CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoordracht wijziging Huisvestingsverordening 2022.docx

Raadscommissie Wonen en Bouwen 3 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen wijzigingen in de Huisvestingsverordening per 2022 (ZD2021-013800)3.213 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nummer < automatisch > Directie

< automatisch >

Voordracht voor de Raadsvergadering van 10 november 2021

Portefeuille Agendapunt Datum besluit

Wonen en Bouwen < automatisch > College van B en W 12 oktober 2021 Onderwerp

Vaststellen wijzigingen in de Huisvestingsverordening per 2022 De gemeenteraad van Amsterdam besluit

1. De Wijzigingsverordening Huisvestingsverordening Amsterdam 2022 vast te stellen, zoals opgenomen in bijlage 1, met de volgende wijzigingen: a. Verplichtingen platforms toeristische verhuur; b. Regeling voor beheercoöperaties (‘woongemeenschappen’); c. Stadsdeelvoorrangsregeling voor bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen; d. Politie toevoegen aan de voorrangsregeling voor beroepsgroepen; e. Wijzigingen toewijzingsregels woonwagens en rolstoelwoningen; f. Invoering enkele vrijstellingen op vergunningplichten wat betreft woonruimtevoorraad (woningvorming van kamers, anti-kraak en landingsplekken internationale studenten); g. Wijziging van de Verordening op het lokaal bestuur in verband met de uitvoering van artikel 22 Wet op de lijkbezorging (eenzame uitvaarten); h. Inwerkingtreding per 1 januari 2022 (met uitzondering van enkele subonderdelen). 2. Het tweede actualiseringsbesluit van het Beleidskader Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 vast te stellen, zoals opgenomen in bijlage 2, waarin: a. Het beleid ten aanzien van toeristische verhuur wordt geactualiseerd met de verplichtingen voor platforms voor toeristische verhuur; en, b. De regels over de verdeling van sociale huurwoningen worden geactualiseerd, onder andere met het nieuwe regionale puntensysteem voor woonruimteverdeling. 3.

Kennis te nemen van de nota van beantwoording van het college naar aanleiding van het inspraakvoorstel (bijlage 3), de reactie van het college op de adviezen van de stadsdelen (bijlage 4) en het collegebesluit ter wijziging van de Nadere regels bij de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (bijlage 5). Wettelijke grondslag

Huisvestingswet 2014, artikel 4, eerste lid (j.o. artikel 2 van de Huisvestingswet) De gemeenteraad kan uitsluitend bij verordening voor de duur van ten hoogste vier jaar regels geven met betrekking tot het in gebruik nemen of geven van goedkope woonruimte en wijzigingen in de bestaande woonruimtevoorraad. Gemeentewet, artikel 147, eerste lid Gemeentelijke verordeningen worden door de raad vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe niet bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of de burgemeester

is toegekend. Gemeentewet, artikel 149 De raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt. Wet op de lijkbezorging, artikel 22 De kosten, verbonden aan de bezorging van lijken waarvoor de burgemeester zorg draagt, daaronder begrepen lijken die uit zee worden aangebracht, komen ten laste van de gemeente. Voor zover zij door de bij de lijken gevonden, niet klaarblijkelijk aan anderen toebehorende goederen of gelden niet kunnen worden gedekt, kan de gemeente die kosten verhalen op de nalatenschap en, bij ongenoegzaamheid van deze, op de bloed- en aanverwanten, die krachtens de artikelen 392-396 van Boek I van het Burgerlijk Wetboek tot onderhoud van de overledene verplicht zouden zijn geweest, dan wel de werkgever indien en voor zover kosten van de lijkbezorging op grond van artikel 720, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek voor diens rekening komen. Paragraaf 6.5 van de Participatiewet is voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing. Bestuurlijke achtergrond

