CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage - Geluk en Vertrouwen in de toekomst_O&S.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 11 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van vervolgonderzoek vertrouwen in de toekomst (VN2024-008092)8.417 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Dalend ervaren geluk en vertrouwen in de toekomst; een nadere verkenning – CONCEPT -

Onderzoek en Statistiek

Projectnummer: Auteur: E-mailadres: Bezoekadres: Post: Telefoon: Website:

231239/240148 Iris Regeer & Ellen Lindeman, i.s.m. Lotje Cohen & Jeroen Slot i.regeer@amsterdam.nl, e.lindeman@amsterdam.nl

President Kennedylaan 923 Postbus 658 1000 AR Amsterdam 020 251 0333 onderzoek.amsterdam.nl

Amsterdam, maart 2024 Foto voorzijde: De Hoge Sluis, fotograaf Edwin van Eis (2019)

Inhoud Inhoud

3

Samenvatting en conclusies

4

Inleiding

9

1

Wat draagt bij aan geluk en vertrouwen in de toekomst?

10

1.1 (Mentale) gezondheid en woonsituatie meeste invloed op geluk 1.2 Veel factoren van invloed op vertrouwen in de toekomst, maar groot deel blijft onverklaard

11

Sterke daling in geluk en vertrouwen in de toekomst onder jongvolwassenen

13

2.1 2.2

14 17 18

2

3

Vaker mentale klachten en zorgen over eigen toekomst (Mentale) gezondheid sterkste invloed op jongvolwassenen 2.2.1 (Mentale) gezondheid en bestaanszekerheid dalen het sterkst

Vrouwen zijn minder gelukkig en hebben minder vertrouwen in de toekomst 3.1 3.2

12

20

Meer psychische klachten en vaker financieel afhankelijk dan mannen 21 Gezondheid en stress sterkste invloed op vrouwen 23 3.2.1 (Mentale) gezondheid en bestaanszekerheid sterker afgenomen bij vrouwen 24

Literatuur

26

Bijlagen

29

Bijlage 1: Algemene regressieanalyses Bijlage 2: Regressieanalyses jongvolwassenen Bijlage 3: Regressieanalyses vrouwen en mannen Bijlage 4: Samenvattende tabellen regressieanalyses

29 31 32 34

3

Samenvatting en conclusies Amsterdammers voelen zich in de afgelopen jaren steeds minder vaak gelukkig en hebben steeds minder vertrouwen in de toekomst (figuur 1). Dat blijkt uit cijfers van de meest recente De Staat van de Stad Amsterdam. Ook landelijk daalt het geluksgevoel, maar minder sterk. Figuur 1. Percentage Amsterdammers van 18 jaar en ouder dat aangeeft geluk en vertrouwen in de toekomst te ervaren

bron: O&S, enquêtegegevens De Staat van de Stad

Onder bepaalde groepen Amsterdammers daalt het geluk en vertrouwen meer dan onder andere groepen. Vooral jongvolwassenen (18 t/m 24 jaar) en vrouwen voelen zich minder vaak gelukkig en hebben minder vertrouwen in de toekomst (figuur 2). Figuur 2 Ervaren geluk en vertrouwen in de toekomst voor specifieke groepen

bron: O&S, enquêtegegevens De Staat van de Stad

4

Dit onderzoek verkent de factoren die van belang zijn voor het geluksgevoel en het hebben van vertrouwen in de toekomst en brengt mogelijke verklaringen voor de dalingen hierin in beeld. Het richt zich in het bijzonder op jongvolwassenen en vrouwen. Met informatie uit literatuuronderzoek is naar factoren gezocht die invloed kunnen hebben op geluk en vertrouwen in de toekomst. Daarna is het effect van de volgende factoren onderzocht in de data uit de enquête van De Staat van de Stad:  (mentale) Gezondheid o goede gezondheid o gevoelens van somberheid en neerslachtigheid o gevoelens van kalmte  Bestaanszekerheid o kunnen rondkomen o het hebben van werk als voornaamste bezigheid o tevredenheid met woonsituatie  Maatschappelijke betrokkenheid o zorgen om het klimaat o vrijwilligerswerk verrichten  Sociale contacten o wekelijks contact met familie o wekelijks contact met vrienden  Achtergrondkenmerken o leeftijd o geslacht o hbo- of wo-opgeleid o het hebben van kinderen Gezondheid en tevredenheid met woonsituatie meest van invloed op ervaren geluk Amsterdammers die aangeven dat zij een goede (mentale) gezondheid hebben, zijn het vaakst gelukkig. Ook de tevredenheid met de woonsituatie heeft een positieve invloed op het geluksgevoel. Daarnaast zijn inwoners die kunnen rondkomen en betaald werk hebben ook gelukkiger. Het effect van die factoren is wel minder sterk.

Hetzelfde geldt voor sociaal contact met familie en vrijwilligerswerk. Van de achtergrondkenmerken is alleen de leeftijd van invloed op het geluksgevoel. Hoe ouder de Amsterdammer, hoe minder diegene zichzelf als een gelukkig mens ziet. Ook onder jongvolwassenen hebben de (mentale) gezondheid en de tevredenheid met de woonsituatie de grootste invloed op het geluk. Daarnaast ervaren jongvolwassen vrouwen minder geluk dan jongvolwassen mannen. Voor vrouwen speelt de (mentale) gezondheid de grootste rol bij de mate waarin zij geluk ervaren. Daarnaast zijn ook factoren van bestaanszekerheid belangrijk. Voor het geluk van vrouwen speelt ook mee of zij betaald werk hebben. Bij mannen heeft die factor geen significante invloed op het geluksgevoel. Aan de andere kant is de tevredenheid met de woonsituatie iets minder belangrijk voor het ervaren geluk van vrouwen dan bij mannen (figuur 3).

5

Figuur 3 Factoren die van invloed zijn op ervaren geluk* Algemeen

Jongvolwassenen

Vrouwen

Mannen

Gevoelens van somberheid

---

---

---

---

Gevoelens van kalmte

+++

+++

+++

+++

Gezondheid Tevredenheid met woonsituatie

+++

+++

+++

+++

+++

+++

++

+++

Kunnen rondkomen

++

++

++

Betaald werk als voornaamste bezigheid

+

+

Wekelijks contact vrienden

-

Wekelijks contact familie

+

Vrijwilligerswerk

+

Vrouw Leeftijd

--

+

+

--

nvt

nvt

nvt

-

--

bron: O&S, enquêtegegevens De Staat van de Stad 2022 * +++

Positief effect (beta => 0.2)

++

Positief effect (beta tussen 0.1 en 0.2)

+

Positief effect (beta tot 0.1)

---

Negatief effect (beta <=-0.2)

--

Negatief effect (beta tussen -0.2 en -0.1)

-

Negatief effect (beta tussen 0 en -0.1) Geen significant effect

Nvt

Niet van toepassing voor deze groep

Vertrouwen in de toekomst hangt sterk samen met leeftijd, gezondheid en bestaanszekerheid Leeftijd heeft het sterkste effect op vertrouwen in de toekomst voor alle Amsterdammers (figuur 4). Hoe ouder de Amsterdammer, hoe minder groot diens vertrouwen in de toekomst is. Factoren die te maken hebben met bestaanszekerheid en (mentale) gezondheid hebben een ongeveer even grote invloed op het vertrouwen in de toekomst. Dat is anders dan bij geluk, waar (mentale) gezondheid het sterkst van invloed is. Voor het vertrouwen van jongvolwassenen is het het belangrijkst dat zij goed kunnen rondkomen. Gevoelens van somberheid hebben bij hen daarna de sterkste, negatieve invloed op het vertrouwen in de toekomst. Overige gezondheidsaspecten zijn positief van invloed, net als de tevredenheid met de woonsituatie. Wekelijks contact met familie heeft daarentegen een kleine negatieve relatie met het vertrouwen in de toekomst onder jongvolwassenen. Ook bij vrouwen heeft leeftijd de grootste invloed op het vertrouwen in de toekomst. Daarnaast zijn gevoelens van kalmte belangrijk. Ook bestaanszekerheid, zorgen om het klimaat en het doen van vrijwilligerswerk zijn van invloed. De grootten van de effecten verschillen tussen mannen en vrouwen (figuur 4). Vrouwen die betaald werk als voornaamste bezigheid hebben, hebben meer vertrouwen in de toekomst. Dat geldt niet voor mannen.

