CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoordracht HLB sociale basis def.docx

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 29 maart 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen Hoofdlijnenbesluit sociale basis (VN2023-004544)4.810 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nummer < automatisch > Directie

< automatisch >

Voordracht voor de Raadsvergadering van < Datum >

Portefeuille Agendapunt Datum besluit

Zorg en maatschappelijke ontwikkeling < automatisch > College van B en W < Datum collegebesluit > Onderwerp

Vaststellen Hoofdlijnenbesluit herinrichting sociale basis per 2025 De gemeenteraad van Amsterdam besluit

1.

Kennis te nemen van de huidige situatie met betrekking tot de sociale basis en de aanleiding voor herinrichting. 2. De uitgangspunten voor herinrichting van de sociale basis per 2025 vast te stellen langs welke een beleidskader en subsidieregeling zullen worden uitgewerkt, te weten:  Meerjarig vastleggen van de gebiedsopgave op hoofdlijnen: 2025-2028;  Meerjarig commitment op deze opgave door meerjarig subsidiëren van: o kernpartners voor de infrastructuur; o gebiedsspecifieke partners die een cruciale rol vervullen in de opgave in gebieden;  Alliantievorming met een overzichtelijk aantal partners op in ieder geval de infrastructuur;  Meer focus op evidence informed/based werken;  Monitoring, verantwoording en informatievoorziening gericht op de opgave;  Vereenvoudiging subsidiestelsel en vermindering van administratieve lastendruk;  Uitwerken van strategisch partnerschap. 3. Het huidige beleidskader sociale basis met een jaar te verlengen tot en met 31 december 2024. 4. Kennis te nemen van het vervolgproces met betrekking tot het realiseren van een nieuw beleidskader sociale basis vanaf 2025 en de bijbehorende subsidieregeling. Wettelijke grondslag

  

Artikel 108 jo artikel 147, tweede lid, van de Gemeentewet: de gemeenteraad is bevoegd tot regeling en bestuur inzake de huishouding van de gemeente. Artikel 2.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015): Het gemeentebestuur draagt zorg voor de maatschappelijke ondersteuning. Artikel 2.1.2 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015): De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast met betrekking tot het door het gemeentebestuur te voeren beleid met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning.

Bestuurlijke achtergrond

-

Op 29 mei 2019 heeft de gemeenteraad het huidige beleidskader “Samen Vooruit” Op weg naar een stevige sociale basis in Amsterdam (2020-2023) vastgesteld. Op 18 juni 2019 heeft het college van B&W de Subsidieregeling sociale basis 2020-2023 vastgesteld. Deze is jaarlijks aangepast naar aanleiding van evaluatie en onderdelen die zijn toegevoegd zoals middelen voor ontwikkelbuurten. Op 2 juli 2019 heeft het college van B&W ingestemd met de financiële systematiek voor de sociale basis. De overheveling van middelen die daarmee gepaard ging is bij de begroting 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. Het college heeft haar prioriteiten voor de sociale basis tweejaarlijks vastgesteld: op 16 april 2019 voor de jaren 2020-2021 en op 15 juni 2021 voor de jaren 20222023. Dagelijks Besturen hebben vanaf 2019 jaarlijks voor het zomerreces de gebiedsgerichte opgave voor de sociale basis (in de gebiedsgerichte uitwerking) en de subsidieplafonds vastgesteld welke richting gaven voor subsidieaanvragen.

De uitvoering van de sociale basis is gemandateerd aan de Dagelijks Besturen in de stadsdelen en stadsgebied. Kaderstelling is niet gemandateerd en is een taak van de Raad (beleidskader) en het college (subsidieregeling). Voor het zomerreces 2022 is een start gemaakt met het formuleren van een aantal uitgangspunten voor herinrichting van de sociale basis. De tweede helft van 2022 is gebruikt om met betrokken wethouders en verlengd bestuur een gezamenlijke lijn te formuleren. Die lijn is uitgewerkt in dit hoofdlijnenbesluit. Dit besluit biedt de kaders waarbinnen een nieuw beleidskader en bijbehorende subsidieregeling zullen worden uitgewerkt. Dit biedt voor alle betrokkenen duidelijkheid. De beweging staat niet meer ter discussie, en langs de uitgangspunten kunnen de koers en het instrumentarium verder worden uitgewerkt. In eerste instantie was het de bedoeling om per 2024 een nieuw beleidskader te realiseren. Gezien de omvang van de beweging die wordt voorgesteld en de behoefte om een zorgvuldig proces te doorlopen met alle betrokkenen, is dat echter niet haalbaar gebleken.

