CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport VWS De overgang van jeugdhulp naar volwassenheid.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 10 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de eindrapportage de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid (VN2025-010641)8.008 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De overgang van jeugdhulp naar volwassenheid Eindrapportage Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

31-07-2024

Terug naar de inhoudsopgave? Klik dan hier

Inhoudsopgave c Inleiding

p. 3

Knelpunten en belemmeringen bij de overgang

p. 7

Praktijkvoorbeelden

p. 15

Sturingsmechanismen

p. 22

Wensen van jongeren

p. 27

Conclusies en aanbevelingen

p. 30

Klik op het hoofdstuk waar u naartoe wil navigeren

c

Inleiding Inleiding 3

Een goede overgang van jeugdhulp naar volwassenheid vraagt om een stevige basis op de Big 5 Sinds de invoering van de Jeugdwet in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het bieden van passende zorg en ondersteuning aan jeugdigen en hun ouders. In principe eindigt de jeugdhulp zodra een jongere 18 jaar wordt. Vanaf dat moment kan ondersteuning verkregen worden via andere wetten, zoals de Wmo, Zvw of Wlz. In sommige gevallen kan de jeugdzorg na de 18e verjaardag worden voortgezet tot de 21e verjaardag middels verlengde jeugdhulp. Jongeren werken aan een toekomstperspectief met behulp van de Big 5 Bij de overgang van 18- naar 18+ zijn verschillende partijen betrokken en meerdere wettelijke kaders van toepassing. Om de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid voor jongeren soepel te laten verlopen, is het helpend een toekomstperspectief op te stellen met de jongere. Een goede overgang naar volwassenheid vereist een solide basis op vijf leefdomeinen, ook wel de Big 5 genoemd: support, wonen, school en werk, inkomen en welzijn. Een stevige basis op deze vijf domeinen zorgt ervoor dat jongeren kunnen toewerken na een volwassen leven na afloop van de jeugdhulp. Sinds de invoering van de Jeugdwet is het aantal jongeren dat te maken krijgt met de grenzen tussen de verschillende wetten toegenomen.

De groep die geconfronteerd wordt met de overgang naar volwassenenzorg is hierdoor gegroeid. Hiermee wordt de noodzaak voor een goed georganiseerde overgang naar volwassenheid onderstreept.

De aandacht voor ondersteuning van jongeren in de overgang naar volwassenheid neemt toe In Nederland is er een groeiende aandacht voor de ondersteuning van jongeren in de overgang naar volwassenheid. Voorbeelden hiervan zijn de aanpak van het Nji ‘Toekomstgericht werken’ gericht op het begeleiden van jongeren naar zelfstandigheid en de ‘Versnellers op de Big 5’ geïdentificeerd door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Daarnaast hebben jeugdhulpaanbieders en gemeenten in de ‘Hervormingsagenda jeugd 2023-2028’ afgesproken tijdig een toekomstperspectief op te stellen, door en met jongeren, voordat zij op hun 18e de jeugdhulp verlaten. De onderdelen van de Big 5 maken hier onderdeel van uit. Doordat gemeenten individueel verantwoordelijk zijn voor het vormgeven van de overgang, zijn er verschillen zichtbaar in de manier waarop dit gebeurt. Dit onderzoek gaat in op hoe verschillende gemeenten de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid integraal vormgeven.

c

In opdracht van het ministerie van VWS onderzochten we hoe gemeenten invulling geven aan de overgang AEF onderzocht de manier waarop gemeenten inhoudelijk invulling geven aan de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid De directie Jeugd van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft behoefte aan inzicht in hoe gemeenten inhoudelijk invulling geven aan de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid, rekening houdend met de Big 5, en hoe zij daarin afspraken maken met partners zoals jeugdhulp- en Wmoaanbieders. In opdracht van het ministerie voerde Andersson Elffers Felix (AEF) dit onderzoek uit. In deze onderzoeksrapportage gaan we in op deze vraag aan de hand van onderstaande deelvragen.

▹ Welke belemmeringen zijn er bij het toepassen van de Big Five voor jongeren die uitstromen uit jeugdhulp? ▹ Welke goede praktijkvoorbeelden zijn er voor het ondersteunen van jongeren in de overgang naar volwassenheid? ▹ Hoe kunnen de wensen van jongeren zelf hierin beter worden meegenomen?

We spraken gemeenten, aanbieders en jongeren Voor dit onderzoek zijn gemeenten, zorgaanbieders en jongeren betrokken om een kwalitatief goed beeld te krijgen van het vraagstuk.

• Er is een brede oproep aan gemeenten uitgegaan voor deelname aan het onderzoek. We spraken in totaal vijf gemeenten: één grote gemeente, twee middelgrote gemeenten en twee kleine gemeenten, afkomstig uit verschillende jeugdzorgregio’s. • Zes zorgaanbieders waren betrokken bij het onderzoek. Het gaat om aanbieders van jeugd- en opvoedhulp, zorg voor kinderen met een verstandelijke beperking en Wmo hulp. • De jongeren met wie we spraken zijn ervaringsdeskundigen die recent of wat langer geleden de overgang naar volwassenenzorg hebben meegemaakt. In totaal spraken we zeven jongeren tussen de 19 en 27 jaar. In de komende hoofdstukken van deze rapportage beschrijven we de resultaten uit het onderzoek. De wensen van jongeren zijn over jeugdhulp in de brede zin opgehaald, maar in de gesprekken over knelpunten en sturingsmechanismen lag de focus vaak op jeugdhulp met verblijf. Wanneer dit anders is, geven we dit specifiek aan.

▹ Wat zijn de effecten van de omkering van de bewijslast?

c

De vier stappen uit onze aanpak op een rij

Opstarten en verkennen

We voerden een documentstudie uit om zicht te krijgen op recente ontwikkelingen rondom de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid. Hiervoor maakten we gebruik van onder andere de Hervormingsagenda Jeugd, het VNG rapport Versnellers op de Big five en de Nji Aanpak Toekomstgericht werken.

We voerden interviews met gemeenten, aanbieders en jongeren. Dit deden we om inzicht te krijgen in: Verdiepen

Toetsen en aanscherpen

Rapportage en advies

• Hoe verschillende gemeenten de overgang vormgeven • De knelpunten en belemmeringen waar gemeenten en aanbieders mee te maken krijgen

• Goede voorbeelden van ondersteuning • De wijze waarop jongeren worden meegenomen in het proces • Zicht op de effecten van verlengde jeugdhulp in de praktijk

We organiseerden een toetsende sessie met vertegenwoordigers van gemeenten en aanbieders, en een toetsende sessie met jongeren. Tijdens deze sessies scherpten we de opbrengsten uit de individuele gesprekken aan, maakten we een inschatting van de effecten van verschillende sturingsmechanismen en vroegen we jongeren naar hun ideeën en wensen voor een soepelere overgang.

We verwerkten alle onderzoeksresultaten in deze rapportage, waarin we conclusies en aanbevelingen presenteren.

