CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoordracht Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 versie 10okt23

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 2 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Hoofdlijnen Kunst en Cultuur 2025-2028 (VN2023-021652)4.281 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nummer < automatisch > Directie

< automatisch >

Voordracht voor de Raadsvergadering van 8 november 2023

Portefeuille Agendapunt Datum besluit

< Vul de portefeuille in > < automatisch > College van B en W 10 oktober 2023 Onderwerp

Vaststellen van de Hoofdlijnen Kunst en Cultuur 2025-2028 De gemeenteraad van Amsterdam besluit

1. de ‘Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028’ inclusief de bijlagen vast te stellen met als belangrijkste onderdelen: a. De ambitie van het gemeentebestuur om in de nieuwe Kunstenplanperiode met een nieuwe koers verder te bouwen aan een sterke, open en representatieve cultuurstad. Een stad waarin alle Amsterdammers in alle wijken en gebieden in aanraking kunnen komen met kunst en cultuur en zich voldoende kunnen herkennen in wat de musea, podia, theaters, clubs en festivals te bieden hebben. Een stad waarin ruimte is en blijft voor culturele organisaties en broedplaatsen, meer focus komt op de makers en waar toegankelijkheid een centraal uitgangspunt is van het cultuurbeleid. Om die reden willen we met het Kunstenplan 2025-2028 gezamenlijk werken aan een nieuwe koers in Amsterdam. Een koers op basis van scherpe keuzes over de verdeling van financiële middelen. b. Het AFK voert twee regelingen uit in het kader van het Kunstenplan 2025-2028: de regeling Vierjarige subsidies Kunstenplan 2025-2028 (bijlage 3) en de contouren van de regeling Ontwikkeling 2025-2028 (bijlage 4) c. Op basis van het advies van de Amsterdamse Kunstraad zeven instellingen aan te wijzen die direct onder het gemeentebestuur vallen en het afschaffen van de Amsterdamse Basisinfrastructuur (Amsterdam Bis).

Deze zeven instellingen zijn op te splitsen in drie categorieën: collectie Amsterdam, grote instellingen met omvangrijk en internationaal bereik en grootstedelijke podia waarin de gemeente fors investeert. Dit betekent concreet dat: - het Amsterdam Museum; - het Stedelijk Museum Amsterdam; - de Nationale Opera & Ballet; - Internationaal Theater Amsterdam; - het Koninklijk Concertgebouworkest; - het Bijlmer Parktheater; - en Theater de Meervaart; rechtstreeks een subsidie van de gemeente ontvangen die is opgenomen in de gemeentebegroting onder de titel Kunstenplan (begrotingspostsubsidie). Deze zeven instellingen dienen een aanvraag in bij de gemeente waarna de Amsterdamse Kunstraad het college zal adviseren welke bedragen toe te kennen voor de periode 2025-2028. d. De aanwijzing van zes instellingen op het gebied van cultuureducatie welke rechtstreeks een subsidie van de gemeente ontvangen die is opgenomen in de gemeentebegroting onder de titel Kunstenplan (begrotingspostsubsidie). Enerzijds van wege het belang van de dienstverlenende activiteiten van deze instellingen, zijnde: - Mocca; - Voucherbeheer; - en het Jeugdfonds Sport en Cultuur Amsterdam.

Anderzijds de voorbereiding van een nieuw convenant voor cultuureducatie met schoolbesturen en scholen ,waarbij in de periode 2025-2028 met het beleid een verbreding en verschuiving van gratis naar betaald aanbod in muziekonderwijs zal plaats vinden. Dit proces vergt onderzoek en een zorgvuldige begeleiding. Het gaat hier om: - Muziekschool Amsterdam - Aslan Muziekcentrum - het Leerorkest. e. De criteria op basis waarvan de Amsterdamse Kunstraad en het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) de aanvragen van de instellingen beoordelen, te weten: - artistiek belang; - belang voor de stad; - diversiteit en inclusie; - uitvoerbaarheid. De Amsterdamse Kunstraad en het AFK stellen op basis van deze criteria een beoordelingskader op. 2.

