CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport - Zwemles voor kinderen met een beperking in Amsterdam.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 10 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief met betrekking tot de doorontwikkeling diplomazwemmen (VN2024-009330)16.970 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Laura van der Meijde | Kirsten Gutter | Mirjam Stuij

Mulier Instituut | 2023

In opdracht van de gemeente Amsterdam Mulier Instituut Laura van der Meijde Kirsten Gutter Mirjam Stuij

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het Mulier Instituut. © Mulier Instituut Utrecht, 22 november 2023 www.mulierinstituut.nl info@mulierinstituut.nl Disclaimer U mag delen uit deze publicatie overnemen op voorwaarde van bronvermelding: auteur(s), de titel van de publicatie en het jaar van uitgave. Er gelden gebruiksvoorwaarden voor de foto's in deze publicatie. Neem foto's daarom niet over zonder toestemming van het Mulier Instituut.

Het Mulier Instituut doet sportonderzoek voor

Ons doel is bijdragen aan goed onderbouwd beleid,

beleid en samenleving. Voor overheden,

gericht op de bevordering van sport, sportief

maatschappelijke organisaties,

bewegen en versterking van de sportsector. Dit doen

onderwijsinstellingen, sportorganisaties en

we op verschillende manieren:

bedrijven onderzoeken we allerlei thema’s op het gebied van sport en sportief bewegen: van de

We verzamelen data en monitoren de Nederlandse

sportdeelname van (groepen) Nederlanders tot de

sportsector en beleidsprogramma’s.

motorische vaardigheden van kinderen, en van diversiteit en inclusie in de sport tot de economische impact van sportevenementen.

We ontwikkelen kennis en onderzoeksmethoden via verkennende en verdiepende studies. We duiden onderzoeksuitkomsten en vertalen deze

Het Mulier Instituut is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk.

naar de beleidspraktijk. We onderbouwen beleidsbeslissingen met expertise en advies. We bieden gevraagd en ongevraagd duiding en reflectie in de rol van ‘kritische vriend’ van de sportsector. We zetten ons in voor de bevordering van de sportwetenschap.

JFSCA

Jeugdfonds Sport & Cultuur Amsterdam

SO

Speciaal onderwijs

SBO

Speciaal basisonderwijs

VSO

Voortgezet speciaal onderwijs

Samenvatting

De gemeente Amsterdam heeft het Mulier Instituut gevraagd meer inzicht te geven in hoeverre de vraag naar en het aanbod van zwemles en zwemdiplomatrajecten voor kinderen met een beperking (5-18 jaar) in Amsterdam in kwalitatieve en kwantitatieve zin voldoende aansluiten. Bijzondere nadruk ligt daarbij op de financiële haalbaarheid voor zwemlesaanbieders en financiële belemmeringen voor ouders om zwemles voor deze kinderen te organiseren. We voerden deelonderzoeken onder 63 ouders, zestien zwemlesaanbieders en vijf andere gemeenten uit.

Ervaringen van ouders Ouders van kinderen met een beperking hebben een sterke behoefte om hun kind te laten deelnemen aan zwemles, vooral uit oogpunt van veiligheid. Een zwemdiploma zien ze eerder als een middel dan als een doel op zich. We onderscheiden vier vormen van toegankelijkheid in hun belemmeringen: Informatietoegankelijkheid: ouders vinden het vooral heel lastig een geschikte zwemlesaanbieder te vinden en hebben vaak te maken met lange wachtlijsten. Ze willen informatie over in welke zwembaden aangepast aanbod is en hoe de lessen eruitzien. Financiële toegankelijkheid: veel ouders lopen tegen de hoge kosten van zwemles aan en een groot deel wenst meer financiële hulp. Dat kan door de kosten te verlagen of de criteria voor financiële hulp te verruimen. Ouders zijn blij met de persoonlijke hulp vanuit het Jeugdfonds Sport & Cultuur Amsterdam, maar deze regeling lijkt wel moeilijk te vinden. Praktische toegankelijkheid: bij het regelen van zwemles lijken zaken als vervoer, de afstand en de tijdsinvestering nog niet zo belemmerend, maar tijdens een zwemlestraject spelen ze soms wel een grote rol. Een gebrek aan aangepaste voorzieningen lijkt een minder groot knelpunt: deze zijn niet voor alle kinderen van belang.

Sociale toegankelijkheid: ouders noemen als belemmeringen de aanwezigheid van te veel kinderen in een les, te veel prikkels in het zwembad en zweminstructeurs die niet goed weten hoe ze met de beperking van hun kind om moeten gaan. Ouders hebben gemengde ervaringen met vrij zwemmen: sommigen vinden dat hier voldoende mogelijkheden toe zijn, anderen vinden van niet. Informatie over waar en hoe een kind vrij kan zwemmen lijkt toegankelijker dan informatie over zwemles.

Ervaringen van zwemlesaanbieders Zwemlesaanbieders hebben een divers aanbod, vooral qua groepsgrootte. De zwemlestarieven lopen sterk uiteen. De kosten vormen de grootste belemmering voor aanbieders. Hoewel niet alle kosten inzichtelijk zijn, zien we grote verschillen in kosten voor het badwater. Door de kleine zwemlesgroepen valt het aanbod duur uit. Enkele aanbieders komen niet uit met de vergoeding vanuit het Jeugdfonds Sport & Cultuur Amsterdam. Hoewel het merendeel wel een wachtlijst heeft, en dit volgens ouders zelf een grote belemmering is om een kind aan zwemles deel te laten nemen, noemen aanbieders de wachtlijsten niet als knelpunt. Ze lijken ouders niet naar andere aanbieders door te verwijzen. Aanpak van andere gemeenten In de vijf andere gemeenten is de aanpak om zwemles voor kinderen met een beperking te organiseren heel divers en ligt de focus op verschillende onderwerpen: op het schoolzwemmen, het gemeentelijke aanbod of de exploitanten. Net als in Amsterdam hebben andere gemeenten ook een tekort aan badwater en (opgeleide) instructeurs, wachtlijsten, hoge kosten en moeite om alle ouders te bereiken. Vanuit de gemeente inzetten op opleiding van instructeurs, financiering uit andere beleidsdomeinen en schoolzwemmen in het speciaal onderwijs lijken de meest kansrijke oplossingen.

Uit dit onderzoek volgen zes aanbevelingen voor de gemeente Amsterdam om het zwemlesaanbod voor kinderen met een beperking te verbeteren: 1.

Maak voor ouders een overzicht met informatie over aangepaste zwemles in de gemeente Amsterdam, bijvoorbeeld op de website van de gemeente.

2.

Zorg voor een contactpersoon in de gemeente die ouders helpt met het regelen van zwemles.

3.

Zorg voor opleiding/bijscholing van instructeurs gericht op lesgeven aan kinderen met uiteenlopende beperkingen.

4.

Zorg voor registratie van zwemdiploma’s van kinderen met een beperking.

5.

Zet meer in op schoolzwemmen voor kinderen in het speciaal onderwijs gericht op leren zwemmen (en het behalen van diploma’s).

6.

Zorg dat de kosten van zwemles voor kinderen met een beperking voor ouders beter te dragen zijn en dat ze hier een contactpersoon bij (blijven) hebben.

Hoofdstuk 1

De gemeente Amsterdam heeft het Mulier Instituut gevraagd meer inzicht te geven in de vraag naar en het aanbod van zwemles voor kinderen met een beperking in de stad. In dit hoofdstuk beschrijven we de aanleiding, het doel en de onderzoeksvragen van het onderzoek.

De gemeente Amsterdam zet zich, vanwege de waterrijke omgeving, in voor een zwemdiploma voor alle kinderen, met en zonder beperking (Gemeente Amsterdam, 2022). De gemeente ontvangt zowel via zwemlesaanbieders als via ouders signalen dat de vraag naar en het aanbod van zwemles voor kinderen met een beperking niet optimaal op elkaar zijn afgestemd. Dan gaat het bijvoorbeeld om de betaalbaarheid van de zwemlessen (voor ouders en aanbieders) en de aanwezigheid van voldoende passend aanbod. In lijn hiermee komen uit eerdere (landelijke) onderzoeken onder ouders van kinderen met een beperking naar zwemles voor hun kinderen verschillende belemmeringen naar voren (Hilhorst, 2021; Van der Meijde et al., 2021). Bijvoorbeeld te weinig informatie kunnen vinden over geschikt zwemlesaanbod, hogere kosten door een langer zwemlestraject of door lessen in kleinere groepen, en het vinden van een goede zwemlesaanbieder. Bij dat laatste valt te denken aan kennis en vaardigheden van de instructeur, de groepsgrootte en de af te leggen afstand tot het zwembad. In aanloop naar het opstellen van een nieuwe Agenda Zwemmen voor de stad, heeft de gemeente Amsterdam het Mulier Instituut gevraagd een onderzoek uit te voeren. Hiermee wil ze meer inzicht krijgen in de vraag naar en het aanbod van zwemles voor kinderen met een beperking.