Ook speelt bij vrouwen vrijwilligerswerk een kleine positieve rol. Voor mannen is daarentegen het contact met vrienden in beperkte mate belangrijk voor het vertrouwen. 6

De onderzochte factoren zijn vaker van invloed op het vertrouwen in de toekomst dan op geluk. Uit het literatuuronderzoek bleek wel dat er weinig onderzoek bestaat naar de factoren die invloed kunnen hebben op het vertrouwen in de toekomst. Ook in de huidige analyses blijft een groot deel van het vertrouwen in de toekomst onverklaard. Figuur 4. Factoren die van invloed zijn op vertrouwen in de toekomst Factoren Algemeen Jongvolwassenen

Vrouwen

Mannen

-

---

-

--

Gevoelens van kalmte

++

++

+++

++

Gezondheid Tevredenheid met woonsituatie

+

++

+

++

++

++

++

++

Kunnen rondkomen

++

+++

++

++

Betaald werk als voornaamste bezigheid

+

Wekelijks contact vrienden

+

Wekelijks contact familie

+

Zorgen over klimaat

-

--

Vrijwilligerswerk

+

+

Gevoelens van somberheid

++ + ---

Hbo-/wo-opgeleid Leeftijd

---

nvt

-

-

+

---

--

bron: O&S, enquêtegegevens De Staat van de Stad 2022 * +++

positief effect (beta => 0.2)

++

Positief effect (beta tussen 0.1 en 0.2)

+

Positief effect (beta tot 0.1)

---

Negatief effect (beta <=-0.2)

--

Negatief effect (beta tussen -0.2 en -0.1)

-

Negatief effect (beta tussen 0 en -0.1) Geen significant effect

Nvt

Niet van toepassing voor deze groep

Dalingen in geluk en vertrouwen mogelijk gevolg van achteruitgang in gezondheid en bestaanszekerheid Een aantal factoren blijkt dus sterk samen te hangen met het geluk en het vertrouwen in de toekomst. Juist die factoren laten voor jongvolwassenen en vrouwen de afgelopen jaren een negatieve ontwikkeling zien (figuur 5). Gevoelens van somberheid nemen sterk toe onder deze groepen. Gevoelens van kalmte nemen juist af. Ook is de daling van het aantal jongvolwassenen en vrouwen dat een goede gezondheid ervaart in de afgelopen vier jaar groter dan onder andere groepen. Vrouwen en jongvolwassenen kunnen in vergelijking met 2018 vaker moeilijk rondkomen. Deze negatieve ontwikkelingen kunnen hebben bijgedragen aan de sterke afname in geluk en vertrouwen in de toekomst onder jongvolwassenen en vrouwen. Dit zegt echter niet precies wat de oorzaak- en gevolgrelatie is. Als iemand zich bijvoorbeeld (mentaal) niet gezond voelt dan kan dat zorgen voor minder geluksgevoel. Aan de andere kant kan deze relatie ook omgekeerd zijn.

7

Figuur 5 Veranderingen in factoren voor vrouwen en jongvolwassenen

bron: O&S, enquêtegegevens De Staat van de Stad

Mogelijk vervolgonderzoek Niet alle factoren die volgens de literatuur mogelijk van belang zijn voor het geluksgevoel en vertrouwen in de toekomst konden in de huidige analyse worden meegenomen. Dat komt doordat sommige factoren niet uitgevraagd zijn in De Staat van de Stad-vragenlijst. Zo zijn er geen specifieke gegevens over de tijdsbesteding aan sociale mediagebruik en veerkracht. Daarnaast is over een aantal factoren alleen in beperkte mate informatie beschikbaar. Zo is bijvoorbeeld wel bekend of iemand wekelijks contact heeft met vrienden en familie maar niet hoe die contacten eruitzien en ervaren worden. Hierdoor ontbreekt informatie en is onbekend of andere factoren mogelijk ook invloed hebben en meespelen in het geluksgevoel en vertrouwen in de toekomst. Extra vragen in De Staat van de Stad-vragenlijst of een andere vragenlijst kunnen helpen om die informatie in de toekomst compleet te maken. Daarnaast zou het interessant zijn om dit onderzoek in een internationale context te zetten. In andere landen (Helliwel e.a., 2024) en internationale steden (European Commission, 2023) zien we immers vergelijkbare ontwikkelingen in tevredenheids- en geluksgevoelens.

8

Inleiding Amsterdam ontwikkelt zich op bepaalde punten positief. De economie in de stad groeit, zelfs dubbel zo hard als in heel Nederland (8% in 2022 tegenover 4% landelijk). Daarnaast daalt de werkloosheid. Ook de inkomens van Amsterdammers zijn meer gestegen dan landelijk het geval is. Dit blijkt uit de tweejaarlijkse rapportage van O&S (Onderzoek en Statistiek) ‘De Staat van de Stad Amsterdam’. Tegelijkertijd blijkt ook uit deze rapportage dat dergelijke positieve ontwikkelingen niet doorwerken in het welbevinden van Amsterdammers. Zij voelen zich minder vaak gelukkig en hebben minder vaak vertrouwen in de toekomst. Deze dalingen zijn al te zien vanaf 2010 maar zijn het sterkst vanaf 2018 (figuur 1.1). In Amsterdam daalde het geluksgevoel onder inwoners van 18 jaar en ouder in de periode van 2010 tot 2022 met 13 procentpunt. Dit is een sterkere daling dan landelijk. In Nederland was de daling 2 procentpunt (CBS, 2022). Het ervaren geluk en het vertrouwen in de toekomst hangen sterk met elkaar samen. Mensen die (veel) vertrouwen in de toekomst hebben, voelen zich ook vaker gelukkig en andersom. Mogelijk hebben bepaalde gebeurtenissen invloed gehad op de daling van het geluksgevoel. Toen de enquête in 2020 werd afgenomen, speelde de coronapandemie. In 2022 was er veel aandacht voor de klimaatcrisis, de oorlog in Oekraïne en de inflatie.

Maar de daling in het geluk en vertrouwen speelt dus al langer. Figuur 1.1 Percentage Amsterdammers dat (veel) geluk of vertrouwen in de toekomst ervaart

bron: O&S, enquêtegegevens De Staat van de Stad

Het geluksgevoel en het vertrouwen in de toekomst dalen sterker binnen bepaalde groepen. Opvallend zijn de sterke dalingen onder jongvolwassenen en onder vrouwen ten opzichte van andere groepen. In dit vervolgonderzoek wordt gezocht naar verklaringen voor deze ontwikkelingen in geluksgevoelens en vertrouwen in de toekomst. Door middel van literatuuronderzoek is een aantal factoren geïdentificeerd die mogelijk bijdragen aan deze gevoelens. De Staat van de Stad-enquête 2022 is gebruikt om te onderzoeken welke van deze factoren bijdragen aan de dalende geluksgevoelens en het vertrouwen in de toekomst onder Amsterdammers. Hierbij is specifiek gelet op jongvolwassenen en vrouwen. 9

1 Wat draagt bij aan geluk en vertrouwen in de toekomst?

Verschillende factoren kunnen het geluk beïnvloeden. Onderzoek van het CBS toonde aan dat een goede ervaren gezondheid samenhangt met ervaren geluk en tevredenheid met het leven (Van Beuningen & Kloosterman, 2011). Psychische gezondheid is daarbij het meest belangrijke aspect. Maar ook aspecten van de algemene gezondheid, zoals BMI en andere leefstijlfactoren, zijn van invloed (Van Beuningen & Moonen, 2013). Ook sociale contacten, zoals contact met familie, beïnvloeden het ervaren geluk (Van Beuningen & Kloosterman, 2011). Dat geldt ook voor de materiële levensstandaard en de economische positie. Maar dat verband is volgens het onderzoek van het CBS en eerder wetenschappelijk onderzoek niet sterk. Werkloosheid kan wel zorgen voor minder geluk. Mensen die hun baan verliezen, worden minder gelukkig. Dat herstelt ook niet volledig wanneer zij weer aan het werk gaan (Veenhoven, 2018). Het gevoel van betrokkenheid bij de maatschappij bijvoorbeeld door het doen van vrijwilligerswerk of zich betrokken voelen bij de buurt kunnen eveneens een positieve bijdrage leveren aan het ervaren geluk (Dolan et al., 2008). Iemand die bijvoorbeeld vrijwilligerswerk doet, is meer betrokken bij de maatschappij. Onderzoeken die zich specifiek richten op de factoren die van invloed zijn op het vertrouwen in de toekomst, zijn schaars.