Het financieel kader voor de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 vast te stellen, hierbij is een totaal budget van (afgerond) € 160,7 miljoen (inclusief nominale compensatie) beschikbaar dat in 20252028 structureel (per jaar) wordt verdeeld conform het onderstaande: - Zeven instellingen onder verantwoordelijkheid gemeente €60.033.428 - Drie instellingen cultuureducatie onder de verantwoordelijkheid van de gemeente € 5.601.229 - Drie instellingen muziekeducatie onder de verantwoordelijkheid van de gemeente € 6.475.109 - AFK Vierjarige regeling Kunstenplan 2025-2028 € 51.200.642 - AFK regeling Ontwikkeling 2025-2028 € 1.464.692 - AFK projectsubsidies € 9.400.583 - AFK beheerlasten € 4.128.957 - Vaste subsidies Kunstenplan €19.185.249 - Programma Leiderschap divers talent €500.000 - Werkbudgetten € 1.087.465 - Exploitatie culturele voorzieningen in de wijk: € 1.578.000 3. In te stemmen met het continueren van de methodiek dat alle middelen die tijdens de Kunstenplanperiode beschikbaar zijn ook daarvoor worden ingezet en: a. voor de uitvoering de systeemreserve Egalisatiereserve Kunstenplan te blijven gebruiken en de looptijd van de reserve te verlengen met vier jaar tot en met 2028; b. aan de onder a. genoemde systeemreserve jaarlijks de middelen toe te voegen die (nog) niet tot besteding zijn gekomen binnen de (jaar)begroting van het Kunstenplan; c.

te bepalen dat onttrekkingen aan deze reserve moeten voldoen aan de voorwaarde dat deze passen binnen de doelstellingen van het kunstenplan en dat afgeweken mag worden van de raming van de onttrekking, ook in het geval dat een hogere dan geraamde onttrekking noodzakelijk is; d. het reservepaspoort aan te passen op de onder a. tot en met c. genoemde punten. 4. Vast te stellen de Verordening Amsterdamse culturele infrastructuur, Hoofdlijnen en Kunstenplan die is aangepast aan de hand van de door het college gekozen systematiek voor het Kunstenplan 2025-2028 (bijlage 9).

Wettelijke grondslag

Artikel 149 en 108 van de Gemeentewet Bestuurlijke achtergrond

De gemeente Amsterdam ondersteunt professionele en in Amsterdam actieve instellingen op het gebied van kunst en cultuur op basis van het Kunstenplan. Ter voorbereiding op het Kunstenplan stelt het gemeentebestuur de Hoofdlijnennota vast, in lijn met de op 17 december 2009 door de gemeenteraad vastgestelde nota ‘Nieuwe Kunstenplansystematiek’. De Hoofdlijnennota is het centrale beleidsdocument waarin het gemeentebestuur het kunst en cultuurbeleid voor een periode van vier jaar vastlegt en tevens het kader vastlegt voor instellingen die een subsidieaanvraag willen indienen. Op 18 december 2019 heeft de gemeenteraad de Verordening Amsterdamse culturele infrastructuur, hoofdlijnen en kunstenplan 2019 vastgesteld. Op grond van deze verordening heeft het college tot taak om, volgend op de Verkenning van de Amsterdamse Kunstraad, de contouren op te stellen (artikel 2.2.). De contouren vormen de vooruitblik op de komende Kunstenplanperiode met een beschrijving op hoofdlijnen van de beleidsdoelstellingen welke de basis vormt voor gesprekken met de cultuursector. Op 22 december 2022 heeft de Amsterdamse Kunstraad de Verkenning 2022 gepubliceerd.

