Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland
Tekst van het document
Advies
06-05-2022
Versterking Recreatief Netwerk Laag Holland Concept
2e Concept rapportage Dd 06-05-2022
Rapport in opdracht van Recreatieschap Twiske-Waterland, mede namens recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeester Meer Mede mogelijk gemaakt dankzij financiële bijdrage van Provincie Noord-Holland in het kader van het interbestuurlijk programma vitaal platteland Laag Holland, kortweg IBP-VP LH. Opdrachtgever: Alex Rohof, Recreatie Noord-Holland NV
Opgesteld door SMARTLAND landscape architects Tnv Klaas Jan Wardenaar Kastrupstraat 11G 1043 CR Amsterdam
In samenwerking met Bureau BUITEN - Economie & Omgeving Tnv Joost Hagens Achter Sint Pieter 160 3512 HT UTRECHT
INHOUD 1.
(PM) Samenvatting 4
2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
Inleiding, doel en opbouw rapport Project Recreatief Grid - Recreatief Netwerk Laag Holland Groeiende vraag Doelen Doelgroepen en scope Optimalisatie Actualisatie Gedragen totaalbeeld Kaart hogere ambitie Recreatieparadox
3. 3.1 3.2 3.3
Gebied en visies 11 Gebiedstypering 11 Bestaand Recreatief Netwerk 11 Veranderend landschap; Maatschappelijke opgaven basis voor Optimalisatie Recreatief Netwerk 12 Concrete beleidsambities Optimalisatie Recreatief Netwerk 16 Interviews relevante stakeholders 21
3.4 3.5 4. 4.1 4.2 4.3 4.4
5. 5.1 5.2 5.3
6 6 6 7 7 8 8 8 9 9
Bestemming Laag Holland & Ontwikkeling Toersitisch-Recreatieve vraag 23 Toeristisch-recreatief profiel en doelgroepen Laag Holland 23 Huidige toeristische vraag 24 Trends en ontwikkelingen wijzen op verdere toename recreatiebehoefte in de toekomst 25 Ook veranderend recreatiegedrag leidt tot noodzaak investeringen in recreatieve structuur 28 Voorstel versterking Recreatieve Structuur Zonering Impressie zonering en Zoom-ins recreatieve typen Verbetering Recreatief Netwerk door gerichte toevoegingen
30 30 31 37
5.4 5.6
Ruimte voor een andere benadering van recreatie Impressies Totaalbeeld Recreatief Netwerk Laag Holland
39 44
6. 6.1 6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.3 6.3.1 6.3.2 6.3.3 6.3.4
Beheer en onderhoud Recreatieve structuur Huidige situatie Beheer van gebieden en recreatieve infrastructuur in Laag Holland Middelen voor beheer Beheertekort Financieringsparadox recreatieve infrastructuur Belang van recreatie Economisch belang vrijetijdssector Financieringsparadox Mogelijkheden voor verwerven van extra middelen Mogelijkheden voor extra bijdrage recreanten Mogelijkheden voor extra bijdrage bedrijven Mogelijkheden voor extra bijdrage overheden Kansrijke mogelijkheden, maar er blijft een grote financiële rol voor overheden Inspirerende voorbeelden
46 46 46 46 47 48 48 49 50 50 50 51 52
6.3.5
53 54
7. 7.1 7.1.1 7.1.2 7.1.3 7.2 7.2.1 7.2.2 7.2.3 7.2.4
Bestemmingsontwikkeling, Bestemmingsmanagement en Marketing 57 De bestemming Laag Holland centraal 57 Bestemmingsmanagement 57 Bestemmingsontwikkeling 58 Bestemmingsmarketing 59 Aanbevelingen organisatie Recreatief Netwerk 59 Investeer in een regionale netwerk samenwerking 59 Zorg voor een sterk merk en een duidelijke positionering 59 Zet in op productontwikkeling en arrangementen 60 Doorbreek de financieringsparadox, Maar grotere overheidsbijdrage is nodig 60
8.
Bronnen 62
9. 9.1
Bijlagen 63 Conceptlijst projecten en meekoppelkansen Uitvoeringsprogramma Twiske-Waterland 63 Detailkaarten bestaand Recreatief Netwerk Laag Holland 66
9.2
1
(PM) SAMENVATTING
1.1 Project Recreatief Grid - Recreatief Netwerk Laag Holland
Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 4
Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 5
2
INLEIDING, DOEL EN OPBOUW RAPPORT
2.1 Project Recreatief Grid - Recreatief Netwerk Laag Holland Het voorliggende rapport Recreatief Grid Laag Holland komt voort uit, en is onderdeel van het Perspectief Amsterdam Wetlands uit 2018, waarin de gebiedspartijen Landschap Noord-Holland, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Recreatie Noord-Holland hun ambities voor Laag Holland met scope 2050 hebben gebundeld en afgestemd. Deze ambitie is kortgezegd het realiseren van 12.000 ha gebiedskarakteristieke natte natuur, samen met toekomstbestendige landbouwbedrijven, en met een onvergetelijke beleving van die karakteristieke natuur en dit landschap. De ontwikkeling van het landschap krijgt onder andere vorm in een zestal projecten uit het IBP-VP (Interbestuurlijk Programma - Vitaal Platteland). Het Recreatief Grid dient er vooral op gericht te zijn deze projecten en gebieden expliciet beleefbaar te maken en daarmee het integrale doel van Amsterdam
Wetlands, ook voor de identiteit en woonkwaliteit van de gehele regio, te dienen. In het proces is enige discussie ontstaan over de benaming ‘grid’, door de modelmatige en orthogonale uitstraling daarvan. In dit rapport kiezen we er daarom voor ‘Grid’ te vervangen door ‘Netwerk’, aangezien dit prima dekt waar dit project over moet gaan. 2.2 Groeiende vraag Recente studies hebben aangetoond dat het gebruik van Laag Holland door mensen zal intensiveren. Vanuit de MRA (Metropoolregio Amsterdam) door flinke groei van de bevolking in de steden Amsterdam, Zaanstad, Purmerend (+ 11% in 2030 in vergelijking tot 2019) én daarnaast dat het bezoek aan Amsterdam en metropoolregio door binnen- (+21% in 2030 in vergelijking tot 2019) en buitenlandse toeristen (+38% in 2030 in vergelijking tot 2019) naar verwachting sterk stijgt. (Druk en Draagkrachtonderzoek MRA, Bureau Buiten/Ruimte en Vrije tijd, 2022). Een vergelijkbare procentuele bevolkingsgroei is in de regio Alkmaar te verwachten. In het bijzonder de woningbouwprojecten Zandzoom (Limmen-Heiloo) en kanaalzone Alkmaar, zullen extra recreatiedruk leggen op Laag Holland en het Noordhollands Duinreservaat. De plannen van Edam-Volendam, Waterland en Purmerend in en om de Purmer zullen een groot effect gaan hebben op de interne recreatiedruk in het oostelijk deel van Laag Holland.
Gebiedspartijen willen dit niet zomaar laten gebeuren, maar willen de extra recreanten gericht door het gebied leiden naar draagkracht van de specifieke bestemmingen binnen de regio. De draagkracht is daarbij in drie factoren te kenschetsen: infrastructureel, sociaal maatschappelijk en ecologisch. De bestemmingen in het landschap van Laag Holland zijn divers; stadjes, dorpen, natuur- en recreatiegebieden, attracties, verblijfsaccomodaties. Vanuit Amsterdam Wetlands is vooral de natuurkwaliteit of de kwalitieit van het natuurrijk cultuurlandschap belangrijk en een essentiële factor in de identiteit van het gebied. Het Recreatief Grid of Netwerk moet deze geleiding van bestaande en nieuwe bezoekers in goede banen leiden en op een goede manier bijdragen aan de unieke kwaliteit van de regio Laag Holland. Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 6
2.3 Doelen Belangrijk doel van het optimaliseren van het ‘Recreatief Netwerk’ is daarmee het verbeteren van de belevingsmogelijkheden en de bereikbaarheid van het gebied, passend bij en ondersteunend aan de natuurdoelen. Het Recreatief Netwerk bestaat feitelijk uit twee componenten. Een fysieke component in de vorm van infrastructuur, paden, plekken en diverse voorzieningen. Daarin niet alleen de fietspaden, maar bijvoorbeeld ook het OV netwerk en delen opengesteld boerenland. Daarnaast bestaat het Recreatief Netwerk uit een organisatorische component in een goed samenspel tussen publieke en private partijen, als beheerders van het netwerk en als aanbieders van mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding. Vanuit dit ruimtelijke raamwerk kunnen verschillende recreatieve en toeristische projecten en programma’s opgestart worden. Zoals bijvoorbeeld het reactiveren van voormalige melkschuitroutes voor het verknopen van vaarroutes en fietsroutes van en naar de stad, het versterken van de recreatieve infrastructuur langs de Markermeerdijk, en het verder ontwikkelen van een aantal strategisch gelegen toeristisch/recreatieve landschapspoorten, als bijvoorbeeld Het Twiske en Recreatiegebieden Zwaansmeer en De Buitenlanden.