Onderbouwing besluit

Ad. 1: Kennis te nemen van de huidige situatie met betrekking tot de sociale basis en de aanleiding voor herinrichting: Zoals beschreven in het huidige beleidskader ‘Samen Vooruit’, op weg naar een stevige sociale basis voor Amsterdam (2020-2023) is de sociale basis belangrijk voor de inwoners van Amsterdam. In een stevige sociale basis wordt maximaal ingezet op het ontdekken van talenten en benutten van kansen en mogelijkheden van Amsterdammers om mee te kunnen doen. Ook heeft de sociale basis een belangrijke rol in het versterken van kansengelijkheid en sociale cohesie onder andere doordat Amsterdammers elkaar ontmoeten en elkaar ondersteunen. Een stevige sociale basis maakt het mogelijk om lichte vormen van ondersteuning eenvoudig en dichtbij Amsterdammers te organiseren. Waar mogelijk helpen Amsterdammers elkaar. Hiermee ontstaat een belangrijke preventieve werking, waarmee behoefte aan zwaardere ondersteuning kan worden voorkomen. De noodzaak voor een stevige sociale basis is alleen maar groter geworden. Actuele onderwerpen als de energiecrisis, vluchtelingen crisis en de effecten van de Coronapandemie maken dat steeds meer Amsterdammers het moeilijk hebben. De verschillen tussen inwoners worden groter en de bevolking vergrijst. De maatschappelijke opgave is

groot. Bovendien staat het zorgstelsel onder druk. De wens om hulp en ondersteuning meer dichtbij in het gewone leven te bieden en waar mogelijk te voorkomen in plaats van onnodig zware (specialistische) zorg te bieden wordt hiermee steeds groter. Schaarste van financiële middelen en krapte op de arbeidsmarkt terwijl de zorgvraag stijgt, onderstrepen de noodzaak om deze beweging te maken. Een belangrijke pijler uit het huidige beleidskader is om de herkenbaarheid van de sociale basis te vergroten, deze te vereenvoudigen en beter in verbinding te brengen met buurtteams, OKT, (specialistische) ondersteuning en andere onderdelen van het sociaal domein. Hierdoor kan ook met meer focus worden ingezet op de opgaven in de verschillende wijken en gebieden. De afgelopen jaren is ingezet op het verstevigen van de sociale basis door: - Er zijn al grote stappen gezet om ongelijk investeren in de sociale basis vorm te geven. Het totaalbudget en personele inzet voor de sociale basis is herverdeeld over de stadsdelen. Hiervoor is een set indicatoren gericht op kwetsbaarheid van gebieden uit de gemeentefondssystematiek als objectief verdeelmodel gebruikt. Binnen de stadsdelen wordt daarnaast steeds beter gekeken naar hoe het totaalbudget wordt verdeeld als het gaat om inzet op de opgave in gebieden. De komende jaren zal hier aan worden verder gewerkt.

- Budgetten en activiteiten die bij de sociale basis horen zijn daar ondergebracht. Op deze manier is een duidelijke afbakening gecreëerd tussen specialistisch aanbod, inzet vanuit de Buurtteams & OKT’s, en aanbod vanuit de sociale basis. - Er is meer focus aangebracht in gebiedsgericht en opgavegericht werken. Het jaarlijks opstellen van de gebiedsgerichte uitwerkingen maakte daar onderdeel van uit. Deze uitwerkingen gaven ook houvast om aanbod meer te richten naar de opgave in de gebieden. - Er is ingezet op het verstevigen van de samenwerking tussen directies en stadsdelen en tussen stadsdelen onderling. Dit heeft onder meer vorm gekregen in de eenduidige aansturing van partners in de stad. Instellingen die over stadsdelen heen hun activiteiten uitvoeren hebben één aanspreekpunt vanuit de stadsdelen. Afstemming tussen stadsdelen wordt door deze “overall-accounthouder” getrokken. Directies en stadsdelen hebben steeds concretere afspraken over welk aanbod op welke plek in het stelsel wordt gerealiseerd. Zo kan ook makkelijker worden gezorgd voor aanbod dat op elkaar aansluit. - Eén subsidieregeling voor de stad. De periode voor de sociale basis, toen het kader basisvoorzieningen nog van kracht was, had elk stadsdeel 6 subsidieregelingen. Deze zijn onder de vlag van de sociale basis omgevormd tot één subsidieregeling voor de stad waarin Weesp inmiddels ook is meegenomen.

