CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport+derde+landelijk+monitor+discriminatie+bij+woningverhuur_bijlage+1+bij+Kamerbrief.pdf

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 27 september 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van rapport 'Voortgang aanpak woondiscriminatie en aanbieding derde landelijke monitor’ en nieuwsbericht ‘Nieuw woonplatform voor eerlijkere verhuur’ (VN2023-019765)22.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Monitor discriminatie bij woningverhuur 2023

Andrew Britt - Bas Tierolf - Arwen Hoogenbosch - Marit Verstappen - Youp Dusault - Donya Yassine

Monitor discriminatie bij woningverhuur 2023 Andrew Britt Bas Tierolf Arwen Hoogenbosch Marit Verstappen Youp Dusault Donya Yassine

Utrecht, juli 2023

Inhoud

5

Samenvatting4 Resultaten correspondentietesten 5 Resultaten mystery calls 6 Conclusie7 1

Inleiding

9

2 Achtergrond 2.1. Discriminatie bij woningverhuur 2.2. Objectieve discriminatie meten met praktijktesten 2.3. De intentie tot discrimineren meten met mystery calls 2.4. Ethische afwegingen

11 11 13 14 14

3 Onderzoeksopzet correspondentietesten 3.1. Uitvoering van de testen 3.2. Profielen 3.3. Aantal testen, power en testrondes 3.4. Selectie van advertenties 3.5. Verwerking van de reacties 3.6. Analyse van de reacties 3.7. Kanttekeningen 

16 16 17 17 18 18 18 20

4 Resultaten correspondentietesten 4.1. Netto-discriminatiegraad 4.2. Uitnodigingskansen 4.3. Aanvullende analyses 4.4. Vergelijking tussen de eerdere monitoren (trend)

22 23 26 27 28

Deelconclusie correspondentietesten

31

6 Onderzoeksopzet mystery calls 6.1. Uitvoering van de calls 6.2. Selectie van de verhuurbemiddelaars 6.3. Analyse van de gesprekken 

33 33 33 33

7 Resultaten mystery calls 7.1. Resultaten en percentages 7.2. Kwalitatieve analyses

35 35 36

8

Deelconclusie mystery calls

42

9

Conclusie monitor discriminatie bij woningverhuur 2023

44

Bijlage 1 Geslaagde correspondentietesten 48 Aantal geslaagde testen, unieke advertenties en unieke aanbieders 48 Type woning, huurprijs en woonoppervlakte 48 Geografische spreiding 49 Bijlage 2 Gespreksleidraad mystery calls

51

Bijlage 3 Tekstbericht voorbeelden

52

Bijlage 4 Codenummers correspondentietesten

53

Bijlage 5 Literatuur

54

3

Samenvatting Dit rapport presenteert de resultaten van de derde landelijke monitor discriminatie bij woningverhuur. Net als in de eerdere twee landelijke monitoren is in deze monitor onderzocht: z

z

z

z

In hoeverre mensen met een van origine niet-Nederlands klinkende naam1 dezelfde kans hebben op een bezichtiging van een huurwoning als mensen met een Nederlands klinkende naam. Of stellen bestaande uit twee mannen (met Nederlands klinkende namen) dezelfde kans hebben op een bezichtiging als stellen bestaande uit een man en vrouw (beiden met Nederlands klinkende namen). In hoeverre verhuurbemiddelaars bereid zijn om mee te werken aan een discriminerend verzoek van een fictieve verhuurder. In aanvulling hierop toetsen we dit jaar voor het eerst in hoeverre gender2 van invloed is op uitnodigingskansen.

Net als in de eerste twee landelijke monitoren is in het onderzoek gebruikgemaakt van correspondentietesten en mystery calls als methode.

1

Waar wij het hebben over of een naam Nederlands of Marokkaans of Pools klinkt, bedoelen we ‘van origine’. De gekozen namen bij deze profielen zijn gebaseerd op een lijst met gevalideerde namen uit recent Belgisch onderzoek , waaronder Marokkaans en Pools klinkende namen.

2 Wij kiezen voor de term gender in het rapport. Sekse en geslacht verwijzen naar lichamelijke en biologische kenmerken. Gender verwijst ook naar de sociale, culturele en psychologische kenmerken die ermee in verband gebracht worden. Omdat het hier ging om vrouwelijk of mannelijk klinkende namen (en niet lichamelijke kenmerken) kiezen wij in principe voor gender. Wel schrijven we in de lopende tekst voor de leesbaarheid ‘vrouwennaam’ en ‘mannennaam’.

Door middel van correspondentietesten reageerden we met twee fictieve, quasi-identieke profielen op advertenties van huurwoningen die via verhuurplatform Pararius werden aangeboden. Het ene profiel had een Marokkaans klinkende mannen- of vrouwennaam of een Pools klinkende mannennaam (testprofiel), het andere profiel had een Nederlands klinkende mannen- of vrouwennaam (controleprofiel). Vervolgens vergeleken we de terugkomende reacties van woningaanbieders, om erachter te komen of iemands veronderstelde etnische achtergrond van invloed is op zijn/haar kans om uitgenodigd te worden voor een bezichtiging. Ook analyseerden we in hoeverre seksuele gerichtheid uitnodigingskansen bepaalt. Hiervoor zetten we fictieve homoseksuele koppels (bestaande uit twee typische mannennamen) en heteroseksuele koppels (bestaande uit een typische mannennaam en een typische vrouwennaam) in. En tot slot analyseerden we ook de invloed van gender (Nederlandse vrouwennamen in vergelijking met Nederlandse mannennamen). Dit, omdat uit de tweede landelijke monitor bleek dat de vrouwelijke profielen significant (p < 0,05) minder vaak werden uitgenodigd dan de mannelijke profielen. Het verschil in uitnodigingskansen tussen de test- en controleprofielen drukken we uit in de netto-discriminatiegraad.

Een positieve netto-discriminatiegraad geeft het percentage weer dat het testprofiel systematisch wordt benadeeld ten opzichte van het controleprofiel. Een negatieve netto-discriminatiegraad geeft het percentage weer dat het testprofiel wordt bevoordeeld ten opzichte van het controleprofiel. Tenslotte onderzochten we met zogenaamde mystery calls de bereidheid van een verhuurbemiddelaar om mee te bewegen met een discriminerend verzoek van een fictieve verhuurder. Acteurs belden met verhuurbemiddelaars en stelden de vraag: ‘Zou het mogelijk zijn om niet te verhuren aan buitenlanders; van die Marokkanen, Turken en Polen?’ Het antwoord dat we op deze vraag terugkregen hebben we gecodeerd en geanalyseerd. 4

Deze twee ingezette methoden van correspondentietesten en mystery calls zijn goede instrumenten om deze structurele ongelijkheid in Nederland in kaart te brengen in deze fase van het verhuurproces. Discriminatie na het bezichtigingmoment is in dit onderzoek niet meegenomen. Discriminatie op de koopwoningmarkt ook niet.

naam geen lagere kans hebben om te worden uitgenodigd voor een bezichtiging bij de huuradvertenties, dan vrouwen met een Nederlands klinkende naam. In 2021/2022 was er wel nog sprake van een significant verschil, met een netto-discriminatiegraad van 22% (p < 0,001). Echter, als we alleen buiten de G4 kijken, zien we wél een significant verschil. (Netto-discriminatiegraad is 19% (p < 0,05)). Ook dit is minder dan in 2021/2022 (Netto-discriminatiegraad was 30%).