Dit vertrouwen lijkt samen te hangen met onzekerheid over de eigen toekomst, bijvoorbeeld op het gebied van financiën en wonen (Goedhart 2023, RIVM 2023). Maar ook zorgen op maatschappelijk gebied, zoals zorgen om het klimaat, bepalen het vertrouwen in de toekomst (Van Veen et al.,2023, RIVM, 2023). Er zijn volgens de literatuur dus verschillende factoren die van invloed kunnen zijn op het geluksgevoel en het vertrouwen in de toekomst van mensen:  (Mentale) Gezondheid o goede gezondheid o gevoelens van somberheid en neerslachtigheid o gevoelens van kalmte  Bestaanszekerheid o kunnen rondkomen o het hebben van werk als voornaamste bezigheid o tevredenheid met woonsituatie  Maatschappelijke betrokkenheid o zorgen om het klimaat o vrijwilligerswerk verrichten  Sociale contacten o wekelijks contact met familie o wekelijks contact met vrienden  Achtergrondkenmerken o leeftijd 10

o o o

geslacht hbo- of wo-opgeleid het hebben van kinderen

Eerder werd al opgemerkt dat het vertrouwen in de toekomst sterk positief samenhangt met het ervaren geluk van Amsterdammers. In dit onderzoek is nagegaan welke factoren invloed hebben op geluk en vertrouwen in de toekomst en of deze factoren ook (in gelijke mate) gelden voor jongvolwassenen en vrouwen. Toelichting analyses Op basis van de verzamelde informatie en literatuur zijn specifieke variabelen uit De Staat van de Stad-enquête 2022 geanalyseerd. Zo is onderzocht welke factoren de meeste invloed hebben op de afhankelijke variabelen de mate van ervaren geluk en vertrouwen in de toekomst. O&S heeft lineaire regressieanalyses uitgevoerd waarbij de volgende categorieën als onafhankelijke variabelen zijn meegenomen: gezondheid (ervaren gezondheid, gevoelens van somberheid en neerslachtigheid, gevoelens van kalmte); bestaanszekerheid (betaald werk als voornaamste bezigheid, kunnen rondkomen, tevredenheid over woonsituatie); sociale contacten (wekelijks contact met familie, wekelijks contact met vrienden); maatschappelijke betrokkenheid (zorgen om klimaat en duurzaamheid, het doen van vrijwilligerswerk); opleidingsniveau (al dan niet hbo-/wo-opgeleid); geslacht; leeftijd en het al dan niet hebben van kinderen. De sterkte van de significante effecten worden gerapporteerd als + voor positieve effecten en – voor negatieve effecten op de afhankelijke variabelen: +++ = Beta > 0.2

++ = Beta tussen 0.2 en 0.1 + = Beta tussen 0 en 0.1

--- = Beta < 0.2

-- = Beta tussen -0.2 en -0.2 - = Beta tussen -0.1 en 0

De Beta geeft aan in welke mate de waarde van de afhankelijke variabele gemiddeld verandert wanneer de waarde van de onafhankelijke (of voorspellende of verklarende) variabele verandert. Dus als een factor een grotere invloed heeft op het geluksgevoel of het vertrouwen, dan is de Beta groter. De precieze opzet en uitkomsten van de regressieanalyses (de Beta’s en R2-en) zijn in de bijlagen te vinden.

1.1 (Mentale) gezondheid en woonsituatie meeste invloed op geluk De analyses tonen aan dat de (mentale) gezondheid en tevredenheid met de woonsituatie het meest van invloed zijn op het ervaren geluk van Amsterdammers (figuur 1.2). Sombere gevoelens leiden tot een daling in ervaren geluk. Aan de andere kant zorgen gevoelens van kalmte voor meer ervaren geluk. Wanneer Amsterdammers tevreden zijn met hun woonsituatie ervaren zij ook meer geluk. Ook Amsterdammers met een goede gezondheid ervaren meer geluk. Dat geldt ook voor Amsterdammers die goed kunnen rondkomen. Leeftijd heeft ook een significante invloed op ervaren geluk; hoe ouder Amsterdammers zijn, hoe minder geluk zij ervaren. Daarnaast hebben vrijwilligerswerk en wekelijks contact met familie een geringe invloed.

11

Figuur 1.2 Effecten van factoren op ervaren geluk en vertrouwen in de toekomst Factoren ervaren geluk vertrouwen in de toekomst Gevoelens van somberheid

---

-

Gevoelens van kalmte

+++

++

Gezondheid Tevredenheid met woonsituatie

+++

+

+++

++

Kunnen rondkomen

++

++

Betaald werk als voornaamste bezigheid

+

Wekelijks contact vrienden Wekelijks contact familie

+ -

+

Zorgen over klimaat

-

Vrijwilligerswerk

-

+

Leeftijd

-

---

bron: O&S, enquêtegegevens De Staat van de Stad 2022

1.2 Veel factoren van invloed op vertrouwen in de toekomst, maar groot deel blijft onverklaard Het vertrouwen in de toekomst van Amsterdammers wordt door veel verschillende factoren op verschillende gebieden beïnvloed (figuur 1.2). Als belangrijkste factor komt leeftijd naar voren. Ouderen hebben minder vertrouwen in de toekomst dan jonge Amsterdammers. Daarna volgt tevredenheid met de woonsituatie. Deze tevredenheid heeft een positieve invloed op het vertrouwen in de toekomst. Dit geldt ook andere factoren op het gebied van bestaanszekerheid: kunnen rondkomen en, iets minder sterk, het hebben van betaald werk als voornaamste bezigheid. Op het gebied van (mentale) gezondheid hebben gevoelens van kalmte het meeste invloed op vertrouwen in de toekomst. Amsterdammers die zich vaak kalm voelen, hebben meer vertrouwen. Hetzelfde geldt voor Amsterdammers in goede gezondheid. Gevoelens van somberheid zorgen juist voor minder vertrouwen in de toekomst. Zorgen om het klimaat/duurzaamheid zorgen ook voor een daling in het vertrouwen. Sociale contacten en het doen van vrijwilligerswerk hebben slechts in geringe mate een positieve invloed. Meer van de onderzochte aspecten van het leven zijn van invloed op het vertrouwen in de toekomst dan op geluk. Uit het literatuuronderzoek kwam naar voren dat er weinig onderzoek beschikbaar is naar wat invloed heeft op vertrouwen in de toekomst.

Ook in de huidige analyses blijft een groot deel van het vertrouwen in de toekomst onverklaard.

12

2 Sterke daling in geluk en vertrouwen in de toekomst onder jongvolwassenen

Twee derde (67%) van de volwassen Amsterdammers vindt zichzelf een (erg) gelukkig mens. In 2018 gold dat nog voor driekwart van hen (75%, zie figuur 2.1). Vooral onder jongvolwassenen van 18 tot en met 24 jaar was er sprake van een sterke daling in ervaren geluk in 2022 ten opzichte van voorgaande jaren (67% in 2022 versus 73% in 2020 en 78% in 2018). Het geluksgevoel van Amsterdamse jongvolwassenen ligt hiermee onder het landelijk gemiddelde van 81%. Ook dat gemiddelde nam af in de afgelopen jaren (in 2019 voelde nog 88% van de jongvolwassenen zich (erg) gelukkig) (CBS, 2022). Figuur 2.1 Percentage Amsterdammers dat (veel) geluk ervaart per leeftijdscategorie

bron: O&S, enquêtegegevens De Staat van de Stad

Zes op de tien volwassen inwoners van Amsterdam hebben (veel) vertrouwen in de toekomst (figuur 2.2). Daarmee is het vertrouwen lager dan in de jaren ervoor. In 2020 trad er al een daling in het vertrouwen op: van 77% in 2018 naar 71% in 2020. Tussen 2018 en 2022 is onder alle leeftijdscategorieën een dalende trend zichtbaar. Die trend is wel het sterkst bij de jongste inwoners. Voor 18- t/m 24-jarigen nam het vertrouwen in de toekomst van 2018 tot 2022 af met 20 procentpunt.

