Rapport - Zwemles voor kinderen met een beperking in Amsterdam.pdf
Tekst van het document
Tabel 4.2 Gehanteerde zwemlestarieven voor verschillende lestypen per zwemlesaanbieder (n=16) Groepsgrootte per aanbieder Aanbod voor iedereen 1
Prijs*
1-op-5 max., 45 min. Privéles, 30 min. Reguliere les, 60 min. Reguliere les, max. 8, 45 min.
€21 per les €30 per les €17,25 per les €12,50 per les
5
Groep van 6 incl. begeleider, 30 min. Privéles, 30 min. 1-op-6, 60 min. Privéles, 45 min. Reguliere les, max. 12, 45 min. Reguliere les, 60 min.
€19,50 per les €100 per les €146 per maand € onbekend €56,30 per maand €100 per kwartaal
6
Reguliere les, 60 min.
€80 per blok (drie blokken per jaar)
2 3 4
7
1-op-4 max., 50 min. Privéles, 25 min. Specifiek voor kinderen met een beperking,
€32 €30
deelname in regulier aanbod mogelijk 8 Groep van 8-10 incl. begeleider, 30 min. Reguliere les, 30 min. tot 45 min. 9 1-op-1 of 1-op-4 max., 45 min. Reguliere les, 45 min. 10 1-op-4 max., 45 min. of 60 min. 1-op-2, 45 min. of 60 min. Privéles, 30 min. of 45 min. Reguliere les, 30 min. of 45 min. 11 1-op-6 max. incl. begeleider, 30 min. Reguliere les, 45 min. Specifiek voor kinderen met een beperking,
€17,95 per les €17,85 of €26.77 per les €22,50 per les, €900 per jaar via JFSCA €9,25 per les €24 of €33 per les €35 of €44 per les €45 of €58 per les €9,50 of €13,50 per les €8,40 per les €17,25 per les
deelname in regulier aanbod onbekend 12 1-op-1, 30 min. Reguliere les, max. 1-op-3, 30 min. Specifiek voor kinderen met een beperking, niet in
€33,75 per les, €900 per jaar via JFSCA €22,50 excl. btw
regulier aanbod 13
1-op-1 of 1-op-2, 30 min. Reguliere les, max. 8, 45 min. of 60 min. 14 1-op-4, 45 min. Reguliere les 15 1-op-3, 30 min. Reguliere les, 45 min. Enkel aanbod voor kinderen met een beperking 16 1-op-4 max., 45 min. Privéles
€900 per jaar via JFSCA €53,64 of €66,56 per maand €22,50 per les, €900 per jaar via JFSCA €363 per jaar, 1 keer in de week €53 per maand €53 per maand €27,50 per les Tarief onbekend
Bron: Interviews onder zwemlesaanbieders met aanbod voor met een beperking in de gemeente Amsterdam. Mulier Instituut. *
Sommige aanbieders hebben de lesgelden per maand of kwartaal met ons gedeeld. Wij hebben deze prijzen waar mogelijk omgerekend per les. Niet voor alle aanbieders was de hiervoor nodige informatie beschikbaar.
Negen aanbieders die we spraken zijn bij het JFSCA aangesloten, waardoor ouders financiële hulp krijgen bij het betalen van lesgelden. Hoewel het JFSCA vanaf 2023 mag bepalen hoeveel financiering nodig is, hanteren zij nog steeds een maximum van 900 euro voor groepslessen en 1.350 euro voor individuele lessen. Hiermee kunnen zij binnen het door de gemeente beschikbaar gestelde totaalbudget van 60.000 euro zoveel mogelijk kinderen helpen. Vier zwemlesaanbieders geven aan dat wat zij van JFSCA ontvangen, niet voldoende is. Eén aanbieder is daarom gestopt met de JFSCA-vergoedingen. Een andere vertelt hierdoor de lessen voor kinderen met een beperking (binnenkort) te moeten stoppen: 900 euro per kind per jaar is niet voldoende kostendekkend. Meerdere aanbieders vertellen dat ouders geen eigen bijdrage mogen betalen als zij via het JFSCA zwemles financieren. Weer een andere aanbieder die aangeeft dat de vergoedingen niet kostendekkend zijn, vertelt over hun werkwijze met JFSCA:
'Wij hebben niet berekend hoeveel het zou moeten kosten. Wij hebben aan JFSCA gevraagd hoeveel geld stellen jullie beschikbaar? En op basis daarvan hebben wij gekeken oké hoeveel tijd kunnen wij eraan besteden dat we zeggen dit past binnen de doelstellingen van het centrum.'
Deze doelstellingen zijn onder andere dat kinderen hun zwemdiploma behalen. Doordat kinderen met een beperking daar vaak meer lessen voor nodig hebben dan andere kinderen, is de vergoeding vanuit het JFSCA, mede door de aanpak van de aanbieder, niet aangepast op de kosten die zij maken. Ook valt de vergoeding van het JFSCA soms lager uit doordat ouders niet altijd aangeven dat hun kind een beperking heeft, waardoor zij de reguliere vergoeding van het JFSCA ontvangen. Dat is met 720 euro minder dan de vergoeding voor kinderen met een beperking:
‘Die kosten dekken niet altijd. Daar moet ik eerlijk in zijn. Omdat ouders vaak niet opgeven bij JFSCA dat het kind niet mee kan [vanwege een beperking], of niet makkelijk mee kan in een gewone groep, waardoor het langer duurt dan de kosten dekken die JFSCA biedt. Die betalen omgerekend 14 maanden [lesgeld]. Als ouders aangeven dat er iets is met hun kind is, is dat iets meer. Maar dat is veel meer geregel. Want dan moeten wij weer contact leggen met JFSCA om aan te geven van: “ja sorry we redden het niet binnen die termijn”. Dus ja, soms zijn dat kosten die wij dan zelf op ons nemen.’
Het lijkt erop dat niet alle ouders weten dat die hogere vergoeding er is en dat ze daarom niet bij het JFSCA melden dat hun kind een beperking heeft.
