CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport personeelstekorten primair onderwijs 1 okt 2023.pdf

RAAD 28 maart 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Actuele cijfers leraren- en schoolleiderstekort primair en voortgezet onderwijs 2023 (VN2024-002904)21.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

fte categorie

% van werkgelegenheid

scholen

werkgel.

open

verb.

totaal

open

verb.

totaal

zeer laag (<23)

104

152

5

7

11

3,1%

4,3%

7,4%

laag (23-27)

524

657

9

24

33

1,3%

3,7%

5,0%

2.012

2.213

40

49

89

1,8%

2,2%

4,0%

340

412

18

23

42

4,4%

5,7%

10,1%

gemiddeld (27-33) hoog (33-37) zeer hoog (>37) totaal

73

82

3

1

4

4,0%

1,2%

5,3%

3.053

3.515

75

104

179

2,1%

3,0%

5,1%

Tabel 41: Totale tekorten aan schoolleiding - schoolweging

fte categorie

scholen

werkgel.

zeer laag (<23)

104

152

11

laag (23-27)

524

657

gemiddeld (27-33)

% van werkgelegenheid

open verb.

totaal

open

verb.

totaal

13

24

7,0%

8,7%

15,7%

35

68

103

5,4%

10,3%

15,7%

2.012

2.213

118

145

262

5,3%

6,5%

11,9%

hoog (33-37)

340

412

41

54

94

9,9%

13,0%

22,9%

zeer hoog (>37)

73

82

8

4

12

9,8%

4,4%

14,2%

3.053

3.515

212

283

495

6,0%

8,1%

14,1%

totaal

3.3.7

Tekorten aan schoolleiding over de tijd

Tot besluit van dit hoofdstuk maken we een vergelijking van de tekorten aan schoolleiding op peildatum 1 oktober 2021, 1 oktober 2022 en 1 oktober 2023.27 In Figuur 10 zijn de tekorten aan schoolleiding weergegeven voor peildatums 1 oktober 2021, 1 oktober 2022 en 1 oktober 2023. We zien dat de tekorten bij sommige regio’s op beide peilmomenten nagenoeg gelijk zijn. Voorbeelden zijn Groningen, Noord-Holland Noord en Flevoland. Aan de andere kant van het spectrum zitten regio’s met grote verschillen tussen de peildata, zoals Midden-Holland en Gorinchem. Over het algemeen lijkt het dat de regionale verschillen in 2023 ongeveer even groot zijn als in 2022. Het is wederom van belang bij deze bevindingen de kanttekeningen in sectie 3.3.1 in het achterhoofd te houden.

27

(Adriaens, Elshout, Elshout, & de Cock, 2021) en (Adriaens, Elshout, & Elshout, 2022).

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

33

Figuur 9: Vergelijking totale tekorten aan schoolleiding in oktober 2021, oktober 2022 en oktober 2023

1 oktober 2021

1 oktober 2022

1 oktober 2023

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

34

4

De 5 grote gemeenten

In de 5 grote gemeenten (Almere, Amsterdam, ’s-Gravenhage, Rotterdam en Utrecht) is de tekortmeting op een paar punten anders verlopen dat in de rest van Nederland (zie bijlage A.3). De verschillen zitten niet in de gestelde vragen, maar in wie bevraagd zijn (de bevraging geschiedt op vestigingsniveau in plaats van op schoolniveau)28, en of deelname (en de controle door het schoolbestuur) verplicht was. Dit hoofdstuk beschrijft de resultaten van de tekortmeting binnen de G5 in min of meer dezelfde opbouw als hoofdstuk 3.

4.1

Respons

In totaal zijn 818 vestigingen gestart met de vragenlijst. Daarvan zijn er 2 direct na de eerste vraag afgehaakt en nog 4 zijn elders in de vragenlijst gestopt. Daarmee hebben 812 van de 939 vestigingen de uitvraag volledig ingevuld. Bij deze vestigingen is slechts in zeer beperkte mate sprake van problemen met de invoer, zie Tabel 42 voor de uitgevoerde controles. Het totaal in de tabel is ontdubbeld voor vestigingen die meer dan één probleem vertoonden. Tabel 42: Controles van de data

probleem

aanwezig

afwezig

aanwezig (%)

aantal leerlingen gelijk aan 0

0

812

0,0%

leerling-leraarratio <1 of >35

2

810

0,2%

leerling-schoolleidingratio <1

2

810

0,2%

totaal, ontdubbeld

3

812

0,4%

Dit hoofdstuk is gebaseerd op de 809 vestigingen die de uitvraag volledig invulden en waarbij geen problemen zijn geconstateerd. Voor deze vestigingen voerden schoolbesturen in 782 gevallen (97%) de controle uit. Die controle was niet vrijblijvend (zie ook bijlage A.3.3), maar vestigingen waarbij de controle niet is uitgevoerd zijn toch meegenomen in dit hoofdstuk. De respons, uitgesplitst naar gemeente en gemeten in aantallen vestigingen en in aantallen leerlingen op de vestigingen, is weergegeven in Tabel 43 en Tabel 44. Omdat niet duidelijk is van welke ILOCS/ULOCS respons verwacht kan worden (zie ook voetnoot 36 op pagina 59), presenteren we de respons zowel inclusief als exclusief alle ILOCs en ULOCs. De tabel inclusief (Tabel 43) geeft waarschijnlijk een onderschatting van de respons in termen van vestigingen. De tabel exclusief (Tabel 44) geeft waarschijnlijk een overschatting van de respons in termen van aantallen vestigingen. ILOCs en ULOCs hebben formeel geen leerlingen, daarom is de respons in termen van aantallen leerlingen gelijk in beide tabellen. Uitzondering hierop vormen Amsterdam en Rotterdam waar op respectievelijk 1 en 4 ILOCS/ULOCS toch leerlingen geteld zijn in de gegevens van DUO.

Merk op dat dit in toenemende mate problematisch lijkt voor scholen. Diverse scholen hebben daarom net als in de voorgaande meting zelfstandig besloten toch op schoolniveau in te vullen, of specifieke vestigingen bij elkaar op te tellen. Dit maakt de verwerking en analyse van de data en de interpretatie van de resultaten niet eenvoudiger. 28

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

35

Tabel 43: Respons inclusief ILOCs en ULOCs - gemeente

vestigingen gemeente

leerlingen

populatie

deelgenomen

respons

populatie

deelgenomen

respons

Almere

84

81

96%

21.586

21.196

98%

Amsterdam

268

244

91%

65.484

63.345

97%

's-Gravenhage

165

162

98%

49.071

48.007

98%

Rotterdam

239

207

87%

55.973

51.569

92%

Utrecht

124

115

93%

32.232

30.312

94%

totaal

880

809

92%

224.346

214.429

96%

Tabel 44: Respons exclusief ILOCS en ULOCs - gemeente

vestigingen gemeente

leerlingen

populatie

deelgenomen

respons

populatie

deelgenomen

respons

Almere

82

79

96%

21.586

21.196

98%

Amsterdam

247

231

94%

65.125

62.986

97%

's-Gravenhage

158

155

98%

49.071

48.007

98%

Rotterdam

210

184

88%

54.311

49.907

92%

Utrecht

116

108

93%

32.232

30.312

94%

totaal

813

757

93%

222.325

212.408

96%

We zien dat de respons zeer hoog te noemen is. De respons gemeten in aantallen leerlingen is daarbij hoger dan de respons gemeten in vestigingen. Dat betekent dat over het algemeen de respons bij grotere vestigingen iets beter is dan bij kleinere vestigingen. Verder zien we dat Almere, Amsterdam en ’sGravenhage in termen van leerlingen een hogere respons hebben dan de andere twee gemeenten. We hebben de respons ook in beeld gebracht naar schooltype, zie Tabel 45 en Tabel 46, respectievelijk inclusief en exclusief de ILOCs en ULOCs. We zien dat in het speciaal basisonderwijs bijna alle scholen hebben gerespondeerd, maar dat de respons bij het (voortgezet) speciaal onderwijs wat achterblijft. In Tabel 47 zien we de respons naar schoolweging. Daaruit blijkt dat bij vestigingen met een hoge tot zeer hoge schoolweging de respons enigszins achterblijft bij de andere categorieën van schoolweging. Tabel 45: Respons inclusief ILOCS en ULOCs – schooltype

vestigingen schooltype

leerlingen

populatie deelgenomen respons populatie deelgenomen respons

basisonderwijs

739

690

93%

205.823

197.926

96%

speciaal basisonderwijs

39

38

97%

4.879

4.774

98%

(voortgezet) speciaal onderwijs

102

81

79%

13.644

11.729

86%

totaal

880

809

92%

224.346

214.429

96%

Tabel 46: Respons exclusief ILOCS en ULOCs – schooltype

vestigingen schooltype basisonderwijs

leerlingen

populatie deelgenomen respons populatie deelgenomen respons 672

638

95%

speciaal basisonderwijs

39

38

97%

(voortgezet) speciaal onderwijs

102

81

79%

totaal

813

757

93%

222.325

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

203.802

195.905

96%

4.879

4.774

98%

13.644

11.729

86%

212.408

96%

36

Tabel 47: Respons naar categorie van schoolweging (alleen regulier basisonderwijs met bekende schoolweging, exclusief ILOCs/ULOCs)

vestigingen

leerlingen

schoolweging

populatie

deelgenomen

respons

populatie

deelgenomen

respons

zeer laag (<23)

80

77

96%

26.303

25.499

97%

laag (23-27)

126

123

98%

49.980

49.066

98%

gemiddeld (27-33)

148

145

98%

49.384

48.860

99%

hoog (33-37)

199

184

92%

53.254

49.344

93%

zeer hoog (>37)

100

96

96%

24.833

23.088

93%

totaal

653

625

96%

203.754

195.857

96%

4.2

Tekorten aan leraren

Deze sectie beschrijft de tekorten onder leraren in het reguliere basisonderwijs (met uitzondering van sectie 4.2.6). De opbouw van deze sectie is vergelijkbaar met die van sectie 3.2.