Resultaten correspondentietesten In de periode januari 2023 tot april 2023 zijn er 3.030 geslaagde correspondentietesten uitgevoerd, verspreid over de vijf verschillende profielparen. Wij tonen hieronder de belangrijkste resultaten. Significante nadelige behandeling van Marokkaans klinkende namen, maar minder dan voorgaande jaren. Waar in de vorige monitor bleek dat mensen met niet-Nederlandse namen een significant lagere uitnodigingskans hadden dan Nederlands klinkende namen, geldt dat nu minder. z

z

Profielen met een Marokkaans klinkende mannennaam worden significant minder vaak uitgenodigd voor een bezichtiging dan mannen met een Nederlands klinkende naam. Op landelijk niveau is de netto-discriminatiegraad 18% (p < 0,05). Zij hebben dus een 18% lagere kans om te worden uitgenodigd naar aanleiding van een reactie op de huuradvertenties dan mannen met een Nederlands klinkende naam. In 2021/2022 was dit nog 23%. Hoewel er dus nog steeds een significant verschil is, is dit wel kleiner geworden. Profielen met een Marokkaans klinkende vrouwennaam worden in het onderzoek minder vaak uitgenodigd voor een bezichtiging dan vrouwen met een Nederlands klinkende naam, maar dit verschil is niet significant. (Netto-discriminatiegraad is 9% (p = 0,23)). Doordat het verschil niet significant is, betekent dit dat vrouwen met een Marokkaans klinkende

z

Profielen met een Marokkaans klinkende naam (man- en vrouwennaam gecombineerd), hebben een significant lagere kans om uitgenodigd te worden (netto-discriminatiegraad van 13% (p < 0,05)). De uitnodigingskansen zijn daarmee gestegen ten opzichte van 2021 toen de netto-discriminatiegraad nog 22% was.

Voor de overige profielen is de netto-discriminatiegraad niet significant. z Profielen met een Pools klinkende naam worden minder vaak uitgenodigd, maar het verschil is niet significant (netto-discriminatiegraad van 6% (p = 0,42)). In 2021/2022 hadden zij een 11% (significant, p < 0,05) lagere kans om uitgenodigd te worden. z

z

De profielen homoseksuele mannenstellen worden dit jaar exact even vaak uitgenodigd voor een bezichtiging van een huurwoning als heteroseksuele stellen. De netto-discriminatiegraad van het homoseksuele stel ten opzichte van het heteroseksuele stel is 0%. In het vorig onderzoek hadden de homoseksuele koppels significant meer kans hebben om uitgenodigd te worden voor een bezichtiging dan heteroseksuele koppels (netto-discriminatiegraad -10%, p < 0,05). De netto-discriminatiegraad van de Nederlands klinkende vrouwennaam ten opzichte van de Nederlands klinkende mannennaam is -10% (p = 0,08). Maar het verschil is niet significant. Dus vrouwen met een Nederlands klinkende naam hebben geen hogere kans om te worden uitgenodigd voor een bezichtiging bij de huuradvertenties. 5

Uitsplitsing G4 en niet-G4 Wanneer we de resultaten uitsplitsen naar het verschil in behandeling tussen de testprofielen en controleprofielen binnen de vier grootste gemeenten (G4) versus de rest van Nederland (niet-G4), zien we binnen de G4-gemeenten voor geen van de profielen een significante netto-discriminatiegraad.

De trendgegevens laten verder zien dat er vooral in de tweede monitor vaker sprake was van significante discriminatie van Marokkaans klinkende vrouwennamen ten opzichte van het jaar ervoor. In huidig jaar is er geen sprake meer van significante discriminatie van het profiel Marokkaans klinkende vrouwennaam (2020/2021: 7%, 2021/2022: 22% en 2023: 9%).

In de niet-G4 gemeenten vinden we een significante netto-discriminatiegraad bij het profiel Marokkaans klinkende mannennaam (20%), Marokkaans klinkende vrouwennaam (19%) en Marokkaans klinkende naam gecombineerd (20%). Vorig jaar was dit verschil tussen G4 en niet-G4 er ook, maar toen waren de netto discriminatiegraad in de niet-G4 gemeenten voor deze profielparen respectievelijk 33%, 30% en 32%, dus aanzienlijk hoger dan nu.

Resultaten mystery calls

Geen zichtbaar verschil tussen leden en niet-leden van brancheorganisaties. Wanneer we de resultaten uitsplitsen naar aangeboden woningen van leden en niet-leden van brancheorganisaties (NVM, VBO, Vastgoed Pro, Vastgoed Belang3, IVBN, VGM NL), zien we nergens een significant verschil tussen deze twee groepen. In het vorige onderzoek was er nog wel een significant verschil tussen leden en niet-leden. Toen werden profielen met een Marokkaans klinkende naam vaker benadeeld door niet-leden (27%) dan door leden (13%).

De resultaten van de 203 reacties geven wij hierna weer:

Trend; na een stijging weer een daling? De verschillen tussen de testen uitgevoerd voor de eerste monitor in 2020, voor de tweede monitor in 2021/2022 en voor de huidige monitor in 2023, laten zien dat bij het profiel Marokkaans klinkende mannennaam de netto-discriminatiegraad over de jaren heen constant en significant blijft (2020/2021: 12%, 2021/2022: 22% en 2023: 18%).

Voor dit onderzoek voerden we 203 mystery calls uit. Acteurs deden zich voor als potentiële verhuurders en namen telefonisch contact op met bemiddelaars, waarbij zij het volgende discriminerende verzoek deden: ‘Zou het mogelijk zijn om niet te verhuren aan buitenlanders; van die Marokkanen, Turken en Polen?’

z

z

z

z

In 21% van de reacties geeft de bemiddelaar expliciet aan niet mee te gaan in het discriminerend verzoek (in 2021/2022 16%). In 37% van de reacties gaan de bemiddelaars mee in het discriminerend verzoek van de acteurs. Dat is ongeveer gelijk aan 2021/2022 (35%). In 30% van de reacties benadrukt de bemiddelaar dat de keuze aan de verhuurder zelf is en werkt hiermee dus niet expliciet mee aan het discriminerend verzoek, maar faciliteert wel impliciet discriminatie verderop in het proces. Vorig jaar was dit 34%. Een klein aandeel van de reacties valt in de categorie ‘strenge selectie’ (6%), waarmee zij selecteren op basis van criteria die indirect discriminerend uit kunnen pakken. Vorig jaar was dit 12%.

3 Vastgoedbelang kon dit jaar niet meewerken aan het verzoek om hun ledenlijst te delen met ons. Zij konden wel aangeven dat er 39 leden zaten in de lijst die wij gebruikt hebben voor het trekken van de steekproef. Wij hebben daarom gebruik gemaakt van een ledenlijst uit de eerste monitor (2020). Het kan natuurlijk zijn dat er sindsdien leden zijn afgevallen en/of nieuwe leden zijn bijgekomen. Maar deze keuze is te verantwoorden omdat hun 39 leden uit onze steekproef als geheel onder ‘niet-leden’ scharen een grotere vertekening van de uitkomsten zou betekenen.

6

In de analyse van de gesprekken valt ons het volgende op: z

Verhuurbemiddelaars hebben verschillende strategieën in hun omgang met het verzoek van de verhuurder, bijvoorbeeld: het vergelijken van discriminatie met persoonlijke voorkeuren als ‘geen huisdieren’ in de woning willen, en de aard en ernst van het verzoek daarmee kleiner maken (bagatelliseren). het benadrukken dat ‘je niet alleen’ op afkomst moet selecteren, vaak gevolgd door de vergelijking met expats: ‘buitenlanders’ met een goede baan en/of hoog opleidingsniveau. het benadrukken van de grondige selectieprocedures en jarenlange ervaringen in het kunnen selecteren van goede huurders. dat het ‘markttechnisch’ niet handig is omdat dit het aantal potentiële huurders verkleint. „

„

z

niet wil discrimineren. Maar expats worden ook vaak genoemd als goede huurders omdat zij de regels rond huurrechten minder goed kennen dan Nederlanders. Er wordt van tevoren meer informatie opgevraagd bij mensen die zich melden voor een bezichtiging dan volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mag (bijvoorbeeld identiteitsbewijzen, werkgeversverklaringen). Dit blijkt uit zowel de correspondentietesten als de mystery calls.

