Raadsvoordracht_Pgb Begeleid Thuis.pdf
Tekst van het document
Nummer < automatisch > Directie
< automatisch >
Voordracht voor de Raadsvergadering van 10 mei 2023
Portefeuille Agendapunt Datum besluit
< MO/BW> < automatisch > College van B en W < Datum collegebesluit volgt nog> Onderwerp
Vaststellen van het nieuwe beleid met betrekking tot het persoonsgebonden budget (Pgb) voor Begeleid Thuis. De gemeenteraad van Amsterdam besluit
1.het nieuwe Pgb model vast te stellen, dat is gebaseerd op het op 12 maart 2020 door de gemeenteraad vastgestelde Uitvoeringsbesluit en inkoopstrategie aanvullende ondersteuning 2021-2027 en besluiten dat: a. per 1 juli 2023 het Wmo product Pgb Beschermd Wonen (BW) vervangen zal worden voor het product Pgb Begeleid Thuis (BT), waarbij de Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen producten per 1 juli 2023 komen te vervallen en worden vervangen voor de producten Begeleid Thuis (BT) en Beschermd Verblijf (BV); b. per 1 juli 2023 zijn de aanvullende modules ‘Verpleging’, ‘Persoonlijke verzorging’, Dagbesteding’ en ‘Hulp bij huishouden’ van het oude Pgb BW geen onderdeel meer van het nieuwe Pgb BT, en apart aangevraagd kunnen worden, waarbij; i. modules ‘Verpleging’ en ‘Persoonlijke verzorging’ als module zullen vervallen maar aparte als Pgb’s kunnen worden aangevraagd op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz); ii. modules ‘Dagbesteding’ en ‘Hulp bij het huishouden’ als module zullen vervallen maar aparte als maatwerkvoorzieningen kunnen toegekend worden op grond van de Wmo 2015. c. per 1 juli 2023 is de aanvullende module ‘Woon-initiatief’ van het oude Pgb BW als enige module beschikbaar, als aanvulling op het nieuwe Pgb BT, waarbij; i.
het basisbudget kan worden aangevuld met een toeslag van €5.007,- indien cliënt in een woon-initiatief verblijft; ii. De criteria om in aanmerking te komen voor de toeslag voor een ‘Woon-initiatief’ worden gewijzigd. 2. De nieuwe tariefopbouw en tarieven per 1 juli 2023 vast te stellen, waarbij de nieuwe tariefsopbouw zal bestaan uit een basisbudget gebaseerd op een PxQ systematiek met een reikwijdte van 3-12 uur per week, waarbij een uurtarief van €48,33 wordt gehanteerd voor professionele zorg en een tarief van €21,43 voor informele zorg; 3. de overgangsregeling voor cliënten vast te stellen die op 1 juli 2023 het product Pgb Beschermd Wonen hebben tot 1 juli 2026 het rekentarief van Beschermd Wonen behouden, mits er wordt voldaan aan de voorwaarden voor een Pgb, Begeleid Thuis en eventuele bijbehorende maatwerkvoorzieningen (Hulp bij het Huishouden en Dagbesteding).; 4. Kennis te nemen van de overdracht van de indicatiestelling voor Pgb Beleid Thuis, van de Centrale Toegang voor Beschermd Wonen (CTBW) naar het Buurtteam Amsterdam en het Indicatieadviesbureau Amsterdam (IAB).
