CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport RIVM - Gezondheidseffecten van ultrafijn stof van vliegverkeer rond Schiphol.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 23 januari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van juridische stappen tegen schadelijke uitstoot door vliegverkeer rond Schiphol (VN2024-018762)19.484 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Sterfte aan alle natuurlijke oorzaken samen.

Pagina 64 van 76

RIVM-rapport 2022-0069

eerdere conclusies van de Gezondheidsraad (2021) over de mogelijke gezondheidseffecten van UFP op het hart- en vaatstelsel en de groei en ontwikkeling van de foetus. 5.9

Aanbevelingen voor nader onderzoek Alle studies in het onderzoeksprogramma zijn uitgevoerd bij één luchthaven (Schiphol). Gezien het indicatieve bewijs voor de effecten van UFP op het hartvaatstelsel en geboorte-uitkomsten, is verder onderzoek gerechtvaardigd. Dit zou het beste uitgevoerd kunnen worden bij (internationale) vliegvelden waar veel mensen zijn blootgesteld aan zowel hoge als lage UFP-concentraties. De zeggingskracht kan worden verhoogd door studies op dezelfde manier uit te voeren bij meerdere vliegvelden. Naast effecten op het hartvaatstelsel en geboorte-uitkomsten, zouden deze studies ook moeten kijken naar diabetes en dementie. Hoewel het bewijs voor de effecten van UFP van vliegverkeer op deze aandoeningen onvoldoende was, geven de bevindingen uit de Gezondheidsmonitor en studie naar medicijngebruik daartoe aanleiding.

Pagina 65 van 76

RIVM-rapport 2022-0069

Pagina 66 van 76

RIVM-rapport 2022-0069

6.

Literatuur

Bai L., Weichenthal S., Kwong J.C., Burnett R.T., Hatzopoulou M., Jerrett M. Associations of Long-Term Exposure to Ultrafine Particles and Nitrogen Dioxide With Increased Incidence of Congestive Heart Failure and Acute Myocardial Infarction. Am J Epidemiol 2019; 188(1):151-159. Bezemer A., Wesseling J., Cassee F., Fischer P., Fokkens P., Houthuijs D., Jimmink B., de Leeuw F., Kos G., Weijers E., Keuken M., Erbrink H. Nader verkennend onderzoek ultrafijn stof rond Schiphol. RIVM Rapport 2015-0110. De Bont J., Casas M., Barrera-Gomez J., Cirach M., Rivas I., Valvi D. Ambient air pollution and overweight and obesity in school-aged children in Barcelona, Spain. Environ Int 2019; 125:58-64. Gezondheidsmonitor: De Gezondheidsmonitors | Gezondheidsmonitor (monitorgezondheid.nl) Gezondheidsraad (2021). Risico’s van ultrafijnstof in de buitenlucht Nr. 2021/38, Den Haag, 15 September 2021. Habre R., Zhou H., Eckel S.P., Enebish T., Fruin S., Bastain T. Shortterm effects of airport-associated ultrafine particle exposure on lung function and inflammation in adults with asthma. Environ Int. 2018; 118:48–59. He R.W., Gerlofs-Nijland M.E., Boere J., Fokkens P., Leseman D., Janssen N.A.H., Cassee F.R. Comparative toxicity of ultrafine particles around a major airport in human bronchial epithelial (Calu-3) cell model at the air-liquid interface. Toxicol In Vitro 2020 Oct; 68:104950.

doi: 10.1016/j.tiv.2020.104950. Epub 2020 Jul 26. Janssen N., Ameling C., Bezemer A., Breugelmans O., Dusseldorp A., Fischer P., Houthuijs D., Marra M., Wesseling J. Verkenning gezondheidsrisico's ultrafijn stof luchtvaart rond Schiphol en voorstel vervolgonderzoek. RIVM Rapport 2016-0050. Janssen N.A.H., Lammer M., Maitland-van de Zee A.H., van der Zee S., Keuken R., Blom, M. van den Bulk, P., van Dinther D., Hoek G., Kamstra K., Meliefste K., Oldenwening M., Boere A.J.F., Cassee F.R., Fischer P.H., Gerlofs-Nijland M.E., Houthuijs D. Onderzoek naar de gezondheidseffecten van kortdurende blootstelling aan ultrafijn stof rond Schiphol. RIVM Rapport 2019-0084. Janssen N.A.H., Hoekstra J., Houthuijs D. Jacobs J., Nicolaie A., Strak M. Effects of long-term exposure to ultrafine particles from aviation around Schiphol Airport. RIVM Rapport 2022-0068.