De Verkenning 2022 vormt een belangrijke basis voor het formuleren van beleid door het gemeentebestuur en dient als input voor de Hoofdlijnennota en het Kunstenplan 2025-2028 Op 19 juli 2023 heeft de gemeenteraad de Contouren Kunstenplan 2025-2028 vastgesteld. Naar aanleiding van de Contouren Kunstenplan 2025-2028 heeft de wethouder Kunst en Cultuur diverse gesprekken gevoerd met de kunst- en cultuursector. Naast kleinere bijeenkomsten vond ook een breed sectorgesprek plaats op 9 juni 2023, waarvan de uitkomsten mee zijn genomen in de verdere uitwerking van het beleid en de totstandkoming van de nota Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028. De Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 worden ter advisering voorgelegd aan de Amsterdamse Kunstraad. Onderbouwing besluit

Ad .1.a Het gemeentebestuur bouwt in de periode 2025-2028 met een nieuwe koers aan een sterke, open en representatieve cultuurstad. Een stad waarin alle Amsterdammers in alle wijken en gebieden in aanraking kunnen komen met kunst en cultuur en zich voldoende kunnen herkennen in wat de musea, podia, theaters, clubs en festivals te bieden hebben. Een koers op basis van scherpe keuzes over de verdeling van financiële middelen. Met de nieuwe koers van het Kunstenplan 2025-2028 werkt de gemeente aan een meer gelijke verdeling van kunst en cultuur over de stad. Zowel door te investeren in nieuwe plekken, maar ook door drempels weg te nemen in de toegang tot subsidies en andere financieringsmogelijkheden. De Kunstenplansystematiek wordt versimpeld en er komt meer ruimte bij het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) voor nieuwe instroom van culturele instellingen in het Kunstenplan die nu nog ondervertegenwoordigd zijn binnen het brede kunst- en cultuuraanbod in de stad. Makers krijgen via het AFK meer en meer directe ondersteuning.

Met de nieuwe koers voor kunst en cultuur kijkt de gemeente naar wijken, waar talenten zich ontplooien en zich ontwikkelen – via opleidingen maar ook via lokale communities en verbindingen met andere domeinen. Op het gebied van cultuureducatie wordt de komende periode ongelijk geïnvesteerd voor gelijke kansen. We blijven investeren in nieuwe en bestaande plekken voor kunst en cultuur in de hele stad en kijken hierbij gericht naar de wijken. De hoofdstad voor cultuur is zowel een thuis voor nationaal gefinancierde instellingen als instellingen die door de gemeente en het Rijk ondersteund worden. Tegelijkertijd draagt Amsterdam met het stedelijk beleid bij aan kunst en cultuur in de rest van Nederland. Amsterdam pakt daarmee een nationale verantwoordelijkheid en die rol blijven we pakken. We blijven voorbij de landsgrenzen kijken als het gaat om kunst en cultuur en leggen hier ook een verbinding met de diaspora in Amsterdam uit diverse herkomstlanden. Met het Kunstenplan 2025-2028 wil de gemeente bijdragen aan een duurzamere stad. We volgen hierbij aanbevelingen op uit het advies van de Raad voor Cultuur over duurzaamheid in de cultuursector en werken hierbij samen met het Rijk. We hebben hierbij extra aandacht voor duurzaam cultureel vastgoed en verwachten ook dat instellingen hier rekening mee houden bij de meerjaren onderhoudsplannen.

We werken in de nieuwe periode aan het toegankelijk maken van panden in eigendom van de gemeente waar culturele instellingen in zijn gehuisvest. Ad 1.b en 1.c Met de Verkenning 2022 heeft de Amsterdamse Kunstraad het gemeentebestuur geadviseerd om een heldere keuze te maken aan het begin van het proces. Conform het Kunstraadadvies werden instellingen op naam vastgesteld nog voor aanvang van het Kunstenplan 2025-2028. Daarnaast adviseerde de Kunstraad om functies in de huidige Amsterdam Bis onder te brengen bij het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK). Vanwege de juridische complexiteit bij het verdelen van schaarse subsidiemiddelen heeft de gemeente in het voorjaar van 2023 bij advocatenkantoor Pels Rijcken advies ingewonnen over de inrichting van de Amsterdam Bis. In dit advies werd benadrukt dat schaarse subsidies op een transparante wijze moeten worden verdeeld - en dat belangstellenden op gelijke wijze en met dezelfde kansen aan die verdeling moeten kunnen deelnemen. Op basis hiervan verzocht het college de Kunstraad een voorstel te formuleren over de samenstelling van de Amsterdam Bis in de Kunstenplanperiode 2025-2028. Met het advies ‘Voor de kunsten – voor de stad. Advies over de culturele infrastructuur van Amsterdam Kunstenplan 2025-2028’ presenteerde de Kunstraad een uitwerking van dit verzoek.