Het Recreatieve Netwerk ondersteunt een optimale recreatieve beleving, stimuleert productontwikkeling en zorgt voor een optimale balans tussen natuurdoelstellingen en recreatief gebruik. Tweede doel van dit rapport is, naast beschrijving van het bestaande netwerk en de kansen voor optimalisatie daarvan als basis voor verschillende uitvoeringsprogramma’s, om meer bekendheid te geven aan de organisatie en de beheerlast van het Recreatief Netwerk. Reden hiervoor is de geringe bekendheid van het Recreatief Netwerk bij besluitvormers, vooral gemeenteraden, die veelal via bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen verantwoordelijk zijn voor de duurzame financiering daarvan. Dit leidt ondanks de populariteit van recreëren in het buitengebied tot een voortdurend probleem van financiering van de recreatieve voorzieningen. We noemen dit de ‘Recreatieparadox’, waarover later meer. 2.4 Doelgroepen en scope Het Recreatief Netwerk is gericht op bewoners in de regio, landelijk en stedelijk, maar ook op de toerist (regionaal, nationaal en internationaal als uitloop van de stad Amsterdam). Daarbij gaan we ervan uit dat de corona-problematiek van de afgelopen jaren deels een blijvende verandering teweeg heeft gebracht, zoals het waarderen van het nabije landelijk gebied in de vorm van lokale ommetjes, maar deels ook dat
Eerdere Recreatieplannen Waterland en Laag Holland
Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 7
de pre-corona trend van toenemend bezoek door toeristen aan Laag Holland weer zal terugkeren. Daarnaast spelen de genoemde stedelijke uitbreidingen die zullen leiden tot een grotere recreatieve behoefte. Ten slotte spelen er ook sterk verschillende doelgroepen in leeftijd, maar ook in leefstijlen en daarmee recreatieve wensen en voorkeuren. Studies geven grote verschillen aan in de ‘demografische druk’ tussen de grote steden en plattelandsgemeenten. Ook laten studies forse verschillen zien in de typeringen volgens de ‘leefstijlvinder’. Het is ondoenlijk en ook niet gewenst om heel specifiek op al deze verschillen te reageren, maar het vinden van een algemene goede balans tussen deze toenemende recreatieve behoefte, lokaal en regionaal/ nationaal/internationaal, en het unieke karakter van Laag Holland, is de belangrijkste opgave bij de optimalisering en actualisering van het Netwerk. Dat doen we concreet met een scope op 2030, maar geven ook een doorkijk naar een mogelijke verdere optimalisatie richting 2050. 2.5 Optimalisatie We noemen optimalisering en actualisering omdat er natuurlijk al heel veel ligt. De afgelopen vier decennia is via diverse visies, plannen, uitvoeringsprogramma’s en projecten gestaag gebouwd aan dit recreatieve netwerk.
Onderdeel hiervan was een zoneringsprincipe, bestaand uit een wat drukker gebruikte recreatieve hoofdstructuur van goed bereikbare en verbonden stadsranden, recreatiegebieden en hoofdroutes, naast kwetsbare open landschappen en natuur als tussenliggende rustige gebieden. Met deze zoneringsfilosofie en daaruit volgende hoofdstructuur en padennetwerken is de recreatiedruk op een effectieve manier opgevangen en verdeeld. Deze recreatieve structuur heeft her en der nog knelpunten of zwakke schakels die we weer op het netvlies brengen om in de komende uitvoeringsperiode zo mogelijk op te lossen. 2.6 Actualisatie Maar daarnaast verandert ook de recreatieve behoefte, zoals we beschrijven in H.4 De opkomst van de snelle e-bikes en andere vervoermiddelen, samen met bijvoorbeeld vergrijzing, heeft consequenties voor het fysieke netwerk, in uitgebreide routes, wijdere paden, grotere bochtstralen, oplaadpunten, sanitaire voorzieningen etc. Maar ook de ontwikkeling van het thuiswerken heeft zijn weerslag in de recreatieve behoeften. Een explosieve stijging van (auto)bezoeken aan recreatiegebieden zoals het Twiske wordt waargenomen, maar ook van wandelen en recreatieve ommetjes in het landschap, direct vanuit huis via een groene dooradering in het stedelijk gebied. Dit sluit aan bij wat Staatsbosbeheer het ‘Groen als Nutsvoorziening’ noemt.
Daarnaast is ook een meer actieve spreiding van recreanten
Recreatieplan Actualisatie 2012
Waterland
Eerdere Recreatieplannen Waterland en Laag Holland
en toeristen aan de orde. Met name door de ontwikkeling van ‘Buitenpoorten’, een initiatief van Provincie Noord-Holland, Metropool Regio Amsterdam en de Nederlandse Spoorwegen, waarop ook natuurbeheerorganisaties en anderen zijn aangehaakt. Goed bereikbare OV locaties, met karakteristieke landschapskwaliteiten en recreatieve voorzieningen binnen handbereik. Paden en voorzieningen nabij deze Buitenpoorten, en in expliciete doelbestemmingen in de natuur zoals de zes IBP-VP projecten, zijn daarmee ook actualisaties van het bestaande netwerk. Al deze nieuwe behoeften en ontwikkelingen leiden tot uitbouw van het gehanteerde zoneringsprincipe in een geactualiseerde en meer genuanceerde vorm die past bij de huidige en toekomstige vraag en recreatiedruk. Dit zoneringsprincipe is vervolgens de leidraad voor actualisatie van het Netwerk. 2.7 Gedragen totaalbeeld Nadrukkelijk is dit document echter geen volledig nieuwe visie. Zoals gezegd zijn vele ontwikkelingen al gaande of in beleid uitgeschreven. Via een uitvoerige analyse van een groot aantal beleidsstukken, vastgestelde visies en plannen hebben we Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 8
samengebracht wat er in de Provincie en de gehele regio Laag Holland op het gebied van recreatieve netwerken voor het komende decennium is voorgenomen. Dit zijn echter vaak globale doelen, voornemens of wensen. Door deze te vertalen in meer concrete voorstellen op het niveau van het netwerk komen ze dichter richting uitvoering en realiteit, passend bij de scope van dit project 2030. Deze analyse en vertaling in concrete versterkingen is op hoofdlijn gepresenteerd en besproken op het symposium Recreatie en Toerisme Laag Holland, november 2021. Deze nog ruwe werkkaarten zijn vervolgens voorgelegd en in meer detail besproken met een aantal van de belangrijkste stakeholders, wat heeft geleid tot aanpassingen waarmee een in principe breed gedragen totaalbeeld is ontstaan, de ‘Kaart Optimalisatie Recreatief Netwerk Laag Holland’. 2.8 Kaart hogere ambitie Naast het optimaliseren en actualiseren van het bestaande netwerk en de betere organisatie van beheer en financiering op basis van eerdere stukken, zijn in de gesprekken ook vele nieuwe ideeën geopperd, met het verzoek deze mee te nemen in deze rapportage. Om hieraan gevolg te geven hebben we deze nieuwe ideeën verwerkt en opgenomen in een ‘Kaart hogere ambitie recreatieve ontwikkeling’. Feitelijk beschrijft dit een mogelijk perspectief richting 2050.
Deze kaart heeft dus nadrukkelijk een totaal andere status, maar draagt wel bij aan de discussie om te komen tot een recreatie in Laag Holland die nog beter past bij de huidige ontwikkelingen in het landschap.