Huidige ondersteuning bij zwemles voor kinderen met een beperking De gemeente Amsterdam heeft verschillende manieren om ouders van kinderen met een beperking te ondersteunen bij zwemles: Via schoolzwemmen hebben leerlingen in het speciaal onderwijs (SO), speciaal basisonderwijs (SBO) en voortgezet speciaal onderwijs (VSO) de mogelijkheid om te leren zwemmen. Maar niet al deze scholen bieden schoolzwemmen aan en niet alle kinderen halen tijdens het schoolzwemmen een zwemdiploma. De gemeentelijke vangnetregeling is een onderdeel van het schoolzwemmen. Deze regeling is voor kinderen (met of zonder beperking) die vanaf groep 6

nog geen zwemdiploma hebben gehaald. Zij kunnen hiervan gebruik maken tot en met het schooljaar waarin zij 18 worden. De regeling is in de zomer van 2023 nog voor twee jaar doorgezet, maar komt vermoedelijk te vervallen, omdat de gemeente het schoolzwemmen gaat omvormen naar diplomazwemmen. Via het Jeugdfonds Sport & Cultuur Amsterdam (JFSCA) kunnen kinderen (met of zonder beperking) uit gezinnen onder een bepaalde inkomensgrens financiële ondersteuning voor zwemles krijgen. Maar de zwemleskosten voor kinderen met een beperking liggen veelal hoger dan de reguliere vergoeding. Daarom heeft de gemeente in 2023 middelen beschikbaar gesteld om het project ‘Zwemles voor kinderen met een beperking’, dat het JFSCA in 2022 gestart was met middelen vanuit het Rijk, voort te zetten. Het JFSCA heeft vanuit de gemeente budget gekregen om ouders van maximaal 150 kinderen financieel te ondersteunen bij zwemles. Het JFSCA mag per kind bepalen hoeveel budget nodig is. Deze regeling kan bij een deel van de zwemlesaanbieders in de stad worden ingezet. Eind 2022 maakten 141 kinderen met een beperking van deze ondersteuning gebruik om te leren zwemmen. Wat de gemeente over zwemles voor kinderen met een beperking wil weten In dit onderzoek laten we schoolzwemmen en de vangnetregeling buiten beschouwing.

We focussen op de vraag naar en het aanbod van zwemlessen die ouders zelf regelen en de tevredenheid over mogelijkheden om vrij te zwemmen. De gemeente krijgt signalen van zwemlesaanbieders dat zij financieel inleveren op zwemles voor deze kinderen. Bijvoorbeeld doordat deze kinderen vaak gebaat zijn bij les in kleinere groepen, zodat er meer aandacht voor elk kind is en er minder prikkels zijn. Daarnaast zijn er zorgen over de betaalbaarheid voor (een deel van) de ouders. Daarom wil de gemeente graag weten of het project met het JFSCA de beste manier is om ouders met geldzorgen te ondersteunen. De huidige zwemregeling is niet op grote schaal bekendgemaakt, omdat de gemeente geen zicht heeft op de omvang van de groep die hiervoor in aanmerking komt. De gemeente vermoedt bovendien dat er ook ouders zijn die geen aanspraak kunnen maken op deze regeling, maar wel behoefte hebben aan financiële ondersteuning. Daarnaast weet de gemeente niet goed of er wel voldoende zwemlesaanbod voor kinderen met een beperking in de stad aanwezig is. Hier zou ze graag zicht op krijgen. Tot slot wil ze graag weten of voor kinderen met een beperking na het behalen van een diploma in Amsterdam voldoende mogelijkheden zijn om vrij te zwemmen, om zo te kunnen blijven (oefenen met) zwemmen.

De gemeente wil met het onderzoek graag inzicht verkrijgen in hoeverre de vraag naar en het aanbod van zwemles en zwemdiplomatrajecten voor kinderen met een beperking (5-18 jaar) in Amsterdam in kwalitatieve en kwantitatieve zin voldoende aansluiten.1 Bijzondere nadruk ligt daarbij op de financiële haalbaarheid voor zwemlesaanbieders en financiële belemmeringen van ouders om zwemles voor deze kinderen te organiseren. We gaan in op vier vormen van toegankelijkheid: financiële, informatie-, praktische en sociale toegankelijkheid (zie kader). Daarnaast hebben we het over alle kinderen met een beperking met extra ondersteuningsbehoeften in het volgen van zwemles, ongeacht of dat onder ‘regulier’ of ‘aangepast’ zwemlesaanbod past. Het uiteindelijke doel van dit onderzoek is om aanbevelingen te formuleren om het zwemlesaanbod voor kinderen met een beperking in Amsterdam beter te organiseren en te financieren, zowel voor aanbieders als voor ouders.

Vier vormen van toegankelijkheid Toegankelijkheid vatten we in dit onderzoek op als kunnen meedoen met de zwemlessen. Specifiek voor kinderen met een beperking onderscheiden we vier vormen van toegankelijkheid: financiële toegankelijkheid: zwemlestrajecten kunnen betalen, al dan niet met ondersteuning van JFSCA; informatietoegankelijkheid: het aanbod kunnen vinden; praktische toegankelijkheid: het zwembad kunnen bereiken (afstand en vervoer), de toegankelijkheid van het zwembad zelf en de aanwezigheid van benodigde hulpmiddelen, zoals een tillift; sociale toegankelijkheid: passende kennis en vaardigheden van de aanbieder/instructeur, veilige omgeving, passende groepsgrootte, aanbod voldoende aangepast aan de behoefte van een kind.

1

Hoewel de gemeente inzet op een zwemdiploma voor ieder kind, is het doel dat kinderen zwemveilig zijn. Niet alle kinderen met een beperking zijn in staat om alle onderdelen voor een zwemdiploma (A, B of C) aan te leren. Zij kunnen dan mogelijk wel zwemcertificaten halen, of zwemlessen volgen zonder een diploma te behalen. We focussen in dit onderzoek daarom niet alleen op het behalen van zwemdiploma’s.

We beantwoorden met dit onderzoek de volgende vragen:

1.

2. 3. 4.

5.

In hoeverre hebben ouders van kinderen met een beperking behoefte om hun kind deel te laten nemen aan zwemles en zwemdiplomatrajecten? Wat zijn hun wensen, behoeften en belemmeringen als het gaat om financiële, informatie-, praktische en sociale toegankelijkheid? In hoeverre zijn ouders tevreden over de mogelijkheden voor hun kind om vrij te zwemmen na het behalen van hun zwemdiploma? Welk zwemlesaanbod hebben aanbieders in Amsterdam voor kinderen met een beperking, welke kosten maken zij voor dit aanbod en in hoeverre verschillen deze kosten met die van het reguliere aanbod? En welke andere grote belemmeringen en kansen ervaren zij? Wat kan de gemeente Amsterdam leren van manieren waarop andere gemeenten (de financiering van) zwemlessen voor kinderen met een beperking organiseren?

Leeswijzer In hoofdstuk 2 laten we zien hoe we dit onderzoek hebben uitgevoerd. Vervolgens presenteren we de resultaten. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in ervaringen van ouders van kinderen met een beperking. Hoofdstuk 4 gaat over ervaringen van zwemlesaanbieders in de gemeente Amsterdam. In hoofdstuk 5 laten we zien hoe enkele andere gemeenten zwemlessen voor kinderen met een beperking organiseren. Tot slot presenteren we de conclusies en aanbevelingen in hoofdstuk 6.

Hoofdstuk 2

Om alle onderzoeksvragen te beantwoorden deden we onderzoek onder ouders van kinderen met een beperking, zwemlesaanbieders en enkele andere gemeenten. In dit hoofdstuk laten we zien hoe we deze drie deelprojecten hebben aangepakt.

