CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoordracht wijzigingsverordening verordening onderwijshuisvesting.docx

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 14 december 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Wijzigen van de Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2020 (VN2022-041658)1.733 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nummer < automatisch > Directie

< automatisch >

Voordracht voor de Raadsvergadering van 21 december 2022

Portefeuille Agendapunt Datum besluit

Onderwijs < automatisch > College van B en W 29 november 2022 Onderwerp

Wijziging van de Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2020 De gemeenteraad van Amsterdam besluit

I.

II. III.

Vast te stellen de tweede Wijzigingsverordening Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2020 zoals opgenomen in de bijlage, waarvan de belangrijkste punten zijn:  Vervallen hogere ruimtenorm lesgebouwen in het Internationaal Geaccrediteerd Basis- en Voortgezet Onderwijs;  Verhoging normbedragen met 34%;  Introductie locatie gebonden toeslagen. Kennis te nemen van de mogelijke inhoudelijke consequenties van de verhoging van het normbedrag in de verordening. Kennis te nemen van het feit dat op grond van bijlage IV, art. 1, derde lid van de verordening een eventuele negatieve indexering leidt tot het naar beneden bijstellen van het aan het schoolbestuur beschikbaar te stellen bedrag.

Wettelijke grondslag

Artikel 6.12 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 Artikel 102 van de Wet op het Primair Onderwijs Artikel 100 van de Wet op de Expertisecentra Artikel 147 van de Gemeentewet Bestuurlijke achtergrond

Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2020 vastgesteld bij raadsbesluit van 28 april 2020 (Gemeenteblad nr. 126629). Onderbouwing besluit

Ad. I De Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2020 (hierna: verordening) wordt op drie punten substantieel gewijzigd c.q. aangevuld: 1.

Vervallen hogere ruimtenorm lesgebouwen in het Internationaal Geaccrediteerd Basis- en Voortgezet Onderwijs; 2. Verhoging normbedragen met 34%; 3. Introductie locatie gebonden toeslagen. Daarnaast wordt de verordening op enkele plaatsen tekstueel en/of regeltechnisch gewijzigd. 1. Vervallen hogere ruimtenorm lesgebouwen in het Internationaal Geaccrediteerd Basis- en Voortgezet Onderwijs

De huidige verordening kent een specifieke (hogere) ruimtenorm voor het zogenaamd Internationaal Geaccrediteerd Basis- en Voortgezet Onderwijs (IGBO en IGVO). Deze hogere ruimtenormering is onder andere toegepast ten behoeve van het internationaal onderwijs op de Amsterdam International Community School (AICS) in stadsdeel Zuid en Zuidoost. In het Amsterdams Coalitieakkoord 2022 – 2026 is opgenomen dat deze hogere ruimtenorm voor toekomstige investeringen wordt geschrapt. Deze ruimtenorm is daarom verwijderd uit artikel 22 bijlage III en wordt daarmee gelijk getrokken met het regulier onderwijs. De ruimtenorm voor het gymnastiekonderwijs voor Internationaal Geaccrediteerd Onderwijs blijft ongewijzigd. Deze norm komt nu al vrijwel overeen met de ruimtenorm in het regulier primair en voortgezet onderwijs. 2.Verhoging normbedragen met 34% De huidige normbedragen zijn in de praktijk niet toereikend voor het (ver)nieuwbouwen en uitbreiden van schoolgebouwen. Op verzoek van de afdeling Maatschappelijke Voorzieningen hebben twee gespecialiseerde bureaus op het gebied van bouwkostencalculatie (Vaecon en BBN) het normbudget voor de stichtingskosten van een zogenaamde referentieschool (2.255 m2 bvo in het primair onderwijs en 8.770 m2 bvo in het voortgezet onderwijs) opnieuw berekend. Het gemiddelde van beide bureaus vormt de basis voor de nieuwe normbedragen in de verordening.