1.9 Recreatieparadox Dit bestaande en geoptimaliseerde netwerk moet uiteraard onderhouden worden. Hierbij speelt echter de ‘Recreatieparadox’, het fenomeen dat iedereen landschappelijke recreatievoorzieningen hooglijk waardeert, maar niemand zich echt geroepen voelt het beheer ervan voldoende te financieren. In het tweede deel van deze studie (H8-9) gaan we nader in op de organisatie van dit beheer. Daaraan ook gekoppeld het financieringsvraagstuk, wat de problemen zijn, hoe dit beter te organiseren is en of er goede voorbeelden zijn van regionaal beheerde recreatieve netwerken. Onderdeel van de waardering en het functioneren van het gebied als recreatief landschap, is ook de ontwikkeling van nieuwe of betere bestemmingen, het management hiervan en de marketing van het gebied als geheel, als Laag Holland of Amsterdam Wetlands. Het is wenselijk om, met zo veel mogelijk actieve spelers in het gebied, te komen tot een vernieuwd en effectief samenspel. Om hiermee de groeiende stroom bezoekers met eigentijdse informatie- en vrijetijdsbehoeften op een gebalanceerde wijze door het gebied te geleiden, zowel fysiek als virtueel en mogelijk gecombineerd.
Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 9
Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 10
3
GEBIED EN VISIES
3.1 Gebiedstypering Basis voor recreatie is het voornamelijk open maar toch zeer gevarieerde landschap van Laag Holland. Een lappendeken van sferen en verkavelingen, ieder met hun eigen historie, die de recreant in grote afwisseling kan tegenkomen. Meest oorspronkelijk zijn de strandwallen en -vlaktes aan de westzijde van het gebied, de voormalige zandige kustlijnen. Deze hebben door hun vorming en aaneengeslotenheid het ontstaan van het grote hoogveen in wat nu Laag Holland heet in gang gezet. In het zuidwesten is deze kustlijn eerst nog doorsneden geweest door het Oer-IJ, maar nadat de uitstroom hiervan rond het begin van de jaartelling verzandde, rest alleen nog haar kleiige estuarium. Daarop volgen de duizend jaar oude veenverkavelingen van dit oorspronkelijke hoogveen, nu veelal ‘ingezakt’ tot laag veenweidegebied, natte eilandenrijken of vaarland centraal in het gebied, of droger agrarisch rijland naar de randen van Laag Holland. Daaromheen de beschermende dijken met hun gemalen en historie van geheelde doorbraken. En daarbinnen oude veenrivieren als de Zaan en de Dieën, en vele door stroming en wind ontstane gaten in het veen. Soms zijn deze nog als veenmeer behouden zoals het Alkmaarder- en Uitgeestermeer, maar vaker zijn ze weer drooggelegd als droogmakerijen zoals de grote Beemster en Schermer en de vele kleinere poldertjes.
Binnen deze lappendeken ligt een groot aantal karakteristieke lintdorpen, kuststadjes en enkele grotere steden. Maar ook structuren als de verdedigingslinie Stelling van Amsterdam met haar forten en dijken, oude trekvaarten en trambanen. Alles met veel historie en zeggingskracht en daarmee van grote recreatieve betekenis. 3.2 Bestaand Recreatief Netwerk Van oudsher bestaat al een relatie tussen stad en dit landschap op basis van voedselproductie (melk, vlees, groenten), maar het gebied werd in de 2e helft 20ste eeuw pas echt bewust als recreatieruimte ingezet. Eerst als onderdeel van landinrichtingsprojecten, maar vervolgens via recreatieplannen en uitvoeringsprogramma’s verder uitgebouwd. Ook begrenzingen en bestuurlijke eenheden hebben zich steeds verder ontwikkeld. Van Bufferzone Amsterdam Purmerend naar Landschap Waterland, naar Regio Waterland, naar Nationaal Landschap Laag Holland en Groene Long naar Regio Laag Holland. In 2018 is
Veenweidegebied
Droogmakerijen
Markermeeroever met dijkversterking
Binnenduinzoom
Alkmaardermeer
Bunker uit de Stelling van Amsterdam 11 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland
daar als laatste het Perspectief Amsterdam Wetlands overheen gelegd, om de ontwikkeling van nog meer gebiedsspecifieke identiteit en nog meer integrale kwaliteit te stimuleren en initiatieven te geleiden. Deel van dit Perspectief Amsterdam Wetlands is het ontwikkelen van een ‘Recreatief Grid’, omschreven als: ‘Een raamwerk voor een beleving van natuur, landschap en erfgoed in de context van de sterk groeiende metropool regio. Dit Recreatieve Grid of netwerk bestaat uit een ruimtelijk raamwerk van routes, plekken en zones. Het bestaat uit inmiddels behoorlijk intensieve en goed georganiseerde netwerken voor wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, sloepvaren. Vaak vrijliggend in het landschap, soms gebundeld tot recreatieve hoofdroutes, met route aanduiding via knooppuntensystemen, en een aantal doorgaande landelijke routes. Maar ook virtuele beleving is inmiddels een laag in het netwerk, via app’s en locatiegebonden podcasts, virtuele exposities etc. De kaart Bestaand Recreatief Netwerk geeft een overzichtsbeeld van deze huidige situatie. Het vormt de basis voor verdere optimalisatie.
Kaart Noord Holland Midden inclusief begrenzing Laag Holland obv Landschap en Geomorfologie
3.3 Veranderend landschap; Maatschappelijke opgaven als basis voor Optimalisatie Recreatief Netwerk Nederland, en ook Laag Holland, staat opnieuw aan het begin van een ingrijpende verbouwing. Klimaatverandering, energietransitie, demografische ontwikkelingen liggen daaraan ten grondslag. De klimaatverandering – en gerechtelijke uitspraken – zet de overheid aan tot ingrijpende maatregelen op het gebied van stedenbouw, energie infrastructuur, natuur, milieu, landbouw, bouw en mobiliteit. Daarnaast is er is een migratiestroom in de wereld gaande door klimaatverandering en oorlogsvoering. Nederland is een netto ontvanger van migrantenstromen. De geografische ligging, bestuurlijke stabiliteit, de fysieke en sociale veiligheid en het hoge welvaartsniveau trekt mensen van overal aan. Migratie voorziet ook in vervulling van vacatures in alle sectoren die door bestaande inwoners niet vervuld kunnen worden, mede door de sterke uitstroom van de pensionerende beroepsbevolking. Met deze ontwikkelingen neemt de druk op het gebied toe. Ook zal de druk op de groene gebieden sterk gaan toenemen door de sterk stijgende en vergrijzende bevolking (in 2030 +11% tov 2019) en de verwachte stijgende toeristenstroom (+38% in 2030 tov 2019).
Het recreatieve netwerk zal verbouwd moeten gaan worden om die toenemende en veranderende vraag aan vrijetijdsmogelijkheden te geleiden en tegelijk te werken aan versterking van de natuur- en milieukwaliteit in de regio. Daarnaast wordt het landschap optisch steeds kleiner, en daarmee het gevoel van weidsheid. Niet alleen door ontwikkelingen Laag Holland zelf, maar ook daar omheen. Oorzaken daarvan zijn 1. de hoogbouw in steden en uitbreiding van het bebouwd oppervlak in dorpen en steden. 2. De energieproductie en transport, mn van elektriciteit. Hoge windmolens en 380 kV transportleidingen. 3. Natuurontwikkeling, met name de transformatie van veenweide naar ‘levend veen’, zoals in Amsterdam Wetlands voor een aantal gebieden als doel is beschreven. Riet en moerasbosjes leveren een totaal andere ruimtebeleving en een grotere recreatieve opvangcapaciteit. 4. Landbouwbeleid vanuit EU en Rijk. De landschappelijke effecten van dit beleid zullen grote impact hebben op hetb landschap. Enerzijds diversificatie en de transitie naar duurzame landbouw met meer landschappelijke kwaliteit, anderzijds het nog sterker doorgroeien van grootschalige landbouw, met uitgestrekte doodse raaigrasweiden als ‘green deserts’, naast bloemrijke weiden als schril contrast, en de oorverdovende stilte bij het ontbreken van de weidevogels in het voorjaar.
Recreatie is als functie niet sterk genoeg om landschappelijke verrijking Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 12
Kaart Bestaand Recreatief Netwerk Laag Holland Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 13
Kaart Recreatieve Projecten en overgebleven Knelpunten Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 14
Voorbeelden van forse stedelijke ontwikkelingen, boven IJburg 2, rechts Sluisbuurt, beide Amsterdam en grenzend aan Laag Holland. Onder de nieuwe stijl hoogspanningsmasten die ook in LaagHolland zullen worden geïntroduceerd.
