Rapport PGB Evaluatie Wooninitiatieven DEF (juli 2024).pdf
Tekst van het document
Rapport Pgb-evaluatie Wooninitiatieven
Projectmedewerkers: Jan Gerben Verzijl Marieke van der Gaag Robert Poleé
15 juli 2024
Inhoudsopgave 1.
De opdracht .................................................................................................................................. 3
2.
Managementsamenvatting ......................................................................................................... 5
3.
Rapportage ................................................................................................................................... 6 Inleiding ............................................................................................................................................... 6 3.1 Beelden uit de interviews Autisme ............................................................................................. 6 3.2 Bevindingen.................................................................................................................................. 7 3.2.1. Perspectief pgb-houder (bewoner) financieel ................................................................ 8 3.2.2. Perspectief pgb-houder (bewoner) organisatorisch ..................................................... 11 3.2.3. Perspectief wooninitiatief .................................................................................................. 13
4.
Adviezen ...................................................................................................................................... 17
5.
Proces & vervolg ......................................................................................................................... 20
Bijlage 1: Methoden ........................................................................................................................... 21 Financiële analyse ........................................................................................................................... 21 Kwalitatieve analyse ....................................................................................................................... 21 Bijlage 2: Kerngetallen Financiële analyse huidig, 2023 ............................................................... 23 Bijlage 3: vereniging of stichting ...................................................................................................... 26 Bijlage 4: Etmaaltarief ........................................................................................................................ 27
2
1. De opdracht In ons gesprek op 30 oktober heeft u aangegeven dat de nadruk bij de vorming en doorontwikkeling van beleid rondom Beschermd Wonen (BW) en Maatschappelijke Opvang (MO) in Amsterdam tot recent gelegen heeft op Zorg in Natura (Zin). Pgb is vanuit de AWBZ inclusief de tarieven, redelijk beleidsarm overgeheveld naar de Wmo. Vanuit MO was geen pgb mogelijk. Inmiddels is hierin vanuit de gemeente Amsterdam een inhaalslag gemaakt. Bij herziening van de Zin, producten MO en BW, is ook het pgb onder de loep genomen. Gevolg is dat de gemeente Amsterdam op 7 juni 2023 nieuw beleid heeft vastgesteld voor het verstrekken van persoonsgebonden budgetten (pgb) voor de voorziening ‘Begeleid Thuis’ (BT). Dit beleid is per 1 juli 2023 ingegaan. Het product pgb Begeleid Thuis (BT) is de vervanger van de voorziening die bekend stond als ‘pgb Beschermd Wonen’ (BW)1. Wijzigingen in beleid omvatten de toegang (bij nieuwe aanvragen en herindicaties), de opbouw van de indicatie en de tarieven. Pgb is hierbij aangepast en in lijn gebracht met dezelfde producten in Zin. Belangenbehartigende partijen, cliëntvertegenwoordigers en zorgaanbieders hebben op verschillende momenten input gegeven ten aanzien van het nieuwe beleid en het beleid is vanuit de gemeente Amsterdam ook aangepast.
Zo is onder andere de definitie van het wooninitiatief verruimd, is een overgangsregeling van 3 jaar voor bestaande pgb BW cliënten ingesteld en is afgesproken dat het nieuwe Pgb beleid BT in de zomer van 2024 (één jaar na invoering) beleidsmatig wordt geëvalueerd. Naast deze aanpassingen is -naar aanleiding van een ingediende motie-, afgesproken om op korte termijn te evalueren wat de impact is van het nieuwe beleid voor mensen die met een pgb BT of BW in een kleinschalig wooninitiatief wonen. Initiatieven hebben hun zorgen geuit over de wijziging in het beleid voor hun voortbestaan. Overweging voor deze motie is dat de gemeente veel waarde hecht aan de wooninitiatieven vanwege het kleinschalige persoonsgerichte karakter en de positie die zij innemen binnen het bestaande zorglandschap. De gemeente wil deze initiatieven waar mogelijk behouden en vindt het van belang dat er continuïteit van hulpverlening is voor cliënten bij deze initiatieven. Tegelijk speelt voor de gemeente ook de betaalbaarheid een rol. Het nieuwe beleid is zorgvuldig tot stand gekomen en de nieuwe tarieven zijn naar mening van de gemeente Amsterdam redelijk. Uitgangspunt bij het nieuwe beleid is dat het een afgeleide is van Zin. Daarnaast is het goed te verdedigen dat de gemeente ernaar streeft om het aantal uitzonderingen op het nieuwe beleid (denk aan de wooninitiatieftoeslag) te beperken.
Gezien de (politieke) gevoeligheid van het onderwerp, kiest de gemeente er bewust voor om de evaluatie door een onafhankelijke partij uit te laten voeren. 3
De evaluatie is gericht op vier betrokken wooninitiatieven: De Evolutie, Y-castle, Home Alone en Con Afetto. Drie van de initiatieven zijn gelegen in Amsterdam, één initiatief ligt in Amstelveen. In totaal wonen hier ongeveer 30 personen. De indicaties van deze bewoners zijn, in afwachting van herindicatie, ambtshalve verlengd. Gedurende de overgangsregeling zijn de pgb-tarieven voor deze cliënten ‘bevroren’. Herindicatie zou in eerste instantie plaatsvinden in de periode van november/december 2023, echter is in januari besloten om de indicatiestelling stop te zetten. Met het onderzoek geeft de gemeente Amsterdam uitvoering aan de aangenomen motie. De opdracht heeft hiermee ook een politieke component. De eindrapportage met aanbevelingen wordt, na vaststelling door de opdrachtgever, toegestuurd aan de Raad. Betrokken wooninitiatieven, zo heeft u in het gesprek op 30 oktober aangegeven, zijn bekend met het offerteverzoek en bereid om aan dit onderzoek mee te werken. De opdracht is om de kortdurende evaluatie uit de motie uit te voeren. Uitgangspunt voor het onderzoek is het nieuwe pgb-beleid (indicatiestelling en tarief, incl. de toeslag voor wooninitiatieven).
Het doel van deze evaluatie is om te onderzoeken wat de impact is van het gewijzigde beleid op de begroting van de kleinschalige wooninitiatieven en wat de impact is op de dienstverlening die vanuit de initiatieven aan zittende en toekomstige cliënten geleverd kan worden. De evaluatie omvat kwalitatieve en kwantitatieve aspecten. In dit onderzoek kiezen we voor de term ‘pgb’ wanneer we het hebben over een ‘Wmo pgb’. Wanneer we spreken van ‘de Wlz’, hebben we het over een ‘Wlz pgb’.
4
2. Managementsamenvatting Wooninitiatieven beheerd door verenigingen of stichtingen waarvan verwanten het bestuur vormen, nemen een bijzondere plaats in het zorglandschap in. Zonder professionele zorgorganisatiestatus weten zij voor een specifieke groep cliënten kwalitatief hoogwaardige zorg te organiseren. Omdat zij zich volledig richten op een specifieke groep cliënten met eenzelfde beperking, kunnen zij gericht waarde toevoegen die aansluit bij de behoefte van deze groep bewoners die allen een vorm van autisme als beperking hebben. Eigenheid gaat echter gepaard met zorgen over inpasbaarheid in het landelijk stelsel. Wooninitiatieven leveren kleinschalige collectieve zorg aan cliënten die hier op individueel niveau vanuit het Persoonsgebonden budget (Pgb) rechten aan ontleden. Door hun kleinschaligheid en bijzondere financiering verhouden de initiatieven zich vaak moeizaam tot algemeen geldende landelijke regelingen. In het verleden is door aanpassing van regelgeving gepoogd de wooninitiatieven te ondersteunen. Dit heeft geleid tot verschillen tussen initiatieven. De omslag van oud naar nieuw beleid, van Beschermd Wonen naar Begeleid Thuis, inclusief aanpassing van tarieven maakt dat er vragen zijn ontstaan over de (financiële) houdbaarheid van de wooninitiatieven richting de toekomst. Dit onderzoek dient vier doelen.