Zwemlesaanbieders ervaren meerdere belemmeringen bij het aanbieden van zwemles voor kinderen met een beperking. Een van de meest genoemde is het tekort aan (geschoold) personeel/vrijwilligers. Dit is niet specifiek voor kinderen met een beperking, maar geldt voor zwemles in het algemeen. Een aanbieder vertelt dat dit mogelijk komt vanwege het lage salaris voor de functie, waardoor voor velen de functie van zweminstructeur een bijbaan is.5 Daarnaast is er een gebrek aan personeel met kennis over zwemles geven aan kinderen met een beperking en is er geen tot beperkte scholing voor beschikbaar. Ook de kosten van zwemles (voor kinderen met een beperking) vormen een belemmering. Aanbieders geven aan dat het zwemwater erg duur is. Deze belemmering werkt twee kanten op. Ten eerste maakt dit de zwemlessen voor kinderen met een beperking erg duur. De kinderen zwemmen in kleine groepjes, dus de kosten worden over minder kinderen verdeeld dan bij het reguliere aanbod. Ten tweede geven meerdere zwemlesaanbieders aan de hoge lesprijzen lastig te vinden. Ze schamen zich voor het bedrag dat ze vragen of hebben het idee dat veel ouders het niet kunnen betalen: 'Ik geef ook niet graag privéles omdat ik het verschrikkelijk vind om dit soort bedragen te vragen'.
Een andere aanbieder zegt daarover: 'Het motto is alle kinderen gelijke kansen, maar op dit moment is dat bij lange na niet.' Aanbieders geven aan deze tarieven wel te hanteren om financieel uit te komen. Als oplossingen dragen zwemlesaanbieders aan: gratis zwembadwater vanuit de gemeente, een hogere vergoeding vanuit het JFSCA of het verenigingstarief voor zwembadwater hanteren voor de zwemlessen voor kinderen met een beperking. Een aanbieder geeft aan:
‘Dat er financieel iets moet gebeuren, dat staat buiten kijf. Deze kinderen vallen al zo tussen wal en schip. Het hele schoolzwemmen is al sowieso weg. Dat is alleen voor kinderen die op het speciaal onderwijs zitten. Maar deze kinderen [die ik lesgeef] zitten al vaak niet eens op het speciaal onderwijs maar zitten op een dagverblijf. [...] En de ouders zijn vaak ook laaggeletterd en financieel hebben ze het slecht. Ja, ik vind dat er veel meer aan gedaan moet worden, financieel. Zeker vanuit de gemeente. Of ze moeten gaan denken aan het subsidiëren van badhuur, dat zou ook nog kunnen. En dan kan ik die mensen ook een beetje een lagere prijs geven. Maar nou moet het eerst uit allerlei potjes komen en dan gaan ze bij mij de hoogste prijs rekenen. Snap je wat ik bedoel? Het is zo het paard achter de wagen spannen.’
Daarnaast ervaren de zwemlesaanbieders in de gemeente een gebrek aan zwembadwater. Doordeweeks zijn de zwembaden vol op de populaire tijden (aan het einde van de middag en begin van de avond). Een mogelijke oplossing die een
5
Dit is een breder gedeeld aandachtspunt: zie Van der Meijde et al. (2021), De Vries (2021) en Vollebregt (2023).
aanbieder aandraagt, is om na schooltijd zwembadwater te gebruiken van scholen met een eigen zwembad. Een overige belemmering die aanbieders noemen, is het bereiken van ouders van kinderen met een beperking. Het aanbod is beperkt bekend. Daarnaast is er volgens aanbieders niet altijd voldoende bewustzijn van hoe belangrijk zwemles is voor kinderen. Mogelijke oplossingen zijn het aanbieden van informatie per zwembad: welke aanbieders hebben daar welk aanbod? Maar ook het promoten van de mogelijkheden bij ‘de start van de keten’, zoals op consultatiebureaus, of groepsgewijs werken, bijvoorbeeld vanuit het onderwijs of de opvang. Tot slot vormt de grote hoeveelheid prikkels voor kinderen met een beperking in de zwembaden een belemmering. Hier noemen de zwemlesaanbieders geen oplossingen voor.
Hoofdstuk 5
In dit hoofdstuk beschrijven we hoe vijf andere gemeenten ervoor zorgen dat zwemlessen voor kinderen met een beperking (financieel) toegankelijk zijn. We benoemen per gemeente welk beleid zij voeren en welke successen en belemmeringen hierbij spelen.
In deze gemeente is het streven dat alle kinderen met en zonder een beperking de basisschool met een A-diploma verlaten. In de gemeentebaden biedt de gemeente zwemles aan voor kinderen met een beperking. Het is zwemles op maat en gaat voornamelijk om zwemveiligheid. Dit gebeurt in groepen van maximaal vijf en minimaal twee kinderen. Dit bieden zij aan voor hetzelfde tarief als de reguliere zwemlessen. Er is ook een financiële regeling voor kinderen met een beperking vanaf 5 jaar uit gezinnen met een laag inkomen. Deze regeling geldt alleen voor het gemeentelijke zwemaanbod, niet voor de commerciële zwempartijen. Ook wordt op enkele scholen in het speciaal basisonderwijs schoolzwemmen aangeboden. Ook deze lessen, inclusief het vervoer, financiert de gemeente. De gemeente heeft het VN-Verdrag Handicap ondertekend. Ze heeft beleid voor fysieke en sociale toegankelijkheid van openbare accommodaties. Er is in de gemeente meer vraag naar zwemles voor kinderen met een beperking dan het aanbod aankan: er zijn wachtlijsten. Dit geldt ook voor de reguliere zwemlessen en is dus niet uniek voor de zwemlessen voor kinderen met een beperking. Dit komt door een gebrek aan zweminstructeurs. De respondent is te spreken over de wijze waarop de zwemlessen voor kinderen met een beperking zijn georganiseerd, omdat de gemeente meent het merendeel van de kinderen te bereiken.
Ouders kunnen op één duidelijke plek terecht voor informatie over de zwemles: de informatievoorziening loopt via de website van de gemeente. Daarnaast is het aanbod te vinden op de website van Uniek Sporten.
In deze gemeente loopt een pilot waarin op enkele scholen in het speciaal onderwijs zwemles wordt aangeboden. Dit wordt bekostigd vanuit de gelden van het sportakkoord van de gemeente. De respondent vertelt dat het effect van schoolzwemmen op het speciaal onderwijs groter is dan op het regulier onderwijs,
omdat er relatief meer kinderen zonder zwemdiploma op school zitten. Per twaalf kinderen staan er twee instructeurs op de kant. De gemeente voert momenteel een inventarisatie uit onder de scholen in het speciaal onderwijs om onder andere te achterhalen hoeveel leerlingen zonder zwemdiploma of zwemvaardigheid ze kunnen bereiken, hoeveel badwater daarvoor beschikbaar is, welke regelingen de gemeente al kent voor zwemles voor kinderen met een beperking en wat per school de werkzame principes zijn in het aanbieden van schoolzwemmen. Ook kijkt de gemeente vanuit welke domeinen ze de financiering van de zwemlessen via de scholen straks kan regelen. Dit hoeft niet enkel vanuit het sport en beweegdomein, maar kan ook vanuit gezondheid of jeugdhulp. De gemeente heeft verscheidene financiële regelingen. Zo is er ondersteuning via Stichting Leergeld, maar is het ook mogelijk de zwemlessen te bekostigen vanuit jeugdhulpgelden, als er sprake is van privéles om de zelfstandigheid van een kind te bevorderen. Als succesfactor omschrijft de respondent dat alle betrokkenen het belang inzien van meewerken en veel enthousiasme hebben: de scholen, verscheidene instanties maar ook de gemeente. Scholen zijn enthousiast om meer aan de gezondheid van de kinderen te werken. Knelpunten zijn het vervoer van en naar de zwemlessen en een tekort aan zwembadwater na schooltijd.
