CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

RADAR Rapport discriminatie bij woningverhuur Amsterdam.pdf

Raadscommissie Wonen en Bouwen 19 januari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Resultaten van het onderzoek ‘Discriminatie bij woningverhuur’ door RADAR (mei 2021) en de voortgang aanpak discriminatie woningmarkt (ZD2021-014356)9.250 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021

“Het mag niet, maar natuurlijk kan dat” Discriminatie bij woningverhuur: resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam

RADAR, mei 2021 Dit rapport is geschreven in opdracht van de Gemeente Amsterdam Bauke Fiere, Milynn Koene en Arwen Hoogenbosch RADAR, bureau voor gelijke behandeling en tegen discriminatie

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021

Inhoudsopgave Samenvatting

1

Inleiding

3

I.

Correspondentietesten en mystery calls: de methoden

5

II.

Correspondentietesten

8

1.

Aanpak

8

2.

Analyse

9

3.

Resultaten

10

4.

Conclusie resultaten correspondentietesten

12

Mystery calls

13

1.

Aanpak

13

2.

Analyse

15

3.

Resultaten in percentages

16

4.

Resultaten uit kwalitatieve analyse

17

5.

Conclusie resultaten mystery calls

19

Conclusie

21

III.

IV.

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021

Samenvatting Inleiding en aanleiding Dit rapport is een opvolging van de landelijke monitor discriminatie bij woningverhuur.1 De gemeente Amsterdam wil door middel van onderzoek discriminatie op de woningmarkt monitoren. Ter aanvulling op de landelijke monitor zijn extra correspondentietesten en mystery calls uitgevoerd om discriminatie bij woningverhuur in Amsterdam in beeld te brengen. Correspondentietesten Twee quasi-identieke kandidaat-huurders hebben gereageerd op advertenties van huurwoningen in Amsterdam. Deze twee profielen verschillen alleen op de te onderzoeken discriminatiegrond van elkaar. In dit onderzoek hebben we etniciteit getest met profielen van mannen met een Marokkaans klinkende naam versus profielen van mannen met een Nederlands klinkende naam. Daarnaast hebben we seksuele gerichtheid getest met profielen van een stel met twee Nederlands klinkende mannennamen versus profielen van een stel met een Nederlands klinkende mannennaam en een Nederlands klinkende vrouwennaam. Op basis van de reacties van de aanbieders van de advertenties is gemeten of er sprake is van (on)gelijke behandeling tussen de twee profielen. In totaal zijn er 301 geslaagde testen op grond van etnische achtergrond en 290 geslaagde testen op grond van seksuele gerichtheid uitgevoerd op huuradvertenties in Amsterdam.

De uitkomsten van de correspondentietesten laten zien dat personen met een Marokkaans klinkende mannennaam niet significant minder vaak worden uitgenodigd voor de bezichtiging van een huurwoning in Amsterdam dan personen met een Nederlands klinkende mannennaam. Deze uitkomsten komen overeen met het landelijke onderzoek. Hierin werd op het niveau van de G4 samen ook geen discriminatie op grond van etnische achtergrond aangetoond. Onderzoek van RIGO in Amsterdam uit 2020 toonde wel discriminatie op grond van etnische achtergrond aan.2 De verschillen in resultaten kunnen mogelijk worden verklaard door een andere onderzoeksopzet. Verder blijkt uit de resultaten dat homoseksuele stellen niet significant minder vaak worden uitgenodigd voor de bezichtiging van een huurwoning. Deze resultaten zijn vergelijkbaar met het landelijke onderzoek, waarin ook geen discriminatie is aangetoond op grond van seksuele gerichtheid. Mystery calls Een acteur belde eenmalig naar makelaars die in Amsterdam woningen te huur aanbieden, deed zich daarbij voor als verhuurder en stelde de vraag: “Ik wil dat mijn appartement goed onderhouden wordt. Vrienden van mij hebben slechte ervaringen gehad met allochtonen. Zou het daarom mogelijk zijn om niet te verhuren aan allochtonen?” Verschillende belrondes hebben geresulteerd in 42 geslaagde gesprekken, waarvan:

1 Hoogenbosch, A. en Fiere, B. (2021). Gelijke kansen op een huurwoning in Nederland? Monitor Discriminatie bij Woningverhuur.

Rotterdam: Art.1/RADAR. 2 Kromhout, S., Wittkämper, L. en Cozijnsen, E. (2020). Rapport: Discriminatie op de Amsterdamse woningmarkt. Praktijktesten in de particuliere huursector. Amsterdam: RIGO.

1

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021 -

-

13 (31%) niet wilden meewerken aan het verzoek van de fictieve verhuurder (code 1); 13 (31%) bereid waren om mee te werken en om een selectie van alleen huurders met een Nederlandse achtergrond samen te stellen (code 2); 11 (26%) aangaven dat de uiteindelijke keuze bij de verhuurder ligt (code 5); 5 (12%) aangaven te selecteren aan de hand van andere criteria die mensen direct of indirect kunnen uitsluiten (code 4).

Code 1 ''geen discriminatie'' Code 2 ''discriminatie'' 26%

31% Code 3 ''geen antwoord''

12% 0%

31%

Code 4 ''strenge selectie'' Code 5 ''aanbieding''

Van de 29 makelaars die direct of indirect meewerkten aan het verzoek, liet bijna een derde blijken zich bewust te zijn van het discriminatoire karakter van het verzoek. Dit resultaat komt grotendeels overeen met de resultaten van eerder onderzoek. De meerderheid van de makelaars in dit onderzoek liet niet blijken dat het verboden is om mensen uit te sluiten op grond van hun etniciteit. Dit zou erop kunnen wijzen dat zij zich niet bewust zijn van het discriminatoire karakter van het verzoek of beperkte kennis hebben van antidiscriminatiewetgeving. Ook zou het er mogelijk op kunnen duiden dat zij niet goed weten hoe zij met een discriminerend verzoek moeten omgaan.

2

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021

Inleiding De gemeente Amsterdam maakt zich hard tegen allerlei vormen van discriminatie tegen haar inwoners. Een van deze vormen is discriminatie bij het verkrijgen van een huurwoning. In 2020 publiceerde RIGO in opdracht van de gemeente Amsterdam een onderzoek naar discriminatie bij woningverhuur. Dit onderzoek liet zien dat 34% van de gebelde makelaars in meer of mindere mate bereid was om mee te werken aan een discriminerend verzoek. Ook voerde het RIGO correspondentietesten uit. Deze testen toonden aan dat de fictieve woningzoekende met een ‘niet-westers ‘klinkende naam in 19% van de gevallen ongelijk behandeld werd ten opzichte van de fictieve woningzoekende met een Nederlands klinkende naam.3 Naar aanleiding van dit rapport is de gemeente in gesprek gegaan met de verhuurdersbranche en is met de gesprekspartners overeengekomen dat de bewustwording op dit onderwerp onder verhuurders, makelaars en huurders beter moet.4 De gemeente zet in op overeenkomsten met de verhuurdersbranche waarin afspraken worden gemaakt over de invulling van Goed Verhuurderschap, voorlichting en transparante selectieprocedures. Ook wil ze discriminatie op de woningmarkt monitoren door onderzoek periodiek te herhalen.

In april publiceerde Art.1/RADAR het rapport ‘Gelijke kansen op een huurwoning in Nederland? Monitor discriminatie bij woningverhuur’.5 Dit onderzoek laat zien dat er in Nederland sprake is van discriminatie op grond van etnische achtergrond in de eerste fase van woningverhuur. Dit speelt met name buiten de vier grootste gemeenten van Nederland (G4). Binnen de G4 samen zijn er geen significante verschillen gevonden in de kans op een uitnodiging voor een bezichtiging tussen kandidaat-huurders met een Nederlands klinkende en met een niet-Nederlands klinkende naam. Op het niveau van afzonderlijke (G4-)steden, zijn er in het landelijke onderzoek te weinig correspondentietesten of mystery calls uitgevoerd om betrouwbare uitspraken te doen over (de mate van) discriminatie bij woningverhuur. De gemeente Amsterdam heeft RADAR daarom gevraagd om aanvullende correspondentietesten en mystery calls uit te voeren, zodat wel conclusies te trekken zijn op gemeentelijk niveau. Ook in de gemeenten Rotterdam en Eindhoven zijn gelijktijdig aanvullende correspondentietesten en mystery calls uitgevoerd door RADAR.6, 7 Opbouw Dit rapport is opgebouwd uit vier hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk gaan we in het algemeen in op de gebruikte methoden om discriminatie bij woningverhuur te onderzoeken, namelijk correspondentietesten en mystery calls.