Het geeft inzicht in de: - (Financiële) gevolgen van het gewijzigde beleid op de kleinschalige initiatieven. Omdat de uitvoering van het gewijzigde beleid is vertraagd, beperkt de analyse zich tot ‘een doorkijk’. De daadwerkelijke impact van het beleid wordt deels zichtbaar op het moment dat de termijn van lopende indicaties verloopt van bewoners die in januari 2024 ambtshalve met een jaar zijn verlengd, en nieuwe indicaties volgen. Die indicaties gebruiken dan een ongewijzigd uurtarief door een overgangsregeling hiervoor van drie jaar. - (Financiële) gevolgen van het gewijzigde beleid voor budgethouders (voor zover mogelijk door het ontbreken van bruikbare indicatiestellingen). - Organisatie en financiën van de wooninitiatieven, inclusief de kwalitatieve aspecten. - Wijze waarop gemeenten, wooninitiatieven en budgethouders samen kunnen zorgen dat groepszorg binnen de wettelijke kaders kan blijven bestaan, dit past bij de bedoeling van het pgb als zijnde zorg op maat. Rapportage en advies hebben wij in verschillende gesprekken opgedaan en getoetst.
5
3. Rapportage Inleiding Om inzicht te geven van de context waarbinnen het onderzoek plaatsvindt zijn in onderstaande paragrafen kernelementen uit interviews weergegeven. De interviews vonden o.a. plaats met bestuurders van wooninitiatieven, een enkele bewoner, zorgverleners, indicatiestellers, gemeentelijk pgb-team en een belangenbehartiger voor wooninitiatieven. Een overzicht van de gevoerde gesprekken en gesprekspartners is opgenomen in hoofdstuk 5 Proces & Vervolg. De kernpunten van beleidswijziging van Beschermd Wonen naar Begeleid Thuis zijn per 2024: • Het basisuurtarief voor een pgb-budget is verlaagd van € 63,- naar € 48,33,-. • Er is een apart uurtarief opgesteld voor informele zorg en bepaald op € 21,43,- per uur. • De verschillende modules voor hulp bij huishouding, dagbesteding, persoonlijke verzorging en verpleging vanuit BW vervallen voor BT. Hierbij dienen deze modules bij verschillende loketten te worden verkregen. • De wooninitiatieftoeslag (WIT) voor bewoners met een pgb is gelijkgesteld met de toeslag voor bewoners met een Wlz-indicatie, waarbij deze toeslag is verhoogd van € 4000,- naar € 5007,- per jaar.
3.1 Beelden uit de interviews
Autisme De wooninitiatieven die deelnemen aan deze evaluatie hebben een groot aantal elementen gemeen. Ze hebben allemaal als doel om cliënten i.c. bewoners met autisme een goede en fijne woonplek te bieden. Ouders en/of verzorgers hebben een significante rol in het ontstaan, de organisatie en besturing van het wooninitiatief. Vaak wonen er binnen een wooninitiatief zowel bewoners met een pgb gefinancierd vanuit de gemeente (wmopgb) als bewoners met een Wlz-indicatie (Wlz-pgb). De evaluatie heeft enkel betrekking op de bewoners met een pgb gefinancierd vanuit de wmo. Iedere cliënt heeft een zelfstandige woonruimte en krijgt daarbij individuele begeleiding. Nabijheid en gezamenlijkheid zijn de belangrijkste kernbegrippen. De individuele begeleiding die binnen wooninitiatieven wordt geleverd bestaat uit ondersteuning bij algemene hulpvragen, begeleiding bij financiën, begeleiding bij het huishouden en/of begeleiding bij persoonlijke verzorging. Kernelementen binnen de initiatieven zijn gezamenlijkheid en nabijheid. Er is een gezamenlijke ruimte waar cliënten elkaar kunnen ontmoeten en ook groepszorg ontvangen. Deze groepszorg zorgt ervoor dat cliënten sociaal betrokken blijven en de geplande gezamenlijke momenten zorgen ook voor structuur. De wooninitiatieven zijn zo georganiseerd dat er altijd ‘nabijheid’ is.
Dit houdt in dat er altijd aanbod is van een zorgverlener (of als achterwacht), waarbij een bewoner in het geval van vragen, een praatje of een crisis terecht kan (zogenaamde onplanbare zorg). Zo kunnen bewoners een zo 6
normaal mogelijk leven leiden en is er aanbod voor hulp of ondersteuning wanneer dat nodig is. Elk wooninitiatief zorgt er via afspraken met één vaste zorgaanbieder voor dat het zorgaanbod (individuele begeleiding, groepszorg en nabijheid) in zijn totaliteit voor alle bewoners is geregeld. De zorgaanbieder levert deze diensten met een vaste groep medewerkers. In de praktijk betekent ‘totaliteit’ dat bewoner A in de ene periode meer zorg krijgt wanneer deze dit nodig heeft terwijl dat in de volgende week bewoner B kan zijn en A geen extra zorg meer nodig heeft. Deze variatie vangt de zorgaanbieder op in de totaliteit van het contract. Hiernaast geeft een vaste zorgaanbieder de mogelijkheid om de zorg zo veel mogelijk door dezelfde personen te laten leveren. Dit is erg belangrijk voor de doelgroep waarin veel bewoners autisme hebben. Daarnaast is de zorgaanbieder verantwoordelijk voor het dekkend krijgen van het rooster (regulier, weekend, feestdagen) en voor vervanging bij verlof of ziekte. De manier waarop met de geldstromen van pgb en WIT wordt omgegaan verschilt tussen de wooninitiatieven. De levering van ondersteuning door de zorgaanbieder wordt betaald vanuit de pgb’s (wmo én wlz) van de afzonderlijke bewoners (i.c. gedeclareerd bij de SVB-Sociale Verzekerings Bank).
Daarnaast ontvangen de wooninitiatieven WIT-gelden voor de inrichting en onderhoud van gezamenlijke ruimten binnen de woonlocatie (via de indicatie WIT bij het individuele pgb). De manier waarop er met de organisatie van de geldstromen van pgb en WIT wordt omgegaan verschilt tussen de wooninitiatieven. Dit verschil is direct afhankelijk van de organisatievorm; vereniging of stichting. Binnen de verenigingsvorm declareert de bewoner zelf aan de SVB, binnen de stichtingsvorm declareert (factureert) de stichting aan de SVB.
3.2
Bevindingen De bevindingen geven inzicht in de (financiële) gevolgen van het gewijzigde beleid op de kleinschalige initiatieven en budgethouders, op de organisatie en financiën van de deels pgb-gefinancierde initiatieven en de wijze waarop gemeenten, wooninitiatieven en budgethouders samen kunnen zorgen dat groepszorg binnen de wettelijke kaders kan blijven bestaan. De bevindingen zijn geordend naar bewoner- en wooninitiatief-perspectief om zo helder mogelijk de impact van het nieuwe beleid inzichtelijk te maken. De bevindingen zijn afkomstig uit de interviews en een gerichte uitvraag. Voor de financieel gerichte bevindingen is gebruik gemaakt van een uitvraag per wooninitiatief. De wooninitiatieven hebben de gegevens opgehaald op individueel niveau. Met de besturen van de wooninitiatieven is dit zo afgesproken om de onrust onder bewoners over het nieuwe beleid niet te vergroten. In dit hoofdstuk zoomen we in op de impact van het beleid op het pgb van de individuele bewoner. We brengen in beeld waarvoor het pgb binnen het wooninitiatief wordt ingezet, hoeveel het tarief gedaald is en wat dit doet met de vrije besteedbare ruimte buiten het 7
wooninitiatief. Tot slot beschrijven we ervaringen van pgb-houders met de nieuwe indicatiestelling. Voor alle initiatieven en hun bewoners is uitgevraagd per bewoner: type financiering (wmo pgb of Wlz pgb), pgb in euro’s (pgb en WIT), aantal uren per pgb totaal en gesplitst naar individuele begeleiding, hoogte indicatie en geïndiceerde modules. 3.2.1. Perspectief pgb-houder (bewoner) financieel Pgb in Euro’s; tariefdaling 23%, plm 92% van het pgb-budget besteed aan ondersteuning binnen het initiatief In het gewijzigde beleid daalt het uurtarief van € 63,- naar € 48,33,- dat is een daling van 23%. Gemiddeld (gepland, groepszorg, ongepland, 24/7) betalen de wooninitiatieven € 62,79 voor ondersteuning binnen de muren van het initiatief (2023). Initiatieven maken zich zorgen of zij nog wel de minimale benodigde kwaliteit zouden kunnen borgen als zij tegen dit lagere tarief personeel moeten inzetten dat over de juiste specifieke deskundigheid beschikt en ingezet kan worden op de diverse ondersteuningsbehoeften (individueel, groep, gepland/ongepland, 24/7). Bij twee van de vier wooninitiatieven is uit de data-uitvraag een gedetailleerd beeld te schetsen over de hoogte van de pgb-indicatie in Euro’s en het deel dat daarvan benut is voor de zorg in het wooninitiatief in 2023. Bij de andere twee wooninitiatieven was deze data onder andere vanwege privacy redenen niet bekend.