Hierin adviseert de Kunstraad om vanaf 2025 binnen het Kunstenplan van Amsterdam geen basisinfrastructuur meer te onderscheiden en niet meer te spreken van een Amsterdam Bis. Het onderscheid binnen het huidige Kunstenplan tussen instellingen die deel uitmaken van wat volgens de Kunstraad kan worden gezien als een ‘eredivisie’ (Amsterdam Bis) en de instellingen die een vierjarige Kunstenplansubsidie ontvangen van het AFK wordt hiermee opgeheven. De constatering van het onderzoeksbureau Blueyard dat het Kunstenplan als systeem te complex is geworden, en het eerdergenoemde juridisch advies van Pels Rijcken onderschrijven volgens de Kunstraad het belang van het schrappen van deze tweedeling. Met de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 wordt dit advies overgenomen: - Het AFK voert in het kader van het Kunstenplan 2025-2028 twee meerjarige subsidieregelingen uit, te weten: - De regeling Vierjarige subsidies Kunstenplan 2025-2028 - De Contouren regeling Ontwikkeling 2025-2028

-

Er zijn daarnaast drie groepen geformuleerd waar zeven instellingen bij horen die in het Kunstenplan 2025-2028 direct onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen. Deze zeven instellingen kunnen een aanvraag doen voor een begrotingspostsubsidie in het kader van het Kunstenplan voor de periode 2025-2028: a. Collectie Amsterdam. Instellingen die naast hun eigen collectie ook mede de Collectie Amsterdam beheren te weten de kunstwerken en bijzondere objecten die in het bezit zijn van de gemeente. Het betreft hier het Amsterdam Museum en het Stedelijk Museum Amsterdam. b. Grote instellingen met omvangrijk nationaal en internationaal bereik. Amsterdam investeert jaarlijks fors (variërend van ruim zeven tot ruim dertien miljoen euro) in drie grote instellingen, die een omvangrijk nationaal en internationaal bereik hebben en een groot aantal fte (vast en/of flexibel). Naast de stad investeert ook het Rijk een relatief grote som geld in deze instellingen, wat bestuurlijke afstemming gewenst maakt. Het betreft hier de Nationale Opera & Ballet, Internationaal Theater Amsterdam en het Koninklijk Concertgebouworkest. c. Grootstedelijke podia waarin de gemeente fors investeert. Twee grootstedelijke podia waarin de gemeente in de komende Kunstenplanperiode grote eenmalige investeringen doet met betrekking tot het gebouw, zoals genoemd in de Voorjaarsnota 2023.

Podia die vanuit de context van een stadsdeel de gehele stad en metropoolregio bedienen. Het betreft hier het Bijlmer Parktheater en Theater de Meervaart. De Kunstraad beoordeelt de aanvragen van de zeven instellingen. De Kunstraad brengt uiterlijk 15 juni 2024 advies uit aan het gemeentebestuur over de aanvragen en over de hoogte van de subsidiebedragen. Het college besluit daaropvolgend op basis van dit advies over de verlening van de subsidies aan de zeven instellingen.