Knelpunten en Knelpunten in de belemmeringen bij overgang de overgang 7

De overgang kent knelpunten op vier thema’s De overgang van jeugdhulp naar volwassenheid verloopt vaak moeizaam. We onderzochten de uitdagingen en knelpunten die jongeren en professionals ervaren rondom deze overgang. We analyseerden de ervaringen en splitsten deze op in een viertal thema’s, waaronder de verschillende knelpunten en belemmeringen zijn ingedeeld. Er wordt niet op tijd of onvoldoende aandacht besteed aan de overgang

Wat nodig is, is niet beschikbaar

De jongere is nog niet toe aan de overgang

Op 18 jarige leeftijd verandert er wettelijk gezien veel voor alle jongeren

Knelpunten & Belemmeringen c

Er wordt niet op tijd of onvoldoende aandacht besteed aan de overgang (1/2)

Het nadenken over de overgang begint te laat De overgang van jeugd naar volwassenheid is een cruciale fase in het leven van jongeren in jeugdzorg. Toch geven gemeenten, aanbieders en jongeren aan dat er vaak te laat wordt begonnen met nadenken over deze transitie. Jongeren benoemen dat ze pas rond een halfjaar voor hun 18e verjaardag worden meegenomen in de voorbereidingen van de overgang. Vanwege de lange wachtlijsten voor vervolgzorg en woningen is dit vaak te laat. Aanbieders en gemeenten zijn in zulke situaties genoodzaakt om via tijdelijke crisisplaatsen te voorkomen dat een jongere geen verblijfplaats heeft na afloop van hun jeugdzorgtraject. Hoewel aanbieders proberen om eerder te beginnen met het aanmelden van jongeren voor een vervolgplek, merken aanbieders en jongeren dat dit proces vaak stroperig verloopt. Dit heeft als gevolg dat er op het moment van de 18e verjaardag nog geen concreet vervolg geregeld is voor veel jongeren. Het opstellen van een toekomstplan is een papieren werkelijkheid Zowel gemeenten als aanbieders geven aan belang te hechten aan een toekomstplan. Gemeenten doelen hiermee op een opgesteld plan volgens een vast format, terwijl aanbieders een toekomstplan vaak integreren in het behandelplan van de jongere. Veel gemeenten hebben contractuele afspraken met aanbieders waarin zij werken aan een toekomstplan vanaf het moment dat een jongere 16,5 is.

In de praktijk blijkt het voor aanbieders echter lastig deze afspraak na te leven en voor gemeenten lastig hierop te sturen. Wanneer er wel een toekomstplan is opgesteld, geven jongeren aan dat de daadwerkelijke uitvoering van het plan vaak uitblijft. Hierdoor verlaten jongeren de jeugdzorg zonder duidelijk plan voor de overgang naar volwassenheid.

De inhoud van het toekomstplan reflecteert de wensen van jongeren onvoldoende Jongeren geven aan weinig tot niet bevraagd te zijn naar hun wensen en behoeften, zowel in jeugdhulp met verblijf als bij ambulante begeleiding. Het toekomstplan bevat veel standaardvragen met weinig ruimte voor eigen aanvullingen. Professionals vragen volgens de jongeren onvoldoende door. Ook mogen de vragen volgens jongeren op een positievere manier gesteld worden om jongeren te motiveren. Daarnaast benoemen jongeren dat het toekomstplan vaak interpretaties van hulpverleners bevat, in plaats van dat het plan echt van de jongere zelf is. “Twee maanden voor mijn 18e verjaardag zat iedereen met de handen in het haar over waar ik heen moest. Uiteindelijk ben ik in een crisisopvang terecht gekomen.”

c

Er wordt niet op tijd of onvoldoende aandacht besteed aan de overgang (2/2)

Consulenten vanuit de gemeenten zijn onvoldoende betrokken bij de overgang Naast de professionals werkzaam bij aanbieders, spelen ook consulenten vanuit de gemeente een rol bij de overgang van jeugdzorg naar volwassenheid. Desalniettemin schiet deze betrokkenheid volgens jongeren vaak tekort. Jongeren geven aan weinig contact te hebben gehad met een consulent vanuit de gemeente. Ook benoemen jongeren dat gemeenten niet altijd op de hoogte zijn van hun individuele situaties. Gemeenten zelf geven aan dat de beleidsmatige scheiding van het Jeugd- en Wmo domein als gevolg heeft dat iedereen vanuit een eigen portefeuille of netwerk naar de casus van een jongere kijkt. Hierdoor is er vaak geen integraal zicht op de situatie van jongeren. Ook hebben gemeenten vaak weinig zicht op waar in het overgangsproces aanbieders zijn en welke voorbereidingen er al zijn genomen. Hierdoor kan de gemeente moeilijker een ondersteunende rol aannemen tijdens het proces.

De (vertrouwens)relatie tussen een jongere en de hulpverlener is niet altijd goed Zoals eerder beschreven ontbreekt het vaak aan continuïteit van zorg. Jongeren hebben te maken met steeds wisselende contactpersonen, waardoor het opbouwen van een relatie tussen de jongere en hulpverlener moeizaam verloopt. Tijdens gesprekken over hun wensen voor de toekomst zijn jongeren vaak geneigd om antwoorden te geven waarvan ze denken dat de hulpverleners deze willen horen, in plaats van hun echte wensen en behoeften te uiten. Hoewel er lang gedacht is dat een professionele afstand tussen jongeren en hulpverleners noodzakelijk is, geven jongeren aan juist professionele nabijheid en een sterke band heel belangrijk te vinden en te zien als onderdeel van effectieve hulpverlening.

“Ik wist wat ik moest zeggen om zo snel mogelijk klaar te zijn met het gesprek, maar dat was eigenlijk niet het eerlijke antwoord”

c

Wat nodig is, is niet beschikbaar (1/2) De druk op capaciteit en financiën is groot in zowel de Jeugdzorg als Wmo De druk op zowel jeugdzorg als Wmo neemt toe door een toenemende vraag aan hulp en een tekort aan beschikbare plekken, met lange wachtlijsten als gevolg. Door de lange wachtlijsten is uitstroom vanuit de jeugdzorg naar een andere verblijfplek of vorm van zorg steeds moeilijker. Gemeenten, aanbieders en jongeren benadrukken de noodzaak van meer beschikbare plekken voor jongeren met een hulpbehoefte. Doordat de uitstroom vanuit de jeugdzorg stokt, nemen de kosten voor gemeenten in de Jeugdwet toe. Gemeenten kampen al met financiële krapte, waardoor het nog moeilijker is om nieuwe plekken te realiseren. Daarnaast is er sprake van een groot tekort aan zorgpersoneel, waardoor er zelfs bij extra financiële middelen op korte termijn naar verwachting geen extra plekken gerealiseerd kunnen worden. Er is veel aandacht voor wonen, maar een bredere blik op de Big 5 ontbreekt Gemeenten leggen een grote focus op zorg en wonen tijdens het overgangsproces. Ze zien wonen als het belangrijkste onderdeel van de Big 5, en een noodzakelijke basis voor de andere onderdelen. Tijdens het regelen van een woonplek gaat er daarom nog beperkt aandacht uit naar de andere onderdelen van de Big 5.

Door de huidige woningcrisis stokt het echter vaak al bij wonen, waardoor het ontbreekt aan een solide basis om te kunnen werken aan inkomen en onderwijs. Jongeren geven echter aan dat wanneer wonen eenmaal geregeld is, de aandacht vanuit gemeenten voor de andere aspecten van de Big 5 naar de achtergrond lijkt te verdwijnen. Ook wanneer er geen woonvraagstuk speelt tijdens de overgang, bijvoorbeeld bij ambulante begeleiding, is er volgens jongeren onvoldoende aandacht voor de andere aspecten van de Big 5.