We beschrijven hierbij ook kort de haken en ogen aan deze

3 Kromhout, S., Wittkämper, L. en Cozijnsen, E. (2020). Rapport: Discriminatie op de Amsterdamse woningmarkt. Praktijktesten in de

particuliere huursector. Amsterdam: RIGO. 4 Raadsbrief resultaten onderzoek ‘Discriminatie op de Amsterdamse woningmarkt’ en verdere aanpak. Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Ter kennisneming voor de commissievergadering van 3 juni 2020 5 Hoogenbosch, A. en Fiere, B. (2021). Gelijke kansen op een huurwoning in Nederland? Monitor Discriminatie bij Woningverhuur. Rotterdam: Art.1/RADAR. 6 Hoogenbosch, A., Fiere B. en Koene M. (2021). “Alles is bespreekbaar” Discriminatie bij woningverhuur: resultaten correspondentietesten en mystery calls in Rotterdam. Rotterdam: RADAR. 7 Hoogenbosch, A., Fiere, B. en Koene M. (2021). “Ik mag het niet zeggen, maar natuurlijk dat kan” Discriminatie bij woningverhuur: resultaten mystery calls en correspondentietesten in Eindhoven. Rotterdam: RADAR.

3

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021 methoden. Hoofdstuk 2 staat geheel in het teken van de uitgevoerde correspondentietesten. Zowel de aanpak als de resultaten worden in dit hoofdstuk beschreven. In hoofdstuk 3 worden de aanpak en resultaten beschreven van de gevoerde mystery calls. Hiervoor is een kwantitatieve en kwalitatieve analyse uitgevoerd. We sluiten in het laatste hoofdstuk af met een conclusie van het gehele onderzoek.

4

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021

I.

Correspondentietesten en mystery calls: de methoden

Om discriminatie bij woningverhuur te onderzoeken zijn er - evenals in de landelijke monitor8 - in Amsterdam correspondentietesten ingezet om advertenties van huurwoningen op het online verhuurplatform Pararius te testen en mystery calls uit te voeren bij verhuurbemiddelaars. In dit hoofdstuk geven we een korte beschouwing van deze twee methoden en gaan we in op de voor- en nadelen. Praktijktesten en correspondentietesten Praktijktesten zijn een experimentele methode om te onderzoeken of verschillend gereageerd wordt op berichten van twee quasi-identieke kandidaten en daarmee of er sprake is van ongelijke behandeling.9 Door middel van praktijktesten kan daadwerkelijk gedrag onderzocht worden en discriminatie objectief worden aangetoond.10 Praktijktesten waarbij alleen schriftelijk contact is tussen de kandidaten en de aanbieder van goederen of diensten, worden correspondentietesten genoemd. Bij onderzoek naar discriminatie bij woningverhuur wordt door twee quasi-identieke kandidaten gereageerd op advertenties van huurwoningen. De twee kandidaten verschillen alleen van elkaar op de te onderzoeken discriminatiegrond. Het voordeel van correspondentietesten, tegenover fysieke of telefonische praktijktesten, is dat de uitvoering van de test goed te controleren is.

De berichten die de test- en de controlepersoon naar de aanbieders van woningen sturen, kunnen goed vergelijkbaar gemaakt worden. Ook de profielen van de test- en controlepersoon kunnen zo worden opgesteld dat zij alleen op de te onderzoeken discriminatiegrond van elkaar verschillen. Correspondentietesten zijn geschikt om de eerste fase van woningverhuur te onderzoeken, namelijk door te reageren op advertenties van woningen. Het is daarbij echter van belang dat de resultaten van testen op de juiste wijze geïnterpreteerd worden, namelijk als een test in de eerste fase van het verhuurproces. Het onderzoekt alleen de mate waarin kansen voor een bezichtiging gelijk zijn voor het test- en controleprofiel en geen discriminatie op een later moment in het verhuurproces. Uit onderzoek weten we dat er ook een risico is op discriminatie na deze eerste stap.11 Het testen van latere stappen van het verhuurproces is erg complex. In de meeste gevallen moeten er in deze stappen allerlei documenten aangeleverd worden, die moeilijk te fictionaliseren zijn. Wanneer je de test uitvoert met ‘echte’ personen is het heel moeilijk om duo’s samen te stellen die alleen op de te onderzoeken discriminatiegrond van elkaar verschillen. Eventuele verschillen in reacties aan beide kandidaathuurders kunnen dan mogelijk ook met een ander aspect dan de te toetsen discriminatiegrond te maken hebben.

Het is bovendien van belang om te benadrukken dat correspondentietesten niet meten waarom iemand twee quasi-identieke kandidaat-huurders ongelijk behandelt. Ten slotte roepen praktijktesten een ethisch bezwaar op doordat aanbieders van woningen niet weten dat ze getest worden en hier geen toestemming voor gegeven hebben. Het is echter niet wenselijk om het onderzoek van tevoren aan te kondigen, aangezien makelaars en verhuurders van woningen 8 Hoogenbosch, A. en Fiere, B. (2021). Gelijke kansen op een huurwoning in Nederland? Monitor Discriminatie bij Woningverhuur.

Rotterdam: Art.1/RADAR. 9 Fiere, B. en Hoogenbosch, A. (2019). Praktijktesten of mystery guests om discriminatie aan te tonen: Een overzicht van toepassingen. RADAR: Rotterdam. 10 Verhaeghe, P.P., Coenen, A., Demart, S., Van der Bracht, K., Van de Putte, B. (2017). Discrimibrux - Discriminatie door vastgoedmakelaars op de private huurwoningmarkt van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Gent: Vakgroep Sociologie, Universiteit Gent. 11 Hoogenbosch, A. en Dibbets, A. (2020). ‘Normale verhuurders willen gewoon normale huurders’. Veldverkenning discriminatie bij woningverhuur. Rotterdam: RADAR.

5

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021 mogelijk hun gedrag aanpassen. Dit maakt het onderzoek minder betrouwbaar.12 Aan de andere kant is het aankondigen van praktijktesten juist strategisch in te zetten om discriminatie te verminderen en kan van aankondiging een preventieve werking uitgaan. Zo is in Gent (België) in 2015 aangetoond dat het aankondigen van correspondentietesten bij woningverhuur effect heeft.13 Correspondentietesten: wat zegt het over de individuele woningaanbieder? Correspondentietesten worden met name gebruikt om te onderzoeken of en in welke mate discriminatie bij woningverhuur op het niveau van een stad of een gemeente voorkomt. Vaak zijn hiervoor minstens een paar honderd testen nodig, afhankelijk van de grootte van de stad of gemeente. Wanneer op lokaal of regionaal niveau statistisch significante verschillen worden aangetoond tussen twee profielen, dan wordt één van die profielen dusdanig vaak benadeeld ten opzichte van de controlegroep, dat dit vrijwel zeker niet om een toevallige uitkomst gaat. Het is vaak niet mogelijk om op basis van een onderzoek op gemeentelijk niveau ook uitspraken te doen over discriminerende praktijken van individuele aanbieders.