Om de eerste drie onderzoeksvragen te beantwoorden verstuurden we een online vragenlijst naar ouders van kinderen met een beperking in de gemeente Amsterdam. Ook organiseerden we groepsinterviews met ouders die de vragenlijst hadden ingevuld. Online vragenlijst De online vragenlijst was gericht op ouders van kinderen van 5-18 jaar met een beperking. Het doel was ophalen welke ervaringen ouders hebben met zwemles en met vrij zwemmen voor hun kind in de gemeente Amsterdam. De vragenlijst was Nederlandstalig2 en stond open in de periode van begin juni t/m eind september 2023. 63 ouders vulden de vragenlijst volledig in. We vroegen ouders welke wensen zij hebben voor zwemles voor hun kind, wat zij vinden van het zwemlesaanbod in de gemeente Amsterdam, welke belemmeringen zij ervaren bij het regelen van zwemles en wat hierbij kan helpen, wat het lastig maakt voor hun kind om te leren zwemmen en wat hierbij kan helpen. Vragen over vrij zwemmen gingen over of ouders voldoende mogelijkheden ervaren om vrij te zwemmen, op welke momenten zij het liefst vrij zwemmen met hun kind en wat zij belangrijk vinden bij het vrij zwemmen. Voorafgaand aan het opstellen van de vragenlijst hebben we een verkennend gesprek gevoerd met zorginstelling Reade. Reade hoort van ouders waar zij tegenaan lopen bij het vrij zwemmen met hun kind en wil inzicht in de behoeften van ouders.

Op verzoek van Reade hebben we enkele specifieke vragen over vrij zwemmen aan de vragenlijst toegevoegd. De gemeente nam de werving op zich. Ze verkende via welke organisaties we de vragenlijst onder ouders konden verspreiden, legde het contact met deze organisaties en was verantwoordelijk voor het maken van afspraken over samenwerking. Het Mulier Instituut ondersteunde bij de werving, bijvoorbeeld door informatiebrieven en e-mailteksten op te stellen. Het Mulier Instituut deelde de uitnodiging voor de vragenlijst met organisaties die ermee instemden om aan het onderzoek mee te werken.

2

Ouders die de Nederlandse taal niet goed machtig zijn, hebben de vragenlijst mogelijk niet kunnen invullen.

De vragenlijst is verspreid via diverse kanalen: Vier coördinatoren van het speciaal onderwijs, vier zwemlesaanbieders en de organisatie SINA zetten de vragenlijst door naar ouders in hun contactenbestand. De vragenlijst is onder de aandacht gebracht via een oproep op de website van Uniek Sporten en in nieuwsbrieven van Samenwerkingsverband Amsterdam-Diemen, Cliëntenbelang en organisatie ELAA. Het bedrijf Techonomy bracht de vragenlijst onder de aandacht op Facebook en Instagram. Ouders in de regio Amsterdam kregen de advertentie bij interesse in vergelijkbare onderwerpen. Om de vragenlijst een tweede keer bij ouders onder de aandacht te brengen is een herhaaloproep geplaatst op de website van Uniek sporten en in nieuwsbrieven. Ook hebben coördinatoren van het speciaal onderwijs de vragenlijst nogmaals gedeeld met ouders in hun contactenbestand. Demografische gegevens van de deelnemende ouders De kinderen van ouders die de vragenlijst invulden, vallen voornamelijk binnen de leeftijdscategorie van 7 t/m 12 jaar. Van de 63 ouders die de vragenlijst hebben ingevuld, hebben de meesten (n=20) een kind van 7 of 8 jaar. Ook vulden ouders de vragenlijst vaker in voor jongens (45) dan voor meisjes (18). Bijna de helft van de ouders (29) heeft een kind met meer dan één beperking.

Een verstandelijke beperking en autisme noemden ze het vaakst (beide door 22 ouders), gevolgd door een motorische beperking (17), taalontwikkelingsstoornis (TOS; 16), en AD(H)D (10). 45 kinderen gaan naar het speciaal onderwijs, twaalf volgen regulier onderwijs. De overige zes ouders kozen voor de opties ‘anders’ of ‘weet ik niet/zeg ik liever niet’. Drie kwart van de ouders die de vragenlijst invulden, woont samen met een partner (47). De meerderheid heeft meer dan één kind (50) en is geboren in Nederland (47). De geboortelanden van de overige zestien ouders zijn divers: drie zijn geboren in Turkije en drie in Egypte. Enkele voorbeelden van andere landen zijn: Duitsland, Kroatië, Oekraïne en Spanje. De helft (33) heeft het middelbaar of hoger beroepsonderwijs afgerond. Nog eens twintig ouders behaalden een wetenschappelijke opleiding. Acht ouders hebben het middelbaar onderwijs afgerond. De overige twee kozen voor ‘anders’ en ‘weet ik niet/zeg ik liever niet’. Van de 63 respondenten heeft de helft soms (n=21) of vaak (n=9) geldzorgen. In tabel B1.1 en B2.2 in bijlage 1 staan alle achtergrondkenmerken van deelnemende ouders en hun kinderen. Online focusgroepgesprekken Om de antwoorden uit de vragenlijsten beter te begrijpen hebben we drie online groepsinterviews gevoerd met in totaal elf ouders. Ouders konden aan het eind van

de vragenlijst hun contactgegevens achterlaten bij interesse om over het onderwerp door te praten. Tijdens de gesprekken vroegen we vooral door op de knelpunten die ouders ervaren bij het regelen van zwemles voor hun kind en de belemmeringen die het volgen van zwemles in de weg staan. Deze gesprekken duurden ongeveer een uur. Voorafgaand aan de focusgroepgesprekken informeerden we ouders over het doel van het gesprek. Alle ouders tekenden een toestemmingsverklaring voor deelname. Van de gesprekken maakten we met toestemming van de ouders audio-opnames. Deze opnames hebben we letterlijk uitgeschreven. Deze gespreksverslagen analyseerden we thematisch op de inhoud. Dat betekent dat we voor de deelonderwerpen ‘regelen en volgen van zwemles’ en ‘ervaren belemmeringen’ bestudeerden wat overeenkomsten en verschillen waren tussen ouders. Ook keken we hoe deze kwalitatieve informatie paste bij de kwantitatieve gegevens uit het vragenlijstonderzoek. Voor de inhoudsanalyse maakten we gebruik van het softwareprogramma MaxQDA. In de rapportage presenteren we citaten uit deze gesprekken. Voor de leesbaarheid pasten we deze soms grammaticaal aan, zonder de inhoud te wijzigen. Deelnemers focusgroepen De elf ouders die meededen aan de focusgroepen hebben kinderen van diverse leeftijden: het jongste kind is 6 en het oudste kind is 16 jaar. Eén kind heeft meer dan één beperking.

Een motorische beperking, een verstandelijke beperking en psychische of psychiatrische klachten noemden ouders het vaakst. Twee ouders hebben een kind dat nog geen zwemdiploma heeft gehaald. Allemaal hebben zij wel ervaring met het volgen van zwemles.

In juni en juli 2023 hebben we 26 zwemlesaanbieders uitgenodigd om deel te nemen aan een telefonisch interview van circa 30 minuten. De gemeente leverde de lijst met aanbieders aan. Van hen is bekend dat zij aanbod hebben voor kinderen met een beperking (al dan niet in het ‘reguliere’ aanbod, d.w.z. het zwemlesaanbod waar ook kinderen zonder beperking aan deelnemen). 21 aanbieders zijn gevestigd in Amsterdam, vijf aanbieders in de omliggende gemeenten. De zwemlesaanbieders kregen eerst informatie over het onderzoek via de gemeente. Vervolgens hebben zij een uitnodiging van het Mulier Instituut ontvangen. Voorafgaand aan de interviews met zwemlesaanbieders hebben we een verkennend gesprek gevoerd met het JFSCA. Vanuit het lopende project ‘Zwemles voor kinderen met een beperking’ heeft het JFSCA al enig inzicht in de kosten van een

deel van de zwemlesaanbieders en mogelijke belemmeringen. De ervaringen van het JFSCA gaven input voor de interviews met aanbieders. De gesprekken met de zwemlesaanbieders waren semigestructureerd. Ze gingen over welk zwemlesaanbod zij hebben, wat de kosten en baten daarvan zijn en welke andere belemmeringen en kansen zij ervaren. Zestien zwemlesaanbieders hebben deelgenomen aan het onderzoek. Tien aanbieders gingen niet op de uitnodiging in. Zij hebben hiervoor geen reden gegeven. Van de zestien deelnemers zijn er vier zwemverenigingen en twaalf (commerciële) zwemscholen. De interviews namen we met toestemming van de deelnemers op met een audiorecorder. Tijdens het interview maakten we aantekeningen, die we achteraf aanvulden tot een samenvattend gespreksverslag. De gespreksverslagen hebben we op inhoud geanalyseerd in Excel. Tijdens de analyse hebben we audio-opnamen teruggeluisterd om de resultaten aan te vullen met citaten.