Deze subsidieregeling heeft ook mogelijk gemaakt dat Rijksmiddelen in het kader van Corona en budgetten voor ontwikkelbuurten sociaal konden worden uitgegeven. - Samen met een aantal grote welzijnsinstellingen is een monitor opgezet. In die monitor wordt een aantal interventies over de stad heen in beeld gebracht. Daarmee ontstaat een beter beeld van welke Amsterdammers gebruik maken van deze interventies en hoe het bereik in verschillende gebieden eruit ziet. Door de veelheid en verscheidenheid aan interventies in de sociale basis en het enorme veld aan partners is deze beweging beperkt mogelijk. Al met al zijn er flinke stappen gezet in het eenduidiger inrichten van de sociale basis. Maar we zijn er nog niet. Om ervoor te zorgen dat Amsterdammers ook onder de veranderende omstandigheden kunnen blijven rekenen op ondersteuning en

mogelijkheden om mee te doen, en om het stelsel betaalbaar te houden is verdere herinrichting noodzakelijk. Hieronder beschrijven we de huidige knelpunten en uitdagingen: - Gewenste beweging in het sociaal domein: zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig: het stelsel van zorg en ondersteuning staat, en zoals verwacht neemt de druk op dat stelsel steeds verder toe: de vraag stijgt terwijl middelen onder druk staan. Het stelsel blijft de komende jaren alleen houdbaar als er een betere balans wordt gevonden tussen preventie en zorg. Het is belangrijk om daarbij in te zetten op het versterken van het dagelijks leven van Amsterdammers en om hen de mogelijkheden te bieden hun talenten te ontdekken en zichzelf te ontplooien. Geboden ondersteuning of zorg moet zo zwaar als nodig & zo licht als mogelijk zijn: de beweging naar de voorkant. De sociale basis speelt in deze beweging een cruciale rol. In de uitvoeringspraktijk zie je dat het vaak niet (alleen) gaat om voorkomen van zwaardere hulp door ondersteuning vanuit de sociale basis te bieden, maar dat het juist om de combinatie gaat.

Ook als mensen (professionele) hulp nodig hebben wil je dat die zoveel mogelijk aansluit bij het normale leven van mensen, daardoor zie je in de praktijk vaak combinaties ontstaan waarin aanbieders van (specialistische) hulp/ondersteuning en sociale basis niet alleen naar elkaar doorgeleiden maar ook rond een kind of gezin met elkaar samenwerken. Daarmee wordt de ondersteuning beter en duurzamer en bovendien goedkoper. Dat maakt een overzichtelijk veld en samenwerking als strategische partners dus nog belangrijker. Op dit moment is de sociale basis nog niet zo ingericht dat die rol zo kan worden ingevuld, zoals ook blijkt uit de hiernavolgende punten. - Samenwerking tussen sociale basis, Buurtteams/OKT en specialistische (jeugd)zorg & ondersteuning: het stelsel werkt alleen als men elkaar in de uitvoering snel weet te vinden. Op dit moment is dat nog onvoldoende het geval. Dat heeft meerdere oorzaken. Het ontbreken van een duidelijke infrastructuur vanuit de sociale basis met herkenbare aanspreekpunten op cruciale ondersteunende functies is er daar één van. - Aanbod moeilijk vindbaar voor kwetsbare Amsterdammers: niet alleen voor partners, maar ook voor Amsterdammers geldt dat aanbod vaak moeilijk vindbaar is. Er is geen duidelijk overzicht, en veel verschillende noemers voor dezelfde activiteiten.

- Preventieve werking vraagt om kwalitatief goed aanbod: de sociale basis is niet de oplossing voor alles. Het is belangrijk om dat te benoemen, omdat de aanname niet moet zijn dat de sociale basis de volledige besparing elders in het stelsel zal kunnen opvangen. Om te voorkomen dat Amsterdammers afhankelijk worden van ondersteuning of zorg is ook de focus op meedoen en ontplooiing belangrijk zodat Amsterdammers worden toegerust om kleine problemen in eerste instantie zelf te kunnen oplossen en de weg te kunnen vinden naar ondersteuning op het moment dat ze die nodig hebben. Als ondersteuning aan de orde is, zijn Amsterdammers alleen geholpen met een laagdrempelige oplossing in de sociale basis als ze daar ook op kunnen rekenen en als die kwalitatief op orde is. Disclaimer daarbij is dat het niet alleen gaat om kwalitatief sterk aanbod dat professioneel wordt georganiseerd. Juist activiteiten voor en door bewoners spelen een belangrijke rol in de sociale basis. Kwaliteitseisen moeten geen keurslijf opleveren voor activiteiten voor en door bewoners. - Onvoldoende zicht op de effecten en resultaten van de sociale basis & het functioneren van het stelsel: steeds vaker wordt gevraagd om zicht op de sociale basis.