Deze versimpeling van de systematiek komt tegemoet aan een roep vanuit de sector en de stad. Ad 1.d In het Cluster Cultuureducatie zijn instellingen opgenomen die dienstverlenende activiteiten op het gebied van cultuureducatie aanbieden. Het gaat om - Mocca (Expertisecentrum Cultuureducatie Amsterdam) dat scholen gratis advies over de uitvoering van het cultuureducatiebeleid biedt; Mocca is tevens penvoerder voor Amsterdam voor het Rijksprogramma Cultuureducatie met Kwaliteit. - Voucherbeheer (ondergebracht bij Cultuur + Ondernemen), dat scholen gratis vouchers (‘digitale’ tegoeden) biedt om cultuureducatieve activiteiten bij cultuuraanbieders in te kopen. - Het Jeugdfonds Sport Cultuur Amsterdam (JFSCA) dat de cursuskosten voor culturele activiteiten vergoed voor kinderen uit minimagezinnen. Mocca, Voucherbeheer en het Jeugdfonds Sport en Cultuur Amsterdam zijn unieke instellingen en ontvangen subsidie in de vorm van een begrotingspostsubsidie onder directe verantwoordelijkheid van de gemeente. Daarnaast zijn in het Cluster Cultuureducatie drie muziekscholen opgenomen die vanuit het huidige convenant tussen gemeente en schoolbesturen gratis muziekles bieden aan scholen voor primair en speciaal onderwijs: Muziekschool Amsterdam, Aslan Muziekcentrum en het Leerorkest.

Voor deze muziekscholen wordt de nieuwe Kunstenplanperiode 2025-2028 een periode van transitie van betaald naar gratis aanbod. In schooljaar 2023-2024 wordt onderzoek gedaan naar de stand van zaken van het cultuuronderwijs in Amsterdam. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek wordt een nieuw convenant met schoolbesturen en scholen opgesteld dat tevens het kader wordt voor de drie muziekscholen om aan te vragen. Om deze transitie zorgvuldig uit te voeren blijven deze drie muziekscholen in de Kunstenplanperiode 2025-2028 een begrotingspost subisidie ontvangen onder directe verantwoordelijkheid van de gemeente. De aanvragen zullen worden behandeld door de Amsterdamse Kunstraad. Met de Kunstraad wordt nader afgestemd wanneer deze muziekscholen hun aanvraag indienen.

Ad 1.e Alle aanvragen, de instellingen die subsidie aanvragen bij het AFK en de 7 instellingen die direct onder de gemeente vallen worden door respectievelijk het AFK en de kunstraad beoordeeld op deze criteria. De uitwerking van de criteria en de wijze van beoordeling vindt echter op verschillende manieren plaats. Voor de instellingen die direct onder de gemeente vallen gelden extra verantwoordelijkheden en verplichtingen. Bij de instellingen die een meerjarige Kunstenplansubsidie ontvangen van het AFK ligt de nadruk meer op maatwerk. Ad 2. Het totale financiële kader voor het Kunstenplan 2025-2028 bedraagt jaarlijks € 160,7 miljoen. Uitgangspunt is het huidige budget en de nominale ontwikkeling op subsidies. De nominale compensatie 2024 is onder voorbehoud van het vaststellen van de begroting 2024 door de gemeenteraad in november 2023. Het huidige budget (Kunstenplan 2021-2024) van € 151,3 miljoen stijgt met € 9,4 miljoen door het toepassen van nominale compensatie, herverdelen van budgetten in de begroting van Programmaonderdeel 3.2 Kunst en Cultuur en de inzet van de reserve Kunstenplan. Het financieel kader neemt daardoor toe tot € 160,7 miljoen.

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het Kunstenplan 2021-2024 zijn:  Het AFK verleent vanaf 2025 alle subsidies in het kader van het Kunstenplan met uitzondering van de 7 instellingen onder verantwoordelijkheid van de gemeente, de subsidies muziekeducatie en de subsidies cultuureducatie onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Hiervoor is een budget van € 52,7 miljoen beschikbaar  Zeven instellingen vallen direct onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Dat zijn, het Amsterdam Museum, Stedelijk Museum Amsterdam, Het Koninklijk Concertgebouworkest, Nationale Opera en Ballet, Internationaal Theater Amsterdam (ITA), Theater de Meervaart en het Bijlmer Parktheater. Het totale beschikbare budget voor deze instellingen bedraagt € 60,0 miljoen.  Het totale budget van de 7 instellingen wordt met € 3,0 miljoen verlaagd en aan het subsidiebudget voor het AFK toegevoegd met de onderstaande verdeling over de verschillende regelingen: o regeling 4-jarige subsidies € 2,0 miljoen o regeling ontwikkeling € 0,5 miljoen o projectsubsidies professionele kunst € 0,5 miljoen Meer instellingen ontvangen hierdoor structurele financiering of kunnen zich ontwikkelen, en per jaar kunnen meer makers – verspreid over de stad - ondersteuning krijgen voor projecten.