Daar heeft de gemeente nog geen oplossingen voor gevonden.
In deze gemeente worden kinderen met een beperking vooral bereikt via het speciaal onderwijs. Alle scholen in het speciaal onderwijs bieden schoolzwemmen aan in het curriculum. Dit betaalt de gemeente. Jaarlijks maakt ze hier ongeveer 1,8 miljoen euro voor vrij. Ouders hoeven geen bijdrage te betalen. Er is volgens de respondent ruimte in het speciaal onderwijs om schoolzwemmen aan te bieden omdat zij minder sterk vastzitten aan een curriculum dan het regulier onderwijs. In het speciaal onderwijs is ruimte voor een derde moment lichamelijke opvoeding in de week, en het zwemmen past bij vakken als zelfredzaamheid. Er is veel differentiatie in het zwemlesaanbod. Klassen gaan in groepen van vijf of zes kinderen uiteen, gebaseerd op niveau. De zwemonderwijzers zijn in dienst van de gemeente en krijgen jaarlijks bijscholing gericht op lesgeven aan kinderen met een beperking. Op een enkele school geven vakleerkrachten de zwemles. Zij krijgen dan ondersteuning van zwemonderwijzers. Voorheen regelde de gemeente het vervoer met taxi’s. Inmiddels is er een speciale bus voor beschikbaar. Deze is aan te passen aan het aantal rolstoelplekken dat nodig
is, tot een maximum van vijftien. Dit heeft de gemeente geregeld via een Europese aanbesteding voor zwemvervoer. Voor gezinnen met een lager inkomen is er een pas die de zwemlessen volledig vergoedt. Deze zwemlessen kunnen van de gemeente, een vereniging of een particuliere zwemschool zijn. Particuliere zwemscholen moeten wel 20 procent van de winst afstaan om aan de pas te mogen deelnemen. Dit willen zij vaak niet. De respondent is zeer te spreken over het schoolzwemmen, omdat de gemeente op deze manier alle kinderen met een beperking in het speciaal onderwijs bereikt. De ervaring leert, aldus de respondent, dat ze kinderen met een beperking niet altijd bereiken als ouders aan zet zijn, door een tekort aan financiën, vervoer of tijd. Een van de knelpunten is de beschikbare tijd in het onderwijs. Niet alle scholen willen evenveel tijd vrijmaken voor de zwemlessen. Daarnaast is het gebrek aan professioneel opgeleide zweminstructeurs een belemmering, doordat in de opleiding tot zweminstructeur kennis over zwemlessen voor kinderen met een beperking ontbreekt. De gemeente heeft daar zelf dus op ingezet.
De doelstelling van deze gemeente is dat 95 procent van de kinderen de basisschool verlaat met een A-diploma. Het aanbod voor kinderen met een beperking heeft ze opgezet via een maatjessysteem. Kinderen met een beperking zwemmen een half uur met een maatje. Dit kan een ouder zijn of iemand van stichting MEE. Daarnaast staat een zweminstructeur op de kant. Deze lessen zijn toegankelijk voor alle kinderen met een ontwikkelingsleeftijd van 4 jaar of ouder. De lessen zijn op woensdag- en zaterdagmiddag en kosten 5,30 euro per half uur. Deze prijs is evenredig aan die van de reguliere lessen van drie kwartier. De maatjes volgen één of twee keer per jaar een bijscholing georganiseerd door de lokale coördinator van de gemeente. De maatjes bespreken waar ze tegenaan lopen en gaan het water in om specifieke elementen van de zwemles te doorlopen. Voor de coronaperiode was er een terugkomdag voor kinderen die hun zwemdiploma gehaald hebben. Dat ging om een uur in het water: 20 minuten zwemles, 20 minuten sport en spel en 20 minuten vrij zwemmen. Deze terugkomdag is vervallen, maar er zijn plannen deze weer te organiseren. Op enkele scholen in het speciaal onderwijs is er zwemles. De schooldirecteuren van die scholen hebben dit geïnitieerd. De financiering komt vanuit de gemeente. De informatievoorziening gaat via de website van de gemeente en stichting MEE.
Dit is volgens de respondent voldoende, want de zwemlessen zitten vol. Er is een lange wachtlijst. Er staan niet veel kinderen op, maar de wachttijd is lang omdat de
doorloop van kinderen lang duurt. Ook komen veel kinderen bij de zwemles terecht via mond-tot-mondreclame. Uitbreiding van de lessen is lastig vanwege een gebrek aan beschikbaar zwemwater en maatjes. Daarnaast is het mogelijk om financiële ondersteuning te krijgen met hulp van Stichting Leergeld en heeft de gemeente een project waarbij ze alle zwemlessen bekostigt tot en met diploma A. Dit is een regeling voor alle kinderen in de gemeente uit een gezin met een laag inkomen. Met die financiële ondersteuning is het eigenlijk niet toegestaan gebruik te maken van het gemeentelijke aanbod. Kinderen die gebruik maken van deze regeling moeten zwemles volgen bij een zwemvereniging. Maar voor kinderen met een beperking maakt de gemeente een uitzondering, vanwege de kennis en kunde die binnen het gemeentelijke aanbod aanwezig is. Als succesfactor noemt de respondent de deskundigheid en ervaring die aanwezig zijn bij de zwemlessen. Dit is een cruciale factor:
'Ja toch wel de deskundigheid, ervarenheid. Dat is het allerbelangrijkste en je hoort het ook terug vanuit de ouders: geweldig hoe jullie dit doen en je hebt mij de ogen laten openen. Dat is vaak de manier waarop je met een kind omgaat, dus die professionaliteit, de ervaring, maar ook het kunnen inleven in de problematiek bij het kind. Ja, dat is gewoon super belangrijk. Dat is eigenlijk het allerbelangrijkste om goed contact te krijgen met het kind en als je goed contact hebt, dan kun je daar heel veel mee.'