Gezien de rol die de sociale basis heeft (en steeds meer krijgt) in de maatschappelijke opgaven in het sociaal domein en de hoeveelheid middelen die we besteden in sociale basis, ligt het voor de hand dat we meer inzicht willen hebben in de effecten van de interventies en de resultaten die worden bereikt in de sociale basis in relatie tot het

-

-

-

-

geld dat we hier aan uitgeven. De huidige inrichting met meer dan 1.000 subsidies per kalenderjaar aan ruim 570 partners zorgt ervoor dat dit zicht moeilijk te genereren is. Het is daarom wenselijk om niet alleen het veld overzichtelijker te organiseren, maar ook passende afspraken te maken over hoe we willen sturen en monitoren. Ook hier is een disclaimer op zijn plaats: causale verbanden zijn in de sociale basis moeilijk te leggen. Veel interventies zijn gericht op het vergroten van kansen, op meedoen, en op het voorkomen en klein houden van problemen. Het welzijn van Amsterdammers, of de mate waarin zij zich eenzaam voelen, wordt door heel veel factoren bepaald. Het is daarmee moeilijk om duiding te geven aan de bijdrage die bijvoorbeeld het openstellen van een Huis van de Wijk of het deelnemen aan een activiteit daarin heeft. Bovendien moet de behoefte aan inzicht in balans blijven met de administratieve lastendruk van het registeren van de benodigde informatie en de laagdrempeligheid van bepaalde voorzieningen. Huidige inrichting zorgt voor veel regeldruk: intern & extern: het jaarlijks subsidiëren van zoveel partijen brengt een enorme administratieve last met zich mee voor zowel partners als voor de interne organisatie. Er wordt in de huidige inrichting ook nauwelijks gedifferentieerd in subsidieregimes voor grote en kleine partijen.

Taaie sociale opgaven vragen om langdurig commitment: de afgelopen jaren is de opgave jaarlijks vastgelegd in een gebiedsgerichte uitwerking (GGU). Deze opgave verandert echter niet elk jaar en er is meerjarige inzet en commitment zowel vanuit het ambtelijk apparaat als van partners nodig om verandering te bewerkstelligen. Een bekend gezicht voor bewoners in de buurt, kennis van het netwerk in de buurt, duurzame relaties opbouwen met andere partners rondom kwetsbare bewoners zodat er snel ander type hulp bij gehaald kan worden als die nodig is. Verder differentiëren in opdrachtgeverschap: de sociale basis is heel breed; van kernfuncties in de infrastructuur zoals buurtwerk en jongerenwerk, die worden uitgevoerd door grote professionele instellingen, tot activiteiten door vrijwilligersorganisaties en kleine initiatieven van bewoners. Juist deze combinatie maakt dat de sociale basis laagdrempelige mogelijkheden biedt voor ondersteuning en meedoen. Tegelijkertijd zien we dat het karakter en de functie van de activiteiten die door vrijwilligersorganisaties en buurtinitiatieven worden uitgevoerd anders zijn dan de kernfuncties die door de meer professionele organisaties worden uitgevoerd. Het kenmerk van een vrijwilligersinitiatief is dat het ontstaat vanuit de samenleving en de gemeente het ondersteunt of faciliteert (bijv.