De Huisvestingswet geeft de gemeenteraad de bevoegdheid om met een huisvestingsverordening te sturen op de verdeling van schaarse huurwoningen en op het behoud en de samenstelling van de woonruimtevoorraad door middel van vergunningplichten voor onttrekking van woonruimte, omzetting naar onzelfstandige bewoning (kamerverhuur), samenvoeging van woonruimten, vorming van nieuwe woonruimten of toeristische verhuur. Op grond van de Huisvestingswet heeft een huisvestingsverordening een maximale geldigheid van vier jaar. Iedere vier jaar moet een schaarsteonderzoek worden gedaan en afhankelijk daarvan kan een nieuwe huisvestingsverordening worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft eind 2019 de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 vastgesteld. De Huisvestingsverordening heet daarom tot aan 2024 Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (HVV 2020). Wel kan de HVV 2020 tot aan 2024 tussentijds met wijzigingsverordeningen worden aangepast. Ieder jaar wordt een verzamelwijziging voorbereid om het beleid in de Huisvestingsverordening op onderdelen te veranderen. Het college heeft het voorstel tot wijziging van de HVV per 2022 op 31 mei 2021 vrijgeven voor inspraak en heeft de stadsdeelbesturen gevraagd om advies. De inspraakperiode liep tot en met 11 juli 2021. De Nota van beantwoording en de reactie van het college aan de stadsdelen zijn bijgevoegd evenals de stadsdeeladviezen zelf.

Onderbouwing besluit

Ad 1. De Wijzigingsverordening Huisvestingsverordening Amsterdam 2022 vast te stellen, zoals opgenomen in bijlage 1, met de volgende wijzigingen: a. Verplichtingen platforms toeristische verhuur; De Wet toeristische verhuur die hiervoor vorig jaar is aangenomen door het parlement geeft nieuwe mogelijkheden, zoals de registratieplicht voor toeristische verhuur die Amsterdam dit jaar heeft ingevoerd. Tijdens de behandeling van het Wetsvoorstel toeristische verhuur van woonruimte in de Tweede Kamer zijn amendementen

aangenomen en heeft de regering ook in een laat stadium zelf nog dingen aangepast. Dit was te laat om nog mee te nemen met de HVV 2021. Bovendien trad een deel van deze bepalingen ook pas in werking wanneer zij groen licht kregen van de Europese Commissie (EC). Het Rijk heeft deze bepalingen inmiddels bij de EC genotificeerd en er is groen licht op gekomen. Dat betekent dat deze in werking treden per 1 juli 2021. Twee verplichtingen voor platforms gelden direct op basis van de Huisvestingswet zelf maar worden volledigheidshalve in de verordening opgenomen en twee verplichtingen dienen gemeenten echt zelfstandig in te voeren middels een huisvestingsverordening (zie onderscheid hieronder). Regel staat in de Huisvestingswet en geldt direct voor heel Nederland, maar ter verduidelijking wordt regel opgenomen in de Huisvestingsverordening i.c.m.

het vastleggen van de boete: - Een verbod om advertenties zonder registratienummer te publiceren voor platforms + boete van €8.700 bij overtreding - Een verplichting om aanbieders te informeren over de geldende wet- en regelgeving voor het legaal aanbieden van woonruimte voor toeristische verhuur + boete van €8.700 bij overtreding Regel wordt van kracht na implementatie in de Huisvestingsverordening per 2022: - Verhuurverbod van een jaar bij recidive + de aanwijzing dat platforms die advertenties moeten verwijderen (geen boete mogelijk); - Mogelijkheid om platforms te verbieden om advertenties t.a.v. een huis dat over het nachtencriterium heen is, te tonen op hun website + boete van €8.700 bij overtreding. b. Regeling voor woongemeenschappen in sociale huurwoningen van woningcorporaties; In het eindrapport van de uitwerking van het Actieplan Wooncoöperaties ‘Aan de slag met wooncoöperaties!’ zoals in het college vastgesteld op 12 mei 2020 zijn wijzigingsvoorstellen van de Huisvestingsverordening aangekondigd om de toewijzing van woningen in wooncoöperaties te regelen. Voor particuliere wooncoöperaties is hier bij wijziging van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2021 in voorzien. Voor wooncoöperaties gevormd met sociale huurwoningen van woningcorporaties worden nu voorstellen gedaan.