Conclusie

„

„

z

In 37% van de gesprekken blijkt dat de bemiddelaar zich bewust is van de discriminerende aard van het verzoek van de acteur. Dat is meer dan in 2021/2022 toen dit uit 26% van de gesprekken bleek. Binnen die 37% die meegaat in het discriminerend verzoek (75 van de 203 reacties) geeft 35% door hun woordkeuze aan (26 van de 75) heel bewust te zijn dat het verzoek eigenlijk niet ingewilligd mag worden. Alsnog gaan zij in het verzoek mee. Dit is een groter aandeel dan vorig jaar (30%). „

Twee opvallende punten tot slot: z

56 van de 203 bemiddelaars geven aan graag met expats te werken of zich zelfs volledig op die doelgroep te richten. Ook hiervoor geldt: het is discriminerend en hiermee een overtreding van de wet als een potentiële niet-expat huurder minder kans krijgt op deze woningen dan een expat op basis van herkomst. Expats worden daarnaast vaak aangehaald in de gesprekken om aan te geven (of de indruk te wekken) dat de bemiddelaar

Wij concluderen dat er in Nederland sprake is van discriminatie bij het verkrijgen van een huurwoning aangeboden door een particuliere verhuurder. Met name buiten de vier grootste steden van Nederland hebben mensen met een Marokkaans klinkende naam structureel significant minder kans om uitgenodigd te worden voor een bezichtiging van een huurwoning. Wel is de netto-discriminatiegraad, ook bij deze groepen, gedaald ten opzichte van vorig jaar. Op basis van de correspondentietesten kunnen we stellen dat er in deze specifieke fase van het verhuurproces minder discriminatie plaatsvindt dan in de voorgaande jaren. Ook concluderen wij dat verhuurbemiddelaars nog steeds bereid zijn om mee te werken aan een discriminerend verzoek. Uit de 203 mystery calls blijkt namelijk dat een niet te verwaarlozen deel van de verhuurbemiddelaars bereid is om bewust mensen met een niet-Nederlandse achtergrond direct of indirect uit te sluiten voor verhuring wanneer een verhuurder daar om vraagt (37% ten opzichte van 35% in 2021/2022). Hier staat tegenover dat het aandeel verhuurbemiddelaars dat niet mee wil werken ook gestegen is. Namelijk naar 21% ten opzichte van 16% in 2021/2022. Ook het aandeel dat aangeeft zelf niet te discrimineren, maar benadrukt dat de keuze aan de verhuurder is, is gedaald van 34% in 2021/2022 naar 30%.

7

Alle antwoorden overziend is het aandeel van de gesproken verhuurbemiddelaars dat niet expliciet tegen het discriminerende verzoek ingaat en daarmee direct óf indirect meewerkt aan discriminatie in 2023 73%. Dit is een kleiner aandeel dan in de vorige landelijke monitor (2021/2022), waar dit aandeel nog 80% was.

8

1

Inleiding

Hoewel op moment van schrijven de huizenprijzen voor het eerst in tijden weer iets lijken te dalen, is het vinden van een woning voor veel mensen nog steeds erg lastig. Er wordt, net als in 2022, nog steeds veel gesproken van een ‘wooncrisis’. Doelgroepen die moeilijk een woning kunnen vinden zijn bijvoorbeeld starters op de woningmarkt, maar ook mensen met een groter risico om gediscrimineerd te worden bij verkrijgen van een huurwoning. Het kabinet besteedt in het coalitieakkoord expliciet aandacht aan het tegengaan van discriminatie op de huurmarkt. 4 De eerste landelijke monitor discriminatie bij woningverhuur werd twee jaar geleden gepubliceerd.5 Aan de hand van praktijktests met fictieve huurders liet deze monitor zien dat personen met namen die niet van origine Nederlands klinken, significant minder vaak werden uitgenodigd voor een bezichtigingsmoment voor een huurwoning dan mensen met van origine Nederlands klinkende namen. Het ging hierbij om woningen die zowel door grote, als kleine particuliere verhuurders werden aangeboden, waarbij de ongelijke behandeling van de profielen met niet-Nederlands klinkende namen met name buiten de grootste vier steden van Nederland plaatsvond.

Daarnaast bleek op basis van telefoongesprekken waarbij acteurs zich voordeden als verhuurder, zogenaamde ‘mystery calls’, dat veel verhuurbemiddelaars bereid waren om direct of indirect mee te werken aan een discriminerend verzoek van een (fictieve) klant.

De resultaten van de eerste monitor vormden de aanleiding voor de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties om de aanpak van discriminatie op de woningmarkt te intensiveren. Ook kondigde de minister aan om een jaarlijkse opvolging te geven aan de landelijke monitor.6 Dit rapport is hiervan het resultaat en vormt de derde jaarlijkse monitor discriminatie bij woningverhuur. In dit rapport presenteren we de resultaten die door middel van dezelfde onderzoeksmethoden als in de eerste en tweede monitor (praktijktesten en mystery calls) zijn verkregen en die laten zien in hoeverre discriminatie op basis van etniciteit, seksuele gerichtheid en gender in Nederland bij woningverhuur voorkomt. Deze resultaten verkregen we in de periode van januari 2023 tot en met april 2023. We vergelijken in deze monitor de resultaten met die van de eerdere twee landelijke monitoren. Leeswijzer Het onderzoek bestaat uit twee delen. Deelonderzoek A (waar wij objectieve discriminatie onderzoeken via ‘correspondentietesten’) en deelonderzoek B (waar wij via mystery calls onderzoeken in hoeverre verhuurbemiddelaars geneigd zijn om huurkandidaten uit te sluiten voor verhuur). Het rapport bestaat uit negen hoofdstukken. Na deze inleiding presenteren we in hoofdstuk 2 de achtergrond van dit onderzoek.

Daar gaan we in op het onderwerp discriminatie bij woningverhuur en de ingezette methoden voor dit onderzoek, namelijk praktijktesten (in de vorm van correspondentietesten) en mystery calls.

4 Coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ (2021). 5 Hoogenbosch, A. en Fiere, B. (2021). Gelijke kansen op een huurwoning in Nederland? Monitor discriminatie bij woningverhuur. Rotterdam: Art.1/RADAR.

6 Ollongren, K. (2021). Kamerbrief: Discriminatie op de woningmarkt; uitkomsten onderzoek en vervolg. Kenmerk: 2021-0000215787.

9

Hierna volgen drie hoofdstukken (hoofdstuk 3, 4 en 5) over de aanpak en resultaten van deelonderzoek A: de correspondentietesten. We sluiten dit deelonderzoek af met een deelconclusie in hoofdstuk 5. De hoofdstukken 6, 7 en 8 hebben betrekking op deelonderzoek B: de mystery calls. We sluiten het rapport af met een algemene conclusie in hoofdstuk 9. Hierin doen we ook een aantal aanbevelingen voor vervolgonderzoek. De vergelijkingen in de resultaten tussen de eerste en de tweede monitor hebben we verweven in de resultatenhoofdstukken 4 en 7 en in de (deel)conclusies.

10

2

Achtergrond

Wat is discriminatie bij woningverhuur precies en binnen welke context vindt het op dit terrein plaats? Die vragen beantwoorden we in paragraaf 1 van dit hoofdstuk. In paragraaf 2 beschrijven we hoe discriminatie met praktijktesten objectief aangetoond kan worden, en geven we een theoretische onderbouwing van deze methode. In paragraaf 3 geven we een soortgelijke beschrijving en onderbouwing voor de methode mystery calls. We sluiten dit hoofdstuk af met een aantal ethische afwegingen die relevant zijn bij dit type onderzoek.

2.1.

Discriminatie bij woningverhuur

In Nederland wordt bijna 14% van de gehele woningvoorraad verhuurd door bedrijven, institutionele beleggers of particulieren die minimaal één woning aanbieden voor verhuur. Een groot deel van deze woningen is bestemd voor woningverhuur. Een verhuurder kan zelf een (kandidaat-)huurder voor de huurwoning uitnodigen en selecteren of hiervoor een bemiddelaar inschakelen, meestal een makelaar. De afgelopen jaren is een groot tekort ontstaan aan (betaalbare) woningen, waardoor veel mensen belangstelling hebben voor een woning die in de verhuur staat. Verhuurders en bemiddelaars hebben daarom keuze uit veel woningzoekenden voor een woning. 2.1.1.

geslacht of genderidentiteit, seksuele gerichtheid, handicap of chronische ziekte, politieke overtuiging, religie, levensbeschouwing, burgerlijke staat en nationaliteit. Indien dat toch gebeurt kan sprake zijn van discriminatie. Er zijn namelijk een beperkt aantal gevallen waarin er een ‘objectieve rechtvaardiging’ van toepassing kan zijn, waardoor het maken van uitzonderingen op deze regels wel is toegestaan. Bijvoorbeeld, wanneer een hospita een kamer in haar eigen woning alleen aan een vrouw wil verhuren, is dat een uitzondering vanwege het privékarakter van de woning. Deze uitzondering geldt echter niet voor discriminatie op basis van ‘ras’ (afkomst/huidskleur), dat is nooit toegestaan. Expats Net als in het vorig onderzoek komen we ook dit jaar veel7 bemiddelaars tegen die zich richten op expats. Het focussen op expats als doelgroep op zich (bijvoorbeeld in de taal van je communicatie, in de naam van je bedrijf, in de locaties/ kanalen waar je bijvoorbeeld reclames inkoopt) mag. Wat niet mag is dat potentiële huurders een lagere kans hebben op het bezichtigen en/of krijgen van een woning als zij geen expat zijn. 2.1.2.