4.2.1

De grote gemeenten vergeleken

Allereerst geven we per gemeente de naar wens vervulde fte’s en de subtotalen van de gemeten tekorten weer in Figuur 10. Hierin zijn de tekorten uitgesplitst naar tekorten bij reguliere posities en bij vervanging, en tevens naar openstaande vacatures en verborgen tekorten. De onderdelen zijn weergegeven relatief ten opzichte van de totale werkgelegenheid (=werkzaam personeel + tekorten). Merk op dat de figuur bij 75% begint, om op die manier in te kunnen zoomen op de tekorten. De labels bij iedere staaf geven de omvang van de betreffende categorie in fte aan. Figuur 10: Tekorten aan leraren – gemeente 100%

105

36

66

30

90

82

95% 499 90%

207

19 41

333 436 63

69

85%

133

9 80%

75%

73

1,725

147

3,074

3,498 2,469

1,040 Almere

124 40

Amsterdam

's-Gravenhage

vervuld naar wens

verborgen vervanging

verborgen regulier

openstaand regulier

Rotterdam

Utrecht

openstaande vervanging

Het valt op dat Almere relatief de grootste tekorten en Utrecht relatief de kleinste tekorten kent binnen de G5. De omvang van het tekort verschilt verder meer over de gemeenten dan in voorgaande metingen. De verborgen reguliere tekorten vormen het grootste deel van de totale tekorten.

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

37

4.2.2

De mate waarin scholen met een verschillend tekort te maken hebben

In een histogram kan worden bekeken welk deel van de vestigingen in een bepaalde tekortcategorie valt. We hebben in Figuur 11 de verdeling van het totale tekort (openstaande en verborgen tekorten, regulier en vervanging) opgenomen. We zien bijvoorbeeld dat 14% van de vestigingen aangeven geen tekort te hebben. Ter vergelijking, buiten de G5 rapporteert 49% van de scholen geen tekort te hebben (zie sectie 3.2.1). Verder rapporteert 19% van de vestigingen een tekort van meer dan 30% (versus 4% buiten de G5). Figuur 11: Verdeling van vestigingen over categorieën van tekorten aan leraren

25% 20% 15% 10% 5%

4.2.3

> 30%

28% - 30%

26% - 28%

24% - 26%

22% - 24%

20% - 22%

18% - 20%

16% - 18%

14% - 16%

12% - 14%

10% - 12%

8% - 10%

6% - 8%

4% - 6%

2% - 4%

0% - 2%

0%

0%

De manier waarop tekorten worden ingevuld

In Tabel 48 tot en met Tabel 52 zijn de open tekorten en (de invulling van) de verborgen tekorten in fte per gemeente weergegeven (zie ook bijlage A.2 voor een toelichting op de categorieën). Daarbij zijn ook extra kolommen opgenomen waarin het tekort wordt gerelateerd aan het totaal aantal fte verborgen tekorten, het totale tekort in fte en de werkgelegenheid (bij de gemeten vestigingen) in fte. We zien bijvoorbeeld in Tabel 48 dat 83% van de verborgen tekorten in Almere intern is ingevuld en dat het totale tekort ongeveer 24% van de totale werkgelegenheid in Almere bedraagt. Utrecht wijkt op dit punt wat af van de andere gemeenten met 59% intern ingevulde verborgen tekorten. Daarnaast hebben Almere en ’s-Gravenhage een vergelijkbare verdeling van openstaande en verborgen tekorten (ongeveer 15% openstaand), en wijken Amsterdam, Rotterdam en Utrecht daarvan af, met respectievelijk 22%, 25% en 28% openstaande vacatures. Als we naar details van de invulling van verborgen tekorten kijken, zien we dat deze met name worden ingevuld met onbevoegden. De tweede belangrijkste categorie om verborgen tekorten op te lossen wordt gevormd door de zijinstroom. Utrecht (Tabel 52) wijkt af van de andere gemeenten omdat daar de invulling voornamelijk gebeurt met zijinstroom, zzp’ers en onbevoegden.

Tot slot zien we bijvoorbeeld dat het vervangingstekort in Amsterdam ongeveer 202 / 4.304 = 4,7% bedraagt. Merk op dat de tekorten in dit onderzoek uitgedrukt worden ten opzichte van de totale werkgelegenheid. Stel dat de benodigde vervanging ten gevolge van langdurig (ziekte)verzuim in

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

38

Amsterdam 6% bedraagt, dan kan voor ongeveer 80% van die vervanging in Amsterdam geen gewenste oplossing worden gevonden. Tabel 48: Tekorten aan leraren – invulling regulier basisonderwijs Almere aantal vestigingen

70

werkzaam

1.040

werkgelegenheid

1.364

Totaal

regulier

vervanging

totaal

242

82

325

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

100%

23,8%

- openstaand

36

9

45

14%

3,3%

- verborgen

207

73

280

100%

86%

20,5%

verborgen, intern ingevuld

176

55

231

83%

71%

16,9%

- zijinstroom

40

7

47

17%

14%

3,4%

- bevoegd ambulant

18

6

24

9%

7%

1,7%

- onbevoegd

112

33

145

52%

45%

10,6%

- groep opgesplitst

7

9

15

6%

5%

1,1%

verborgen, extern ingevuld

31

18

49

17%

15%

3,6%

- uitzendkracht, bevoegd

11

9

20

7%

6%

1,5%

- uitzendkracht, onbevoegd

5

1

5

2%

2%

0,4%

- zzp’er

13

8

21

8%

6%

1,5%

- anders

4

1

5

3%

2%

0,4%

% van totaal

% van werkgel.

Tabel 49: Tekorten aan leraren – invulling regulier basisonderwijs Amsterdam aantal vestigingen

206

werkzaam

3.498

werkgelegenheid

4.304 regulier

vervanging

totaal

% van verb.

Totaal

605

202

806

100%

18,7%

- openstaand

105

69

175

22%

4,1%

- verborgen

499

133

632

78%

14,7%

verborgen, intern ingevuld

381

79

460

73%

57%

10,7%

- zijinstroom

134

29

164

26%

20%

3,8%

100%

- bevoegd ambulant

23

3

26

4%

3%

0,6%

- onbevoegd

214

40

254

40%

32%

5,9%

- groep opgesplitst

10

7

17

3%

2%

0,4%

verborgen, extern ingevuld

119

53

172

27%

21%

4,0%

- uitzendkracht, bevoegd

32

14

46

7%

6%

1,1%

- uitzendkracht, onbevoegd

35

15

50

8%

6%

1,2%

- zzp’er

42

21

63

10%

8%

1,5%

- anders

10

3

13

2%

2%

0,3%

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

39

Tabel 50: Tekorten aan leraren – invulling regulier basisonderwijs ’s-Gravenhage aantal vestigingen

139

werkzaam

2.469

werkgelegenheid

3.158 regulier

vervanging

totaal

Totaal

502

187

- openstaand

66

40

- verborgen

436

147

583

verborgen, intern ingevuld

355

102

- zijinstroom

97

27

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

689

100%

21,8%

106

15%

3,4%

100%

85%

18,5%

457

78%

66%

14,5%

124

21%

18%

3,9%

- bevoegd ambulant

25

8

33

6%

5%

1,0%

- onbevoegd

225

66

291

50%

42%

9,2%

- groep opgesplitst

8

2

10

2%

1%

0,3%

verborgen, extern ingevuld

81

45

126

22%

18%

4,0%

- uitzendkracht, bevoegd

28

10

38

6%

5%

1,2%

- uitzendkracht, onbevoegd

26

14

40

7%

6%

1,3%

- zzp’er

26

19

45

8%

7%

1,4%

- anders

1

2

3

1%

0%

0,1%

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

100%

16,6%

Tabel 51: Tekorten aan leraren – invulling regulier basisonderwijs Rotterdam aantal vestigingen

172

werkzaam

3.074

werkgelegenheid

3.684

Totaal

regulier

vervanging

totaal

423

188

610

- openstaand

90

63

153

25%

4,2%

- verborgen

333

124

457

100%

75%

12,4%

verborgen, intern ingevuld

295

104

399

87%

65%

10,8%

- zijinstroom

79

25

104

23%

17%

2,8%

- bevoegd ambulant

19

9

28

6%

5%

0,8%

- onbevoegd

172

59

231

50%

38%

6,3%

- groep opgesplitst

25

11

36

8%

6%

1,0%

verborgen, extern ingevuld

38

20

58

13%

9%

1,6%

- uitzendkracht, bevoegd

8

6

14

3%

2%

0,4%

- uitzendkracht, onbevoegd

20

9

29

6%

5%

0,8%

- zzp’er

7

3

11

2%

2%

0,3%

- anders

2

3

5

1%

1%

0,1%

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

40

Tabel 52: Tekorten aan leraren - invulling regulier basisonderwijs Utrecht aantal vestigingen

