Rapport-nieuwe-methode-armoede.pdf
Tekst van het document
De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten | Verantwoording en toelichting
25
SCP-methode daalt van 4,8 procent naar 3,8 procent. Verruiming van de doelpopulatie in stap 2 neemt alle eerdere verschillen tussen de CBS- en SCP-methoden weg en brengt beide uitkomsten naar 4,4 procent. De nieuwe methode levert als tussenresultaat een uitkomst op die in 2022 het midden houdt tussen de eerdere CBS- en SCP-uitkomsten. Gebruik van de vermogensbuffer in stap 3 zorgt voor een daling van 4,4 procent naar 3,3 procent. Dat betekent dat een deel van de mensen met te weinig inkomen wel meer dan voldoende vermogen bezit. Rekening houden met de werkelijk betaalde woon- en energielasten in dit verslagjaar brengt de nieuwe uitkomst voor het armoedepercentage op 3,4 procent. De werkelijke woon- en energielasten liggen bij de armen iets vaker boven de normbedragen dan eronder.
4.5.1 Verschillen in methoden verklaard, 2022*
Oude uitkomst 1) Na aanpassing inkomensbegrip en armoedegrens 2) Na aanpassing doelpopulatie: Geen verschillen meer tussen metho… 3) Na toepassing vermogensbuffer 4) Na toepassing werkelijke lasten: Nieuwe uitkomst 0
Lage-inkomensgrens CBS
0,5
1
1,5
2
2,5
3
3,5
4
4,5
5
5,5 %
Niet-veel-maar-toereikendgrens SCP
*voorlopige cijfers
Voor de afgelopen drie jaren hebben we op bovenstaande manier de eerdere uitkomsten naar de nieuwe uitkomsten vertaald. In onderstaande figuur laten we zien dat de nieuwe uitkomst steeds onder de eerdere uitkomsten ligt. Dit komt door het gebruik van de vermogensbuffer en de werkelijke lasten.
4.5.2 Armoede in Nederland, verschillen in uitkomsten % 8 6 4 2 0
2021
1) 2) 3)
2022
2023
Lage-inkomensgrens CBS1)
Niet-veel-maar-toereikendgrens SCP2)
Na wegwerken verschillen3)
Nieuwe uitkomst3)
2023: voorlopige cijfers 2023: raming volgens het CPB voorlopige cijfers
De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten | Verantwoording en toelichting
26
5. Slot en verantwoording 5.1 Doorkijk naar de toekomst Eens in de vier jaar zal het Nibud, samen met het CBS en het SCP, het uitgavenpakket herijken (paragraaf 3.3). Het CBS zal dan ook de andere onderdelen van de meetmethode tegen het licht houden en waar mogelijk verbeteringen doorvoeren. Op dit moment kunnen we bij het bepalen van armoede vanwege beperkte databeschikbaarheid bijvoorbeeld nog geen rekening houden met gemeentelijke armoederegelingen, individuele (niet-vergoede) ziektekosten, de kosten voor woon-werkverkeer en de aanwezigheid van problematische schulden. Mogelijk is dit in de toekomst anders, wat overigens niet alleen afhangt van het beschikbaar komen van gegevens, maar ook van toekomstige ontwikkelingen in fiscale regelingen. Het CBS zal daarnaast ook de vermogenscomponenten periodiek tegen het licht houden. In de huidige armoedegrens zijn bijvoorbeeld langlopende termijndeposito’s onderdeel van het vrij besteedbaar vermogen, omdat deze met CBS-gegevens vooralsnog niet zijn te onderscheiden van direct opeisbare spaartegoeden. Het is de vraag of termijndeposito’s ook in de toekomst onderdeel moeten blijven van het vrij besteedbaar vermogen. In de nieuwe armoedegrens is daarentegen overwaarde van de eigen woning niet aangemerkt als vrij besteedbaar vermogen.