13

Figuur 2.2 Percentage Amsterdammers dat (veel) vertrouwen in de toekomst heeft per leeftijdscategorie

bron: O&S, enquêtegegevens De Staat van de Stad

2.1 Vaker mentale klachten en zorgen over eigen toekomst Mentale klachten onder jongvolwassenen nemen toe, ook al voor coronapandemie Een mogelijke verklaring voor het recent afgenomen geluk en vertrouwen in de toekomst onder jongvolwassenen is de toename van mentale problemen onder deze groep. Jongvolwassenen hebben veel nadelen ondervonden van de coronacrisis. Volgens landelijk onderzoek van het NJI rapporteerden tijdens de coronacrisis meer jongvolwassenen in Nederland dat ze zich somber voelden. Ook kregen meer jongvolwassenen antidepressiva voorgeschreven en hadden ze vaker suïcidale gedachten (Van den Berg et al., 2023). Onderzoek toont aan dat in Nederland vooral adolescenten die al kwetsbaar waren vóór de coronacrisis en meisjes meer last kregen van depressieve klachten tijdens en na de coronapandemie. Kwetsbare adolescenten hadden bijvoorbeeld een hoge mate van stress en ervaarden minder sociale support. (Van Loon et.al., 2022). De Corona Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2022 van de GGD Amsterdam laat zien dat het aandeel jongvolwassenen in Amsterdam met mentale problemen is toegenomen. Dat aandeel nam al voor de coronapandemie toe. Zes op de tien Amsterdamse jongvolwassenen (1625 jaar) ervaarden in 2022 psychische klachten. Dat is vaker dan gemiddeld in Nederland (60% versus 53%). Amsterdamse jongvolwassenen zijn ook (heel) vaak gestrest (57%).

Ook dit is meer dan het Nederlandse gemiddelde (48%). Vooral meisjes op havo-/vwo-niveau ervaren veel stress (70%) en kampen met psychische klachten (45%). Volgens de monitor zorgen mentale klachten en een slechte gezondheid voor afname in geluk en voor minder vertrouwen in de toekomst bij jongeren. Van de Amsterdamse inwoners in de leeftijdscategorie 18-24 jaar geeft 21% in 2022 aan zich voortdurend of meestal neerslachtig of somber te voelen, zo blijkt uit De Staat van de Stadenquête. Dat is het grootste aandeel van alle leeftijdscategorieën (figuur 2.3). In 2018 gaf 11% van de 18- t/m 24-jarigen dit aan. Dat betekent dat dit aandeel met 10 procentpunt is gestegen. 14

Jongvolwassenen van 18- t/m 24-jaar geven in vergelijking met de andere leeftijdscategorieën ook het vaakste aan zich zelden tot nooit rustig of kalm te voelen (13%). Figuur 2.3 Percentage Amsterdammers dat zich voortdurend of meesstal neerslachtig of somber voelt

bron: O&S, enquêtegegevens De Staat van de Stad

Volgens landelijk onderzoek daalde de ervaren levensvoldoening tijdens de coronapandemie met vier procentpunten. Die daling was vooral sterk onder jongeren en kwetsbaren met al weinig sociale contacten (Veenhoven et al., 2021). Sociale contacten en relaties kunnen bijdragen aan het gevoel dat men een zinvol leven leidt. Dat kan dan weer invloed hebben op ervaren geluk (Coumans & Van Muiswinkel, 2022). Veel jongvolwassenen zien het gemis van sociale contacten tijdens de coronacrisis als oorzaak van hun mentale problemen (Stichting Alexander, 2023). Sociale contacten afgenomen De Amsterdamse cijfers laten zien dat inwoners van 18 t/m 24 jaar het vaakst wekelijks contact hebben met hun vrienden (85%). Dit percentage is afgenomen ten opzichte van 2018 toen 93% aangaf wekelijks contact te hebben met vrienden. Contact met familie is gelijk onder alle leeftijdscategorieën. Ongeveer 70% tot 75% geeft aan wekelijks contact te hebben met hun familie. Het percentage jongvolwassenen dat aangeeft wekelijks contact te hebben met familie is wel het sterkst gedaald: van 81% in 2018 naar 75% in 2022. Gebruik van sociale media Onderzoeken laten zowel positieve als negatieve effecten van sociale mediagebruik op het welzijn zien. Recent landelijk onderzoek onder ruim 7.000 Nederlanders van 15 jaar en ouder (Newcom, 2024) laat zien dat 15-tot 28-jarigen het vaakst gebruik maken van sociale media.

Hieruit blijkt ook dat de generaties die de meeste uren gebruik maken van sociale media, vaker aangeven zich minder gelukkig daardoor. Internationale onderzoeken laten juist ook positieve effecten van sociale mediagebruik zien. Het gebruik van sociale media kan leiden tot meer levenstevredenheid, meer sociaal vertrouwen en meer diverse communicatienetwerken. Ook ervaren studenten door het gebruik van sociale media een hoger welzijn (Valenzuela et al., 2009; Kim & Kim, 2019). Effecten van sociale media zijn sterk afhankelijk van de persoon.

15

Bijna alle Amsterdammers van 18 jaar en ouder die meededen aan De Staat van de Stad-enquête 2022 maken gebruik van ten minste één vorm van sociale media of streamingsdiensten (94%). Dit gebruik neemt af naarmate men ouder is: van 99% onder 18- tot en met 24-jarigen naar 76% onder 75-plussers. Ook neemt het aantal sociale mediakanalen of streamingsdiensten die men gebruikt geleidelijk af naarmate Amsterdammers ouder zijn: van gemiddeld 7 onder 18- tot en met 24-jarigen naar 2 onder 75-plussers. Daarbij geldt dat hoe meer sociale mediakanalen men gebruikt, hoe gelukkiger men zich voelt. Hetzelfde verband gaat op voor het vertrouwen in de toekomst. Voor jongvolwassenen is er echter helemaal geen samenhang tussen de hoeveelheid sociale mediakanalen die zij gebruiken en ervaren geluk en vertrouwen in de toekomst. Vanuit de enquête is geen informatie beschikbaar over de hoeveel tijd die Amsterdammers spenderen aan sociale media. De eventuele samenhang met ervaren geluk en vertrouwen kan dus niet worden nagegaan. Door het gebrek aan deze cijfers en het wisselende beeld over de invloed van sociale media is besloten sociale mediagebruik buiten de analyses te houden. Ook het gebrek aan samenhang tussen sociale mediagebruik en vertrouwen en geluk onder jongvolwassenen draagt bij aan deze keuze.