Om te leren van hoe andere gemeenten ervoor zorgen dat zwemlessen voor kinderen met een beperking (financieel) toegankelijk zijn, voerden we online gesprekken met vijf andere gemeenten. In augustus 2023 hebben we vijf gemeenten uitgenodigd, die allemaal deelnamen. Er waren meerdere respondenten per gemeente. Dit waren beweegcoaches, adviseurs, coördinatoren, locatiemanagers van een zwembad, en beleidsadviseurs (school)zwemmen, zwembaden en sport. De gemeenten hebben we, in afstemming met de gemeente Amsterdam, uitgekozen op basis van vergelijkbaarheid met de gemeente Amsterdam en specifieke regelingen of beleid op het thema. De gesprekken gingen over beleid of regelingen op het gebied van financiële, informatie-, sociale en praktische toegankelijkheid van zwemles voor kinderen met een beperking en de successen en knelpunten hierbij. De interviews vonden plaats via Microsoft Teams, waren semigestructureerd en duurden een uur. De interviews hebben we met toestemming van de deelnemers opgenomen met een audiorecorder. In Microsoft Teams gebruikten we de transcribeerfunctie. Dit transcript hebben we achteraf verbeterd door de audio-opname terug te luisteren. Tijdens dit proces maakten we ook direct aantekeningen voor de inhoudsanalyse.

Hoofdstuk 3

In dit hoofdstuk presenteren we de resultaten uit het deelonderzoek onder ouders van kinderen met een beperking in de gemeente Amsterdam. In paragraaf 3.1 t/m 3.4 geven we inzicht in hun ervaringen met zwemles. De laatste paragraaf (3.5) gaat over vrij zwemmen. Bij het presenteren van de resultaten is het vragenlijstonderzoek telkens leidend. Resultaten geven we visueel weer in percentages, maar vanwege de kleine groep respondenten spreken we in de tekst over aantallen. Om de antwoorden uit het vragenlijstonderzoek beter te begrijpen, laten we vervolgens zien hoe de thema’s zijn besproken in de groepsinterviews.

Voor de helft van de respondenten geldt dat hun kind op het moment van het onderzoek zwemles volgt. Bij een vijfde is het kind gestopt met zwemles, eerder dan de bedoeling was (zeven ouders) of omdat het kind de zwemles heeft afgemaakt (zes ouders). Van één op de drie ouders heeft het kind nog nooit zwemles gevolgd. Dat is niet omdat ouders hier geen behoefte aan hebben: in de vragenlijst geven zij allemaal aan dat zij wel zwemles voor hun kind zouden willen. Twee derde van de ouders vulde de vragenlijst in voor een kind zonder zwemdiploma. Van de overige kinderen hebben er twaalf een zwemdiploma A, zeven zwemdiploma B, vier zwemdiploma C en drie een zwemcertificaat (zie ook tabel B1.2 in bijlage 1). Deze kinderen kunnen meerdere diploma’s hebben: we weten niet zeker of de ouders die C hebben aangekruist, ook A en B hebben aangekruist. Kunnen zwemmen vinden ouders belangrijker dan het behalen van één of meerdere zwemdiploma’s. Vrijwel iedereen (97%) vindt het ‘heel belangrijk’ dat hun kind leert zwemmen, maar over het behalen van zwemdiploma’s zijn de meningen iets meer verdeeld. Hoewel de meeste ouders (88%) het wel (heel) belangrijk vinden dat hun kind een zwemdiploma haalt, is er een klein deel dat hier neutraal tegenover staat of dit (helemaal) niet belangrijk vindt (figuur 3.1).

Figuur 3.1 Ervaren belang van kunnen zwemmen en het behalen van zwemdiploma’s (in procenten, n=63) Hoe belangrijk vindt u het dat uw kind kan zwemmen? Hoe belangrijk vindt u het dat uw kind een zwemdiploma haalt? 0 Heel belangrijk

Een beetje belangrijk

Neutraal

20

40

Niet heel belangrijk

60

Helemaal niet belangrijk

Bron: Vragenlijstonderzoek onder ouders van kinderen met een beperking in de gemeente Amsterdam. Mulier Instituut.

Waarom het belangrijk is om te kunnen zwemmen In de vragenlijst lichten ouders toe dat zij het vooral belangrijk vinden dat hun kind leert zwemmen vanwege de veiligheid. Het kind moet zichzelf kunnen redden in een noodsituatie, is de gedachte. Ouders noemen ook vaak het hebben van plezier, waaronder ook mee kunnen doen met vriendjes en activiteiten die om zwemmen draaien, zoals zwemfeestjes. Ouders van kinderen met een motorische beperking zien ook andere voordelen: zwemmen is goed voor de ontwikkeling van de motoriek en geeft verlichting, omdat kinderen zich in het water vrij kunnen bewegen. Tijdens de groepsinterviews noemen ouders dezelfde redenen: vooral vanwege veiligheid, plezier en gezondheidsvoordelen vinden zij het belangrijk dat hun kind leert zwemmen. Daarbij benadrukken enkele ouders dat leren zwemmen in een land als Nederland extra belangrijk is voor de veiligheid, omdat het water vaak dichtbij is. 'In de Nederlandse cultuur kan iedereen zwemmen', zo stelt één van hen. Waarom het belangrijk is om een diploma te halen Ouders die in de vragenlijst aangeven het heel of een beetje belangrijk te vinden dat hun kind een zwemdiploma behaalt, noemen vooral als reden dat dit zekerheid biedt dat een kind kan zwemmen. Als tweede zien ouders het behalen van een diploma als een belangrijke mijlpaal, waardoor kinderen trots op zichzelf kunnen zijn.

Als derde zien zij het diploma als een manier om 'mee te doen met het sociale leven’. Net als kunnen zwemmen geeft een diploma toegang tot zwemactiviteiten, maar ook tot zwembaden. Ouders die het (helemaal) niet belangrijk vinden dat hun kind een zwemdiploma haalt, benoemen dat het er vooral om gaat dat hun kind goed kan zwemmen. Het diploma kan dan als middel dienen, maar is geen doel op zich.

80

100

Aanvullend blijkt uit de focusgroepen dat sommige ouders het wel belangrijk vinden dat hun kind een diploma haalt, maar niet denken dat dit haalbaar is voor hun kind. Dit heeft vooral te maken met alle ‘trucjes’ en ‘schoonheidseisen’ waar een kind aan moet voldoen:

‘Ze moeten wel voldoen aan de eisen volgens het boekje. De schoolslag op een bepaalde manier doen. […] Maar ja, het voornaamste is dat je jezelf boven water kan houden toch?’

Van de ouders die een zwemdiploma belangrijk vinden (55 ouders), hopen de meesten op zwemdiploma A (39). De helft hoopt op zwemdiploma B (29) en een kwart wil dat hun kind ook zwemdiploma C behaalt (13). Wanneer kan een kind voldoende zwemmen? We vroegen ouders wanneer zij vinden dat hun kind voldoende kan zwemmen. De open antwoorden uit de vragenlijst zijn gemengd: sommige ouders vinden hun kind voldoende zwemvaardig bij het behalen van een A-diploma (8), anderen bij het bezit van een B-diploma (9) en een kleiner aandeel pas bij zwemdiploma C (5). Anderen vinden dat kinderen kunnen zwemmen wanneer ze specifieke zwemvaardigheden beheersen. Het gaat hier vooral om basisvaardigheden waarmee het kind zich kan redden in het water. Voorbeelden zijn: boven kunnen blijven, naar de kant kunnen zwemmen, de basiszwemslagen beheersen, zoals schoolslag en borstcrawl, of in het diepe kunnen zwemmen.

Bijna alle ouders die meededen aan het vragenlijstonderzoek, hebben ervaring met het regelen van zwemles voor hun kind. Voor sommigen liggen deze ervaringen in het verleden: zij hebben een zwemlesaanbieder gevonden waar hun kind terecht kan. Van de achttien ouders van wie het kind nog nooit zwemles heeft gevolgd, staat van enkelen (3) het kind op een wachtlijst. Andere ouders zijn nog op zoek. Negen ouders is het nog niet gelukt om zwemles voor hun kind te regelen, twee ouders zijn hier nog niet aan toegekomen. Ervaren belemmeringen bij het regelen van zwemles We legden ouders een aantal stellingen voor over eventuele belemmeringen bij het regelen van zwemles, zoals informatie niet kunnen vinden, problemen met vervoer en hoge kosten (figuur 3.2).