Wanneer een aanbieder van een woning bijvoorbeeld één of twee keer de controlepersoon uitnodigt voor een bezichtiging en de testpersoon niet, is er niet direct sprake van discriminerend handelen door de aanbieder. Er zijn verschillende situaties van toevallige ongelijke behandeling tussen de test- en controlepersoon mogelijk. Bijvoorbeeld wanneer de aanbieder van de woning een e-mail van één van beide personen vergeet te beantwoorden, of wanneer een bezichtiging na het uitnodigen van één van beide personen vol zit. Om een significant patroon van discriminatie op het niveau van een individuele aanbieder te kunnen vaststellen, zijn minstens tien geslaagde praktijktesten per aanbieder nodig.14 Mysteryguestonderzoek en mystery calls Bij mystery calls belt een persoon eenmalig naar een dienstverlenende organisatie en doet zich daarbij voor als een potentiële klant. Deze fictieve klant toetst tijdens het telefoongesprek in hoeverre de dienstverlenende organisatie bereid is om mee te werken aan een discriminerend verzoek. Op deze manier is het mogelijk inzicht te krijgen in de bereidheid van de dienstverlener om discriminerend te handelen. Dienstverlenende organisaties die op deze wijze getest kunnen worden zijn bijvoorbeeld uitzendbureaus, makelaars, oppasdiensten, schoonmaakbedrijven, et cetera. Voor dit rapport hebben we mystery calls uitgevoerd bij woningbemiddelaars cq.

makelaars. Hierbij heeft een acteur zich voorgedaan als een particulier die haar/zijn woning wil verhuren. Tijdens deze gesprekken toetste de acteur in hoeverre de makelaar bereid is in te gaan op het verzoek om niet aan ‘allochtonen’ te verhuren. Ook kunnen de calls inzicht bieden in de mate waarin makelaars bekend zijn met antidiscriminatiewetgeving en welke strategieën zij inzetten om tot het resultaat te komen dat de klant (verhuurder) wenst. Aan mystery calls zitten echter ook een aantal beperkingen en bezwaren. Zo meet de methode slechts de intentie tot discriminatie en niet zozeer de daadwerkelijke discriminatie. Daarnaast is net als bij praktijktesten het bezwaar dat de gebelde dienstverlener niet op de hoogte is van het onderzoek en geen toestemming heeft kunnen geven om deel te nemen. Een ander veelgenoemd bezwaar is dat een

12 Verhaeghe, P.P., Coenen, A., Demart, S., Van der Bracht, K. en Van de Putte, B. (2017). Discrimibrux - Discriminatie door vastgoedmakelaars

op de private huurwoningmarkt van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Gent: Vakgroep Sociologie, Universiteit Gent. 13 Van der Bracht, K., Verhaeghe, P.P. & Van de Putte, B. (2015). Gelijke toegang tot huisvesting voor elke Gentenaar: Onderzoeksrapport. Gent: Universiteit Gent. 14 Verhaeghe, Pieter-Paul & Van der Bracht, Koen, 2020. "How many correspondence tests are enough to detect discrimination among single agents? A longitudinal study on the Belgian real estate market," GLO Discussion Paper Series 678, Global Labor Organization (GLO).

6

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021 mystery call een vorm van uitlokking en misleiding is. Bij een mystery call doet een beller zich voor als klant, zonder daadwerkelijk iets te willen kopen. Dit probleem wordt door diverse onderzoekers erkend. De nadelen hiervan wegen echter niet op tegen de voordelen: om discriminatie te kunnen bestrijden, is deze vorm van misleiding een kleine prijs om te betalen.15

15 Verhaeghe, P.P., Coenen, A., Demart, S., Van der Bracht, K. en Van de Putte, B. (2017). Discrimibrux - Discriminatie door vastgoedmakelaars

op de private huurwoningmarkt van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Gent: Vakgroep Sociologie, Universiteit Gent.

7

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021

II.

Correspondentietesten

In dit rapport onderzoeken we of en in welke mate discriminatie voorkomt bij woningverhuur. Dit doen we door middel van correspondentietesten. Het onderzoek beperkt zich tot de eerste fase van woningverhuur: het al dan niet uitgenodigd worden om een woning te bezichtigen. In dit hoofdstuk beschrijven we de aanpak, analyse en resultaten van de correspondentietesten.

1. Aanpak Net als in veel andere reeds afgeronde onderzoeken naar discriminatie bij woningverhuur, hebben we correspondentietesten uitgevoerd om vast te stellen of - en zo ja, in welke mate - er sprake is van discriminatie in de eerste fase van woningverhuur in Amsterdam. In dit onderzoek is zowel discriminatie op grond van etnische achtergrond als op grond van seksuele gerichtheid getest. Bij correspondentietesten reageren twee quasi-identieke kandidaat-huurders op eenzelfde huuradvertentie. Deze kandidaat-huurders verschillen alleen op de te onderzoeken discriminatiegrond van elkaar. Er is gekozen om Marokkaans klinkende mannennamen te gebruiken voor het testprofiel en Nederlands klinkende mannennamen voor het controleprofiel bij de testen op grond van etnische achtergrond. In het landelijke onderzoek naar discriminatie bij woningverhuur was discriminatie namelijk het grootst bij mannen met een Marokkaans klinkende naam in vergelijking met mannen met een Nederlandse klinkende naam.16 Bij de testen op grond van seksuele gerichtheid bestond het testprofiel uit twee Nederlands klinkende mannennamen en het controleprofiel uit een Nederlands klinkende mannennaam en een Nederlands klinkende vrouwennaam. In de berichttekst werd duidelijk gemaakt dat het ging om koppels en niet om familie of vrienden (bijvoorbeeld door te schrijven over ‘mijn partner en ik’).

We gebruikten namen die duidelijk als ofwel mannelijk ofwel vrouwelijk geïnterpreteerd worden. In alle testen reageerde het testprofiel steeds als eerste op de advertentie van de huurwoning, het controleprofiel ongeveer drie uur later. We gaan er in dit onderzoek van uit dat iemand die eerder reageert op een huurwoning, meer kans maakt op een bezichtiging. De berichten van beide profielen waren steeds in foutloos Nederlands geschreven en waren overeenkomstig in lengte en stijl. In de berichten werd gevraagd of de woning bezichtigd kan worden. Na het uitsturen van de berichten werden de reacties van aanbieders van de woning via e-mail, voicemail en sms gedurende elf dagen bijgehouden. Vervolgens codeerden we de reacties en bekeken we of er verschillen zaten in de reacties aan het testprofiel en aan het controleprofiel. Omdat beide profielen quasi-identiek zijn en slechts verschillen op de te onderzoeken discriminatiegrond, is eventuele ongelijke behandeling toe te schrijven aan discriminatie op de onderzochte discriminatiegrond. De correspondentietesten zijn op dezelfde manier uitgevoerd en geanalyseerd als de testen in het landelijke onderzoek. Daardoor kunnen we de testen uit dit landelijke onderzoek over huurwoningen in Amsterdam gebruiken en zijn er minder aanvullende testen nodig om tot een betrouwbaar resultaat te komen.

Overeenkomstig met het landelijke onderzoek reageerden we alleen op advertenties met een maximale huurprijs van 1.500 euro die aangeboden werden op de website Pararius. Pararius is een veelgebruikt woonplatform waar ongeveer 65% van alle huurwoningen wordt aangeboden.17 Via een

16 Hoogenbosch, A. en Fiere, B. (2021). Gelijke kansen op een huurwoning in Nederland? Monitor Discriminatie bij Woningverhuur.

Rotterdam: Art.1/RADAR. 17 NOS (2020). Helft aangeboden huurcontracten inmiddels tijdelijk, 'flexibilisering schiet door'. 8 december 2020. Hilversum: Nederlandse Omroep Stichting.

8

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021 webscrapingprogramma haalden we voor iedere testronde ongeveer 2.500 meest recente advertenties met een huurprijs niet hoger dan 1.500 euro van Pararius. We gebruikten alle advertenties in Amsterdam, waarbij we erop letten dat een aanbieder per testronde slechts 1 keer getest werd. Uiteindelijk heeft dit na 3 testrondes 354 geslaagde correspondentietesten opgeleverd, 183 voor etnische achtergrond en 171 voor seksuele gerichtheid. Een correspondentietest is geslaagd als zowel het test- als het controleprofiel een bericht naar de aanbieder heeft kunnen sturen. Wanneer het testprofiel wel een bericht heeft gestuurd, maar er door het controleprofiel geen mogelijkheid meer was om de aanbieder te berichten via Pararius, is de test niet geslaagd. Deze advertentie wordt niet verder meegenomen in het onderzoek. De aanvullende testen zijn uitgevoerd van februari tot april 2021. Vanuit het landelijke onderzoek waren voor beide onderzochte discriminatiegronden bijna 120 testen te gebruiken. Dit brengt het totaal aantal geslaagde testen op grond van etnische achtergrond op 301. Bij seksuele gerichtheid zijn er in totaal 290 geslaagde testen uitgevoerd. In onderstaande tabel wordt het totaal aantal uitgevoerde correspondentietesten bij advertenties van huurwoningen in Amsterdam weergegeven. Tabel 1.