103

werkzaam

1.725

werkgelegenheid

1.896 regulier

vervanging

totaal

totaal

112

59

- openstaand

30

19

- verborgen

82

41

123

verborgen, intern ingevuld

48

25

73

- zijinstroom

23

11

34

- bevoegd ambulant

6

5

11

- onbevoegd

17

5

22

- groep opgesplitst

3

3

6

verborgen, extern ingevuld

34

16

- uitzendkracht, bevoegd

8

- uitzendkracht, onbevoegd

1

- zzp'er - anders

4.2.4

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

171

100%

9,0%

48

28%

2,5%

72%

6,5%

59%

43%

3,8%

28%

20%

1,8%

9%

6%

0,6%

18%

13%

1,2%

5%

3%

0,3%

50

41%

29%

2,6%

6

14

12%

8%

0,8%

0

1

1%

1%

0,1%

22

8

30

24%

17%

1,6%

3

2

5

4%

3%

0,3%

100%

Tekorten aan regulier personeel versus tekorten vervanging

In deze sectie bekijken we het onderscheid van reguliere tekorten versus tekorten bij vervanging in meer detail. De verdeling van vestigingen over de verschillende categorieën is opgenomen in Tabel 53. We zien in die tabel dat relatief veel vestigingen met een tekort in categorie 2 (alleen reguliere tekorten) vallen. Het is uiteraard mogelijk dat een vestiging geen vervangingstekorten heeft. Categorie 4 is opvallend, maar op basis van de beschikbare gegevens kunnen we die niet buiten beschouwing laten in de analyses (zie ook de toelichting in sectie 3.2.3). Tabel 53: Aantal vestigingen per categorie regulier versus vervanging

categorie

beschrijving

vestigingen

aandeel

1

geen tekort

95

14%

2

alleen reguliere tekorten

246

36%

3

alleen vervangingstekorten

26

4%

4

reguliere tekorten gelijk aan vervangingstekorten (>0)

72

10%

5

reguliere tekorten ongelijk aan vervangingstekorten (beide >0)

251

36%

4.2.5

Tekorten naar stadsdeel

In deze sectie tonen we in Tabel 54 tot en met Tabel 58 een andere doorsnede van de data, namelijk naar staddeel per gemeente.29 Het stadsdeel van een vestiging is bepaald met behulp van een koppe-

29

Stadsdelen zijn samenvoegingen van wijken. In Utrecht zijn stadsdelen gelijk aan wijken.

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

41

ling van het vestigingsadres (postcode + huisnummer) met de gemeente-wijk-buurtdata van het CBS.30 Opvallend is met name dat tekorten erg kunnen verschillen per stadsdeel. Zo is de problematiek in Almere Poort ongeveer vier keer zo groot als in Almere Hout. In Amsterdam springen stadsdelen Nieuw-West en Zuidoost er in negatieve zin uit. In ‘s-Gravenhage is dat het Laak en in Rotterdam betreft dit Rozenburg. In Utrecht zijn de tekorten aanzienlijk lager, maar doen zich toch ook grote verschillen voor tussen de verschillende stadsdelen. Zo heeft stadsdeel Overvecht een bijna zes keer zo hoog tekort als stadsdeel Oost. Tabel 54: Tekorten aan leraren - stadsdelen Almere fte stadsdeel

% van werkgelegenheid

vestigingen

werkgel.

open

verb.

totaal

open

verb.

totaal

17

317

12

54

66

3,9%

16,9%

20,8%

Haven

7

110

4

30

34

3,6%

27,6%

31,2%

Hout

5

64

2

4

6

2,5%

6,8%

9,3%

Pampus

0

0

0

0

0

-

-

-

Poort

7

189

7

67

73

3,6%

35,2%

38,8%

Buiten

Stad Centrum

0

0

0

0

0

-

-

-

Stad Oost

18

284

12

47

58

4,0%

16,5%

20,5%

Stad West

16

400

9

78

87

2,1%

19,5%

21,6%

Tabel 55: Tekorten aan leraren - stadsdelen Amsterdam fte

% van werkgelegenheid

stadsdeel

vestigingen

werkgel.

open

verb.

totaal

open

verb.

totaal

Centrum

14

278

3

23

26

1,1%

8,2%

9,2%

Nieuw-West

39

958

53

230

283

5,5%

24,0%

29,5%

Noord

31

590

23

81

105

4,0%

13,8%

17,7%

Oost

32

660

25

77

101

3,8%

11,6%

15,4%

Weesp

8

175

9

24

33

5,2%

13,6%

18,9%

West

28

567

17

59

77

3,1%

10,5%

13,5%

Westpoort

0

0

0

0

0

-

-

-

Zuid

35

718

17

78

95

2,4%

10,8%

13,2%

Zuidoost

19

358

27

60

87

7,6%

16,9%

24,4%

Tabel 56: Tekorten aan leraren - stadsdelen 's-Gravenhage fte

% van werkgelegenheid

stadsdeel

vestigingen

werkgel.

open

verb.

totaal

open

verb.

totaal

Centrum

30

783

14

184

199

1,8%

23,5%

25,4%

Escamp

29

804

47

160

207

5,8%

19,9%

25,7%

Haagse Hout

16

255

7

34

41

2,7%

13,5%

16,2%

Laak

11

232

15

60

75

6,4%

25,8%

32,2%

Leidschenveen-Ypenburg

12

308

5

49

54

1,7%

15,8%

17,6%

Loosduinen

26

31

2,2%

12,4%

14,6%

10

213

5

Scheveningen

15

290

6

31

37

2,2%

10,6%

12,8%

Segbroek

16

273

7

38

46

2,7%

14,0%

16,7%

Hiervoor zijn voor 15 vestigingen postcode en huisnummer gecorrigeerd met behulp van eerdere metingen, de website van de vestiging of Google Maps, omdat de voor deze vestigingen door DUO geleverde gegevens niet bekend waren bij het CBS. 30

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

42

Tabel 57: Tekorten aan leraren - stadsdelen Rotterdam fte stadsdeel

vestigingen

werkgel.

Centrum

6

Charlois

18

Delfshaven Feijenoord

% van werkgelegenheid

open

verb.

totaal

open

verb.

totaal

146

6

16

21

3,9%

10,6%

14,5%

368

14

61

76

3,8%

16,7%

20,5%

20

449

13

39

52

2,8%

8,7%

11,5%

24

564

33

106

138

5,8%

18,7%

24,5%

Haven

0

0

0

0

0

-

-

-

Hillegersberg-Schiebroek

15

329

5

20

25

1,5%

6,1%

7,6%

Hoek van Holland

3

47

4

8

12

7,8%

18,0%

25,7%

Hoogvliet

9

189

3

18

21

1,7%

9,6%

11,3%

IJsselmonde

17

468

30

39

69

6,4%

8,4%

14,7%

Kralingen-Crooswijk

13

271

10

46

56

3,7%

17,0%

20,7%

Noord

13

193

10

26

36

5,3%

13,4%

18,8%

Overschie

7

140

6

27

33

4,4%

19,3%

23,7%

Pernis

2

27

0

1

1

0,0%

3,7%

3,7%

Prins Alexander

22

440

15

35

51

3,5%

8,0%

11,5%

Rozenburg

3

54

5

14

19

9,3%

26,9%

36,2%

werkgel.

open

verb.

totaal

open

verb.

Tabel 58: Tekorten aan leraren - stadsdelen Utrecht fte stadsdeel

vestigingen

% van werkgelegenheid totaal

Binnenstad

5

49

0

3

3

0,2%

6,1%

6,3%

Leidsche Rijn

14

292

7

23

30

2,3%

7,9%

10,2%

Noordoost

11

235

6

9

15

2,5%

3,8%

6,2%

Noordwest

11

186

8

17

25

4,2%

9,0%

13,2%

Oost

7

118

2

1

4

1,9%

1,0%

3,0%

Overvecht

9

187

8

25

33

4,3%

13,1%

17,4%

Vleuten-De Meern

16

307

8

18

26

2,5%

5,8%

8,3%

West

9

131

3

3

6

2,2%

2,3%

4,5%

Zuid

8

125

0

11

11

0,3%

8,6%

8,9%

Zuidwest

13

265

7

14

21

2,5%

5,3%

7,8%

4.2.6

Tekorten naar schooltype

Deze sectie bespreekt in het kort de tekorten bij de verschillende schooltypen. De gegevens zijn opgenomen in Tabel 59 tot en met Tabel 61. We zien dat de reguliere tekorten bij alle schooltypen groter zijn dan de vervangingstekorten. Het speciaal basisonderwijs heeft de grootste totale tekorten. Dit beeld zien we ook bij de totale tekorten buiten de G5 (zie sectie 3.2.5). Tabel 59: Reguliere tekorten aan leraren - schooltype

fte schooltype

% van werkgelegenheid

vestigingen werkgel. open verb. totaal 327 1.557

open

verb.

totaal

1.883

2,3%

10,8%

13,1%

basisonderwijs

690

14.406

speciaal basisonderwijs

38

607

24

62

86

4,0%

10,2%

14,1%

(voortgezet) speciaal onderwijs

81

2.170

60

201

261

2,8%

9,3%

12,0%

totaal

809

17.183

411 1.820

2.230

2,4%

10,6%

13,0%

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

43

Tabel 60: Vervangingstekorten aan leraren - schooltype

fte schooltype

% van werkgelegenheid open

verb.

totaal

basisonderwijs

vestigingen werkgel. open verb. totaal 690

14.406

201

517

718

1,4%

3,6%

5,0%

speciaal basisonderwijs

38

607

12

29

41

2,0%

4,7%

6,7%

(voortgezet) speciaal onderwijs

81

2.170

34

65

99

1,6%

3,0%

4,5%

totaal

809

17.183

247

611

857

1,4%

3,6%

5,0%

Tabel 61: Totale tekorten aan leraren - schooltype

fte schooltype

vestigingen werkgel. open verb. totaal

open

verb.

totaal

2.601

3,7%

14,4%

18,1%

90

126

6,0%

14,9%

20,8%

266

360

4,3%

12,3%

16,6%

657 2.430

3.087

3,8%

14,1%

18,0%

basisonderwijs

690

14.406

speciaal basisonderwijs

38

607

36

(voortgezet) speciaal onderwijs

81

2.170

94

totaal

809

17.183

4.2.7

% van werkgelegenheid

528 2.074

Tekorten naar schoolweging

In Tabel 62 tot en met Tabel 64 tonen we de tekorten in het reguliere basisonderwijs naar schoolweging.31 Merk op dat de schoolweging niet bekend was voor 65 vestigingen in het reguliere basisonderwijs. Het gaat hier om 13 reguliere vestigingen en alle ILOCs en ULOCs (beide 26). Voor die laatste twee typen kan geen schoolweging worden berekend. We zien in de tabellen dat zowel de reguliere als vervangingstekorten min of meer toenemen naarmate de schoolweging hoger is. De toename in de tekorten (bij toenemende schoolweging) speelt zowel bij openstaande als bij verborgen tekorten. Tabel 62: Reguliere tekorten aan leraren - schoolweging

fte categorie

% van werkgelegenheid

vestigingen

werkgel.

open

verb.

totaal

open

verb.

totaal

zeer laag (<23)

77

1.489

25

70

95

1,7%

4,7%

6,4%

laag (23-27)

123

2.690

25

178

204

0,9%

6,6%

7,6%

gemiddeld (27-33)

145

3.104

61

367

428

2,0%

11,8%

13,8%

hoog (33-37)

184

3.864

126

601

727

3,3%

15,6%

18,8%

zeer hoog (>37)

96

1.947

67

252

319

3,5%

13,0%

16,4%

totaal

625

13.094

304

1.469

1.774

2,3%

11,2%

13,5%

31

Zie voetnoot 3 op pagina 7 voor een toelichting op de schoolweging.