Percentage t.o.v. totale budget (WIT + Pgb)
Onderstaande figuur laat in een percentage zien het deel van het pgb-budget (groene lijn = 100%) dat door de zorgaanbieder per bewoner (paarse lijn) in geld is ingezet. 1,2 1 0,8 0,6 0,4 0,2 0 5
6
7
8
12
13
Cliënten
14
15
16
17
18
Percentage totale budget (WIT + Pgb) Percentage gedeclareerd bedrag aan zorg t.o.v. totale budget
+ Figuur 1 Totaal pgb + WIT-budget afgezet tegen declaratie bij zorgaanbieder, procentueel
Uit analyse van de data van deze twee wooninitiatieven blijkt dat (gemiddeld en individueel) voor alle bewoners van deze twee initiatieven het gedeclareerde bedrag inclusief WITgelden een lager percentage is dan het totale pgb-budget (pgb + WIT). Gemiddeld is dat 92%. 8
Niet onderzocht is hoe WLZ-gefinancierde cliënten (i.v. cliënten 1 t/m 4 niet weergegeven in bovenstaande figuur) invloed hebben op het door het W.I. totaal te besteden bedrag, oftewel òf kruissubsidie tussen WLZ en PGB cliënten bestaat. Uit de data blijkt dat in de figuur voor bewoners nummer 5 t/m 8 in 2023 meer WIT is gefactureerd dan in eerdere jaren, de paarse lijn ligt daarmee dichter op de groene lijn.
Dit vol factureren van de WIT-indicatie is gedaan om een kleine reserve op te bouwen om tegenvallers op huishoudelijke kosten op te kunnen vangen. Voor bewoners 12 t/m 18 zijn alleen de werkelijke kosten gedeclareerd. Voor de andere twee wooninitiatieven geldt: •
•
Eén wooninitiatief heeft vanuit privacyoverwegingen geen zicht op de hoogte van het pgb-budget per bewoner. Dit wooninitiatief past wel de vuistregel toe dat bewoners niet meer dan 80% van hun pgb-budget zouden moeten uitgeven aan zorg in het wooninitiatief. Een ander wooninitiatief factureert het volledige pgb-budget uit aan de SVB namens de bewoner. Dit kunnen en mogen zij doen vanuit hun rechtsvorm stichting, waarmee zij zich feitelijk als zorgaanbieder kunnen opstellen.
In onderstaande figuur is het pgb-budget exclusief WIT afgezet tegen wat gedeclareerd is bij de zorgaanbieder, gemiddeld is dit 97% bij een bandbreedte van 75% to108%.
Percentage t.o.v. totale budget (WIT + Pgb)
De figuur is een weergave van 2 van de 4 initiatieven (nb: cliënt 1 t/m 4 en 11 hebben een wlz budget en zijn daarom hier zijn niet weergegeven). 1,2 1 0,8 0,6 0,4 0,2 0 5
6
7
8
12
13
14
15
16
17
18
Cliënten Percentage Pgb budget t.o.v. totale budget percentage gedeclareerd bedrag aan zorg t.o.v Pgb budget
Figuur 2 Pgb-budget exclusief WIT afgezet tegen wat gedeclareerd is bij zorgaanbieder, procentueel
Impact tariefdaling op individuele zorg in het wooninitiatief, verwachting vooraf en cijfermatig uit analyse vanuit Euro’s De verwachting van wooninitiatieven vooraf was dat de 23% tariefdaling zou betekenen dat initiatieven 23% minder uren hulp en begeleiding zouden kunnen inkopen. 9
Figuur 1 laat echter zien dat er gedeeltelijk (vrije) financiële ruimte lijkt om een deel van de prijsverlaging op te vangen zonder dat direct sprake is van ‘omvallen’ van het uitgangspunt van het wooninitiatief van het contracteren van één zorgaanbieder of minder inzet aan uren door een zorgaanbieder. Dit beeld verandert door sec het pgb-budget exclusief WIT af te zetten tegen declaratie bij de zorgaanbieder. WIT is dus in enkele gevallen nodig om uren te kunnen laten leveren. De meeste wooninitiatieven hanteren een vuistregel voor het deel zorg dat vrij in te vullen is door de cliënt. Dit betreft zo’n 20% en valt dus buiten het contract met de zorgaanbieder. De invulling van het vrije deel, de financiële ruimte tussen het totale budget van een bewoner en datgene dat hij of zij inzet voor afspraken buiten het wooninitiatief om, kan echter wel in de knel komen. Echter geven wooninitiatieven aan dat de 20 % ook wordt gebruikt om acute extra zorg in te zetten omdat indicatie aanpassingen lang duren. Een zekere marge van zo’n 20% is daarom noodzakelijk. Dit ‘vrije’ deel is in de data niet inzichtelijk, dit is alleen voor de SVB zichtbaar (budget en alle declaraties daarop). NB: nieuwe indicaties conform het nieuwe beleid zijn niet betrouwbaar genoeg om de impact te berekenen tussen de oude en nieuwe situatie.
Enkele bewoners (niet alle) hebben sinds de invoering van het nieuwe beleid conform de nieuwe indicatiestelling herindicaties gekregen. Vanuit gemeentelijk beleid is na enkele maanden besloten de herindicaties tijdelijk uit te stellen om de gelegenheid te creëren betere werkafspraken met de indicatiesteller (Argonaut) te maken om het proces en de indicatiestellingen betrouwbaarder te maken. Hierdoor zijn tijdens de evaluatie niet alle herindicaties beschikbaar én zijn de herindicaties die wel afgegeven zijn nog onvoldoende bruikbaar. Daarbij kijkt het onderzoek naar het afgelopen jaar. Vraag en aanbod kan per jaar verschillen ook al zijn de indicaties hetzelfde gebleven. Impact tariefdaling op individuele zorg in het wooninitiatief, verwachting vooraf en cijfermatig uit analyse vanuit uren Binnen de muren van het wooninitiatief is (2023) door een zorgaanbieder 407 uur aan ondersteuning ingezet per bewoner (gemiddelde over twee initiatieven, exclusief hulp bij huishouding). Dit komt neer op ongeveer 1,2 uur ondersteuning per dag per bewoner. Van deze uren wordt ongeveer helft ingezet in groepsverband en 8% aan onplanbare zorg (zie figuur 3).
In uren per jaar uitgedrukt bedraagt het door een zorgaanbieder ingezette aantal uren aan individuele begeleiding, groepszorg en ongepland: gemiddeld aantal uren per bewoner voor individuele begeleiding 166 uur, groepsbegeleiding 208 uur en voor ongepland 33 uur.