Zorgen en onzekerheid onder jongvolwassenen over financiën en wonen Uit interviews van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) met jongvolwassenen over hun toekomstperspectief bleek dat de jongvolwassenen veel financiële onzekerheid ervaren. Dat leidt tot onzekerheid over wonen en moeilijkheden om op zichzelf te gaan wonen. Daarbij speelt ook de krapte op de woningmarkt een rol; het is moeilijk om een geschikte en betaalbare woonruimte te vinden. Veel jongeren stellen hierdoor belangrijke levensbeslissingen uit, zoals het krijgen van kinderen. Dit heeft een negatieve invloed op hun mentaal welbevinden. In Amsterdam blijven jongeren langer bij hun ouders wonen. Het aantal Amsterdamse jongeren (18 t/m 24 jaar) dat bij hun ouder(s) woont, is de afgelopen jaren gestegen: van 35% in 2010 naar 39% in 2023 (figuur 2.4). Tijdens de coronajaren nam het aandeel jongeren dat thuis woonde toe tot 42%. Maar al in de jaren voor corona zette deze stijging in. Onder jongeren die ook in Amsterdam geboren zijn, ligt het percentage thuiswonenden nog hoger. Dit percentage steeg in deze periode van 61% naar 73%. In 2023 was de gemiddelde leeftijd waarop Amsterdamse jongeren, die wel in Amsterdam blijven wonen, uit huis gaan 24,5 jaar. Dat is een stijging van 1 jaar in vergelijking met 2013. Figuur 2.4 Percentage thuiswonende jongeren (18 t/m 24 jaar) in Amsterdam, 2010-2023

bron: O&S, Basisstatistiek 16

Toenemende prestatiedruk, sociale druk, maatschappelijke verwachtingen en mentale druk zorgen ook voor veel stress onder jongeren. Dat concludeerde de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving in 2018. Er zijn hoge maatschappelijke verwachtingen voor jongvolwassenen. In focusgroepen met jonge werknemers kwam naast de prestatiedruk ook naar voren zij onzekerheden ervaren over hun carrièreperspectief. Maar ook dat zij financiële onzekerheid ervaren, door bijvoorbeeld inflatie, hoge woonlasten en studieschuld en maatschappelijke onzekerheid ervaren over bijvoorbeeld de klimaatcrisis en oorlog (Van Veen et al.,2023). Dit blijkt ook uit de meting van het landelijke Gezondheidsonderzoek COVID-19 in juni 2023. Daarin kwam naar voren dat jongeren (12-25 jaar) zich vooral zorgen maken over de inflatie, het tekort aan (betaalbare) woningen en de hoge gas- en energieprijzen (45%). Ook hebben zij zorgen over de beslissingen die de overheid neemt (38%) en over het klimaat (35%) (RIVM, 2023). Uit De Staat van de Stad enquête blijkt dat 40% van de 18- t/m 24-jarigen in Amsterdam moeilijk rond kan komen (figuur 2.5). Samen met de 55- t/m 64-jarigen is dat het grootste aandeel van alle leeftijdscategorieën. Onder de jongste leeftijdsgroepen is dit aandeel de afgelopen jaren ook het meest toegenomen.

83% van de Amsterdamse jongvolwassenen geeft aan zich veel of enige zorgen te maken over het klimaat of duurzaamheid. Deze zorgen zijn vergelijkbaar met die onder de andere leeftijdsgroepen. Figuur 2.5 Percentage dat moeilijk rond kan komen per leeftijdscategorie

bron: O&S, enquêtegegevens De Staat van de Stad

2.2 (Mentale) gezondheid sterkste invloed op jongvolwassenen Uit de literatuur blijkt dat de (mentale) gezondheid veel invloed kan hebben op het ervaren geluk en vertrouwen in de toekomst onder jongvolwassenen. Ook maatschappelijke verwachtingen en zorgen over verschillende onderdelen van het leven hebben mogelijk invloed. Volgens onze analyses wordt het ervaren geluk van Amsterdamse jongvolwassenen het meest beïnvloed door de (mentale) gezondheid (figuur 2.6 en zie bijlage 2). Dit komt overeen met het algemene beeld voor Amsterdammers. Gevoelens van kalmte en ervaren goede gezondheid 17

spelen bij jongvolwassenen zelfs een nog grotere rol dan bij andere leeftijdsgroepen. Ook de tevredenheid met de woonsituatie heeft een iets sterkere invloed voor jongvolwassenen. Gevoelens van somberheid hebben ook voor jongvolwassenen een negatieve invloed op ervaren geluk. Anders dan bij de totale groep volwassen Amsterdammers, maakt het geslacht bij jongvolwassenen ook verschil. Jongvolwassen vrouwen ervaren minder geluk dan jongvolwassen mannen. Andere factoren hebben geen significant effect op het ervaren geluk van jongvolwassenen. Vooral Amsterdamse jongvolwassenen die goed kunnen rondkomen, hebben vertrouwen in de toekomst. Dat verband is sterker onder jongvolwassenen dan bij de gehele groep volwassen Amsterdammers. Gevoelens van somberheid hebben bij hen ook een sterke invloed op het vertrouwen in de toekomst. Opvallend is dat wekelijks contact met de familie voor jongvolwassenen een negatieve invloed heeft op vertrouwen in de toekomst. Voor de gehele groep Amsterdammers heeft dat contact juist een kleine, maar positieve invloed. Ten slotte hebben tevredenheid met de woonsituatie, gevoelens van kalmte en een goede gezondheid een positieve invloed op het vertrouwen. Figuur 2.6 Effecten van factoren op ervaren geluk en vertrouwen in de toekomst jongvolwassenen Factoren

geluk jongvolwassenen

vertrouwen in de toekomst jongvolwassenen

Gevoelens van kalmte

+++

++

Goede gezondheid

+++

++

Tevredenheid met woonsituatie

+++

++

Gevoelens van somberheid

---

---

Vrouw

--

Kunnen rondkomen

+++

Wekelijks contact met familie

--bron: O&S, enquêtegegevens De Staat van de Stad 2022

De analyses voor jongvolwassenen laten dus deels hetzelfde beeld zien als de analyses voor alle Amsterdammers. Voor geluk zijn factoren van (mentale) gezondheid en tevredenheid met de woonsituatie het meest van invloed. Voor vertrouwen in de toekomst is het hebben van betaald werk ook van belang. Aan de andere kant hebben jongvolwassenen die wekelijks contact met familie hebben, juist minder vertrouwen. Voor jongvolwassenen heeft het geslacht wel invloed op geluk in tegenstelling tot de gehele groep Amsterdammers. Jonge vrouwen zijn minder gelukkig dan jonge mannen. Minder van de onderzochte factoren hebben invloed op het geluk en vertrouwen in de toekomst van jongvolwassenen dan op dat van alle volwassen Amsterdammers. 2.2.1 (Mentale) gezondheid en bestaanszekerheid dalen het sterkst

De factoren die te maken hebben met de (mentale) gezondheid van jongvolwassenen zijn in negatieve zin veranderd in de periode 2018 naar 2022 (figuur 2.7). Jongvolwassen voelen zich vaker somber en minder vaak kalm. Ook ervaren jongvolwassenen minder vaak een goede gezondheid dan in 2018. Verder geeft 40% van de jongvolwassenen in 2022 aan moeilijk rond te kunnen komen. In 2018 was dat nog 32%. Ook de wekelijkse contacten van jongvolwassenen zijn afgenomen. Deze veranderingen zijn bij de oudere leeftijdsgroepen afwezig of minder sterk. 18

Dat jongvolwassenen minder geluk en vertrouwen ervaren in de afgelopen jaren kan dus komen door de sterke daling in hun (mentale) gezondheid. Daarnaast kan het feit dat zij vaker moeite hebben met rondkomen ook zorgen voor onzekerheid zorgen en een afname van het geluk en vertrouwen. Maar het is ook mogelijk dat de oorzaak-gevolgrelatie andersom loopt. Een daling in het geluksgevoel zou kunnen zorgen voor een slechtere (mentale) gezondheid. Over de volgorde kan geen uitsluitsel gegeven worden op basis van de huidige analyses. Figuur 2.7 Verandering in factoren voor geluk en vertrouwen in de toekomst onder jongvolwassenen

bron: O&S, enquêtegegevens De Staat van de Stad

19

3 Vrouwen zijn minder gelukkig en hebben minder vertrouwen in de toekomst

Vrouwen in Amsterdam vonden zichzelf in 2022 minder vaak een (erg) gelukkig mens dan in 2020 en 2018 (65% versus 72% in 2020 en 74% in 2018, zie figuur 3.1). Vrouwen voelen zich ook minder vaak dan mannen (erg) gelukkig (65% versus 68%). Onder mannen daalde het ervaren geluk wel tussen 2018 en 2020 (van 75% naar 69%), maar die daling heeft daarna niet doorgezet. Onder vrouwen daalde het ervaren geluk wel verder tussen 2020 en 2022. Figuur 3.1 Percentage Amsterdammers dat (veel) geluk ervaart naar geslacht

bron: O&S, enquêtegegevens De Staat van de Stad

Amsterdamse vrouwen hadden in 2022 ook minder vertrouwen in de toekomst dan mannen: 60% versus 65%. Hun vertrouwen is ten opzichte van 2020 ook veel sterker gedaald dan dat van mannen. Het vertrouwen van vrouwen daalde met 13 procentpunt en van mannen met 4 procentpunt (figuur 3.2). Ook over een langere termijn bekeken is het vertrouwen in de toekomst onder vrouwen sterker afgenomen dan onder mannen. Onder vrouwen daalde dit met 20 procentpunt en onder mannen met 15 procentpunt ten opzichte van 2008.