Wettelijke grondslag
• Artikel 2.1.3, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015: de raad stelt bij verordening de regels vast die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de wet. • Artikel 160, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet: het college is bevoegd beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren, tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester hiermee is belast. • Artikel 169, tweede lid, van de Gemeentewet: het college geeft de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Bestuurlijke achtergrond
Op 18 december 2019 heeft de raad de Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015, versie 2020 vastgesteld (Gemeenteblad 2019, nr. 319453). En op 7 januari 2020 heeft het college de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2020 vastgesteld (Gemeenteblad 2020, nr. 9296). De nadere regels zijn een uitwerking van de verordening. Samen vormen zij de basis van de wijze waarop de gemeente de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 uitvoert. Op 12 maart 2020 heeft de gemeenteraad ingestemd met het Uitvoeringsbesluit en inkoopstrategie aanvullende ondersteuning 2021-2027 en daarmee met een wijziging in de productindeling voor MOBW. Onderbouwing besluit
Proces en stand van zaken Op grond van de Wmo 2015 kunnen producten in twee vormen worden aangeboden. In de vorm van een ‘Zorg in Natura’ (ZIN) product of als ‘Persoonsgebonden Budget’ (Pgb) product. De Pgb-variant dient altijd afgeleid te zijn van de Zin-variant, omdat het om hetzelfde product gaat. Met het afronden van een nieuwe aanbesteding voor de ZIN producten Maatschappelijke Opvang (MO) en Beschermd Wonen (BW) gaan op 1 juli 2023 nieuwe contracten, inclusief nieuwe ZIN-productindeling en in. Dit betreft een samenvoeging van verschillende MO BW ketens (volwassenen, jongvolwassenen en gezinnen) tot één keten bestaande uit twee producten; ‘Begeleid Thuis’ (BT) en ‘Beschermd Verblijf’ (BV), met daarnaast nog ‘respijtvoorzieningen’. De raad heeft op 12 maart 2020 ingestemd met het uitvoeringsbesluit en inkoopstrategie aanvullende ondersteuning 2021-2027. Met dit besluit vervalt vanaf 1 juli 2023 (start nieuwe contracten) het product Beschermd Wonen, waar ook een PGB-variant voor bestond. De ZIN producten MO en BW worden vervangen door BV en BT. Per 1 juli 2023 wordt ook de PGB-variant BW vervangen voor het PGB-product BT. Op dit moment is er alleen een PGB BW zonder verblijfscomponent. Voor het ZIN-product MO was er geen Pgb variant omdat Pgb niet bedoeld is voor opvang en verblijf. Ook in de nieuwe situatie zal er geen PGB-variant voor verblijf zijn.
Met de transitie van de oude MO&BW producten naar de nieuwe BT&BV wordt het Pgb product in lijn gebracht met de het beoogde productindeling beleid zoals besloten op 12 maart 2020. Indien ook de raad akkoord gaat met de voorgestelde uitwerking van het nieuwe Pgb BT beleid wordt het meegenomen in de nieuwe Wmo verordening per 1 juli 2023. De implementatie van de ZIN-producten BT&BV en het Pgb-product BT vinden dan op hetzelfde moment plaats.
Het nieuwe Pgb BT tarief zal per 1 juli 2023 voor nieuwe cliënten in gaan. Het gaat dan om cliënten die na 1 juli 2023 een aanvraag voor Pgb BT gaan doen. Ook voor de nieuwe cliënten blijft het mogelijk om een toeslag voor wooninitiatieven aan te vragen. Voor bestaande cliënten zal een ruime overgangsregeling gelden van 3 jaar. Op die manier hebben cliënten en Pgb-aanbieders voldoende tijd om zich aan te passen op de nieuwe situatie. Er is op verschillende momenten input gevraagd en geleverd door belangenbehartigende partijen, cliëntvertegenwoordigers en zorgaanbieders. Cliëntenbelang Amsterdam (CBA), de WMO adviesraad en De Latei (een vereniging voor woongroepen) hebben inhoudelijk advies gegeven op het concept beleid. Het advies is verder toegelicht en besproken op 15 maart jl. in een gesprek met de wethouder. Het beleid is op verschillende punten hierop aangepast (zie onderaan de verdere toelichting). Een van de grootste zorgen zijn de nieuwe tarieven en dat cliënten daardoor mogelijk niet meer in staat zijn om hun begeleiding te continueren. Om de zorgen rondom continuïteit van begeleiding weg te nemen heeft het college drie belangrijke maatregelen genomen: De definitie van het wooninitiatief is verruimd Een ruimhartig overgangsregeling van 3 jaar voor bestaande PGB BW cliënten, waardoor de meeste cliënten in staat zijn om hun huidige traject af te ronden.
Een evaluatie van het nieuwe beleid BT na een jaar om te monitoren wat de impact is op de continuïteit van de zorg en de toegang. Ad 1. het nieuwe Pgb model vaststellen en besluiten dat: a. per 1 juli 2023 het Wmo product Pgb Beschermd Wonen (BW) vervangen zal worden voor het product Pgb Begeleid Thuis (BT), waarbij de Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen producten per 1 juli 2023 komen te vervallen en worden vervangen voor de producten Begeleid Thuis (BT) en Beschermd Verblijf (BV); Voor het huidige Pgb BW product is er onvoldoende samenhang met de Zin-variant. Dit komt omdat sinds 2015, bij inwerkingtreding van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 de gemeente Amsterdam ten aanzien van het Pgb BW vooral de continuïteit van zorg prioriteit heeft gegeven en dit beleidsarm is overgenomen. Hierdoor is er niet gekeken naar de producten en tarieven en zijn deze destijds automatisch uit de AWBZ (2014) overgenomen. Hierdoor zijn er verschillen tussen de Zin-variant BW en Pgb-variant BW; Pgb BW is op dit moment een ‘integraal’ product waarbij bijvoorbeeld de producten ‘Hulp bij Huishouden’ en ‘Dagbesteding’ als modules toegevoegd kunnen worden, terwijl het in Zin-vorm allemaal losse producten zijn. Ook ten aanzien van het tarief zit er een verschil; voor Pgb BW is deze namelijk niet gebaseerd op het Zin-tarief maar op het (hogere) AWBZ tarief.