Feitelijk komt dit neer op een verhoging van de normbedragen met 34% ten opzichte van de huidige normbedragen die zijn gebaseerd op het prijspeil januari 2021. De nieuwe normbedragen zijn gebaseerd op prijspeil januari 2023. In essentie wordt de kostenstijging veroorzaakt door drie aspecten: 1. Marktontwikkelingen (23%); 2. Aanscherpen eisen/regelgeving en gasloos d.m.v. stadswarmte (8%); 3. Aanscherpen van onderwijskundige uitgangspunten (3%). Marktontwikkelingen (23%) De algemene bouwkosten zijn hard gestegen. De hoofdingrediënten van een nieuw gebouw zijn de inzet van materialen, personeel en energie. Op alle drie deze onderdelen heeft een uitzonderlijke prijsontwikkeling plaatsgevonden. De geopolitieke situatie drijft energiekosten tot een ongekend niveau en leidt tot verdere schaarste aan bouwmateriaal, een ontwikkeling die door de corona-pandemie al was ingezet. Het landelijke gebrek aan personeel doet zich in de zware beroepen sterker voor dan in andere sectoren. Technisch geschoold personeel is niet meer te vinden. In Amsterdam is het personeelstekort het grootst. Bouwbedrijven die voorheen wel naar Amsterdam móesten komen omdat elders geen werk was, opteren nu voor projecten dichter bij huis. Extra regelgeving, bereikbaarheid, parkeerkosten en milieuzones maken het voor veel bedrijven niet aantrekkelijker om in Amsterdam aan de gang te gaan.

Aangescherpte eisen/regelgeving (8%) Zowel landelijke als gemeentelijke regelgeving is de laatste jaren aangescherpt en bijgesteld. Deze vereisten zijn nu meegenomen in de norm.  Landelijke aanscherpingen van de regelgeving betreft aanpassing van het bouwbesluit. Denk daarbij aan aangescherpte eisen m.b.t. Frisse Scholen (o.a. koeling), verhoogde isolatiewaarden, veiligheidseisen en arbo-eisen (extra investering basisschool ca. 3% à € 195.000).  Gasloos bouwen d.m.v. stadswarmte (extra investering basisschool ca. 5% à € 315.000)

Aanscherpen kwalitatieve uitgangspunten onderwijs (3%) De prijsstijging is, door de marktontwikkeling en aangescherpte eisen, zo hoog dat er weinig ruimte is voor op onderwijs gerichte kwalitatieve aanpassingen. De wijzigingen zijn gericht op enkele elementen die als standaard kunnen worden beschouwd in een schoolgebouw. Er is bijvoorbeeld in de oude norm geen rekening gehouden met leerpleinen, waarbij gangzones de kwaliteit moeten hebben voor leerlingen om in groepjes zelfstandig te werken. Dat betekent dat deze ook moeten voldoen aan hogere ventilatie-eisen, verlichting, vaste inrichting etc. Daarnaast is de tribunetrap een vast onderdeel van een schoolgebouw geworden (extra investering basisschool ca. 3% à € 208.000). Op basis van een systematiek die eveneens is opgenomen in de verordening, worden de normbedragen jaarlijks geïndexeerd. Een eventuele daling van de bouwkosten in de toekomst betekent een bijstelling van de normbedragen naar beneden (negatieve indexering). 3. Introductie locatiegebonden toeslagen Naast landelijke eisen is gemeentelijke regelgeving ingevoerd, die wisselend van toepassing is per project. Dat gaat om de volgende onderdelen:  Zo geldt rainproof (hemelwaterverordening) wel voor de hele stad, maar alleen voor nieuwbouw en niet voor renovaties.

 Trillingvrij- en geluidsarm heien is vooral van toepassing in hoogstedelijk gebied en geldt logischerwijs niet bij renovaties.  Met betrekking tot het verwarmen van (school)gebouwen is het stedelijk gehanteerde uitgangspunt gasloos bouwen (in geval van renovaties onder voorbehoud van haalbaarheid). Voor plekken waar geen aansluitplicht op stadsverwarming is, of waar geen koeling via stadswarmte wordt aangeboden, komt een toeslag voor een warmtepomp.  Tot slot wordt een extra bedrag toegekend aan kavels die niet vrij indeelbaar zijn (hogere vormfactor). Dit zorgt voor meerkosten als gevolg van specifieke eisen aan het ontwerp van het gebouw. Deze toeslagen zitten niet in de standaardnorm, maar worden aanvullend toegekend als dat aan de orde is. Ad. II De ophoging van de normvergoeding heeft geen direct financieel effect op de begroting. De investeringen t.b.v. onderwijshuisvesting worden binnen het bestaande plafond ingepast. Het betekent echter wel dat aanzienlijk minder projecten opgenomen kunnen worden op het OHP 2024 en de jaren daarna. Ten eerste omdat de bouwkosten met 34% zijn gestegen (prijspeil jan 2023 t.o.v. jan 2021) en het investeringsplafond in de begroting (slechts) met 10%. Ten tweede omdat voor een deel van de lopende projecten meerkosten nodig zijn en deze eveneens ingepast moeten worden binnen het plafond.

