Raadsvoordracht conceptregeling GR GGD Amsterdam-Amstelland
Tekst van het document
Nummer < automatisch > Directie
< automatisch >
Voordracht voor de Raadsvergadering van 29 november 2023
Portefeuille Agendapunt Datum besluit
Zorg en maatschappelijke ontwikkeling < automatisch > College van B en W 31 oktober 2023
Onderwerp
Instemmen met het niet indienen van een zienswijze op de conceptregeling van de gemeenschappelijke regeling (GR) GGD Amsterdam-Amstelland (huiselijk geweld en seksueel geweld) De gemeenteraad van Amsterdam besluit
1.
Geen zienswijze in te dienen op de conceptregeling van de gemeenschappelijke regeling GGD Amsterdam-Amstelland (huiselijk geweld en seksueel geweld). 2. Als onderdeel van deze conceptregeling hierbij in te stemmen met het formeel uittreden van de raad als deelnemer van de gemeenschappelijke regeling GGD Amsterdam-Amstelland, conform de wetswijziging in 2015.
Wettelijke grondslag
Artikel 1, derde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen Bestuurlijke achtergrond
De Wet op de maatschappelijke opvang (Wmo) 2015 legt het college van Burgemeester & Wethouders de plicht op om een Advies en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (AMHK), met andere woorden een Veilig Thuis organisatie, in te richten. De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) stelt dat de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van twee of meer gemeenten afzonderlijk of tezamen, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling kunnen treffen ter behartiging van één of meer bepaalde belangen van die gemeenten. Per 1 januari 2017 is de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor Veilig Thuis en het Centrum Seksueel Geweld vastgelegd in een openbaar lichaam, gemeenschappelijke regeling, genaamd Gemeenschappelijke Regeling GGD Amsterdam Amstelland. Dit lichaam bestaat uit zes leden, te weten de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn. Het rechtsgebied van het lichaam omvat het grondgebied van de leden. Na inwerkingtreding van de gemeenschappelijke regeling is het Openbaar lichaam GGD Amsterdam Amstelland een dienstverleningsovereenkomst aangegaan met de GGD Amsterdam.
In deze overeenkomst wordt de uitvoering van de taken aangaande het Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling (Veilig Thuis) alsmede het Centrum voor Seksueel Geweld opgedragen aan de GGD Amsterdam. Daarnaast valt onder deze regeling ook de opvang voor slachtoffers door Blijf Groep en de regioaanpak Veiligheid voor Elkaar.
Onderbouwing besluit
Achtergrond Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd. Deze wetswijziging dient voor 1 juli 2024 in alle gemeenschappelijke regelingen geïmplementeerd te worden. Ook de gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Amsterdam-Amstelland (GR GGD) moet worden gewijzigd. In deze gemeenschappelijke regeling zijn Veilig Thuis en het Centrum Seksueel Geweld voor de regio Amsterdam-Amstelland bestuurlijk ondergebracht. De GR GGD bevat naast Veilig Thuis en het Centrum Seksueel Geweld ook de Regioaanpak ‘Veiligheid voor Elkaar’ (2020-2025) gericht op het tegengaan van huiselijk geweld en kindermishandeling (vastgesteld door de verschillende gemeenteraden in 2020). Hiernaast besluiten de leden van deze GR ook over de opvang van slachtoffers van huiselijk geweld, verzorgd door de Blijf Groep. Gemeente Amsterdam (directie OJZD) is ambtelijk opdrachtgever namens het bestuur van de GR en de GGD is ambtelijk opdrachtnemer, die de uitvoering heeft ondergebracht bij Veilig Thuis en het Centrum Seksueel Geweld. De regio AmsterdamAmstelland heeft een adviesbureau, Proof Adviseurs, gevraagd om ondersteuning te bieden bij het proces van de wijziging van de GR. Uittreden raden Amsterdam-Amstellandgemeenten Eén van de wijzigingen betreft het uittreden van de raden van de AmsterdamAmstellandgemeenten uit de GR.