Voor het verzilveren van overwaarde zijn verdere beleidsen marktontwikkelingen te verwachten (Brounen et al. 2023), waardoor overwaarde in de toekomst misschien wel als vrij besteedbaar inkomen geclassificeerd kan worden. Een andere toekomstige overweging is om het hebben van een problematische schuld mee te nemen bij de armoedebepaling zodra een uniforme definitie van problematische schulden toepasbaar is op een groter aantal jaren. Hoewel de in dit rapport gepresenteerde methode in een aantal opzichten beter rekening houdt met de individuele omstandigheden van burgers dan bestaande methoden, zal het CBS in de toekomst ook op dit vlak waar mogelijk elke vier jaar verbeteringen doorvoeren. Zo kunnen we op dit moment de armoedestatus van mensen in instellingen, dak- en thuislozen, en in studentenhuishoudens nog niet bepalen vanwege ontbrekende gegevens. Daarnaast kunnen we vanwege beperkte databeschikbaarheid nog niet volledig rekening houden met de specifieke omstandigheden van chronisch zieken met hoge zorgkosten, mensen met thuiswonende kinderen met een beperking, mensen met hoge schulden en/of een schuldsaneringstraject, kwetsbare jongeren (waaronder cliënten in de Jeugdzorg) en mensen die door hoge (onvermijdelijke) vervoerskosten onder de armoedegrens uitkomen.
5.2 Kwaliteitsbewaking project De besluitvorming en eindverantwoordelijkheid voor dit project lag bij een stuurgroep bestaande uit Arjan Vliegenthart (directeur Nibud), Marjolijn Olde Monnikhof (adjunctdirecteur SCP, tot oktober 2023), Debbie Verbeek-Oudijk (programmaleider SCP, vanaf oktober 2023), Jos Schiepers (voormalig directeur CBS, tot juni 2024) en Nicolle Aelmans (huidig directeur CBS, vanaf juni 2024). De stuurgroep kwam periodiek bijeen en werd door
De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten | Verantwoording en toelichting
27
Kai Gidding (co-projectleider; CBS) en Benedikt Goderis (co-projectleider; SCP) op de hoogte gehouden van de voortgang van het onderzoek. De uitvoering was in handen van een projectteam van CBS-, Nibud- en SCP-medewerkers (tevens de auteurs van dit rapport). Het onderzoek heeft veel baat gehad bij de intensieve gedachtewisseling met de leden van de wetenschappelijke begeleidingscommissie, prof. dr. Koen Caminada (Universiteit Leiden), dr. Anna Custers (Hogeschool van Amsterdam), dr. Marieke Frederickx (Expertisecentrum Budget en Financieel Welzijn, Thomas More), prof. dr. Pierre Koning (Vrije Universiteit Amsterdam) en prof. dr. Daniël van Vuuren (SEO Economisch Onderzoek en Tilburg University).
5.3 Gesproken belanghebbenden Tijdens het onderzoek kregen we nuttige input van drie groepen van maatschappelijke belanghebbenden die intensief betrokken zijn geweest. De eerste groep bestond uit Nathalie Boerebach (Stichting Urgente Noden Nederland), Wendy van der Burg en Rutger Schoenmakers (gemeente Den Haag), Hanny Heuvelink (Stichting Quiet Tilburg) en Anna van der Schors (Divosa). De tweede groep bestond uit medewerkers van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Bregje Bekers, Yvonne den Hertog-Buit en Aafje Krug van de Directie Participatie en Decentrale Voorzieningen, programma Armoede en Schulden, en Hans Beens, Yannick Jorna en Joyce van der Staaij van de Directie Arbeidsmarkt en Sociaal-Economische Aangelegenheden). De derde groep bestond uit medewerkers van het Centraal Planbureau (Elian Griffioen, Marjan Verberk, Ika Deinum en Francis Weyzig). Het CPB en ramingen van armoede Voor het ontwikkeltraject van de nieuwe armoedegrens was nauw overleg met het CPB noodzakelijk om ervoor te zorgen dat hun armoederamingen voor de bevolking, werkenden en minderjarige kinderen zo goed mogelijk aansluiten op de gerealiseerde cijfers die het CBS jaarlijks rapporteert. Ook voor het SZW-armoedebeleid zijn de CPBramingen een belangrijk sturingsinstrument.
De methodologische keuzes gemaakt in de ontwikkeling van de nieuwe armoedegrens vormen voor het CPB cruciale input om hun ramingsmethodiek aan te passen en up-to-date te houden. Ook voor de toekomst is er voorzien in regelmatig contact met het CPB om te borgen dat de afstemming tussen realisatiecijfers en ramingen optimaal blijft. Insteek van alle partijen is dat het CPB op basis van de geïndividualiseerde armoedegrens 2023 in het tweede kwartaal van 2025 de armoederamingen voor 2024, 2025 en 2026 rapporteert.