Context waarbinnen discriminatie plaatsvindt

Uit onderzoek weten we dat schaarste aan de aanbodkant kan leiden tot meer discriminatie op de arbeidsmarkt8. Bij woningverhuur heeft de verhuurder, net zoals een werkgever in vele gevallen, om die reden een sterke positie en

Wat is discriminatie bij woningverhuur?

Aanbieders van huurwoningen, zoals verhuurders en verhuurbemiddelaars, kunnen hun keuze voor een huurder baseren op wettelijk toegestane criteria, zoals het inkomen. In de Nederlandse wet is vastgelegd dat aanbieders woningzoekenden niet mogen discrimineren op basis van hun afkomst of huidskleur,

7 Zo’n 56 van de 203 gesproken bemiddelaars noemen deze groep expliciet. 8 Veenman, J. (2003). Discriminatie op de arbeidsmarkt. De resultaten van Nederlands onderzoek. Beleid en Maatschappij 30(2): 90–100.

11

kan hij of zij de keuze voor een huurder baseren op persoonlijke voorkeuren, waarbij ook niet-toegestane criteria leidend kunnen zijn.9 Bij woningverhuur beoordeelt de verhuurder of een huurder ‘betrouwbaar’ is. Dit betekent dat de huurder in staat is om de huur te kunnen betalen, de woning netjes te houden en geen illegale activiteiten in de woning te starten. Verhuurders kunnen bepaalde mensen niet kiezen als huurder op basis van vooroordelen en stereotypen over hun betrouwbaarheid10. Daarnaast kan discriminatie op de woningmarkt ook subtieler plaatsvinden. Dit kan komen door onbekendheid met regelgeving en onbekendheid met principes van non-discriminatie. Een verhuurder kan bijvoorbeeld het idee hebben dat hij of zij volledig vrij is om te bepalen wie in zijn of haar eigendom komt te wonen. Discriminatie kan ook subtiel tot uiting komen door de voorkeur te geven aan mensen die aan de ‘norm’ voldoen en waar verhuurders positieve vooroordelen over hebben, omdat zij zich herkennen in de huurders. Deze mensen worden sneller gezien als betrouwbare huurders. Vaak gebeurt het subjectief beoordelen van een huurder onbewust en wordt het beïnvloed door een onderbuikgevoel, wat wel tot gevolg heeft dat juist mensen die niet aan de norm voldoen worden buitengesloten en minder kans maken om een woning te huren11.

van een onbetrouwbare huurder als groot. Ze hebben slechts één of twee woningen voor verhuur en hebben daar vaak veel geld in geïnvesteerd. Een verkeerde keuze voor een huurder kan gevolgen hebben voor hun inkomsten. Bovendien kunnen kosten om illegale activiteiten, zoals een wietplantage, in de woning aan te pakken worden verhaald op de verhuurder. 2.1.3.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zet zich in om discriminatie bij woning verhuur tegen te gaan. De aanpak woondiscriminatie van het ministerie bestaat uit vier actielijnen, (1) monitoring en onderzoek, (2) voorlichting en bewustwording, (3) bestuursrechtelijke handhaving via de Wet goed verhuurderschap en (4) het versterken van de lokale en branchegerichte aanpak. De Wet goed verhuurderschap is op 1 juli 2023 in werking getreden. In deze wet wordt afdwingbare regelgeving geïntroduceerd gericht op het gedrag van verhuurders en verhuurbemiddelaars. De wet introduceert een landelijke basisnorm voor goed verhuurderschap in de vorm van algemene regels die gaan gelden voor alle verhuurders en verhuurbemiddelaars. De regels zien onder andere op het voorkomen van discriminatie. In de algemene regels wordt namelijk voorgeschreven dat verhuurders en verhuurbemiddelaars: z z

Het kiezen van een huurder op basis van niet-toegestane criteria komt vooral voor bij kleine, particuliere verhuurders. Deze verhuurders ervaren het risico

9 Zoals opgenomen in Artikel 1 van de Grondwet, Algemene Wet Gelijke Behandeling en Wet Gelijke Behandeling Handicap/Chronische Ziekte. 10 Zogenaamde ‘taste-based’ of ‘aversieve discriminatie’. Zie meer hierover in: Böcker, A., Terlouw, A. en Özdemir, E. (2019). Discriminatie bij de verhuur van woningen? Een verkennend onderzoek naar verklaringen en de mogelijke aanpak. Nijmegen: Radboud Universiteit. 11 Hoogenbosch, A. en Dibbets, A. (2019). ‘Normale verhuurders willen normale huurders’. Veldverkenning discriminatie bij woningverhuur. RADAR: Rotterdam.

Ontwikkelingen in wetgeving

z

een helder en transparant selectieproces moeten hanteren; waarbij zij gebruik moeten maken van objectieve en niet-discriminerende selectiecriteria; en de keuze voor de huurder moeten motiveren en mededelen aan de afgewezen kandidaat-huurders.

Daarnaast moeten verhuurders en verhuurbemiddelaars beschikken over een werkwijze gericht op het voorkomen van discriminatie. Gemeenten krijgen de bevoegdheid om op deze wet te handhaven en bestuursrechtelijke sancties op te leggen. Ook moet elke gemeente een meldpunt instellen waar huurders, woningzoekenden en andere belanghebbenden melding kunnen maken van 12

ongewenst verhuurgedrag. Doel is dat er door deze aanpak een laagdrempelige mogelijkheid bijkomt om discriminatie aan te pakken en dat het ook mogelijk leidt tot meer bewustzijn.

2.2.

Objectieve discriminatie meten met praktijktesten

Bij het onderzoeken van discriminatie kunnen onderzoekers kijken naar twee aspecten: (1) ervaren discriminatie en (2) objectieve discriminatie. Ervaren discriminatie wordt onderzocht door te kijken naar hoe mensen zich voelen en hoe zij denken dat ze worden behandeld. Dit heeft te maken met hun eigen perceptie en betekent niet altijd dat er daadwerkelijk sprake is van discriminatie. In 2020 heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) een vragenlijst gebruikt om de ervaren discriminatie bij het zoeken naar een huurwoning te onderzoeken. Uit dat onderzoek bleek dat één op de drie woningzoekenden vermoedde dat hij/zij gediscrimineerd werd op basis van afkomst of beperking/chronische ziekte12. In deze monitor is niet gekeken naar ervaren discriminatie, maar is onderzoek gedaan naar objectieve discriminatie. Objectieve discriminatie betekent discriminatie die kan worden vastgesteld aan de hand van objectieve criteria en die wordt onderzocht met hulp van praktijktesten. In de volgende paragraaf beschrijven we wat praktijktesten inhouden en welke kanttekeningen er bij deze methode geplaatst kunnen worden.

2.2.1.

Praktijktesten

Bij praktijktesten is het doel om selectieprocessen in de praktijk te meten. Praktijktesten zijn een experimentele methode waarbij gekeken wordt of en in welke mate twee of meer quasi-identieke kandidaten verschillend worden behandeld. Als deze testen alleen schriftelijk worden uitgevoerd, zonder persoonlijk contact tussen de tester en de geteste, worden ze correspondentietesten genoemd. In deze monitor is gebruik gemaakt van gepaarde correspondentietesten die meten of mensen gelijk of ongelijk behandeld worden bij uitnodigingen voor bezichtigingen van huurwoningen. Hierbij reageren we met een testprofiel en een controleprofiel op dezelfde huurwoningadvertentie, en analyseren we de reactie die we terugkrijgen van de verhuurder. Het testprofiel en het controleprofiel verschillen alleen in de variabele die we onderzoeken. Door een groot aantal testen uit te voeren, kunnen we objectief bepalen of er een patroon van ongelijke behandeling bestaat tussen het testprofiel en het controleprofiel, en dus of de onderzochte variabele invloed heeft op de kans om uitgenodigd te worden voor een bezichtiging. Het is moeilijker om individuele verhuurders op discriminatie te beoordelen, omdat toeval en onbedoelde ongelijke behandeling ook een rol kunnen spelen.