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

44

Tabel 63: Vervangingstekorten aan leraren - schoolweging

fte categorie

% van werkgelegenheid

vestigingen

werkgel.

open

verb.

totaal

open

verb.

totaal

zeer laag (<23)

77

1.489

11

26

38

0,8%

1,8%

2,5%

laag (23-27)

123

2.690

19

58

77

0,7%

2,2%

2,9%

gemiddeld (27-33)

145

3.104

51

126

177

1,6%

4,1%

5,7%

hoog (33-37)

184

3.864

62

159

222

1,6%

4,1%

5,7%

zeer hoog (>37)

96

1.947

34

97

131

1,8%

5,0%

6,8%

totaal

625

13.094

177

467

645

1,4%

3,6%

4,9%

Tabel 64: Totale tekorten aan leraren - schoolweging

fte categorie

% van werkgelegenheid

vestigingen

werkgel.

open

verb.

totaal

open

verb.

totaal

zeer laag (<23)

77

1.489

37

96

133

2,5%

6,5%

8,9%

laag (23-27)

123

2.690

44

237

281

1,6%

8,8%

10,4%

gemiddeld (27-33)

145

3.104

112

494

605

3,6%

15,9%

19,5%

hoog (33-37)

184

3.864

188

761

948

4,9%

19,7%

24,5%

zeer hoog (>37)

96

1.947

101

349

451

5,2%

17,9%

23,2%

totaal

625

13.094

482

1.937

2.418

3,7%

14,8%

18,5%

4.2.8

Tekorten aan leraren over de tijd

In de G5 zijn inmiddels 4 metingen verricht voor peildatum 1 oktober.32 De lerarentekorten per gemeente en over de tijd zijn opgenomen in Figuur 12.33 We zien dat de tekorten sinds de voorgaande meting (peildatum 1 oktober 2022) in alle gemeenten behalve Utrecht zijn gestegen. Rotterdam laat zelfs een forse stijging zien tussen 1 oktober 2022 en 1 oktober 2023. Utrecht heeft net zoals op peildatums 1 oktober 2020 en 1 oktober 2021 weer veel lagere tekorten dan de andere gemeenten. De onderliggende cijfers zijn te vinden in bijlage B. Figuur 12: Tekorten aan leraren over de tijd 25% 20% 15% 10% 5% 0% 1-10-2020

1-10-2021 Almere

Amsterdam

1-10-2022 's-Gravenhage

Rotterdam

1-10-2023 Utrecht

Amsterdam heeft ook vóór 1 februari 2021 gegevens over de lerarentekorten verzameld. Dat is echter via een andere methodiek verlopen. Die gegevens zijn daardoor niet te vergelijken met de andere gemeenten of met de onderhavige tekortmeting. 33 De februarimetingen in 2020 en 2021 zijn niet in deze figuur opgenomen omdat die vanwege mogelijke seizoenseffecten lastiger vergelijkbaar zijn met de oktobermetingen. De gegevens zijn wel opgenomen in Tabel 81 tot en met Tabel 83 in bijlage B. 32

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

45

4.2.9

Samenhang van de tekorten met achtergrondvariabelen

Voor de tekortmeting in de G5 hebben we ook een regressieanalyse uitgevoerd. Zie voor een toelichting op de werkwijze en de beschikbare achtergrondvariabelen sectie 3.2.8. De resultaten van de regressieanalyse zijn opgenomen in Tabel 65. Het gehanteerde model verklaart ongeveer 28% van de variantie in de te verklaren variabele (het tekortpercentage). We zien allereerst dat het gemiddelde niveau van tekorten per 1 oktober 2023 significant hoger is dan per 1 februari 2020 (het basisniveau). Een separate statistische toets laat ook zien dat het gemiddelde niveau van tekorten in per 1 oktober 2023 ook significant afwijkt van het gemiddelde niveau per 1 oktober 2022. We zien ook dat alle gemeenten behalve Rotterdam statistisch significant lagere tekorten hebben dan Almere. Verder zien we dat een hogere leerling-leraarratio (meer leerlingen per fte leraar) samenhangt met hogere tekorten en dat een verschil in schoolweging van 2 punten naar verwachting tot ongeveer een 1,4%-punt hoger tekort leidt. We zien ook dat grotere instellingen (een groter aantal leerlingen) en het hebben van een groter aandeel vaste aanstellingen naar verwachting samenhangt met een lager tekort.

Als het aandeel vaste aanstellingen 1%-punt stijgt, dan neemt het tekort met ongeveer 0,14%-punt af.34 Het uitstroompercentage laat verder een positief verband zien (een hoger uitstroompercentage hangt samen met een hoger tekort). Mogelijk is sprake van een hoger tekort juist omdat de uitstroom hoger is. Tabel 65: Schattingsresultaten variabele

waarde

peildatum 1 februari 2020+ 1 oktober 2020

-2.233**

1 februari 2021

-0.327

1 oktober 2021

1.424

1 oktober 2022

3.104**

1 oktober 2023

4.761**

gemeente Almere+ Amsterdam

-6.830**

’s-Gravenhage

-2.030*

Rotterdam

-1.105

Utrecht

-4.560**

schoolweging

0.709**

aantal leerlingen

-0.004**

verzuimpercentage

0.356**

leerling-leraarratio

1.020**

aandeel vast

-0.138**

uitstroompercentage constante

0.077** -14.868**

+ basiscategorie, * significant op 5%, ** significant op 1% betrouwbaarheid

34

Merk ten overvloede op dat de regressieanalyse geen antwoord geeft wat oorzaak en wat gevolg is.

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

46

4.2.10 Invloed Nationaal Programma Onderwijs op de tekorten De tekortmeting bevat ook vragen over de tekorten naar aanleiding van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Scholen hebben daarbij de vervulde en onvervulde fte’s leraren en onderwijsondersteunend personeel die gerelateerd zijn aan deze middelen moeten opgeven. De tekorten aan leraren in het kader van het NPO zijn weergegeven in Tabel 66. Tabel 66: Tekorten aan leraren NPO fte gemeente

vervuld

open

werkgelegenheid

tekort (%)

Almere

69

15

84

17,5%

Amsterdam

132

12

143

8,0%

's-Gravenhage

80

11

91

11,7%

Rotterdam

95

31

126

24,4%

Utrecht

94

7

101

6,5%

totaal

471

74

545

13,6%

We zien in Tabel 66 dat gemiddeld ongeveer 14% van de werkgelegenheid voor leraren naar aanleiding van het NPO niet kan worden ingevuld. Dat is veel meer dan de 2,0% buiten de G5 (zie sectie 3.2.9). De verschillen tussen gemeenten zijn daarnaast aanzienlijk: in Rotterdam kan bijvoorbeeld bijna een kwart van de werkgelegenheid voor leraren naar aanleiding van het NPO niet worden ingevuld terwijl dit in Utrecht 6,5% bedraagt. Als we de tekorten naar aanleiding van het NPO optellen bij de tekorten aan leraren bij reguliere posities en voor vervanging (zie sectie 4.2.3), dan ontstaat Tabel 67. Ondanks dat het NPO in absolute zin voor werkgelegenheid en tekorten zorgt, zijn deze ten opzichte van de al aanwezige tekorten en werkgelegenheid relatief beperkt, en hebben daarom een beperkte invloed op het totale tekortpercentage. Tabel 67: Tekorten aan leraren exclusief en inclusief tekorten NPO fte regulier + vervanging gemeente Almere

fte NPO

fte totaal

vervuld open verb. werkgel. vervuld open werkgel. vervuld tekort werkgel. tekort (%) 1.040

45

280

1.364

69

15

84

1.109

339

1.448

23,4%

Amsterdam

3.498

175

632

4.304

132

12

143

3.630

818

4.447

18,4%

's-Gravenhage

2.469

106

583

3.158

80

11

91

2.549

700

3.248

21,5%

Rotterdam

3.074

153

457

3.684

95

31

126

3.169

641

3.810

16,8%

Utrecht

1.725

48

123

1.896

94

7

101

1.819

178

1.997

8,9%

totaal

11.805

528 2.074

14.406

471

74

545

12.276

2.676

14.952

17,9%

Tot besluit zien we in Tabel 68 de werkgelegenheid en tekorten aan onderwijs ondersteunend personeel naar aanleiding van het NPO. We zien dan dat Amsterdam en Rotterdam een relatief laag tekort kennen, maar Utrecht juist een aanzienlijk hoger tekort.