Knelpunten in de aanpak ziet de respondent niet echt. In het verleden waren ze minder streng op wie er met de zwemlessen mee mochten doen. Dat kwam de kwaliteit van de zwemlessen niet ten goede. Tegenwoordig vindt er eerst een gesprek plaats met de coördinator om te kijken of een kind kan deelnemen aan de lessen, bijvoorbeeld of het mogelijk is voor het kind om goed een les te volgen. Daarnaast komt het sporadisch voor dat een maatje geen affiniteit met de doelgroep heeft. Dan moet er een nieuw zwemmaatje gezocht worden.
In deze gemeente beheren drie verschillende exploitanten alle baden. Zij verzorgen het programma in de zwembaden. De gemeente heeft afspraken gemaakt met de exploitanten. Zo heeft zij een aantal uren ‘doelgroepzwemmen’ ingekocht. Hier valt onder andere de zwemles voor kinderen met een beperking onder. Uit een tussenevaluatie van het zwembeleid bleek dat zwemles voor kinderen met een beperking nog te weinig aandacht kreeg. Hierop zijn in de gemeente twee projecten gestart. Stichting MEE heeft de rol gekregen om met de exploitanten te kijken waar ze extra aanbod kunnen creëren. Daarnaast verwijzen zij als bemiddelaar kinderen met een beperking door naar het aanbod.
Ook is een project opgestart voor deskundigheidsbevordering van de zweminstructeurs. In samenwerking met Stichting MEE heeft de gemeente een cursus opgezet met zowel praktijk- als theoretische onderdelen. Alle zwembadexploitanten hebben hieraan deelgenomen. In de gemeente wordt op het speciaal onderwijs ook schoolzwemmen aangeboden. Kinderen krijgen in twee schooljaren zwemles. De gemeente is aan het kijken naar mogelijkheden om dit uit te breiden; er is overdag nog veel zwembadwater beschikbaar. Er is ook een financiële regeling voor gezinnen met een laag inkomen beschikbaar, met een vergoeding van 500 à 600 euro tot en met het A-diploma. Als succesfactor wijst de respondent naar de vindbaarheid van de zwemlessen via stichting MEE en de gezamenlijke aanpak, met korte lijnen en veel afstemming tussen betrokken partijen:
'Wat ik sterk vind is de structuur zoals wij hem hebben opgezet, want het komt niet allemaal uit de lucht vallen, hè? We hebben een beleidskader zwemmen. Daar doen we dan onderzoek naar. Komt een tussenevaluatie, daar komen dan die knelpunten uit naar voren. Die bespreken we dan weer met alle belangengroepen die daarbij betrokken zijn. Daar gaan we een plan van aanpak op maken.’
Ook noemt de respondent dat er een wethouder is die veel prioriteit geeft aan mensen met een beperking. Dat bevordert de aandacht die er voor het onderwerp is in de gemeente. Als knelpunten noemt de respondent dat er te weinig aanbod is, vrij weinig informatievoorziening, hoge kosten en lange wachtlijsten voor de zwemlessen. Er zijn naar aanleiding van de tussenevaluatie stappen gemaakt in het aanbod van zwemles voor kinderen met een beperking, maar er zijn praktische limieten aan de mogelijkheden van de gemeente. Ze moeten keuze’s maken om de aandacht voor verscheidene doelgroepen in balans te krijgen. Daarnaast is een dilemma dat het voor exploitanten financieel minder aantrekkelijk is om voor deze kinderen zwemaanbod te creëren, vanwege de kleine groepen en omdat er een zweminstructeur nodig is met deskundigheid.
Er zijn tussen de vijf gemeenten diverse verschillen in hoe zij ervoor zorgen dat zwemlessen voor kinderen met een beperking (financieel) toegankelijk zijn. Maar er zijn ook twee belangrijke overeenkomsten: alle gemeenten hebben financiële regelingen voor gezinnen met een laag inkomen en in alle gemeenten wordt schoolzwemmen op het speciaal onderwijs aangeboden.
De mate waarin schoolzwemmen wordt aangeboden verschilt wel. Alleen in gemeente 3 is dit op alle scholen. Het lijkt een veelbelovende manier om kinderen met een beperking goed te bereiken en er is veel animo voor. Gemeente 2 en 5 zijn namelijk aan het kijken hoe ze dit aanbod kunnen uitbreiden. Maar deze oplossing kent ook belemmeringen. Vervoer van de school naar het zwembad is niet eenvoudig en scholen moeten hier tijd voor vrijmaken in het curriculum. Kinderen met een beperking uit het regulier onderwijs worden hier niet mee bereikt. Het grootste verschil tussen de vijf gemeenten en Amsterdam lijkt de aanwezigheid van gemeentelijk aanbod. Twee gemeenten hebben, naast schoolzwemmen, gemeentelijk aanbod voor kinderen met een beperking. Dit heeft als voordeel dat zij de prijs voor de lessen laag kunnen houden. In gemeente 5, waar de zwembaden extern geëxploiteerd worden, zijn de hoge kosten voor de aanbieders juist een probleem. Dit is voor het merendeel van de baden in Amsterdam ook het geval. Het is voor deze externe partijen minder aantrekkelijk om voor kinderen met een beperking zwemaanbod te verzorgen, omdat dit vanwege de vaak kleine groepen en een zweminstructeur met deskundigheid hogere kosten meebrengt. Ondanks de onderlinge verschillen zijn alle gemeenten redelijk tevreden over hun aanpak. Maar er lijkt geen gouden oplossing te zijn die alle belemmeringen wegneemt.
Elke gemeente ervaart in meer of mindere mate dezelfde belemmeringen als de gemeente Amsterdam: een zoektocht naar zwemwater, wachtlijsten en het idee niet alle kinderen met een beperking in de gemeente te bereiken.
Hoofdstuk 6
Dit onderzoek gaat over de vraag naar en het aanbod van zwemles voor kinderen met een beperking in de gemeente Amsterdam. In dit hoofdstuk presenteren we de conclusies uit de deelonderzoeken onder ouders, zwemlesaanbieders en andere gemeenten. Daarmee beantwoorden we de vijf vragen die in dit onderzoek centraal staan. We sluiten af met aanbevelingen om het zwemlesaanbod voor kinderen met een beperking in Amsterdam beter te organiseren en financieren.