Overzicht aantal testen Discriminatiegrond Test Etnische achtergrond Seksuele gerichtheid

Marokkaanse man Nederlandse man Homoseksueel stel heteroseksueel stel Totaal

Mei-sept 2020

Feb-apr 2021

Totaal

vs 118

183

301

vs 119

171

290

237

354

591

2. Analyse Na het uitsturen van de berichten hielden we gedurende elf dagen de reacties van de aanbieders van de huurwoningen bij. Zowel de e-mailberichten als de voicemails als de sms’jes zijn geregistreerd en vervolgens gecodeerd. De codering is gedaan door twee onderzoekers om subjectiviteit zoveel mogelijk uit te sluiten. In dit onderzoek is net als in het landelijke onderzoek gebruikgemaakt van elf codes. Deze codes zijn grotendeels gebaseerd op eerder onderzoek van Pieter-Paul Verhaeghe. In dit onderzoek is een positieve reactie een uitnodiging voor een bezichtiging (al dan niet met een verzoek om meer informatie) en het verzoek om contact op te nemen om een afspraak te maken voor een bezichtiging. Vervolgens vergeleken we de reacties die het testprofiel ontving met de reacties aan het controleprofiel. Er zijn verschillende combinaties van reacties mogelijk; beide kandidaat-huurders worden uitgenodigd om de woning te bezichtigen (a), het controleprofiel krijgt een uitnodiging om de woning te bezichtigen en het testprofiel niet (b), het testprofiel krijgt een uitnodiging om de woning te bezichtigen en het controleprofiel niet (c), beide profielen worden niet uitgenodigd voor een bezichtiging (d). Testpersoon

Controlepersoon

Uitgenodigd Niet uitgenodigd

Uitgenodigd a c

Niet uitgenodigd b d

9

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021 Om discriminatie in de eerste fase van woningverhuur te kunnen vaststellen, gingen we na of het testprofiel minder vaak werd uitgenodigd voor een bezichtiging dan het controleprofiel. Hiervoor gebruikten we de netto-discriminatiegraad, die als volgt wordt berekend: (b – c) Netto-discriminatiegraad = (a + b + c) De netto-discriminatiegraad geeft het percentage aan van huuradvertenties waarbij het testprofiel niet wordt uitgenodigd voor een bezichtiging en het controleprofiel wel. Hiervoor wordt eerst de positieve discriminatie (c) afgetrokken van de negatieve discriminatie (b) en vervolgens gedeeld door alle advertenties waarbij ten minste één van de kandidaat-huurders is uitgenodigd voor een bezichtiging (a+b+c). De formule houdt rekening met toevallige ongelijke behandeling, bijvoorbeeld wanneer de mail van één van beide kandidaat-huurders over het hoofd wordt gezien. Toevallige ongelijke behandeling zou net zoveel moeten voorkomen bij het testprofiel als bij het controleprofiel. De grootte van de toevallige ongelijke behandeling wordt geschat met de positieve discriminatie (het testprofiel wordt wel uitgenodigd voor een bezichtiging en het controleprofiel niet). Door de positieve discriminatie af te trekken van de negatieve discriminatie krijgt men de netto-discriminatiegraad.

Met de situatie waarin beide kandidaat-huurders geen uitnodiging ontvangen voor een bezichtiging of een andere of helemaal geen reactie ontvangen, wordt in lijn met eerder onderzoek geen rekening gehouden.18 Het argument daarvoor is dat er in deze situaties geen informatie is over discriminatoire intenties bij uitnodiging voor een bezichtiging. Discriminatiegraden die groter zijn dan nul wijzen op discriminatie van het testprofiel, in dit geval de persoon met de Marokkaans klinkende mannennaam of het homoseksuele stel. Discriminatiegraden die kleiner zijn dan nul kunnen wijzen op discriminatie van het controleprofiel; de persoon met de Nederlands klinkende naam of het heteroseksuele stel. Voordat we hier uitspraken over kunnen doen, moeten de netto-discriminatiegraden statistisch getoetst worden. Hiervoor gebruikten we de McNemar-toets. Het resultaat van de McNemar-toets wordt uitgedrukt in een p-waarde. Deze geeft de kans weer dat de berekende netto-discriminatiegraden toevallig afwijken van nul. Hoe kleiner de pwaarde, hoe groter de kans dat de verschillen in reacties tussen beide kandidaat-huurders niet op toeval berusten. Net als in veel ander sociaalwetenschappelijk onderzoek, beschouwen we resultaten met een p-waarde van 0,05 of kleiner als significant.

3. Resultaten In deze paragraaf bespreken we de resultaten van de correspondentietesten. Etnische achtergrond In totaal zijn er 301 geslaagde testen op grond van etnische achtergrond uitgevoerd op huuradvertenties in Amsterdam. Het profiel met de Marokkaans klinkende mannennaam werd in totaal 119 keer uitgenodigd voor de bezichtiging van een huurwoning. Dat is drie keer minder dan het profiel met de Nederlands klinkende naam, waarvoor 122 keer een uitnodiging werd ontvangen.

18 Verhaeghe, P.P. en Van der Bracht, K. (2020) : How many correspondence tests are enough to detect discrimination among single agents?

A longitudinal study on the Belgian real estate market, GLO Discussion Paper, No. 678, Global Labor Organization (GLO), Essen.

10

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021

Tabel 2. Resultaten correspondentietesten etnische achtergrond Marokkaanse man

Nederlandse man

Uitgenodigd Niet uitgenodigd

Uitgenodigd 101 18

Niet uitgenodigd 21 161

De netto-discriminatiegraad van de man met Marokkaans klinkende naam ten opzichte van de man met Nederlands klinkende naam is 2%, maar dit resultaat is niet significant (p = 0,63). Dit betekent dat mannen met een Marokkaans klinkende naam niet significant vaker of minder vaak worden uitgenodigd voor de bezichtiging van een huurwoning in Amsterdam dan mannen met een Nederlands klinkende naam. Deze uitkomst is in lijn met het landelijke onderzoek waarbij in de vier grote steden (G4) samen geen significant verschil in reacties aan de man met Marokkaans klinkende naam en de man met Nederlands klinkende naam werd gevonden. Onderzoek van RIGO uit 2020 toonde wel discriminatie op grond van etnische achtergrond in de eerste fase bij woningverhuur in Amsterdam aan. Voor de man met een Arabische naam was daar de netto-discriminatiegraad 15% (significant bij een betrouwbaarheid van 90%, p<0,1) bij 62 correspondentietesten. De verschillende uitkomsten in beide onderzoeken hebben mogelijk te maken met een aantal verschillen in onderzoeksopzet. Zo verschilde de maximale huurprijs van de advertenties en werden in het onderzoek van RIGO alleen zelfstandige woonruimtes onderzocht, terwijl in dit onderzoek ook gedeelde woonruimtes zijn opgenomen. Ook in de analyse zijn verschillende keuzes gemaakt.

In het onderzoek van RIGO werd gevraagd of een woning nog beschikbaar was en zijn alle reacties waarbij minimaal werd aangegeven dat de woning nog beschikbaar was en de kandidaathuurder daarvoor in aanmerking kon komen, gecodeerd als een positieve reactie. In dit onderzoek zijn alleen uitnodigingen voor een bezichtiging of een verzoek om contact op te nemen om een bezichtiging in te plannen als positieve reactie gecategoriseerd. Ten slotte heeft RIGO in hun onderzoek advertenties gebruikt van Funda, terwijl in dit onderzoek alleen advertenties van Pararius zijn opgenomen. Seksuele gerichtheid Op grond van seksuele gerichtheid zijn er in Amsterdam 290 geslaagde correspondentietesten uitgevoerd. Bij deze testen ontving het heteroseksuele stel iets vaker (124 keer) een uitnodiging voor een bezichtiging dan het homoseksuele stel (114 keer). Tabel 3. Resultaten correspondentietesten seksuele gerichtheid Homoseksueel stel

Heteroseksueel stel

Uitgenodigd Niet uitgenodigd

Uitgenodigd 98 16

Niet uitgenodigd 26 150

11

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021 De netto-discriminatiegraad bij deze reacties is 7%. Echter, ook dit resultaat is niet statistisch significant (p = 0,12). Homoseksuele stellen worden niet significant vaker of minder vaak uitgenodigd voor de bezichtiging van een huurwoning. Dit resultaat komt overeen met het landelijke onderzoek, waarin ook geen discriminatie op grond van seksuele gerichtheid in de eerste fase van woningverhuur werd aangetoond.