Kennis van jeugdhulpaanbieders over vervolgopties is schaars Gemeenten en enkele aanbieders benoemen dat jeugdaanbieders niet altijd voldoende kennis bezitten over de Wmo of andere vervolgopties. Mede hierdoor denkt een aantal professionals volgens gemeenten onterecht dat jongeren niet klaar zijn voor de overstap. Het gevolg hiervan zou zijn dat jeugdaanbieders de neiging hebben om jongeren lang vast te houden. Het vinden van passend vervolgaanbod is ook lastiger wanneer kennis ontbreekt.

“Als de gemeente ziet dat je een huis hebt, denken ze dat alles in orde is en krijg je al gauw een stuk minder hulp toegekend.”

c

Wat nodig is, is niet beschikbaar (2/2) Partijen trekken zich terug wanneer een casus complex is Bij de toewijzing van (vervolg)plekken voor jongeren stuiten de jongeren vaak op een tekort aan mogelijkheden, vooral als zij een complex dossier hebben. Complexe casussen kosten veel tijd en geld, waardoor het volgens gemeenten voor aanbieders lucratiever is om zich terug te trekken in plaats van de verantwoordelijkheid voor een casus op zich te nemen. Dit bemoeilijkt de overgang voor een jongere nog verder. Gemeenten geven aan zelf een grotere rol te moeten spelen om aanbieders in zulke gevallen te steunen, maar dat dit nu onvoldoende gebeurt. Jongeren missen de optie om terug te kunnen vallen Zowel jongeren als aanbieders geven aan dat wanneer de overgang naar een nieuwe woonplek niet goed verloopt, er vaak geen ruimte meer is om terug te gaan naar een eerdere verblijfplaats omdat de plekken vaak zijn opgevuld door jongeren van de wachtlijst. Hierbij geven jongeren aan een tussenstap te missen, zoals kamertraining, die zou kunnen helpen bij deze overgang en ter voorkoming van een terugval. Naast de optie om terug te kunnen vallen op een woonplek, spreken jongeren ook over de afwezigheid van de mogelijkheid om terug te kunnen vallen op een persoon. Dit laatste geldt ookbij ambulante begeleiding.

Oud-begeleiders hebben vaak onvoldoende tijd en ruimte om actief contact te onderhouden. Dit gebrek aan ondersteuning maakt de overgang naar volwassenheid en de bijkomende zelfstandigheid extra moeilijk.

“Ik heb een dossier met veel diagnoses, elke vervolgplek wijst

me af. Aanbieders houden de bal af en wijzen naar elkaar.”

c

De jongere is nog niet toe aan de overgang Op 18 jarige leeftijd zijn veel jongeren nog niet volwassen Veel jongeren zijn op hun 18e nog niet klaar voor de zelfstandigheid die met volwassenheid gepaard gaat. Dit hangt samen met het feit dat de hersenen pas op latere leeftijd volledig volgroeid zijn (tussen de 20 en 25 jaar). Vooral jongeren die in kleinschalige en beschermende omgevingen volwassen worden, zoals jongeren die voorheen in intensieve zorginstellingen (waaronder JeugdzorgPlus) verbleven, laten vaak nog gedrag zien waaruit blijkt dat ze nog niet toe zijn aan een omgeving waar ze meer worden losgelaten. Bij de aanvraag voor vervolghulp ligt de nadruk op wat jongeren niet kunnen Jongeren werken veel aan hun doelen en moeten steeds bewijzen dat ze bepaalde vaardigheden beheersen. Bij het aanvragen van vervolghulp moeten ze echter laten zien dat ze iets niet kunnen. Dit kan verwarrend en ontmoedigend zijn voor jongeren. Het is vaak moeilijk voor hen om toe te geven dat ze hulp nodig hebben. Ook moeten ze laten zien dat hun inspanningen nog niet voldoende zijn. De vooruitgang die de jongere boekt, blijft bij een aanvraag voor vervolghulp dan ook op de achtergrond doordat het uitgangspunt op dit moment is dat de jeugdhulp stopt bij 18, ‘tenzij…’.

Dankzij de huidige behandelcontext van een jongere gaat het goed In enkele gevallen geven gemeenten en jongeren aan dat de jongere klaar is voor de overgang, omdat het op dat moment goed gaat met de jongere. Dan kan het volgens aanbieders zijn dat het juist goed gaat met de jongere, omdát deze in een ondersteunende behandelcontext woont. Deze context zorgt voor stabiliteit, waardoor de indruk kan ontstaan dat de jongere klaar is voor zelfstandigheid, terwijl dit zonder die context niet het geval zou zijn.

Het uitstromen van de jongere naar een vervolgplek zou er dan voor kunnen zorgen dat jongeren terugvallen en dat de eerder geboekte vooruitgang teniet wordt gedaan. Het opbouwen van een vertrouwensband tussen jongere en hulpverlener kost tijd Jongeren geven aan dat ze in de jeugdzorg verschillende hulpverleners en jongeren zien komen en zien gaan. Hierbij benadrukken ze dat dit kan zorgen voor bindingsangst, omdat ze weten dat wanneer ze iemand leren kennen, dit toch niet voor altijd zal zijn. Mede hierdoor duurt het vaak een tijd voordat jongeren een vertrouwensband opbouwen met een hulpverlener. Daarnaast komen jongeren soms pas op latere leeftijd in jeugdzorg terecht, waardoor er minder tijd was om te werken aan een vertrouwensband. Wanneer een jongere op 18 jaar de overgang moet maken naar een andere vorm van zorg, gaat de net opgebouwde vertrouwensband tussen een jongere en de hulpverlener verloren. Bij een nieuwe hulpverlener gaat er kostbare tijd overheen voordat er sprake is van een vertrouwensband. Dit kan negatief bijdragen aan de ontwikkeling van jongeren. Jongeren ervaren druk rond de overgang en missen aandacht voor welzijn Zowel vanuit jeugdhulp met verblijf als vanuit ambulante jeugdhulp geven jongeren aan de overgangsperiode als zwaar te hebben ervaren. Ze merkten dat het onderdeel welzijn vaak over het hoofd gezien werd.