Belangrijk onderdeel van een dergelijke woongemeenschap is dat nieuwe bewoners kunnen worden gekozen middels coöptatie. De woningcorporatie blijft in dit geval echter de verhuurder en eigenaar van het vastgoed en voor ingebruikname van deze sociale huurwoningen bevat de Huisvestingsverordening uitgebreide toewijzingsregels. Om coöptatie voor woongemeenschappen mogelijk te maken moet in de Huisvestingsverordening ruimte worden gecreëerd. In afstemming met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (hierna: BZK) wat betreft de mogelijkheden binnen de Huisvestingswet en met woningcorporaties over uitvoerbaarheid en bestaande situaties is het volgende voorstel gevormd: Woongemeenschappen worden uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht en dus van de woonruimteverdelingsregels in de Huisvestingsverordening. Op deze manier is er alle ruimte voor een eigen inrichting van coöptatie en het aanhouden van eigen wachtlijsten. De woningen blijven evenwel deel uitmaken van de sociale woningvoorraad. De hiervoor geldende inkomenseisen uit hoofde van de Woningwet blijven onverminderd van toepassing. Woongemeenschappen zijn door woningcorporaties bij de gemeente aangemeld voor de uitzondering. Deze woongemeenschappen worden in een bijlage bij de verordening genoemd en uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht.

c. Stadsdeelvoorrangsregeling voor bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen; Op verzoek van enkele stadsdelen, zoals stadsdeel Zuidoost, wordt voorgesteld het per 2022 mogelijk te maken in de Huisvestingsverordening complexen aan te wijzen waarop zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang krijgen bij eerste verhuur (nieuwbouw- of transformatiecomplexen). Dit wordt als volgt voorgesteld: - Na afstemming met de eigenaar kunnen complexen in een bijlage van de Huisvestingsverordening aangewezen worden als complex waarvoor geldt dat voor 25% van de woningen in het complex bij eerste oplevering zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang hebben. Desgewenst kunnen, na overleg met de eigenaar, complexen door stadsdeelbestuurders worden voorgedragen voor deze regeling. - De bewoners die stadsdeelvoorrang krijgen, zijn bewoners die de afgelopen tien jaar minstens zes jaar onafgebroken in het stadsdeel waarin het complex staat, wonen of hebben gewoond. Dit is de definitie van lokale maatschappelijke binding op basis van de Huisvestingswet. Woningcorporaties zijn voornemens met de app Qii te gaan werken. - De voorrang geldt alleen bij eerste verhuring (bij nieuwbouwcomplexen, maar mogelijk bijvoorbeeld ook bij transformatieprojecten). Na het jaar van eerste verhuring wordt het complex uit de bijlage bij de verordening verwijderd.

- De voorrang kan gelden voor complexen van marktpartijen en op den duur ook voor complexen van woningcorporaties met sociale huurwoningen. Voor komend jaar heeft alleen stadsdeel Zuidoost een complex aangemeld voor deze stadsdeelvoorrangsregeling (complex Paasheuvelweg 17). Dat komt omdat overeenstemming met de eigenaar en oplevering van een complex een proces van langere adem is. Dit is echter een aanloopeffect en de verwachting is dat voor 2023 meer complexen zullen worden aangemeld. De stadsdelen zijn in ieder geval goed op de hoogte en bereiden complexen voor de regeling voor per 2023. Het aantal complexen dat elk jaar wordt aangedragen dient wel gemonitord te worden zodat er niet meer dan 25% van het aantal huisvestingsvergunningen met lokale binding wordt toegewezen (grens aan lokale voorrang vanuit de Huisvestingswet). d.