4. Conclusie resultaten correspondentietesten In de 301 correspondentietesten die zijn uitgevoerd op grond van etnische achtergrond ontving het profiel met de Marokkaans klinkende mannennaam net iets minder vaak een uitnodiging om de woning te bezichtigen dan het profiel met de Nederlands klinkende mannennaam. Het verschil is te klein om te kunnen spreken van een statistisch significant verschil en daarmee van discriminatie van mannen met een Marokkaans klinkende naam in de eerste fase bij woningverhuur in Amsterdam. Dit resultaat is in lijn met het landelijke onderzoek, waarin op het niveau van de G4 samen ook geen discriminatie van mannen met Marokkaanse klinkende namen werd aangetoond. Eerder onderzoek van RIGO uit 2020 leverde wel significante verschillen op tussen het profiel met een niet-Nederlandse naam en het profiel met een Nederlandse naam. Verschillen in onderzoeksopzet tussen beide onderzoeken zijn een mogelijke verklaring voor het verschil in uitkomsten. Het is ook denkbaar dat maatschappelijke ontwikkelingen hebben geleid tot een afname van discriminatie in de eerste stap van het verhuurproces. De toegenomen aandacht voor het onderwerp discriminatie bij woningverhuur, de coronapandemie en de Black Lives Matter-beweging kunnen hier een rol in hebben gespeeld.

In de correspondentietesten op grond van seksuele gerichtheid ontving het heteroseksuele stel vaker een uitnodiging voor een bezichtiging dan het homoseksuele stel. Ook bij deze testen is het verschil in reacties niet groot genoeg om te kunnen spreken van discriminatie van homoseksuele stellen. Deze uitkomst komt eveneens overeen met de landelijke monitor.

12

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021

III.

Mystery calls

Naast het daadwerkelijke (al dan niet discriminerende) gedrag van aanbieders van huurwoningen, onderzoeken we in dit onderzoek de bereidheid om in te gaan op een discriminerend verzoek door middel van mystery calls. Het gaat hierbij om de intentie van de aanbieder, het gesprek krijgt geen concreet vervolg. In dit hoofdstuk beschrijven we de aanpak en de resultaten van de mystery calls.

1. Aanpak In deze paragraaf beschrijven we hoe de makelaars zijn geselecteerd en vervolgens hoe de acteurs te werk zijn gegaan tijdens de belrondes. Selectie van makelaars en belrondes Voor de mystery calls zijn makelaars geselecteerd die huurwoningen aanbieden in Amsterdam. Hierbij is deels gebruikgemaakt van de gevoerde telefoongesprekken uit het landelijke onderzoek. Van de 105 makelaars waarmee een ‘geslaagd gesprek’ is gevoerd voor dit landelijke onderzoek, hadden twee makelaars een Amsterdams werkgebied. Daarnaast zijn aanvullende gesprekken gevoerd met makelaars die op Pararius de meeste huurwoningen in Amsterdam aanbieden. De belrondes hebben plaatsgevonden in oktober 2020 en januari 2021. Tijdens de belrondes zijn in totaal 60 makelaars gebeld die werkzaam zijn in de gemeente Amsterdam. Van deze 60 telefoontjes, hebben er 42 geleid tot een zogenaamd ‘geslaagd gesprek’ dat bruikbaar is voor dit rapport. De overige 18 makelaars waren niet telefonisch bereikbaar of gaven aan geen woningen (meer) te verhuren voor particuliere verhuurders. Werkomschrijving De gesprekken in de eerste ronde zijn uitgevoerd door een acteur met een mannennaam en dito klinkende stem. In de tweede belronde zijn de gesprekken uitgevoerd door een acteur met een vrouwennaam en -stem.

Ter voorbereiding op de gesprekken hebben de acteurs een omschrijving gekregen van zijn/haar verhuurdersprofiel, de fictieve woning en de reden van verhuur van deze woning. Daarnaast zijn de acteurs uitgebreid gebriefd over de manier waarop de gesprekken uitgevoerd dienden te worden. Gespreksleidraad Elk telefoongesprek begint met een introductie van de acteur waarin hij of zij zichzelf als verhuurder voorstelt. De verhuurder legt uit te gaan verhuizen naar de woning van zijn/haar vriend/vriendin, maar is nog niet toe aan het verkopen van zijn/haar eigen woning en wil daarom de woning verhuren. De fictieve verhuurder geeft nadrukkelijk aan dat hij/zij belt om vrijblijvende informatie in te winnen over hoe de makelaar te werk gaat. Na deze korte introductie verloopt het gesprek op natuurlijke wijze, waarbij de acteur meer informatie geeft over de woning, zoals de straatnaam, de grootte van de woning, en de prijs die hij/zij in gedachten heeft. Na enkele algemene vragen te hebben gesteld en wanneer vertrouwen is opgebouwd in het gesprek, stelt de verhuurder de vraag: “Ik wil dat mijn appartement goed onderhouden wordt. Vrienden van mij hebben slechte ervaringen gehad met allochtonen.

Zou het daarom mogelijk zijn om niet te verhuren aan allochtonen?” Vervolgens luistert de acteur naar het antwoord van de makelaar en stelt wanneer nodig een of meerdere verduidelijkende of bevestigende 13

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021 vragen. Hierna rondt de acteur vriendelijk het gesprek af en geeft hij/zij aan nog te moeten nadenken over de samenwerking en erop terug te komen. Discriminerende vraag De keuze om de vraag op deze manier te stellen is gebaseerd op eerdere onderzoeken die in Nederland zijn uitgevoerd. Zo luidde de vraagstelling in het onderzoek van De Groene Amsterdammer in 2018 eveneens of het mogelijk is om niet te verhuren aan ‘allochtonen’.19 Daarnaast lijkt het woord ‘allochtoon’ nog steeds een gebruikelijk woord om mensen aan te duiden die zogezegd ‘nietNederlands’ zijn.20 De wijze waarop het discriminerende verzoek wordt ingeleid, namelijk de negatieve ervaringen van vrienden, is gebaseerd op het mechanisme van ‘statistische’ ofwel ‘risicovermijdende’ discriminatie. Hierbij wordt gediscrimineerd vanwege een risico-inschatting waarbij mensen uit bepaalde groepen als een hoger risico worden ingeschat op grond van stereotypen. Script Om de gesprekken zoveel als mogelijk op eenzelfde manier te laten verlopen, is een gestandaardiseerd script gebruikt. Het script is hieronder weergegeven en op basis van eerder onderzoek opgesteld.21 Hoewel de gesprekken zoveel mogelijk zijn gestandaardiseerd, blijft het uitvoeren van de mystery calls mensenwerk. Hierdoor zijn kleine verschillen in het verloop van de gesprekken mogelijk.

In het script wordt verwezen naar de buurt van de woning die de fictieve klant wil verhuren. Voor de calls die in Amsterdam zijn uitgevoerd is een fictief adres gebruikt, namelijk: een galerijflat van 63 m2 in Delflandpleinbuurt West. Script mystery calls TESTER: Goeiedag, u spreekt met <voornaam + achternaam>. Ik heb een appartement in <buurt>, maar ga binnenkort verhuizen naar het huis van mijn nieuwe vriend. Ik zou mijn appartement daarom graag verhuren. Het gaat om een appartement met twee slaapkamers en ik dacht aan een huurprijs van <huurprijs> euro per maand. Ik weet echter weinig van de huurwetgeving af en zou daarom met een makelaar willen werken. Ik vraag me wel af hoeveel zoiets kost en hoe jullie te werk gaan. Ik bel daarom om wat vrijblijvende informatie in te winnen. MAKELAAR:

Antwoord gegeven door de makelaar.