Pagina 67 van 76

RIVM-rapport 2022-0069

Johnson K., Solet D., Serry K. Community Health and Airport Operations Related Noise and Air Pollution: Report to the Legislature in Response to Washington State HOUSE BILL 1109. December 1, 2020. Public Health Seattle & King County; Assessment, Policy Development and Evaluation Unit. Keuken M., Moerman M., Zandveld P., Henzing J., Hoek G. 2015. Total and size-resolved particle number and black carbon concentrations in urban areas near Schiphol airport (the Netherlands). Atmospheric Environment, 104, 132-142. Kruize H, Leidelmeijer K, Houthuijs DJM, Swart WJR. Actualisatie kaarten afwegingskader leefomgevingskwaliteit in de Schipholregio. RIVM briefrapport 2016-0175. Lammers A., Neerincx A.H., Vijverberg S.J.H., Longo C., Janssen N.A.H., Boere J.F., Brinkman P., Cassee F.R., Maitland – van der Zee A.H. The impact of short-term exposure to air pollution on the exhaled breath of healthy adults. Sensors 2021; 21:2518. Laurent O., Hu J., Li L., Cockburn M., Escobedo L., Kleeman M.J. Sources and contents of air pollution affecting term low birth weight in Los Angeles County, California, 2001-2008. Environ Res. 2014; 134:488-495. Laurent O., Hu J., Li L., Kleeman M.J., Bartell S.M., Cockburn M. Low birth weight and air pollution in California: Which sources and components drive the risk? Environ Int. 2016a; 92-93:471-477.

Laurent O., Hu J., Li L., Kleeman M.J., Bartell S.M., Cockburn M. A Statewide Nested Case-Control Study of Preterm Birth and Air Pollution by Source and Composition: California, 2001-2008. Environ Health Perspect. 2016b; 124(9):1479-1486. Lavigne E., Donelle J., Hatzopoulou M., van Rywwyk K., van Donkelaar A., Martin R.V. Spatiotemporal variations in ambient ultrafine particles and the incidence of childhood asthma. Am J Respir Crit Care Med 2019; 199: 1487-1495. Mazaheri, M., Johnson G.R, Morawska L. 2009. Particle and Gaseous Emissions from Commercial Aircraft at Each Stage of the Landing and Takeoff Cycle. Environ. Sci. Technol. 2009, 43, 441-446. Mehta A.J., Kubzansky L.D., Coull B.A., Kloog I., Koutrakis P., Sparrow D., Spiro A., Vokonas P., Joel Schwartz J.D. Association between air pollution and perceived stress. Environ Health: a Global Access Science Source 2015; 14:10. Selley L., Lammers A., Le Guennec A., Pirhadi M., Sioutas C., Janssen N.A.H., Maitland-van der Zee A.H., Mudway I., Cassee F.R. Alterations to the urinary metabolome following semi-controlled short exposures to ultrafine particles at a major airport. Int J Hyg Environ Health 2021; 237:113803. Pagina 68 van 76

RIVM-rapport 2022-0069

Voogt M., Zandveld P., Wesseling J., Janssen N. Metingen en berekeningen van ultrafijn stof van vliegverkeer rond Schiphol voor onderzoek naar de gezondheid van omwonenden. RIVM Rapport 20190074. Wang Y., Eliot M.N., Koutrakis P., Gryparis A., Schwartz J.D., Coull B.A., Mittleman M.A., Milberg W.P., Lipsitz L.A., Wellenius G.A. Ambient air pollution and depressive symptoms in older adults: EHP 2014; 122:553558. Weichenthal S., Bai L., Hatzopoulou M., van Ryswyk K. Kwong J.C., Jerret M. Long-term exposure to ambient ultrafine particles and respiratory incidence in Toronto, Canada: a cohort study. Environ Health 2017; 16:64. Wing S.E., Larson T.V., Hudda N., Boonyarattaphan S., Fruin S., Ritz B. Preterm Birth among Infants exposed to in utero Ultrafine Particles from Aircraft Emissions. Environ Health Perspect. 2020; 128:047002. Zhang S, Mwiberi S, Pickford R, Breitner S, Huth C, Koenig W, et al. Longitudinal associations between ambient air pollution and insulin sensitivity: results from the KORA cohort study. The Lancet Planetary Health 2021; 5(1): e39-e49.