20

Figuur 3.2 Percentage Amsterdammers dat (veel) vertrouwen in de toekomst heeft naar geslacht

bron: O&S, enquêtegegevens De Staat van de Stad

3.1 Meer psychische klachten en vaker financieel afhankelijk dan mannen Vrouwen ervaren meer psychische klachten dan mannen. Dat kan een mogelijke verklaring zijn voor dat vrouwen minder gelukkig zijn en minder vertrouwen in de toekomst hebben. Volgens de Amsterdamse Gezondheidsmonitor van de GGD ervaarde 34% van de Amsterdamse vrouwen psychische klachten in 2022. Voor mannen was dit 30%. Daarnaast ervaarde 35% van de vrouwen (heel) veel stress tegenover 28% van de mannen. Amsterdamse vrouwen hebben ook een hoger risico op een angststoornis of depressie (17%) dan mannen (14%). Volgens het CBS ervaren vrouwen al op jonge leeftijd veel druk om aan eigen of andermans verwachtingen te voldoen (CBS,2022). Van de 18- t/m 24-jarige vrouwen gaf 38% aan zichzelf vaak druk op te leggen. Bij mannen uit dezelfde leeftijdsgroep was dit 26%. Een vrijwel vergelijkbaar beeld is zichtbaar als het gaat om verwachtingen van anderen. Onderzoek van Van Veen et al. (2023) laat zien dat vrouwen meer last van burn-out klachten hebben. Vooral onder vrouwen met een hbo-/wo-opleiding of middelbaaropgeleide vrouwen stijgt het aandeel werkgerelateerde psychische klachten als reden van verzuim. In De Staat van de Stad enquête geven steeds meer Amsterdamse vrouwen aan zich voortdurend of meestal neerslachtig of somber te voelen (figuur 3.3). Dit aandeel stijgt ook harder dan bij mannen.

Vrouwen geven ook minder vaak aan zich voortdurend of meestal kalm te voelen dan mannen (61% tegenover 71%).

21

Figuur 3.3 Percentage mannen en vrouwen dat zich voortdurend of meestal somber of neerslachtig voelt

bron: O&S, enquêtegegevens De Staat van de Stad

Internationaal onderzoek stelt dat verschillen tussen mannen en vrouwen in subjectief welbevinden kunnen voortkomen uit verschillende factoren (Batz & Tay, 2018). Biologische factoren zoals hormonen kunnen zorgen voor een verschil in beleving van gebeurtenissen. Sociale factoren kunnen ervoor zorgen dat vrouwen zich onprettig voelen wanneer ze afwijken van de ‘sociale rol’ volgens de traditionele rolverdeling. Zo blijkt uit interne analyses van de Regionale Enquête Beroepsbevolking (REB, O&S, 2024) dat vrouwen in Amsterdam vaker dan mannen het gevoel hebben hun familie te kort te doen wanneer zij werken. Vrouwen zijn ook minder vaak dan mannen financieel onafhankelijk. In 2021 was 56% van de vrouwen in Nederland financieel onafhankelijk, tegenover 77% van de mannen. Dat blijkt uit de Emancipatiemonitor van het CBS (2022). 75% geeft aan wel financieel onafhankelijk te willen zijn. Vrouwen gaan vooral minder werken wanneer ze kinderen krijgen. Voor vrouwen zijn andere vormen van zorg, zoals mantelzorg, ook een belangrijke reden om minder te werken. Als mannen de kostwinner zijn in het gezin hebben zij er wel meer last van als ze hun baan verliezen (Veenhoven, 2018). Amsterdamse vrouwen die betaald werk als voornaamste bezigheid hebben, geven vaker aan (erg) gelukkig te zijn dan vrouwen die dat niet hebben (79% tegenover 53% in De Staat van de Stad enquête).

Voor mannen is dit verschil minder groot. Van de mannen zonder werk geeft 65% aan (erg) gelukkig te zijn. Van de mannen met werk is dit 76%. Vooral vrouwen met kinderen maar zonder werk zijn minder vaak gelukkig. Slechts 39% van hen geeft aan (erg) gelukkig te zijn (figuur 3.4). Voor mannen met kinderen is dit 59%. Zowel mannen als vrouwen die werk hebben, hebben meer vertrouwen in de toekomst. Vrouwen met kinderen geven aan vaker vertrouwen te hebben in de toekomst (71%) dan vrouwen zonder kinderen (66%). Vrouwen zonder kinderen en zonder betaald werk geven minder vaak aan vertrouwen te hebben in de toekomst dan vrouwen met kinderen en zonder werk (55% tegenover 63%). Mannen met of zonder kinderen verschillen hierin niet van elkaar, Het maakt voor hen ook niet uit of zijn wel of niet betaald werk hebben. 22

Figuur 3.4 Percentage Amsterdamse mannen en vrouwen dat zich (erg) gelukkig voelt, met of zonder kinderen en met of zonder betaald werk als voornaamste bezigheid

bron: O&S, enquêtegegevens De Staat van de Stad 2022

3.2 Gezondheid en stress sterkste invloed op vrouwen Het geluk van Amsterdamse vrouwen wordt volgens de analyse op gegevens van De Staat van de Stad enquête 2022 het meest beïnvloed door de (mentale) gezondheid (figuur 3.5 en bijlage 2). Gevoelens van somberheid zorgen voor minder ervaren geluk. Gevoelens van kalmte en een goede gezondheid hebben juist een positieve invloed op het geluk van zowel vrouwen als mannen. Tevredenheid met de woonsituatie heeft voor mannen een sterkere invloed op ervaren geluk dan voor vrouwen. Voor vrouwen is het iets belangrijker dat zij goed kunnen rondkomen. Vrouwen die betaald werk hebben, ervaren ook meer geluk. Bij mannen heeft werk geen effect in dit model. Leeftijd heeft bij beide geslachten een negatieve invloed op ervaren geluk. Dit effect is groter voor mannen dan voor vrouwen. Wekelijks contact met vrienden heeft voor vrouwen een zeer geringe, maar negatieve invloed op ervaren geluk. Leeftijd heeft, voor zowel mannen als vrouwen, de meeste invloed op het vertrouwen in de toekomst. Hoe ouder, hoe minder vertrouwen men in de toekomst heeft (figuur 3.5 en bijlage 2). Bij vrouwen is de invloed van leeftijd groter dan voor mannen. Voor vrouwen hebben daarna gevoelens van kalmte de meeste invloed op het vertrouwen in de toekomst.

Zorgen over het klimaat en factoren die samenhangen met bestaanszekerheid hebben eveneens een relatie met het vertrouwen van vrouwen. Een goede gezondheid en gevoelens van somberheid hebben bij mannen een sterkere invloed dan bij vrouwen. Zorgen over het klimaat en betaald werk hebben daarentegen bij mannen in dit model geen invloed op het vertrouwen in de toekomst.