Jongeren geven aan dat hun mentale gezondheid juist heel belangrijk is voor het kunnen vinden van dagbesteding of het onderhouden van een woning. Jongeren worden voor hun gevoel onvoldoende meegenomen in het overgangsproces, waardoor ze begeleiding missen en druk ervaren om zaken ineens zelfstandig te moeten regelen. Ze omschrijven hierbij dat de overgang niet zo zwaar hoeft te zijn wanneer er sprake zou zijn van goede begeleiding.

c

Op 18 jarige leeftijd verandert er wettelijk gezien veel voor alle jongeren De leeftijd van 18 is voor het merendeel van de wetten hét overgangspunt van jeugd naar volwassenheid. Zo moet je een zorgverzekering regelen en ben je zelf verantwoordelijk voor je geldzaken, waaronder het aanvragen van toeslagen en studiefinanciering. Dit is voor alle jongeren een grote stap, laat staan voor jongeren die zich tegelijkertijd bezig moeten houden met een vervolgplek voor zorg of wonen. Jongeren missen informatie over het regelen van financiën Zoals hierboven beschreven verandert er veel op het moment dat iemand 18 jaar wordt. Voor jongeren in de jeugdzorg verandert er nóg meer, zoals het leefgeld dat je krijgt en eventuele spaarregelingen die stoppen. Jongeren geven aan communicatie gemist te hebben over waar je recht op hebt en hoe je omgaat met geldzaken. Dit gebrek aan informatie kan jongeren ernstig benadelen wanneer ze op eigen benen moeten staan en in financiële problemen terecht komen. Gemeenten hebben weinig ruimte om jongeren financieel te ondersteunen Gemeenten noemen dat ze weinig wettelijke mogelijkheden hebben om jongeren extra te ondersteunen op financieel gebied tijdens de overgang.

Een gemeente noemt dat bij de aanvraag van een bijstandsuitkering wordt meegenomen dat ouders tot de 21e verjaardag bijdragen vanuit de onderhoudsplicht die zij hebben, terwijl dit in de praktijk niet altijd zo is. Hier zijn geen wettelijke uitzonderingen voor mogelijk, waardoor sommige jongeren onvoldoende kunnen rondkomen en gemeenten hen hierin beperkt kunnen ondersteunen.

Een andere gemeente stuitte tijdens een pilot gericht op de overgang van jeugdhulp naar zelfstandig wonen op complicaties. De gemeente wilde jongeren ondersteunen met inkomen in combinatie met huisvesting en begeleiding. Dit bleek echter tegen de Participatiewet aan te schuren en leek daarmee op een vorm van inkomenspolitiek, wat gemeenten niet mogen voeren. De gemeente noemt dat het aan de gemeente zelf is of ze deze risico’s durven nemen, waardoor het moeilijk wordt om dit soort projecten van de grond te krijgen. Gemeenten geven hierbij aan dat de noodzaak voor dit soort initiatieven is terug te leiden naar de onnatuurlijke knip tussen 18- en 18 + in wetgeving. Ze zien dit soort initiatieven als bypasses in een systeem dat fundamenteel niet helpend is voor jongeren in deze situatie.

“Ik wist niet hoe ik met financiën om moest gaan, daardoor heb ik onnodig schulden opgebouwd.”

c

Praktijkvoorbeelden Praktijkvoorbeelden 15

Er bestaan diverse goede praktijkvoorbeelden We onderzochten welke goede praktijkvoorbeelden er zijn bij gemeenten en aanbieders voor het ondersteunen van jongeren in de overgang naar volwassenheid. Verschillende voorbeelden spelen in op de eerder geconstateerde knelpunten in de overgang. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat deze goede voorbeelden niet automatisch betekenen dat de knelpunten daarmee daadwerkelijk zijn opgelost. We bespreken de goede voorbeelden aan de hand van dezelfde thema’s als de knelpunten.

Op tijd en voldoende aandacht besteden aan de overgang

Zorgen dat jongeren een passende oplossing krijgen

De overgang voor jongeren verkleinen

Jongeren helpen bij wettelijke veranderingen

Praktijkvoorbeelden c

Op tijd en voldoende aandacht besteden aan de overgang (1/2) Beleidsmedewerkers werken aan een integrale aanpak Bij enkele gemeenten werken beleidsmedewerkers specifiek aan een integrale aanpak van de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid. Deze medewerker staat tussen de schotten in en zorgt voor een beleidsmatige koppeling van verschillende domeinen, zoals Jeugd, Wmo en wonen. Één van deze medewerkers beschrijft de voordelen van zijn functie als het kunnen signaleren van wijzigingen in wet- en regelgeving op een bepaald domein, die averechts kunnen werken op een ander domein. Het is helpend wanneer iemand verantwoordelijk is voor het overkoepelende beleid. Bij de ene gemeente is dit een structurele functie; bij andere gemeenten gebeurt dit via een tijdelijk actieplan en is de vraag wat er gebeurt als deze programma’s stoppen.

Een speciaal jongerenteam is betrokken bij de overgang Een soortgelijk initiatief bestaat bij een aanbieder van jeugd- en opvoedhulp. Deze aanbieder werkt met een speciaal jongerenteam voor jongeren tussen de 16 en 27 jaar oud, gericht op de overgangsperiode. Het jongerenteam werkt samen met jongeren aan hun toekomstplan om te kijken wat er nodig is voor een goede overgang van jeugdhulp naar volwassenheid. In dit geval is het jongerenteam in tegenstellen tot een jongerencoach wel betrokken bij gesprekken met onder andere gemeenten en woningcorporaties om te voorkomen dat jongeren tussen wal en schip vallen. Het jongerenteam is de afgelopen jaren uitgebreid, zowel gemeenten als de aanbieder zelf zien dat de betrokkenheid van het team echt van meerwaarde is voor jongeren.

Gemeenten investeren in de samenwerking met aanbieders Enkele gemeenten benoemen actief te investeren in de samenwerking met diverse aanbieders. Ze voeren het gesprek over wat aanbieders nodig hebben om de overgang soepeler te laten verlopen en hoe de gemeente hen hierin beter kan faciliteren. Zo zijn er verbeteringen doorgevoerd in uitstroomprofielen voor professionals, duidelijkheid over waar je als aanbieder terecht kan bij vragen, en het bieden van extra ondersteuning wanneer een aanbieder zich inzet om te voorkomen dat een jongere op straat belandt. Aanbieders en gemeenten ervaren een verbeterde relatie, waarin beide partijen werken aan hetzelfde doel om jongeren zo goed mogelijk te ondersteunen tijdens de overgang.

Jongerencoaches vervullen een mentorrol Jongerencoaches vanuit de gemeente vervullen een mentorrol voor jongeren van 16 tot 27 jaar. Jongerencoaches kennen het sociale netwerk goed en denken mee met een jongere over zijn of haar toekomstplan. Jongerencoaches zijn op dit moment nog niet betrokken bij gesprekken met jeugdconsulenten, maar dit is wel een gewenste uitbereiding van de inzet van jongerencoaches vanuit de gemeente.

c

Op tijd en voldoende aandacht besteden aan de overgang (2/2) Gemeenten betrekken jongeren actief bij beleid Gemeenten betrekken jongeren actief bij de vormgeving van de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid. Zo zijn ervaringsdeskundigen sinds kort structureel betrokken en denken jongeren mee over bijvoorbeeld beleid, mogelijke uitstroomroutes en informatievoorziening richting jongeren. Gemeenten zijn erg enthousiast over deze werkwijze en zien duidelijk meerwaarde hiervan. Een van deze gemeenten biedt jongeren de mogelijkheid aan te sluiten bij casusbesprekingen. Bij een andere gemeente worden jongeren vooral op individueel niveau betrokken en is structurele participatie van jongeren een aandachtspunt voor de komende periode.