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

47

Tabel 68: Tekorten aan onderwijsondersteunend personeel NPO fte gemeente

vervuld

open

werkgelegenheid

tekort (%)

Almere

52

6

57

9,8%

Amsterdam

143

10

153

6,8%

's-Gravenhage

179

15

194

7,8%

Rotterdam

196

13

208

6,1%

Utrecht

62

7

69

10,1%

totaal

632

51

682

7,5%

4.3

Tekorten aan schoolleiding

In deze sectie bespreken we de tekorten aan schoolleiding binnen de G5. Deze sectie volgt in grote lijnen de opzet van sectie 4.2. Merk op dat er in tegenstelling tot die sectie geen regressieanalyse is opgenomen in deze sectie. De oorzaak daarvan is gelegen in de verdeling van tekorten aan schoolleiding (sectie 4.3.2) en is toegelicht in sectie 3.3.1.

4.3.1

De grote gemeenten vergeleken

We geven in Figuur 13 per gemeente de naar wens vervulde fte’s en de subtotalen van de gemeten tekorten weer. Hierin zijn de tekorten uitgesplitst naar tekorten bij reguliere posities en bij vervanging, en tevens naar openstaande vacatures en verborgen tekorten. De onderdelen zijn weergegeven relatief ten opzichte van de totale werkgelegenheid. Merk op dat de figuur bij 60% begint, om op die manier in te kunnen zoomen op de tekorten. De labels bij iedere staaf geven de omvang van de betreffende categorie aan in fte. Figuur 13: Tekorten aan schoolleiding - gemeente 100% 40

19 90%

85% 80%

26

14 1 7

14 23 5

35

10

11 6

70%

7

16

7

14

13

75%

65%

5

9

95%

214 241

116

Rotterdam

Utrecht

267 87

60% Almere

Amsterdam

's-Gravenhage

vervuld naar wens

verborgen vervanging

verborgen regulier

openstaand regulier

openstaande vervanging

We zien in Figuur 13 dat Almere de hoogste tekorten aan schoolleiding heeft en ‘s-Gravenhage de laagste. We zien ook dat de verhouding tussen de verschillende categorieën van tekorten over de

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

48

gemeenten verschilt. Zo zijn in Almere de openstaande tekorten voor reguliere posities het grootst maar zijn dat in Utrecht de verborgen tekorten voor reguliere posities.

4.3.2

De mate waarin vestigingen met een verschillend tekort te maken hebben

Ook binnen de G5 is het histogram (Figuur 14) van de tekorten aan schoolleiding extreem te noemen. 81% van de vestigingen geeft aan geen tekort aan schoolleiding te hebben, 16% geeft aan een tekort van meer dan 30% te hebben. Hierbij speelt wederom mee dat het per vestiging doorgaans om een betrekkelijk laag aantal fte werkgelegenheid voor schoolleiding gaat, waardoor een in fte klein tekort als percentage van de werkgelegenheid toch een groot tekort kan vormen. De tekorten aan schoolleiding laten overigens slechts beperkte correlatie zien met de tekorten aan leraren: de correlatiecoëfficiënt is 0,29 (statistisch significant positief). Figuur 14: Verdeling van vestigingen over categorieën van tekorten aan schoolleiding

4.3.3

> 30%

28% - 30%

26% - 28%

24% - 26%

22% - 24%

20% - 22%

18% - 20%

16% - 18%

14% - 16%

12% - 14%

10% - 12%

8% - 10%

6% - 8%

4% - 6%

2% - 4%

0% - 2%

0%

90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

De manier waarop tekorten worden ingevuld

De tekorten aan schoolleiding in het reguliere basisonderwijs zijn opgenomen in Tabel 69 tot en met Tabel 73. We zien dat er veel verschil is tussen de gemeenten. Zo vult Amsterdam 61% van de verborgen tekorten in met behulp van externen, maar bedraagt dit in Rotterdam maar 12%. Indien gebruik gemaakt wordt van een externe, betreft dit in de meeste gevallen een zzp’er.

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

49

Tabel 69: Tekorten aan schoolleiding - invulling Almere aantal vestigingen

70

werkzaam

87

werkgelegenheid

129 regulier

vervanging

totaal

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

totaal

30

13

43

100%

33,2%

- openstaand

19

6

25

59%

19,4%

- verborgen

11

7

18

100%

41%

13,8%

verborgen, intern ingevuld

6

3

9

52%

21%

7,1%

- personeel intern

4

2

6

33%

14%

4,5%

- schoolleider in opleiding

1

0

1

7%

3%

0,9%

- personeel binnen bestuur

1

1

2

9%

4%

1,2%

- bovenschools personeel

1

0

1

3%

1%

0,5%

verborgen, extern ingevuld

5

4

9

48%

20%

6,6%

- personeel buiten bestuur

0

0

0

2%

1%

0,3%

- zzp’er

5

4

8

46%

19%

6,3%

- anders

0

0

0

0%

0%

0,0%

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

Tabel 70: Tekorten aan schoolleiding - invulling Amsterdam aantal vestigingen

206

werkzaam

267

werkgelegenheid

371 regulier

vervanging

totaal

totaal

75

29

104

100%

28,1%

- openstaand

40

13

53

51%

14,2%

- verborgen

35

16

51

100%

49%

13,8%

verborgen, intern ingevuld

16

5

20

39%

19%

5,5%

- personeel intern

14

2

16

31%

15%

4,3% 0,4%

- schoolleider in opleiding

1

1

2

3%

2%

- personeel binnen bestuur

0

0

0

1%

0%

0,1%

- bovenschools personeel

1

2

2

4%

2%

0,6%

verborgen, extern ingevuld

20

12

31

61%

30%

8,4%

- personeel buiten bestuur

6

5

11

22%

11%

3,0%

- zzp’er

8

6

14

28%

14%

3,9%

- anders

5

1

6

11%

5%

1,5%

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

50

Tabel 71: Tekorten aan schoolleiding - invulling 's-Gravenhage aantal vestigingen

139

werkzaam

214

werkgelegenheid

245 regulier

vervanging

totaal

totaal

22

8

- openstaand

9

1

- verborgen

14

7

21

verborgen, intern ingevuld

9

7

17

- personeel intern

7

6

13

- schoolleider in opleiding

0

0

0

- personeel binnen bestuur

2

1

3

- bovenschools personeel

1

0

1

verborgen, extern ingevuld

4

0

4

- personeel buiten bestuur

1

0

1

- zzp’er

3

0

3

- anders

0

0

0

totaal

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

31

100%

12,6%

10

32%

4,1%

68%

8,6%

80%

54%

6,8%

64%

44%

5,5%

0%

0%

0,0%

12%

8%

1,1%

3%

2%

0,2%

20%

14%

1,8%

7%

5%

0,6%

13%

9%

1,1%

0%

0%

0,0%

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

100%

Tabel 72: Tekorten aan schoolleiding - invulling Rotterdam aantal vestigingen

172

werkzaam

241

werkgelegenheid

314 regulier

vervanging

totaal

49

24

73

100%

23,1%

- openstaand

26

10

36

50%

11,6%

- verborgen

23

14

36

100%

50%

11,6%

verborgen, intern ingevuld

20

12

32

88%

44%

10,2%

- personeel intern

15

8

23

63%

32%

7,3%

- schoolleider in opleiding

2

1

4

10%

5%

1,1%

- personeel binnen bestuur

2

3

5

15%

7%

1,7%

- bovenschools personeel

0

0

0

0%

0%

0,0%

verborgen, extern ingevuld

3

1

4

12%

6%

1,4%

- personeel buiten bestuur

1

1

2

4%

2%

0,5%

- zzp’er

2

1

3

8%

4%

0,9%

- anders

0

0

0

0%

0%

0,0%

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

51

Tabel 73: Tekorten aan schoolleiding - invulling Utrecht aantal vestigingen

103

werkzaam

116

werkgelegenheid

147 regulier

vervanging

totaal

19

11

- openstaand

5

5

- verborgen

14

7

21

100%

verborgen, intern ingevuld

4

5

10

46%

32%

6,7%

- personeel intern

3

4

7

32%

22%

4,6%

- schoolleider in opleiding

1

1

2

9%

6%

1,4%

- personeel binnen bestuur

1

0

1

4%

3%

0,5%

- bovenschools personeel

0

0

0

1%

1%

0,1%

verborgen, extern ingevuld

10

1

11

54%

37%

7,7%

- personeel buiten bestuur

2

0

2

9%

6%

1,2%

- zzp’er

8

1

10

45%

31%

6,5%

- anders

0

0

0

0%

0%

0,0%

4.3.4

totaal

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

31

100%

21,0%

10

31%

6,6%

69%

14,4%

Tekorten aan regulier personeel versus tekorten vervanging

In Tabel 74 zien we wederom dat 81% van de vestigingen aangeeft geen tekort aan schoolleiding te ervaren. Van de vestigingen met een tekort aan schoolleiding heeft ongeveer de helft alleen een tekort op reguliere posities. Tabel 74: Aantal vestigingen per categorie regulier versus vervanging categorie

beschrijving

scholen

aandeel

1

geen tekort

558

81%

2

alleen reguliere tekorten

68

10%

3

alleen vervangingstekorten

22

3%

4

reguliere tekorten gelijk aan vervangingstekorten (>0)

22

3%

5

reguliere tekorten ongelijk aan vervangingstekorten (beide >0)

20

3%

4.3.5

Tekorten naar schooltype

Als we de tekorten uitsplitsen naar schooltype, dan ontstaan Tabel 75 tot en met Tabel 77. We zien dat, in tegenstelling tot de situatie buiten de G5 (zie sectie 3.3.5), de reguliere tekorten bij het regulier basisonderwijs hoger zijn dan bij de andere schooltypen. Daarentegen zijn de vervangingstekorten het grootste bij het speciaal basisonderwijs. In totaal zijn de tekorten bij het reguliere en het speciaal basisonderwijs ongeveer gelijk, en zijn die bij het (voortgezet) speciaal onderwijs aanzienlijk lager.