middels een subsidie), omdat zij waarde ziet in het initiatief. Terwijl voor een kerntaak als jongerenwerk er veel meer sprake is van een taak waarvoor de gemeente aan een organisatie een opdracht wil geven om deze uit te voeren. Dit maakt dat niet alleen het karakter anders is, maar je ook iets anders mag verwachten van de partij die het uitvoert. Dit neemt overigens niet weg dat ook aanbieders van kerntaken veel werken met vrijwilligers en buurtbewoners en dat je ook vrijwilligers initiatieven kunt ‘belonen’ of faciliteren als deze bijdragen aan de doelen van de gemeente. Juist de samenhang tussen kernfuncties en vrijwilligersinitiatieven maakt de sociale basis krachtig. We gaan dan ook uit van gelijkwaardige samenwerking. De andere functie en aard vraagt wel om een differentiatie tussen de kernfuncties en de vrijwilligersinitiatieven in de wijze waarop we het organiseren en hoe we het opdrachtgeverschap van de gemeente inrichten. Verweij Jonker zegt hierover in het vergelijkend onderzoek naar de sociale basis dat zij recent heeft uitgevoerd ”Er is een spanningsveld tussen het willen inzetten van bewoners en vrijwilligers voor beleidsdoelen en de intrinsieke waarde van bewonersinitiatieven en vrijwilligerswerk” https://www.verweyjonker.nl/publicatie/leren-sturen-en-verantwoorden-in-de-sociale-basis/.

Er is sprake van schaarste: De middelen in het zorgstelsel staan onder druk, terwijl de vraag naar hulp en ondersteuning stijgt. Bovendien is er sprake van krapte op de

arbeidsmarkt in verschillende sectoren. Dat maakt het nog belangrijker om de gewenste beweging in het sociaal domein te maken en om te zorgen dat we de sociale basis efficiënt en effectief inrichten. Voeding voor verandering De noodzaak en roep om verandering komt niet uit de lucht vallen, maar wordt vanuit verschillende hoeken ondersteund: - Brief Stadsdeelbestuurders aan onderhandelaars ten tijde van verkiezingen voorjaar 2022: stadsdeelbestuurders hebben een gezamenlijke brief gestuurd naar de onderhandelaars. In die brief zijn zaken als meerjarig subsidiëren, het verlagen van regeldruk en focus op preventie rode draden. - Brief van gezamenlijke welzijnsorganisaties aan Raadsfracties: de grote welzijnspartners roepen op tot meer focus op preventie, een betere balans tussen inzet vanuit de Buurtteams en Ouder- en Kindteams en de professionele inzet vanuit de sociale basis en meerjarige subsidies. Zij roepen ook op tot het terugdringen van het aantal subsidieregelingen en het steviger organiseren van ondersteuning aan bewoners die initiatief willen nemen zonder hen op te zadelen met enorme verantwoordingseisen. - Link met Integraal Zorg Akkoord (IZA); meer nadruk/aandacht voor preventie: ook landelijk is gesignaleerd dat druk op de zorg te hoog is en als er niets verandert, niet houdbaar is.

Het Zorgakkoord richt zich onder andere op meer preventie om problemen klein te houden en vroegtijdig te signaleren. Focus zit ook op het vergroten van zelfredzaamheid zodat mensen minder snel afhankelijk worden van zorg en ondersteuning. - Amsterdams coalitieakkoord 2022 -2026: in het coalitieakkoord zitten aanknopingspunten die aansluiten bij het voorstel om de sociale basis te optimaliseren: de inzet op kansengelijkheid blijft onverminderd belangrijk, inzet op preventie is versterkt aangezet, betere samenwerking tussen lagen in het stelsel en meer overzicht in de uitvoering. - Verwey –Jonker vergelijkend onderzoek sociale basis: Amsterdamse uitvoering complex georganiseerd: het Verweij Jonker instituut heeft een vergelijkend onderzoek uitgevoerd naar de sociale basis in 12 gemeenten: https://www.verweyjonker.nl/publicatie/leren-sturen-en-verantwoorden-in-de-sociale-basis/ . Er is gekeken naar beleidstheorie en naar inrichting. De conclusie is dat Amsterdam qua beleidstheorie een duidelijk verhaal laat zien. De manier echter waarop Amsterdam de sociale basis heeft georganiseerd springt vooral in het oog door de complexiteit ervan (waaiermodel pag.29). De inrichting van het bestuurlijk stelsel heeft daar een bijdrage in, maar is zeker niet de enige factor.