Figuur 3.2 Ervaringen belemmeringen in het regelen van zwemles (in procenten, n=63) Er is te weinig zwemlesaanbod voor kinderen met een beperking Informatie over hoe de aangepaste zwemles eruitziet is moeilijk te vinden Informatie over welke zwembaden aangepast zwemlesaanbod hebben is moeilijk te vinden De zwemles is te duur Zwemlesaanbieders staan onvoldoende open voor de behoeften van mijn kind Er zijn lange wachtlijsten voor zwemles voor kinderen met een beperking Informatie over hulp bij het betalen van zwemles is moeilijk te vinden De zwemles is te ver weg Vervoer naar het zwembad is een probleem Ik heb te weinig tijd om zwemles te regelen 0 Mee eens

Neutraal

20

40

Mee oneens

N.v.t.

60

Bron: Vragenlijstonderzoek onder ouders van kinderen met een beperking in de gemeente Amsterdam. Mulier Instituut.

Drie kwart van de respondenten (51) ervaart een gebrek aan zwemlesaanbod voor kinderen met een beperking in de gemeente Amsterdam. Dit lijkt hiermee de grootste ervaren belemmering om zwemles te regelen. Daarnaast is de vindbaarheid van informatie een probleem. Ouders hebben met name moeite om informatie te vinden over welke zwembaden aangepast zwemlesaanbod hebben (48) en hoe de aangepaste lessen eruitzien (50). Informatie vinden over financiële hulp lijkt een minder groot knelpunt. Wel vindt de ruime meerderheid van de ouders zwemles te duur (41). Veertig ouders ervaren daarnaast dat zwemlesaanbieders onvoldoende openstaan voor de behoeften van hun kind. Nog eens 37 hebben (ook) te maken met lange wachtlijsten. Minder ouders ervaren problemen met de afstand (19), het vervoer (13) of een gebrek aan tijd (8). De ervaringen zoals weergegeven in figuur 3.2 zijn ook terug te lezen in de open antwoorden van ouders die aangeven dat zij nog tegen andere zaken zijn aangelopen bij het regelen van zwemles.

80

100

Tijdens de focusgroepgesprekken delen veel ouders het gevoel dat zij bij het regelen van zwemles een ‘lange adem moeten hebben'. En dat begint al bij het uitzoeken waar hun kind terecht kan, oftewel welke zwemlesaanbieders aangepaste zwemlessen hebben en hoe die eruitzien. Als ouders passend aanbod hebben gevonden, lopen zij ertegenaan dat er vaak lange wachtlijsten zijn. Behoefte aan hulp We vroegen de ouders wat hen zou helpen of heeft geholpen bij het regelen van zwemles voor hun kind (figuur 3.3). Figuur 3.3 Behoefte aan hulp bij het regelen van zwemles (in procenten, n=63) Een overzicht van het (aangepaste) zwemlesaanbod (Meer) financiële hulp bij het betalen van zwemles Iemand die me helpt bij het vinden van passende zwemles Iets anders Niets

Weet ik niet 0

20

40

60

80

100

Bron: Vragenlijstonderzoek onder ouders van kinderen met een beperking in de gemeente Amsterdam. Mulier Instituut.

Drie kwart van de ouders (50) heeft behoefte aan een overzicht van het aanbod van aangepaste zwemles in de gemeente. Daarnaast wenst bijna de helft (meer) financiële hulp bij het betalen van zwemles en iemand die helpt bij het vinden van passend aanbod. In de focusgroepen gaven ouders ideeën over hoe een overzicht van het aanbod eruit moet zien, hoewel ze daar wel over verschillen van mening. De meeste ouders zien dit graag in de vorm van een website:

‘Ik heb gewoon behoefte aan een site waar ik kan invullen: mijn zoon heeft autisme en waar kan hij op zwemles die voor hem geschikt is? Dat is er nu helemaal niet. Ik heb denk ik wel 80 zwemscholen gemaild met ons [verhaal]. En dan krijg je ook gewoon geen antwoord.’

Ouders benadrukken dat het belangrijk is dat op die website niet alleen staat welke zwembaden aangepast zwemlesaanbod hebben, maar ook hoe de zwemlessen

eruitzien. Op de site willen ouders antwoord op vragen als: 'Wat voor faciliteiten heeft een zwembad en hoe ziet het zwembad eruit? Is het water verwarmd? Is er éénop-één les mogelijk?' Enkele ouders zien het als een verantwoordelijkheid van de gemeente om, op een logische plek op internet, zoals de gemeentewebsite, informatie over het aanbod te geven. Een andere ouder ziet kansen in het verspreiden van informatie via scholen. 'Ik denk dat ouders toch vertrouwen op de school als voorzieners van informatie’, zo legt zij uit. Ervaringen met het Jeugdfonds Sport & Cultuur Amsterdam Van de 63 ouders die meededen aan het vragenlijstonderzoek heeft de helft soms (n=21) of vaak (n=9) geldzorgen. Nog eens veertien ouders ervaren dit zelden, de rest nooit. Aan de ouders die vaak, soms of zelden geldzorgen ervaren, vroegen we of zij gebruik maken of maakten van financiële hulp bij het betalen van zwemles. Twee derde van hen doet of deed dit niet. De andere twaalf ouders hebben ervaring met het JFSCA voor hulp bij het betalen van zwemles. Drie hebben ervaring met een vangnetregeling schoolzwemmen en één ouder maakt(e) gebruik van het persoonsgebonden budget (PGB) om zwemles te betalen. De ouders die gebruik maken of maakten van het JFSCA, vroegen we naar hun ervaringen en tevredenheid met deze ondersteuningsregeling. Dit deden we met vier stellingen.

Volgens negen van de twaalf ouders is de vergoeding van het JFSCA voldoende voor hun kind om te leren zwemmen en volgens twee ouders is dit onvoldoende. Eén ouder stond hier neutraal tegenover. Over de vindbaarheid van de regeling is meer verdeeldheid: zes ouders konden het JFSCA makkelijk vinden, vier ouders staan hier neutraal tegenover en twee vinden de regeling niet makkelijk te vinden. Volgens de meeste ouders (10) heeft het JFSCA hen goed geholpen. Acht van de twaalf ouders stellen dat hun kind via het JFSCA mee kan doen aan zwemles die past bij wat het kind nodig heeft. Ouders die nog iets anders wilden delen over hun ervaringen met het JFSCA zijn overwegend positief. Zo benoemen drie ouders blij te zijn met de persoonlijke aanpak van hulp. Nog eens drie ouders geven aan dat het fonds zeker heeft geholpen, al was de vergoeding volgens één van hen niet voldoende. Van de ouders die meededen aan de focusgroepen heeft niemand ervaring met het JFSCA. Eén van hen vertelt: 'ik zou het wel graag willen, maar ik kom er niet voor in

aanmerking.'3 Veel ouders vertellen dat zij, hoewel ze de zwemles wel kunnen betalen, toch ook tegen de hoge kosten aanlopen:

‘Mijn vriend heeft eindeloos over zijn rijbewijs gedaan, maar wij hebben nooit durven uitrekenen wat nou duurder was: zijn rijbewijs of het zwemdiploma van [kind].’

Ouders vertellen dat zwemles voor hun kind duurder is omdat 1) aangepaste lessen vaak meer geld kosten en 2) het zwemtraject vaak langer duurt. Dit maakt voor sommigen ouders dat het kind andere hobby’s niet kan doen, zoals blijkt uit het volgende gespreksfragment:

Ouder 1: ‘Wij zagen het ook gewoon als andere kinderen die hebben een hobby en die gaan paardrijden ofzo. En nou ja, voor haar was het dus zwemles. So be it.’ Ouder 2: ‘Het hoort erbij, ze moeten zwemvaardig zijn. Dus het is niet dat je het niet doet, als je het je wel kan veroorloven.’

De ouders lijken zich erbij neer te leggen dat het volgen van zwemles ten koste kan gaan van de mogelijkheid voor hun kinderen om andere activiteiten in de vrije tijd te doen.

Aan de 45 ouders van wie het kind momenteel zwemles volgt of heeft gevolgd, stelden we vragen over hoe zij dit (hebben) ervaren. De vragen gingen over ervaren belemmeringen bij het volgen van zwemles, wat zou helpen en hoe ouders het zwembad beoordelen. Ervaren belemmeringen bij het volgen van zwemles We legden de respondenten een aantal stellingen voor die het volgen van zwemles kunnen belemmeren en vroegen in hoeverre hun kind hiermee te maken heeft (figuur 3.4).

3

Via het JFSCA kunnen kinderen uit gezinnen onder een bepaalde inkomensgrens financiële ondersteuning voor zwemles krijgen. Omdat we ouders niet naar hun inkomen hebben gevraagd, weten we niet onder welke inkomensgrens zwemles voor hen moeilijk of niet meer te financieren is. Uit ander kwalitatief onderzoek weten we wel dat ouders van kinderen met een beperking niet alleen met hogere zwemleskosten te maken hebben, maar deze ook vaak relatief minder goed kunnen dragen door de (extra) zorg- en therapiekosten voor hun kind en/of een lager gezinsinkomen doordat een ouder is gestopt met werken om voor hun kind te zorgen (Van der Meijde et al., 2023).