Politie toevoegen aan de voorrangsregeling voor beroepsgroepen en doelmatigheidsaanpassingen; Met de Huisvestingsverordening 2020 is een voorrangregeling voor werknemers in het onderwijs en in de zorg waar een tekort aan is in Amsterdam ingevoerd. Zij hebben voorrang op bepaalde woningen (zowel in het particuliere segment als in corporatiebezit). Op basis van onderzoek naar de tekorten bij de politie en de relatie tot huisvesting is in de collegevergadering van 5 april 2021 in het college besloten per 2022 politie aan de voorrangsregeling voor beroepsgroepen toe te voegen. Daarnaast wordt de regeling in algemene zin voorgesteld aan te passen om de toewijzing van woningen op grond van deze voorrangsregeling doelmatiger te laten verlopen. De werkwijze met de kandidatenlijsten wordt aangepast, er komt een maximum aantal woningweigeringen te gelden en de rangschikking tussen het soort woonprobleem wordt losgelaten. Tot 2022 gold dat binnen de beroepsgroepen als eerst personen die een aflopend huurcontract hadden, dan personen die verder dan 20 kilometer van hun werklocatie woonden en dan personen zonder eigen woning (nog bij ouders wonend of op kamers) in aanmerking kwamen, maar deze volgordebepaling was in de uitvoeringspraktijk niet goed te realiseren vanwege de specifieke passendheid die nodig

is en het vele aantal weigeringen van kandidaten. Tot slot wordt voorgesteld per 2022 doorstromers uit de sociale sector toe te voegen als voorrangscategorie voor het middeldure woningaanbod. De gemeente zag onder de huidige categorieën spoedzoekers weinig animo voor middeldure woningen terwijl er wel aanbod is voor de beroepsgroepen in dit segment en op basis van onderzoek wel bekend is dat er werknemers zijn die op zoek zijn naar een middeldure huurwoning. e. Wijzigingen toewijzingsregels woonwagens en rolstoelwoningen; Wat betreft de toewijzingsregels voor woonwagenstandplaatsen worden aanpassingen in de toewijzing voorgesteld die zijn voortgekomen uit het woonbehoeftenonderzoek en uit overleg met de bewonerscommissie voor woonwagens welke ook als input dienden voor het nieuwe Beleidskader Woonwagens en standplaatsen dat binnenkort aan de raad zal worden aangeboden. De aanpassingen zien met name op het verbeteren van de positie van spijtoptanten en starters. Voor starters wordt voorgesteld dat ze hun plek op de Amsterdamse wachtlijst behouden indien ze tijdelijk in een andere gemeente wonen en studeren, en ook indien ze een aangeboden standplaats met een huurwoonwagen accepteren op een andere locatie dan waar ze met hun ouders/verzorgers hebben gewoond.

Hiermee voorkomen we dat starters niet naar een standplaats met huurwagen gaan maar blijven wachten op een plek op hun eigen woonwagenlocaties. Wel verliest men de status van starter nadat men een aanbieding voor een standplaats op de eigen woonwagenlocatie heeft gehad. Voor spijtoptant als categorie op de wachtlijst wordt voorgesteld de termijn van drie jaar uit de regel te halen, zodat de aan Amsterdam gebonden voormalige woonwagenbewoners hun status als spijtoptant behouden. Daarmee behouden spijtoptanten een hogere positie op de wachtlijst ten opzichte van de woningzoekenden zonder binding met Amsterdam en/of zonder woonwagenverleden. Om tot een betere verdeling te komen van rolstoelwoningen wordt voorgesteld om de toewijzingsvolgorde aan te passen wat betreft grotere rolstoelwoningen. Het voorstel is om gezinnen met één of twee kinderen voorrang te geven op rolstoelwoningen met drie kamers en op rolstoelwoningen met vier kamers voorrang te geven aan gezinnen met drie of meer kinderen. Momenteel krijgen grotere gezinnen voorrang op rolstoelwoningen met vijf kamers, maar omdat er daar erg weinig van zijn moet deze groep vaak lang wachten op een woning.