De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten | Verantwoording en toelichting
28
Literatuurlijst Brounen, D., C. Van Ewijk, A. Gielen, M. Knoef, en M. Mastrogiacomo (2023). Laat pensioenfondsen overwaarde huis te gelde maken via participatiehypotheek, Economisch Statistische Berichten 108(4820), 182-185. https://esb.nu/laat-pensioenfondsenoverwaarde-huis-te-gelde-maken-via-participatiehypotheek/ Bruinooge, G. en P.L.J. van de Donk (1993). Inkomen per definitie. Supplement bij SociaalEconomische Maandstatistiek, nr. 5. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek. Citro, C.F. en R.T. Michael (red.) (1995). Measuring poverty: a new approach. Washington, DC: National Academy Press. CBS (2019). Hoe is de financiële welvaart verdeeld? Centraal Bureau van de Statistiek. https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistische-trends/2019/hoe-is-de-financiele-welvaartverdeeld-/4-welvaartsarmoede CBS (2023). Armoede en sociale uitsluiting 2023. Den Haag/Heerlen/Bonaire CBS (2024a). Materiële welvaart in Nederland 2024. Den Haag/Heerlen/Bonaire CBS (2024b). Wat is genoeg om van te leven? Centraal Bureau van de Statistiek. https:// www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2024/wat-is-genoeg-om-van-te-leven-. CBS (2024c). Monitor Brede Welvaart & Sustainable Development Goals 2024. Den Haag/ Heerlen/Bonaire CBS, Nibud en SCP (2023). Op weg naar een nieuwe armoedegrens. Den Haag/Utrecht CBS, Nibud en SCP (2024). Het betrekken van vermogen in de armoedebepaling.
Toelichting en onderbouwing. Den Haag/Utrecht Commissie Sociaal Minimum (2023). Een zeker bestaan: Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum. Rapport I. CPB/SCP/CBS (2018). Verkenning naar eenduidige indicatoren kinderarmoede, CPB/SCP/CBS Notitie | 31 oktober 2018, https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/Notitie31okt2018-Verkenning-naar-eenduidige-indicatoren-kinderarmoede.pdf. Hoff, S., C. van Gaalen, A. Soede, A. Luten, C. Vrooman en S. Lamers (2009). Genoeg om van te leven: focusgroepen in discussie over de minimale kosten van levensonderhoud. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Nibud (2023). Budgethandboek 2023. Utrecht.
De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten | Verantwoording en toelichting
29
SCP (2018). De SCP-methode voor het meten van armoede. Sociaal en Cultureel Planbureau. Den Haag SCP (2023). Eigentijdse ongelijkheid: De postindustriële klassenstructuur op basis van vier typen kapitaal (Verschil in Nederland 2023). Den Haag. Sen, A. (1981). Poverty and Famines – an essay on entitlement and deprivation. Oxford: Clarendon Press/Oxford University Press. Sen, A. (1999). Development as freedom. Oxford: Oxford University Press. United Nations Development Programme (UNDP) (2010-2024). Human Development Report 2010-2024. Human Development Report Office, UNDP. Vrooman, J.C., B. Goderis, S. Hoff en B. van Hulst (2020) Measuring poverty in the Netherlands: The generalised reference budget approach. In: C. Deeming (red.), Minimum income standards and reference budgets: international and comparative policy perspectives. Bristol: Policy Press, p. 169–183
De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten | Verantwoording en toelichting
30
Bijlage 1:
Wat is genoeg om van te leven? Het Nibud gebruikt diverse bronnen voor de referentiecijfers. Hieronder volgt een korte verantwoording van keuzes en bronnen van de pakketten die leiden tot de begrotingsposten. De inhoud van de uitgavenpakketten wordt in overleg met andere organisaties regelmatig aangepast. De prijzen van de pakketten worden elk jaar herijkt en aangepast. Huur Deze normbedragen worden vastgesteld aan de hand van mediane huren per combinatie van woningtype en oppervlakte van corporatiewoningen (zie paragraaf 3.1). Voor de voorlopige armoede-uitkomsten voor verslagjaar 2023 wordt uitgegaan van deze normbedragen. Voor toekomstige armoede-uitkomsten is het de bedoeling om uit te gaan van werkelijke woonlasten. Energie Deze normbedragen worden vastgesteld aan de hand van het woningtype. Voor de voorlopige armoede-uitkomsten voor verslagjaar 2023 wordt uitgegaan van deze normbedragen. Voor toekomstige armoede-uitkomsten is het de bedoeling om uit te gaan van werkelijke energielasten. Lokale lasten Dit zijn de gemeentelijke heffingen en waterschapsbelastingen. Telefoon, televisie en internet Deze bedragen zijn gebaseerd op een basisabonnement voor het gebruik van een mobiele telefoon, een basisabonnement voor internet thuis en een basisabonnement voor televisie. We gaan ervan uit dat iedereen in het huishouden van 12 jaar of ouder een eigen mobiele telefoon heeft.