Bijvoorbeeld als de reactie van het testprofiel per ongeluk in de spam-box van de verhuurder terechtkomt en de reactie van het controleprofiel niet. 2.2.2. Kanttekeningen bij correspondentietesten Een belangrijk punt om te benoemen bij deze methode in de context van woningverhuur is dat het bij correspondentietesten specifiek gaat om het al dan niet gelijk behandelen bij het uitnodigen voor een bezichtiging van een beschikbare huurwoning. Het selectieproces van een huurder bestaat echter uit verschillende stappen, waar bij alle andere stappen de aanbieder nog steeds

12 Andriessen, I. et al. (2020). Ervaren Discriminatie in Nederland II. Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau.

13

veel ruimte heeft om te selecteren op basis van kenmerken die volgens de wet verboden zijn13,14. Ook de resultaten van eerdere onderzoeken naar mystery calls laten zien dat de uiteindelijke keuze voor een huurder vaak bij de verhuurder ligt, ondanks de goede bedoelingen van bemiddelaars om geen onderscheid te maken tussen kandidaten. Deze keuze kan gebaseerd zijn op (onbewuste) vooroordelen ten opzichte van kandidaten met een bepaalde achtergrond. Een ander belangrijke kanttekening om te benoemen bij deze methode is dat uit de test zelf niet duidelijk wordt waarom iemand de voorkeur geeft aan het ene profiel ten opzichte van het andere profiel. Het is dus niet mogelijk om te achterhalen waarom iemand ongelijke behandeling laat zien bij het uitnodigen van personen voor een bezichtiging voor een huurwoning.

2.3.

De intentie tot discrimineren meten met mystery calls

Met mystery calls wordt onderzocht of verhuurderbemiddelaars bereid zijn om discriminerend te handelen. Bij een mystery call doet iemand zich voor als een potentiële klant (verhuurder) en belt een verhuurbemiddelaar. Tijdens het gesprek wordt gekeken of de bemiddelaar ingaat op een discriminerend verzoek. Door veel van deze gesprekken te voeren, kunnen we onderzoeken of bemiddelaars bereid zijn discriminerend te handelen op basis van wat de klant wil, terwijl dit volgens de wet verboden is. Mystery calls kunnen ook laten zien hoe goed bemiddelaars op de hoogte zijn van discriminatieregels en welke strategieën ze gebruiken om te voldoen aan de wensen van de klant.

13 Hoogenbosch, A en Dibbets, A. (2019). ‘Normale verhuurders willen normale huurders’. Veldverkenning discriminatie bij woningverhuur. RADAR: Rotterdam.

Bij het analyseren van de antwoorden is, waar de onderzoekers twijfelde in welke categorie de reactie te plaatsen was, altijd het voordeel van de twijfel gegeven aan de bemiddelaar. 2.3.1.

Kanttekeningen bij mystery calls

Bij de mystery call methode kunnen we alleen de intentie tot discriminatie aantonen. Met mystery calls meten we alleen of iemand bereid is om discriminerend te handelen, niet of er daadwerkelijk sprake is van discriminatie. Er kunnen namelijk ook andere factoren meespelen, zoals de positie van de medewerker binnen de organisatie. Soms blijft de verhuurbemiddelaar vaag om negatieve reacties te voorkomen. De verhuurbemiddelaar kan ook meegaan met de verhuurder om de potentiële klant tevreden te houden, zonder de intentie om huurders op verboden gronden uit te sluiten. Verhuurbemiddelaars zeggen vaak dat de verhuurder de uiteindelijke keuze maakt. Hoewel dit klopt, zorgt deze houding ervoor dat discriminatie blijft bestaan in het verhuurproces.

2.4.

Ethische afwegingen

In de wetenschap is het belangrijk dat mensen die deelnemen aan onderzoek op de hoogte worden gesteld en vrijwillig instemmen met hun deelname (informed consent). In dit onderzoek, bij zowel de correspondentietesten als bij de mystery calls, zijn de deelnemers echter niet op de hoogte gesteld en hebben ze geen toestemming gegeven voor hun deelname. Dit komt doordat mensen vaak hun gedrag veranderen wanneer ze weten dat ze worden onderzocht, vooral bij een gevoelig onderwerp zoals discriminatie. Omdat het in dit onderzoek belangrijk is dat mensen hun echte gedrag vertonen, is het belangrijk dat zij niet op de hoogte zijn van het onderzoek om betrouwbare resultaten te verkrijgen. Onderzoek heeft aangetoond dat het aankondigen van onderzoek naar discriminatie bij woningverhuur direct effect heeft op het gedrag

14 Andriessen, I. en Wittebrood. K. (2021). Discriminatie op de woningmarkt. Een praktijkgericht onderzoek naar de aanpak van discriminatie op de particuliere huurwoningmarkt. Verwey-Jonker Instituut: Utrecht.

14

van mensen15. Met andere woorden: er is geen voorafgaande bekendmaking van het onderzoek gedaan, omdat dit de validiteit en betrouwbaarheid van de resultaten beïnvloedt en daarmee het objectief vaststellen van discriminatie hindert. Bovendien rechtvaardigen verschillende onderzoekers het ontbreken van informed consent omdat praktijktesten de enige manier zijn om discriminatie te onderzoeken die niet gebaseerd is op persoonlijke ervaringen van discriminatie16,17,18. Een andere ethische overweging is dat bij deze methoden verhuurbemiddelaars worden misleid om discriminatie bij hen uit te lokken. Daarnaast besteden aanbieders tijd aan de deelname aan het onderzoek, zonder dat ze zich hiervan bewust zijn. Verschillende wetenschappers erkennen deze ethische bezwaren. Het tegenargument is dat deze vorm van misleiding een groter maatschappelijk belang dient, namelijk het in kaart brengen van discriminatie en het bestrijden ervan 19,20,21. Daarnaast is het belangrijk om in dit soort onderzoeken de tijdsinvestering voor verhuurbemiddelaars zo klein mogelijk te houden.

15 Van der Bracht, K., Verhaeghe, P.P. en Van de Putte, B. (2016). Gelijke toegang tot huisvesting voor elke Gentenaar: onderzoeksrapport. Gent: Universiteit Gent. 16 Bovenkerk, F. (1992). A Manual for International Comparative Research on Discrimination on the Grounds of ‘Race’ and ‘Ethnic origin’. Geneva: International Labour Organization. 17 Riach, P. A. & Rich, J. (2004). Deceptive field experiments of discrimination: Are they ethical? Kyklos, 57, pp: 457-470. 18 Zschirnt, E. (2016). Revisiting ethics in correspondence testing. Working paper series, nr.8, NCCR On the Move. 19 Verstaete, J. en Verhaeghe, P.P. (2019). Ethnic discrimination upon request? Real estate agents’ strategies for discriminatory questions of clients. Journal of Housing and the Built Environment, 35, pp: 703–721. 20 Banton, M. (1997). The ethics of practice-testing. Journal of Ethnic and Migration Studies, 23, pp: 413420. 21 Zschirnt, E. (2019). Revisiting ethics in correspondence testing: an update. Research Ethics, pp: 1-21.

15

3

Onderzoeksopzet correspondentietesten

In dit hoofdstuk beschrijven we hoe de testen zijn uitgevoerd, welke profielen zijn gebruikt en hoe de advertenties zijn geselecteerd. Daarnaast beschrijven we hoe we de reacties van de aanbieders hebben verwerkt, gecodeerd en geanalyseerd. De onderzoeksopzet is vrijwel identiek aan de voorgaande twee landelijke monitoren. Voor onderbouwingen van de keuzes verwijzen we dan ook naar de eerste monitor. 22

3.1.