Pagina 69 van 76

RIVM-rapport 2022-0069

Pagina 70 van 76

RIVM-rapport 2022-0069

Bijlage A Gemiddelde UFP-concentratie per wijk

De variatie in blootstelling aan UFP van vliegverkeer in de gemeenten Haarlemmermeer, Aalsmeer, Amstelveen, Haarlem en Amsterdam is groter dan in andere gemeenten. Om inzicht te geven in hoe de UFPblootstelling in deze gemeenten is verdeeld, is voor een selectie van wijken de UFP-verdeling beschreven (figuur A.1). Het betreft wijken waar de maximale UFP-concentratie op een woonadres (niet weergegeven) minstens 3.000 deeltjes/cm3 bedraagt. De UFP-verdeling binnen een wijk is beschreven aan de hand van een aantal statistische parameters, namelijk percentielen (1-, 25-, 75- en 99-percentiel) en het gemiddelde. De waarde van het hoogste (99) percentiel geeft aan dat 1 procent van de bewoners in een gemeente op een adres woont met minstens deze concentratie. Daarnaast is de concentratie aangegeven waar tenminste tien of tenminste vijftig personen op hun woonadres aan zijn blootgesteld, wanneer deze concentratie boven 1-percentiel ligt.

Figuur A1 De verdeling van UFP van vliegverkeer voor een selectie wijken in het studiegebied in de periode 2006-2019, gesorteerd naar hoogte van de blootstelling. De linker- en rechterkant van een doos geven het 25- en 75percentiel aan. Het zwarte bolletje in de doos is de gemiddelde concentratie. De liggende streepjes aan het uiteinde van de horizontale lijnen verbonden aan de doos zijn het 1- en 99-percentiel. Per wijk zijn ook de gemeente en het aantal inwoners vermeld.

De inwonersaantallen zijn uit 2019; de administratieve indeling uit 2022.

Pagina 71 van 76

RIVM-rapport 2022-0069

Bijlage B Overzicht primaire en secundaire eindpunten per deelstudie

Deelstudie Sterfte

Primaire eindpunten Alle natuurlijke oorzaken samen Hart- en vaatziekten

Luchtwegaandoeningen Longkanker Zenuwstelsel (neurodegeneratieve aandoeningen) Geboorteuitkomsten Medicijngebruik

Gezondheidsmonitor

Pagina 72 van 76

Klein voor zwangerschapsduur Laag geboortegewicht Vroeggeboorte Astma/COPD Hartaandoeningen Hoge bloeddruk Diabetes Parkinson Slechte ervaren gezondheid Ernstige psychische stress

Secundaire eindpunten Ischemische hartziekten Myocardinfarct Hartritmestoornis Cerebrovasculaire aandoeningen Beroerte COPD Dementie Alzheimer Parkinson Diabetes Sterfte rondom de geboorte Aangeboren afwijkingen Apgar-score Antidepressiva ADHD Dementie Medicijngebruik: Astma/COPD Hoge bloeddruk Hartaandoeningen Diabetes Antidepressiva Vragenlijst: Astma/COPD Hoge bloeddruk Beroerte Hartaanval Hartaandoening, anders Diabetes

RIVM-rapport 2022-0069

Bijlage C Langetermijnstudie samengevat

Geen verband Mogelijk verband Waarschijnlijk verband Duidelijk verband Omgekeerd verband Primaire eindpunten in vet; secundaire eindpunten in cursief Eindpunt

Sterfte

Sterfte Algemene gezondheid

Natuurlijke sterfte

Luchtwegen

Respiratoire sterfte

Geboorteuitkomsten Sterfte rond de geboorte

Asthma/COPD(6-19 jr) Astma/COPD(0-5 jr)

Cardiovasculaire sterfte Ischemische hartaandoening Hartritmestoornis Beroerte Cerebrovasculaire ziekte

Pagina 73 van 76

Gezondheidsmonitor

Ervaren gezondheid Asthma/COPD (20+)

Longkanker COPD Hartvaatstelsel

Medicatie

Astma/COPD (Zelfgerapporteerd) Astma/COPD (medicatie)

Hartaandoening

Hartaandoening (medicatie) Hartaanval

Hoge bloeddruk

Beroerte Andere hartaandoeningen Hoge bloeddruk (zelfgerapporteerd) Hoge bloeddruk (medicatie)