c

Zorgen dat jongeren een passende oplossing krijgen Een casusregisseur helpt bij complexe casuïstiek Meerdere gemeenten werken met een vorm van een casusregisseur of coördinator bij complexe casuïstiek. Wanneer de organisatie van bijvoorbeeld vervolgzorg of een woning moeizaam tot stand komt, kunnen professionals aankloppen bij deze regisseur of coördinator. Deze persoon is het aanspreekpunt binnen de gemeente en heeft rechtstreekse lijnen met betrokken partijen om zo te komen tot een oplossing. Partijen werken samen aan een passende oplossing De gemeente bespreekt vastlopende casuïstiek tijdens een vaste netwerkbijeenkomst waar partijen die de Big Five representeren aan deelnemen. Een ander voorbeeld hiervan is een soortgelijk overleg in pilotvorm, waarbij de gemeente in sommige gevallen een deel van de financiering op zich nam om te zorgen dat het gesprek over de inhoud gaat, en niet over de verantwoordelijkheid voor financiering. Deze gemeente onderzoekt hoe de pilot een vervolg kan krijgen. Veel gemeenten werken met de doorbraakmethode om tot een passende oplossing te komen. Naast het kunnen bieden van maatwerk aan jongeren benoemen gemeenten dat de casuïstiekbespreking ook input levert voor bredere beleidsontwikkeling.

c

De overgang voor jongeren verkleinen De gemeente contracteert aanbieders voor meerdere vormen van zorg De gemeente stuurt sinds een paar jaar actief op het contracteren van aanbieders voor zowel jeugdhulp als Wmo. Doordat de zorg na de 18e verjaardag van een jongere bij dezelfde aanbieder plaats kan vinden, is de overgang minder groot. Meerdere gemeenten tonen interesse in deze werkwijze, maar lopen aan tegen beperkingen rondom de inkoop van zorg. In sommige gevallen willen aanbieders zelf niet gecontracteerd worden voor beide vormen, in andere gevallen worden vormen van zorg zoals beschermd wonen regionaal ingekocht en kan de gemeente dit beperkt beïnvloeden.

Mogelijke uitstroomroutes staan stapsgewijs beschreven De gemeente werkt aan duidelijke uitstroomroutes voor jongeren die de jeugdzorg verlaten. Voor vijf verschillende routes staan de te volgen stappen uitgewerkt, in de context van de specifieke gemeente. De Big Five maakt duidelijke onderdeel van deze stappen. Er is een versie gericht op jongeren en een versie voor professionals waarin staat waar zij terecht kunnen bij vragen.

Eén consulent is levenslang betrokken bij de jongere De gemeente werkt met dezelfde consulent voor jeugdzorg en Wmo. De consulent heeft brede kennis op beide domeinen. Jongeren houden dus altijd dezelfde contactpersoon vanuit de gemeente en bouwen een langdurige relatie op. De consulent draagt langere tijd verantwoordelijkheid en is nauw betrokken. Op deze manier is de overgang van jeugdhulp naar Wmo minder groot.

c

Jongeren helpen bij wettelijke veranderingen De informatievoorziening is beter afgestemd op jongeren De gemeente werkt samen met jongeren aan het bundelen van relevante informatie over wat er verandert als je 18 wordt. Ook wordt de informatie beter afgestemd op de behoeften van jongeren. Op deze manier werkt de gemeente aan het verbeteren van zogeheten ‘outside-in’ dienstverlening, waarbij de omgeving en samenleving leidend zijn in het vormgeven van (informatie over) de geboden dienstverlening. Jongeren kunnen zo in één overzicht zien welke acties ze moeten ondernemen rond hun 18e verjaardag.

c

Sturingsmechanismen 22

We onderzochten drie sturingsmechanismen Gemeenten kunnen de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid verschillend vormgeven. We onderzochten drie sturingsmechanismen die de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid mogelijk soepeler kunnen laten verlopen. In dit hoofdstuk gaan we in op de effecten die gemeenten, aanbieders en jongeren verwachten van elk van de sturingsopties. Het gaat om onderstaande drie sturingsmechanismen.

Omgekeerde bewijslast

Standaard verlengde jeugdhulp

Hulp vanuit verschillende wetten bij één organisatie belegd

Sturingsmechanismen c

Omgekeerde bewijslast Wat is omgekeerde bewijslast? Bij omgekeerde bewijslast moet de gemeente en/of aanbieder op de 18e verjaardag van een jongere aantonen dat de jongere geen verlengde jeugdhulp nodig heeft, in plaats van andersom. De gemeente behoudt de mogelijkheid om de zorg eerder te beëindigen dan de 21e verjaardag. In de huidige situatie moet een jongere aangeven en samen met de aanbieder aantonen dat verlengde jeugdhulp wel nodig is. Dit zorgt voor extra belasting van jongeren. Door de bewijslast om te keren, neemt deze druk bij jongeren af. Gemeenten en aanbieders zien vooral negatieve effecten Gemeenten en aanbieders reageerden overwegend kritisch op deze optie. Met name gemeenten uitten zorgen over de hoeveelheid tijd die het kost om te bewijzen dat vervolgzorg niet nodig is, terwijl deze tijd beter besteed kan worden aan het organiseren van een goede overgang. Het grootste kritiekpunt is dat omgekeerde bewijslast slechts zorgt voor uitstel van de overgang, en hiermee niet de overgang zelf verbetert.

Aan de andere kant benoemen aanbieders dat het omkeren van de bewijslast voor veel van hun jongeren voor rust zou zorgen in een stressvolle periode. Voor de optie van het invoeren van een omgekeerde bewijslast probeerden we samen met gemeenten en aanbieders te komen tot een inschatting van de financiële effecten. Dit vraagt een inschatting van a) het aandeel jongeren waarvoor dit tot een langer jeugdhulptraject zou leiden; b) de gemiddelde duur daarvan, en c) het verschil in kosten van dit traject t.o.v. wat anders ingezet zou zijn vanuit de Wmo. Op al deze variabelen bleek een dusdanige mate van onzekerheid dat een voldoende betrouwbare inschatting niet mogelijk is. Om deze reden zijn de effecten niet gekwantificeerd.

Positieve effecten •

Jongeren hebben meer comfort, rust, en tijd om te werken aan een stabiele basis en het regelen van praktische zaken rond hun 18e verjaardag.

•

De groep jongeren in een kwetsbare positie die anders op hun 18e uit zorg verdwijnt, blijft langer in beeld en is beter beschermd tegen dakloosheid

•

Jongeren hebben meer ruimte om hun huidige zorgtraject af te kunnen ronden, waardoor vervolghulp mogelijk niet meer nodig is.

•

Het mechanisme biedt een prikkel voor gemeenten om actief te sturen op het overgangsproces van een jongere. Negatieve effecten

•

Jongeren hebben nog steeds geen zekerheid over een eventuele verlenging en de duur en het behoud hiervan.

•

Gemeenten en/of aanbieders zijn meer tijd kwijt rond de aanvraag van verlengde jeugdzorg.

•

Verlengde jeugdzorg is duurder dan dezelfde zorg via de Wmo, waardoor kosten oplopen. Ook kan dit een financiële prikkel geven voor aanbieders om de zorg langer door te laten lopen. Het omdraaien van de bewijslast is daarbij in beginsel slechts een verplaatsing van het probleem van een moeizame overgang, en lost het probleem dus niet op.