 Nieuw programma Leiderschap divers talent Het financieel kader wordt verder toegelicht in hoofdstuk 11 van de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028. Ad 3. Deze methodiek is ingesteld overeenkomstig de motie van raadslid de Goede (nr. 897 van 2008), waarbij is besloten om bedragen die vrijvallen doordat een organisatie failliet gaat of geen uitvoering kan geven aan de kunstenplansubsidie, herbesteed worden. Met het amendement van raadslid Ruigrok (nr 948 van 2012) is deze herinzet van vrijgevallen middelen binnen het Kunstenplan herbevestigd voor het Kunstenplan 2013-2016. Bij de vaststelling van het Kunstenplan 2017-2020 heeft de raad besloten om de systematiek waarbij alle middelen die vrijvallen gedurende de Kunstenplanperiode opnieuw worden ingezet binnen de doelstellingen van het Kunstenplan te continueren voor het Kunstenplan 2017-2020 en alle komende Kunstenplannen. Om deze systematiek uit te voeren is de systeemreserve Egalisatiereserve Kunstenplan ingesteld. Om de vier jaar worden in de Hoofdlijnen Kunstenplan de nieuwe beleidsdoelstellingen voor de komende vier

jaar bepaald. De doelstelling van deze systeemreserve volgt de doelstellingen van elk nieuw Kunstenplan. In het paspoort van de reserve staat dat alle middelen die niet of later tot besteding komen binnen de begroting van het Kunstenplan worden toegevoegd aan de reserve en conform het paspoort is van de wenselijkheid van de reserve opnieuw beoordeeld. De redenen om de reserve te blijven gebruiken voor het Kunstenplan 2025-2028 zijn:  De investeringen in de ontwikkeling van nieuwe culturele voorzieningen in de wijken Noord, Nieuw West en Zuidoost wordt voortgezet. Voor de programmering in deze nieuwe voorzieningen en in tijdelijke voorzieningen is jaarlijks € 1,6 miljoen opgenomen. Het blijkt dat de planning voor de oplevering van nieuwe voorzieningen soms bijgesteld moet worden. Als gevolg daarvan ligt ook de inzet van de programmagelden niet op voorhand helemaal vast. Het deel van het budget waar nog geen gebruik van wordt gemaakt gaat voorlopig eerst in de reserve om later te worden besteed.  De middelen in het kunstenplan 2021-2024 voor de programmering in nieuwe culturele voorzieningen in de wijken zullen niet volledig in deze periode worden benut doordat de oplevering van de nieuwe voorzieningen later plaatsvindt dan gepland. Door de reserve kunstenplan te verlengen kunnen de middelen alsnog voor € 0,9 miljoen worden ingezet in het Kunstenplan 2025-2028.

De middelen worden ingezet voor de verhoging van het budget Wijkimpuls voor het versterken van de culturele infrastructuur en het bereik in Noord, NieuwWest en Zuidoost en voor de werkdesk.  Met het Jeugdfonds Sport en Cultuur (JFSC) willen we meer kinderen bereiken. In het budget is rekening gehouden met een toename van het bereik in de loop van 2025-2028. De subsidie aan het Jeugdfonds is gebaseerd op een vergoeding per cursus en daarmee rechtstreeks gekoppeld aan het bereik. Voor het JFSC is een gemiddeld budget voor 1,7 miljoen per jaar opgenomen en door middel van de egalisatiereserve worden fluctuaties in de groei opgevangen. Ad 4. Gelet op de SCE-uitspraak van de Afdeling kan de bevoegdheid tot het verstrekken van subsidies niet meer gedelegeerd worden aan het AFK. Het college stelt daarom de subsidieregelingen vast, het AFK doet daartoe een voordracht. Het AFK beslist over het verstrekken van de subsidies, dat is nu ook het geval. In de verordening is opgenomen dat AFK de bevoegdheid heeft om te besluiten subsidie te verstrekken op basis van de door het college vastgestelde subsidieregelingen. De gemeente attribueert de bevoegdheid tot het verstrekken van subsidies in de raadsverordening aan het AFK. En verder: - Zijn de eisen ten aanzien van de subsidieaanvragen verwerkt in de richtlijnen voor de subsidieaanvragen die ter kennisname bijgevoegd zijn.