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

52

Tabel 75: Reguliere tekorten aan schoolleiding - schooltype fte schooltype

% van werkgelegenheid

vestigingen

werkgel.

open

verb.

totaal

open

verb.

totaal

basisonderwijs

690

1.207

99

97

196

8,2%

8,0%

16,2%

speciaal basisonderwijs

38

62

2

4

7

3,9%

7,1%

10,9%

(voortgezet) speciaal onderwijs

81

242

12

5

16

4,9%

1,9%

6,8%

totaal

809

1.511

113

106

219

7,5%

7,0%

14,5%

Tabel 76: Vervangingstekorten aan schoolleiding - schooltype fte schooltype

% van werkgelegenheid

vestigingen

werkgel.

open

verb.

totaal

open

verb.

totaal

basisonderwijs

690

1.207

35

51

86

2,9%

4,2%

7,1%

speciaal basisonderwijs

38

62

3

5

9

5,5%

8,7%

14,1%

(voortgezet) speciaal onderwijs

81

242

4

3

7

1,8%

1,2%

3,1%

totaal

809

1.511

43

59

102

2,8%

3,9%

6,8%

Tabel 77: Totale tekorten aan schoolleiding - schooltype fte schooltype

% van werkgelegenheid

vestigingen

werkgel.

open

verb.

totaal

open

verb.

basisonderwijs

690

1.207

134

148

282

11,1%

12,2%

23,3%

speciaal basisonderwijs

38

62

6

10

16

9,3%

15,7%

25,0%

(voortgezet) speciaal onderwijs

81

242

16

8

24

6,7%

3,1%

9,8%

totaal

809

1.511

156

165

321

10,3%

10,9%

21,2%

4.3.6

totaal

Tekorten naar schoolweging

In Tabel 78 tot en met Tabel 80 zijn de tekorten aan schoolleiding binnen de G5 uitgesplitst naar schoolweging. Het is opvallend dat de vestigingen met een zeer lage schoolweging veel lagere tekorten melden dan de vestingen in de andere categorieën. De totale tekorten in Tabel 80 lopen snel op met hoger wordende schoolweging. Dit wordt met name veroorzaakt door de tekorten op reguliere posities. Tabel 78: Reguliere tekorten aan schoolleiding - schoolweging

fte categorie

% van werkgelegenheid

vestigingen

werkgel.

open

verb.

totaal

open

verb.

totaal

zeer laag (<23)

77

109

3

5

7

2,4%

4,1%

6,5%

laag (23-27)

123

197

4

18

22

2,2%

9,1%

11,3%

gemiddeld (27-33)

145

246

21

20

41

8,4%

8,2%

16,6%

hoog (33-37)

184

356

43

37

80

12,1%

10,5%

22,5%

zeer hoog (>37)

96

201

25

16

40

12,2%

7,8%

20,0%

totaal

625

1.109

95

96

191

8,6%

8,6%

17,2%

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

53

Tabel 79: Vervangingstekorten aan schoolleiding - schoolweging

fte categorie

% van werkgelegenheid

vestigingen

werkgel.

open

verb.

totaal

open

verb.

totaal

zeer laag (<23)

77

109

2

3

5

1,8%

2,8%

4,7%

laag (23-27)

123

197

2

8

10

1,2%

3,9%

5,1%

gemiddeld (27-33)

145

246

10

15

25

4,0%

6,0%

10,1%

hoog (33-37)

184

356

8

13

21

2,2%

3,7%

5,9%

zeer hoog (>37)

96

201

9

8

18

4,7%

4,1%

8,8%

totaal

625

1.109

32

47

78

2,8%

4,2%

7,1%

Tabel 80: Totale tekorten aan schoolleiding - schoolweging

fte categorie

% van werkgelegenheid

vestigingen

werkgel.

open

verb.

totaal

open

verb.

totaal

zeer laag (<23)

77

109

5

8

12

4,2%

7,0%

11,2%

laag (23-27)

123

197

7

25

32

3,5%

12,9%

16,4%

gemiddeld (27-33)

145

246

31

35

66

12,5%

14,2%

26,7%

hoog (33-37)

184

356

51

50

101

14,2%

14,2%

28,4%

zeer hoog (>37)

96

201

34

24

58

16,9%

11,9%

28,8%

totaal

625

1.109

127

142

269

11,4%

12,8%

24,3%

4.3.7

Tekorten aan schoolleiding over de tijd

De tekorten aan schoolleiding zijn binnen de G5 drie keer gemeten voor peildatum 1 oktober. In Figuur 15 is het verloop van de tekorten aan schoolleiding per gemeente over de tijd weergegeven. We zien opvallende verschillen tussen de gemeenten in de G5. In ’s-Gravenhage zijn de tekorten aan schoolleiding over de tijd gestaag afgenomen. In alle andere gemeenten van de G5 zijn de tekorten aan schoolleiding sinds peildatum 1 oktober 2022 sterk toegenomen. Figuur 15: Tekorten aan schoolleiding over de tijd 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% 1-10-2021

1-10-2022 Almere

Amsterdam

's-Gravenhage

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

1-10-2023 Rotterdam

Utrecht

54

Bibliografie Adriaens, H., & de Vos, K. (2023). De toekomstige arbeidsmarkt voor onderwijspersoneel po, vo en mbo 2023-2033. Tilburg: Centerdata. Adriaens, H., Elshout, M., & Elshout, S. (2022). Personeelstekorten primair onderwijs - peildatum 1 oktober 2022. Tilburg: Centerdata. Adriaens, H., Elshout, M., Elshout, S., & de Cock, E. (2021). Personeelstekorten primair onderwijs peildatum 1 oktober 2021. Tilburg: Centerdata. OCW. (2023). Referentieraming 2023. Den Haag: OCW.

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

55

Bijlagen

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

56

A

Onderzoeksverantwoording

Deze bijlage licht de methode van dataverzameling toe. Daarbij bespreken we de methode in het algemeen (sectie A.1), de details van de inhoud van de uitvraag (sectie A.2), de verschillen tussen de metingen buiten en binnen de G5 (sectie A.3) en tot slot, het verloop van het veldwerk van de meting met peildatum 1 oktober 2023 (sectie A.4).

A.1

Methode algemeen

De personeelstekorten worden gemeten via een online vragenlijst. Centerdata ontvangt e-mailadressen van scholen, vestigingen en schoolbesturen van DUO, maar deze bevatten veel onvolkomenheden. In onze aanpak is daarom veel aandacht voor het achterhalen van de juiste e-mailadressen om scholen daadwerkelijk te kunnen bereiken voor het onderzoek. Voor aanvang van de tekortmeting ontvangen besturen een vooraankondiging van het onderzoek met een overzicht van de scholen die uitgenodigd zullen worden en per school het e-mailadres waar de uitnodiging naartoe gestuurd zal worden. Besturen hebben de mogelijkheid om deze e-mailadressen (en het e-mailadres van het bestuur) aan te passen. Bij aanpassingen wordt communicatie over het onderzoek naar het gewijzigde e-mailadres gestuurd. Ongeveer twee derde van de besturen heeft in 2023 deelgenomen aan deze emailcontrole (zowel binnen als buiten de G5). Tijdens de dataverzameling (zowel de e-mailverzameling als de daadwerkelijke tekortmeting) worden bovendien alle e-mailadressen waarvan de mail onbestelbaar retour komt (bouncers) geregistreerd, waarna besturen worden gecontacteerd met de vraag om alsnog de juiste e-mailadressen te leveren. Wanneer dit niet gebeurt, zoekt Centerdata de emailadressen op via websites van de scholen. Als de verzameling van e-mailadressen is afgerond, begint de eigenlijke tekortmeting.

Schoolbesturen ontvangen als eerste een uitnodigingsmail van Centerdata met daarin een link naar hun persoonlijke pagina. Op die pagina is informatie over het onderzoek te vinden en kan het bestuur per school een unieke link vinden naar de uitvraag voor die school. Deze link kan het bestuur vervolgens doorsturen naar de school met de vraag om de uitvraag in te vullen. Om het voor besturen makkelijker te maken, zijn ook per school links beschikbaar om direct automatisch een e-mailbericht op te stellen met daarin een voorbeeldtekst en de link. Scholen worden zowel via de schoolbesturen als rechtstreeks door Centerdata benaderd (voor het geval een schoolbestuur inactief blijft). Op de persoonlijke pagina kunnen schoolbesturen ook bijhouden welke scholen de uitvraag nog niet hebben ingevuld om zo gericht herinneringsmails te kunnen sturen. Als scholen klaar zijn met het invullen van de uitvraag, krijgen schoolbesturen (zie ook sectie A.3.3) een signaal en wordt het schoolbestuur verzocht om de gegevens van de school te controleren. 35 De data van de scholen komen na versturing automatisch in de beveiligde omgeving van Centerdata terecht. Na afloop van de dataverzameling ontvangen schoolbesturen een terugkoppeling op hun persoonlijke pagina met data van de eigen scholen die hebben deelgenomen en totalen over de tekorten voor het schoolbestuur.

35

Ook als het schoolbestuur de controle niet uitvoert, worden de gegevens van de scholen gebruikt.