Zorgverzekeringen Dit betreft de nominale premie van de basisverzekering en aanvullende verzekering inclusief een tandartsverzekering. De uiteindelijke armoedegrens is exclusief premie basisverzekering, omdat dit al standaard verrekend is in het besteedbaar inkomen van het CBS. Overige verzekeringen Dit betreft een aansprakelijkheidsverzekering, een inboedelverzekering en voor volwassenen in huishoudens onder de pensioengerechtigde leeftijd een uitvaartverzekering. Onderwijs Deze bedragen zijn gebaseerd op onderzoek van SEO, zoals gepubliceerd in de Schoolkostenmonitor. Het betreft onder andere de vrijwillige ouderbijdrage, leermiddelen en gereedschappen, ICT-benodigdheden en kosten voor extra schoolactiviteiten.
De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten | Verantwoording en toelichting
31
Vervoerskosten Voor ieder lid van het huishouden zijn dit de kosten van een fiets en de kosten voor stads- en streekvervoer met de bus. Hierbij is uitgegaan van landelijk gemiddelde afstanden en een beperkte hoeveelheid vervoer per maand. Kleding en schoenen Deze bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor kleding. Het gaat hierbij net als bij alle andere uitgavenposten om een goedkoop pakket met nieuwe artikelen. De bedragen zijn gebaseerd op de prijzen van het CBS. Inboedel en onderhoud Bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor inventaris en onderhoud. Dit betreft o.a. de stoffering, keukeninventaris en huishoudelijke apparatuur. Zelfzorgmiddelen In het basispakket zitten kosten die elk huishouden heeft. De kosten betreffen de huisapotheek met pleisters, pijnstillers e.d. plus het bedrag dat een huishouden maximaal kwijt kan zijn aan het eigen risico van de zorgverzekering. De uiteindelijke armoedegrens is exclusief het verplicht eigen risico, omdat dit al standaard verrekend is in het besteedbaar inkomen van het CBS. Voeding De bedragen zijn gebaseerd op de aanbevolen hoeveelheden voor een gezonde voeding van het Voedingscentrum en de prijzen van het CBS. Was- en schoonmaakmiddelen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon op basis van Nibudonderzoek.