•

Er is een risico dat de belangen van jongeren niet voorop staan tijdens gesprekken tussen gemeenten en aanbieders

•

Door de maatregel blijven jongeren mogelijk onnodig langer in jeugdzorg. Gezien de capaciteitsproblematiek gaat dit ten koste van de beschikbare plekken voor nieuwe instroom.

c

Standaard verlengde jeugdhulp Wat is standaard verlengde jeugdhulp? In de huidige situatie duurt jeugdzorg tot de 18e verjaardag, tenzij er verlengde jeugdhulp wordt toegekend tot maximaal 21 jaar. Bij standaard verlengde jeugdhulp loopt de zorg voor jongeren standaard door tot hun 21e verjaardag, tenzij de jongere eerder aangeeft dat deze zorg niet meer nodig is. Op 21-jarige leeftijd zijn jongeren een stuk verder in hun ontwikkeling dan op 18-jarige leeftijd en zijn ze beter in staat een eventuele overgang te maken. Standaard verlengde jeugdhulp biedt jongeren rust en ruimte Jongeren en aanbieders laten zich positief uit over een standaard verlengde jeugdhulp. Het geeft jongeren de ruimte om praktische zaken zoals een zorgverzekering te regelen met vertrouwde mensen om hen heen, en daarna ‘op adem te kunnen komen’. Dit komt overeen met de al zichtbare effecten van de recente leeftijdsverlenging voor pleeg- en gezinshuiszorg. Terugkijkend op hun eigen overgang benoemen jongeren dat 18 jaar echt te jong is om ineens zoveel zelfstandigheid te krijgen. Op 21e jarige leeftijd zijn ze een stuk volwassener en beter in staat om keuzes te maken waarvan ze de gevolgen kunnen overzien. Aanbieders sluiten zich hierbij aan en voegen toe dat het prettig is dat jongeren in een kwetsbare positie langer in beeld blijven en beter beschermd zijn tegen dakloosheid.

Enkelen trekken dit in twijfel en benoemen dat jongeren nog steeds zelf de regie hebben, waarbij het juist vaak deze jongeren in een kwetsbare positie zijn die op hun 18e verjaardag afzien van zorg. Gemeenten willen waken voor beperkte ontwikkeling en hogere kosten Gemeenten laten zich kritischer uit. Ze herkennen het beeld van meer rust en ruimte, maar willen waken voor een afname van de ontwikkeling van jongeren richting zelfstandigheid. Daarbij zou verlengde jeugdzorg problemen in andere domeinen die er toe leiden dat vervolgzorg niet beschikbaar is, zoals het woningtekort, compenseren. Verlengde jeugdhulp is een mooie route voor als het echt niet anders kan, maar de voorkeur gaat uit naar werken aan een soepelere overgang waardoor verlengde jeugdhulp niet nodig is. Dit standpunt vanuit gemeenten is niet verrassend in het licht van de hogere kosten voor verlengde jeugdzorg dan vergelijkbare ondersteuning via de Wmo. Het recente onderzoek naar de leeftijdsverlenging voor pleeg- en gezinshuiszorg gaf geen zicht op door gemeenten ervaren effecten.

Positieve effecten •

Jongeren hebben meer comfort, rust, en tijd om te werken aan een stabiele basis en het regelen van praktische zaken rond hun 18e verjaardag.

•

De groep jongeren in een kwetsbare positie die anders op hun 18e uit zorg verdwijnt, blijft langer in beeld en is beter beschermd tegen dakloosheid.

•

Jongeren hebben meer ruimte om hun huidige zorgtraject af te kunnen ronden, waardoor vervolghulp mogelijk niet meer nodig is.

•

Jongeren hebben langer een band op kunnen bouwen met hulpverlening, waardoor er soms meer mogelijk is.

•

Aanbieders, jongeren en gemeenten zijn minder tijd kwijt met de aanvraag van verlengde jeugdhulp. Negatieve effecten

•

Door de maatregel blijven jongeren langer in jeugdzorg. Gezien de capaciteitsproblematiek gaat dit ten koste van de beschikbare plekken voor nieuwe instroom.

•

Verlengde jeugdzorg is duurder dan dezelfde zorg via de Wmo, waardoor kosten oplopen. Ook kan dit een financiële prikkel geven voor aanbieders om de zorg langer door te laten lopen. Daarbij is standaard verlengde jeugdhulp in beginsel slechts een verplaatsing van het probleem van een moeizame overgang, en lost het probleem dus niet op.

•

Het is niet altijd passend om een jongere die al wat ouder is bij jongere kinderen in een groep te laten.

•

Dit schetst een beeld dat jongeren nog niet toe zijn aan de overgang en kan de ontwikkeling richting zelfstandigheid afremmen.

c

Hulp vanuit verschillende wetten bij één organisatie belegd Positieve effecten Wat is het beleggen van hulp vanuit verschillende wetten bij één organisatie? In dit geval is de hulp vanuit verschillende wetten bij één organisatie belegd of is er een aansluiting met volwassenenzorg buiten het gemeentelijk domein. Wanneer één organisatie zowel jeugdhulp als Wmo aanbiedt, is de overgang van 18- naar 18 + minder groot voor de jongere wanneer dit betekent dat de zorg bij dezelfde aanbieder kan plaatsvinden. Diverse gemeenten contracteren aanbieders voor meerdere vormen van zorg Meerdere gemeenten werken al met aanbieders die voor zowel jeugdzorg als Wmo zijn gecontracteerd om de aansluiting beter te laten verlopen. Jongeren, gemeenten en aanbieders laten zich positief uit over deze optie. Deze manier van werken maakt de overgang kleiner en vertrouwder. Enkele aanbieders zien risico’s in deze werkwijze In sommige gemeenten willen de grootste jeugdhulpaanbieders echter niet voor Wmo gecontracteerd worden of worden sommige vormen van zorg regionaal ingekocht, waardoor individuele gemeenten hier niet zelfstandig over kunnen beslissen. Aanbieders staan in algemene zin niet negatief tegenover deze werkwijze, maar zien wel risico’s. Zo vraagt 18+ zorg soms om een andere benadering, waar niet elke organisatie in is gespecialiseerd.

Een aanbieder die voor zowel jeugdzorg als beschermd wonen is gecontracteerd, benoemt dat in sommige gevallen jongeren toch meer baat hebben bij het aanbod in de jeugdzorg dan bij het Wmoaanbod. Dit kan leiden tot onbegrip bij verwijzers of de gemeente, aangezien de aanbieder voor beide vormen is gecontracteerd.

•

De overdracht van jeugdhulp naar vervolgzorg kan soepeler verlopen, waardoor de vervolgzorg beter aansluit bij de behoefte van de jongere.

•

Jongeren ervaren de overgang als minder groot.

Negatieve effecten •

Zorg voor jongeren ouder dan 18 vraagt soms om een andere benadering, waardoor een andere organisatie met specifieke expertise wenselijk is.

•

Organisaties moeten zich specialiseren op alle vlakken van zorg.

•

Indien aanbod in de jeugdzorg alsnog wenselijker is dan Wmo-aanbod, kan dit leiden tot onbegrip bij verwijzers of de gemeente wanneer een organisatie wel voor meerdere wetten is gecontracteerd.