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

57

A.2

Inhoud van de uitvraag

In de uitvraag komen verschillende onderwerpen aan bod: algemene gegevens, vacatures leraren, vervangingen (langer dan 6 weken) leraren, vacatures schoolleiding, vervangingen (langer dan 6 weken) schoolleiding en personele inzet naar aanleiding van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Onder ‘schoolleiding’ valt het personeel in de D- en A-schalen volgens de cao, dus de directeuren en adjunct-directeuren. Specifiek worden de volgende algemene gegevens uitgevraagd: •

Aantal leerlingen per 1 oktober 2023

•

Aantal werkzame leraren in fte per 1 oktober 2023

•

Omvang schoolleiding in fte per 1 oktober 2023

•

Ziekteverzuimpercentage totale team tussen 1 oktober 2022 en 1 oktober 2023

•

Uitstroom leraren in fte tussen 1 oktober 2022 en 1 oktober 2023

•

Uitstroom schoolleiding in fte tussen 1 oktober 2022 en 1 oktober 2023

Vervolgens worden openstaande vacatures en verborgen tekorten in beeld gebracht, zowel voor reguliere als voor vervangingsposities. Alle antwoorden worden in aantal fte ingevuld, waarbij decimalen ingevuld kunnen worden. Verborgen tekorten zijn vacatures waarvoor een alternatieve oplossing is gevonden omdat er bijvoorbeeld geen bevoegde leraar beschikbaar was. Daarbij gaat het bij lerarentekorten om de volgende categorieën: •

Verborgen tekorten – invulling intern: o

zijinstromer / verkorte deeltijder ongewenst zelfstandig voor de groep

o

bevoegd ambulante leerkracht/schoolleider/intern begeleider/vakleerkracht voor de groep

•

o

onbevoegd voor de groep

o

groep opgesplitst

Verborgen tekorten – invulling extern: o

uitzendkrachten/detachering bevoegd

o

uitzendkrachten/detachering onbevoegd

o

ZZP-er

o

anders ingevuld

Bij verborgen schoolleidingtekorten gaat het om de volgende categorieën: •

Verborgen tekorten – invulling intern: o

waarneming door intern personeel binnen de school

o

ongewenste zelfstandige invulling door schoolleider in opleiding

o

waarneming door intern ingeleend personeel: geen personeel van de eigen school, wel binnen het schoolbestuur

o •

waarneming door bovenschoolse schoolleider

Verborgen tekorten – invulling extern: o

waarneming door extern ingeleend personeel

o

waarneming door ZZP-er

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

58

o

anders ingevuld

Tot slot worden openstaande en vervulde vacatures op basis van NPO-middelen uitgevraagd. Voor zowel leraren als onderwijsondersteunend personeel wordt gevraagd naar het aantal werkende fte’s en het aantal fte’s openstaande vacatures.

A.3

Verschillen metingen buiten en binnen de G5

Hoewel de algemene methode van het onderzoek en de inhoud van de uitvraag hetzelfde zijn voor de metingen buiten en binnen de G5, zijn er ook enkele verschillen. We bespreken de verschillen hieronder. De verschillen hebben te maken met het feit dat er binnen de G5 convenanten zijn afgesloten voor het bestrijden van het lerarentekort. Daarin zijn ook afspraken opgenomen over deelname aan monitoring van de uitvoering van de convenanten. De uitvraag naar de actuele tekorten is daar onderdeel van. Het bestaan van de convenanten binnen de G5 heeft waarschijnlijk een verhogend effect op de deelnamebereidheid van besturen en scholen. Daarom wordt buiten de G5 waar nodig een licht afwijkende methode gehanteerd om ook daar een zo hoog mogelijke respons te bereiken.

A.3.1

Niveau van bevraging

Op verzoek van de begeleidingscommissie voor de G5-meting vindt de uitvraag plaats op vestigingsniveau (brin6). Dit heeft echter nadelen die zich niet voordoen bij bevraging op schoolniveau (brin4). Zo zien we in de metingen binnen de G5 dat locaties zonder leerlingen (zogeheten inspectielocaties (ILOCs) en uitvoeringslocaties (ULOCs)36) voor verwarring zorgen. Het is voor besturen soms onduidelijk of deze wel of niet ingevuld moeten worden. In enkele gevallen wordt de data van de hoofdvestiging bij een dergelijke locatie ingevuld. Ook tellen sommige scholen zelf al vestigingen bij elkaar op (bijvoorbeeld onder de hoofdvestiging), terwijl dit niet de bedoeling is. Daarom wordt buiten de G5 vastgehouden aan het bevragen op schoolniveau.

A.3.2

Responsbevorderende maatregelen

Binnen de G5 worden besturen aangespoord door de gemeenten om deel te nemen aan het onderzoek. Buiten de G5 hebben de gemeenten geen rol in het proces. Om de respons te bevorderen, heeft de PO-Raad ondersteuning aangeboden door het (laten) meesturen van een brief naar scholen en schoolbesturen. De brief wordt gericht aan besturen buiten de G5 met de vraag om deel te nemen. Aan scholen is de brief ter informatie meegestuurd bij de uitnodigingsmail. Op de website van de PORaad is een pagina beschikbaar gesteld met ‘Veelgestelde vragen’ over deze methodiek, met daarbij het aanbod om direct contact op te nemen met de helpdesk van Centerdata bij (technische) vragen over (deelname aan) dit onderzoek. Binnen de G5 zitten tussen de vestigingen Inspectielocaties (ILOCs) en Uitvoeringslocaties (ULOCs), waarvan niet duidelijk is of zij wel of niet tot de populatie behoren. Op de ILOCs en ULOCs staan geen leerlingen geregistreerd voor bekostigingsdoeleinden; die staan altijd geregistreerd op de hoofdvestiging. Het betreft echter wel schoolgebouwen/locaties met leerlingen en leraren die in de praktijk zelfstandig functioneren en een eigen oordeel of waardering krijgen in het toezicht van de Inspectie van het Onderwijs. De ILOCs zijn daarbij gevestigd op (nagenoeg) hetzelfde adres als de hoofdvestiging; de ULOCs zijn op een ander adres gevestigd.

Uit eerdere uitvraagronden is gebleken dat besturen data aanleverden van weliswaar niet alle, maar wel van sommige ILOCs of ULOCs. 36

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

59

A.3.3

Controles door besturen

Binnen de G5 worden besturen verzocht om per school de gegevens in de uitvraag te controleren en de vragenlijst definitief te versturen. Buiten de G5 is dit vrijblijvend van aard. Op die manier krijgen besturen buiten de G5 de mogelijkheid om een grotere rol in het proces te krijgen, maar kunnen zij er ook voor kiezen deze rol niet op zich te nemen, bijvoorbeeld bij tijdgebrek. Deze opzet is gekozen om de respons buiten de G5 niet in gevaar te brengen en toch zoveel mogelijk aan te sluiten bij de aanpak binnen de G5.

A.3.4

Correcties van e-mailadressen door gemeenten

Centerdata ontvangt voor iedere meting van DUO de voor het onderzoek benodigde schoolgegevens en e-mailadressen. De G5-gemeenten krijgen de mogelijkheid om de e-mailadressen van besturen te updaten, zodat de meest recente e-mailadressen gebruikt kunnen worden. Buiten de G5 is dit proces niet haalbaar. Wel worden ontbrekende e-mailadressen handmatig aangevuld door ze op te zoeken op de website van het betreffende bestuur of de betreffende school of het e-mailadres uit een eerdere meting te gebruiken. Daarnaast krijgen besturen (net als binnen de G5) de gelegenheid om via een vooraankondiging met e-mailcontrole de e-mailadressen van de scholen te wijzigen (zie ook sectie A.1). Bij wijzigingen gaat communicatie over het onderzoek naar het gewijzigde e-mailadres.

A.4

Veldwerk

A.4.1

Mailings en veldwerkperiode

Op maandag 2 oktober 2023 ontvingen schoolbesturen van Centerdata een uitnodigingsmail met een link naar hun persoonlijke pagina. Daarop vonden zij de persoonlijke links naar de uitvraag voor ieder van hun scholen. Via een link naar een automatische mailtekst, waarin de inloggegevens voor de school al waren ingevuld, konden zij deze persoonlijke link doorsturen naar hun scholen. Daarnaast stuurde Centerdata scholen rechtstreeks een uitnodigingsmail. Schoolbesturen konden op hun persoonlijke pagina in een real-time responsoverzicht op elk gewenst moment volgen of hun scholen de uitvraag hadden ingevuld en hun scholen aan het invullen herinneren. Oorspronkelijk hadden scholen tot en met 13 oktober 2023 de tijd om de uitvraag in te vullen. Op 9 oktober 2023 is de eerste herinneringsmail gestuurd naar schoolbesturen en scholen die nog niet klaar waren. Een dag voor de deadline, op 12 oktober 2023, is nogmaals een herinneringsmail gestuurd. In overleg met het ministerie van OCW werd daarna de deadline verschoven naar 27 oktober 2023 en op verzoek van enkele scholen en schoolbesturen (en in overleg met OCW) uiteindelijk naar 3 november 2023. Op 16 oktober 2023 werd het eerste uitstel aangekondigd, gevolgd door nog een herinneringsmail op 23 oktober 2023.

Op 26 oktober 2023 werd het laatste uitstel aangekondigd, met herinneringsmails op 30 oktober 2023 (enkel voor besturen), 31 oktober 2023 (enkel voor scholen) en 2 november 2023 (voor zowel schoolbesturen als scholen). Tussendoor spoorden gemeenten binnen de G5 hun schoolbesturen aan om deel te nemen.

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

60

A.4.2

Helpdesk

Voor vragen over het onderzoek konden scholen en schoolbesturen terecht bij de helpdesk van Centerdata. De meeste vragen gingen over administratieve zaken, voornamelijk het wijzigen van emailadressen (deze scholen hadden hun gegevens niet geüpdatet bij DUO of via de vooraankondiging, waardoor de uitvraag niet bij de juiste persoon terechtkwam). Daarnaast kwamen er veel verzoeken binnen om de invulperiode te verruimen en binnen de G5 vragen/opmerkingen die te maken hadden met het brin6-niveau waarop de uitvraag moet worden ingevuld (bijvoorbeeld vestigingen bij elkaar optellen, vestigingen die inmiddels waren opgeheven, ILOCs/ULOCs waarvoor de vragenlijst niet relevant is). Er zijn weinig technische vragen binnengekomen en de vragen die er waren, konden snel beantwoord worden.