Persoonlijke verzorging Uitgegaan is van een bedrag per persoon op basis van Nibud-onderzoek. Diversen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon voor diverse uitgaven. Pakket voor sociale participatie Als voorbeeld heeft het Nibud in samenwerking met het SCP een pakket aan uitgaven voor sociale participatie opgesteld. De uitgavenposten waar rekening mee is gehouden staan hieronder weergegeven. Het gaat hierbij om een voorbeeld van een invulling van activiteiten. Bij vakanties/uitgaan kan ook gedacht worden aan andere activiteiten zoals het bezoeken van een museum of zwembad. —
Contributies en abonnementen
—
— per kind 8 tot 16 jaar
—
— per huishouden
— per huishouden Bezoek ontvangen
Vakantie/uitgaan — per persoon
— per persoon vanaf 16 jaar —
Op bezoek gaan — per persoon
— per kind 4 tot 8 jaar
—
Vervoer
— per persoon
— per kind 4 tot 12 jaar
— per huishouden
— per persoon vanaf 12 Bron: Hoff et al., 2009
De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten | Verantwoording en toelichting
32
CBS-onderzoek naar noodzakelijkheid uitgavenposten Naast de reguliere bronnen die het Nibud jaarlijks raadpleegt om de minimumvoorbeeldbegrotingen op te stellen, zijn in 2023 ook burgers geraadpleegd: kleinschalig in focusgroepen samengesteld uit minima, en grootschaliger in een steekproefonderzoek van het CBS onder de bevolking. De uitkomsten van de focusgroepen hebben geleid tot kleine aanpassingen in de minimumvoorbeeldbegrotingen van 2023 (CBS, Nibud en SCP, 2023). In deze bijlage staan uitkomsten van het in september 2023 door het CBS gehouden steekproefonderzoek en wordt aangegeven tot welke aanpassingen in de minimumvoorbeeldbegrotingen die hebben geleid. Doel van het steekproefonderzoek was om voor een aantal zaken, al dan niet opgenomen in de minimumvoorbeeldbegrotingen, na te gaan of deze wel of niet noodzakelijk zijn voor mensen die op het bestaansminimum leven. Van elke hoofdgroep (zie paragraaf 3.1) zijn in de vragenlijst items of zaken voorgelegd die begin 2023 wel of juist niet tot de minimumvoorbeeldbegrotingen behoren. Respondenten konden voor die items op een schaal van 1 (absoluut niet noodzakelijk) tot 5 (absoluut noodzakelijk) aangeven hoe noodzakelijk zij die achten voor sociale minima. Aanvullend werd gevraagd of (het huishouden van) de respondent een item bezit of het zich kan veroorloven.
Van items die respondenten zich niet kunnen veroorloven, werd vastgesteld of dit om financiële of om andere redenen was. Met een beslisboom is op basis van de scores (percentages) op deze drie vragen (noodzakelijk zijn, kunnen veroorloven, of niet om financiële redenen) is afgewogen welke items nodig worden gevonden voor minima (zie tabel). De vragenlijst en een uitgebreide beschrijving van de onderzoeksopzet en analyse zijn te vinden in een achtergronddocument (CBS, 2024b). Voor items die noodzakelijk gevonden worden en niet in de minimumvoorbeeldbegro tingen zaten, zijn onderstaande keuzes gemaakt. Items over de woning blijven daarbij onbesproken, aangezien de normbedragen voor huren aangepast zijn (zie paragraaf 3.1). Bij de items die niet noodzakelijk gevonden worden, maar wel in de minimumvoorbeeld begrotingen zaten, is alleen bij kappersbezoek een wijziging doorgevoerd. De frequentie van kappersbezoek is gehalveerd. Ook in de focusgroepen werd aangegeven dat de frequentie in de minimumvoorbeeldbegrotingen te hoog was. —
In plaats van één laptop of tablet per huishouden zal gerekend worden met een laptop of tablet per volwassene in het huishouden.
—
Omdat het niet voor iedereen noodzakelijk wordt geacht (verschil in/buiten stad), blijft de auto vooralsnog buiten de minimumvoorbeeldbegrotingen.
—
Het in de minimumvoorbeeldbegrotingen gereserveerde bedrag voor sociale participatie wordt voldoende geacht, zeker omdat niet door iedereen aan elke vorm van participatie geld uitgegeven wordt.