De tester luistert dan eerst naar de uitleg van de makelaar. De tester klinkt geïnteresseerd en stelt eventueel een aantal korte bijvragen ter informatie.

19 Elibol, R. en Tielbeke, J. Onderzoek discriminatie op de woningmarkt: Rachid is ook gewoon een nette jongen. De Groene Amsterdammer,

28 maart 2018. 20 Leerkes, A. en Dagevos, J. (2016). Herziening van de termen ‘autochtoon’ en ‘allochtoon’ is nodig: afschaffen, hernoemen of herdefiniëren? Artikel op www.socialevraagstukken.nl 21 Verstaete, J. en Verhaeghe, P.P. (2019). Ethnic discrimination upon request? Real estate agents’ strategies for discriminatory questions of clients. Journal of Housing and the Built Environment, 35: 703–721(2020)

14

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021 TESTER:

Ok, dat klinkt goed. [men geeft de indruk dat de tester echt geïnteresseerd is]. Ik heb wel nog een bijkomende vraag. [Stilte, men wordt hier wat onwennig/minder zakelijk] Ik wil dat mijn appartement goed onderhouden wordt. Vrienden van mij hebben slechte ervaringen gehad met allochtonen. Zou het daarom mogelijk zijn om niet te verhuren aan allochtonen?

MAKELAAR:

Antwoord gegeven door de makelaar.

TESTER:

Oké, bedankt voor de informatie. Het is nu allemaal veel duidelijker voor me. Ik ga alles nog even laten bezinken en ik laat nog iets weten als ik met jullie wil samenwerken.

2. Analyse De telefoongesprekken zijn opgenomen en getranscribeerd. Vervolgens is op twee manieren naar deze gesprekken gekeken: kwantitatief en kwalitatief. Kwantitatieve analyse Aan de hand van de transcripties zijn codes toegekend aan de passages waarbij de makelaar antwoord geeft op de discriminerende vraag van de verhuurder. De codering is gedaan aan de hand van vijf codes, die gebaseerd zijn op een Belgisch onderzoek.22 De vijf codes staan in onderstaande tabel beschreven. Iedere reactie is door twee onderzoekers gecodeerd om subjectiviteit bij het toekennen van de codes zoveel mogelijk uit te sluiten. De codes kunnen verwerkt worden tot een kwantitatief resultaat, waarbij inzicht wordt gegeven in de percentages per code. In de volgende paragraaf worden de resultaten beschreven. Tabel 4. Codebeschrijvingen mystery calls Codenummer Beschrijving 1 2

3

4

De categorie “geen discriminatie” verwijst naar de makelaars die onmiddellijk weigerden mensen met een migratieachtergrond (‘allochtonen’) te discrimineren. De tweede categorie “discriminatie” omvat alle makelaars die ermee instemden te discrimineren door mensen met een migratieachtergrond (‘allochtonen’) te weigeren of te ontmoedigen of door een lijst samen te stellen van huurkandidaten met alleen mensen zonder migratieachtergrond. De derde categorie “geen antwoord” omvat de makelaars die verklaarden dat ze “dergelijke zaken” niet telefonisch wilden bespreken en dus de eigenaar uitnodigden op kantoor, of antwoordden dat ze deze dingen eerst met de baas moesten bespreken. De vierde categorie “strenge selectie” bevat de makelaars die voorstelden huurders te selecteren op basis van andere niet-etnische criteria (taalvaardigheid, gepercipieerd fatsoen) die echter een negatieve impact kunnen hebben op etnische minderheden.

22 Deze codes zijn opgesteld door Verstaete, J. en Verhaeghe, P.P. (2019). Ethnic discrimination upon request? Real estate agents’ strategies

for discriminatory questions of clients. Journal of Housing and the Built Environment, 35: 703–721(2020)

15

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021 5

De laatste categorie “aanbieding” verwijst naar de makelaars die voorstelden om een lijst van huurkandidaten samen te stellen waaruit de eigenaar vervolgens een geschikte huurder zou kunnen selecteren. Deze makelaars weigerden echter een lijst met alleen mensen zonder migratieachtergrond (‘autochtonen’) samen te stellen, maar door een lijst samen te stellen vergemakkelijken ze de mogelijke discriminatie door de eigenaar in de laatste fase van het verhuurproces.

Kwalitatieve analyse De gesprekken zijn daarnaast ook kwalitatief geanalyseerd. Hiervoor zijn labels toegekend aan opvallende punten uit de gesprekken. Hierdoor zijn bepaalde patronen waarneembaar geworden. In paragraaf 4 wordt deze kwalitatieve analyse beschreven.

3. Resultaten in percentages De resultaten van de 42 geslaagde mystery calls zijn in het onderstaande cirkeldiagram weergegeven. Van alle gebelde makelaars, waren er 13 (gelijk aan 31%) niet bereid om mee te werken aan het discriminerende verzoek van de fictieve verhuurder (code 1). Het merendeel van de makelaars ging wel direct of indirect in op dit verzoek. Eveneens 13 makelaars waren bereid om een selectie van alleen huurders met een Nederlandse achtergrond samen te stellen (code 2). In 26% van de gevallen (11) vertelde de makelaar dat de uiteindelijke keuze bij de verhuurder ligt (code 5). Ten slotte gaven 5 makelaars aan te selecteren aan de hand van andere criteria die mensen direct of indirect kunnen uitsluiten (code 4). Figuur 1. Resultaten mystery calls in aantallen en percentages

11; 26%

13; 31%

Code 1 ''geen discriminatie'' Code 2 ''discriminatie'' Code 3 ''geen antwoord'' Code 4 ''strenge selectie''

5; 12%

Code 5 ''aanbieding'' 0; 0%

13; 31%

Deze resultaten komen deels overeen met eerder onderzoek. In het landelijke onderzoek en het onderzoek van RIGO was het aandeel makelaars dat wilde meewerken aan het discriminerende verzoek ook rond de 30%. Echter, het aandeel makelaars dat niet inging op het verzoek verschilt wel van de resultaten van deze eerdere onderzoeken. Zo was in het landelijke onderzoek het percentage makelaars dat niet inging op de discriminerende vraag lager (namelijk 14%) dan in dit onderzoek.23 In het 23 Hoogenbosch, A. en Fiere, B. (2021). Gelijke kansen op een huurwoning in Nederland? Monitor Discriminatie bij Woningverhuur.

Rotterdam: Art.1/RADAR.

16

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021 onderzoek van RIGO was het aandeel makelaars dat niet wilde meewerken aan het verzoek hoger, namelijk 66%.24 Dit verschil hangt samen met de gebruikte categorisering van de reacties in de twee onderzoeken. RIGO codeerde de reacties aan de hand van drie categorieën, twee minder dan in dit onderzoek. De reacties waarbij makelaars aangaven dat de uiteindelijke beslissing door de verhuurder gemaakt wordt, viel in het onderzoek van RIGO onder de categorie ‘geen discriminatie’. In dit onderzoek vallen deze reacties onder code 5.

4. Resultaten uit kwalitatieve analyse In deze paragraaf worden de resultaten van de kwalitatieve analyse gepresenteerd. Hierbij is geprobeerd zo dicht mogelijk bij de bewoording van de makelaars zelf te blijven door veel citaten te bieden. “Niemand uitsluiten” In het cirkeldiagram in de vorige paragraaf is te zien dat 13 makelaars (één derde) aan de telefoon aangaven niet mee te werken aan een discriminerend verzoek. Hierbij gaven zij nadrukkelijk aan niemand uit te sluiten en geen onderscheid te maken op afkomst. Bovendien laat een kleine groep makelaars (4) niet alleen blijken niet mee te willen werken aan het discriminerende verzoek omdat dit verboden is, maar ook omdat dit volgens hen moreel onverantwoord is. Ook waren er meerdere makelaars die beargumenteerden dat ‘slecht huurderschap’ niet aan afkomst ligt en dat in iedere groep “een pechgeval” kan zitten. Zo reageerden deze makelaars bijvoorbeeld als volgt: “Het [slecht huurderschap] is ook niet een cultuurtechnisch ding waar je tegenaan loopt.