In deze paragraaf geven we antwoord op de eerste drie onderzoeksvragen: In hoeverre hebben ouders van kinderen met een beperking behoefte om hun kind deel te laten nemen aan zwemles en zwemdiplomatrajecten? Wat zijn hun wensen, behoeften en belemmeringen als het gaat om financiële, informatie-, praktische en sociale toegankelijkheid? In hoeverre zijn ouders tevreden over de mogelijkheden voor hun kind om vrij te zwemmen na het behalen van hun zwemdiploma? We baseren ons hiervoor op een vragenlijst die 63 ouders hebben ingevuld en drie aanvullende groepsgesprekken met elf van hen. Doordat dit maar een klein deel is van de ouders met kinderen met een beperking, kan het zijn dat we onderwerpen of ervaringen hebben gemist. Wel geven de resultaten uit dit onderzoek goede inzichten om het zwemlesaanbod in de stad verder te verbeteren. Ook passen de bevindingen bij wat we weten uit landelijke onderzoeken onder ouders van kinderen met een beperking (Hilhorst, 2021; Van der Meijde et al., 2021). Uit landelijke onderzoeken weten we ook dat kinderen met een beperking niet de enigen zijn die bovengemiddeld moeite hebben om zwemdiploma’s te halen: dat geldt ook voor kinderen die opgroeien in armoede en kinderen met een migratieachtergrond (Floor & Tiessen-Raaphorst, 2019).
Hoewel het huidige onderzoek gaat over kinderen met een beperking in Amsterdam, zijn dat deels ook kinderen met een migratieachtergrond en kinderen uit gezinnen met een zeer laag inkomen, zoals we in de resultaten lieten zien. Dat vraagt mogelijk om extra aangepaste ondersteuning voor deze ouders, om
zwemlestrajecten voor hun kinderen te prioriteren, financieren, organiseren en volhouden.6 We gaan nu in op de eerste drie onderzoeksvragen. Mate van behoefte aan zwemles Ouders van kinderen met een beperking hebben een sterke behoefte om hun kind deel te laten nemen aan zwemles. Alle ouders die deelnamen aan dit onderzoek vinden het belangrijk dat hun kind leert zwemmen, vooral in een waterrijk land als Nederland. Ook de ouders van wie het kind nog geen zwemles volgt, willen dat wel graag. Leren en kunnen zwemmen blijkt hierbij belangrijker dan daadwerkelijk een zwemdiploma behalen: ouders willen vooral dat hun kind leert zwemmen omdat dit veiliger is. Een zwemdiploma biedt zekerheid voor goede zwemvaardigheid, maar is voor veel ouders eerder een middel dan een doel op zich. Wel zien ouders naast veiligheid ook een belangrijke sociale waarde: het hebben van een zwemdiploma maakt het voor hun kind mogelijk om mee te doen met sociale activiteiten, zoals zwemfeestjes. Wensen, behoeften en belemmeringen bij het volgen van zwemles We maken onderscheid tussen informatie-, financiële, praktische en sociale toegankelijkheid. Informatie Bij het regelen van zwemles lopen ouders er vooral tegenaan dat ze heel lastig een geschikte aanbieder kunnen vinden en dat ze vaak te maken hebben met lange wachtlijsten.
Met name uit de focusgroepen kwam naar voren dat deze beide punten ouders energie kosten. Ouders kunnen moeilijk informatie vinden over 1) in welke zwembaden er aangepast aanbod is en 2) hoe deze lessen eruitzien. Het gaat bij dit tweede punt bijvoorbeeld over welke faciliteiten er zijn (zoals een tillift en ruimere omkleedruimte), hoe het zwembad eruitziet, of het water verwarmd is, hoe groot de lesgroepen zijn, hoeveel instructeurs aanwezig zijn en of instructeurs kennis hebben over kinderen met een beperking. Inzicht in de wachttijd per aanbieder kan ouders ook helpen in hun zoektocht.
6
Voor ouders met een migratieachtergrond, waaronder vluchtelingen, speelt onder andere mee dat zwemles niet altijd een vanzelfsprekendheid voor ze is, ze relatief vaak geldzorgen hebben en de taalbarrière zowel het beginnen aan als het volgen van een zwemlestraject lastiger maakt (Van der Meijde et al., 2022; Wisse et al., 2009). Voor ouders met een (zeer) laag inkomen vormen de hoge kosten en het vinden van een manier om de zwemlessen toch te kunnen betalen verreweg de belangrijkste belemmering om te beginnen met zwemles én om verder te gaan na een A-diploma (Stuij et al., 2022). Bij het aanvragen van financiële tegemoetkomingen speelt vooral dat ouders de regelingen niet kennen of weten te vinden, het ingewikkelde aanvraagproces en dat ze er soms er net geen recht op hebben (idem).
Ouders hebben behoefte aan een goed overzicht met bovengenoemde zaken. De meesten zien dit graag in de vorm van een gemeentelijke website. Een tweede suggestie van ouders is een contactpersoon die helpt bij het vinden van passende zwemles. Financieel Veel ouders in dit onderzoek vinden zwemles te duur. Ook ouders die aangeven zwemles wel te kunnen betalen en niet in aanmerking komen voor het JFSCA, lopen tegen de hoge kosten aan. Voor sommige kinderen betekent het volgen van zwemles dat er geen geld is voor andere (betaalde) activiteiten, zoals een sport. Een groot deel van de ouders die meededen aan het vragenlijstonderzoek, wenst dan ook meer financiële hulp. Dat kan door de kosten van het aanbod te verlagen en/of door de criteria voor financiële ondersteuning te verruimen. Het is lastig om hier een concrete inkomensgrens aan te hangen, omdat de financiële ruimte die ouders voor zwemles van hun kind(eren) hebben ook afhangt van de hoogte van andere kosten, waaronder voor zorg en therapie van hun kind, en het aantal kinderen dat ze hebben.7 We hebben in dit onderzoek een kleine groep ouders bevraagd over hun ervaringen met het JFSCA. Die waren overwegend positief. Ouders geven aan blij te zijn met de persoonlijke hulp vanuit het fonds.
