raadsvoordracht verordening 2025
Tekst van het document
Nummer < automatisch > Directie
< automatisch >
Voordracht voor de Raadsvergadering van < Datum >
Portefeuille Agendapunt Datum besluit
Jeugd < automatisch > College van B en W 1 april 2025 Onderwerp
Vaststellen van de verordening Jeugdhulp Amsterdam 2025 De gemeenteraad van Amsterdam besluit
1.
De Verordening Jeugdhulp Amsterdam 2025 en de bijbehorende toelichting zoals opgenomen in het bekendmakingsbesluit in bijlage 1 vast te stellen, met als belangrijkste gewijzigde onderdelen: a. De verordening is aangepast aan de actuele jurisprudentie; b. Het proces, de kwaliteitscriteria en voorwaarden voor het persoonsgebonden budget (pgb) zijn aangepast; c. De formele pgb tarieven zijn aangepast; d. Er zijn extra maatregelen opgenomen ter voorkoming en bestrijding van misbruik, oneigenlijk en ondoelmatig gebruik van voorzieningen; e. Taalkundige aanpassingen aan het huidige jeugdhulpstelsel; f. Actualisatie naar aanleiding van het nieuwe landelijke dyslexieprotocol; g. Er is een aantal bepalingen opgenomen om de kwaliteit van de in te zetten hulp te vergroten; h. De verordening treedt in werking op 1 juli 2025.
Wettelijke grondslag
Artikel 149 van de Gemeentewet Artikel 160 eerste lid onder b van de Gemeentewet Artikel 169 eerste en tweede lid van de Gemeentewet Artikel 2.9, 2.10, 2.11 en 8.1.1 derde lid van de Jeugdwet Bestuurlijke achtergrond
Verordening tot wijziging van de Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021. Gemeenteblad 2021, 451997 Onderbouwing besluit
De nieuwe verordening is een doorontwikkeling van de huidige verordening. Op grond van de Jeugdwet is de gemeente verplicht om bij verordening te regelen welke jeugdhulp voorzieningen de gemeente kan treffen en onder welke voorwaarden deze toegankelijk zijn. Vanwege de doorontwikkeling van het jeugdhulpstelsel, ervaren knelpunten rondom het pgb en rechterlijke uitspraken is het nodig om de verordening aan te passen. In de Jeugdwet is in artikel 2.9 opgenomen welke onderdelen er in elk geval in de verordening moeten staan. Nieuwe inkoop en Hervormingsagenda Deze verordening is opgesteld in een periode waarin de nieuwe inkoop aanvullende jeugdhulp wordt voorbereid en waarin landelijk wordt gewerkt aan aanpassingen van de Jeugdwet in het kader van de Hervormingsagenda. Omdat de verordening gaat over de
huidige situatie zijn deze ontwikkelingen niet verwerkt in deze verordening. Dit zal op een later moment tot een voorstel voor een aangepaste verordening leiden. Ad. 1. De Verordening Jeugdhulp Amsterdam 2025 en de bijbehorende toelichting zoals opgenomen in het bekendmakingsbesluit in bijlage 1 vast te stellen, met als belangrijkste gewijzigde onderdelen: a. De verordening is aangepast aan de actuele jurisprudentie. In het voorjaar 2024 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) drie uitspraken gepubliceerd in het kader van de Jeugdwet. De CRvB heeft bepaald dat gemeenten in hun verordening moeten regelen wat onder 'eigen mogelijkheden' en 'probleemoplossend vermogen' wordt verstaan en dat zorgvuldige besluitvorming moet worden geborgd. Dit betekent dat de deskundigheid van de toegangsorganisatie in de verordening op moet worden genomen en dat beoordeling, besluitvorming en uitvoering niet in een hand mogen liggen. De CRvB is de hoogste bestuursrechter in sociale zekerheidszaken. Uitspraken van de CRvB zijn bindend voor gemeenten. Daarom is de verordening op de onderstaande punten aangepast. Hieronder is ook weergegeven wat er is aangepast. Uitgangspunt bij de aanpassingen is dat ze beter aansluiten bij de Amsterdamse werkwijze en het voorkomt dat ouders in kwetsbare situaties niet de juiste voorziening ontvangen.