In afwijking van de in het voorstel opgenomen algemene inwerkingtreding op 1 januari 2022 wordt voorgesteld de wijziging rolstoelwoningen per 1 juli 2022 in werking te laten treden in verband met aanpassingen die in WoningNet nodig zijn. f.

Invoering enkele vrijstellingen op vergunningplichten wat betreft woonruimtevoorraad (woningvorming van kamers, anti-kraak en landingsplekken internationale studenten); Woningvorming van kamers In Amsterdam wordt kamerverhuur gereguleerd met de omzettingsvergunning waarvoor quota zijn ingevoerd in 2020. Daarnaast bestaat er woningvormen, wat in de Huisvestingswet wordt gedefinieerd als het verbouwen van een woonruimte tot twee of meer woonruimten. In Amsterdam werd dit geïnterpreteerd als het verbouwen van een zelfstandige woning naar meerdere zelfstandige woningen. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 18 november 20201 echter geoordeeld dat wanneer in een woning een extra kamer wordt gerealiseerd voor onzelfstandige bewoning er ook sprake is van woningvormen. Dat betekent dat er overlap tussen beide bestaat. Een handeling is dan zowel kamerverhuur als woningvormen, waar voor beide een vergunning aangevraagd zou moeten worden. 1 ECLI:NL:RVS:2020:2778, zie https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@123291/201909131-1-a3/

Omdat woningvormen naar kamers nu niet in de Huisvestingsverordening is opgenomen, kan hiervoor echter geen vergunning worden verleend. Hierdoor is het op dit moment niet mogelijk een extra kamer te realiseren in een woning die wordt gebruikt voor kamerverhuur. Bijvoorbeeld door een grote zolder in tweeën te delen. Voorgesteld wordt een vrijstelling op te nemen voor het woningvormen van kamers bij kamerverhuur. De wijziging herstelt de situatie van voor de uitspraak van de Raad van State. Het realiseren van een extra kamer bij kamerverhuur wordt weer mogelijk en dit wordt gereguleerd met één vergunning: de vergunning voor kamerverhuur. Kamerverhuur blijft daarnaast gereguleerd via deze vergunning volgens het kamerverhuurbeleid, waarin voorwaarden zijn opgenomen over bijvoorbeeld het aantal kamers, aantal bewoners per kamer en de geluidsisolatie. Dit maakt het beleid niet nodeloos complex en beperkt de bureaucratische last voor de burger. De wijziging beoogt het beleid weer zo te maken zoals dat gold tot aan de uitspraak van de Raad van State, maar dan op een juridisch juiste manier. Anti-kraak en landingsplekken internationale studenten Daarnaast wordt voorgesteld een juridische verbetering aan te brengen ten aanzien van anti-kraak en landingsplekken voor internationale studenten van instellingen voor hoger onderwijs.

Juridisch gezien is alleen sprake van wonen wanneer de hoofdfunctie wonen is en bewoners voornemens zijn minimaal zes maanden in de woning te wonen. Bij antikraaksituaties en de huisvesting van internationale studenten door hoger onderwijsinstellingen kan juridisch sprake zijn van onttrekking omdat er korter wordt gewoond maar er worden in de praktijk geen onttrekkingsvergunningen voor aangevraagd. Hierdoor ontstaan formeel illegale situaties. Voor deze twee vormen van onttrekking wordt daarom voorgesteld een vrijstelling op de onttrekkingsvergunningplicht op te nemen in de verordening. In het geval van anti-kraak moet het gaan om in gebruik geven om niet als bedoeld in artikel 1777 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek en de landingsplekken voor internationale studenten moeten door instellingen voor hoger onderwijs worden verhuurd als landingsplek en voor kort verblijf. Met de invoering van de Wet toeristische verhuur is er de mogelijkheid om vrijstelling te verlenen op de vergunningplicht voor vormen van onttrekken. Het is daarom mogelijk voor deze situaties een vrijstelling op de vergunningplicht te geven. Dit betreft een beleidsneutrale juridische oplossing. g.