Het is een individueel ding” of “Nee je kan niemand uitsluiten…Weet je wat het is, dat is dan die ervaringen die uw relatie heeft met buitenlanders, maar je hebt ook Nederlandse ingezetenen die niet netjes zijn of Indiërs die wel of niet netjes zijn of Duitsers die wel of niet netjes zijn, dus dat kan je niet maken.” Na dit antwoord probeerden deze makelaars het vertrouwen van de verhuurder alsnog te winnen door te benadrukken dat ze zorgvuldig screenen. Een kanttekening die bij deze resultaten genoemd dient te worden, is dat 1 van de 13 makelaars tijdens het telefoongesprek liet blijken zich bewust te zijn van het feit dat zij deel uitmaakte van het onderzoek. “Maar natuurlijk” Een derde van de makelaars (13) was bereid om mee te werken aan het discriminerende verzoek (code 2). Deze makelaars gaven aan dat zij verhuurders - hun klanten - goed willen bedienen en daarom bereid zijn rekening te houden met zijn of haar voorkeuren. Zo luidden de antwoorden van deze makelaars bijvoorbeeld: “Ja, dat zou in principe kunnen.

Wij willen de verhuurder tevredenstellen, dus als u bepaalde wensen heeft dan kan je dat doorgeven ja” of “Maar natuurlijk, als u al aangeeft van: nou we gaan met elkaar in zee, maar ik wil echt gewoon een Westerse expat of wat dan ook, ja dan ga ik gewoon met niemand anders aankloppen bij u dan met personen waarmee u eventueel iets wilt afsluiten.” Deze makelaars lijken de klant dus te willen overtuigen om met hen samen te werken door te benadrukken dat ze met alle wensen rekening kunnen houden. Onder de 13 makelaars die gecodeerd zijn met code 2, lieten 7 makelaars uit hun reactie blijken zich bewust te zijn van het feit dat het meewerken aan het verzoek verboden is. Dit blijkt bijvoorbeeld wanneer ze vertelden “voorzichtig” te moeten zijn met de wensen van de verhuurder en de wens niet 24 Kromhout, S., Wittkämper, L. en Cozijnsen, E. (2020). Rapport: Discriminatie op de Amsterdamse woningmarkt. Praktijktesten in de

particuliere huursector. Amsterdam: RIGO.

17

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021 in een advertentie te vermelden. Makelaars stellen in deze gevallen bijvoorbeeld: “Dan moeten we heel erg oppassen. Dat kan je natuurlijk nooit op voorhand zo in een advertentie zetten” of “U kunt dan natuurlijk altijd aangeven wat uw voorkeur heeft, maar we mogen dat natuurlijk niet zo communiceren.” Het feit dat deze makelaars zich ervan bewust zijn dat het verzoek discriminatoir is, weerhoudt hen er dus niet van om mee te werken. Deze resultaten zijn in lijn met de resultaten van het landelijke onderzoek. “Ter goedkeuring aan u voordragen” Van de 42 makelaars gaven er 11 aan niet op voorhand te selecteren (op basis van afkomst), maar zij benadrukten wel dat de verhuurder de uiteindelijke beslissing neemt (code 5). Deze makelaars vertelden dan bijvoorbeeld: “Ik kan niet op voorhand zomaar zeggen die mensen [‘allochtonen’] komen er niet in. Ik ga wel altijd in overleg wanneer kandidaten zich aandragen, dat u altijd mag beslissen of u dat wil ja of nee” of “Kijk, bij ons zijn gewoon alle kandidaten welkom. Het is uiteindelijk uw appartement, dus wij zullen gewoon iedereen uitnodigen, maar we zullen uiteindelijk wel een kandidaat eerst ter goedkeuring aan u voordragen.” Van de 11 makelaars die code 5 hebben gekregen, blijken 3 makelaars zich bewust te zijn van het feit dat het verzoek discriminatoir is.

Zo geeft een makelaar bijvoorbeeld aan: “Wij bezichtigen met iedereen en daar discrimineren we niet in zeg maar. Dan stellen we wel iedereen aan jou voor dus als jij zegt, ik wil dat niet dan kan je die persoon niet kiezen.” Deze makelaars werken dus niet direct mee aan het verzoek, maar prijzen daarbij wel aan dat de verhuurder het voor het zeggen heeft. Hiermee maken ze discriminatie door de verhuurder indirect alsnog mogelijk. “We zeggen dat het al verhuurd is” Makelaars waarbij de codes 2 en 5 toegekend zijn, blijken verschillende strategieën te hebben om bepaalde typen mensen uit te sluiten en tot een resultaat te komen naar tevredenheid van de verhuurder. Zo legde een makelaar bijvoorbeeld uit: “Ja, als ik misschien een keertje een Indiër aan de telefoon krijg, kunnen we zeggen dat het al verhuurd is of iets dergelijks.” Een andere makelaar vertelde hoe hij bepaalde kandidaten alsnog kan afwijzen na een bezichtiging: “Meestal is het gewoon dat we ze uitleggen van: we hebben een andere kandidaat daar was de klik beter bij of we zeggen iets in de trant van de financiële zekerheid speelde mee.” Ook wezen sommige makelaars (3) de verhuurder erop dat zij geen reden hoeven op te geven waarom ze een bepaalde kandidaat afwijzen.

Zo adviseerde een makelaar: “Het is altijd onder voorbehoud van de verhuurder, dus u hoeft geen reden te geven waarom u een bepaalde persoon niet als huurder wil. Het is dus dan beter om dat niet te zeggen in dit geval.” Het onderbuikgevoel Uit de gesprekken met de makelaars die code 1, 2, en 5 hebben gekregen, blijkt dat subjectiviteit een grote rol speelt in de selectie van huurders. Zo geven meerdere makelaars (8) aan niet alleen te selecteren op basis van (objectieve) criteria zoals het maandinkomen en BKR-noteringen, maar ook op basis van hun ‘gevoel’. Makelaars zeggen dan bijvoorbeeld: “Kijk, wij doen een check natuurlijk op inkomsten; dat moet afdoende zijn om de woning te huren. Verder gaat het ook om mijn onderbuikgevoel van, vind ik het nette mensen of niet.” Daarnaast geven sommige makelaars ook de verhuurder de mogelijkheid om zelf kandidaat-huurders af te wijzen op basis van subjectieve indrukken. Makelaars vertellen dan bijvoorbeeld: “… En als u zegt: op papier is het goed, maar het gevoel heb ik niet bij die mensen, dan gaan we gewoon verder zoeken.” Door te selecteren op deze subjectieve indrukken cq. ‘onderbuikgevoel’ is het onduidelijk welke kenmerken precies worden meegewogen tijdens het selectieproces. Bovendien is hierbij het risico aanwezig dat deze subjectieve beoordeling onbedoeld 18

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021 huurkandidaten uit bepaalde groepen benadeelt. Zo kan een grotere rol van subjectiviteit de kans vergroten dat niet-relevante persoonskenmerken gaan meewegen in de selectie van huurders. Vooroordelen en structurele ongelijkheden kunnen dan toch een rol gaan spelen in het selectieproces. Dit betekent dat de manier waarop de selectie tot stand komt uiteindelijk kan leiden tot discriminerende uitkomsten.25 ‘Allochtonen’ en ‘expats’ Alle gebelde makelaars blijken de term ‘allochtoon’ op verschillende manieren te interpreteren. Zo blijkt uit de reacties van de makelaars dat ze niet alleen Nederlanders met een migratieachtergrond tot deze groep rekenen, maar ook niet-Nederlandse personen die naar Nederland komen om te werken. Binnen deze laatstgenoemde groep blijken voornamelijk kansrijke, hoogopgeleide arbeidsmigranten - ofwel ‘expats’ - aantrekkelijke huurkandidaten te zijn. Zo zouden deze ‘expats’ volgens de makelaars ‘goede huurders’ zijn vanwege hun goede salaris, bepaald ‘gepercipieerd fatsoen’ en connectie met een gerenommeerd bedrijf. Daarnaast vertelde een makelaar: “Het is een hele grote groep.