- De manier waarop beoordeeld wordt of er sprake is van voldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen in relatie tot de ouderlijke verantwoordelijkheid is opgenomen in de verordening (artikel 3.7). Voorheen werd dit onderwerp geregeld in de door het college vastgestelde beleidsregels jeugdhulp. In aansluiting op de jeugdwet is en blijft het uitgangspunt dat waar mogelijk een beroep wordt gedaan op de draagkracht van ouders. In de nieuwe verordening is wel gekozen voor een nieuwe manier van formuleren. Waar in de huidige beleidsregels werd gesproken over gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp en de daarbij behorende handelingen is in de nieuwe verordening gekozen om de draagkracht van ouders te beschrijven. De formulering past bij de plichten die horen bij de ouderlijke verantwoordelijkheid zoals omschreven in het Burgerlijk Wetboek. Op het moment dat de draagkracht van ouders niet toereikend is, bijvoorbeeld vanwege (dreigende) overbelasting of wanneer er sprake is van een zeer zware hulpvraag waarvoor geen aanspraak op de Wet langdurige zorg kan worden gedaan kan er jeugdhulp worden ingezet. - De bepalingen rondom de afweging voor de aanspraak op een vervoersvoorziening zijn opgenomen (artikel 3.3). Voorheen was dit opgenomen in de beleidsregels. De strekking van de bepalingen is gelijk gebleven.
Ook hier geldt dat eerst een beroep wordt gedaan op de draagkracht van ouders (en het netwerk). De 6 kilometer grens – die voorheen in de beleidsregels was opgenomen – is komen te vervallen omdat de toets op vervoer voortaan volledig is gebaseerd op inhoudelijke criteria en niet op de afstand. - De kwaliteitscriteria die worden gesteld aan het OKT zijn in de verordening opgenomen (artikel 3.5). Deze komen overeen met hetgeen in de Jeugdwet en aanvullende regelgeving staat en de opdracht die het OKT heeft als gemandateerd verwijzer naar jeugdhulp. - Ook zijn de 4 stappen die van toepassing zijn voor het toegangsproces zoals bepaald door de Centrale Raad van Beroep opgenomen (artikel 3.6). b. Het proces, de kwaliteitscriteria en voorwaarden voor het persoonsgebonden budget (pgb) zijn aangepast.
Het huidige proces voor pgb’s is verbeterd (paragraaf 5). Op dit moment moet er voor een pgb een aparte aanvraag worden gedaan, dit is juridisch niet juist. In het nieuwe proces doen ouders één aanvraag voor jeugdhulp en is het pgb integraal onderdeel van deze aanvraag. De kwaliteitseisen die gelden voor zorgverleners die ingezet worden door middel van het pgb zijn uitgebreid. Hiermee wordt de kwaliteit van de geboden hulp beter gewaarborgd. Daarnaast is er een artikel opgenomen over de pgb vaardigheid zodat aan de voorkant (ofwel voor verlening) een betere toets plaatsvindt op pgb vaardigheid. c. De formele pgb tarieven zijn aangepast. De tarieven voor pgb’s zijn herzien omdat de huidige tarieven in een aantal gevallen niet passend zijn (artikel 3.14). Er is een nieuwe indexeringssystematiek toegepast die gelijk is aan de indexering van de tarieven voor de gecontracteerde aanbieders aanvullende jeugdhulp. Hierdoor lopen alle formele tarieven voortaan qua indexering gelijk op. Na inwerkingtreding zijn de nieuwe tarieven met terugwerkende kracht geldig per 1 januari 2025 (dit geldt dus ook voor lopende beschikkingen zodat alle jeugdigen en ouders in de stad voor 2025 eenzelfde tarief voor het pgb ontvangen). Op de tarieven na blijven lopende beschikkingen ongewijzigd. d.