Uitvoering van de testen

Bij correspondentietesten voeren we een zogenaamde gepaarde test uit met twee quasi-identieke profielen. De twee profielen verschillen alleen van elkaar op de te onderzoeken variabele (het profiel). In het geval van dit onderzoek voeren we vier verschillende gepaarde testen uit waarbij het test- en controleprofiel in namen verschilden van elkaar en waarbij de namen de verschillende profielen die werden getest, representeerden. Met deze verschillende profielen reageren we op advertenties voor huurwoningen die aangeboden worden op verhuursite Pararius.23

22 De keuze voor de profielen om deze discriminatiegronden te onderzoeken zijn onderbouwd in de eerste monitor. Zie pagina 14 in Hoogenbosch, A. en Fiere, B. (2021). Gelijke kansen op een huurwoning in Nederland? Monitor discriminatie bij woningverhuur. Rotterdam: Art.1/RADAR. 23 In de eerste monitor werd aan de hand van een Google-trends analyse vastgesteld dat Pararius een goed steekproefkader biedt voor testen in heel Nederland. Dit platform biedt ongeveer 65% van de huurwoningen aan in Nederland. Zie ook pagina 15 in Hoogenbosch, A. en Fiere, B. (2021). Gelijke kansen op een huurwoning in Nederland? Monitor discriminatie bij woningverhuur. Rotterdam: Art.1/RADAR.

In de vorige onderzoeken die we op deze manier hebben uitgevoerd24,25 werd eerst gereageerd met het testprofiel en ongeveer drie uur later werd op dezelfde advertentie gereageerd met het controleprofiel. Vanwege het feit dat met deze methode wellicht in theorie het testprofiel, vanwege de eerdere respons, een grotere kans zou hebben om te worden uitgenodigd, is in de huidige opzet deze methode gewijzigd, waarbij voor het profiel homoseksuele mannenstel, in de helft van de gevallen eerst het testprofiel werd toegezonden en in de andere helft eerst het controleprofiel. In onze data hebben wij dit jaar gezien dat het omdraaien geen verschil geeft. Dit strookt met conclusies uit eerder onderzoek26 waar het omdraaien van het reactie moment geen significant effect geeft. Onze reactie houdt in dat er wordt geklikt op de button ‘plan een bezichtiging’ of ‘contact met de makelaar’ die te vinden was op de advertentiepagina. Vervolgens werd het formulier ingevuld met de profielinformatie. Het ging dan om naam, e-mailadres, telefoonnummer en een kort tekstbericht waaruit de interesse voor een bezichtiging van de woning blijkt. Deze tekstberichten waren verschillend tussen het test- en controleprofiel, maar nagenoeg identiek in lengte en taalgebruik. De tekstberichten zijn daarbij aselect toegewezen aan de verschillende profielen.

In bijlage 3 zijn voorbeelden te vinden van de berichten die we hebben verstuurd. De tekstberichten sloten altijd af met de volledige naam van het profiel, zodat de naam op drie verschillende plekken terugkomt: in het hokje van de naam, het e-mailadres en in het bericht.

24 Hoogenbosch, A. en Fiere, B. (2021). Gelijke kansen op een huurwoning in Nederland? Monitor discriminatie bij woningverhuur. Rotterdam: Art.1/RADAR. 25 Hoogenbosch, A., Tierolf, B., Sikkema, M., Kwakernaak, M., & Mesic, A. (2022). Monitor discriminatie bij woningverhuur 2022. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. 26 Abel Ghekiere, Billie Martiniello & Pieter-Paul Verhaeghe, ‘Addressing methodological assumptions of correspondence tests when measuring discrimination’ 2022.

16

3.2.

Profielen

Net als in de eerdere twee landelijke monitoren discriminatie bij woningverhuur, onderzoeken we in deze monitor discriminatie op basis van etniciteit en seksuele gerichtheid. Echter, in deze monitor is het profiel gender27 extra toegevoegd, omdat uit de vorige monitoren bleek dat de uitnodigingskans voor vrouwen (Marokkaanse en Nederlandse vrouwen) lager lag dan voor mannen (Poolse, Marokkaanse en Nederlandse mannen).28 De discriminatiegraad werd in de voorgaande monitoren echter niet specifiek op dit criterium getoetst, vandaar dat is besloten dit jaar het profiel ‘gender’ (Nederlands klinkende mannen-/vrouwennaam) toe te voegen als profiel. Voor etniciteit kijken we naar de mate waarin mensen met een Pools klinkende mannennaam, een Marokkaans klinkende mannennaam of een Marokkaans klinkende vrouwennaam ongelijk worden behandeld als het gaat om uitgenodigd worden voor een bezichtigingsmoment van een huurwoning die aangeboden wordt op Pararius. De gekozen namen bij deze profielen zijn gebaseerd op een lijst met gevalideerde namen uit recent Belgisch onderzoek29, waaronder Marokkaans en Pools klinkende namen.

Voor seksuele gerichtheid kijken we naar de verschillen in behandeling die homoseksuele stellen hebben ten opzichte van heteroseksuele stellen. We gebruiken hiervoor een testprofiel met twee Nederlands klinkende mannennamen versus een controleprofiel met een Nederlands klinkende mannennaam en Nederlands klinkende vrouwennaam. In de tekstberichten (zie bijlage 3) verwijzen we naar de relatie tussen de twee namen, zo schrijven we bijvoorbeeld ‘mijn man en ik’ of ‘mijn echtgenoot en ik’. We sluiten het bericht af met de twee voornamen en een achternaam, zoals ‘Jan en Berend de Vries’ of ‘Maaike en Freek Janssen’. Voor de heteroseksuele stellen wordt de mannennaam gebruikt voor het invullen van de naam in het invulformulier op Pararius. Ook het e-mailadres verwijst bij de heteroseksuele stellen naar de mannennaam, zodat (on)gelijke behandeling tussen het test- en controleprofiel toegeschreven kan worden aan seksuele gerichtheid en niet op basis is van gender. Voor gender kijken we naar de verschillen in behandeling die mensen met Nederlandse vrouwennamen hebben ten opzichte van mensen met Nederlandse mannennamen. We gebruiken hiervoor een testprofiel met een Nederlands klinkende vrouwennaam versus een controleprofiel met een Nederlands klinkende mannennaam.

3.3. 27 Wij kiezen voor de term gender in het rapport. Sekse en geslacht verwijzen naar lichamelijke en biologische kenmerken. Gender verwijst ook naar de sociale, culturele en psychologische kenmerken die ermee in verband gebracht worden. Omdat het hier ging om vrouwelijk of mannelijk klinkende namen (en niet lichamelijke kenmerken) kiezen wij in principe voor gender. Wel schrijven we in de lopende tekst voor de leesbaarheid ‘vrouwennaam’ en ‘mannennaam’. 28 In het Onderzoek uit 2021/2022 hebben we geen gepaarde testen uitgevoerd waarin we vrouwennamen en mannennamen met elkaar vergeleken. Toch konden we het totaal aantal uitnodigingen van de profielen met elkaar vergelijken. We zagen dat de profielen met vrouwennamen (Marokkaans klinkend en Nederlands klinkend) bij 14% van de advertenties een uitnodiging ontvangen tegenover 18% van de profielen met mannennamen (Marokkaans klinkend, Pools klinkend of Nederlands klinkend). Op basis van deze vergelijking kunnen we stellen dat de vrouwelijke profielen significant (p < 0,05) minder vaak werden uitgenodigd dan de mannelijke profielen.

Aantal testen, power en testrondes

Om betrouwbare resultaten te krijgen, is het belangrijk dat er voldoende testen uitgevoerd worden. In de analyses kijken we naar netto-discriminatiegraden en proporties (in dit onderzoek de kans op een uitnodiging). Op basis van de eerdere onderzoeken hebben we een goed zicht op de verwachte effecten, waardoor we beter het benodigde aantal respondenten kunnen inschatten.

29 Martiniello, B. and Verhaeghe, P.P. (2022) Signaling ethnic-national origin through names? The perception of names from an intersectional perspective. Plos One.