10
Figuur 3 verdeling van uren binnen één wooninitiatief naar type
Een ander kengetal ontstaat als we de benodigde uren omzetten in Euro’s conform het nieuwe tarief tegen het gedeclareerde budget binnen het wooninitiatief: • •
Benodigd voor 407 uur bij een uurtarief van € 48,33,-: € 19.670,Gemiddeld pgb-budget (2023, drie wooninitiatieven): € 25.741,-
Financieel, variatie in Woon Initiatief Toeslag (WIT) De interpretatie van de definitie waarvoor een WIT-toeslag wordt gebruikt, verschilt per wooninitiatief. In het ene initiatief gaat men uit van een vergoeding die volledig wordt gefactureerd. In de drie andere initiatieven gaat men ervan uit dat de toeslag is voor toepassingen in gezamenlijke ruimtes en dan met name voor materialen die een investeringskarakter hebben, dus een gebruiksduur langer dan eenmalig.
3.2.2. Perspectief pgb-houder (bewoner) organisatorisch Onduidelijkheid in proces en communicatie van de beleidswijziging De wooninitiatieven en de cliënten zijn door de gemeente meermaals geïnformeerd gedurende het proces van de beleidswijziging. Ondanks deze communicatie is er in de uitvoering verwarring en onzekerheid ontstaan bij zowel de wooninitiatieven als de cliënten. Dit is voornamelijk ontstaan omdat zowel de individuele cliënt als het wooninitiatief volledig afhankelijk zijn van het pgb, waarvan de toekomstige hoogte onzeker is. Dit heeft extra impact bij de doelgroep van cliënten met autisme omdat zij bovengemiddelde behoefte hebben aan zekerheid. Hierbij noemen bestuurders en bewoners de volgende punten in de interviews: 11
•
•
•
•
•
Op momenten in het proces was de tijdlijn van de gebeurtenissen en de bijbehorende acties onduidelijk. De nieuwe regeling gaat in per 1 juli 2023, er is een overgangsperiode gecommuniceerd tot 1 juli 2026 en de indicaties moesten gesteld worden vóór 31 december 2023. De ambtelijke verlenging, oorspronkelijk 6 maanden en uiteindelijk 12 maanden, is ingezet om zekerheid van het budget voor in ieder geval een jaar te behouden. Toch zorgde dit er bij sommige wooninitiatieven en enkele bewoners juist voor dat de onzekerheid over de inhoud van de nieuwe indicaties langer duurt. De communicatie over de ambtelijke verlenging verliep in hun beleving ad hoc en heeft de onzekerheid bij de wooninitiatieven en bewoners vergroot. Gedurende het proces en na de communicatie van de ambtelijke verlenging was geruime tijd onduidelijk hoe wooninitiatieven om moeten gaan met cliënten die op dit moment, los van de beleidswijziging, hogere indicaties nodig hebben. Vinden van een passende oplossing is door de ambtelijke verlenging van de indicaties urgenter geworden. Er is op dit moment naar de wooninitiatieven gecommuniceerd dat de oplossing (op basis van dit rapport) in mei verwacht wordt en dat aangepaste budgetten met terugwerkende kracht verkregen kunnen worden.
In de communicatie werd aangegeven dat de aanvullende modules, waaronder huishoudelijke hulp en dagbesteding, in de nieuwe situatie bij andere loketten geregeld kunnen worden. Voor de cliënten en de wooninitiatieven voelt dit als een onzekerheid, omdat de modules dus ook ‘zomaar’ niet gegund kunnen worden. Dit zou een gat opleveren in de financiering. Dit zorgde voor druk en stress voor de gesprekken met Argonaut voor de cliënten, omdat sommigen bang waren om iets ‘verkeerds’ te zeggen met grote gevolgen. Vermoedelijk door de tijdsdruk bij Argonaut Advies (verder hier Argonaut genoemd) is de communicatie chaotisch verlopen, waarbij cliënten brieven en/of telefoontjes ontvangen hebben waar ze geen raad mee wisten. De wooninitiatieven zien Argonaut als een verlengstuk van de gemeente Amsterdam. Dit resulteerde in de situatie dat de cliënten en/of wooninitiatieven de kans zagen om opheldering te krijgen over bovengenoemde onzekerheden in het proces, waar de indicatiestellers van Argonaut geen antwoorden op hadden. Dit is echter geen indicatie over de geschiktheid van Argonaut als indicatiesteller.
Ervaringen bij nieuwe indicatiestellingen In de overgang van BW naar BT, was Argonaut verantwoordelijk voor de nieuwe indicatiestellingen. Argonaut concludeerde tijdens het traject van herindiceren dat de gestelde kaders niet passend zijn voor de wooninitiatieven. De wooninitiatieven gaven ook aan dat de groepszorg en onplanbare zorg geen plaats had in de indicatiestelling. Het gevolg was dat er te veel uiteenlopende indicaties gesteld werden. Gemeente Amsterdam heeft hierop besloten om de indicatiestellingen tijdelijk te pauzeren. De ervaringen van de cliënten, ouders en begeleiders met Argonaut zijn erg verschillend. Dit had vooral te maken met de mate van ervaring van de indicatiesteller met cliënten met autisme, het inlevingsvermogen en de tijdsdruk. Onzekerheid over de indicatiestelling heeft cliënten angstig gemaakt. Zij waren bang dat ‘ze iets verkeerds zouden zeggen’. Daarnaast kregen enkele cliënten het gevoel richting de Wlz ‘geduwd’ te worden omdat wmo-pgb-tarieven fors daalden en pgb wlz-tarieven niet. 12
Argonaut herkent zich in het beeld. Zij geven aan dat de nieuwe indicatiestelling niet voorspoedig is verlopen voor deze groep. Deels heeft dit te maken met de gestelde tijdlijn en de verschuivingen daarin. Ook is belangrijk te benoemen dat de wooninitiatieven Argonaut als een uitvoerder van het gemeentebeleid zien, waarop de wooninitiatieven meermaals kritiek hebben geuit. Tot slot is Argonaut van mening dat de cliënten in de wooninitiatieven niet (voldoende) te vatten zijn in de gegeven kaders van de gemeente Amsterdam. Dit knelpunt werd bevestigd tijdens het stellen van de nieuwe indicaties. De individuele begeleidingsuren waren geen probleem, maar de groepszorg en daarmee uren voor nabijheid en ongeplande zorg konden niet gespecificeerd worden. Individuele indicatiestellers hebben in het verleden verschillende kunstmatige, feitelijke en oneigenlijke oplossingen gevonden in de indicatiestelling, zoals het (extra) indiceren van dagbesteding of het opplussen van individuele uren. Resultaat is dat indicaties onderling niet vergelijkbaar zijn en dat verschillen in hoogte niet te herleiden zijn.
Mede om deze reden is door de gemeente Amsterdam besloten om de nieuwe indicatiestellingen van Argonaut niet te gebruiken, maar eerst onderliggend vraag op te lossen: Past de begeleiding binnen het wooninitiatief voldoende bij het dienstenaanbod van het pgb? Deze evaluatie is onderdeel van de beantwoording van deze vraag.
3.2.3. Perspectief wooninitiatief Invloed van de beleidswijziging op de organisatie van de wooninitiatieven De wooninitiatieven hebben op dit moment, in de vorm van een vereniging of stichting, de beschikbaarheid van de benodigde zorg en ondersteuning georganiseerd. De beleidswijziging heeft effecten op deze organisatie.