Er zijn extra maatregelen opgenomen ter voorkoming en bestrijding van misbruik, oneigenlijk en ondoelmatig gebruik van voorzieningen. In de verordening is opgenomen wat de gemeente doet om misbruik, oneigenlijk en ondoelmatig gebruik van voorzieningen te voorkomen (artikel 3.19 en 3.20). Zo is er bijvoorbeeld een bepaling opgenomen over het uitvoeren van controles. e. Taalkundige aanpassingen aan het huidige jeugdhulpstelsel. De taal van het nieuwe stelsel is in de verordening verwerkt doordat voortaan wordt gesproken over basishulp die wordt geleverd door het OKT en aanvullende hulp die wordt geleverd door de ingekochte jeugdhulpaanbieders. Ook is in een aantal bepalingen de werkwijze van het gebiedsgericht werken verwerkt. Bijvoorbeeld rondom consultatie en advies (artikel 3.9) of het uitgangspunt dat voor alle verwijzers geldt dat in eerste instantie een algemene voorzieningen wordt ingezet als deze passend is (artikel 2.1). f. Actualisatie naar aanleiding van het nieuwe landelijke dyslexieprotocol. Er is een nieuw landelijk dyslexieprotocol van toepassing. De verordening is hierop aangepast (artikel 3.10). g. Er is een aantal bepalingen opgenomen om de kwaliteit van de in te zetten hulp te vergroten.
In lijn met de bedoeling van de Jeugdwet is in de verordening verwoord dat de inzet van jeugdhulp in principe tijdelijk is en gericht op herstel en versterking van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders en jeugdige. Daarnaast is opgenomen dat gewerkt wordt met bewezen effectieve interventies als die beschikbaar zijn (artikel 3.8). h. De verordening treedt in werking op 1 juli 2025 De verordening treedt in werking op 1 juli 2025 en is in beginsel van toepassing op besluiten die vanaf dat moment worden genomen.
Participatie
De uitzonderingsgrond van artikel 3, vierde lid Participatieverordening gemeente Amsterdam, waarin staat dat hoofdstuk 2 ‘Burgerparticipatie’ niet van toepassing is op onderwerpen waarvoor participatie al is vastgelegd in andere gemeentelijke verordeningen of regelingen, is van toepassing. In de huidige Verordening op de Zorg voor de Jeugd is in Hoofdstuk 6 namelijk geregeld dat het Jeugdplatform Amsterdam (JPA) belangen van ingezetenen en cliënten en hun vertegenwoordigers behartigt. Het Jeugdplatform Amsterdam is in de voorbereidingsfase meermaals geconsulteerd en heeft in dat kader advies uitgebracht. Daarnaast is de verordening besproken met de Stichting OKT, aanbieders van aanvullende jeugdhulp en huisartsen. De belangrijkste punten uit het advies van het JPA zijn: a. De jongeren en ouders van het JPA voelen zich gehoord en zijn verheugd te zien dat belangrijke punten uit hun inbreng zijn meegenomen in de concept verordening. Het JPA is nauw betrokken geweest bij het tot stand komen van de verordening. Daarbij hebben ze op diverse conceptteksten input geleverd om daarmee het perspectief van ouders en jeugdigen te borgen. b. Aandacht voor de volgende inhoudelijke thema’s: I. Domeinoverstijgend denken en doen. Het JPA pleit voor meer aandacht voor domeinoverstijgend werken. Het sociaal domein kent verschillende wetten met een eigen kader (o.a. over gegevensverwerking).
De verordening ziet op de Jeugdwet en kent een uitgebreid hoofdstuk dat betrekking heeft op de samenhang met andere domeinen. In de implementatie zal waar mogelijk aandacht zijn voor domeinoverstijgend denken en doen. Er wordt met de Wet Aanpak Meervoudige problematiek Sociaal Domein gewerkt aan landelijke wetgeving om meer integraal te kunnen kijken. Met de Amsterdamse maatwerkmethode wordt hier ook al invulling aan gegeven. Het is aan de professionals van het OKT en de Buurtteams om de verschillende instrumenten die zij tot hun beschikking op basis van de verschillende wetten hebben te combineren om zo een antwoord te kunnen geven op de hulpvraag. II. Vertrouwen in inwoners. De jongeren en ouders van het Jeugdplatform vinden het van groot belang dat gezinnen in kwetsbare situaties niet tekortgedaan worden. De verordening is bedoeld voor alle ouders en jeugdigen in de gemeente Amsterdam. De verordening probeert recht te doen aan alle verscheidenheid die bij ouders en hun omgeving aanwezig is. Daarbij is specifiek aandacht voor de ouders en jeugdigen in de meest kwetsbare situaties. Op advies van het JPA is een aantal teksten zo opgenomen dat er wordt gewerkt vanuit vertrouwen. Zo wordt bij het bepalen van de draagkracht ook gekeken naar de behoefte en mogelijkheden van ouders en niet meer gesproken over welke hulp gebruikelijk is.