Het vervangingsritme van de schoolgebouwen in de stad gaat als gevolg hiervan nog verder omlaag. Het niet ophogen van de normvergoeding is hierin geen oplossing, omdat de voorgestelde aanpassing (grotendeels) een correctie is naar werkelijke kosten op de gestelde eisen voor de bouw. De gemeente heeft als wettelijke taak het voorzien in voldoende huisvesting voor onderwijs. Dit heeft ook in de verordening de eerste prioriteit. Bij een gelijkblijvend bekostigingsplafond, betekent dit dat de investeringen ten behoeve van de groei van de stad (nieuwe bewoners, en dus nieuwe leerlingen) beslag legt op de volledige investeringsruimte. Risico hiervan is dat de gemeente het tempo van de groei van de stad niet langer kan bijbenen en daarmee niet kan voorzien in voldoende onderwijsgebouwen. Ook raakt de vervanging en renovatie van bestaande scholen (nog verder) achterop en komt de verduurzaming van de bestaande voorraad als gevolg van de kostenstijgingen verder in het gedrang.

Bij behandeling in uw college van de Voorjaarsnota 2024 en het geactualiseerde Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (Q3 2023) worden de effecten en mogelijke consequenties aan u voorgelegd. Ad. III De normbedragen worden nu fors verhoogd. Het is denkbaar dat binnen nu en enkele jaren sprake is van een daling van de bouwkosten. In dat geval worden de normbedragen negatief geïndexeerd. Feitelijk komt dat neer op het verlagen van de normbedragen. Deze verlaging is ook van toepassing op projecten die reeds zijn toegekend op het huidige of zelfs een eerder onderwijshuisvestingsprogramma. De verordening kent daarvoor namelijk de volgende specifieke bepaling (bijlage IV artikel 1 lid 3): “Indien het jaar van aanbesteding afwijkt van het jaar van toekenning van de voorziening, is het prijspeil van het jaar van aanbesteding bepalend voor het beschikbaar te stellen bedrag.”

Een voorbeeld: Op het onderwijshuisvestingsprogramma 2024 wordt nieuwbouw toegekend aan een basisschool met een normbedrag van € 8 miljoen. Dat bedrag is gebaseerd op de normbedragen die per 1 januari 2023 van kracht zijn. Eind 2023 blijkt dat de normbedragen voor het kalenderjaar 2024 negatief worden geïndexeerd met 10%. In 2024 vindt de aanbesteding plaats. Omdat de normbedragen negatief zijn geïndexeerd, wordt 10% minder beschikbaar gesteld, namelijk € 7,2 miljoen in plaats van € 8 miljoen. Door bovenstaande bepaling in de verordening is het definitief beschikbaar te stellen bedrag altijd in lijn met het prijspeil op het moment van aanbesteding. Financiële onderbouwing

Financiële onderbouwing: Nee

Investeringsvoorstel Tabel: Basisgegevens investering Investeringssom

€

Rentepercentage

%

Afschrijvingstermijn (jaar) Kapitaallasten Aanvang kapitaallasten MIP nummer

Tabel: Financiële consequenties van de beslispunten

BATEN

€

Product

I/S

Jaar T

Jaar T+1

Jaar T+2

Jaar T+3

<naam>

<nr.>

<I/S>

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

<naam>

<nr.>

<I/S>

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

<naam>

<nr.>

<I/S>

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

Totaal LASTEN Product

I/S

Jaar T

Jaar T+1

Jaar T+2

Jaar T+3

<naam>

<nr.>

<I/S>

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

<naam>

<nr.>

<I/S>

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

<naam>

<nr.>

<I/S>

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

Totaal

I=Incidenteel S=Structureel

Consequenties gedekt?

<Ja / Nee / Gedeeltelijk>

Overige toelichting: Het wijzigen van de verordening door het verhogen van de normbedragen heeft als zodanig geen financiële consequenties. De investeringen onderwijshuisvesting moeten binnen het bestaande plafond ingepast worden. Het betekent wel dat met een gelijk blijvend investeringsplafond voor het Onderwijshuisvestingsprogramma (OHP) 2024 en verder, aanzienlijk minder projecten opgenomen kunnen worden. Conclusie: <vrije tekst> Geheimhouding

N.v.t.

Welke stukken treft u aan? Registratienr.

Naam

< automatisch >

Bekendmaking besluit

< automatisch >

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

OJZD, Afdeling Maatschappelijke Voorzieningen, Martijn Droog, 0653119074 m.droog@amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12129618/1