•

Wanneer een begeleider dezelfde hulp als in de Jeugdwet biedt vanuit de Wmo zijn de tarieven te krap.

c

Wensen van Wensen van jongeren jongeren 27

We vroegen jongeren naar hun wensen Gedurende het onderzoek spraken we met zeven verschillende jongeren tussen de 19 en 28 jaar over hun eigen overgang van jeugdhulp naar volwassenheid. Hun ervaringen zijn grotendeels geïntegreerd in eerdere hoofdstukken. In dit hoofdstuk lichten we enkele wensen van jongeren rondom de overgang specifiek uit.

Luister écht naar jongeren Start eerder met het overgangsproces

Laat jongeren zelf keuzes maken, maar met enige sturing Koppel jongeren aan een vast persoon Creëer een vangnet voor jongeren Faciliteer waakvlambegeleiding

Wensen van jongeren c

Jongeren hebben zes duidelijke wensen

Luister écht naar jongeren Jongeren voelen zich vaak niet serieus genomen en vinden dat er niet naar hun mening wordt geluisterd. Als jongeren aangeven geen hulp meer te willen, ligt daar vaak een reden achter waar niemand naar vraagt of op doorvraagt. In de ervaring van jongeren nemen gemeenten vaak vluchtig dossiers door en nemen ze onvoldoende tijd om met de jongere zelf te spreken. Jongeren waarderen initiatieven waarin gemeenten jongeren actief betrekken bij beleid rondom de overgang.

Laat jongeren zelf keuzes maken, maar met enige sturing Jongeren waarderen de vrijheid om eigen keuzes te maken als ze 18 worden. Waar ga ik wonen? Welke behandeling kies ik? Na een periode waarin je niet altijd zelf mocht bepalen wat je ging doen, voelt de keuzevrijheid als een verademing. Tegelijkertijd geven jongeren aan dat dit ineens wel een hele grote verantwoordelijkheid is. Jongeren hebben behoefte aan een vorm van begeleiding waarbij de vervolgmogelijkheden en bijbehorende gevolgen duidelijk worden geschetst, maar waarbij jongeren uiteindelijk wel zelf kiezen.

Start eerder met het overgangsproces

Koppel jongeren aan een vast persoon

Creëer een vangnet voor jongeren

Faciliteer waakvlambegeleiding

Vaak begint het overgangsproces naar volwassenheid te kort voor de 18e verjaardag van een jongere. Jongeren vinden dat hier vanaf de 17e verjaardag aandacht voor moet zijn. Op deze manier kan je in kleine stappen nadenken over wat je nodig hebt tijdens en na de overgang naar 18 jaar. Voor je 17e verjaardag is de overgang nog te ver weg om hier bewust mee bezig te zijn.

Er is behoefte aan hulp tijdens de overgang van een vast persoon, die idealiter in de leeftijd van 15 tot 23 jaar betrokken is. Bij voorkeur is diegene niet gekoppeld aan een gemeente, omdat dit bij een eventuele verhuizing ingewikkeld wordt. Jongeren benoemen daarnaast dat de inzet van ervaringsdeskundigen als buddy tijdens de overgang kan helpen. Naast het kennen van praktische zaken rondom de overgang begrijpt een buddy waar een jongere op dat moment doorheen gaat.

Voor (de meeste) jongeren e die tot hun 18 bij hun ouders wonen, bestaat de e mogelijkheid om na hun 18 thuis te blijven wonen of (tijdelijk) terug te keren wanneer de situatie daar om vraagt. Voor jongeren in de jeugdzorg is dit niet het geval: als de overgang naar een andere woonplek niet goed gaat, is er op hun oude plek vaak geen ruimte meer. Deze jongeren willen ook een vorm van vangnet, met de mogelijkheid tot terugval wanneer dit nodig is.

Contact houden met begeleiders van vorige instellingen voelt voor jongeren prettig en vertrouwd na de overgang naar een andere plek. Instellingen krijgen hier echter vaak niet voor betaald, waardoor het onderhouden van contact met oud-cliënten teveel tijd en geld kost. Het kunnen bieden van deze vorm van nazorg (ook wel waakvlambegeleiding genoemd) vraagt om extra middelen.

c

Conclusies en Conclusie en advies aanbevelingen 30

Conclusies en aanbevelingen In dit rapport hebben we inzichtelijk gemaakt welke knelpunten er bestaan rond de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid en welke goede praktijkvoorbeelden zichtbaar zijn. Daarnaast onderzochten we mogelijke sturingsmechanismen voor gemeenten. Het perspectief van jongeren is in alle hoofdstukken opgenomen en lichten we vervolgens specifiek uit. In dit afsluitende hoofdstuk presenteren we onze belangrijkste conclusies op basis van de voorgaande hoofdstukken en doen we enkele aanbevelingen om aan de slag te gaan met een soepelere overgang van jeugdhulp naar volwassenheid. De meeste aanbevelingen zijn gericht op gemeentelijk niveau.

Conclusies

Reflecties en aanbevelingen voor het Rijk

Aanbevelingen voor gemeenten

Conclusies en aanbevelingen c

Conclusies De overgang van jeugdhulp naar volwassenheid verloopt moeizaam door meerdere redenen De overgang van jeugdhulp naar volwassenheid verloopt voor veel jongeren met jeugdhulp met verblijf moeizaam. Dit komt voor een deel door de leeftijd waarop de overgang plaatsvindt. Op 18-jarige leeftijd zijn jongeren ineens verantwoordelijk voor het regelen van hun eigen geldzaken en verzekeringen. Als een jongere dan ook nog niet zeker is van een vervolgplek of de inzet van hulp, levert dat extra druk op. Daarbij is de manier waarop gemeenten en aanbieders de overgang vorm geven niet altijd helpend. Jongeren worden onvoldoende betrokken bij de overgang De jongeren die we in het onderzoek spraken, voelen zich onvoldoende gehoord en serieus genomen tijdens de overgang. Veel jongeren ervaren de overgangsperiode als zwaar en hebben behoefte aan betere begeleiding van een vast persoon. Jongeren worden daarnaast op slechts een beperkt aantal plekken structureel betrokken bij beleid, terwijl zij degenen zijn die de effecten van beleid in de praktijk merken. Op de plekken waar dit gebeurt, is dit pas sinds kort het geval. Structureel, integraal beleid om de overgang te versoepelen ontbreekt veelal We hebben bij verschillende gemeenten en aanbieders goede voorbeelden gezien om jongeren te ondersteunen tijdens de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid.