De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten | Verantwoording en toelichting
33
Items nodig geacht/items in MVB? (2023) In MVB van 2023? Ja
Nee
- Goed geïsoleerde woning
- Voldoende daglicht in woning
- Goed onderhouden woning
- Woning in veilige buurt
- Elk kind een eigen slaapkamer
- Balkon of tuin
- Koelkast
- Elk gezinslid vanaf 18 jaar een eigen computer, laptop
Noodzakelijk? Ja
- Wasmachine
of tablet
- Vriesvak of aparte vriezer
- Auto als het gezin buiten een stad woont1)
- Magnetron of oven
- Elk kind een cadeautje op de verjaardag
- Internettoegang
- Viering van speciale dagen
- E lk gezinslid vanaf 18 jaar een eigen smartphone
- Elk kind een verjaardagsfeestje met vrienden en
- Televisie
vriendinnen
- Televisieabonnement met commerciële zenders - Inboedelverzekering - Vrijwillige aansprakelijkheidsverzekering - Tandartsverzekering - Uitvaartverzekering - Aanvullende zorgverzekering - Elk gezinslid vanaf 12 jaar een eigen fiets - Elk gezinslid van 4 tot 12 jaar een eigen fiets - Iedere dag een volwaardig ontbijt - I edere dag 250 gram groente en twee stuks fruit - I edere dag een warme maaltijd met vlees, vis of vleesvervanger - Boeken of gezelschapsspellen - S choolreisjes waarvoor een ouderbijdrage nodig is - Jaarlijks een week op vakantie gaan - Feestkleding voor speciale gelegenheden
Nee
- E lk gezinslid van 12 tot 18 jaar een eigen smartphone
- Berging of garage
- E lk gezinslid van 12 tot 18 jaar een eigen computer,
- Zonnepanelen of warmtepomp
laptop of tablet
- Wasdroger
- I edere week iets lekkers zoals snoep of chips
- Vaatwasser
- E lke twee maanden naar de kapper
- Airconditioning
- E lk gezinslid een lidmaatschap van een vereniging
- Vaste telefoon2)
-M aandelijks een uitje zoals naar de bioscoop of
- Streamingdienst
uiteten gaan
- Spelcomputer - Rechtsbijstandverzekering - Hulp bij het stoppen met roken of drinken3) - Alternatieve geneeswijzen3) - Elektrische fiets - Brommer of scooter - Auto als het gezin in een stad woont1) - Regelmatig biologische producten - Speelgoed voor kinderen - Huisdieren - Spontane koopjes, zoals nieuwe kleding of schoenen - Genotsmiddelen zoals sigaretten of alcohol
1) 2) 3)
Bij autobezit in MVB geen onderscheid naar wonen in of buiten stad. Voor ouderen is in de MVB wel nog een bedrag voor een vaste telefoon opgenomen. Beslist o.b.v. noodzaak volgens bevolking (tertielgroepen) en vervolgens o.b.v. noodzaak volgens laagste groep (meerder- of minderheid).
De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten | Verantwoording en toelichting
34
Bijlage 2
Totale uitgaven per type huishouden, per 1 januari 2023 Voor peildatum 1 januari 2023 heeft het Nibud per type huishouden bepaald hoe hoog de minimale uitgaven zijn exclusief huur, energie, premie voor de basisverzekering en verplicht eigen risico. Dit is bedrag 1). Bedrag 2) zijn de totale uitgaven inclusief de afzonderlijke bedragen voor huur (a), energie (b), premie basisverzekering (c) en verplicht eigen risico (d). De armoedegrens 3) per 1 januari 2023 is gelijk aan de totale uitgaven exclusief premie basisverzekering (c) en verplicht eigen risico (d), omdat deze al standaard verrekend zijn in het besteedbaar inkomen van het CBS. Vanwege prijsontwikkelingen gedurende 2023 is de armoedegrens per 1 januari 2023 niet gelijk aan de gemiddelde maandelijkse armoedegrens in 2023. Dit is bedrag 4) en dit bedrag is bestemd voor publicatiedoeleinden. Voor een alleenstaande volwassene bedraagt de gemiddelde armoedegrens in 2023 dus 1.512 euro, bij een huur van 592 euro per maand en bij energielasten van 146 euro per maand. Voor een paar van twee volwassenen is dat 2.045 euro, bij een huur van 623 euro per maand en bij energielasten van 176 euro per maand. Als we rekening houden met de werkelijke woon- en energielasten per huishouden, dan kan de armoedegrens per huishouden veranderen.
Wanneer de werkelijke woon- en energielasten bijvoorbeeld hoger zijn, dan is de armoedegrens ook hoger. Door gebruik te maken van werkelijke woon- en energielasten ontstaan veel meer individuele armoedegrenzen.