Figuur 3.4 Ervaren belemmeringen bij het volgen van zwemles (in procenten, n=45) Te veel kinderen in één les Te veel prikkels in het zwembad Zweminstructeurs weten niet goed hoe zij met de beperking van mijn kind om moeten gaan Zweminstructeurs leggen niet goed uit De zwemles is saai Te weinig aangepaste voorzieningen

Heel erg

0

20

40

Een beetje

Helemaal niet

60 N.v.t.

Bron: Vragenlijstonderzoek onder ouders van kinderen met een beperking in de gemeente Amsterdam. Mulier Instituut.

De belemmeringen die het hoogst scoren zijn de aanwezigheid van te veel kinderen in één les (twintig ouders), te veel prikkels in het zwembad (zeventien ouders) en zweminstructeurs die niet goed weten hoe zij met de beperking om moeten gaan (vijftien ouders). Saaie lessen en te weinig aangepaste voorzieningen lijken een minder groot probleem. Aangepaste voorzieningen, zoals een ruime omkleedruimte, een tillift of rolstoeltoegankelijkheid, zijn niet voor ieder kind van belang. Met name ouders van kinderen met een motorische (3) of verstandelijke beperking (3) vinden de afwezigheid van voorzieningen ‘een beetje’ belemmerend. In twee focusgroepen geven drie ouders voorbeelden van hoe negatieve ervaringen met een zweminstructeur het zwemtraject kunnen belemmeren. Ouders lopen er vooral tegenaan dat instructeurs hun geduld verliezen en boos worden of hun aandacht moeilijk kunnen verdelen over een grote groep kinderen. Zo vertelt één ouder:

‘[Er waren] heel veel kinderen in het bad en hij kon gewoon niet volgen wat de bedoeling was. Juf werd daar boos over en greep hem bij de arm. […] Dus daar wilde hij al snel niet meer naartoe. ’

Deze ervaring belemmerde het volgen van zwemles zodanig dat het kind is gestopt en vanwege angst ook moeite had met het starten van een ander zwemtraject.

80

100

Behoeften bij het volgen van zwemles Figuur 3.5 laat zien wat volgens ouders zou helpen bij het volgen van zwemles. Zwemles in kleinere groepen noemen ze het vaakst (31 ouders). De helft wil het liefst een-op-een-begeleiding voor hun kind (21 ouders). Wanneer we vragen naar hoe groot ‘kleinere’ groepen moeten zijn, is dit volgens de meesten (17 van de 31 ouders) maximaal vijf personen (niet in figuur). Ook hebben veel ouders behoefte aan betere kennis en vaardigheden van de instructeur (26). Deze wensen weerspiegelen de ervaren belemmeringen zoals gepresenteerd in figuur 3.4. Figuur 3.5 Wat volgens ouders zou helpen of hebben geholpen bij het volgen van zwemles (in procenten, n=45) Zwemles in kleinere groepen Betere kennis en vaardigheden van de zweminstructeur Zwemles in de vorm van een-op-eenbegeleiding Zwemlessen die meer spelenderwijs zijn ingericht Zwemles samen met andere kinderen met een beperking Iets anders Er is niets wat mijn kind zou helpen Weet ik niet 0

20

40

60

80

100

Bron: Vragenlijstonderzoek onder ouders van kinderen met een beperking in de gemeente Amsterdam. Mulier Instituut.

Enkele open antwoorden van ouders die aangeven dat iets anders zou hebben geholpen, vullen de resultaten in figuur 3.5 aan. Zo licht één ouder toe dat de fysiotherapeut de zweminstructeur uitleg en tips heeft gegeven over hoe om te gaan met de beperking van het kind. Volgens deze ouder moet deze kennis binnen de zwemorganisatie worden gedeeld. Een ander licht toe dat kennis van gebarentaal zou hebben geholpen. Tijdens de groepsinterviews vertellen enkele ouders dat instructeurs wanneer ze meer kennis hebben over de beperking, niet alleen beter weten hoe zij met het kind om moeten gaan, maar ook wellicht meer geduld hebben:

Ouder 1: ‘Bij mij is het instinct heel groot om aan de docent uit te leggen dat hij TOS heeft, omdat hij soms niet goed luistert. Maar dat komt omdat hij de taal niet goed verwerkt, en niet zozeer dat hij niet luistert. […] Als je dat weet, dan heb je daar misschien meer geduld mee.’ Ouder 2: ‘Ik vind dat een mooi voorbeeld. Omdat daar altijd een waardeoordeel aan zit. Het is meteen van: “O ja, die luistert niet”. Terwijl het probleem echt helemaal ergens anders zit.’

Volgens deze ouders is kennis van de beperking voor instructeurs belangrijk om te begrijpen waar bepaald gedrag vandaan komt dat het leren zwemmen belemmert. Ervaringen met het zwembad We vroegen de ouders om het zwembad waar hun kind zwemles heeft gevolgd te beoordelen op afstand, bereikbaarheid en de aanwezigheid van aangepaste voorzieningen. Ouders die ervaring hebben met meerdere zwembaden, beoordeelden het zwembad waar hun kind het laatst zwemles volgde. De ouders vulden deze vragen in voor diverse zwembaden in de gemeente Amsterdam. De meeste ouders hebben kinderen die (voor het laatst) zwemles hebben gevolgd in het Friendship Sports Centre (6), gevolgd door De Mirandabad (4), Noorderparkbad (4), Sloterparkbad (4) en Sportplaza Mercator (4). Andere benoemde baden zijn Bijlmersportcentrum, Marnixbad, AGO-zwembad Diemen en Zwembad de Werf. Een enkeling heeft ervaring met Sporthuis Abcoude en Sporthoeve Badhoevedorp. Figuur 3.6 geeft weer hoe ouders de bereikbaarheid, de afstand en de aanwezigheid van voorzieningen in het zwembad beoordelen. Met bereikbaarheid bedoelen we hoe ouders naar het zwembad toe gaan, zoals met de fiets, het openbaar vervoer of de auto, en hoe lang zij hierover doen. Met afstand bedoelen we hoe ver het zwembad is verwijderd van hun huis.

Figuur 3.6 Tevredenheid ouders over het (laatste) zwembad waar het kind zwemles heeft gevolgd (in procenten, n=45) De bereikbaarheid De afstand tot uw huis De aanwezigheid van aangepaste voorzieningen

Goed

0

20

Voldoende

Neutraal

40

60

Onvoldoende

Slecht

80

Bron: Vragenlijstonderzoek onder ouders van kinderen met een beperking in de gemeente Amsterdam. Mulier Instituut.

Meer ouders zijn tevreden over de bereikbaarheid van het zwembad dan over de afstand ernaartoe (figuur 3.6). Meer dan de helft (26 van de 45 ouders) vindt de bereikbaarheid ‘goed’. De afstand beoordelen achttien ouders als ‘goed’ en zeven als ‘onvoldoende’. Van 51 ouders weten we de postcode. Daarmee hebben we gekeken of de ervaren afstand en bereikbaarheid van het zwembad verschillen naar stadsdeel. Vooral ouders die wonen in Amsterdam Noord, Amsterdam Nieuw-West en Amsterdam Zuid, beoordelen de bereikbaarheid van het zwembad als ‘goed’. In deze stadsdelen zijn ouders ook vaker positief over de afstand tot het zwembad. Ouders uit de stadsdelen Amsterdam Centrum-Binnenstad, Amsterdam West, Amsterdam Oost en Amsterdam Zuid-Oost zijn meer verdeeld over de bereikbaarheid van het zwembad. Uit de focusgroepen blijkt dat veel ouders langer moeten reizen voor aangepaste zwemlessen. Het aanbod is vaak niet in de buurt. Maar voor de meesten is afstand geen probleem, omdat het zwembad voor hen goed bereikbaar is. Dit komt vooral doordat zij een auto hebben. Eén ouder ervaarde de afstand tot het zwembad wel als een belemmering, zodanig dat het kind met zwemles is gestopt. Omdat deze ouder geen auto heeft, gingen zij met het openbaar vervoer. Maar omdat het kind vanwege een motorische beperking niet goed kan lopen, was de reis te vermoeiend:

‘Hij was er moe van. Hij kan er niet heen, dan zwemmen, en dan weer terug met het openbaar vervoer. Het is te ver voor hem.’