Andere grote gemeenten werken veelal met meerjarige subsidies aan allianties van partijen, daar waar Amsterdam jaarlijks rond de 1.000 subsidies verleent. Ad.2: De uitgangspunten voor herinrichting van de sociale basis per 2025 vast te stellen langs welke een beleidskader en subsidieregeling zullen worden uitgewerkt:  Meerjarig vastleggen van de gebiedsopgave op hoofdlijnen: 2025-2028; De sociale opgave in gebieden is taai en verandert niet jaarlijks. Voor het sturen op deze opgave is het belangrijk dat deze op hoofdlijnen meerjarig wordt vastgelegd. Hierin moet wel voldoende ruimte blijven voor het inspelen op actualiteiten. De opgave in de gebieden is leidend in het opdrachtgeverschap richting partners. Continuïteit en langlopende afspraken geven ruimte voor (verander)trajecten die tijd vragen en dragen bij aan vermindering van bureaucratie. Daarom leggen we de opgave meerjarig vast en

vertalen we dit ook als zodanig naar de afspraken die we maken met samenwerkingspartners. 

Meerjarig commitment op deze opgave door meerjarig subsidiëren van: o kernpartners voor de infrastructuur; o gebiedsspecifieke partners die een cruciale rol vervullen in de opgave in gebieden; Kernfuncties zoals het jongerenwerk, het buurtwerk en de exploitatie en het beheer van Huizen van de Wijk vormen de infrastructuur van de sociale basis. Voor Buurtteams, Ouder- en Kindteams en andere partners zijn de partijen die deze functies uitvoeren de eerste aanspreekpunten in de sociale basis. Partijen die deze functies uitvoeren zorgen er samen voor dat locaties voldoende zijn bemenst en toegerust voor openstelling en het bieden van laagdrempelige ondersteuning. Zij hebben ook een belangrijke rol in het faciliteren en ondersteunen van initiatief van bewoners, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van expertise en ruimtebieding. Voor het subsidiëren van de kernfuncties geldt dat partners zich moeten richten naar de gebiedsopgave: daar waar bijvoorbeeld veel aan de hand is met betrekking tot jeugdproblematiek, zal meer jongerenwerk worden ingezet, dan daar waar dat minder speelt. Aanvullend op de kernfuncties is het wenselijk dat gebieds-specifieke partners ook meerjarig gesubsidieerd kunnen worden voor hun bijdrage aan de gebiedsopgave.

Het gaat hier om partners die niet direct een rol hebben in de infrastructuur in het hele stadsdeel, maar die een cruciale rol spelen in specifieke buurten of gebieden en zich veelal richten op een specifieke opgave. Deze partijen zijn vaak diep geworteld in de haarvaten van een buurt en hebben een belangrijke rol in het bereiken van specifieke groepen bewoners. Ook voor deze partners geldt dat samenwerking op de opgave een belangrijke voorwaarde is. Welke vorm daarvoor wordt gekozen wordt nog nader uitgewerkt. 

Alliantievorming met een overzichtelijk aantal partners op in ieder geval de infrastructuur; Voor de sociale basis geldt, net als voor de rest van het sociale domein, dat een eenvoudiger stelsel wordt voorgestaan waarin partners in gezamenlijkheid en breed naar problematiek kijken. Door meteen vanuit verschillende perspectieven te kijken is de kans groter dat direct passende ondersteuning ingezet kan worden. Om dit doel te bereiken wordt gebouwd aan een stelsel met zo weinig mogelijk schotten en een beperkt aantal samenhangende opdrachten. We willen de opdrachten uit de verschillende lagen in het stelsel zo op elkaar laten aansluiten dat er een samenhangend aanbod ontstaat zonder hiaten. Om ervoor te zorgen dat partners zich gezamenlijk meerjarig aan de opgave in gebieden committeren, en daarin effectief en efficiënt hun expertise samenhangend kunnen inzetten, vragen we hen om allianties te vormen. Werken vanuit een gezamenlijke opgave is belangrijk en vraagt vaak om meer expertises die niet in één organisatie aanwezig zijn. Samenwerking op een gezamenlijke opgave vraagt bovendien om een gedeelde visie waarover van te voren afspraken worden gemaakt. Hierbij gaat het om een overzichtelijk aantal partners die met elkaar de infrastructuur in het stadsdeel neerzetten. Dit kan betekenen dat sommige partners die nu subsidie ontvangen afvallen.