Op dit moment is sprake van oneigenlijk deelnemerschap van de gemeenteraden. Sinds 2015 bepaalt de Wgr dat alleen bestuursorganen die bevoegdheden inbrengen in een gemeenschappelijke regeling, deelnemer kunnen zijn aan de betreffende regeling. Alhoewel alleen colleges bevoegdheden inbrengen in de GR GGD Amsterdam-Amstelland, is abusievelijk nog sprake van een gemengde regeling waar naast de colleges, ook de raden aan deelnemen. Klaarblijkelijk is bij een eerdere wijziging van de GR GGD Amsterdam-Amstelland dit nog niet geactualiseerd. De wijzing van de GR GGD Amsterdam-Amstelland aan de gewijzigde Wgr van 2022 wordt aangegrepen om dit te herstellen. Deze uittreding heeft geen financiële gevolgen en leidt niet tot vermindering van het aantal deelnemers. De uittredingsregeling van drie jaar hoeft daarom niet toegepast te worden.
Daarnaast zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: • • • •
•
Algemeen: begripsbepalingen in de GR zijn op elkaar aangesloten en waar nodig zijn artikelen vernummerd vanwege de invoeging/toevoeging van artikelen of artikelleden; Aanhef en overwegingen zijn geactualiseerd naar collegeregeling (in plaats van een gemengde regeling) en aangevuld met de noodzaak tot wijziging in verband met de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen; Artikel 2: aangepast aan de geactualiseerde begripsbepalingen. Artikel 4: er is een vijfde lid toegevoegd wat de mogelijkheid creëert dat afzonderlijke colleges, binnen de in artikel 3 vermelde belangen, kunnen besluiten taken aan het algemeen bestuur in mandaat op te dragen, zonder dat daarvoor de GR gewijzigd hoeft te worden. Hiermee is flexibiliteit gecreëerd; Artikel 5: de samenstelling van het algemeen bestuur is aangepast vanwege de (wettelijk noodzakelijke) overgang naar een collegeregeling (er zijn immers geen raadsbevoegdheden ingebracht in de GR GGD Amsterdam-Amstelland) en de terminologie is gewijzigd om meer helderheid te creëren;
• •
• •
•
• • •
•
• •
• •
• •
Artikel 6: zie hiervoor bij artikel 5; Artikel 8: de terminologie is gewijzigd om meer helderheid te creëren, maar uitgangspunten die voorheen golden (bijv stemverhoudingen in algemeen bestuur (AB) om recht te doen aan het verschil in inwonersaantal tussen de afzonderlijke gemeenten) zijn gelijk gebleven; Artikel 8: toegevoegd lid 8 om aan de plicht van artikel 31a Wgr te voldoen dat dergelijke besluiten alleen na wensen en bedenkingen van de raad genomen mogen worden; Artikel 8: toegevoegd lid 9 , naar aanleiding van de gewijzigde Wgr (artikel 10, lid 5 Wg) is gekozen om voorafgaande aan het vaststellen door het AB van meerjarenbeleidsplannen zoals de regioaanpak en plannen van vergelijkbare strekking en inhoud eerst zienswijze te vragen aan de raden; Artikel 9 toegevoegd: hiermee wordt voldaan aan de plicht uit de Wgr om een bepaling over de wijze waarop inwoners en belanghebbenden kunnen participeren op te nemen in de GR (artikel 10 lid 7 Wgr). Er is gekozen het AB te laten bepalen op ten aanzien van welke besluiten participatie wordt ingezet. Dit gebeurt op de in de betreffende gemeenten gebruikelijke wijze (omdat sprake is van gemandateerde taken) hierbij hoeft niet afdeling 3.4 van de Awb in acht genomen te worden (daarmee is meer vrijheid tot het invullen van de termijnen); Artikel 11 en 12: de terminologie is kloppend gemaakt; Artikel 14: in lijn met de Wgr gebracht.