Puntsgewijs: •
•
De wooninitiatieven leggen de nadruk op het belang van groepszorg en de gezamenlijkheid binnen het wooninitiatief. Voorheen werden deze typen zorg in zijn geheel bekostigd uit “de grote pot”, d.w.z. het poolen van individuele pgb-budgetten, wat na de beleidswijziging niet haalbaar meer lijkt door enerzijds de tariefdaling en anderzijds doordat in het nieuwe beleid geen mogelijkheid bestaat om groeps- en ongeplande zorg te kunnen laten indiceren. Als oplossing werden de gezamenlijke uren door Argonaut als aparte module dagbesteding aangeduid, maar de wooninitiatieven geven aan dat dit geen juiste oplossing is. Het kan namelijk zo zijn dat cliënten werk hebben. Daarnaast hebben de zorgaanbieders geen licentie (erkenning) voor het aanbieden van dagbesteding, waardoor dit dan niet in combinatie met de andere zorgtypen door één vaste zorgaanbieder geleverd kan worden. Het is van belang om de WIT te behouden. De wooninitiatieven maken algemene kosten voor het gezamenlijke belang, waaronder gezamenlijke ruimte(s) en onderhoud, apparatuur, kantoorfaciliteiten en schoonmaak. Op dit moment zijn de kaders en randvoorwaarden (ook wel definities genaamd) van de WIT onduidelijk, bijvoorbeeld betreffende het opbouwen van een spaarpotje voor grotere renovaties. 13
•
•
•
•
Een deel van de bewoners ontvangt ook huishoudelijke ondersteuning. De wooninitiatieven benadrukken dat er een verschil bestaat tussen begeleiding bij het huishouden en schoonmaak (huishoudelijke hulp), maar dat beide belangrijk zijn. ‘Orde in huis zorgt voor orde in het hoofd’. De begeleiding is onderdeel van de zorg, waarbij de bewoner met hulp van de zorgverlener het eigen appartement onderhoudt. Huishoudelijke ondersteuning wordt gezien als een onderdeel van de ondersteuning voor deze bewoners maar is niet specifiek benoemd in het nieuwe beleid. Het structurele inzicht van de huishoudelijke hulp in de leefomgeving van de bewoners heeft hiernaast een belangrijke signaleringsfunctie. Er bestaat ook een aanvullende (apart geïndiceerde) module voor de schoonmaak, bijvoorbeeld voor cliënten met fysieke beperkingen. Wooninitiatieven nemen deze zorg af van de gecontracteerde zorgaanbieder. Feitelijk ‘poolen’ zij de budgetten om de diverse vormen van zorg en ondersteuning, die varieert per bewoner en varieert over de tijd, via een vaste groep medewerkers van de zorgaanbieder aan te bieden aan hun bewoners. Een belangrijk onderdeel van de beleidswijziging is de verlaging van het uurtarief voor zorg. De wooninitiatieven hebben de zorg dat de zorgaanbieder die het totaalpakket aan zorgt levert, niet de benodigde zorg kan leveren voor dit uurtarief.
Dit zal dan tot uiting komen in een vermindering van kwaliteit of aanwezigheid van de zorgaanbieder, of zelfs dat er geen zorgaanbieder meer is die bereid is om dit type zorg te leveren. Voor deze zorg zijn namelijk professionals nodig met een hbo-opleiding met expertise op autisme. De redenatie vanuit de gemeente Amsterdam is dat het tarief toereikend moet zijn, bijvoorbeeld door het inschakelen van zzp’ers en informele zorg. De wooninitiatieven benadrukken dat het leveren van ondersteuning door (enkel) zzp’ers geen optie is voor deze doelgroep. Deze bewoners hebben baat bij vaste gezichten en constante nabijheid. De op dit moment ingekochte zorg bevat ook afspraken rondom weekend, nacht en feestdagen en continuïteit in het geval van absentie, verlof en verzuim. De wooninitiatieven voorzien dat de zzp’ers met dit tarief ook niet de benodigde expertise hebben. Het is voor de wooninitiatieven op dit moment onduidelijk hoe ze zich voor kunnen bereiden op tegenslagen. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een appartement een maand leeg staat bij een wisseling van bewoners. Op dit moment wordt door enkele wooninitiatieven een financieel vangnet opgebouwd door de WIT-gelden te maximaliseren en/of een marge te behouden in de zorginkoop.
Op het moment dat de budgetten voor alle bewoners aan verschillende loketten moeten worden aangevraagd, zorgt dit voor een verhoging van de administratieve lasten. De wooninitiatieven functioneren op basis van vrijwilligers (doorgaans ouders), waardoor dit onwenselijk is.
Financieel, maatschappelijk perspectief; een bewoner in een wooninitiatief is gemiddeld 38% ‘goedkoper’ vanuit een maatschappelijk perspectief in vergelijking met Zin (indicatie en financiering vanuit de Wlz) Wooninitiatieven ervaren druk door de grote verschillen in tarieven om vanuit een wmo-pgbbudget over te stappen naar een Wlz-pgb budget (indien CIZ een indicatie afgeeft die tevens levenslang geldt in plaats van periodiek herindiceren bij pgb). 14
Vanuit verschillende perspectieven (zeggenschap, betrokkenheid verwanten) berekenen wij hier het financieel maatschappelijk perspectief van een wooninitiatief met pgb-houders versus een wooninitiatief met bewoners met een Wlz-pgb budget. Om inzicht te krijgen in de financiële maatschappelijke waarde van het pgb hebben we een vergelijking gemaakt tussen wlz-pgb en wmo-pgb, data 2023. Op jaarbasis 2023 levert dit een positief verschil op in het voordeel van een wooninitiatief van € 18.024,- per bewoner (jaarbasis). Oftewel een bewoner in een wooninitiatief is vanuit een maatschappelijk perspectief gemiddeld 38% ‘goedkoper’ met een pgbbudget t.o.v. Wlz ZIN.
15
4. Conclusie Het doel van deze evaluatie was het onderzoeken van de impact van het gewijzigde beleid op de begroting van de kleinschalige wooninitiatieven en op de geleverde dienstverlening aan zittende en toekomstige cliënten. In het gewijzigde beleid daalt het uurtarief van € 63,- naar € 48,33,- dat is een daling van 23%. De verwachting van wooninitiatieven vooraf was dat de 23% tariefdaling zou betekenen dat initiatieven 23% minder uren hulp en begeleiding zouden kunnen inkopen. Echter bij het tegenover elkaar zetten van het totaal te besteden pgb en het gedeclareerde bedrag zien we dat er gedeeltelijk (vrije) financiële ruimte lijkt om een deel van de prijsverlaging op te vangen. De WIT wordt in enkele gevallen gebruikt om uren te kunnen laten leveren. De meeste wooninitiatieven hanteren een vuistregel voor het deel zorg dat door cliënten vrij in te vullen is, zo’n 20%. De invulling van het vrije deel kan in de knel komen als gevolg van het nieuwe beleid. Het behouden van een vrij deel is volgens de wooninitiatieven noodzakelijk om o.a. acute extra zorg in te zetten Naast een financiële impact heeft het nieuwe beleid impact op de geleverde dienstverlening. Het bieden van groepszorg en gezamenlijkheid binnen het wooninitiatief wordt door de tariefdaling en het niet kunnen indiceren van groeps en -ongeplande zorg in feite niet haalbaar.
De oplossingen die nu toegepast zijn om dit alsnog mogelijk te maken, zijn niet wenselijk. Kaders en randvoorwaarden van de WIT zijn onduidelijk. Het is belangrijk dat de WIT beschikbaar blijft voor de algemene kosten voor het gezamenlijke belang. Daarbij hebben de wooninitiatieven de zorg dat de zorgaanbieder die het totaalpakket aan zorgt levert, niet de benodigde zorg kan leveren voor het verlaagde uurtarief. Mogelijk leidt dit tot een vermindering van kwaliteit of aanwezigheid van de zorgaanbieder, of zelfs dat er geen zorgaanbieder meer is die bereid is om dit type zorg te leveren. Inzet van (enkel) zzp’ers is voor de doelgroep uit dit onderzoek geen oplossing volgens de wooniniatieven. De bewoners hebben baat bij vaste gezichten en constante nabijheid. Daarnaast creëert het nieuwe beleid voor de wooninitiatieven onzekerheid over het voor kunnen bereiden op tegenslagen zoals leegstand van een appartement bij wisseling van bewoners. Het aanvragen van de individuele budgetten aan verschillende loketten creëert volgens de wooniniatieven een verhoging van de administratieve lasten. De in het volgende hoofdstuk benoemde adviezen zijn bedoeld om de hierboven genoemde effecten van het nieuwe beleid zo goed mogelijk op te vangen
16
5. Adviezen Op basis van de bevindingen in hoofdstuk 3 formuleren we enkele adviezen voor specifiek beleid voor de wooninitiatieven waarmee de Gemeente Amsterdam o.i. ervaren problemen kan verhelpen. Adviezen betreffen zowel de nieuwe situatie als het proces daarnaartoe nu nieuwe indicatiestellingen gepauzeerd zijn en indicaties ambtelijk verlengd. Onderdeel van de beleidswijziging is de vermindering van het uurtarief voor zorg. In dit advies gaan we ervan uit dat het nieuwe uurtarief een vast gegeven is. Mogelijke oplossingen voor verwachte problemen moeten we dus vinden in de hoeveelheidsgrondslag in de indicatiestellingen. Het is onwenselijk om het uurtarief aan te passen speciaal voor deze doelgroep, omdat deze met veel onderliggende verantwoording is vastgesteld en het de basis vormt in pgb-producten van de gehele pgb-doelgroep. Je kunt niet die basis voor één doelgroep of product aanpassen zonder dat je voor iedereen aanpast. Zonder de prijscomponent aan te passen lijkt het echter wel mogelijk een wooninitiatief specifieke betaaltitel te creëren. Advies 1: een aparte betaaltitel die groepszorg en onplanbare zorg dekt Op dit moment is de pgb-productcatalogus niet toereikend voor twee van de drie pijlers van de wooninitiatieven. Deze pijlers betaald vanuit een pgb zijn: individuele begeleiding, groepszorg en onplanbare zorg.