RIVM-rapport 2022-0069

Gezondheidseindpunt

Sterfte

Metabool

Diabetes

Neurodegeneratief

Psychische klachten

Geboorteuitkomsten

Neurodegeneratieve aandoeningen Parkinson Dementie Alzheimer

Medicatie

Gezondheidsmonitor

Diabetes

Diabetes (zelfgerapporteerd) Diabetes (medicatie)

Parkinson Dementie Antidepressiva (20+) Antidepressiva (6-19 jr) ADHD (16-19 jr)

Geboorte-uitkomsten

Pagina 74 van 76

Vroeggeboorte Laag geboortegewicht Klein bij de geboorte Aangeboren afwijkingen Apgar-score

Psychische stress Antidepressiva (medicatie)

RIVM-rapport 2022-0069

Bijlage D Criteria Gezondheidsraad voor de classificatie van een oorzakelijk verband

Om aan te geven hoe sterk de bewijskracht is voor een oorzakelijk verband tussen blootstelling aan ultrafijn stof en een ongunstige invloed op de gezondheid maakt de Gezondheidsraadcommissie – volgens de EPA – onderscheid tussen effecten die aangetoond (‘bewezen’), waarschijnlijk, indicatief, onvoldoende of onwaarschijnlijk zijn. Hieronder staan de criteria genoemd (bron: GR 2021). Classificatie

Criteria

Aangetoond

Er is sprake van een aangetoond (’bewezen’) oorzakelijk verband als dit verband bij relevante niveaus van blootstelling blijkt uit consistente bevindingen uit meerdere onderzoeken van hoge kwaliteit, uitgevoerd door verschillende onderzoeksgroepen in verschillende regio’s of landen. Dit geldt bijvoorbeeld als consistente effecten worden gevonden in gecontroleerde, humane blootstellingsonderzoeken, of in observationele studies waarin de invloed van toeval, verstoring of vertekening redelijkerwijs kan worden uitgesloten, en waarbij de biologische plausibiliteit wordt ondersteund door bijvoorbeeld experimenten.

Waarschijnlijk

Er is sprake van een waarschijnlijk oorzakelijk verband als het verband bij relevante niveaus van blootstelling blijkt uit meerdere onderzoeken van hoge kwaliteit, waarbij de resultaten niet kunnen worden verklaard door toeval, verstoring of vertekening, maar waarin onzekerheden blijven. Bijvoorbeeld wanneer observationele onderzoeken verbanden tonen met gezondheidsindicatoren, die ook kunnen worden toegeschreven aan blootstelling aan andere agentia of onvoldoende worden ondersteund door bijvoorbeeld dierexperimenten, of wanneer toxicologische dierexperimenten niet worden ondersteund door humane gegevens.

Indicatief

Het bewijs is indicatief, oftewel er zijn aanwijzingen voor een oorzakelijk verband bij relevante niveaus van blootstelling, maar er is nog teveel onzekerheid om te concluderen dat er sprake is van een (waarschijnlijk) oorzakelijk verband. Bijvoorbeeld als het aantal beschikbare studies beperkt is en de invloed van toeval, verstoring of vertekening niet voldoende kan worden uitgesloten. Dit geldt bijvoorbeeld als er maar één kwalitatief hoogwaardige epidemiologische en/of toxicologische studie beschikbaar is die een associatie toont. Als er wel meer studies beschikbaar zijn die wijzen op een gezondheidseffect, geldt dit bijvoorbeeld als de resultaten niet volledig consistent zijn, maar toxicologische dierexperimenten de biologische plausibiliteit wel ondersteunen. Pagina 75 van 76

RIVM-rapport 2022-0069

Classificatie

Criteria

Onvoldoende

De bewijskracht is onvoldoende om een oorzakelijk verband aan te tonen als de beschikbare studies van onvoldoende kwaliteit zijn, de resultaten niet consistent zijn, of er onvoldoende statistische betrouwbaarheid is om vast te stellen of er al dan niet een verband is. Een oorzakelijk verband is onwaarschijnlijk als meerdere kwalitatief goede studies, uitgevoerd bij veel verschillende concentraties waaraan mensen kunnen worden blootgesteld, geen nadelig effect laten zien van verhoogde blootstelling, ook niet bij mensen die mogelijk extra kwetsbaar zijn.

Onwaarschijnlijk

Pagina 76 van 76

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14977655/1