Het Dagelijks Bestuur (DB) mag nooit groter zijn dan 3 personen bij een GR met 6 deelnemers; Artikel 15: toegevoegd lid 3 om te expliciteren dat er geen besluiten van het DB aan de raden ter zienswijze worden voorgelegd. Anders dan het algemeen bestuur (zie artikel 8, negende lid), neemt het dagelijks bestuur/de voorzitter niet zelfstandig besluiten die dusdanige impact hebben dat, voorafgaand aan het nemen ervan, de raden om zienswijze gevraagd hoeft te worden; Artikel 20: toegevoegd lid 4 om te expliciteren dat er geen besluiten van de voorzitter aan de raden ter zienswijze worden voorgelegd.
Anders dan het algemeen bestuur (zie artikel 8, negende lid), neemt het dagelijks bestuur/de voorzitter niet zelfstandig besluiten die dusdanige impact hebben dat, voorafgaand aan het nemen ervan, de raden om zienswijze gevraagd hoeft te worden; Artikel 27 en 28: genoemde termijnen zijn aangepast aan de nieuwe termijnen in de Wgr; Artikel 28: toegevoegd lid 4 om te voldoen aan de nieuwe wettelijke plicht dat het DB de raden schriftelijk en gemotiveerd in kennis stelt van het oordeel over de zienswijze op de begroting en de conclusies die daaraan verbonden zijn (art 10 lid 6 Wgr); Artikel 34: in lid 3 toegevoegd de gewijzigde procedure voor toetreding ingevolge artikel 1 Wgr; Artikel 35, 35a, 35b en 35c: de uittredingsprocedure is aangepast aan de gewijzigde Wgr (artikel 9 Wgr) waarin wordt bepaald dat duidelijk is onder welke voorwaarden kan worden uitgetreden en wat de gevolgen van uittreding zijn, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de GGD Amsterdam-Amstelland en de gemeenten waarvan de colleges deelnemen; Artikel 37: toegevoegd een bepaling over evaluatie van de regeling naar aanleiding van de wijziging van de Wgr. Gekozen is om het AB te laten bepalen binnen welke termijn en waarover wordt geëvalueerd; Artikel 38: bekendmaking aangepast aan de gewijzigde bepalingen in de Wgr.
Vervolgstappen • Het college zendt hierbij de conceptregeling naar de raad, met het verzoek de zienswijze van de raad op de conceptregeling aan het college kenbaar te maken. • De raden moeten binnen 8 weken na toezending door het college een eventuele zienswijze toesturen of zo spoedig mogelijk kenbaar maken dat zij geen zienswijze wensen te geven. • Elk college verzendt de binnengekomen zienswijze aan het algemeen bestuur van de GR GGD Amsterdam-Amstelland. • Het bestuur van de GR GGD Amsterdam-Amstelland verwerkt eventuele zienswijzen al dan niet in de definitieve voorstel tot wijziging van de GR en motiveert waarom deze keuzes zijn gemaakt. Daarna zendt het algemeen bestuur de (eventueel gewijzigde) conceptregeling aan de colleges met het verzoek het formele besluitvormingstraject tot GR-wijziging te starten. • Elk college vraagt toestemming aan de raad om het besluit te nemen de GR te wijzigen zoals opgenomen in de conceptregeling (de raad heeft daarvoor 13 weken de tijd nadat het college toestemming heeft verzocht); • Elke raad besluit tot toestemming voor het college om de GR te wijzigen overeenkomstig de daartoe opgestelde conceptregeling (alleen mogelijk tot het verlenen van toestemming of niet, voorstellen tot inhoudelijke wijziging van de regeling is niet meer mogelijk dat dient bij de zienswijze-procedure te gebeuren).
• Nadat elke raad toestemming heeft gegeven aan het college tot wijziging van de GR, besluit elk college in de eerstvolgende vergadering de GR te wijzigen. • Nadat elk college het besluit tot wijziging van de regeling heeft genomen kan overeenkomstig de bepalingen in de Wgr de gewijzigde GR worden bekendgemaakt, waarna de gewijzigde regeling in werking treedt.
Financiële onderbouwing
Niet van toepassing Geheimhouding
Niet van toepassing Welke stukken treft u aan? Registratienr.
Naam
< automatisch >
Conceptregeling GR GGD Amsterdam-Amstelland
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
OJZD, Jerien Bonte, j.bonte@amsterdam.nl, 0638609395