17

Om met voldoende power30 (uitgaande van 80%) uitspraken over significante (p< 0,05) verschillen tussen uitnodigingskansen (het effect) te kunnen doen, zijn 50031 testen per groep noodzakelijk. Aangezien we een extra profiel hebben toegevoegd (op basis van gender) terwijl we wel hetzelfde aantal testen doen, is besloten om voor het profiel homoseksueel stel het minimaal benodigde aantal testen te doen (500) en voor de vier andere profielen het gewenste aantal testen (625), met in totaal minstens 3.000 testen. Deze keuze is gemaakt vanwege het feit dat in de vorige twee landelijke monitoren al bleek dat ten aanzien van homoseksueel stel, discriminatie eigenlijk niet voorkwam (vaker werd positieve discriminatie gevonden: het homoseksuele stel had een grotere uitnodigingskans dan een heteroseksueel stel). In de aanpak hebben we ervoor gekozen de testen uit te spreiden over zeven rondes. In iedere ronde werden in totaal 400 tot 500 testen uitgevoerd, per testpaar waren dat er tussen de 75 en 100. De zeven testrondes zijn uitgevoerd in de periode januari 2023 tot april 2023.

3.4.

Voorafgaand aan iedere ronde, downloaden we door middel van een ‘webscraping tool’ alle beschikbare advertenties, die we overzetten naar een Exceloverzicht. Vanuit dit overzicht stellen we een steekproefkader op: we selecteren alle advertenties van huurwoningen tot 2.000 euro met de status ‘te huur’. Deze huurprijs is 400 euro hoger dan in de vorige monitor en 500 euro hoger dan in de eerste monitor. We hebben deze aanpassing moeten doen vanwege de stijging van de huurprijzen en enorme inflatie in het afgelopen jaar. Vervolgens verwijderen we alle dubbele aanbieders zodat aanbieders slechts een keer per ronde getest worden en de belasting voor hen minimaal is. Vanuit het steekproefkader selecteren we door middel van een aselecte steekproef 75 tot 100 advertenties per testpaar. Bij de advertenties die we voor de testen bij profiel homoseksueel stel selecteren, bekijken we bovendien alle advertenties van woonruimtes kleiner dan 50m2 en of deze bewoond kunnen worden door minstens twee personen. Advertenties van woningen die bestemd zijn voor één persoon verwijderen we. In totaal testen we per ronde zo’n vier- tot vijfhonderd advertenties.

3.5. 30 Power betreft de geldigheid van de uitspraken die je doet over effecten in een grotere populatie (bijvoorbeeld ‘de algemene populatie’). Bijv. je vindt een verschil (effect) in uitnodigingskans tussen twee groepen. Het verschil is significant op .05 niveau. Je hebt een bepaald aantal waarnemingen. Op basis van die drie gegevens (effect, significantieniveau, aantal waarnemingen) kan je de power (geldigheid) van je bewering toetsen voor alle bemiddelaars. De kritische ondergrens van power wordt over het algemeen gesteld op 80% (.80). Dat betekent dat wanneer je power lager is dan .80, je ondanks het significante verschil, toch geen uitspraken doet over dat verschil. Wanneer de power .80 is betekent dit dat de kans 80% is dat je dit verschil in uitnodigingskans vindt wanneer je alle huizenverhuurbedrijven zou hebben meegenomen in je onderzoek. We kijken dus niet alleen naar de significantie, maar ook naar de power, om voldoende zeggingskracht te hebben bij de uitspraken die je doet over de gevonden verschillen. 31 In de eerdere monitoren werd een minimumaantal van 750 testen genoemd, op basis van de toen bekende kennis over de te verwachten effect groottes.

In deze derde monitor hebben we beter zicht op de te verwachten effect groottes (vanuit de 1e en 2e monitor) en kunnen daardoor ook beter het minimaal benodigde aantal testen schatten, hetgeen dus lager is dan in de voorgaande monitoren.

Selectie van advertenties

Verwerking van de reacties

Na het uitsturen verwerken we tot elf dagen na de testdag de reacties van aanbieders die per e-mail, sms of voicemail terugkomen. Alle reacties coderen we aan de hand van elf codes (zie de codelijst in bijlage 4). Alle toegekende codes controleren we volgens het vierogen principe om fouten te voorkomen en subjectiviteit tegen te gaan.

3.6.

Analyse van de reacties

Nadat alle reacties zijn verwerkt, analyseren we de resultaten gebruikmakend van een statistisch programma. We vergelijken per advertenties of er verschillen zijn in uitnodigingskansen tussen de test- en controleprofielen. Er zijn hierbij vier combinaties mogelijk: 18

1. 2. 3. 4.

Zowel de test- als controlepersoon wordt uitgenodigd voor een bezichtiging van de woning. De controlepersoon wordt uitgenodigd voor een bezichtiging en de testpersoon niet (negatieve discriminatie). De testpersoon wordt uitgenodigd voor een bezichtiging en de controlepersoon niet (positieve discriminatie). Zowel de test- als de controlepersoon wordt niet uitgenodigd voor een bezichtiging.

3.6.1.

Netto-discriminatiegraad

Vervolgens berekenen we de netto-discriminatiegraad: dat is het percentage waarin het testprofiel systematisch benadeeld wordt ten opzichte van het controleprofiel. Hierbij wordt er geen rekening gehouden met de situatie waarbij beide profielen geen reactie kregen, omdat we daar geen conclusies over (on)gelijke behandeling aan kunnen verbinden.32 De netto-discriminatiegraad wordt berekend aan de hand van de formule:

Nadat we de netto-discriminatiegraad hebben berekend, analyseren we aan de hand van de McNemar-toets in hoeverre de netto-discriminatiegraad statistisch significant is en of er (geen) sprake is van verschil gebaseerd op toeval. Het resultaat van deze toets wordt uitgedrukt in een χ 2 waarde met bijbehorende p-waarde. Hoe dichter de p-waarde bij nul ligt, hoe groter de kans dat de netto-discriminatiegraad niet op toeval berust en dat het gaat om ongelijke behandeling van het testprofiel. We beschouwen de resultaten als significant33 wanneer de p-waarde kleiner is dan 0,05.

32 Zie hierover de aanbevelingen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) over hoe correspondentietesten uit te voeren. 33 We spreken van significantie wanneer de kans dat we een bepaald resultaat hebben gevonden, op toeval berust, kleiner is dan 5%.

3.6.2. Uitnodigingskansen Per profiel34 kunnen we de uitnodigingskans in percentage berekenen. Dat is het aantal keren dat het profiel een uitnodiging ontvangt (reacties die gecodeerd zijn met codes 4, 5 of 6, zie bijlage 4) gedeeld door het totaal aantal testen dat bij dit profiel is uitgevoerd. Hierbij kijken we eerst met een paired samples proportions test (McNemar) of de uitnodigingskans per testpaar significant verschilt tussen de test- en controlegroep. Daarna kunnen we op basis van een independent samples proportions test (Wald) controleren in welke mate het verschil tussen de profielen systematisch lager of hoger is ten opzichte van de andere profielen, via (logistische) regressie is het vervolgens ook nog mogelijk om te toetsen welke andere factoren hierin verder een rol spelen. 3.6.3. Uitsplitsingen in data Naast netto-discriminatiegraden en uitnodigingskansen per testpaar of profiel, doen we een aantal analyses waarbij we de resultaten uitsplitsen, zodat we nog meer te weten komen over discriminatie bij woningverhuur. G4 versus niet-G4 Net als in de tweede landelijke monitor splitsen we de data uit naar G4 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) versus niet-G4.

Dit doen we vanwege het verschil in de bevolkingspopulatie tussen de G4 en de niet-G4 gemeenten (rest van Nederland) en de aanpak tegen discriminatie die zich voornamelijk in de grotere steden concentreert. We kijken eveneens of de netto-discriminatiegraad (significant) per profiel afwijkt van het landelijk gemiddelde in de G4 en in de niet-G4.

34 Dus: Marokkaans klinkende mannennaam; met Marokkaans klinkende vrouwennaam; met Nederlands klinkende mannennaam; met Pools klinkende mannennaam; met Nederlands klinkende vrouwennaam; met homoseksueel stel; en met heteroseksueel stel.