We gaan niet uit van het in stand houden van organisaties, maar van continuïteit in functies en ondersteuning aan de Amsterdammer. Onderzoek laat zien dat alliantievorming vooral vruchten afwerpt bij een beperkt aantal partners: hoe meer partners hoe meer tijd besteed moet worden aan afstemming

(https://www.verwey-jonker.nl/publicatie/ervaringen-met-allianties-en-alliantiebeleid-inamsterdam/). De vorm wordt nader uitgewerkt in de subsidieregeling. Alliantievorming moet leiden tot geïntensiveerde samenwerking met duidelijke afspraken over rollen en taken. We weten dat alliantievorming ervoor zorgt dat er minder concurrentie ontstaat tussen samenwerkende partners en dat goede afspraken over wie wat doet ook zorgen voor minder overlap in werkzaamheden. Een beperkt aantal partners zorgt ook voor betere sturingsmogelijkheden vanuit de gemeente en voor administratieve lastenverlichting.  Meer focus op evidence informed/based werken; De stelselbeweging vraagt om een stevige sociale basis met een zo optimaal mogelijke preventieve werking. Bewoners moeten hier terecht kunnen voor adequate laagdrempelige ondersteuning en mogelijkheden om mee te doen. Om deze preventieve werking waar te kunnen maken is het belangrijk dat er meer focus komt op interventies en (elementen van) aanpakken die bewezen effectief zijn. De mate waarin dit gevraagd kan worden van partners verschilt uiteraard. In de opdracht aan partners die kernfuncties uitvoeren kan dit uitdrukkelijker worden meegegeven. Zij kunnen op dit vlak ook een rol hebben in het versterken van activiteiten die bewoners organiseren.

Door af te stappen van een jaarlijkse subsidiecyclus en op die manier partners meerjarige zekerheid te bieden komt er ook rust en ruimte om de benodigde focus aan te brengen en de kennis die er is (zoals bijvoorbeeld bij de GGD) te benutten.  Monitoring en verantwoording en informatievoorziening gericht op de opgave: Wat we willen bereiken is afgeleid van de opgave in een wijk of gebied en we willen zo goed mogelijk inzichtelijk maken of we daarin de goede beweging maken. Kenmerk van interventies in de sociale basis is dat niet altijd de causaliteit tussen de interventies en het effect is aan te tonen. Het is bijvoorbeeld aannemelijk dat preventieve inzet bijdraagt aan het voorkomen van onnodig zware zorg. Maar welke interventie daar nu precies aan heeft bijgedragen is lastiger te duiden. Daarbij spelen ook omstandigheden mee die buiten de invloedsfeer van de gemeente of onze samenwerkingspartners liggen. Het is een proces gericht domein, met veel interveniërende factoren (uitkomst onderzoek Verweij Jonker). Wat we willen bereiken is de basis voor afspraken die we maken met allianties, maar het is niet realistisch om organisaties ‘af te rekenen’ op het behalen van het gewenste beleidsdoel of effect. Wel kunnen we vragen naar de impact die zij hebben gehad op het bereiken van een effect.

Daarnaast maken we afspraken over welke data we willen verzamelen die inzicht geven in die impact en het gewenste effect. Het gaat om een meet- en verbeterbeweging die inzicht moet geven of we de juiste dingen doen. Gezamenlijk leren en duiden van data is een belangrijk onderdeel hiervan. Het ontwikkelen van de juiste set van informatie is een proces dat tijd kost en we graag samen met onze partners vormgeven. Met het vormgeven van de monitor sociale basis de afgelopen jaren zijn hier al een aantal stappen in gezet.  Vereenvoudiging subsidiestelsel en vermindering van administratieve lastendruk: Parallel aan de herinrichting van de sociale basis is een beleidsbrief subsidies opgesteld. In deze brief is de visie op subsidieverlening voor de komende jaren vastgelegd. De beweging die vanuit die visie wordt ingezet is mede gevoed door lessen vanuit de sociale basis. We vertalen de uitgangspunten door naar de herinrichting van de sociale basis. Concreet betekent dit dat we inzetten op minder regeldruk voor partners en medewerkers. Meerjarig subsidiëren van de kernfuncties en partners in gebiedsopgaven helpt hierin. Voor kleine initiatieven zal het jaarlijks aanvragen van subsidie mogelijk blijven, met een lichter regime als het gaat om aanvragen en verantwoorden. We