De individuele begeleiding en aparte modules kunnen geïndiceerd worden, maar de groepszorg en onplanbare zorg, en daarmee nabijheid, niet. In de afgelopen jaren is dit opgelost door binnen de bestaande kaders (veelal oneigenlijke) oplossingen te zoeken en uren te verhogen. Bij de initiële indicatiestellingen van Argonaut was dit ook het geval, waarbij bijvoorbeeld dagbesteding werd geïndiceerd om groepszorg mogelijk te maken. Een mogelijkheid om tegemoet te komen aan de knelpunten van wooninitiatieven is om een aparte betaaltitel te creëren voor de zorg die een wooninitiatief zo kenmerkend maakt, als aanvulling op de individuele begeleidingsuren. Het gaat hierbij om één vast tarief voor groepszorg en onplanbare zorg. Dit kan in de vorm van een etmaal/maand/jaartarief, hierna genoemd etmaaltarief. In het wooninitiatief wonen cliënten die vergelijkbaar zijn qua problematiek. De wooninitiatieven kopen de zorg gezamenlijk in, waarbij de hoeveelheid benodigde begeleiding per bewoner kan schommelen. Omdat dit elkaar uitmiddelt valt één gemiddeld etmaaltarief per cliënt te hanteren. Van dit tarief moet de aanwezigheid van de zorgverlener georganiseerd worden voor: groepszorg, onplanbare zorg en is daarmee nabijheid (inclusief coördinatie) geregeld. Essentieel hiervoor is dat dit etmaaltarief exclusief voor erkende wooninitiatieven te gebruiken is.
In bijlage 4 is een mogelijke rekenformule opgenomen om de hoogte van dit tarief te bepalen. De voordelen van een vast etmaaltarief zijn: - Een duidelijk bedrag per cliënt per dag/maand/jaar (nader te bepalen) voor de invulling van groepszorg, onplanbare zorg en daarmee nabijheid (exclusief individuele begeleidingsuren) met een aanvulling voor o.a. coördinatie en prijsstabiliteit (t.o.v. het basisjaar 2023). 17
-
Eenduidigheid, juistheid en transparantie in de indicatiestellingen, met duidelijkheid van de kaders voor de indicatiesteller Argonaut. Beperking van administratieve lasten. Voorspelbaarheid en zekerheid voor bewoners en wooninitiatieven. De mogelijkheid voor de wooninitiatieven om de verschillende typen zorg bij één zorgaanbieder onder te brengen.
Een risico van een vast etmaaltarief is een mogelijk te hoog pgb-budget als in de indicatiestelling niet voldoende rekening wordt gehouden met het karakter van het etmaal tarief en van de individuele begeleiding. NB 1: We spreken hier over een aparte betaaltitel. Een vraag die hierbij opdoemt is of het de moeite waard is om te onderzoeken of dit etmaaltarief te verwerken valt in de WIT-gelden zodat geen aparte betaaltitel nodig is? De definitie van de WIT-gelden volgt de definitie binnen de Wlz. Daarvan afwijken om extra kosten hierbinnen mogelijk te maken lijkt dan ook niet wenselijk. Voor uniformiteit is het dan in eerste instantie duidelijker om een aparte betaaltitel te introduceren. NB 2: dit advies ligt in lijn met een recent verschenen VWS/Per Saldo-rapport. NB 3: Als het etmaaltarief akkoord wordt bevonden, ontstaat de situatie dat door het overgangsrecht de huidige groep bewoners pas na afloop van het overgangsrecht hiertoe zullen overgaan. Nieuwe bewoners krijgen dan al wel dit nieuwe etmaaltarief. Ons advies is om te bespreken of door de introductie van het etmaaltarief de duidelijkheid en rust over toekomstige financiering van wooninitiatieven dusdanig is dat het wenselijk is vanuit uniformiteit om als wooninitiatief eerder van het overgangsrecht af te stappen en als geheel over te gaan op de nieuwe regeling.
Die dan dus bestaat uit het etmaaltarief + WIT-gelden + individuele begeleidingsuren (let op: deze uren zijn dan wel conform nieuw/huidig uurtarief). Advies 2: verduidelijk kader WIT Wooninitiatieven krijgen een toeslag om de gezamenlijke onderdelen van de woning te onderhouden. Ondanks dat de definitie van WIT gelijk is aan het gebruik daarvan in de Wlz1, zijn de regels en kaders hiervan onduidelijk, waardoor vrije interpretatie mogelijk wordt en er verschillen tussen de wooninitiatieven ontstaan in de uitvoering. Ons advies is om deze kaders te verduidelijken, maar ook de vrijheid te behouden om geld naar eigen visie te besteden en administratieve lasten te beperken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan duidelijk stellen om WIT alleen te kunnen besteden ten behoeve van de gezamenlijkheid. Individuele uitkeringen voor bijvoorbeeld persoonlijke materialen als spelcomputers zijn dan niet mogelijk. Advies 3: langere geldigheidsduur van indicaties Voor cliënten met autisme zijn de gesprekken en handelingen rondom de indicatiestelling een zware last. Het zorgt voor stress en ontregeling bij de cliënt. Het jaarlijks vernieuwen (of ambtelijk verlengen) van de indicaties zorgt voor onzekerheid. De cliënten in het wooninitiatief hebben constante begeleiding nodig waarbij het ziektebeeld niet enorm
1 wetten.nl - Regeling - Besluit langdurige zorg - BWBR0035948 (overheid.nl)
18
fluctueert. In de praktijk werden bestaande indicaties dan ook vaak ongewijzigd verlengd. Ons advies is dan ook om in plaats van indicaties voor de duur van 1 jaar, indicaties voor de duur van 5 jaar af te geven. Daarbij moet wel de mogelijkheid bestaan om tussentijds een herindicatie aan te vragen als de zorgvraag significant wijzigt. NB: CIZ geeft geen indicatie voor de Wlz voor bewoners waarvan zij inschatten dat zij in het ouder worden nog ontwikkelingen kunnen doormaken die invloed hebben op de ernst en mate van autisme. Advies 4: integrale communicatie van processen In het proces van de beleidswijziging is de communicatie niet positief ervaren. Het buurtteam heeft hierin geen rol kunnen spelen. Dit heeft vooral te maken met de specifieke behoefte aan duidelijkheid en zekerheid van de doelgroep. De cliënten en wooninitiatieven moeten in het nieuwe beleid verschillende routes doorlopen om op de juiste manier tijdig aan budgetten (pgb en vanuit Zorgverzekeringswet) te komen. Dit proces doorloopt men bij meerdere partijen. Ons advies is om een integraal stroomschema voor de cliënten op te stellen, waarin duidelijk zichtbaar is waar, wanneer en bij wie cliënten en/of wooninitiatieven moeten zijn om de zaken op orde te krijgen. Denk hierbij aan de processen van nieuwe indicaties, herindicaties en aflopende indicaties, maar ook de aanvullende modules.
