in 15 gebieden afgerond. Een klein aantal klanten in die gebieden is nog in begeleiding: zij zijn bezig met een opstap naar werk of de verwachting is dat zij op korte termijn naar werk bemiddeld kunnen worden. Eind 2022 zullen de laatste 6 gebieden zijn afgerond. Eind november 2021 is voor 16.939 Amsterdammers de cohortaanpak afgesloten (in afgeronde en in actieve gebieden). Daarvan is 18,45% uitgestroomd. De verwachting is dat dit
percentage in 2022 nog wat oploopt. Verbeterd en geactualiseerd klantbeeld
Van elke bijstandsgerechtigde wordt het dossier geüpdatet tot een compleet klantbeeld. De verzamelde data uit het klantbeeld wordt gebruikt om de matchingskans te berekenen. Hierdoor kan gerichter en met voorrang aan de slag gegaan met Amsterdammers waarvan de uitstroomkansen hoger zijn. De gemiddelde vulgraad klantbeeld ontwikkelt zich gedurende een cohort van zo’n 55% bij de start naar gemiddeld 98% aan het eind van de cohortperiode.
Een nieuw regulier proces voor periodieke gesprekken
De methodiek van de cohortaanpak is gaandeweg ontwikkeld. De ervaringen van de eerste gebieden leverden input voor de aanpak in de volgende gebieden. De werkwijze is vastgelegd in een heldere procesbeschrijving, welk regelmatig is geoptimaliseerd en geactualiseerd op basis
13
van ontwikkelingen in de organisatie en input van de lopende cohortteams. Hoe landt dit in de reguliere dienstverlening? Na afronden van een cohort komen de medewerkers te werken binnen het reguliere proces naar Werk en Participatie. Zij nemen ervaring met de principes van de cohortaanpak en met het multidisciplinaire werken mee. Op die manier landen de lessen van de cohortaanpak in het reguliere proces. In 2022 loopt de cohortaanpak in de laatste gebieden nog door, parallel aan de reguliere dienstverlening. Wat gaan we nog doen in 2022? De beperkende maatregelen duurden door nieuwe corona-golven langer dan destijds was voorzien, met effect op de doorlooptijd van de uitvoering. We voorzien tot einde 2022 nodig te hebben om alle gebieden met de cohortaanpak te bezoeken. Het gaat nog om de gebieden Oud-West, Bijlmer-Centrum, Slotervaart, Noord-Oost en Watergraafsmeer-IJburg. Het Cohort Briefadressen (economisch daklozen) is medio december 2020 gestart en nog niet afgerond. Dat gaan we ook in 2022 doen. Van alle cohorten die het eerste jaar zijn gestart en zijn gestopt tijdens de coronapandemie (tussen 31-12-2020 en 01-02-2021) zijn er nog ruim 880 Amsterdammers die niet bemiddeld konden worden. Deze mensen willen we alsnog bemiddelen naar werk.
14
4. Banenplannen Wat was het doel? Samen met werkgevers banen creëren of beschikbaar stellen voor specifieke groepen werkzoekenden. Wat hebben we bereikt? Doelgroepgerichte banenplannen
Aanpak 50+: In de aanpak 50+ is de afgelopen jaren een aantal specifieke instrumenten en werkwijzen gericht op de doelgroep ontwikkeld. De succesfactoren van de aanpak 50+ zijn met name de lage caseload, het inzicht in het brede spectrum van mogelijke interventies en het inlevingsvermogen van de klantbegeleider. De doelstelling was jaarlijks 200 Amsterdammers ouder dan 50 jaar uit de uitkering aan het werk te krijgen. In 2019 zijn 181 50plussers uitgestroomd uit de uitkering, waarvan 151 naar werk. In 2020 waren dat er 184, waarvan 142 naar werk. In 2021 is duidelijk het inhaaleffect zichtbaar: tot en met november zijn 259 50-plussers uitgestroomd, waarvan 207 naar werk.
Aanpak Spotlicht: De aanpak Spotlicht richt zich op jongeren met een niet-Westerse achtergrond en een moeilijkere positie op de arbeidsmarkt. In de periode 2019 en 2020 zijn 460 jongeren uitgestroomd. Voor 2021 is de doelstelling 300 jongeren. Medio oktober zijn er 217 jongeren vanuit de aanpak Spotlicht uitgestroomd. De werkzame elementen zijn het multidisciplinaire team (jongerenadviseur, jobhunter en WSP-adviseur) met een gezamenlijke caseload en verantwoordelijkheid, het flexibel kunnen meebewegen met de arbeidsmarkt en de aansluiting op de leefwereld van jongeren met een migratieachtergrond.
15
Gebiedsgerichte banenplannen
Schiphol/RWC: Vanaf 2020 is het banenplan Schiphol operationeel. Met dit banenplan gaan Schiphol en de gemeente Amsterdam een partnerschap aan om de duurzame werkgelegenheid en inclusiviteit op Schiphol een stap verder te brengen. De doelstelling was om tot en met 2022 werk te bieden aan 750 Amsterdamse werkzoekenden. Tot en met september 2021 zijn 220 mensen aan werk geholpen. Tijdens de coronamaatregelen is de inzet verschoven naar van werk naar werk. Daarmee zijn 72 plaatsingen gerealiseerd.