23

Figuur 3.5. Effecten van factoren op ervaren geluk en vertrouwen in de toekomst voor vrouwen en mannen vertrouwen in de vertrouwen in de Factoren geluk vrouwen geluk mannen toekomst vrouwen toekomst mannen Leeftijd

-

--

---

--

Gevoelens van kalmte

+++

+++

+++

++

Tevredenheid met woonsituatie

++

+++

++

++

Kunnen rondkomen

++

++

++

++

Gevoelens van somberheid

---

---

-

--

Goede gezondheid

+++

+++

+

++

--

-

Zorgen over het klimaat Wekelijks contact met vrienden

-

+

Hbo-/wo-opgeleid Betaald werk als voornaamste

+

+

++

bezigheid Vrijwilligerswerk

+

+ bron: O&S, enquêtegegevens De Staat van de Stad 2022

3.2.1 (Mentale) gezondheid en bestaanszekerheid sterker afgenomen bij vrouwen

De factoren die het meest van invloed zijn op het geluk en het vertrouwen in de toekomst van vrouwen ontwikkelen zich ongunstig. Tussen 2018 en 2022 zijn minder vrouwen een goede gezondheid gaan ervaren en hebben zij minder gevoelens van kalmte. Aan de andere kant nemen de gevoelens van somberheid toe (figuur 2.7). Ook zijn vrouwen iets vaker ontevreden over hun woonsituatie dan in 2018. Het percentage vrouwen dat moeilijk rondkomt, is ook gestegen (van 34% in 2018 en 27% in 2020 naar 39% in 2022). Daarnaast hadden minder vrouwen wekelijks contact met vrienden. In 2022 is voor het eerst onderzocht of Amsterdammers zich zorgen maken over het klimaat. Het is dus niet vast te stellen of inwoners zich daarover meer zorgen zijn gaan maken tussen 2018 en 2022. Voor mannen ontwikkelen de eerdergenoemde factoren zich minder negatief dan voor vrouwen. Dit vormt een mogelijke verklaring voor dat het geluk en het vertrouwen in de toekomst onder vrouwen sterker zijn gedaald dan onder mannen. Wederom kan over de volgorde van oorzaak-gevolg geen uitsluitsel worden gegeven op basis van de huidige analyses.

24

Figuur 3.7 Verandering in factoren voor geluk en vertrouwen in de toekomst van vrouwen

bron: O&S, enquêtegegevens De Staat van de Stad

25

Literatuur

Batz, C., & Tay, L. (2018). Gender differences in subjective well-being. In E. Diener, S. Oishi, & L. Tay (Eds.), Handbook of well-being (pp. 358-372). Salt Lake City, UT: DEF Publishers. CBS (2022). Geluksgevoel bij jongvolwassenen afgenomen. Opgehaald van https://www.cbs.nl/nlnl/nieuws/2022/16/geluksgevoel-bij-jongvolwassenen-afgenomen CBS (2022). Emancipatiemonitor 2022. Geraadpleegd via https://longreads.cbs.nl/emancipatiemonitor-2022/ Coumans, M. & van Muiswinkel, E. (2022). Zingeving. CBS. Geraadpleegd op 11 oktober 2023, van https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2022/zingeving?onepage=true#c-3 Dolan, P., Peasgood, T., & White, M.P. (2008). Do We Really Know What Makes Us Happy? A Review of the Economic Literature on the Factors Associated With Subjective WellBeing. Journal of Economic Psychology, 29(1). pp. 94-122. http://dx.doi.org/10.1016/j.joep.2007.09.001 European Commission (2023). Quality of life in European cities 2023. Geraadpleegd via Inforegio - Quality of life in European cities (europa.eu) GGD Amsterdam (2023). Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2022. Opgehaald van Gezondheid in Beeld, https://amsterdam.ggdgezondheidinbeeld.nl/ GGD Amsterdam (2023). De Corona Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2022. https://www.ggdgezondheidinbeeld.nl/nieuwe-publicatie-jongvolwassenen-en-decoronaperiode-2022/ Goedhart, M. (2023).

Toekomstperspectieven van jongeren in tijden van crises. NCJ. Opgehaald van https://www.ncj.nl/inspiratie/toekomstperspectieven-van-jongeren-in-tijden-vancrises/ Kim B., Kim Y. (2017). College students’ social media use and communication network heterogeneity: Implications for social capital and subjective well-being. Computers in Human Behavior, 73, 620-628. http://dx.doi.org/10.1016/j.chb.2017.03.033 Helliwell, J. F., Layard, R., Sachs, J. D., De Neve, J.-E., Aknin, L. B., & Wang, S. (Eds.). (2024). World Happiness Report 2024. University of Oxford: Wellbeing Research Centre. Zie tabel 2.5, opgehaald van WHR+24.pdf (happiness-report.s3.amazonaws.com) NJI, Nederlands Jeugdinstituut (z.d.). Op jezelf wonen. NJI.nl. Geraadpleegd op 11 oktober 2023, van https://www.nji.nl/op-jezelf-wonen/zorgen-van-jongeren-over-wonen 26

Newcom (2024). Het Nationale Social Media Onderzoek 2024. Newcom Research & consultancy. Opgehaald van https://www.newcom.nl/socialmediaonderzoek/ O&S. (2023). Staat van de Stad Amsterdam XII; ontwikkelingen in participatie en leefsituatie. Opgehaald van https://onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/de-staat-van-de-stadamsterdam-xii-2022-2023 O&S. (2024). REB-onderzoek; familie-werk-balans. Gemeente Amsterdam. RIVM (2023). Gezondheidsonderzoek COVID-19. Rivm.nl, geraadpleegd via https://www.rivm.nl/gezondheidsonderzoek-covid-19/publicaties RVS, Raad Volksgezondheid en Samenleving (2018). Overbezorgd: Maatschappelijke verwachtingen en mentale druk onder jongvolwassenen. Geraadpleegd op 11 oktober 2023, van https://www.raadrvs.nl/documenten/publicaties/2018/07/12/maatschappelijkeverwachtingen-en-mentale-druk-bij-jongvolwassenen Stichting Alexander (2023, juli). Terug naar ‘normaal’: hoe doe je dat? Jongvolwassenen over hun gezondheidssituatie tijdens en na corona. Geraadpleegd op 11 oktober 2023, van https://st-alexander.nl/wpcontent/uploads/2023/07/Jongvolwassenenonderzoek_GGD_RAPPORT1.pdf Valenzuela S., Park N., Kee K. F. (2009). Is there social capital in a social network site? Facebook use and college student’s life satisfaction, trust, and participation. Journal of ComputerMediated Communication, 14, 875-901. http://dx.doi.org/10.1111/j.10836101.2009.01474.x Van Beuningen, J.

& Kloosterman, R., (2011). Subjectief welzijn: welke factoren spelen een rol? CBS: Bevolkingstrends, 59 (4), 85–92. Opgehaald van https://www.cbs.nl/nlnl/achtergrond/2011/51/subjectief-welzijn-welke-factoren-spelen-een-rolVan Beuningen, J., Moonen, L. (2013). Gezondheid en leefstijl gerelateerd aan geluk. Tijdsschrift gezondheidswetenschappen, 91, 261–262. https://doi.org/10.1007/s12508-013-0093-5 Van den Berg, G., Donker. A., Van Hummel, N., Tuenter, T., Branje, S., Finkenauer, C., & Polderman, T. (2023). Mentaal welbevinden van de jeugd: lessen uit de coronacrisis. NJI. Geraadpleegd op 11 oktober 2023, van https://www.nji.nl/sites/default/files/202305/Rapport-Mentaal-welbevinden-van-de-jeugd-lessen-uit-de-coronacrisis.pdf Van der Wal, A., Janssen, L., Bij de Vaate, N., Beyens, I. & Valkenburg, P. (2023). De plussen en minnen van social media. Jongeren aan het woord. UvA, Center for Research on Children, Adolescents and the Media. Publieksrapport - Project AWeSome (awesomescience.nl) Van Loon, A.W.G., Creemers, H.E., Vogelaar, S. et al. Trajectories of adolescent perceived stress and symptoms of depression and anxiety during the COVID-19 pandemic. Sci Rep 12, 15957 (2022). https://doi.org/10.1038/s41598-022-20344-y 27

Van Veen., M., Bruel, D., Bouwens, L., Held. N., & Soeter, M. (2023). Burn-out klachten onder jonge werknemers. TNO. Geraadpleegd op 11 oktober 2023, van https://wp.monitorarbeid.tno.nl/wp-content/uploads/2023/09/TNO-2023-burnout-1.pdf Veenhoven, R. (2018). Het effect van werk op geluk en van geluk op werk. In P. Philipart (Red.) Geluk werkt door. (pp. 9-17). Helmond; Driessen Groep. Veenhoven, R., Burger, M., & Pleeging, E. (2021). Effect van de COVID-19 pandemie op geluk in Nederland. Mens en Maatschappij, 96(3), 307-330. http://dx.doi.org/10.5117/MEM2021.3.002.VEEN