Betrek in dit stroomschema alle betrokken partijen, zoals buurtteams, Argonaut, gemeente Amsterdam, SVB en andere relevante partijen. Een concept voor een dergelijk stroomschema is hieronder weergegeven. Stroomschema:
19
6. Proces & vervolg Aan de start van deze evaluatie hebben wij de besluitvorming voor het nieuwe beleid alsook de communicatie van de gemeente richting de wooninitiatieven over de beleidswijziging als documentatie gebruikt. Vervolgens zijn er gesprekken geweest met elk wooninitiatief, waarbij de hoofdbetrokkenen bij het wooninitiatief zijn gesproken (bestuur vereniging, zorgaanbieders), alsook een aantal bewoners. Daarbij zijn de volgende zaken besproken: • De belangrijkste knelpunten met betrekking tot het nieuwe beleid, vanuit het oogpunt van cliënten en bestuur/begeleiding van het wooninitiatief. • Ervaringen van cliënten met de impact die het nieuwe beleid op de voor hun beschikbare dienstverlening heeft. • Ervaringen van cliënten met de communicatie met de nieuwe indicatiesteller voor hun pgb. • Ervaringen van cliënten met het nieuwe aanvraagproces/aanvraagroute voor (her)indicaties. De uitkomsten van deze gesprekken zijn besproken met de indicatiestellers van Argonaut, de belangenbehartiger van vereniging ‘De Latei’ en het PGB-team van Gemeente Amsterdam. Hiermee zijn alle betrokken partijen meegenomen in de kwalitatieve analyse, waardoor we tot gewogen bevindingen en adviespunten zijn gekomen. In bijlage 1 is een overzicht van de gevoerde gesprekken opgenomen.
Voor de financiële uitvraag hebben we de beslissing gemaakt om de wooninitiatieven zelf de gegevens van de bewoners te laten verzamelen. Hierbij is veel terugkoppeling geweest over het invullen van de aanvraag. De gegevens zijn zowel per wooninitiatief als op collectief niveau geanalyseerd en verwerkt in deze rapportage. Het vervolg zal bestaan uit een terugkoppeling van zowel de gemeente Amsterdam als de wooninitiatieven.
20
Bijlage 1: Methoden Financiële analyse Voor de financiële analyse is een uitvraag gedaan bij de vier wooninitiatieven. Om bewoners niet te belasten met een individuele uitvraag is dit per wooninitiatief gedaan. In overleg met de besturen van de initiatieven is er een uitvaag gedaan om de financiële situatie 2023 per bewoner (voor zover mogelijk) en die van het wooninitiatief inzichtelijk te krijgen. Uitgevraagd is: • De oude situatie BW: o Type financiering (wmo of Wlz) o Totaal aantal uur in indicatie + bedrag o Totaal gefactureerde zorguren + bedrag o Aantal uur individuele begeleiding o Aantal uur huishoudelijke hulp o Aantal uur groepszorg + dagbesteding o Aantal uur onplanbare zorg o WIT uitgevraagd aan de bewoner • De indicatie van de nieuwe situatie BT: o Type financiering (wmo of Wlz) o Totaal aantal uur in indicatie + bedrag o Aantal uur individuele begeleiding o Aantal uur huishoudelijke hulp o Aantal uur groepszorg + dagbesteding o Aantal uur onplanbare zorg o WIT • Voor het wooninitiatief: o Totaalbedrag gefactureerd aan de bewoner o Informele zorg ten laste van Pgb Kwalitatieve analyse Om de impact van de beleidswijziging op de dienstverleningsmogelijkheden van het wooninitiatief te bepalen, hebben wij een kwalitatief onderzoek uitgevoerd.
Hierbij is de besluitvorming voor het nieuwe beleid alsook de communicatie van de gemeente richting de wooninitiatieven over de beleidswijziging als documentatie gebruikt. Vervolgens zijn er gesprekken gevoerd met elk wooninitiatief. Bij elk van de gesprekken waren hoofdbetrokkenen (bestuur vereniging, zorgaanbieders), alsook een aantal bewoners aanwezig. De volgende zaken zijn besproken: • De belangrijkste knelpunten met betrekking tot het nieuwe beleid, vanuit het oogpunt van cliënten en bestuur/begeleiding van het wooninitiatief. • Ervaringen van cliënten met de impact die het nieuwe beleid op de voor hun beschikbare dienstverlening heeft. • Ervaringen van cliënten met de communicatie met de nieuwe indicatiesteller voor hun Pgb. • Ervaringen van cliënten met het nieuwe aanvraagproces/-route voor (her)indicaties. 21
De uitkomsten van de gesprekken zijn gedeeld met de indicatiestellers van Argonaut Advies, de belangenbehartiger van vereniging ‘De Latei’ en het Pgb-team van Gemeente Amsterdam. Hiermee zijn alle betrokken partijen meegenomen in de kwalitatieve analyse, waardoor we tot gewogen bevindingen en adviespunten komen.
Overzicht van de gevoerde gesprekken Gesproken is met: Wooninitiatief Con Afetto o Penningmeester o Lid zorgcommissie o Bewoner/lid zorgcommissie
Wooninitiatief De Evolutie o Voorzitter o Medewerker YEMA zorggroep
Wooninitiatief Y-Castle o Penningmeester
Wooninitiatief Home Alone o Voorzitter o Penningmeester
Argonaut Advies o Adviseur Sociaal Domein (2x)
PGB Team Gemeente Amsterdam
De Latei o Belangenbehartiger voor de wooninitiatieven
22
Bijlage 2: Kerngetallen Financiële analyse huidig, 2023 Kerngetallen vanuit de aanleveringen op uitvraag van financiële data door de wooninitiatieven over de huidige Beschermd Wonen situatie 2023: Pgb-houders: • • •
Gemiddeld wmo Pgb (excl WIT): € 25.740, - bij een bandbreedte van € 21.666, - tot € 32.910, -. Gemiddeld WIT: € 3.163,- bij een bandbreedte van € 0,- tot € 4.000, - (dit is het maximumbedrag in 2023). Wmo Pgb en WIT totaal: gemiddeld € 28.903, -.
Wlz: • •
Gemiddeld Wlz pgb-budget € 50.000,- bij een bandbreedte tussen € 27.901,- en € 63.000,-. Bij twee wooninitiatieven ontvangen de WLZ-budgethouders ook de WIT-toeslag, gemiddeld € 2.544,- bij een bandbreedte tussen € 1.500,- en € 4.078,-.
Wooninitiatieven • • •
•
Totaal aantal bewoners in vier wooninitiatieven is 36, waarvan 21 (58%) een Wmo Pgbbudgethouder zijn en 15 (42%) een Wlz-pgb-budget ontvangen. Alle vier de wooninitiatieven betreffen huurpanden waarbij de bewoners een individueel huurcontract hebben met een woningcorporatie. Drie van de vier wooninitiatieven hebben zicht op de Pgb-indicatie en wat daarvan de zorgaanbieder levert en factureert. Gemiddeld is dat 77% van de Pgb-indicatie. Bewoners zetten het niet aan de gecontracteerde zorgaanbieder besteedde deel in op eigen initiatief. Het wooninitiatief heeft daar geen zicht op. Alleen de stichting factureert het volledige Pgb-indicatiebudget uit, Drie van de vier wooninitiatieven kennen als juridische constructie de verenigingsvorm en één de stichtingsvorm. Bewoners verbinden zich contractueel aan de vereniging of stichting. Verenigingen: o Van de drie verenigingen brengt geen enkel wooninitiatief kosten t.l.v. het Pgb, wel de kosten die een bewoner t.l.v. het WIT-budget kan declareren. Kosten zijn dan gebaseerd op werkelijke uitgaven. Alle drie de verenigingen hanteren het voor hen principiële standpunt om te declareren aan de bewoner van minimale noodzakelijke en werkelijke kosten.
o Twee van de drie verenigingen houden een richtlijn aan dat 80% van het Pgbbudget ten dienste is van zorg via het contract van de vereniging en 20% door de bewoner zelf te contracteren valt aan aanbieders buiten dit contract. Dit is een
23
richtlijn, geen harde vereiste, de data bevestigen dit beeld. Slechts een enkele bewoner komt boven de 80% benutting uit. o
o o
De verenigingen hanteren t/m 2023 geen financieel systeem waarin zij bedragen reserveren voor uitgaven in de toekomst. Een enkele vereniging denkt daar wel over na om dat in 2024 toe te passen om uitgaven te doen die een afschrijvingskarakter hebben of om tijdelijke leegstand op te vangen in het geval de huur daarvan t.l.v. de vereniging komt. Afspraken tussen wooninitiatieven en woningcorporatie hierover verschillen. Bij één vereniging heeft het bestuur geen zicht op de hoogte van de Pgbbudgetten. Geen van de wooninitiatieven declareert informele zorg.