Conform de beleidswijziging voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen heeft er een aanbesteding plaatsgevonden en worden vanaf 1 juli 2023 de producten Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen vervangen voor de producten Begeleid Thuis en Beschermd Verblijf. Omdat een Pgb product een afgeleide is van een Zin product, gaat het product Pgb BW mee in de transitie en zal het vervangen worden voor het Pgb BT product. De invoering van het nieuwe Pgb BT product vormt een natuurlijk moment om het beleid te herijken en dit product weer in samenhang te brengen qua opbouw en tarief met de bijbehorende Zin-variant BT. b. per 1 juli 2023 zijn de aanvullende modules ‘Verpleging’, ‘Persoonlijke verzorging’, Dagbesteding’ en ‘Hulp bij huishouden’ van het oude Pgb BW geen onderdeel meer van het nieuwe Pgb BT, en apart aangevraagd kunnen worden, waarbij;
i.
ii.
modules ‘Verpleging’ en ‘Persoonlijke verzorging’ zullen als module vervallen maar kunnen als aparte Pgb’s worden aangevraagd op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz); modules ‘Dagbesteding’ en ‘Hulp bij het huishouden’ zullen als module vervallen maar kunnen als aparte maatwerkvoorzieningen toegekend worden op grond van de Wmo 2015.
De huidige productindeling is nog gebaseerd op de AWBZ arrangementen daterend uit 2014, waarbij het product Pgb BW kan worden aangevuld met verschillende modules waaronder ‘Verpleging’, ‘Persoonlijke verzorging’, ‘Dagbesteding’, ‘Hulp bij het huishouden’ en ‘Wooninitiatieven’. De samenvoeging van Verpleging, Persoonlijke Verzorging, Dagbesteding, Hulp bij het huishouden is onwenselijk en niet in lijn met het overige WMO aanbod. Enkel ‘Woon-initiatieven’ blijft als aanvullende toeslag mogelijk. Voor de modules ‘Verpleging’ en ‘Persoonlijke Verzorging’ is er geen grondslag binnen de Wmo en zullen daarom in dit nieuwe beleid verdwijnen als module bij het Pgb BT. In plaats daarvan kunnen cliënten deze ondersteuning apart aanvragen bij de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (WLZ). De Wlz is per 2015 ingevoerd als vervanging van de AWBZ. Per 2021 is de Wlz ook opengesteld voor de grondslag Geestelijke gezondheidszorg(GGZ). De modules ‘Dagbesteding’ en ‘Hulp bij het huishouden’ zullen eveneens vervallen, maar deze kunnen in de vorm van maatwerk Pgb binnen de Wmo toegekend worden, met dezelfde beoordelingscriteria zoals die gelden voor niet-ZIN cliënten. Cliënten hoeven hiervoor niet losse aanvragen in te dienen. De cliënten kunnen gelijktijdig bij hetzelfde loket de aanvragen indienen.
Indien de aanvragen worden toegekend ontvangen de cliënten voor de modules aparte beschikkingen. c. per 1 juli 2023 is de aanvullende module ‘Woon-initiatief’ van het oude Pgb BW als enige module beschikbaar, als aanvulling op het nieuwe Pgb BT, waarbij; i. het basisbudget kan worden aangevuld met een toeslag van €5.007,- indien cliënt in een woon-initiatief verblijft; De Als gemeente hechten we veel waarde aan de kleinschalige initiatieven die momenteel de toeslag ‘woon-initiatief’ ontvangen. De voorwaarden die de gemeente voor deze initiatieven hanteert komen grotendeels overeen met de voorwaarde die voor vergelijkbare voorzieningen worden gesteld in de Wlz. Hierom willen we het tarief voor deze toeslag verhogen en gelijktrekken aan het hogere Wlz-tarief voor deze initiatieven. Cliënten die voor een toeslag in aanmerking komen ontvangen deze bovenop hun basis Pgb-budget. In het huidige beleid is dit € 4.000,- per cliënt. Met het gelijktrekken van dit tarief met de Wlz zullen we dit verhogen van €4.000,- naar €5007,- per cliënt per jaar.. ii.