100

Over de aanwezigheid van aangepaste voorzieningen, zoals een tillift, een ruime omkleedruimte of rolstoeltoegankelijkheid, spreken ouders zich het minst sterk uit: ze beoordelen deze het vaakst als ‘neutraal’ (zestien ouders; zie figuur 3.6). Wat opvalt, is dat met name ouders van kinderen met een motorische beperking en ADHD vaker positief zijn over de aangepaste voorzieningen bij de zwemlesaanbieder (niet in figuur). Aan de zeventien ouders van kinderen met een motorische beperking vroegen we welke voorzieningen belangrijk zijn bij het zwemmen. De meesten (11) vinden het belangrijk dat er een ruime omkleedruimte is. Een omkleedbrancard is voor vijf ouders belangrijk, een tillift en een verstelbare bodem voor vier ouders.

Sommige eigenschappen, zoals angst, snel overprikkeld raken of moeite hebben zich te concentreren, kunnen het voor kinderen lastig maken om te leren zwemmen. Wanneer zulke eigenschappen het zwemtraject in de weg staan, noemen we dit persoonlijke belemmeringen. We vroegen aan alle ouders die meededen aan het vragenlijstonderzoek, ook als hun kind geen ervaring met zwemles heeft, in hoeverre hun kind persoonlijke belemmeringen ervaart om te leren zwemmen (figuur 3.7). Figuur 3.7 Mate waarin persoonlijke eigenschappen het moeilijk maken om te leren zwemmen (in procenten, n=63) Mijn kind heeft moeite met concentreren/informatie verwerken Mijn kind is snel overprikkeld Mijn kind heeft moeite met het aanleren van slagen/bewegingen Mijn kind is angstig 0 Heel erg moeilijk

20

Een beetje moeilijk

40

60

Niet moeilijk

N.v.t.

Bron: Vragenlijstonderzoek onder ouders van kinderen met een beperking in de gemeente Amsterdam. Mulier Instituut.

Meer dan de helft van de respondenten noemt moeite hebben met concentreren en/of informatie verwerken als iets dat het ‘heel erg moeilijk’ maakt voor hun kind om te leren zwemmen. Daarnaast geeft iets minder dan de helft aan dat snel overprikkeld zijn en moeite hebben met het aanleren van slagen of bewegingen in

80

100

het water het leren zwemmen belemmert. Eén op de vijf ouders (12) stelt dat angst van het kind het ‘heel moeilijk’ maakt om te leren zwemmen.

Voor bijna alle ouders geldt dat hun kind weleens vrij gaat zwemmen. Volgens slechts zeven ouders doet hun kind dit nooit. Met vrij zwemmen bedoelen we zwemmen in het algemeen, dus buiten zwemles of zwemmen bij een zwemvereniging om. De kinderen die weleens vrij gaan zwemmen, doen dit meestal niet frequent. Volgens de helft van de ouders (30) zwemt hun kind een paar keer per jaar. Voor bijna één op de drie is dit een paar keer per maand en zes ouders geven aan dat hun kind één keer per week of vaker vrij gaat zwemmen. Ouders die weleens vrij zwemmen met hun kind, doen dit het vaakst in een regulier zwembad (35 van de 56 ouders). De overige ouders doen dit in een extra verwarmd bad (7), in een buitenbad (6) of in openbaar buitenwater, zoals een meer of de zee (8). Ervaren mogelijkheden om vrij te zwemmen Aan de 56 ouders waarvan het kind weleens vrij gaat zwemmen, vroegen we in hoeverre zij hiervoor voldoende mogelijkheden ervaren en of zij informatie over deze mogelijkheden weten te vinden. Dit deden we met zes stellingen (figuur 3.8).

Figuur 3.8 Ervaren mogelijkheden om vrij te zwemmen (in procenten, n=56) Als ik informatie nodig heb over waar mijn kind kan vrijzwemmen, dan kan ik die vinden Als ik met mijn kind wil vrij-zwemmen, dan weet ik waar ik naartoe moet gaan Als ik informatie nodig heb over hoe mijn kind kan vrijzwemmen, dan kan ik die vinden In mijn buurt zijn genoeg plekken waar mijn kind kan vrijzwemmen Als ik met mijn kind wil vrij-zwemmen, dan kan dat op momenten die mij uitkomen

Als ik met mijn kind wil vrij-zwemmen, dan moet ik lang reizen 0 Mee eens

Neutraal

20

40

Mee oneens

N.v.t.

60

Bron: Vragenlijstonderzoek onder ouders van kinderen met een beperking in de gemeente Amsterdam. Mulier Instituut.

80

100

Informatie over waar het kind vrij kan zwemmen lijkt voor de meeste ouders goed vindbaar. Dit geldt vooral voor ouders die in Nederland zijn geboren (niet in figuur): ruim drie kwart van deze groep vindt informatie over waar het kind kan zwemmen goed vindbaar. Van de ouders met een migratieachtergrond kiest bijna twee derde hier voor ‘neutraal’. Informatie over hoe het kind vrij kan zwemmen, bijvoorbeeld samen met andere kinderen, lijkt iets minder toegankelijk. De helft van de respondenten weet deze informatie te vinden, tien ouders niet. Een kwart (14) vindt dat er onvoldoende plekken zijn waar hun kind vrij kan zwemmen. Ook over de dagen en tijden van het vrij zwemmen lijken ouders relatief ontevreden: bijna één op de drie stelt dat het niet kan op de momenten die ze uitkomen (17 ouders). Behoeften We vroegen ouders op welke dagen en tijden zij het liefst zouden vrij zouden zwemmen met hun kind. Weekenddagen zijn het meest gewild: de helft van de 56 ouders die weleens vrij zwemmen met hun kind kiest de zaterdag (30) en/of de zondag (34). Een kleinere groep zou graag vrij zwemmen op woensdag (11) of op vrijdag (8). De voorkeuren voor tijdstippen zijn divers. Op maandag, dinsdag en donderdag kiezen alle ouders 15.00 of 16.00 uur.

Op woensdag variëren gewilde tijdstippen van 11.00 tot 17.00 uur, op vrijdag gaat een duidelijke voorkeur uit naar de middag (van 14.00 tot 17.00 uur). Op weekenddagen heeft een deel van de ouders een voorkeur voor de ochtend, zwemt een deel graag ‘s middags en heeft een deel geen voorkeur. We vroegen de ouders ook wat zij belangrijk vinden bij het vrij zwemmen voor hun kind (figuur 3.9).

Figuur 3.9 Behoeften bij het vrij zwemmen (in procenten, n=56) Dat mijn kind kan zwemmen op een moment waarop het uitkomt Warm water in het bad Dat mijn kind samen met andere kinderen kan zwemmen Dat er voldoende aangepaste voorzieningen zijn 0 Heel belangrijk

Belangrijk

Neutraal

20 Niet belangrijk

40

60

Helemaal niet belangrijk

Bron: Vragenlijstonderzoek onder ouders van kinderen met een beperking in de gemeente Amsterdam. Mulier Instituut.

Ouders met ervaring met vrij zwemmen lijken het meeste waarde te hechten aan dat het kind kan zwemmen op een moment waarop het uitkomt: drie kwart vindt dit (heel) belangrijk. Ook heeft een groot deel behoefte aan warm water in het bad: 39 ouders vinden dit (heel) belangrijk. Dat het kind samen met andere kinderen kan zwemmen vinden ouders het vaakst ‘niet belangrijk’. Net als bij het beoordelen van de zwemlesaanbieder (figuur 3.6) zijn ouders het meest verdeeld over het belang van aangepaste voorzieningen in het zwembad tijdens het vrij zwemmen, zoals een tillift, verstelbare bodem of extra ruime omkleedruimte. Ook hier vinden met name ouders van kinderen met een motorische beperking voorzieningen belangrijk. Voor kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) en autisme zijn aangepaste voorzieningen vaker ‘niet van toepassing’. Eén op de drie ouders (19) geeft in een open antwoord aan dat er nog iets anders belangrijk is bij het vrij zwemmen voor hun kind. Vaak is dat dat het niet te druk is in het zwembad, dus niet te veel andere bezoekers, drukke lichten of muziek. Sommige ouders wensen goede begeleiding tijdens het zwemmen en anderen hebben behoefte aan lagere kosten voor het vrij zwemmen. Ervaringen met het zwembad Van de 56 ouders die weleens vrij zwemmen met hun kind, doet een kwart dit het vaakst in De Mirandabad (15).

Andere zwembaden die veel ouders noemen, zijn Sloterparkbad (4), Marnixbad (4) en Sportplaza Mercator (3). Voor één op de tien ouders geldt dat hun kind nooit vrij zwemt in een zwembad. We vroegen de ouders wat zij vinden van het zwembad waar hun kind het vaakst vrij zwemt (figuur 3.10). Ouders van kinderen die nooit vrij zwemmen in een zwembad hebben deze vraag niet ingevuld.