En het is eigenlijk ook wel een fijne groep, want vaak komen ze voor het werk bijvoorbeeld en weet u ook wel weer dat ze waarschijnlijk weer weggaan, dus dat u dan gewoon weer uw woning in uw bezit heeft.” Deze positieve eigenschappen blijken sommige makelaars ervan te weerhouden om in te gaan op het verzoek om ‘allochtonen’ buiten te sluiten. Zo reageerde een makelaar als volgt op de discriminerende vraag: “Je verkleint je markt, maar dat kan wel. Maar dan gaat het misschien langer duren.” Echter, uit de gesprekken blijkt dat niet alle ‘expats’ even gewilde huur-kandidaten zijn. Zo laten sommige makelaars uit hun reacties blijken een duidelijke voorkeur te hebben voor ‘expats’ uit een aantal specifieke landen. Dit is bijvoorbeeld te lezen in het volgende citaat: “Nou is het zo dat wel met bepaalde doelgroepen, we wat ervaring hebben afgelopen… Ik doe het dertig jaar. Dan weet ik ook wel van die Duitser en die Japanner die zijn allemaal topmensen, Scandinaviërs vaak ook wel.” ‘Expats’ uit een aantal andere landen lijken daarentegen minder gewilde kandidaten te zijn. Zo verklaarde een makelaar bepaalde groepen bij voorbaat uit te sluiten: “Er zijn twee landen die ik gewoon uitsluit en dat heeft gewoon te maken omdat die mensen een andere levensstijl hebben.

Die [Pakistaanse en Indiase huurders] wonen je huis helemaal uit, omdat die van koken houden en niet van schone huizen houden, dus die twee landen, die sluit ik uit.” Dit laat zien dat ongeacht de manier waarop makelaars de term ‘allochtoon’ interpreteren, zelfs indien ze denken dat het gaat om zogenaamde ‘expats’, er discriminerende uitspraken worden gedaan en aan mensen uit bepaalde landen kenmerken worden toegedicht die gebaseerd zijn op stereotypen.

5. Conclusie resultaten mystery calls De resultaten van de 42 mystery calls laten zien dat 31% van de makelaars niet wilde meewerken aan het discriminerende verzoek van de fictieve verhuurder. Deze makelaars benadrukten dat ze niemand uitsluiten en dat ze geen onderscheid kunnen maken in afkomst. Dit aandeel is groter dan in het landelijke onderzoek. Hierin gaf slechts 14% aan niet te willen meewerken met het discriminerende verzoek. In het onderzoek van RIGO was twee derde van de makelaars niet bereid om mee te werken aan dit verzoek. Echter, in het onderzoek van RIGO vielen ook makelaars die aangaven dat de uiteindelijke beslissing bij de verhuurder ligt in deze categorie, terwijl daar in dit onderzoek een aparte categorie voor is gemaakt.

25 Hoogenbosch, A. en Dibbets, A. (2019). ‘Normale verhuurders willen gewoon normale huurders’. Veldverkenning discriminatie bij

woningverhuur. Rotterdam: Art.1/RADAR.

19

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021 De overige makelaars (69%) waren wel bereid om direct of indirect, bewust of onbewust, mee te werken aan dit verzoek. In 31% van deze gevallen ging de makelaar in op het discriminerende verzoek en was de makelaar bereid om ‘allochtone’ huurders uit te sluiten. Deze makelaars gaven aan de klant tevreden te willen stellen en te willen voldoen aan de wensen van de verhuurder. In 26% van de gevallen werkte de makelaar indirect mee aan het discriminerende verzoek door de uiteindelijke beslissing aan de verhuurder over te laten. Deze makelaars benadrukten met iedereen te bezichtigen maar gaven vervolgens wel aan dat de verhuurder de eindkeuze heeft, wat alsnog tot een discriminerende uitkomst kan leiden. Deze makelaars, die direct of indirect meewerkten aan het verzoek, stelden verschillende strategieën voor om op een Nederlandse huur-kandidaat te kunnen uitkomen. Van de 29 makelaars die direct of indirect meewerkten aan het verzoek (codes 2, 4 en 5), liet bijna een derde (10) blijken zich bewust te zijn van het discriminatoire karakter van het verzoek. Dit resultaat is vergelijkbaar met de resultaten van het landelijke onderzoek waarin minstens een derde van de makelaars zich hiervan bewust was.

Wat opvalt, is dat makelaars huur-kandidaten niet alleen op basis van objectieve criteria selecteren, maar ook op basis van subjectieve criteria. Zo benadrukten meerdere makelaars dat zij bereid waren om huurkandidaten af te wijzen als zij of de verhuurder geen ‘goed gevoel’ hadden bij een huurkandidaat. Wat daarnaast opvalt, is dat sommige makelaars terughoudend zijn om direct in te stemmen met het discriminerende verzoek van de fictieve verhuurder omdat hiermee in hun ogen kansrijke huurders worden uitgesloten. Verschillende makelaars blijken namelijk een voorkeur te hebben voor kansrijke, hoogopgeleide arbeidsmigranten, ofwel ‘expats’. Deze ‘expats’ zouden volgens de makelaars ‘goede huurders’ zijn vanwege hun goede salaris en bepaald ‘gepercipieerd fatsoen’. Echter, ook binnen deze categorie expats wordt onderscheid gemaakt op basis van het land waar de expat vandaan komt vanwege bepaalde vooroordelen en stereotype beelden over mensen uit bepaalde landen.

20

Resultaten correspondentietesten en mystery calls in Amsterdam, mei 2021

IV. Conclusie In dit rapport is aan de hand van correspondentietesten en mystery calls onderzocht of er sprake is van discriminatie bij woningverhuur in Amsterdam. Uit de resultaten van 301 geslaagde correspondentietesten op grond van etniciteit blijkt dat personen met een Marokkaans klinkende mannennaam niet significant vaker of minder vaak worden uitgenodigd voor de bezichtiging van een huurwoning in Amsterdam dan personen met een Nederlands klinkende mannennaam. Deze uitkomst is in lijn met de uitkomsten van het landelijke onderzoek, waarin ook geen systematische discriminatie op grond van etnische achtergrond binnen de vier grootste gemeenten samen is aangetoond. Eerder onderzoek dat in 2020 in Amsterdam is uitgevoerd door RIGO, toonde wel een significant verschil aan tussen personen met een niet-Nederlandse naam en personen met een Nederlandse naam. Een mogelijke verklaring hiervoor zijn de verschillen in de onderzoeksopzet tussen beide onderzoeken. Daarnaast is het mogelijk dat verschillende maatschappelijke ontwikkelingen zoals de coronapandemie, de Black Lives Matter-beweging en de toegenomen aandacht voor discriminatie (op de woningmarkt) hebben geleid tot een afname van discriminatie op grond van etnische achtergrond in de eerste fase van woningverhuur.

De 290 geslaagde correspondentietesten op grond van seksuele gerichtheid tonen eveneens geen discriminatie op grond van seksuele gerichtheid aan in de eerste fase van het verhuurproces. Homostellen worden niet significant vaker of minder vaak uitgenodigd voor de bezichtiging van een huurwoning in Amsterdam. Deze resultaten komen overeen met de resultaten uit de landelijke monitor, waarin ook geen discriminatie jegens homostellen is aangetoond. Dit betekent echter niet dat er geen discriminatie voorkomt in latere fases van het verhuurproces. Hoewel de uitkomsten van de correspondentietesten geen structurele discriminatie in de eerste fase bij woningverhuur laten zien, zijn er wel signalen dat discriminatie op grond van etnische achtergrond (in latere fasen van het verhuurproces) in Amsterdam voorkomt. De in totaal 42 geslaagde mystery calls lieten zien dat bijna een derde van de makelaars inging op het discriminerende verzoek om ‘allochtone’ huurders uit te sluiten. Dit is in lijn met zowel het landelijke onderzoek als het onderzoek van RIGO in Amsterdam uit 2020. Daarnaast werkte een kwart van hen indirect mee door de uiteindelijk beslissing aan de verhuurder over te laten, wat alsnog tot een discriminerende uitkomst kan leiden. Van de Amsterdamse makelaars gaf 31% aan niet mee te willen werken aan het discriminerende verzoek van de fictieve verhuurder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10972750/1