De criteria om in aanmerking te komen voor de toeslag voor een ‘Woon-initiatief’ worden gewijzigd;
Als gemeente vinden we het belangrijk om wooninitiatieven te stimuleren en te steunen. Echter komen er steeds meer commerciële partijen die zich een wooninitiatief noemen en de toeslag via de cliënt willen ontvangen. Om die Reden zijn we om kritisch gaan te kijken wat wij waardevol vinden aan de wooninitiatieven. De huidige voorwaarden om in aanmerking te komen voor een wooninitiatief toeslag zijn; In het wooninitiatief waar de cliënt verblijft, wonen minimaal 3 en maximaal 26 bewoners op één adres (of binnen een straal van 100 meter).
Deze bewoners hebben tenminste één gemeenschappelijke verblijfsruimte waar gezamenlijke activiteiten worden georganiseerd.
De definitie is in samenwerking met de bestaande wooninitiatieven aangepast. Zo kunnen we als gemeente om te sturen op de kenmerken waar we als gemeente waarde aan hechten, zoals aan kleinschaligheid en de (onbezoldigde) betrokkenheid van ouders, familieleden of andere mantelzorgers die bij het wooninitiatief betrokken zijn. De nieuwe voorwaarden om in aanmerking te komen voor een toeslag zijn; In een kleinschalige woonvorm waar cliënt verblijft, wonen minimaal 5 en maximaal 26 cliënten. (aangescherpt) Op één adres of binnen een straal van 300 meter. (verruimd) De zeggenschap van het initiatief ligt bij de bewoners, (onbezoldigde) familieleden en/of andere mantelzorgers die zijn verankerd in een rechtsvorm zonder winstoogmerk, zoals een vereniging of stichting. (nieuw) Deze bewoners hebben ten minste één gemeenschappelijke verblijfsruimte waar gezamenlijke activiteiten worden georganiseerd. (ongewijzigd)
Ad 2. de nieuwe tariefopbouw en tarieven per 1 juli 2023 vast te stellen en besluiten dat: de nieuwe tariefsopbouw zal bestaan uit een basisbudget gebaseerd op een PxQ systematiek met een range van 3-12 uur per week, waarbij een uurtarief van €48,33 wordt gehanteerd voor professionele zorg en een tarief van €21,43 voor informele zorg; De gemeente besluit om de tariefsopbouw en het tarief voor Pgb Begeleid Thuis gelijk te trekken met het tarief voor het Zin-product Begeleid Thuis en in lijn met het eerder besloten Pgb tarief voor een andere vorm van ambulante begeleiding waar Pgb voor beschikbaar is; Aanvullende individuele ondersteuning (AIO). In zijn algemeenheid zal dit betekenen dat het budget voor Pgb BT meer op maat zal worden toegekend dan nu het geval is. Met de nieuwe productstructuur wordt een indicatie afgegeven die gebaseerd is op een urenindicatie die beter past bij de daadwerkelijke zorgbehoefte, daar deze nauwkeuriger per uur beschikt zal worden. Tariefopbouw Het oude Pgb BW tariefsopbouw bestond uit ‘arrangementen’ (gebaseerd op de AWBZ GGZ-c producten uit 2014) van 5 of 7 uur met verschillende basis bedragen. Met de nieuwe tariefsopbouw van Pgb BT zullen de vaste basisbedragen (arrangementen) wegvallen en vervangen worden voor een basisbudget gebaseerd op maatwerk.
Dit betekent een nauwkeuriger budget, gebaseerd op specifieke uren die variëren van 3 tot 12 uur zorg per week. Dit sluit aan bij het Zin-model van BT en biedt meer mogelijkheden voor maatwerk. Uurtarief Naast de tariefsopbouw besluit de gemeente ook het uurtarief in lijn te brengen met het Zintarief voor BT en het Pgb AIO, wat ook een Pgb is voor ambulante begeleiding Dit betekent een verlaging van het uurtarief. Het huidige uurtarief van maximaal €63,- is nog gebaseerd op de AWBZ-bekostiging uit 2014. Het nieuwe tarief voor Pgb begeleid thuis wordt vastgesteld op maximaal € 48,33 per uur (professioneel tarief). Dit tarief is zoals gesteld afgeleid van het tarief voor BT in Zin-vorm. Het BT Zin uurtarief is hoger, maar er wordt een vermindering (afslag) gehanteerd omdat Pgb-aanbieders aan minder eisen hoeven te voldoen dan gecontracteerde zorgaanbieders (die ondersteuning in Zin-vorm geven). Deze afslagen hebben onder andere betrekking op kosten van overhead, productiviteit en verantwoordingseisen, die binnen de Pgb-vorm niet gemaakt worden. Op basis van bovenstaande punten vindt de gemeente de gehanteerde tariefberekening passend bij de praktijk.