Het landschap diversificeert. Enerzijds levend veen met meer beslotenbeleving. Anderzijds grootschalige landbouw die leidt tot doodse raaigrasweiden en ontbreken van weidevogels. Met deze ontwikkelingen verandert ook de landschappelijke beleving voor de recreant. Voorbeelden van Integrale landschappelijke ontwikkelingen, boven impressie van de ‘Precisie-productiepolder’, rechts de ‘Weidse Wetlands’, uit ‘De Cirkel Rond?’ (het PON en Telos/Studio Marco Vermeulen, 2021)
af te dwingen, het zal het moeten doen en mee moeten liften op het beleid en de ontwikkelingen in het landschap. In het kader van dit project zijn beleidsplannen en -visies gescand op de voor recreatie relevante voorstellen. Dit is niet eenvoudig. De huidige tijd kenmerkt zich door een groot aantal fundamentele ontwikkelingen, die vrijwel allen een invloed hebben op landschap en op de beleving daarvan. Dit betreft aan de ene kant de ontwikkelingen die de recreatieve opgave beïnvloeden, zoals bevolkingstoename die zich vertaalt in vele concrete bouwprojecten, trends in thuiswerken en daardoor meer recreatief gebruik van het landschap, maar ook nieuwe ontwikkelingen in nieuwe modaliteiten als e-bikes, steps en dergelijke die de actieradius vergroot en de eerdere leeftijdsbeperkingen verkleint. Aan de andere kant spelen er grote ontwikkelingen in het landschap die invloed gaan hebben op de recreatieve mogelijkheden daarin. Zo zijn er een aantal grote opgaven, zoals klimaat, biodiversiteit, waterkwaliteit, stikstof, landbouw, energie en wonen.
Kaart van ‘De Cirkel Rond?’ met daarin zowel de stedelijke ontwikkkelingsprojecten als de integrale ontwikkeling van nieuwe productielandschappen,.(het PON en Telos/Studio Marco Vermeulen, 2021), 15 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland
De meest urgente opgave betreft het veranderend klimaat, waardoor de zeespiegel stijgt en neerslagpieken toenemen, langduriger droogtes voorkomen en regelmatig periodes van stedelijke hitte. De maatregelen hiervoor bieden allen kansen voor meer recreatieve voorzieningen en kwaliteiten, zoals bredere duinen, natte natuur- en waterbergingsgebieden en nieuwe klimaatbossen. Daarnaast de minstens zo veelomvattende opgave voor herstel van biodiversiteit, als waarde en graadmeter van een gezond wereld-ecosysteem. Hierin concrete voornemens voor uitbreiding van natuurareaal, herstel van natuurrijke natte of gradiëntsituaties in landbouwgebied, herstel van waterkwaliteit door nieuwe natuuroevers, natuurinclusieve landbouw en natuurinclusieve stedelijke ontwikkeling, en nieuwe bos- en recreatiegebieden als compensatie voor de toegenomen recreatiedruk in de bestaande natuurgebieden. Ten derde de landbouw. Met hierin als hoofdlijn de transitie naar ‘regeneratieve’ landbouw. Deze zal mogelijk kleinschaliger zijn, gevarieerder, en meer gericht op plantaardig voedsel. Met de bodem weer als centrale waarde in het proces, en daarmee de koppeling aan de positie in het landschap, met tuinbouw op de kleigronden en natte teelten in de veengebieden. Daarin ook meegenomen de oplossingen van de stikstofproblematiek, biodiversiteitsherstel, en het principe van circulariteit.
Energie is ook relevant, met bijvoorbeeld biodiverse zonneakkers die een historische kleinschaligheid en recreatieve dooradering in het landschap kunnen terugbrengen. Maar aan de andere kant ook windturbines de de landschappelijke beleving zullen veranderen. Ten slotte ook wonen, waarbij voor een groeiende bevolking (door zowel autonome groei als (klimaat)migratie) fors bijgebouwd zal worden, maar waarin ontwikkelen volgens de huidige inzichten zal leiden tot een betere groene dooradering en recreatieve mogelijkheden.
de recreatieve structuur doen we, mede op basis van interviews met stakeholders, een aantal concrete voorstellen hiervoor. Daarnaast hebben we zoals gezegd een grote hoeveelheid beleidsplannen en -visies gescand op de voor recreatie relevante concrete voorstellen. In de volgende paragraaf geven we hiervan een samenvatting. 3.4 Concrete beleidsambities Optimalisatie Recreatief Netwerk Wat betreft verdere optimalisatie van recreatie is de afgelopen jaren een groot aantal beleidsnotities, visies en plannen opgesteld. In samenspraak met de opdrachtgever zijn hiervan de meest relevante regionale stukken geïnventariseerd en samengevat. Hoofdstuk 8 Bronnen toont de volledige lijst aan geïnventariseerde stukken. Hierin een grote variëteit aan abstractieniveau, van globale voornemens tot concrete padenvoorstellen. De belangrijkste punten uit de provinciale en regionale input is themagewijs in beeld gebracht in de kaartjes op de volgende pagina’s. Daarnaast zijn ook de meer lokale visies en plannen gescand op elementen voor een verbeterd recreatief netwerk. In de kaart Voorstel Optimalisatie Recreatief Netwerk zijn al deze punten zo goed mogelijk verwerkt.
Er gaan stemmen op om deze nu nog vaak sectoraal benaderde opgaven meer integraal te gaan benaderen, gebiedsgewijs, als feitelijk de enig realistische route om de noodzakelijke vooruitgang op al deze thema’s te boeken. In deze ‘gebiedsontwikkeling’ is het zeer goed mogelijk om recreatie als ‘zachte waarde’ integraal mee te nemen. Dus ontwikkelen van integrale recreatieve natuurlandschappen op cruciale plaatsen in de natuurstructuur. Of ontwikkelen van integrale recreatieve landbouwlandschappen, naar Engels voorbeeld. Of recreatieve en natuurgerichte klimaatbuffers rond de bestaande steden, voor waterberging, rietlandnatuur en groene uitloopmogelijkheden. In de optimalisatie van 16 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland
Wandelrecreatie Wandelen was altijd al populair, maar door vergroting van de mogelijkheden, veroudering van de bevolking én de uitbraak van de Coronapandemie, blijft wandelen naar verwachting booming. Het netwerk is goed. Laag Holland is de regio waar gestart is met de inrichting van regionale routenetwerken tot uiteindelijk een provinciedekkend wandelnetwerk. De portal www.wandelnetwerk-noordholland.nl is met 1 miljoen bezoeken per jaar de best gebruikte wandelwebsite en app van Nederland. In het netwerk zijn veel boerenlandpaden opgenomen, in Laag Holland nu 14 kilometer, doorgaans open, maar soms gesloten in verband met weidevogels, wintervogels of lammeren. Hiernaast bestaan nog andere informele paden. Zoals beschreven kan dit formele of informele padennet nog verder toenemen als onderdeel van de integrale landschapstransities. Verdere versterking van wandelrecreatie is in Laag Holland nauwelijks aan de orde. Feitelijk de enige ontwikkeling die speelt is het doorgaande Fiets/Wandelverbinding als onderdeel van de dijkversterking Hoorn-Amsterdam.