Voor sommige ouders is deze hulp namelijk niet als gebruikelijk te beschouwen. III. Sociale netwerken en gezinsstructuren. Het sociaal netwerk en gezinnen zijn belangrijke steunfactoren voor ouders en gezinnen. In dialoogsessies werd dit punt door jongeren en ouders toegelicht. Het JPA is blij te zien dat dit punt in het huidige concept meegenomen is. IV. Vervoer en medische noodzaak; Bij de bepaling van vervoersondersteuning pleit het JPA voor een flexibele benadering, vooral voor gezinnen waarvan de kinderen extra ondersteuning nodig hebben, zoals bij autisme. Dit punt is tijdens dialoogsessies besproken. Het JPA vindt het fijn dat er voor
vervoer van en naar een jeugdhulpvoorziening geen kilometergrens meer in de verordening opgenomen is. V. Leeftijdsgrenzen en continuïteit van zorg. Voor vervoer is er een aanpassing gedaan rondom de leeftijdsgrens. Er is opgenomen dat kinderen tot en met 8 jaar in ieder geval niet zelfstandig kunnen reizen, daarboven is dit afhankelijk van de context en hulpvraag. In een eerder concept was opgenomen dat kinderen (in principe) vanaf 9 jaar zelfstandig kunnen reizen. Het doet het JPA goed om te zien dat de aanbeveling is overgenomen en dat de leeftijdsgrens voor zelfstandigheid in vervoer en persoonlijke verzorging niet in de verordening staat. VI. Draagkracht en draaglast. Het JPA geeft aan dat de inschatting en afweging rondom draagkracht expliciet meegenomen moet worden in de besluitvorming, om onterechte bevindingen over de mogelijkheden van ouders te voorkomen. De beoordeling van de draagkracht is beschreven in de verordening en ook de vier stappen van de CRvB waarvan dit onderdeel is, zijn opgenomen in de verordening. Dit is tevens onderdeel van het perspectiefplan. c. Leesbaarheid van de verordening en de toegankelijkheid hiervan. Het JPA vindt (wederom) dat de verordening op een voor ouders en jongeren begrijpelijke manier beschikbaar moet worden gemaakt. Het liefst doordat de ‘echte’ verordening begrijpelijk is.
Als dat niet mogelijk is en er een speciale versie wordt ontwikkeld: dan mag er geen ruimte voor interpretatieverschil zijn want dan weten ouders en jongeren nog niet waar ze aan toe zijn. Omdat de verordening zich in de context van de Jeugdwet bevindt en het om regelgeving gaat, kan de tekst niet volledig vrij worden aangepast. Daarbij komt ook dat alleen de verordening onvoldoende is omdat onder andere ook de Jeugdwet en de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn. De Ouder- en Kindteams krijgen daarom de beschikking over ondersteunend materiaal om de verordening toe te kunnen lichten en inzichtelijk te maken. Uiteindelijk is het aan de OKA of onafhankelijke cliëntondersteuner om ouders en jeugdigen te ondersteunen bij het begrijpen van de wet- en regelgeving, waaronder de verordening. Financiële onderbouwing
De verordening heeft in principe geen financiële consequenties. Het verhogen van de pgb-tarieven en het toekennen van OVA-indexatie kan aanvullende druk geven op het gemeentelijk pgb-budget. Indien, voor deze tariefverhoging in enig jaar onvoldoende budget is, omdat de compensatie voor prijs- en loonstijging niet toereikend is, zal dit binnen de portefeuille jeugd moeten worden opgevangen. Dit zal in dat geval betrokken worden in de P&C cyclus. Consequenties gedekt? Ja Geheimhouding
N.v.t.
Welke stukken treft u aan?
Registratienr.
Naam
< automatisch >
Concept Verordening Jeugdhulp Amsterdam 2025 Advies JPA Brief antwoord advies JPA
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Lennart Amersfoort, 0630120025, l.amersfoort@amsterdam.nl >
Classificatiegegevens 1 2 3 4 5 6 7
Classificatie Wie legt geheimhouding op? Gaat het stuk geheim door naar de commissie en/of raad? Einddatum Uiterlijke einddatum Grondslag Motivatie
Openbaar N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.