80

100 N.v.t.

Figuur 3.10 Tevredenheid over het zwembad waar het kind het vaakst vrij zwemt (in procenten, n=50) De bereikbaarheid De afstand tot uw huis De aanwezigheid van aangepaste voorzieningen 0 Goed

Voldoende

20 Neutraal

40

Onvoldoende

60 Slecht

80 N.v.t.

Bron: Vragenlijstonderzoek onder ouders van kinderen met een beperking in de gemeente Amsterdam. Mulier Instituut.

Antwoorden op deze vraag zijn vergelijkbaar met de resultaten uit figuur 3.6, waar ouders het (laatste) zwembad beoordeelden waar hun kind zwemles volgde. Ook voor vrij zwemmen beoordelen ouders de bereikbaarheid het vaakst als ‘goed’ en de aanwezigheid van aangepaste voorzieningen het minst vaak. Van 51 ouders konden we met hun postcode de ervaren afstand en bereikbaarheid vergelijken naar stadsdeel. Ouders die in Amsterdam Centrum-Binnenstad, Amsterdam West, Amsterdam Nieuw-West en Amsterdam Zuid wonen, beoordelen zowel de afstand tot als de bereikbaarheid van het zwembad vaker positief. De ervaringen van ouders die wonen in Amsterdam Oost zijn het meest verdeeld. Een deel van deze ouders beoordeelt de afstand en bereikbaarheid als ‘goed’ of ‘voldoende’, maar een vergelijkbaar deel vindt deze ‘onvoldoende’ of ‘slecht’.

100

Hoofdstuk 4

Dit hoofdstuk gaat over het zwemlesaanbod dat zwemlesaanbieders in Amsterdam voor kinderen met een beperking hebben, wat de kosten en baten daarvan zijn en welke belemmeringen en kansen zij ervaren.

Alle zestien zwemlesaanbieders hebben aanbod voor kinderen met een beperking (gehad). Voor een enkele aanbieder geldt dat er op het moment van het gesprek geen kinderen met een beperking in een lestraject zaten omdat er geen vraag naar was. Bij dertien zwemlesaanbieders zijn alle kinderen met een beperking welkom. Zij stemmen het aanbod af op de behoeftes. Drie aanbieders hebben hun doelgroep meer gespecificeerd, bijvoorbeeld omdat zij geen een-op-een-les aanbieden, omdat het zwembad niet rolstoeltoegankelijk is of omdat er geen tillift aanwezig is. Het type zwemlesaanbod is zeer divers (zie tabel 4.1). Negen aanbieders hebben aanbod dat speciaal voor kinderen met een beperking is. Dit kunnen kleinere groepen, privélessen of lessen waarbij begeleiders het water mee ingaan zijn. Het verschilt per aanbieder of zij ook regulier aanbod hebben waar kinderen met een beperking aan mogen deelnemen. Eén aanbieder heeft enkel aanbod voor kinderen met een beperking. Zeven aanbieders hebben alleen lessen die toegankelijk zijn voor iedereen, waaraan kinderen met een beperking kunnen deelnemen. Dit kunnen grote groepen zijn, maar ook kleinere groepen, privélessen of lessen waarbij begeleiders het water mee ingaan. De lessen duren 25 minuten tot een uur. De reguliere zwemlessen duren veelal een uur, maar de zwemlessen specifiek voor kinderen met een beperking duren maximaal drie kwartier.

De lessen vinden vooral aan het einde van de middag en begin van de avond plaats. Ook zijn er veel lessen in de weekenden, op zaterdag de hele dag door en op zondag alleen in de ochtend en middag. De instructeurs die de zwemlessen geven, hebben allemaal zeer verschillende achtergronden. Bij één zwemschool en twee verenigingen komt het voor dat instructeurs geen opleiding hebben gevolgd voor het geven van zwemles, maar lesgeven vanuit jarenlange ervaring (met kinderen met een beperking). Instructeurs die wel een opleiding hebben gevolgd, hebben veelal de reguliere opleiding tot zweminstructeur gedaan. Die hebben zij aangevuld met cursussen,

workshops of trainingen, bijvoorbeeld van opleidingsinstituut ENVOZ of vanuit keuzevakken op het CIOS of de ALO in lesgeven aan kinderen met een beperking. Sommigen nemen relevante ervaring mee vanuit (eerdere) banen, zoals de gehandicaptenzorg. Niet alle zwemlesaanbieders hebben een wachtlijst. Vijf zwemlesaanbieders hebben geen wachtlijst voor kinderen met een beperking of voor het aanbod in kleine groepen. Redenen daarvoor zijn een vermoeden dat ouders het aanbod niet vinden en dat er veel verloop is in de lessen. Twee aanbieders hebben geen idee of er een wachtlijst is. Negen aanbieders hebben wel een wachtlijst. Drie van hen geven aan niet te weten hoe lang die is, omdat de doorlooptijd voor de kinderen sterk verschilt of omdat alle aanmeldingen via het JFSCA lopen. De andere zes geven aan dat de wachtlijst maximaal een maand tot ongeveer een jaar is of dat er negen tot veertig kinderen op de wachtlijst staan. Wat opvalt is dat geen enkele aanbieder noemt dat zij kinderen op de wachtlijst doorverwijzen naar andere aanbieders.

In tabel 4.1 staat een overzicht van de kosten die zwemlesaanbieders maken. Deze lopen sterk uiteen, vooral voor het badwater dat zij huren. Ook hebben enkele aanbieders geen personeelskosten, omdat vrijwilligers de lessen geven. Op de overige kosten, de ‘overheadkosten’, kunnen we niet goed zicht geven, omdat de meeste aanbieders deze niet wisten te benoemen.4 De kosten voor badwater lopen uiteen van 30 euro per uur voor een deel van het bad tot 250 euro per uur. Het komt voor dat de kosten per dag verschillen, bijvoorbeeld op zaterdag 220 euro per uur en op woensdag 140 euro per uur. De personeelskosten liggen voor de meeste aanbieders tussen 30 en 40 euro per uur, al hadden niet alle aanbieders daar zicht op. Drie aanbieders werken met vrijwillige instructeurs en hebben daardoor geen personeelskosten. Hoewel de overheadkosten niet of lastig te benoemen zijn, konden meerdere aanbieders wel vertellen wat daaronder valt. Het gaat dan om kosten voor de administratie/receptie, schoonmaakkosten, systeemkosten en kosten voor materialen voor de zwemles, overleggen, opleiding van zwemlesinstructeurs en het lidmaatschap van de KNZB.

4

Hoewel we voor de interviews aankondigden dat we (ook) naar de kosten zouden vragen, wisten meerdere aanbieders deze niet te noemen. Doordat ze deze niet paraat hadden of doordat ze er zelf geen zicht op hadden. Dit betekent dat er gaten zijn in de informatie die we hierover kunnen presenteren.

Tabel 4.1 Overzicht van kosten per zwemlesaanbieder* (n=16) Badwater

Personeelskosten

Overheadkosten

€35 p/u excl. btw

10% van kosten

?

€35 p/u excl. btw

?

€100 p/u

?

?

?

?

?

€30 p/u

?

Eigen bezit

€40 p/u

?

€100 p/u

€3000 per maand

?

€40 p/u

?

€93 p/u

€0

?

?

€35 p/u

?

?

?

?

?

€0

?

€150 p/u

€35 p/u

?

?

?

?

€15.000-20.000 per jaar

€0

?

€40 p/u

?

?

Doordeweeks €140 p/u Weekend €220 p/u

€120 p/u Gebruikt een kwart, dus €30 p/u

€250 p/u €40 p/u voor één baan

Bron: Interviews onder zwemlesaanbieders met aanbod voor met een beperking in de gemeente Amsterdam. Mulier Instituut. * Een vraagteken betekent dat de zwemlesaanbieder de kosten niet wisten te benoemen tijdens het interview.

In tabel 4.2 staat een overzicht van alle lesgelden per lessoort, specifiek voor kinderen met een beperking en voor reguliere zwemlessen. Over het algemeen liggen de tarieven voor zwemles specifiek voor kinderen met een beperking hoger dan de reguliere lesgelden. Het lesgeld dat aanbieders vragen varieert voor privélessen van 22,50 tot 100 euro per les. Voor ander specifiek aanbod, waar de groepen kleiner zijn of bijvoorbeeld begeleiders mee het water in gaan, variëren de tarieven van 8,40 tot 36,50 euro per les.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14346108/1