Fietsroutes Na wandelen is fietsen het meest populair. Dit fietsen is zowel utilitair als recreatief, een scheiding is niet te maken. Voor veel fietsers is de rit van en naar werk ook bedoeld voor ontspanning en vrijetijdsbesteding. De gewenste versterking van fietsstructuur volgt met name uit de volgende bronnen: Perspectief Fiets - Provincie Noord-Holland, en Visie Fietsersbond. De focus ligt vooral op woon-werkverkeer, met ‘Doorfietsroutes’ tussen alle grotere kernen binnen Laag Holland. Daarvan heeft de Doorfietsroute langs de Zaan via Castricum naar Alkmaar prioriteit. Daarnaast is weer de doorgaande Fiets/Wandelverbinding in de dijkversterking Hoorn-Amsterdam belangrijk en een aantal andere sterker recreatieve routes, zoals door WaterlandOost, tussen Zaanstad en Heiloo en tussen Hoorn en Alkmaar. Tenslotte worden vanuit de fFetsersbond een aantal concrete aanvullingen aangegeven, met name rondom Uitgeest en Castricum, parallel aan de spoorlijnen aldaar. Aandachtspunt vormt het medegebruik van fietspaden door nieuwe vervoersmiddelen zoals e-bikes, bakfietsen, brommers, scootmobielen, hooverboards, die makkelijk tot 25 km/uur halen in plaats van de circa 15 km/uur door normale fietsen. Naast de genoemde
Aanbeveling Verbetering Wandelrecreatienetwerk Laag Holland
Aanbeveling Versterking Fietspadennetwerk Laag Holland 17 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland
wensen voor nieuwe paden moet het gehele bestaande netwerk beoordeeld worden op waar maatvoering hiervoor moet worden aangepast. Dit dient in ieder geval te gebeuren in het kader van groot onderhoud/vernieuwing die eens in de twintig tot veertig jaar speelt. We adviseren om daarbij te variëren met inrichtings- en onderhoudsniveaus van paden, passend in de gewenste zonering van recreatieve druk. Op die manier kan de infrastructuur bijdragen aan de gewenste spreiding en de verschillende snelheden van het fietsverkeer, zowel utilitair als recreatief. Deze gedifferentieerde verbetering van het padennetwerk kan gefinancierd worden uit de investeringsprogramma’s fiets van de Vervoerregio Amsterdam en van Provincie NH.
Uitgeestermeer). 3.- Sloepenvaart, informele categorieën E, F op BRTN netwerk en de grotere en diepere tochten en vaarten in de ‘velden’: Eilandspolder, polder Westzaan, Wormer en Jisperveld, Oostzaner en Ilperveld, Varkensland en Waterland oost. 4.- Kleine waterrecreatie (fluisterpunters, kano’s, sup’s) categorie G in de velden. 4.- Durfsporten: Kiten, windsurfen, foilen, wakeboard waterski en duiken op specifiek daarvoor aangewezen locaties. 5.- Zwemmen: op specifiek daarvoor aangewezen en ingerichte locatie. 6.- Vissen: volgens toewijzing van visrechten voor sportvissers, met bijna 10% van de bevolking een belangrijke vrijetijdsbesteding. Op de volgende pagina wat beelden van deze typen.
Waterrecreatie Een diverse recreatievorm die hoort bij Laag Holland. Verschillende vormen passen het meest bij bepaalde deelgebieden. 1.- Zeilen op grotere plassen: Alkmaardermeer, Stootersplas, Jagersplas, Aeën en Dieën en uiteraard op de Gouwzee en Markermeer. 2.- Recreatietoervaart, categorieën A t/m D en sportieve roeiboten op het BRTN netwerk (NH kanaal, Zaan, Nauernasche vaart, Broekervaart, De Where, ringvaarten Beemster, Schermer, Purmer, Wijde Wormer, Alkmaarder- en
Versterking van waterrecreatie volgt met name vanuit de bronnen: Visie Waterrecreatie Provincie Noord Holland, Diverse gemeentelijke plannen, en het Recreatieplan Laag Holland. In vrijwel alle gemeentelijke plannen wordt het stimuleren van waterrecreatie genoemd. Van sloepenroutes en betere doorvaarbaarheid tot het bevorderen van actieve watersporten. Provinciaal wordt ingezet op zonering en scheiding van verschillende gebruikersgroepen, met name sturing van kite-surfen naar ‘durf-spots’, onder andere om ook rustiger waterrecreatie mogelijk te houden. In het eerdere recreatieplan wordt een aantal knelpunten benoemd. Een deel is of wordt opgelost in het programma Aquapunctuur, zoals herstellen van een aantal beweegbare bruggen, overhalen en realiseren van veilige oversteken. Ten slotte spelen een aantal mogelijke te herstellen vaarroutes. Zoals de
Aanbeveling Verbetering Waterrecreatienetwerk Laag Holland
18 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland
Haarlemmertrekvaart of de doorvaart en dam bij Marken, om Monnikendam beter aan het IJmeer te koppelen. Maar voor de meeste van de bovenstaande categoriën is vooral het baggeren van watergangen de belangrijkste opgave voor de komende periode. Dit speelt vooral in de veengebieden, de ‘velden’. Het veen breekt door verzoeting steeds sneller af tot bagger, dat zich ophoopt op de slootbodems. Vele watergangen zijn hierdoor feitelijk onbevaarbaar, de kleine watergangen zeker, maar ook de grotere wateren als doorgaande vaarroutes. In opdracht van de gemeenten in de ZaanstreekWaterland is in 2021 een inventarisatie gedaan van de baggerproblematiek voor de waterrecreatie, waaruit een heldere opgave volgt. De verantwoordelijkheid voor het onderhoud aan de sloten door de eigenaren en gebruikers van het aangrenzende land is moeilijk af te dwingen. Daarnaast speelt ook de beperkte financiële middelen en menskracht bij grootgrondbeheerders zoals de natuurbeheerorganisaties en sommige kleine grondbeheerders, mensen met eigen percelen in de velden die zij hobbymatig gebruiken. Het Hoogheemraadschap houdt zelf planmatig de vaarten op diepte, waarbij de maatvoering voor goed waterpeilbeheer leidend is.
Uitdiepen of verbreden van vaarten en sloten voor recreatie wordt bij gemeenten of recreatieschappen neergelegd, waarna het wel in de legger wordt opgenomen om vervolgens door hen of derden in het regulier beheer te kunnen worden opgenomen. Naast baggerproblematiek speelt ook de relatie tussen natuurwaarden en waterrecreatie. Bouwprojecten, zoals bv Kanaalzone Alkmaar en de nieuwe woonwijken aan het water van Maak Noord Zaanstad, zijn steeds meer gekoppeld aan water, en leiden tot toename van recreatievaart. Ook wonen op het water, en ontwikkeling van drijvende recreatiewoningen maken de druk op water en oevers steeds groter. Project vitaal AUM zoekt naar nieuwe balans tussen natuur- en recreatiewaarden. De opgave die er voor HHNK ligt om in 2027 aan de doelstellingen van KaderRichtlijn Water te voldoen zullen resulteren in meer natuuroevers en meer watervegetaties. Deze beide opgaven moeten worden afgestemd, waarbij een goede zonering het meest effectief lijkt. Ook in het Markermeer en IJmeer speelt dit, met name door opkomen van de (ecologisch positieve) vegetaties van de drijvende fonteinkruiden. In het project Panorama Markermeer-IJmeer is in verband hiermee een dergelijke zonering voor de oeverzone voorgesteld, afgestemd op verschillende natuurpotenties en op de bestaande recreatieve voorzieningen aan de Markermeerkust. Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 19
knooppunten in het metropolitane spoor- en HOV netwerk, in Zaanstad in combinatie met oa woningbouw, en met versterking van het HOV busnetwerk in de kuststreek. In de oostflank van Laag Holland inzetten op fiets-HUBS aan de randen. Ten slotte speciale aandacht voor de Buitenpoorten, knoppunten met een directe ligging aan groen, voor laagdrempelige natuurbeleving. In Laag Holland zijn dit Wormerveer, Purmerend-Tramplein en Station Noord Amsterdam.