Voor de meeste ouders is de vergoeding die ze uit het huidige project ‘Zwemles voor kinderen met een beperking’ van de gemeente krijgen voldoende voor hun kind om te leren zwemmen. Toch lijkt de regeling voor sommige ouders moeilijk te vinden. Praktisch Bij het regelen van zwemles lijken praktische zaken als vervoer naar het zwembad, de afstand en de tijdsinvestering minder belemmerend. Wanneer kinderen daadwerkelijk zwemles volgen, spelen deze zaken soms wel een grote rol. Veel ouders moeten lang reizen voor de aangepaste les, omdat er geen geschikt aanbod is in de buurt. Wanneer ouders moeten reizen met het openbaar vervoer, kan dit veel tijd en energie kosten, ook van het kind, wat het leren zwemmen belemmert. De aanwezigheid van aangepaste voorzieningen, zoals een tillift, een ruime omkleedruimte en rolstoeltoegankelijkheid komen in dit onderzoek minder sterk naar voren als belemmerend. Deze zijn niet voor ieder kind van belang. We weten dat kinderen met een motorische beperking deze voorzieningen meer nodig hebben dan andere kinderen. Hoewel de groep kinderen met een motorische beperking in 7
Uit onderzoek onder lokale beleidsmedewerkers sport weten we dat gemeenten vaak een inkomensgrens hanteren voor financiële ondersteuning bij sportdeelname en zwemles, maar deze in praktijk niet altijd hard hanteren (Stuij & Van der Meijde, 2023). Dat doen ze bijvoorbeeld door ouders te vragen naar het besteedbaar inkomen, de hulpvraag in combinatie met enkele vragen over de financiële situatie te beoordelen (in plaats van een controle op inkomen) of ook mensen met schulden in aanmerking te laten komen. Dat maakt het wel lastig voor gemeenten om zicht te krijgen op de grootte van de groep mensen die in aanmerking komt voor financiële ondersteuning. Door stijgende aandacht voor financiële ondersteuning van mensen bij sport en zwemles, zowel in vraag als in aanbod, zijn er gemeenten die de inkomensgrens verhoogd hebben of dit van plan zijn.
dit onderzoek klein is, zien we wel terug dat hun ouders hier vaker belemmeringen bij tegenkomen. Sociaal Sociale belemmeringen die ouders noemen bij het volgen van zwemles, zijn de aanwezigheid van te veel kinderen in één les, prikkels in het zwembad (geluiden, hoeveelheid mensen) en zweminstructeurs die niet goed weten hoe zij met de beperking van het kind om moeten gaan. Ouders wensen dan ook zwemles in kleinere groepen, van vier of vijf kinderen, en betere kennis en vaardigheden van de zweminstructeur. Uit de focusgroepen blijkt dat vooral geduld van belang is. Kennis over de beperking kan daarbij helpen, omdat instructeurs dan begrijpen waar bepaald gedrag vandaan komt. Ervaren mogelijkheden en behoeften voor vrij zwemmen Het merendeel van de ouders (56) die meededen aan dit onderzoek, gaan wel eens vrij zwemmen met hun kind. Hun ervaringen zijn verdeeld. De helft vindt dat er genoeg plekken zijn in de buurt, maar één op de vier ouders vindt dat niet. Informatie over waar deze plekken zijn en hoe het kind vrij kan zwemmen lijkt minder toegankelijk voor ouders die niet in Nederland zijn geboren. Ouders vinden het vooral belangrijk dat hun kind kan zwemmen op een moment waarop het ze uitkomt. Voorkeuren voor dagen en tijdstippen zijn divers. De weekenden zijn het meest gewild. Op deze dagen blijkt geen duidelijke voorkeur voor een tijd.
Doordeweeks zwemmen ouders het liefst met hun kind in de middag, mogelijk na schooltijd. We hebben ouders niet gevraagd of zij behoefte hebben aan specifieke vrijzwemuren voor kinderen met een beperking, of dat zij evengoed gebruik willen maken van reguliere openingstijden. Wel weten we dat veel ouders het belangrijk vinden dat er warm water is en dat het rustig is in het zwembad (weinig andere bezoekers en geen drukke lichten of muziek). Een specifiek vrij-zwemuur voor kinderen met een beperking kan helpen om in deze behoeften te voorzien.
Hier beantwoorden we de vierde onderzoeksvraag: Welk zwemlesaanbod hebben aanbieders in Amsterdam voor kinderen met een beperking, welke kosten maken zij voor dit aanbod en in hoeverre verschilt dit van de kosten van hun reguliere aanbod? En welke andere grote belemmeringen en kansen ervaren zij? Het zwemlesaanbod voor kinderen met een beperking in Amsterdam is divers. Er worden veel verschillende zwemlesvormen aangeboden: deelname in reguliere lessen, kleine groepen met twee tot vier deelnemers of privélessen. Voor bijna alle aanbieders geldt dat iedereen welkom is en dat ze per kind kijken wat de
mogelijkheden zijn om deel te nemen. De zwemlesduur is over het algemeen korter dan bij de reguliere lessen. De prijzen die zwemlesaanbieders vragen voor de zwemlessen lopen sterk uiteen. Er zijn hoge uitschieters. De zwemlesaanbieders hebben daar moeite mee en zien deze prijzen het liefst zakken, maar geven aan dat dat niet gaat vanwege de hoge kostenposten. Hoewel niet alle kosten inzichtelijk zijn, is wel duidelijk dat de kosten van het badwater uiteen lopen van 30 euro (voor een deel van het bad) tot 250 euro per uur. Dat de kosten voor de zwemlessen voor kinderen met een beperking hoger liggen dan in het reguliere aanbod, komt vooral doordat de lesgroepen kleiner zijn. De kosten voor het zwembadwater en zweminstructeur zijn gelijk, maar bij een kleinere lesgroep zijn er minder inkomsten. Voor privélessen geldt dit nog sterker. Daarnaast geven enkele zwemlesaanbieders aan dat de vergoeding die JFSCA biedt voor de zwemlessen niet kostendekkend is. Dat ouders dat niet merken komt doordat zij geen eigen bijdrage betalen, maar het aan zwemlesaanbieders is of ze voor deze vergoeding het aanbod blijven bieden. De kosten van zwemles voor kinderen met een beperking vormen dan ook één van de grotere belemmeringen die zwemlesaanbieders ervaren: het maakt dat ze verlies draaien of de lesprijs zeer hoog moeten maken.
Een precies antwoord op hoeveel verlies ze draaien is niet te geven met dit onderzoek. Doordat zwemlesaanbieders deze informatie niet konden geven, maar ook doordat ze per kind kunnen variëren afhankelijk van het moment in de week (kosten van het badwater) en de grootte van de groep. Andere grote belemmeringen die zwemlesaanbieders noemen, zijn het tekort aan (geschoold) personeel/vrijwilligers en het gebrek aan zwemwater. In tegenstelling tot de ervaringen van de ouders noemen aanbieders wachtlijsten niet als een grote belemmering. Toch heeft het merendeel van de zwemlesaanbieders een wachtlijst. Wel geven de aanbieders aan het aanbod niet te kunnen uitbreiden vanwege het tekort aan zwemwater en (geschoolde) zweminstructeurs. Het lijkt erop dat de aanbieders met een wachtlijst de kinderen niet doorverwijzen naar andere aanbieders.