Wijziging van de Verordening op het lokaal bestuur in verband met de uitvoering van artikel 22 Wet op de lijkbezorging (eenzame uitvaarten); Op 30 november 2017 zijn de takenlijst en het bevoegdhedenregister vastgesteld, die als bijlagen 2 en 3 bij de Verordening op het lokaal bestuur zijn opgenomen, waarin de taken en bevoegdheden staan die het college en de burgemeester aan de voorzitter en het dagelijks bestuur van de stadsdelen heeft toegekend. De raad heeft in de Voorjaarsnota van 2021 besloten dat de uitvoering van de eenzame uitvaarten, als neergelegd in artikel 22 Wet op de lijkbezorging en voorheen uitgevoerd door de Directie Wonen, voortaan wordt belegd bij de Nieuwe Ooster (valt onder Stadsdeel Oost).. Met de toevoeging van dit mandaat in de Verordening op het lokaal bestuur wordt dit besluit bekrachtigd. h. Inwerkingtreding per 1 januari 2022 (met uitzondering van enkele subonderdelen). De algemene inwerkingtreding van de verordening is 1 januari 2022. Hier worden twee uitzonderingen op gemaakt. Wijzigingen in de toewijzing van rolstoelwoningen wordt per 1 juli 2022 voorgesteld in werking te treden in verband met aanpassingen die in WoningNet nodig zijn. Daarnaast wordt de bevoegdheid voor het college om nadere regels te stellen over de uitvoering van de voorrang voor beroepsgroepen voorgesteld

direct in werking te treden zodat het college deze regels kan vaststellen in aanloop naar inwerkingtreding van de regels in de verordening en het geheel daarmee tegelijk in werking kan treden. Ad 2. Het tweede actualiseringsbesluit van het Beleidskader Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 vast te stellen, zoals opgenomen in bijlage 2, waarin: a. Het beleid ten aanzien van toeristische verhuur wordt geactualiseerd met de verplichtingen voor platforms voor toeristische verhuur; en, b. De regels over de verdeling van sociale huurwoningen worden geactualiseerd, onder andere met het nieuwe regionale puntensysteem voor woonruimteverdeling. Het Beleidskader Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 wordt ook geactualiseerd met het nieuwe regionale puntensysteem waartoe op 15 september 2021 een wijzigingsverordening door de gemeenteraad is aangenomen. Deze wijzigingen zullen in de loop van 2022 in werking treden. Financiële onderbouwing

Financiële onderbouwing: Ja Investeringsvoorstel: Nee Tabel: Financiële consequenties van de beslispunten

BATEN Product

I/S

Jaar T

Jaar T+1

Jaar T+2

Jaar T+3

<naam>

<nr.>

<I/S>

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

<naam>

<nr.>

<I/S>

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

<naam>

<nr.>

<I/S>

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

Totaal LASTEN Product

I/S

Jaar T

Jaar T+1

Jaar T+2

Jaar T+3

Aanpassing WoningNet

<nr.>

I

€ 0.000,00

€ 8000

€ 0,00

€ 0,00

<naam>

<nr.>

<I/S>

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

<naam>

<nr.>

<I/S>

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0.000,00

€ 8000

€ 0,00

€ 0,00

Totaal

I=Incidenteel S=Structureel

Consequenties gedekt?

Ja

Overige toelichting: De gemeente Amsterdam betaalt voor de helft een aanpassing in WoningNet die nodig is voor de stadsdeelvoorrang. Dit wordt geraamd op een eenmalige uitgave van 8000 euro

in 2022. Dit wordt gedekt uit Programmaonderdeel 11.1 Wonen en bouwen. Conclusie: Geheimhouding

N.v.t.

Welke stukken treft u aan? Registratienr.

Naam

< automatisch >

< Bestandsnaam >

< automatisch >

< Bestandsnaam >

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Directie Wonen: Lotte Schamp, 0628747475, l.schamp@amsterdam.nl / Stefan Wirken, 0641450233, s.wirken@amsterdam.nl / Samya Hamimid, 0634179846, s.hamimid@amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10691050/1