Openbaar Vervoer Versterking van het OV systeem volgt met name vanuit de volgende bronnen: Regionaal OV toekomstbeeld 2040; Handboek buitenpoorten; Strategie programma OV-knooppunten. Hierin wordt ingezet op versterking van de grotere regionale knooppunten gekoppeld aan het sneltrein spoornetwerk, daarnaast diverse kleinere
Toerisme Versterking van toerisme volgt met name vanuit de volgende bronnen: MRA; Regionale visie verblijfsrecreatie Noord Holland Noord; en Diverse gemeentelijke visies. Hierbij wordt ingezet op het aantrekken van toeristen door het uitbreiden van toeristische locaties, met name in de gemeente Edam-Volendam en Zaanstad, en ook Castricum. Daarnaast ook door het versterken van toeristische attracties in het groen: Museummolen Schermerhorn, Etersheimerbraak, Wormer- en Jisperveld, Waterland-Oost - Waterlandse Poort, Twiske en Ilperveld/Varkensland, Eilandspolder, Zwaansmeer/Erfgoedpark De Hoop, Buitenlanden/Landgoed Rorik/Stelling v
Aanbeveling Versterking recreatieknooppunten OV-netwerk Laag Holland
Aanbeveling Versterking structuren tbv Toerisme Laag Holland Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 20
Amsterdam. Uitbreiden gebouwde toeristische locaties (rood): Alkmaar (Kaasstad), De Rijp (werelderfgoed Beemster, Leeghwater) en Middenbeemster (werelderfgoed) beide voor fijnproevers, Purmerend (centrum, Koemarkt), Gouden driehoek met Monnickendam, Volendam, Edam, Marken voor zowel massa als fijnproevers. Hoorn (net buiten Laag Holland). In Hoorn en Alkmaar als oude steden focus op hotels en Short Stay, en in het duin- en kustgebied focus op internationale gasten en Long Stay. Verder wordt verblijven aan het water gestimuleerd in het Alkmaardermeergebied en de nieuwe oeverdijk en stadsstrand bij Hoorn. Vanuit de MRA, met name Amsterdam, is er juist de ambitie toeristen te verspreiden, door te organiseren dat toeristen binnen 45 min op een toeristisch punt kunnen zijn, en door realisatie van landschappelijke fietsroutes. Landschap Aandachtspunt of versterking van landschappelijke eenheden volgt met name vanuit de volgende bronnen: Programma Amsterdam Wetlands; Voorstel IBP Vitaal Platteland; Kennisdocument natuur van het Oer-IJ; Brief Groene Combinatie. Daarbij onderscheid in gebieden met zo mogelijk groeiend veen, in Polder Westzaan en in
Aanbeveling Versterking aspecten Landschap Laag Holland
Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske, natuurinclusieve landbouw in de overige veenweidegebieden en reguliere landbouw in de grote droogmakerijen. Daarnaast ontwikkeling van brakke Oer-IJ natuur en behoud en versterking van veenweiden voor het versterken van de groene corridor tussen Beverwijk en Zaanstad. Ten slotte concreet de zes projecten IBP-VP (Burkmeer, Ilperveld, RAUM, Waterland-Oost, Landelijk Noord, Wormer- en Jisperveld). 3.5 Interviews relevante stakeholders Belangrijk onderdeel van het proces om te komen tot een versterkt Recreatief Netwerk is het congres Recreatie en Toerisme Laag Holand op 18 november 2021 geweest. Hier is afgesproken om met de meest relevante stakeholders in een aantal 1op1 gesprekken nader te discussieren. Over de eerste schetsen, maar vooral ook over de recreatieve structuur en principes, mogelijke verbeteringen daarin op basis van de veranderende tijden en mogelijke andere organisatie- en financieringsmodellen. Deze stakeholders waren de partners van Amsterdam Wetlands, gebiedsbeheerders, beleidsmakers, recreatieondernemers, etc. Hun reacties en visies hebben ons gesterkt een ambitieuze visie neer te leggen met twee niveaus.
Een basisniveau op basis van het hiervoor samengevatte vastgestelde beleid en eerdere visies, maar daarnaast ook een niveau met een hogere ambitie op basis van een nieuwe benadering van recreatie als onderdeel van een integraal landschap. Deze beschrijven we beide in de volgende hoofdstukken.
Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 21
Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 22
4
BESTEMMING LAAG HOLLAND & ONTWIKKELING TOERISTISCH-RECREATIEVE VRAAG
In dit hoofdstuk kijken we naar de kenmerken van de bestemming Laag Holland, de huidige toeristische vraag en de verwachte ontwikkeling daarvan. 4.1 Toeristisch-recreatief profiel en doelgroepen Laag Holland Bestemming Laag Holland Het Nationaal Landschap Laag Holland is een gebied in Noord-Holland net boven Amsterdam. De regio wordt van origine gekenmerkt door ondernemerschap en innovatiekracht en kent diverse beschermde dorpsgezichten. Onder de naam ‘Laag Holland’ is de afgelopen jaren gewerkt aan de verbinding in en de zichtbaarheid van de regio. Het resultaat daarvan is een duidelijke samenhang in het aangeboden product bestaande uit onderling verbonden elementen zoals: • Hollands Laagland onder zeeniveau • Innovatief erfgoed • Oorsprong in zee- en walvisvaart • Voedselproductie van wereldklasse • Typerende architectuur en houtbouw Internationaal wordt het gebied gepromoot als ‘Old Holland’ vanuit het programma ‘Amsterdam Bezoeken, Holland Zien’ (dit is een samenwerking binnen de Metropoolregio Amsterdam)1. Laag Holland heeft veel unieke en onderscheidende kenmerken. Een uniek stukje écht Holland boven het Noordzeekanaal. Hier vind je klassieke, pittoreske dorpen en steden met elk hun authentieke cultuur en architectuur, tallozen monumenten die de verhalen van weleer vertellen en twee UNESCO werelderfgoederen.
Kortom, een enorm en divers aanbod aan recreatieve mogelijkheden en dit alles omringd door eindeloos veel groen en water. Landelijk gebied op slechts een steenworp afstand van de grote steden Amsterdam, Alkmaar en Hoorn. (uit: Bureau Toerisme Laag Holland Marketingplan, 2021) 1. (S)Laag Samen, Perspectief voor herkenbare en vraaggerichte regiomarketing en bestemmingsontwikkeling in Laag Holland (DestinatieX, concept dec 2021) 2. Jaarverslag Zaanse Schans, 2019
In het gebied liggen diverse recreatieve hotspots. Enkele voorbeelden zijn: • Zaanse Schans (circa 2,5 miljoen bezoekers in 2019)2. De Zaanse Schans is een vrij toegankelijk woon- en werkgebied anno 1850. De buurt met daarheen verplaatste rijksmonumentale houten gebouwen en industriemolens uit de Zaanstreek is in 1963 opgericht. In de loop der tijd is het gebied aangevuld met diverse cultuurhistorische musea, ambachtswinkels en horeca. • Kaasmarkt van Edam (bezoekersaantal onbekend) In de middeleeuwen vormde de Edammer kaasmarkt het centrale punt in de stad. Hier brachten boeren hun kazen om te worden gewogen, verkocht en geëxporteerd naar het buitenland. Edam is één van de vijf steden in Nederland waar nog een boerenkaasmarkt wordt gehouden. • Vissersdorp Volendam (Volendam en Edam ontvangen jaarlijks ongeveer 1,4 miljoen bezoekers) 3. Het authentieke vissersdorp Volendam ligt aan het Markermeer, niet ver van Amsterdam. Volendam staat onder meer bekend om de haven, vishandel, het authentieke Nederlandse karakter en de traditionele Volendammer klederdracht. • Het eiland Marken (jaarlijks circa 400.000 bezoekers) 4. Marken is een voormalig eiland – nu een schiereiland – in het Markermeer dat sinds 1957 via een dijk met het vasteland is verbonden. Marken staat bekend om de kleurrijke klederdracht en de houten woningen op terpen.
Deze karakteristieke manier van huizenbouw is uniek en nergens anders ter wereld te vinden. • Droogmakerij De Beemster (Bezoekersaantal onbekend) Sinds 1999 staat droogmakerij de Beemster op de UNESCO lijst van werelderfgoederen. Daarnaast wordt De Beemster als nationaal landschap aangemerkt en maakt het sinds enige tijd deel uit van de Canon van de Nederlandse geschiedenis als succesvol voorbeeld van de nationale traditie van waterbeheersing. 3. Horecavisie Edam-Volendam, 2021 4. Toeristische Visie Waterland 2015-2025
23 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland
• De Stelling van Amsterdam (bezoekersaantal onbekend): De Stelling van Amsterdam is een monumentale verdedigingsring van 42 forten, 4 batterijen en een aantal dijken en sluizen. Sinds 1996 is door UNESCO het belang van deze historistische Nederlandse linie erkend en staat de Stelling op de lijst van UNESCO Werelderfgoed. Verscheidenheid aan doelgroepen De inwoners van Laag Holland worden gezien als een belangrijke doelgroep omdat zij vaak op stap gaan in hun regio. Daarnaast kent de regio een verscheidenheid aan bezoekers. Hierin wordt in eerste instantie onderscheid gemaakt tussen: • De nationale dag- of meerdaagse bezoeker • De internationale dag- of meerdaagse bezoeker De nationale bezoeker komt uit overige delen van het land en laat zich voornamelijk verleiden door een uniek en authentiek aanbod voor een (meer)daags bezoek. Laag Holland is ook zeer populair onder internationale bezoekers, maar voor een groot deel is een bezoek aan Laag Holland ‘slechts’ onderdeel van een langduriger bezoek aan Amsterdam. Zij besteden gemiddeld 2,5 uur in de regio, waarbij met name highlights als de Zaanse Schans, Volendam en Marken worden bezocht.5
aantal verblijfstoeristen van ons land. Uit de enquête voor het onderzoek naar toeristische druk, draagkracht & ontwikkelruimte in de MRA dat Bureau BUITEN in 2021 uitvoerde, volgt dat er in Zaanstreek-Waterland in 2019 naar schatting zo’n 1,2 miljoen toeristische overnachtingen werden geregistreerd (zie figuur 2) 7. De verblijfscapaciteit van bedden, kampeer- en huisjesterreinen is geschikt voor ongeveer 5.800 personen er zijn circa 1.317 AirBnB listings in 2019. In Amsterdam werden in 2019 maar liefst 21,8 miljoen overnachtingen geregistreerd. De gemeente kent een verblijfscapaciteit van ongeveer 91.700 personen en er zijn circa 22.700 AirBNB-listings.