28

Bijlagen Op basis van de verzamelde informatie en literatuur zijn variabelen uit De Staat van de Stad enquête 2022 geanalyseerd om te onderzoeken welke factoren de meeste invloed hebben op de afhankelijke variabelen de mate van ervaren geluk en de mate van vertrouwen in de toekomst. Het gaat hierbij om een lineaire regressie waarbij de volgende onafhankelijke variabelen als dummy’s zijn meegenomen: ervaren goede gezondheid, ervaren gevoelens van somberheid en neerslachtigheid, ervaren gevoelens van kalmte, betaald werk als voornaamste bezigheid hebben, makkelijk kunnen rondkomen, tevreden zijn over woonsituatie, wekelijks contact met familie hebben, wekelijks contact met vrienden hebben, zorgen maken om klimaat en duurzaamheid, het doen van vrijwilligerswerk, en om de achtergrondkenmerken al dan niet hbo-/wo-opgeleid, vrouw zijn, en het al dan niet hebben van kinderen. De variabele leeftijd is als ratio variabele meegenomen. Aan de vereisten voor het uitvoeren van een lineaire regressie werd voldaan (normaliteit, onderlinge correlatie, homoscedasticiteit). Ter controle zijn ook logistische regressies uitgevoerd voor de algemene modellen (waarbij dus van de afhankelijke variabelen ‘geluk’ en ‘vertrouwen in de toekomst’ ook dummy’s zijn gemaakt, dus wel/niet).

Deze geven grotendeels dezelfde resultaten, waardoor de uitkomsten van de lineaire regressie kunnen worden geïnterpreteerd als robuuste resultaten. De lineaire regressies worden dan ook als basis gebruikt in dit rapport.

Bijlage 1: Algemene regressieanalyses Uitkomsten regressieanalyse factoren en geluk Ervaren geluk β Gevoelens van somberheid en neerslachtigheid

-0,22

Gevoelens van kalmte

0,22

Tevredenheid met woonsituatie

0,22

Gezondheid

0,21

Kunnen rondkomen

0,12

Leeftijd

-0,10

Vrijwilligerswerk

0,04

Wekelijks contact met familie

0,03

R2= 0,41

bron: O&S, De Staat van de Stad enquête 2022

29

Uitkomsten regressieanalyse indicatoren en vertrouwen in de toekomst Vertrouwen in de toekomst β Leeftijd

-0,21

Tevredenheid met woonsituatie

0,17

Gevoelens van kalmte

0,16

Kunnen rondkomen

0,12

Goede gezondheid

0,09

Gevoelens van somberheid en neerslachtigheid

-0,09

Zorgen om het klimaat

-0,09

Wekelijks contact met vrienden

0,04

Wekelijks contact met familie

0,04

Betaald werk als voornaamste bezigheid

0,04

Vrijwilligerswerk

0,03

R2= 0,21

bron: O&S, De Staat van de Stad enquête 2022

30

Bijlage 2: Regressieanalyses jongvolwassenen Uitkomsten regressieanalyse geluk en factoren voor jongvolwassenen (alleen significante effecten) Geluk β Gevoelens van kalmte

0,27

Goede gezondheid

0,25

Tevredenheid met woonsituatie

0,23

Gevoelens van somberheid en neerslachtigheid

-0,20

Vrouw

-0,12

R2 = 0,34 bron: O&S, De Staat van de Stad enquête 2022 Uitkomsten regressieanalyse vertrouwen in de toekomst en factoren voor jongvolwassenen (alleen significante effecten) Vertrouwen in de toekomst β Kunnen rondkomen

0,24

Gevoelens van somberheid en neerslachtigheid

-0,21

Wekelijks contact met familie

-0,20

Tevredenheid met woonsituatie

0,17

Hbo-/wo-opgeleid

0,16

Gevoelens van kalmte

0,16

Goede gezondheid

0,15

R2= 0,27

bron: O&S, De Staat van de Stad enquête 2022

31

Bijlage 3: Regressieanalyses vrouwen en mannen Uitkomsten regressieanalyse ervaren geluk en factoren voor vrouwen (18+) (alleen significante effecten) Geluk β Gevoelens van somberheid en neerslachtigheid

0,24

Goede gezondheid

-0,22

Gevoelens van kalmte

0,21

Tevredenheid met woonsituatie

0,17

Kunnen rondkomen

0,14

Betaald werk als voornaamste bezigheid

0,08

Wekelijks contact vrienden

-0,07

Leeftijd

-0,06

Vrijwilligerswerk

0,05

R2=0,40 Bron: O&S, De Staat van de Stad enquête 2022

Uitkomsten regressieanalyse ervaren geluk en factoren voor mannen (18+) (alleen significante effecten)

Tevredenheid met woonsituatie

Geluk β 0,26

Gevoelens van kalmte

0,22

Gevoelens van somberheid en neerslachtigheid

0,20

Goede gezondheid

0,20

Leeftijd

0,13

Kunnen rondkomen

0,10

Vrijwilligerswerk

0,05

R2=0,44 Bron: O&S, De Staat van de Stad enquête 2022

32

Uitkomsten regressieanalyse vertrouwen in de toekomst en factoren voor vrouwen (18+) (alleen significante effecten) Vertrouwen in de toekomst β Leeftijd

-0,23

Gevoelens van kalmte

0,20

Tevredenheid met woonsituatie

0,15

Zorgen over klimaat en duurzaamheid

-0,15

Betaald werk als voornaamste bezigheid

0,12

Kunnen rondkomen

0,10

Vrijwilligerswerk

0,08

Gevoelens van somberheid en neerslachtigheid

-0,08

Goede gezondheid

0,07

Hbo-/wo-opgeleid

-0,06

R =0,21 2

bron: O&S, De Staat van de Stad enquête 2022 Uitkomsten regressieanalyse vertrouwen in de toekomst en factoren voor mannen (18+) Vertrouwen in de

Leeftijd

toekomst β -0,18

Tevredenheid met woonsituatie

0,17

Gevoelens van kalmte

0,13

Goede gezondheid

0,13

Kunnen rondkomen

0,13

Gevoelens van somberheid en neerslachtigheid

-0,10

Hbo-/wo-opgeleid

0,08

Wekelijks contact vrienden

0,07

Zorgen over klimaat

-0,05

R2=0,25 bron: O&S, De Staat van de Stad enquête 2022

33

Bijlage 4: Samenvattende tabellen regressieanalyses Samenvattende tabel geluk

Algemeen

Gevoelens van somberheid Gevoelens van kalmte Gezondheid Tevredenheid met woonsituatie Kunnen rondkomen Betaald werk als voornaamste bezigheid Wekelijks contact vrienden Wekelijks contact familie Zorgen over klimaat Vrijwilligerswerk Het hebben van kinderen Hbo-/wo-opgeleid Vrouw Leeftijd

-0,22 0,22 0,21 0,22 0,12 0,03

Jongvolwassenen

Vrouwen

-0,20 0,27 0,25 0,23

Mannen

-0,24 0,21 0,22 0,17 0,14 0,08 -0,07

-0,20 0,22 0,20 0,26

0,05

0,05

-0,06

-0,13

0,10

0,03 0,04 -

-0,1

-0,12 -

bron: O&S, De Staat van de Stad enquête 2022 Samenvattende tabel vertrouwen in de toekomst Algemeen

Gevoelens van somberheid Gevoelens van kalmte Gezondheid Tevredenheid met woonsituatie Kunnen rondkomen Betaald werk als voornaamste bezigheid Wekelijks contact vrienden Wekelijks contact familie Zorgen over klimaat Vrijwilligerswerk Het hebben van kinderen Hbo-/wo-opgeleid Vrouw Leeftijd

-0,09 0,16 0,09 0,17 0,12 0,04 0,04 0,04 -0,09 0,03

Jongvolwassenen

Vrouwen

-0,21 0,16 0,15 0,17 0,24

-0,10 0,13 0,13 0,17 0,13 0,07

-0,20

0,16 -0,21

-0,08 0,20 0,07 0,15 0,10 0,12

Mannen

-

-0,15 0,08

-0,05

-0,06 -0,23

0,08 -0,18

bron: O&S, De Staat van de Stad enquête 2022

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14345494/1