Professioneel en informeel tarief binnen de Pgb In de nieuwe tariefstelling wordt onderscheid gemaakt tussen een ‘professioneel’ en een ‘informeel’ tarief; Professioneel tarief: Bij professionele zorgaanbieders zijn zowel zzp-ers als zorginstellingen te onderscheiden. De verminderingspercentages die we daarvoor berekend hebben zijn resp. 38% en 17%. Dit verschil komt doordat een professionele zorginstelling meer organisatiekosten moet maken dan zzp-ers. Rekening houdend met de verhouding zzp-ers versus zorginstellingen komen we uit op een gemiddelde afslag van 32% om het Zin-tarief door te berekenen naar het Pgb tarief. Hierdoor kom je van het Zin tarief a €71,84 op een Pgb tarief van €48,33. Dit is lijn met de berekening van de tarieven van Aanvullende Individuele Ondersteuning en Dagbesteding e. En het brengt samenhang in de tariefstelling tussen Zin en Pgb. Informeel tarief: Ook is in de nieuwe tariefstelling rekening gehouden met informele zorginzet. In de huidige tarieven is geen rekening gehouden met een verschil in tarief tussen informele inzet en een professionele hulpverlener. Op dit moment krijgen beiden hetzelfde tarief. Daarom past de gemeente nu een informeel tarief toe dat wordt vastgesteld op €21,43. Dit tarief is in samenhang met de tariefstelling van de producten Aanvullende Individuele Ondersteuning en Dagbesteding.
Als het nieuwe uurtarief in een individueel geval te laag blijkt te zijn, dan kan met toepassing van de hardheidsclausule een hoger uurtarief worden toegekend. De gemeente hecht veel waarde aan de continuïteit van begeleiding. Om die reden zal het beleid, de tariefsverlaging en de mogelijke terugval in dienstverlening na een jaar worden geëvalueerd. Dit is ook afgesproken met de Pgb-aanbieders. Ad 3. Vaststellen van de overgangsregeling voor cliënten die op 1 juli-7-2023 het product Pgb Beschermd Wonen hebben tot 1 juli-7-2026 het rekentarief van Beschermd Wonen behouden, mits er wordt voldaan aan de voorwaarden voor een pgb, Begeleid Thuis en eventuele bijbehorende maatwerkvoorzieningen (Hulp bij het Huishouden en Dagbesteding).; De invoering van een nieuw Pgb model heeft tot gevolg dat cliënten die een nieuwe aanvraag voor Pgb BT zullen doen, na 1 juli2023, een lager tarief zullen ontvangen. Voor bestaande cliënten, die nog een hoger tarief ontvangen, werken we met een ruime overgangsregeling van 3 jaar. Hierbij is de verwachting dat nagenoeg alle cliënten hun traject zullen afronden binnen deze termijn en uitstromen. Cliënten die na 3 jaar alsnog Pgb BT ontvangen komen mogelijk in aanmerking voor de Wlz. De overgangsregeling biedt cliënten ruim de tijd om nieuwe afspraken te maken met de zorgaanbieders voor het nieuwe budget.