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

61

B

Tabellen

Tabel 81: Reguliere tekorten aan leraren basisonderwijs naar peildatum en arbeidsmarktregio (G5 separaat)37 arbeidsmarktregio

1-2-2020

1-10-2020

1-2-2021

1-10-2021

1-10-2022

1-10-2023

2,6%

2,3%

2,3%

Friesland

2,7%

4,1%

5,7%

Drenthe

2,2%

2,7%

1,6%

Regio Zwolle

3,8%

3,7%

1,9%

Twente

1,9%

2,8%

2,4%

Groningen

Noord-Holland Noord

3,7%

5,1%

3,2%

Zaanstreek/Waterland

7,4%

8,8%

8,0%

Zuid-Kennemerland en IJmond

8,0%

5,6%

6,2%

Groot Amsterdam

7,5%

9,5%

8,3%

Gooi en Vechtstreek

6,2%

8,3%

9,3%

8,8%

10,8%

12,8%

14,0%

5,8%

7,1%

6,0%

9,1%

11,1%

13,8%

17,8%

Stedendriehoek en Noordwest Veluwe

3,9%

2,8%

4,0%

FoodValley

4,4%

5,4%

5,2%

Amsterdam Flevoland Almere

9,9%

6,8%

Amersfoort

5,5%

4,1%

5,6%

Midden-Utrecht

5,0%

6,6%

6,5%

4,5%

6,9%

5,9%

Utrecht

4,6%

1,7%

2,7%

Holland Rijnland

4,5%

4,5%

5,2%

Zuid-Holland Centraal

6,1%

9,0%

8,7%

Haaglanden

5,7%

5,8%

8,9%

Midden-Holland

4,6%

6,7%

4,1%

12,4%

13,5%

15,9%

7,4%

7,8%

9,6%

's-Gravenhage

10,7%

8,2%

9,9%

Rijnmond Drechtsteden

7,1%

4,1%

7,0%

Gorinchem

6,2%

5,2%

7,3%

Rotterdam

9,3%

8,5%

11,5%

Rivierenland

7,7%

6,4%

8,7%

4,5%

6,7%

5,8%

Rijk van Nijmegen

1,8%

1,5%

1,8%

Midden-Gelderland

3,5%

3,2%

2,5%

Achterhoek

2,0%

1,0%

1,0%

Zeeland

3,5%

4,8%

2,9%

West-Brabant

5,7%

3,4%

3,7%

Midden-Brabant

3,4%

4,3%

5,5%

Noordoost-Brabant

3,5%

4,8%

4,4%

Zuidoost-Brabant

3,1%

2,9%

2,7%

Helmond-De Peel

2,8%

4,5%

3,0%

Noord-Limburg

2,9%

2,2%

1,9%

Midden-Limburg

2,8%

4,9%

2,6%

Zuid-Limburg

4,3%

4,4%

3,9%

De geografische indeling van Nederland in arbeidsmarktregio’s verandert regelmatig bijvoorbeeld door gemeentelijke herindelingen. Voor alle peildata wordt uitgegaan van de meest recente arbeidsmarktregioindeling (zie bijlage C). Daardoor kunnen cijfers van eerdere peildata in deze tabellen ietwat anders zijn dan eerder gepubliceerd. 37

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

62

Tabel 82: Vervangingstekorten aan leraren basisonderwijs naar peildatum en arbeidsmarktregio (G5 separaat)37 arbeidsmarktregio

1-10-2021

1-10-2022

1-10-2023

Groningen

1-2-2020

1-10-2020

2,2%

2,9%

1,3%

Friesland

2,7%

3,4%

3,4%

Drenthe

1,7%

1,6%

0,8%

Regio Zwolle

2,7%

2,4%

1,1%

Twente

1,8%

1,7%

1,6%

Noord-Holland Noord

4,9%

3,6%

1,4%

Zaanstreek/Waterland

3,1%

5,3%

4,0%

Zuid-Kennemerland en IJmond

4,5%

3,1%

3,2%

Groot Amsterdam

3,8%

4,2%

4,4%

Gooi en Vechtstreek

4,1%

3,7%

4,0%

Amsterdam

1-2-2021

3,6%

Flevoland Almere

7,2%

4,2%

5,5%

4,6%

4,8%

4,7%

4,7%

2,6%

2,8%

5,1%

5,4%

6,0%

Stedendriehoek en Noordwest Veluwe

2,3%

2,8%

2,4%

FoodValley

3,0%

2,5%

2,1%

Amersfoort

3,4%

4,8%

3,0%

2,3%

3,7%

3,0%

2,7%

3,1%

3,1%

Midden-Utrecht Utrecht

2,4%

1,9%

2,7%

Holland Rijnland

3,2%

3,5%

2,5%

Zuid-Holland Centraal

3,3%

4,6%

3,2%

Haaglanden

3,2%

2,8%

2,4%

Midden-Holland

2,7%

3,3%

2,5%

3,6%

3,8%

5,9%

Rijnmond

3,0%

6,3%

4,0%

Drechtsteden

2,2%

1,4%

4,4%

's-Gravenhage

3,6%

3,4%

4,1%

Gorinchem

3,7%

3,3%

5,7%

3,9%

2,8%

5,1%

Rivierenland

2,6%

4,0%

3,5%

Rijk van Nijmegen

2,7%

1,1%

0,8%

Midden-Gelderland

3,4%

1,9%

2,4%

Achterhoek

1,5%

1,4%

0,8%

Zeeland

2,0%

2,8%

1,7%

West-Brabant

2,3%

2,1%

1,6%

Midden-Brabant

2,3%

2,0%

2,4%

Noordoost-Brabant

2,9%

4,2%

2,4%

Zuidoost-Brabant

2,8%

2,6%

2,2%

Helmond-De Peel

3,1%

2,6%

2,3%

Noord-Limburg

2,1%

2,3%

1,7%

Midden-Limburg

2,7%

3,6%

1,8%

Zuid-Limburg

4,2%

3,2%

3,4%

Rotterdam

3,7%

2,6%

3,8%

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

63

Tabel 83: Totale tekorten aan leraren basisonderwijs naar peildatum en arbeidsmarktregio (G5 separaat)37 arbeidsmarktregio

1-10-2021

1-10-2022

1-10-2023

Groningen

1-2-2020

1-10-2020

1-2-2021

4,8%

5,2%

3,5%

Friesland

5,4%

7,5%

9,1%

Drenthe

3,9%

4,3%

2,4%

Regio Zwolle

6,5%

6,1%

3,1%

Twente

3,6%

4,5%

4,1%

Noord-Holland Noord

8,6%

8,7%

4,6%

Zaanstreek/Waterland

10,6%

14,1%

12,0%

Zuid-Kennemerland en IJmond

12,4%

8,8%

9,4%

Groot Amsterdam

11,3%

13,7%

12,6%

Gooi en Vechtstreek

10,3%

12,0%

13,3%

Amsterdam

12,4%

Flevoland Almere

17,1%

11,1%

14,6%

Stedendriehoek en Noordwest Veluwe

15,3%

17,6%

18,7%

10,5%

9,7%

8,8%

16,2%

19,2%

23,8%

6,2%

5,7%

6,4%

FoodValley

7,5%

7,9%

7,3%

Amersfoort

8,9%

8,8%

8,6%

Midden-Utrecht Utrecht

7,0%

3,6%

5,5%

7,3%

10,3%

9,5%

7,3%

10,0%

9,0%

Holland Rijnland

7,7%

8,0%

7,8%

Zuid-Holland Centraal

9,5%

13,5%

11,9%

Haaglanden

8,9%

8,6%

11,3%

Midden-Holland

7,3%

10,0%

6,5%

16,0%

17,3%

21,8%

Rijnmond

10,4%

14,0%

13,6%

Drechtsteden

9,3%

5,5%

11,4%

's-Gravenhage

14,3%

11,5%

13,9%

Gorinchem

9,9%

8,5%

13,0%

13,2%

11,3%

16,6%

Rivierenland

7,2%

10,7%

9,3%

Rijk van Nijmegen

4,5%

2,7%

2,6%

Midden-Gelderland

6,9%

5,1%

4,9%

Achterhoek

3,4%

2,4%

1,8%

Zeeland

5,5%

7,6%

4,6%

West-Brabant

8,1%

5,5%

5,3%

Rotterdam

11,4%

9,1%

12,4%

Midden-Brabant

5,7%

6,3%

7,9%

Noordoost-Brabant

6,4%

8,9%

6,8%

Zuidoost-Brabant

6,0%

5,6%

4,9%

Helmond-De Peel

5,9%

7,1%

5,3%

Noord-Limburg

5,0%

4,6%

3,6%

Midden-Limburg

5,6%

8,4%

4,4%

Zuid-Limburg

8,5%

7,6%

7,3%

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

64

C

Arbeidsmarktregioindeling

nr naam

nr naam

1 Groningen

21 Haaglanden

2 Friesland

22 Midden-Holland

3 Drenthe

23 's-Gravenhage

4 Regio Zwolle

24 Rijnmond

5 Twente

25 Drechtsteden

6 Noord-Holland Noord

26 Gorinchem

7 Zaanstreek/Waterland

27 Rotterdam

8 Zuid-Kennemerland en IJmond

28 Rivierenland

9 Groot Amsterdam

29 Rijk van Nijmegen

10 Gooi en Vechtstreek

30 Midden-Gelderland

11 Amsterdam

31 Achterhoek

12 Flevoland

32 Zeeland

13 Almere

33 West-Brabant

14 Stedendriehoek en Noordwest-Veluwe

34 Midden-Brabant

15 FoodValley

35 Noordoost-Brabant

16 Amersfoort

36 Zuidoost-Brabant

17 Midden-Utrecht

37 Helmond-De Peel

18 Utrecht

38 Noord-Limburg

19 Holland Rijnland

39 Midden-Limburg

20 Zuid-Holland Centraal

40 Zuid-Limburg

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2023

65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13977614/1