Stichting: o De stichting declareert het volledige wmo-Pgb- en WIT-budget aan de bewoner, de stichting betaalt de declaratie van de zorgverlener. o Het Wlz-pgb-budget declareert de stichting rechtstreeks aan het zorgkantoor. o De stichting functioneert feitelijk als een zorgaanbieder die in onderaanneming de fysiek te leveren zorg contracteert. o Daartoe ‘poolt’ de stichting de Wlz pgb - en Wmo Pgb-budgetten. Vanuit het op die manier ontstane budget, betaalt de stichting de facturen van de onderaannemer. o Door als zorgaanbieder te functioneren, reserveren zij net als iedere andere zorgaanbieder het resultaat als dat positief is (het zogenaamde eigen- of weerstandsvermogen). Op deze wijze creëren zij een buffer voor investeringen en financiële tegenvallers. Feitelijke zorgaanbieders
24
• •
• • •
•
• •
•
Wooninitiatieven contracteren een zorgaanbieder die met een team medewerkers de feitelijke zorg levert, individueel en in groepsverband. Yema zorg en Woondroomzorg zijn de zorgaanbieders. Beiden gespecialiseerd in kleinschalige langdurige zorg. En dan met name autisme. Declaraties: Bij de verenigingen factureert de zorgaanbieder rechtstreeks aan de bewoner, bij de stichtingsvorm factureert de zorgaanbieder aan de stichting. Gemiddeld tarief per zorguur in uitvraag: € 62,79 euro bij een bandbreedte van € 49,75 euro tot € 74,13 euro. Vuistregel voor de contractering van ondersteuning door de verengingen is dat het in de Pgb gehanteerde tarief, het gecontracteerde tarief is. Werkelijk lijkt dit minimaal af te wijken. Ook voor de stichting lijkt dit te gelden. Bandbreedte ontstaat doordat het gemiddeld uurtarief een mix is van tijdstip geleverde zorg (denk hierbij aan onregelmatigheidstoeslag uit de CAO) en mix van zorgfuncties al naar gelang hetgeen nodig is. Er is geen verschillend uurtarief over bijvoorbeeld individuele begeleiding en groepszorg. Zorgaanbieder Yema: gekwalificeerde begeleiders, huishoudelijk medewerkers zorgen voor ondersteuning op huishoudelijk gebied en een zorgcoördinator verzorgt de coördinatie van de zorgverlening en de externe contacten van de woonvoorziening.
Van één zorgaanbieder zijn openbare data gevonden over hun rendement en dat bedroeg in 2022 (laatst bekende verslagjaar)1,3%.
25
Bijlage 3: vereniging of stichting De stichting is hoofdaannemer/zorgverlener en koopt zorg in bij een onderaannemer en is dus feitelijk en juridisch een zorgaanbieder. Het wooninitiatief heeft een raamovereenkomst met de woningcoöperatie, zodat het bestuur van de stichting zeggenschap heeft over wie als bewoner instroomt. Het Pgb van de cliënt (inclusief WIT-gelden) vloeit toe naar de stichting doordat zij dit factureert bij de bewoner die dit op zijn/haar beurt declareert bij de SVB, waarbij de stichting dit geld beheert. De stichting is verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van de begeleiding en groepszorg en onderhoud van de gemeenschappelijke ruimten. Er is een koppeling tussen de huurovereenkomst bij de woningcoöperatie en de woonovereenkomst met het wooninitiatief; zonder woonovereenkomst geen huurovereenkomst. De vereniging heeft ook afspraken met de woningcoöperatie, waarbij de vereniging zelf zeggenschap heeft over de instroom van passende bewoners. Als cliënt (en soms in combinatie met ouders) word je lid van de vereniging en ga je middels een contract akkoord met de verplichte zorgafname bij de gezamenlijke aanbieder. Zonder lid te worden van de vereniging en daarmee de door de vereniging geselecteerde zorgaanbieder te contracteren is geen huurovereenkomst mogelijk.
Binnen de verenigingsvorm zijn twee varianten mogelijk: Mogelijkheid A: De cliënt koop zorg in bij zorgaanbieder: Cliënten hebben individuele contracten met de gezamenlijke zorgaanbieder. De gebruikte zorg wordt per cliënt aan de cliënt gefactureerd. Het Pgb is het maximum, waarbij niet altijd het maximum wordt gefactureerd. Afspraken worden gemaakt in de woonovereenkomst over welk deel van het Pgb als maximum wordt gefactureerd zodat een deel vrij besteedbaar bij de bewoner overblijft. Voor beide delen kan de situatie bestaan dat niet alles volledig wordt gefactureerd. Voor onderhoud van de gemeenschappelijke ruimtes worden de ‘WIT-gelden’ gebruikt. De totale rekening hiervan wordt gesplitst door het aantal cliënten en aan de cliënten individueel gefactureerd (die dit bij de SVB zelf declareren). Mogelijkheid B: De cliënt koopt zorg in bij de vereniging. De vereniging koopt zorg in bij de zorgaanbieder. De vereniging factureert aan de cliënten. Die factuur bestaat uit PxQ (prijs x hoeveelheid) voor de zorg, aangevuld met de WIT-gelden. De penningmeester heeft hierbij geen zicht op de hoogte van de Pgb van elke cliënt en de indicatie van de cliënt in verband met privacywetgeving.
Figuur 5: Visualisatie van de verschillende vormen van het wooninitiatief 26
Bijlage 4: Etmaaltarief Om tot een etmaaltarief te komen stellen wij de volgende methode en uitgangspunten voor: A. Bepaal het gemiddeld aantal groepsuren per bewoner als onderdeel van de groep over 2023 B. Bepaal het gemiddeld aantal ongeplande uren per bewoner als onderdeel van de groep over 2023 C. Vermenigvuldig deze uren met het gangbare uurtarief voor 2024 D. Zet de op deze wijze verkregen waarde af tegen het gemiddelde pgb budget 2023 over alle wooninitiatieven E. Indexeer dit budget uit stap D met indexatie voor 2024 F. Verdisconteer het verschil E met C boven op de waarde uit stap C om vanuit een gemiddelde de positie van het wooninitiatief te borgen voor groeps-, ongeplande uren en coördinatie en prijsstabiliteit t.o.v. het basisjaar 2023 G. Deel E door 365 dagen en het etmaaltarief is bepaald H. Indexeer dit tarief conform het algemeen geldende indexatietarief toegepast in pgb voor het etmaaltarief in 2025 en evenzo verder.
Voordelen: -
-
Transparante rekenmethodiek voor een tarief dat recht doet aan de inhoud van de prestatie, namelijk een gemiddeld dagtarief voor dag ondersteuning voor een calculatie object dat een groep betreft waarin tevens onplanbaarheid verwerkt is, iets dat zich alleen als een realistisch gemiddelde laat vangen voor een groep en rekening is gehouden met coördinatie en prijsstabiliteit (t.o.v. basisjaar 2023) hierdoor ontstaat een eigenlijke en juiste wijze voor bewoner en wooninitiatief om gepaste ondersteuning binnen de muren van het wooninitiatief te organiseren en contracteren bij aanbieders die de verschillende vormen van ondersteuning specifiek gericht op bewoners met autisme, te kunnen leveren
Nadelen: -
nieuwe prestatie met alle handelingen vandien bij gemeente, pgb team, indicatiesteller
27