De gemeente hecht veel waarde aan de continuïteit van begeleiding. Om die reden zal het beleid, de tariefsverlaging en de mogelijke terugval in dienstverlening na een jaar worden geëvalueerd. We bieden alle cliënten dezelfde overgangsregeling. Een cliënt met een lopende Pgb Beschermd Wonen beschikking op 1 juli 2023, behoudt het recht op het bijbehorende rekentarief tot uiterlijk 1 juli 2026, tenzij deze cliënt uitstroomt en niet meer in aanmerking komt voor Pgb BT. Ook kan het recht op de voorziening vervallen als blijkt dat er niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden of er geen indicatie meer is voor het ontvangen van de ondersteuning. Indien zij na 3 jaar nog steeds in aanmerking komen voor Pgb BT hebben zij
ruim de tijd om nieuwe afspraken te maken met de zorgaanbieder voor het nieuwe budget. Bovendien zal moeten worden overwogen of een cliënt niet beter in de WLZ past indien het traject langer dan drie jaar duurt, aangezien de Wmo ingericht is op een herstel traject binnen afzienbare tijd. Ook geeft dit Pgb-aanbieders de ruimte om hun organisatie in te stellen op de nieuwe tarieven, doordat een deel van de cliënten de eerste periode nog het oude tarief krijgt en de verandering naar het nieuwe tarief daardoor geleidelijk plaatsvindt. Daarnaast blijft er natuurlijk altijd ruimte voor maatwerk in complexe gevallen. Door de ruime overgangsregeling is er wel betrekkelijk lang sprake van een ongelijkheid tussen bestaande en nieuwe cliënten met een Pgb BT. Het is mogelijk dat nieuwe cliënten daartegen bezwaar maken. De verwachting is dat de duur van de overgangstermijn verdedigbaar is omdat zorgcontinuïteit van groot belang is en omdat de betrokken aanbieders in staat gesteld moeten worden om de financiële gevolgen van de aanpassing in de uitvoering van de dienstverlening te verwerken. Ad4. Kennis te nemen van de overdracht van de indicatiestelling voor pgb Beleid Thuis, van de Centrale Toegang voor Beschermd Wonen (CTBW) naar het Buurtteam Amsterdam en het Indicatieadviesbureau Amsterdam (IAB).
Vanwege de stelselwijzigingen en de komst van de Buurtteams waar Amsterdammers naartoe kunnen met hun vragen, passen we de route voor het aanvragen van Pgb-producten aan. Hierbij sluiten we aan op de route voor andere Pgb-producten, deze loopt al via het Buurtteam. De Buurtteams worden hier zorgvuldig op voorbereid. Momenteel doet de Centrale Toegang (CT) de inhoudelijke beoordeling, maar door de komst van de Buurtteams zal het Indicatie Advies Bureau (IAB) de beoordeling en Pgb-indicatiestelling vanaf het nieuwe beleid overnemen. Hierdoor zal vanaf het nieuwe beleid de route voor een cliënt er als volgt uit zien: 1: Contact opnemen met buurtteam Client neemt contact op met een buurtteam in de buurt en maakt een afspraak voor een eerste gesprek. Tijdens het gesprek met de buurtteammedewerker wordt de hulpvraag in kaart gebracht. Indien een cliënt de voorkeur geeft aan een Pgb wil, en dit ook bij cliënt past, wordt de cliënt toegeleid naar het IAB. 2: Documenten Als de inschatting is dat een Pgb passend is voor cliënt, moet een aantal documenten ingevuld worden: het Pgb-plan en het zorgplan. Als cliënt het Pgb niet zelf gaat beheren moet ook het onderdeel ‘Pgb-vertegenwoordiging’ op het formulier ingevuld worden. De medewerker van het buurtteam zal deze documenten opsturen naar het IAB. 3: Intake IAB Het IAB checkt of alle nodige documenten compleet zijn en goed zijn ingevuld.
Vervolgens wordt er een intake gepland. Tijdens deze intake wordt de Pgb vaardigheid getoetst en wordt de omvang van de zorgvraag in kaart gebracht. Het IAB maakt hierover een advies en stuurt deze naar de gemeente. Op basis hiervan stuurt de gemeente een toekennende of afwijzende beschikking naar cliënt.
Financiële onderbouwing Tabel: Financiële consequenties van de beslispunten
LASTEN – BEGROOT Individuele voorzieningen
2027
Product
I/S
2023
2024
2025
2026
6.3
S
€ 4,9 mln.
€ 4,7 mln.
€ 4,6 mln.
€ 4,2 mln. € 4,2 mln.
€ 4,9 mln.
€ 4,7 mln.
€ 4,6 mln.
€ 4,2 mln. € 4,2 mln.
Totaal
I=Incidenteel S=Structureel
Consequenties gedekt?
JA
Overige toelichting: De financiële consequenties zijn gedekt binnen de begroting Conclusie De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding Welke stukken treft u aan? Registratienr.
Naam
< automatisch >
< Bestandsnaam >
< automatisch >
< Bestandsnaam >
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Afdeling Zorg, Tim Oosterveer, 06-14824962, t.oosterveer@amsterdam.nl
€ 4,