De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten | Verantwoording en toelichting
35
4. Gemiddelde maandelijkse armoedegrens in 2023 (voor publicatie)
3. A rmoedegrens (excl. basisverzekering en eigen risico)
€
€
€
€
€
€
€
2. T otale uitgaven
d. Eigen risico
€
a. Referentiehuur
c. B asisverzekering ziektekosten
b. Referentie-energie
1. Uitgaven excl. huur, energie, basisverze- kering en eigen risico
# k inderen 0 t/m 12
# k inderen 13 t/m 17
# volwassenen
Opbouw armoedegrens per type huishouden
1
0
0
744
592
146
141
32
1.655
1.482
1.512
1
0
1
992
629
213
141
32
2.007
1.834
1.871
1
1
0
1.200
629
213
141
32
2.214
2.042
2.083
2
0
0
1.206
623
176
281
64
2.350
2.005
2.045
1
0
2
1.176
637
250
141
32
2.235
2.063
2.104
1
1
1
1.369
637
250
141
32
2.429
2.256
2.301
1
2
0
1.563
637
250
141
32
2.623
2.450
2.499
2
0
1
1.380
637
250
281
64
2.612
2.267
2.313
2
1
0
1.573
637
250
281
64
2.806
2.460
2.509
3
0
0
1.582
637
250
422
96
2.987
2.469
2.519
1
0
3
1.370
643
289
141
32
2.474
2.302
2.348
1
1
2
1.542
643
289
141
32
2.647
2.474
2.524
1
2
1
1.727
643
289
141
32
2.831
2.659
2.712
1
3
0
1.911
643
289
141
32
3.016
2.843
2.900
2
0
2
1.552
643
289
281
64
2.829
2.484
2.534
2
1
1
1.737
643
289
281
64
3.014
2.669
2.723
2
2
0
1.922
643
289
281
64
3.199
2.854
2.911
3
0
1
1.742
643
289
422
96
3.192
2.674
2.728
3
1
0
1.927
643
289
422
96
3.377
2.859
2.916
4
0
0
1.933
643
289
562
128
3.555
2.865
2.923
1
0
4
1.544
649
313
141
32
2.679
2.506
2.556
1
1
3
1.724
649
313
141
32
2.859
2.686
2.740
1
2
2
1.904
649
313
141
32
3.039
2.866
2.924
1
3
1
2.084
649
313
141
32
3.219
3.046
3.107
1
4
0
2.261
649
313
141
32
3.396
3.223
3.288
2
0
3
1.735
649
313
281
64
3.042
2.697
2.751
2
1
2
1.915
649
313
281
64
3.222
2.877
2.935
2
2
1
2.095
649
313
281
64
3.402
3.057
3.118
2
3
0
2.275
649
313
281
64
3.582
3.237
3.302
3
0
2
1.920
649
313
422
96
3.400
2.882
2.940
3
1
1
2.100
649
313
422
96
3.580
3.062
3.124
3
2
0
2.280
649
313
422
96
3.760
3.242
3.307
4
0
1
2.106
649
313
562
128
3.758
3.068
3.130
4
1
0
2.286
649
313
562
128
3.938
3.248
3.313
5
0
0
2.291
649
313
703
160
4.116
3.253
3.318
De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten | Verantwoording en toelichting
36
Bijlage 3:
Periodieke herijking armoedegrens Eens in de vier jaar gaan we de armoedegrens herijken. Eenzelfde termijn wordt bijvoorbeeld ook gehanteerd voor de periodieke evaluatie van het wettelijk minimumloon en in het advies van de Commissie sociaal minimum voor het herijken van het sociaal minimum. Het CBS beheert de nieuwe armoedemethode en de armoedegrens. Zij zullen deze jaarlijks publiceren. Het Nibud zal input leveren in de vorm van de minimum voorbeeldbegrotingen. Het Nibud is eigenaar van deze methode en past deze ook toe in andere projecten, bijvoorbeeld in beleidsadviezen aan gemeenten.
Jaarlijkse updates De jaarlijkse update van de minimumvoorbeeldbegrotingen is verankerd in het reguliere werkproces van het Nibud. Bij grote prijsschokken binnen een jaar kan het Nibud besluiten om de minimumvoorbeeldbegrotingen frequenter te actualiseren. Het CBS rekent met inkomens en uitgaven per jaar en kan aan de hand van de maandelijkse prijsindexen de jaarbedragen vaststellen. Gezamenlijk besluiten we hoe eventuele aanpassingen gedurende het jaar doorwerken in de armoedemeting. De jaarlijkse update bevat in ieder geval: —
Veranderingen in regelgeving die zorgen voor aangepaste kostenniveaus (bijv. prijsmaatregelen).