Amsterdam
10,4
MRA
13,2
Noord-Holland
15,5
Nederland
45,9 0
10
20
30
40
50
Figuur 1: Aantal verblijfstoeristen 2019 x miljoen
Om de identiteit van Laag Holland per doelgroep extra aan te scherpen is door DestinatieX in 2021 een verdiepingsslag gemaakt en onderzoek gedaan naar het toeristisch profiel van Laag Holland en haar kernen. 4.2
Huidige toeristische vraag
Aantal verblijfstoeristen en overnachtingen In 2019 waren er in Nederland in totaal 45,9 miljoen verblijfstoeristen (zie figuur 1), waarvan er 15,5 miljoen in de provincie Noord-Holland verbleven. De Metropoolregio Amsterdam ontving 13,2 miljoen verblijfstoeristen, waarvan er 10,4 miljoen in Amsterdam verbleven.6 . Alhoewel er voor Laag Holland geen cijfers beschikbaar zijn over het aantal verblijfstoeristen, ligt de regio in de provincie met het hoogste
Figuur 2: Aantal overnachting 2019 x miljoen
5 Bureau Toerisme Laag Holland, Marketingplan (2021) 6 CBS, Openresearch.Amsterdam (berekening OIS)
7 Er is helaas geen exact beeld beschikbaar voor het gebied Laag-Holland zoals dat voor het recreatieve netwerk is afgebakend
24 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland
Dagbezoek Laag Holland is met name een populaire bestemming voor dagbezoek. Alhoewel de regio relatief weinig verblijfstoeristen trekt, trokken de vier grootste recreatieve hotspots van Laag Holland in 2019 in totaal maar liefst 5,5 miljoen bezoekers (ter vergelijking telde Amsterdam in 2019 11,3 miljoen unieke dagbezoekers): • Zaanse Schans: 2,5 bezoekers in 2019 • Volendam: 1,4 miljoen bezoekers in 2019 • Marken: 0,4 miljoen bezoekers in 2019 • Het Twiske: 1,2 miljoen bezoekers (en 1,6 miljoen in 2020)
Bevolkingsgroei Figuur 3 laat zien dat de bevolking in Laag Holland naar verwachting met 9,2% toeneemt in 2040 t.o.v. 2019. In Amsterdam gaat de bevolking in die tijdsspanne maar liefst met 25% groeien. De Verstedelijkingsagenda MRA verwacht tot 2050 zelfs nog een grotere groei. Daarnaast is ook in de regio Alkmaar sprake van een groeiend aantal inwoners die deels in Laag Holland zullen recreëren. Deze aanzienlijke bevolkingsgroei gaat gepaard met een evenredige – en dus eveneens aanzienlijke – groei van de recreatiebehoefte.
Daarnaast heeft Laag Holland een grote thuismarkt: het aantal inwoners van Zaanstreek-Waterland en Amsterdam Noord bedroeg in 2020 ongeveer 580.000 personen. Zij maken veel gebruik van de recreatievoorzieningen in eigen omgeving. Als we er vanuit gaan dat op een zonnige zondag (de 5e drukste dag) circa 11,4% gaat wandelen en 7% gaat fietsen, dan komt dat uit op 66.000 wandelaars en 40.000 fietsers uit de eigen omgeving op zo’n dag. Uit CVTO-data (die regionaal zijn uitgesplitst voor Zaanstreek-Waterland) blijkt dat jaarlijks in Zaanstreek-Waterland meer dan 11 miljoen buitenrecreatie-activiteiten plaatsvinden (wandelen, fietsen, zwemmen, picknicken), plus 9,5 miljoen sportieve activiteiten en meer dan 6 miljoen horecabezoeken. Kijken we naar het aandeel van Zaanstreek-Waterland binnen de MRA (exclusief Almere-Lelystad), dan zien we dat van alle buitenrecreatie-activiteiten in de MRA, 13% in Zaanstreek Waterland plaatsvindt. Uit het bovenstaande concluderen we dat Laag Holland te maken heeft met een behoorlijke recreatieve druk op het landschap. Opvallend is dat in de regio Zaanstreek-Waterland, dat het grootste deel van Laag Holland beslaat, de omvang van dagrecreatie groter is ten opzichte van de omvang van verblijf. In veel andere regio’s in de MRA is dat omgekeerd (in verhouding meer verblijf dan vermaak) 8. 4.3
Figuur 3: Bevolkingsgroei Laag Holland en Amsterdam
Trends en ontwikkelingen wijzen op verdere toename recreatiebehoefte in de toekomst
Zoals uit de vorige paragraaf bleek, trekt het Nationaal Landschap Laag Holland vanwege haar hotspots en unieke landschap veel bezoekers en toeristen. Bovendien recreëren eigen inwoners en die uit de aangrenzende stedelijke gebieden er ook graag en vaak. De verwachting is dat die recreatiebehoefte vanwege een aantal trends en ontwikkelingen in de toekomst verder toeneemt. Met name de bevolkingsgroei, vergrijzing, toenemende verstedelijking, een groeiend belang van buiten zijn en groeiend internationaal toerisme spelen hierbij een belangrijke rol. 8. Ontwikkelperspectief recreatie en toerisme MRA (Bureau BUITEN en Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd, concept 2-2-2022)
In figuur 4 is aangegeven wat in Zaanstreek-Waterland de toename van het aantal vrijetijdsactiviteiten zal zijn in 2030 (ten opzichte van 2018), op basis van de groei van het aantal inwoners van alleen Zaanstreek-Waterland. Het gaat onder meer om ruim 800.000 extra buitenrecreatie-activiteiten en 700.000 sportieve activiteiten. De toename van recreatie-activiteiten door de toenemende bevolking in Amsterdam en Alkmaar en omgeving komt hier nog bovenop.
25 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland
Toename vrijetijdsactiviteiten 2030 (x1000) Uitgaan Winkelen voor plezier Sportwedstrijden Wel lness Bezoek evenementen Bezoek attracties Sport en sportieve recreatie Watersport Fietstocht voor het plezier Wandelen voor het plezier Buitenrecreatie 0
100 2 00 300 400 500 600 700 800 900
Figuur 4 Toename vrijetijdsactiviteiten in de regio Zaanstreek Waterland tot 2030, o.b.v. toename eigen inwoners 9
Kwalitatief gezien zijn er ongetwijfeld veranderingen in het recreatief gedrag, maar routegebonden recreatie – in welke vorm dan ook – en verblijf in groene gebieden en aan en op het water, zullen daar hoe dan ook een belangrijke component in vormen. Het toenemend aantal en aandeel van eerste, tweede, derde en vierde generatie migranten heeft mogelijk een enigszins dempend effect op de groei van routegebonden recreatie, maar het gaat dan hoogstens om iets minder groei en zeker niet om minder. Vergrijzing Naast bevolkingsgroei, zien we ook verschuivingen in de bevolkingssamenstelling. De vergrijzing neemt langzaam toe: 24% van de Nederlandse bevolking is jonger dan 20 jaar en bijna 17% is 65+. Ruim 5% is zelfs 80 jaar of ouder. Volgens de bevolkingsprognose van het CBS zal de vergrijzing zich in de toekomst verder voortzetten. Het aantal ouderen neemt toe tot zo’n 26% 65-plussers en 11% 80-plussers in 2060. Relatief meer oudere mensen met meer beschikbare middelen en tijd zullen resulteren in een groeiende vraag naar buitenrecreatie, zeker omdat ouderen relatief veel wandelen en fietsen en dat met de E-bike ook langer blijven doen.