differentiëren op subsidieregimes: zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. Daar waar dat kan en noodzakelijk blijkt, ontdubbelen we op instrumentarium.  Uitwerken strategisch partnerschap: Een andere organisatie van de sociale basis leidt tot ander opdrachten aan allianties en een andere manier van sturen vanuit de gemeente. Bovendien is de sociale basis onderdeel van een groter geheel in het sociaal domein. Dit vraagt ook om een andere rolopvatting van de gemeente waar het gaat om sturing. Parallel aan de ontwikkeling van het beleidskader werken we ook de rol van de gemeente verder uit. We staan samen met onze samenwerkingspartners aan de lat voor een grote opgave. Dit kan alleen als je samenwerkt als partners. We zetten de sociale basis dan ook niet op afstand, maar werken samen vanuit strategisch partnerschap. Ad. 3: Het huidige beleidskader sociale basis met een jaar te verlengen tot en met 31 december 2024: Bij de sociale basis zijn vier (tot voorkort vijf) wethouders betrokken, ieder vanuit onderdelen binnen hun portefeuille. Uitvoering van de sociale basis is gemandateerd aan de Dagelijks Besturen in de stadsdelen en stadsgebied. Verlengd bestuurders zijn daarom uitdrukkelijk betrokken op de koers die voor de komende jaren wordt vastgelegd.

Mede gevoed door bestuurlijke gesprekken begin 2022 zijn ambtelijk de contouren voor een nieuw beleidskader in de eerste helft van 2022 uitgewerkt. De verkiezingen maakten dat de contouren pas na het zomerreces bestuurlijk getoetst konden worden. Om een nieuw beleidskader met bijbehorend instrumentarium gereed te hebben per 2024 had een concept-kader voor het kerstreces van 2022 vrijgegeven moeten worden voor inspraak. Dat is niet mogelijk en ook niet wenselijk gebleken. Gezien de grootte van de voorgestelde beweging, is gekozen voor zorgvuldigheid boven snelheid. Op 28 november 2022 zijn de uitgangspunten voor herinrichting in het portefeuillehoudersoverleg sociaal besproken. Wethouders en verlengd bestuurders hebben ingestemd met het uitwerken van de uitgangspunten in dit hoofdlijnenbesluit. Het huidige beleidskader sociale basis “Samen Vooruit” loopt tot en met 2023. Daarna verloopt het van rechtswege. Het is belangrijk dat er per 2024 een geldig beleidskader is, omdat het kader de basis is voor de bijbehorende subsidieregeling die de grondslag vormt voor te verlenen subsidies. Om voldoende tijd te nemen voor de totstandkoming van een nieuw beleidskader wordt u gevraagd het huidige beleidskader met een jaar te verlengen. Ad.

4: Kennis te nemen van de planning met betrekking tot het realiseren van een nieuw beleidskader sociale basis vanaf 2025 en de bijbehorende subsidieregeling: De voorbereidingen voor een nieuw beleidskader lopen. Er hebben meerdere ambtelijke werksessies plaatsgehad en de opbrengst daarvan is met verlengd bestuurders en coördinerend wethouder besproken. Als het hoofdlijnenbesluit is genomen, kan ook het participatietraject met partners en stadsdeelcommissies worden gestart. Hieronder treft u de grove planning. Q2 2023: Voorbereiden concept-beleidskader/ starten ontwerp subsidieregeling Eind mei: input voor beleidskader ophalen bij partners en collega’s.

Medio juni: aanzeggen huidige subsidierelaties per 2025 (iam JZ wellicht later) Juni/ juli: concept beleidskader vaststellen college en vrijgeven voor inspraak Juni/juli: Adviesaanvraag Stadsdeelcommissies Inspraak: zomermaanden: zo inrichten dat fysieke inspraakmomenten buiten reces vallen: zomerreces vanaf 4e week juli. Q3/ Q4 2023: Kader en Subsidieregeling gereed Augustus/september: verwerken inspraak beleidskader Medio september: vaststellen beleidskader door college Oktober: vaststellen beleidskader Raad Oktober: bestuurlijke afstemming concept-regeling November/ begin december: vaststellen regeling Q1/ Q2 2024: Uitzetten en gunnen subsidietender meerjarige subsidies Januari: uitzetten subsidietender meerjarige subsidies Maart/april: inschrijvingen binnen April/mei: beoordeling/ voorlopige gunning Voor zomerreces 2024 definitieve inrichting vanaf 2025 bekend Q3/ Q4 2024: implementatie allianties Januari 2025: herinrichting operationeel. Financiële onderbouwing

Financiële onderbouwing: Nee Geheimhouding

n.v.t.

Welke stukken treft u aan? Registratienr.

Naam

< automatisch >

< Bestandsnaam >

< automatisch >

< Bestandsnaam >

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Roos Vollemans, Programmamanager sociale basis, 0613839938, r.vollemans@amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12516268/1