—
Veranderingen in prijzen van de onderdelen van het pakket. Hierbij sluiten we zo veel mogelijk aan bij de prijsmetingen die het CBS doet voor de inflatiemeting. Op zo laag mogelijk niveau koppelen we de prijsontwikkeling aan de inhoud van de pakketten, afhankelijk van beschikbaarheid. Voor een aantal prijswaarnemingen doet het Nibud zelf onderzoek.
De jaarlijkse update kan verder het volgende bevatten: —
Nieuwe inzichten van experts over de invulling van delen van het pakket. Bijvoorbeeld gewijzigde richtlijnen voor gezonde voeding van het Voedingscentrum. Deze veranderen periodiek, maar hoeven niet de vierjaars-cyclus te volgen die we voor de grote herijking gebruiken (zie onder). Het Nibud wil steeds zo snel mogelijk overgaan op nieuwe inzichten om in de pas te blijven lopen met de expertopvattingen en niet met “oude” richtlijnen te blijven werken, terwijl andere partijen de nieuwe opvattingen gebruiken.
—
Het niet meer beschikbaar zijn van bepaalde artikelen of het beschikbaar komen van goedkopere alternatieven die algemeen gebruikt worden voor hetzelfde doel. Ook hiervoor zal de CBS-inflatiemeting een belangrijke bron zijn.
De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten | Verantwoording en toelichting
37
Als de update zorgt voor grote schokken, zullen deze in de tijd worden teruggelegd door ze stapsgewijs in te voeren in de armoedegrens van het huidige jaar en de armoedegrenzen van de voorgaande twee jaren.
Proces jaarlijkse updates Het Nibud gebruikt nu diverse methoden en databronnen om de jaarlijkse update van de minimumvoorbeeldbegrotingen uit te voeren. De procesbeschrijvingen wil het Nibud laten toetsen door een nader te bepalen partij. Het Nibud zal de veranderingen binnen de jaarlijkse update, inclusief motivatie en effecten, schriftelijk gaan toelichten, zodat alle gebruikers van de minimumvoorbeeldbegrotingen de jaarlijkse verandering kunnen duiden. In het kader van de armoedemeting zal het Nibud samen met CBS en SCP jaarlijks een aparte sessie organiseren om de keuzes en veranderingen te bespreken.
Planning jaarlijkse updates Het Nibud rekent de effecten van regelgeving door aan het eind van het kalenderjaar, aangezien de meeste per 1 januari ingaan. Een deel van de prijsinformatie verzamelt het Nibud rond de zomer. Dat was tot nu toe het handigste tijdstip in de planning van het Nibud. We overwegen om deze ook naar het najaar te verschuiven, zodat er actuelere data gebruikt worden. Overigens zijn wegens de hoge inflatie in de afgelopen jaren de meeste prijzen ook aan het einde van het jaar opnieuw geactualiseerd.
Vierjaarlijkse updates Daarnaast wil het Nibud eens in de vier jaar het hele pakket herijken. Dit willen we synchroon laten lopen aan de voorgenomen periodieke herijking van het sociaal minimum. Dit is een groter project dat het Nibud samen met SCP en CBS wil oppakken. Bij een herijking bekijken we alle onderdelen van alle pakketten nogmaals. Hierbij kijken we expliciet naar eventueel veranderde maatschappelijke opvattingen over wat noodzakelijk is om niet arm te zijn. Dit doen we bijvoorbeeld aan de hand van focusgroepen en een steekproefonderzoek. Bij de vierjaarlijkse update stellen we een expertgroep samen die het proces van de update inhoudelijk begeleidt. Het CBS en SCP zullen daaraan deelnemen evenals vertegenwoordigers uit de wetenschap en het sociaal domein.
De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten | Verantwoording en toelichting
38
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) Marion van den Brakel, Kai Gidding, Reinder Lok, Ferdy Otten, Eveline Vandewal (CBS) Jasja Bos, Marcel Warnaar, Guus Wieman (Nibud) Benedikt Goderis, Sander Muns (SCP) Uitgave Oktober 2024 De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten | Verantwoording en toelichting
39