De subsidieaanvraag Kunstenplan 2025-2028 bestaat uit de volgende onderdelen: A. Een volledig ingevuld digitaal formulier Kunstenplan 2025-2028 dat bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Algemene gegevens 2. Het activiteitenoverzicht 3. Onderhoud van vastgoed (indien van toepassing) B. Een ondernemingsplan (max. 20 pagina’s). C. Een uittreksel uit het handelsregister dat niet ouder is dan drie maanden D. Een afschrift van de statuten van de organisatie. E. Een afschrift van de twee meest recente jaarverslagen, de twee meeste recente jaarrekeningen en balans van de organisatie zoals vastgesteld door het bestuur of de raad van toezicht. F. Een gedetailleerde meerjarenbegroting 2025-2028.

G. Een actueel meerjarenonderhoudsplan (MOP) dat bij voorkeur niet ouder is dan 1 jaar op 1 februari 2024 (alleen van toepassing voor instellingen die een verantwoordelijkheid hebben ten aanzien van het onderhoud van gebouwen). -

En heeft het college op 11 juli 2023 ingestemd met uitgangspunten voor een nieuwe huursystematiek voor de verhuur van het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. De nieuwe systematiek heeft als doel om maatschappelijke partijen die het algemeen belang dienen in de stad te voorzien van beter betaalbare huisvesting. De nieuwe huursystematiek wordt de komende tijd nader uitgewerkt. De invoering van de nieuwe huursystematiek gebeurt na besluitvorming over de financiële uitgangspunten en gaat gelden voor nieuwe contracten. Het definitieve besluit daarover zal in 2024 aan het college en de raad wordt voorgelegd.

De toepassing van de nieuwe huurprijssystematiek vindt vooralsnog plaats bij nieuwe huurcontracten. Het uitgangspunt is dat bestaande contracten niet wijzigen, tenzij huurder en verhuurder het hierover eens zijn, bijvoorbeeld bij een renovatie of verduurzaming van het pand. Het in 2023 genomen besluit van het college bepaalt ook dat huurders die subsidies ontvangen waarbij zij in hun aanvraag zijn uitgegaan van een lopend huurbedrag - en een lopende termijn van hun huurcontract - erop moeten kunnen vertrouwen dat de nieuwe systematiek hen gedurende een subsidietermijn niet in de problemen brengt. Dit geldt ook voor instellingen die gehuisvest zijn in gemeentelijk vastgoed die een aanvraag gaan doen binnen het Kunstenplan 2025-2028. Financiële onderbouwing

Financiële onderbouwing: <ja

Tabel: Financiële consequenties van de beslispunten

BATEN x 1 miljoen Egalisatiereserve Kunstenplan

product

I/S

2025

2026

2027

2028

3.2

I

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

S

2025

2026

2027

2028

Totaal

LASTEN x 1 miljoen Instellingen onder verantwoordelijkheid gemeente

3.2

S

60,0

60,0

60,0

60,0

Cultuureducatie*

3.2

S

12,1

12,1

12,1

12,1

AFK 4-jarige regeling

3.2

S

51,2

51,2

51,2

51,2

AFK regeling ontwikkeling

3.2

S

1,5

1,5

1,5

1,5

AFK projectsubsidies

3.2

S

9,4

9,4

9,4

9,4

AFK beheer

3.2

S

4,1

4,1

4,1

4,1

Vaste subsidies

3.2

S

19,2

19,2

19,2

19,2

Programma Leiderschap

3.2

S

0,5

0,5

0,5

0,5

Werkbudgetten

3.2

S

1,1

1,1

1,1

1,1

Exploitatie van culturele voorzieningen in de wijk

3.2

S

1,6

1,6

1,6

1,6

€ 160,7

€160,7

Totaal Kunstenplan 2024-2028

€ 160,7

€ 160,7

I=Incidenteel S=Structureel

Consequenties gedekt?