Hier geven we antwoord op de laatste onderzoeksvraag: Wat kan de gemeente Amsterdam leren van manieren waarop andere gemeenten (de financiering van) zwemlessen voor kinderen met een beperking organiseren? In de vijf gemeenten is de aanpak om zwemlessen voor kinderen met een beperking te organiseren heel divers. De focus ligt in elke gemeente ergens anders: op het
schoolzwemmen, het gemeentelijke aanbod of de exploitanten. Maar net zoals in Amsterdam hebben alle vijf gemeenten financiële regelingen voor gezinnen met een laag inkomen, zodat deze kinderen wel hun zwemdiploma kunnen halen. Ook is er in al deze gemeenten zwemles op scholen in het speciaal onderwijs. Hoewel de respondenten allemaal tevreden zijn over hun aanpak, lossen de aanpakken van de gemeenten niet alle ervaren belemmeringen (in Amsterdam) op. Ook in de andere gemeenten is er een gebrek aan badwater en (opgeleide) instructeurs, zijn er wachtlijsten, zijn de kosten van het aanbod hoog en worden kinderen met een beperking en hun ouders niet altijd naar wens bereikt. Om meer instructeurs op te leiden kan in zee worden gegaan met een externe partij om zelf een cursus op te zetten, zoals een gemeente heeft gedaan. Daarnaast kan de financiering van zwemles voor kinderen met een beperking uit verschillende domeinen komen, zoals sport en bewegen, gezondheid of jeugdhulp. Voor het bereiken van kinderen met een beperking lijkt schoolzwemmen de meest veelbelovende aanpak. Deze aanpak neemt veel belemmeringen bij de ouders weg (vinden, regelen) en de ervaring van de gemeenten is dat er veel enthousiasme bij de scholen aanwezig is. Een nadeel is dat je kinderen met een beperking uit het regulier onderwijs op deze manier niet bereikt.
Ook is het vervoer van en naar de zwemlessen vanuit school een belemmering. Mogelijk kan een Europese aanbesteding hierbij helpen, zoals een gemeente vertelde.
De gemeente Amsterdam zet zich, vanwege de waterrijke omgeving, in voor een zwemdiploma voor alle kinderen, met en zonder beperking (Gemeente Amsterdam, 2022). Naar aanleiding van dit onderzoek formuleren we de volgende aanbevelingen om zwemlesmogelijkheden voor kinderen met een beperking in Amsterdam te verbeteren: Maak voor ouders een overzicht met informatie over aangepaste zwemles in de gemeente Amsterdam Hierin moeten ouders kunnen vinden welke zwemlesaanbieders aangepast aanbod hebben, hoe dit aanbod eruitziet en hoe lang een wachtlijst is. Neem ook informatie over financiële ondersteuningsmogelijkheden en over opleiding/bijscholing van instructeurs (zie verderop). Voor ouders zonder auto is informatie over de bereikbaarheid van het aanbod met het openbaar vervoer relevant. Betrek zwemlesaanbieders bij het maken van dit overzicht en zorg dat het up-todate blijft. Maakt het overzicht toegankelijk voor ouders die de Nederlandse taal minder goed machtig zijn: bied het in ieder geval ook aan in het Engels en zorg voor eenvoudig taalgebruik.
Het kan een website zijn, bijvoorbeeld in samenwerking met Uniek Sporten.8 Scholen en consultatiebureaus of jeugdartsen kunnen ouders op het overzicht attenderen. Zorg voor een contactpersoon in de gemeente die ouders helpt met het regelen van zwemles Voor ouders die er met een online overzicht niet uitkomen, bijvoorbeeld omdat ze digitaal minder vaardig zijn, de Nederlandse taal niet goed spreken of heel specifieke wensen hebben, helpt het als een persoon of concrete organisatie ze wegwijs kan maken in het aanbod, de wachtlijsten en het aanvragen van financiële ondersteuning. Zorg dat deze persoon bekend en goed benaderbaar is, door ouders via relevante kanalen te informeren. Zorg ook dat deze persoon goed afstemt met de zwemlesaanbieders, bijvoorbeeld over de lengte van wachtlijsten, zodat ouders actuele informatie krijgen. Zorg voor opleiding/bijscholing van zweminstructeurs gericht op lesgeven aan kinderen met uiteenlopende beperkingen Dan gaat het bijvoorbeeld om het begrijpen van het gedrag van kinderen tijdens de zwemles of wat hen vooral veel moeite kost. De gemeente kan dit zelf organiseren of elders regelen, maar maak dit voor instructeurs zo makkelijk mogelijk (kosten, locatie). Benut daarbij de kennis die er al is, bijvoorbeeld via de Nationale Raad Zwemveiligheid.9 Overweeg deze bijscholingen, waar mogelijk, verplicht te stellen.
Dat komt het zwemlesaanbod ten goede en daarmee ook de kinderen waar het om gaat (en hun ouders). Neem informatie over gevolgde opleidingen van aanbieders op in het overzicht voor ouders, zodat zij beter kunnen inschatten of aanbod bij hun kind past. Zorg voor registratie van zwemdiploma’s van kinderen met een beperking Dat geeft inzicht in hoeveel kinderen geen zwemdiploma (B en C) hebben, en of dat op specifieke scholen meer of minder is (zie volgende punt). Ook geeft dit de mogelijkheid om ouders gericht hulp te bieden. Denk bijvoorbeeld aan registratie in een leerlingvolgsysteem. Zet meer in op schoolzwemmen voor kinderen in het speciaal onderwijs gericht op leren zwemmen (en het behalen van diploma’s) Schoolzwemmen kan veel belemmeringen bij ouders wegnemen, bijvoorbeeld doordat ze niet meer hoeven te zoeken naar een geschikte zwemlesaanbieder en niet meer te maken hebben met wachtlijsten en kosten die hoger liggen dan bij regulier zwemlesaanbod.