Het ontbreekt echter vaak aan structureel, integraal beleid om de overgang te versoepelen. In de praktijk gaat de aandacht met name uit naar wonen, en weinig naar de andere onderdelen van de ‘Big 5’ (support, school en werk, inkomen, welzijn). Dat er veel aandacht is voor wonen is begrijpelijk (deels door de huidige woningcrisis), maar ook tijdens de zoektocht naar een geschikt woning of wanneer een jongere al een woonplek heeft, krijgen de andere onderdelen uit de Big 5 beperkt aandacht. We hebben in dit onderzoek slechts een beperkt aantal gemeenten gesproken. Het is echter waarschijnlijk dat juist

gemeenten die dit onderwerp belangrijk vinden hebben meegedaan. We verwachten daarom niet dat andere gemeenten overwegend wel structureel beleid voeren. Verlengde jeugdzorg en omgekeerde bewijslast lijken geen oplossing te bieden We onderzochten drie mogelijke oplossingen om de overgang soepeler te laten verlopen. Een omgekeerde bewijslast (waarbij de gemeente en/of aanbieder op de 18e verjaardag van een jongere moet aantonen dat de jongere geen verlengde jeugdhulp nodig heeft, in plaats van andersom) en standaard verlengde jeugdzorg tot 21 jaar kunnen voor jongeren zorgen voor minder druk rondom de overgang. Beide oplossingen verplaatsen het probleem echter naar een later moment. Het kan zijn dat het probleem kleiner is (omdat jongeren volwassener zijn), maar er zal nog steeds een groep zijn voor wie het probleem blijft bestaan. De kosten voor gemeenten lopen op, en bij ongewijzigd beleid zijn er vanwege de huidige capaciteitsproblematiek minder beschikbare plekken voor nieuwe instroom. Omgekeerde bewijslast en standaard verlengde jeugdzorg kunnen wel een positieve financiële prikkel zijn voor gemeenten om steviger in te zetten op structureel, integraal beleid.

Aanbieders contracteren voor meerdere vormen van zorg kan de overgang verkleinen Het contracteren van aanbieders voor zowel jeugdzorg als Wmo gebeurt op sommige plekken al en kan bijdragen aan het verkleinen van de overgang. Hiermee lijkt dit een oplossing om de overgang soepeler te laten verlopen. Het is echter niet voor elke gemeente mogelijk hier (individueel) op te sturen, bijvoorbeeld wanneer bepaalde vormen van zorg regionaal worden ingekocht of een aanbieder niet voor een andere vorm van zorg gecontracteerd wil worden.

c

Reflecties In het onderzoek hebben we verschillende knelpunten en goede praktijkvoorbeelden gezien. We hebben ook gezien en gehoord dat hier ook al veel over bekend was: in de afgelopen jaren is er veel aandacht geweest voor deze overgang. In individuele gevallen kunnen er schrijnende situaties ontstaan als de overgang niet goed geregeld is, en daarbij is er nog steeds verbetering mogelijk. Toch zien we in dit onderzoek en het eerdere onderzoek naar regionale verschillen in het gebruik van verlengde jeugdzorg dat er uiteindelijk, weliswaar met de nodige hobbels, vaak een oplossing voor problemen tijdens de overgang wordt gevonden, door bijvoorbeeld in individuele gevallen verlengde jeugdzorg toe te kennen of de inzet van de doorbraakmethode. Dat neemt niet weg dat de overgang niet beter kan (en moet) worden vormgegeven. Een soepele overgang voor jongeren naar volwassenheid zou erbij gebaat zijn als er binnen gemeenten meer aandacht en integrale sturing op is, waarbij de stem van jongeren zowel in beleid als voor de individuele overgang beter gehoord wordt. Op de volgende slide zijn hiertoe concrete aanbevelingen voor gemeenten uitgewerkt.

De ruimte om die verbetering in de praktijk te vinden is er; en zeker in de context van vele ontwikkelingen in de jeugdzorg lijken de voordelen van ingrepen op stelselniveau (omgekeerde bewijslast en standaard verlengde jeugdhulp) niet op te wegen tegen de nadelen. Op twee thema’s kan het Rijk vanuit haar stelselverantwoordelijkheid wel bijdragen; de verbinding tussen jeugdzorg en Wmo, en het wegnemen van barrières rond inkomensondersteuning.

Aanbevelingen voor het Rijk

Stimuleer contractering van aanbieders voor meerdere vormen van zorg Niet alle aanbieders willen gecontracteerd worden voor meerdere vormen van zorg, terwijl dit wel kan bijdragen aan het verkleinen van de overgang. Het ministerie van VWS dient te onderzoeken welke belemmeringen hierin voor aanbieders spelen en hoe deze kunnen worden weggenomen, zodat het in meer gemeenten lukt om op deze manier de overgang te versoepelen.

Faciliteer inkomensondersteuning door gemeenten Gemeenten hebben behoefte aan mogelijkheden om jongeren extra te ondersteunen op financieel gebied tijdens de overgang. Momenteel lopen ze daarbij tegen wettelijke kaders aan. Het Rijk kan hierin tegemoet komen door uitzonderingen mogelijk te maken of gemeenten beter te informeren over de mogelijkheden die er wel zijn, zoals extra ondersteuning via bijzondere bijstand.

c

Aanbevelingen voor gemeenten Betrek jongeren structureel bij (beleids)keuzes rondom de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid Jongeren willen beter betrokken worden tijdens de overgang en hun eigen keuzes kunnen maken. Daarnaast zetten jongeren hun eigen ervaring graag in om de overgang voor andere jongeren te verbeteren. Op plekken waar ervaringsdeskundigen al structureel zijn betrokken, zijn zowel jongeren als de gemeente enthousiast. • Vraag expliciet naar de wensen en behoeften van jongeren • Betrek een vaste groep ervaringsdeskundigen bij beleidskeuzes. Jongeren kunnen zich hierdoor meer verdiepen in een onderwerp en een betere bijdrage leveren. • Luister écht naar hun ervaringen en ideeën. Elke stem telt, zeker die van jongeren. Goed luisteren en met elkaar praten biedt de mogelijkheid om de relatie tussen jongeren en overheden te versterken.

• • • • •

Zorg voor betrokkenheid van een vast persoon tijdens de overgang In een fase waarin veel verandert in het leven van een jongere, hebben jongeren behoefte aan een stabiele factor in de vorm van een vast persoon die betrokken is tijdens de overgang. Dit kan op verschillende manieren worden vormgegeven, waarvan de beste invulling verschilt per gemeente. Werk met één consulent voor zowel Jeugdzorg als Wmo. Zorg voor vaste betrokkenheid vanuit het wijkteam. Zorg voor een warme overdracht bij een eventuele verhuizing naar een andere gemeente. Koppel jongeren aan een vaste mentor vanuit de gemeente of een eigen mentor via de JIM methode. Creëer een buddy systeem met ervaringsdeskundigen.

Heb aandacht voor alle onderdelen uit de Big 5

Het hebben van een woonplek is essentieel in het leven van een jongere, maar ook de andere vier onderdelen uit de Big 5 zijn van belang voor een goede overgang naar volwassenheid. • Creëer een beleidsmatige koppeling van verschillende domeinen zoals wonen, jeugd, en inkomen. • Investeer in de samenwerking en relatie met partners uit alle leefgebieden. • Vraag gedurende het overgangsproces actief naar het welzijn van een jongere.

Ontwikkel beleid met sturingsmogelijkheden zodat jeugdzorg met verblijf niet stopt als er geen woonplek is Gemeenten moeten er met hun beleid voor zorgen dat jeugdzorg met verblijf niet stopt als er geen geschikte woonplek is, om te voorkómen dat jongeren op straat belanden of geen vaste verblijfplek hebben. • Neem dit op als voorwaarde in een afwegingskader voor het toepassen van verlengde jeugdzorg. • Bepaal de randvoorwaarden bij dit beleid. Wanneer is een woonplek geschikt? Wie bepaalt dat? • Zorg voor een optie tot terugval wanneer een nieuwe woonplek toch niet blijkt te passen.

c

Meer weten?

c

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15896984/1