<Ja / Nee / Gedeeltelijk>

Overige toelichting: Het saldo van de baten en lasten gedurende het kunstenplan 2025-2028 bedraagt € 160,5 miljoen per jaar. Uitgangspunt voor het financieel kader is het huidige niveau van de subsidies aan instellingen en overige kosten, te weten € 151,3 miljoen. Hieraan zijn € 9,4 miljoen aan middelen toegevoegd door (extra) nominale compensatie en onttrekkingen aan de reserve Kunstenplan binnen programmaonderdeel 3.2 Kunst en Cultuur. Van het totaal budget van jaarlijks € 160,7 miljoen voor het Kustenplan 2025-2028 is in 2025 en 2026 € 1,4 miljoen incidenteel gedekt, in 2027 € 2,9 miljoen en in 2028 € 3,0 miljoen. Deze middelen zijn incidenteel beschikbaar tot en met 2028. Deze incidentele middelen bestaan uit

In het coalitieakkoord zijn incidentele middelen beschikbaar gesteld voor het Amsterdams Fonds voor de Kunsten (AFK) en Cultuureducatie. Aanvullend is met de Voorjaarsnota 2023 besloten in 2027 en 2028 € 1,2 miljoen toe te voegen om een stabiel budget beschikbaar te houden over de hele kunstenplanperiode 2025-2028. Daarnaast wordt gedurende 2025-2028 jaarlijks € 0,2 onttrokken aan de reserve Kunstenplan. De incidentele coalitieakkoord middelen voor cultuureducatie zijn oplopend verdeeld van € 0,7 miljoen in 2025 en 2026 naar € 1,0 miljoen in 2027 en € 1,1 miljoen in 2028. Samen met de bijdragen vanuit de

begroting Onderwijs aan cultuurcoaches is het totaalbudget in 2025-2028 een gelijk bedrag voor € 1,6 miljoen per jaar. De systeemreserve Egalisatiereserve Kunstenplan wordt gebruikt om jaarlijks middelen toe te voegen die nog niet tot besteding zijn gekomen binnen de (jaar)begroting van het Kunstenplan. Conform deze systematiek wordt in het Kunstenplan 2021-2024 aan deze reserve middelen toegevoegd. De middelen in de huidige Egalisatiereserve Kunstenplan worden voor het Kunstenplan 2025-2028 ingezet en blijven daarmee voor kunst en cultuur beschikbaar. Door de inzet van de middelen uit de reserve is een aanvullend budget van € 0,2 miljoen mogelijk voor de Wijkimpuls, waarmee de culturele infrastructuur in Noord, Nieuw West en Zuidoost wordt versterkt en de Werkdesk Conclusie: In het programma onderdeel 3.2 Kunst en Cultuur is volledige dekking aanwezig voor het financieel kader van het kunstenplan 2025-2028 Geheimhouding

NVT

Welke stukken treft u aan? Registratienr.

Naam

< automatisch >

< Bestandsnaam >

< automatisch >

< Bestandsnaam >

< Bijlagen moeten aan het volgende voldoen: - Lever bijlagen zoveel mogelijk in PDF aan. - Bekendmakingsbesluit van de gemeenteraad moeten in Word aangeleverd worden. - Geheime bijlagen moeten in de bestandsnaam beginnen met GEHEIM. In de bijlage zelf moet een duidelijke markering opgenomen worden waardoor de gebruiker meteen ziet dat het document geheim is. Bijvoorbeeld een KABINET of GEHEIM stempel of een watermerk met GEHEIM. > Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

< Vermeld hier de naam en contactgegevens waar men terecht kan voor meer informatie.>

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13380072/2