8
Uniek Sporten heeft een online overzicht van zwemles voor kinderen met een beperking: www.unieksporten.nl/sport/zwemles. Een suggestie is om hier een samenwerking mee aan te gaan zodat het aanbod in Amsterdam daar goed te vinden is. 9 Zie https://www.nrz-nl.nl/zwemmen-beperking/
Dit vraagt om goede afstemming met de scholen. Ook kan de gemeente scholen actief helpen, bijvoorbeeld bij de organisatie, het vervoer en het opvangen van de kosten. Zorg er eventueel voor dat kinderen met een beperking in het regulier onderwijs hier ook gebruik van kunnen maken. Zorg dat de kosten van zwemles voor kinderen met een beperking voor ouders beter te dragen zijn en dat ze hier een contactpersoon bij (blijven) hebben De kosten verlagen kan door de zwemlestarieven (bijvoorbeeld in gemeentebaden) gelijk te trekken met reguliere zwemlessen, de kosten voor het badwater waar mogelijk te verlagen zodat aanbieders de zwemlestarieven kunnen verlagen en/of door ouders meer financieel te ondersteunen. Kijk waar het mogelijk is de tarieven voor badwater die de zwemlesaanbieders moeten betalen te verlagen. Overweeg de inkomenscriteria voor deze ondersteuning te verruimen, omdat ook ouders boven de gehanteerde inkomensgrens veelal hogere kosten hebben voor (langere) zwemlestrajecten, naast mogelijk andere hogere uitgaven in het dagelijks leven met een kind met een beperking. Dat kan door de grens hoger te leggen, of door dit te bepalen in individuele gesprekken met ouders die aangeven de lessen niet te kunnen betalen. In plaats van een vergoeding voor een volledig traject kan dat ook voor een gedeelte van de kosten zijn.
Kijk of andere gemeentelijke domeinen kunnen bijdragen aan de financiering, zoals gezondheid of jeugdhulp. Ga met zwemlesaanbieder in gesprek over een passende hoogte van de vergoeding. Zorg dat ouders informatie over deze ondersteuningsregeling goed kunnen vinden, bijvoorbeeld in het overzicht over aangepaste zwemles. Zorg ook dat ze weten dat de vergoeding voor kinderen met een beperking hoger is dan die voor andere kinderen, zodat zwemlesaanbieders niet de lagere vergoeding krijgen. En zorg ervoor dat ouders hier persoonlijke hulp bij blijven krijgen, zoals nu via het JFSCA, om passend zwemlesaanbod te kunnen vinden en financieren.
Bronnenlijst
De Vries, Y. (2021, 8 november). Zwemonderwijs gaat kopje onder na jarenlange bezuinigingen. FNV. Gemeente Amsterdam (2022). Amsterdams Akkoord. Coalitieakkoord 2022-2026. Floor, C., & Tiessen-Raaphorst, A. (2019). Zwemvaardigheid 2018: inzicht in het zwemdiplomabezit van kinderen en volwassenen [Factsheet 2019/19]. Mulier Instituut. Hillhorst, J. (2021). Ouders van kinderen met een beperking of ontwikkelingsprobleem over zwemveiligheid en zwemlessen. Nationale Raad Zwemveiligheid. Stuij, M., Dellas, V., & Dopheide, M. (2022). Zwemles voor kinderen die opgroeien in armoede: een studie naar ervaringen van ouders en ondersteuning vanuit gemeenten. Mulier Instituut. Stuij, M., & Van der Meijde, L. (2023). Minimaregelingen voor sportdeelname: een verkennend onderzoek naar ervaringen van gemeenten. Mulier Instituut. Van der Meijde, L., van Suijlekom, A., & Stuij, M. (2021). Belemmeringen bij het leren zwemmen voor kinderen met een beperking: een kwalitatieve studie naar ervaringen van ouders. Mulier Instituut. Van der Meijde, L., Visser, T., & Stuij, M. (2022). Belemmeringen bij het leren zwemmen voor kinderen van vluchtelingen: een kwalitatieve studie onder ouders en professionals. Mulier Instituut. Vollebregt, B. (2023, 11 oktober). Angela Lammers (56) werkt fulltime, maar houdt weinig over aan het einde van de maand. Trouw. Wisse, E., Elling, A., & Van den Dool, R. (2009).
‘Ik wil wel dat mijn kind leert zwemmen…’: een onderzoek naar de factoren die de zwemvaardigheid beïnvloeden en de rol van allochtone ouders. Mulier Instituut.
Bijlage 1
Deze bijlage bevat twee tabellen. Tabel B1.1 laat enkele achtergrondkenmerken van deelnemende ouders aan het vragenlijstonderzoek zien. Tabel B1.2 op de volgende pagina presenteert de achtergrondkenmerken van hun kind.
Tabel B1.1 Achtergrondkenmerken van deelnemende ouders en hun kind (n=63) Opleidingsniveau Middelbare school
8
Middelbaar of hoger beroepsonderwijs
33
Wetenschappelijk onderwijs
20
Anders
1
Weet ik niet/zeg ik liever niet
1
Land van herkomst Nederland
47
Niet Nederland
16
Aantal kinderen Eén
13
Meer dan één
50
Samenwonend met partner Ja
47
Nee
15
Zeg ik liever niet
1
Ervaren geldzorgen Vaak
9
Soms
21
Zelden
14
Nooit
19
Bron: Vragenlijstonderzoek onder ouders van kinderen met een beperking in de gemeente Amsterdam. Mulier Instituut.
Tabel B1.2 Achtergrondkenmerken van het kind van deelnemende ouders (n=63) Leeftijd 5 t/m 6 jaar
6
7 t/m 8 jaar
20
9 t/m 10 jaar
16
11 t/m 12 jaar
12
13 t/m 14 jaar
6
15 t/m 16 jaar
3
Geslacht Jongen
45
Meisje
18
Type onderwijs Regulier
12
Speciaal
45
Anders
5
Weet ik niet/zeg ik liever niet
1
Type beperking Motorische beperking (bewegen)
17
Doof/slechthorend
3
Blind/slechtziend
7
Verstandelijke beperking
22
Taalontwikkelingsstoornis
16
Autismespectrumstoornis (ASS)
22
AD(H)D
10
Gedragsaandoening (ODD, CD)
4
Psychische/psychiatrische klachten
5
Chronische aandoening
4
Anders
7
Zwemdiplomabezit Zwemdiploma A
12
Zwemdiploma B
7
Zwemdiploma C
4
Zwemcertificaat
3
Anders
2
Geen
43
Volgt zwemles Ja
32
Nee
31
Bron: Vragenlijstonderzoek onder ouders van kinderen met een beperking in de gemeente Amsterdam. Mulier Instituut.
Laura van der Meijde l.vandermeijde@mulierinstituut.nl Kirsten Gutter k.gutter@mulierinstituut.nl Mirjam Stuij m.stuij@mulierinstituut.nl Mulier Instituut | 2023