19

Type woningen en huurprijs De gegevens over de verhuurde objecten bevatten ook informatie over het soort woning (appartement, huis, studio of kamer) dat wordt verhuurd, het aantal kamers, de oppervlakte en de huurprijs. Deze onderwerpen hebben we in de analyses meegenomen. We kijken of deze (mede) van invloed zijn op de netto-discriminatiegraad die we bij de verschillende profielen vinden. Leden versus niet-leden van brancheorganisaties In de analyses gaan we eveneens in op het lidmaatschap van de aanbieders van de woningen. Hierbij maken we alleen onderscheid naar wel of geen lidmaatschap van een brancheorganisatie in het algemeen. In totaal is 26,3% van alle geteste aanbieders aangesloten bij een of meer van de zes brancheorganisatie. Van de aanbieders is 25% lid van één brancheorganisatie en is 1,4% lid van twee brancheorganisaties. We maken geen onderscheid in de resultaten van de correspondentietesten gespecifieerd naar een van de zes brancheorganisaties. Wel geven we in de tabel 6 weer hoe de verdeling is van alle geteste aanbieders over de zes brancheorganisaties. De meest voorkomende combinatie van twee brancheorganisaties is NVM en VGM NL. Tabel 6 Aanbieders dat lid is van een brancheorganisatie Brancheorganisatie

Aantal aanbieders

NVM

97

VBO

90

Vastgoed Pro

31

Vastgoed Belang

38

VGM NL

25

IVBN

2

3.6.4. Analyse bij gecombineerd profiel Marokkaans klinkende naam Naast de vijf testprofielen kijken we eveneens naar een gecombineerd profiel, waarbij personen met het profiel Marokkaans klinkende mannen- en vrouwennaam, zijn samengevoegd tot één profiel ‘Marokkaans klinkende naam’. Voor dit samengestelde profiel analyseren we de totalen, en de uitsplitsing G4 versus niet-G4. 3.6.5. Vergelijkingen tussen de eerdere monitoren Als laatste vergelijken we de resultaten van de huidige monitor (uitvoering 2023) met de twee eerdere monitoren (uitvoering 2020, publicatie 2021 en uitvoering 2021/2022, publicatie 2022) en benoemen we de significante verschillen tussen deze drie jaren.

3.7.

Kanttekeningen

In de eerdere twee landelijke monitoren werd uitgegaan van het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Daarbij werd namelijk eerst met het testprofiel (met de te onderzoeken variabele) getest en daarna met het controleprofiel. Hierbij werd ervan uitgegaan dat het testprofiel meer kans had op een uitnodiging voor een bezichtigingsmoment dan het controleprofiel. Dit omdat de mogelijkheid bestond dat op het tijdstip van het reageren door het testprofiel de woning nog beschikbaar was óf dat er nog plek was op de lijst voor bezichtigingen. De situatie voor het controleprofiel kon daarentegen juist veranderd zijn, omdat die ongeveer 3 uur later reageerde. Dit principe lijkt te passen bij de dynamiek van de huurwoningmarkt, die zich kenmerkt door krapte en waar woningen slechts voor korte duur aangeboden worden. Dit betekende wel dat de netto-discriminatiegraad die we in de eerdere jaren berekenden een onderschatting konden zijn van de werkelijke discriminatie bij de verhuur van woningen. Dit jaar hebben wij het principe 20

‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ daarom voor het profiel homoseksuele mannenstel losgelaten. We hebben het voor dit profiel zodanig ingericht dat in de helft van de gevallen de testpersoon het uitnodigingsvoordeel (van gemiddeld 3 uur) heeft, en in de andere helft van de gevallen de controlepersoon. Een andere kanttekening aan het onderzoeksontwerp is dat er enkel wordt onderzocht of er sprake is van ongelijke behandeling in de kans om uitgenodigd te worden voor een bezichtigingsmoment. Ongelijke behandeling in de stappen ná de bezichtiging blijven met deze methode onderbelicht. Deze kanttekening beschreven we eerder in hoofdstuk 2 van dit rapport.

21

4

Resultaten correspondentietesten

In dit hoofdstuk bespreken we de resultaten van de correspondentietesten. Het betreft de resultaten van de 3.030 geslaagde testen (van het totaal van 3.251 uitgevoerde testen), afkomstig van 1.019 unieke aanbieders. Voor meer informatie over de resultaten van de correspondentietesten verwijzen wij naar bijlage 1. Wij behandelen eerst de netto-discriminatiegraad en vervolgens de uitnodigingskansen. We gaan in de op de totale resultaten per testpaar en testprofiel en beschrijven diverse uitsplitsingen, zoals G4 versus niet G4 en de resultaten naar type woning.35 Voor de helderheid rondom de begrippen die we gebruiken en analyses die we doen, hebben we hieronder een leeswijzer toegevoegd die uitleg geeft over netto-discriminatiegraad, uitnodigingskans en significantie.

35 Zie bijlage 1 voor uitleg over de woningtypen.

Leeswijzer: netto-discriminatiegraad, uitnodigingskans en significantie In dit hoofdstuk worden veelvuldig verschillen tussen netto-discriminatiegraden en uitnodigingskansen besproken. •

•

De netto-discriminatiegraad is het percentage waarin het testprofiel systematisch benadeeld wordt ten opzichte van het controleprofiel binnen een gepaarde test (zie ook paragraaf 3.6.1). De uitnodigingskans is het percentage directe uitnodigingen dat een (test- of controle) profiel ontvangt (op basis van codes 4, 5, 6, zie bijlage 4).

Het verschil tussen de uitnodigingskans van het testprofiel en het controleprofiel is bepalend voor de netto-discriminatiegraad bij deze gepaarde test. De uitnodigingskansen kunnen echter ook van waarde zijn om buiten de gepaarde test analyses te doen. Zo kunnen bijvoorbeeld de testprofielen van twee afzonderlijke gepaarde testen met elkaar vergeleken worden of twee controleprofielen. Netto-discriminatiegraden en uitnodigingskansen worden beiden in percentages uitgedrukt. Hierbij vermelden wij of een verschil (statistisch) significant is (zie ook paragraaf 3.6.1). We hanteren hierbij een maximale toevalkans van 5%. Dit betekent dat wanneer de kans dat we toevallig een bepaald verschil vinden kleiner is dan 5%, we spreken van een daadwerkelijk verschil. Wanneer de toevalkans groter is dan 5% spreken we niet van een verschil. Deze toevalkans is mede afhankelijk van het aantal waarnemingen (power, ook wel geldigheid), dit betekent dat wanneer we verschillen bespreken over een groot aantal waarnemingen, we sneller significantie bereiken 22

dan wanneer we verschillen bespreken tussen een kleiner aantal waarnemingen. Als voorbeeld noemen we hieronder het onderscheid naar G4 en niet-G4 en het beeld in heel Nederland. Het is in theorie mogelijk dat we voor bepaalde profielen op deze drie niveaus (landelijk, G4 en niet-G4), exact dezelfde netto-discriminatiegraad en uitnodigingskansen vinden, waarbij de netto-discriminatiegraad en het verschil tussen de uitnodigingskansen op landelijk niveau wel significant (dus betekenisvol) is, terwijl het op G4 en niet-G4 niveau niet significant is. We zeggen dan op landelijk niveau dat er sprake is van significante discriminatie, terwijl we op G4 en niet-G4 niveau moeten zeggen dat er geen sprake is van discriminatie en dus ook geen verschil in uitnodigingskansen, terwijl alle getallen op alle niveaus gelijk zijn. Dit wordt dan alleen veroorzaakt door het aantal waarnemingen. Er moeten genoeg waarnemingen zijn om bepaalde verschillen een significante betekenis te geven.

Figuur 1 Netto-discriminatiegraden per profiel 20%

18%

15%

13% 9%

10%

6% 5% 0% 0% HO

MM

MV

M

PM

VM

-5%

-10% -10% -15% HO=Mannelijk homoseksueel stel; MM=Marokkaans klinkende mannennaam; MV=Marokkaans klinkende vrouwennaam; M=Marokkaans klinkende naam; PM=Pools klinkende mannennaam;

4.1.

Netto-discriminatiegraad

Net als in de eerdere monitoren hebben we de netto-discriminatiegraden berekend per (gepaard) profiel. Deze netto-discriminatiegraad is het percentuele verschil tussen de uitnodigingskans van het testprofiel en de uitnodigingskans van het controleprofiel, en indien significant, het percentage waarin het testprofiel systematisch benadeeld wordt ten opzichte van het controleprofiel. In deze paragraaf beschrijven we deze netto-discriminatiegraden per profiel. Ze staan ook weergegeven in figuur 1. De verschillende discriminatiegraden worden onder figuur 1 uitgelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13144177/1