Toenemende verstedelijking In 1800 leefde slechts twee procent van de wereldbevolking in steden. De urbanisatie is versneld en voorspeld wordt dat in 2030 zestig procent van de wereldbevolking in stedelijke regio’s woont. De groei van de Nederlandse bevolking concentreert zich vooral in de Randstad en Noord-Brabant. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht kregen er de afgelopen jaren de meeste inwoners bij. In de Verstedelijkingsagenda van de MRA wordt rekening gehouden met een toename van circa 325.000 woningen tot 2050, waarvan 175.000 voor 2030. Door de verstedelijking is er aan de randen van de stad veel behoefte aan mogelijkheden tot recreëren in het groen. Ook neemt hierdoor de druk op de ruimte in meer landelijke gebieden – zoals Laag Holland – toe. Ter illustratie een – niet volledige – opsomming van belangrijke verstedelijkingsambities in en rond Laag Holland: • In Amsterdam gaat het naast de grote langetermijn-ambitie voor Haven Stad over onder meer om plannen in Amsterdam-Noord, op het Zeeburgereiland en op IJburg, waarvan de plannen in Noord en op Zeeburgereiland zich direct zullen vertalen in extra druk op Laag Holland. • In Zaanstad gaat om de bouw van 20.000 woningen in vier MAAK-gebieden, waarvoor Laag-Holland de ‘achtertuin’ is.
• In de gemeente Purmerend gaat naast diverse verdichtingsplannen onder meer om uitbreidingsplannen in De Purmer en De Beemster, waarvan de bevolkingsgroei zich eveneens vertaalt in meer recreatie in Laag Holland. • Edam-Volendam gaat nog ca. 1.600 woningen toevoegen tot 2040 10 • In Regio Alkmaar zijn er flinke verdichtings-plannen in Alkmaar (transformatie van bedrij-venterreinen aan het Noord-Hollands Kanaal) en Heerhugowaard (stationsomgeving) die van betekenis zijn voor de noord- en westzijde van Laag Holland. • Op iets grotere afstand, maar met name van betekenis voor de waterrecreatie op het IJmeer en daarmee ook voor de kust van Laag Holland, zijn de plannen voor Amsterdam Bay Area die onder andere voorzien in een sterke groei van Almere. Ook IJburg II heeft grote impact voor dat gedeelte van Laag Holland. Alleen al tot 2030 wordt een bevolkingstoename van zo’n 11% verwacht in de MRA 11 Toenemend belang van ‘buiten zijn’ versterkt door corona In 2019 ondernamen Nederlanders zo’n 926 miljoen recreatieve activiteiten buiten, gevolgd door 839 miljoen sportactiviteiten, in Zaanstreek-Waterland waren dat 11 miljoen buitenactiviteiten en 9,5 miljoen sportactiviteiten12. Door de toenemende aandacht voor een gezonde levensstijl en voldoende beweging en de behoefte aan individuele vormen hiervan, zien we een groeiende behoefte aan buitenrecreatie. 10 Concept Omgevingsvisie, 2022
9 Er is helaas geen exact beeld beschikbaar voor het gebied Laag-Holland zoals dat voor het recreatieve netwerk is afgebakend
11 Ontwikkelperspectief recreatie en toerisme MRA (Bureau BUITEN en Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd, 2022) 12 Bron: CVTO
26 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland
Zaanstreek-Waterland • Naar verwachting zal de omvang van verblijfstoerisme (blijven) groeien in Zaanstreek-Waterland. Het aantal verblijfsgasten zal naar verwachting tussen de 23% en 39% toenemen en het aantal overnachtingen tussen de 39% en 46% in 2030 ten opzichte van 2019 (zie tabel 1). Deze prognoses zijn deels gebaseerd op de historische ontwikkeling en geven (vanwege de vele onzekerheden) een bandbreedte weer. • De daadwerkelijke groei van het aantal overnachtingen en verblijfsgasten hangt af van o.a. beleid (in hoeverre wil de deelregio dit accommoderen), de capaciteit (in hoeverre kan de deelregio dit accommoderen) en de onzekerheden rondom de coronapandemie af. Daarnaast zijn dagbezoekers uit de MRA of elders in Nederland ook een bezoekersgroep die de toekomstige situatie nog kunnen beïnvloeden.
Gebieden waar men de natuur kan beleven door zelf actief te zijn – bijvoorbeeld door te wandelen, fietsen of kanoën – worden in toenemende mate populairder. Sinds COVID-19 recreëren mensen bovendien vaker buiten en dichterbij huis en wordt deze behoefte nog extra versterkt. Voor Laag Holland biedt dit kansen voor uitbreiding van dagbezoeken en de bestedingen maar ook uitdagingen op het gebied van bezoekersmanagement en beheer en onderhoud van de recreatieve structuren. De grote behoefte aan buiten zijn heeft in Laag Holland namelijk geleid tot grote drukte in onder meer de recreatiegebieden en op bestaande routestructuren, die in de toekomst verder toe zal nemen. Groeiend aantal toeristen Het NBTC verwachtte pré-corona landelijk een forse stijging van het inkomend toerisme van 19 miljoen in 2018 naar 29 miljoen gasten in 2030. Alhoewel corona in op het moment van schrijven een belangrijke impact heeft op het aantal inkomende toeristen, is de verwachting dat dit uiteindelijk vooral leidt tot vertraging in de groei, maar geen groeistop. Volgens het NBTC zal de markt zich in 2024 weer herstellen, maar we moeten er ook rekening mee houden dat het langer duurt. Corona heeft op de middellange termijn naar verwachting vooral impact op het intercontinentale toerisme.
Deze groep vormt in Amsterdam circa 18% van het totaal aantal overnachtingen en in overig Noord-Holland zo’n 8% (CBS, cijfers over 2019). Vanuit het onderzoek naar het ontwikkelperspectief voor toerisme en recreatie in de MRA 13 zijn schattingen van de ontwikkelingen van het verblijfstoerisme (uit binnenen buitenland) beschikbaar. Met name de inschattingen voor Zaanstreek-Waterland en Amsterdam zijn relevant voor de regio Laag-Holland. 13 Ontwikkelperspectief recreatie en toerisme MRA (Bureau BUITEN en Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd, 2022) 14 De prognoses zijn gemaakt voor de COROP-gebieden vanwege de beschikbaarheid van overnachtingscijfers. Zaanstreek-Waterland behoort tot twee COROP-gebieden. Het COROP-gebied Zaanstreek valt hier volledig onder. Ook omvat Zaanstreek-Waterland een deel van COROP Groot-Amsterdam.
Tabel 1 Groeipercentages 2030 t.o.v. 2019 voor COROP-gebieden Groot-Amsterdam (excl. gemeente Amsterdam) en Zaanstreek
Amsterdam • Voor Amsterdam maken we gebruik van de prognose van OIS (afdeling Onderzoek Informatie en Statistiek van de gemeente Amsterdam). Deze prognose is pre-corona en houdt rekening met het beleid tot en met 2018 (zie tabel 2). Rekening houdend met coronaherstel, verwacht het NBTC dat het binnenlands toerisme in 2022 weer op het niveau van 2019 is en het internationaal toerisme in 2024 weer op het niveau van 2019 is. De prognose van Amsterdam wordt (vanwege corona) dan ook vertraagd, maar is niet per se onbruikbaar. • De stad Amsterdam zal een aantrekkings-kracht houden op nationale, regionale en internationale gasten. De gemeente heeft in 2020 een verordening aangenomen waarin is afgesproken dat het aantal toeristenovernachtingen binnen de bandbreedte van 10-20 miljoen zal blijven. De verwachting is dat hierdoor een waterbedeffect ontstaat waardoor verblijfstoeristen zullen uitwijken naar omliggende gebieden zoals Zaanstreek-Waterland.
Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 27
Alhoewel wandelen en fietsen de populairste buitenrecreatie activiteiten blijven, zien we daarbinnen wel de nodige ontwikkelingen.
Tabel 2 Verwacht aantal unieke verblijfs- en dagbezoekers (in miljoenen) in Amsterdam in 2025 en 2030 met bijbehorende groeipercentages volgens drie scenario’s (bron: OIS) * Het is aannemelijk dat door corona de groei zal worden vertraagd. Het NBTC verwacht dat het binnenlands toerisme in 2022 weer op het niveau van 2019 is en het internationaal toerisme in 2024 weer op het niveau van 2019 is.