ZuidoostWerkt!: De doelstelling van ZuidoostWerkt! was om in drie jaar tijd 1.000 Amsterdammers aan het werk te krijgen. De aanpak is begonnen in het voorjaar 2019. Tot oktober dit jaar zijn in totaal 671 Amsterdammers via ZuidoostWerkt! aan het werk geholpen. Door de coronamaatregelen wordt de oorspronkelijke doelstelling niet gehaald. De werkbare elementen van ZuidoostWerkt! zijn het multidisciplinaire en schotvrij werken, de eigen identiteit en laagdrempeligheid, het één gezicht zijn voor de bewoners van Zuidoost en het flexibel kunnen omgaan met de veranderde arbeidsmarkt.
Noord: Begin 2019 heeft de gemeente Zaanstad samen met stadsdeel Noord het Banenplan ZaanIJ opgesteld voor de ‘oude’ wijken in Noord en de Zaanse wijken Poelenburg en Peldersveld. Vanwege de crisis is de context van het Banenplan ZaanIJ veranderd en heeft de ontwikkeling een tijdlang stilgelegen. Desondanks – en ook in het kader van de crisis - is het gesprek met bedrijven en ondernemersverenigingen voortgezet. De vele ontwikkelingen en programma’s in stadsdeel Noord rond gebiedsontwikkeling, de bouwopgave, transformatiewijken, programma Ongedeelde Wijk/Aanpak Noord en de behoefte aan een langjarige, integrale aanpak, maakten dat er het afgelopen half jaar een nieuw momentum voor het banenplan is ontstaan. Vanwege deze ontwikkelingen is Noord met een eigen banenplan gekomen getiteld ‘Aan de Slag in Noord’. Met Zaanstad wordt voor de wijken Poelenburg en Peldersveld nog samengewerkt.
16
Sectorgerichte banenplannen
Werken in de Zorg (Calibris en landelijke pilot Werken in de zorg): Werken in de Zorg richt zich op het opleiden van Amsterdammers met een bijstandsuitkering naar MBO 2 niveau in de zorg. Voor veel deelnemers is dit de eerste opleiding die zij volgen. De opleiding duurt twee jaar en in die twee jaar behouden deelnemers hun uitkering. Er is jaarlijks (2019 t/m 2021) plek voor 60 nieuwe leerlingen. Tot nu toe zijn 177 deelnemers gestart. In 2020 en 2021 hebben 53 deelnemers hun diploma behaald, waarvan 48 zijn bemiddeld naar werk. 72 zitten nog in het traject. Van de deelnemers die starten rondt 82% het traject af tot diplomering op mbo 2 niveau en vindt daarna 72% werk. Het vinden van stages en van werkplekken na het afronden van de opleiding blijft een aandachtspunt.
Duurzaamheid: Doel is dat Amsterdammers meeprofiteren van werkgelegenheid die ontstaat door investeringen in verduurzaming van de stad. Het banenplan bevat acties zodat o.a. meer jongeren kiezen voor techniekonderwijs en dat meer Amsterdammers kunnen instromen in de bouw- en technieksector, gerelateerd aan de klimaat- en duurzaamheidsopgaven. Inzet is dat in 3 jaar 1.000 extra Amsterdammers gaan werken aan verduurzaming van de stad of hier de juiste vaardigheden voor opdoen, zowel uitkerings- als niet-uitkeringsgerechtigden. De belangrijkste ontwikkelingen zijn de verbinding van twee raamcontractanten met de Werkbrigade in het kader van de Klimaatadaptiemotor (3 plaatsingen bij groenaannemers), de inventarisatie van mogelijke knelpunten op het gebied van omscholing/zij-instroom bij de Zonmotor, start van de eerste lichting kandidaten binnen de pilot Zij-instroom Energietransitie duurzaam werk (8 werkzoekenden op leertraject bij 3 werkgevers), en de start van een tweede groep binnen de pilot Certificerende eenheden (eerste groep 6 en tweede groep 8 deelnemers). Tot slot vonden 52 kandidaten tot nu toe via het ASTA-netwerk een leerwerkplek.
Hoe landt dit in de reguliere dienstverlening?
17
De Aanpak 50+ wordt onderdeel van de reguliere dienstverlening. De dedicated klantbegeleiders bouwen hun caseload af en nemen hun kennis en ervaring mee naar het reguliere proces naar Werk en Participatie. De kennis over de doelgroep 50+ blijft op die manier geborgd. De Aanpak Spotlicht (banenplan jongeren) is verankerd binnen de afdeling Werk en Opleiding Jongeren (WOJ). Vanuit de extra middelen ter bestrijding van de jeugdwerkloosheid kan de aanpak Spotlicht in 2022 worden gecontinueerd. Met de aantrekkende arbeidsmarkt gaat de aanpak Spotlicht zich komend jaar meer richten op preventieve interventies en het vergroten van de naamsbekendheid van de aanpak. Daarnaast wordt de aanpak verbreed door intensivering van de samenwerking met het team Dak- en Thuislozen, waar een pilot voor wordt gestart.
Wat gaan we nog doen in 2022? In 2022 worden de gebiedsgerichte en sectorgerichte banenplannen voortgezet en wordt gekeken hoe die kunnen worden opgenomen in andere verbanden, zoals de Masterplannen.
18