CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsonderzoek erfpachtbeleid Amsterdam.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 30 juni 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: 'Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop' (ZD2021-008503)59.151 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 7

opvatting van consumentenbescherming. Indien het begrip consumentenbescherming uit de vraagstelling eng zou

Privaatrechtelijke bescherming

worden opgevat, zou er enkel worden gekeken naar het

Hiervoor zijn al enkele specifieke regels uit het privaatrecht,

private consumentenrecht zelf. Omdat het hier gaat om een

die de erfpachter bescherming geven besproken. Het gaat hier

context waarin de overheid partij is, moet bovendien oog

met name om de beperkingen die er zijn voor de eigenaar

zijn voor het publiekrecht. Voor zowel het privaat- als het

(de gemeente) om de erfpacht op te zeggen. Er bestaan

publiekrecht geldt bovendien dat de Europeesrechtelijke en

daarnaast in het privaatrecht nog vele algemene waarborgen

internationaalrechtelijke dimensie relevant zijn.

om consumenten te beschermen. In bijlage 3 zijn in tabel 1 relevante waarborgen uit het Burgerlijk Wetboek opgenomen,

Zowel in het privaatrecht als het publiekrecht zijn normen

met daarbij de bescherming die de bepaling biedt aan de

gelegen die de consument beschermen. De meest voorname

consument en daarbij de ratio van de wetgever om die bepaling

bronnen buiten het Burgerlijk Wetboek zijn de Algemene wet

op te nemen.

bestuursrecht (Awb), het Europees recht en het internationaal recht in de vorm van het Europees Verdrag voor de Rechten

In het privaatrecht krijgen partijen veel ruimte om zelf te

van de Mens (EVRM). Naast de brede opvatting in de zin van

bepalen welke overeenkomst zij gezamenlijk sluiten. Op het

rechtsgebieden, wordt er tevens een brede opvatting van de

gebied van zakelijke rechten is echter minder ruimte gegeven.

bescherming van de consument gehanteerd. In dit onderzoek

De wet biedt daarbij de buitenste kaders. Voor zakelijke rechten

kijken wij naar zowel preventieve als repressieve bescherming.

geldt het numerus clausus-beginsel, de zakelijke rechten die

De bescherming ‘aan de voorkant’ ziet toe op het moment

staan opgesomd in de wet zijn de enige zakelijke rechten die

voordat de gedraging van het bestuur heeft plaatsgevonden,

gevestigd mogen worden. Partijen mogen dus niet zelf nieuwe

bescherming ‘aan de achterkant’ gaat over het moment nadat er

zakelijke rechten bedenken. Binnen het zakelijk recht van

een besluit of handeling van het bestuur heeft plaatsgevonden.

erfpacht is er voor partijen echter wel weer ruimte om hun

Dit laatste heeft betrekking op de rechterlijke toets. Daarnaast

rechtsverhouding nader invulling te geven.

kunnen ook de Ombudsman en de Rekenkamer een (advies) rapport uitbrengen.

De algemene privaatrechtelijke waarborgen stellen kaders aan de vrijheid die partijen in beginsel hebben om zélf afspraken

Verhouding publiek en privaatrecht

te maken. Het doel van deze kaders is om onder meer partijen

Het is relevant om te beseffen dat het publiekrecht en

te beschermen. Zo geldt in het privaatrecht de eis van

het privaatrecht gelijkwaardig zijn. Het zijn parallelle

redelijkheid en billijkheid. Een tussen partijen als gevolg van

rechtsgebieden, het gaat dus om nevenschikking. Voor dit

de overeenkomst geldende regel is niet van toepassing, voor

onderzoek naar consumentenbescherming in het Amsterdamse

zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van

erfpachtstelsel spelen er twee vragen op het raakvlak tussen het

redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Redelijkheid

publiekrecht en het privaatrecht.

en billijkheid wordt vaak voornamelijk gevormd door algemeen erkende rechtsbeginselen, de in Nederland levende

Ten eerste de vraag of de overheid überhaupt gebruik

rechtsovertuigingen en de maatschappelijke en persoonlijke

mag maken van het privaatrecht en de daarin gelegen

belangen. Daarnaast is een van de belangrijke begrenzingen dat

privaatrechtelijke bevoegdheden, vanwege de aanwezigheid

de partijen altijd vanuit zuivere motieven moeten handelen, dat

van een publiekrechtelijke regeling. Dit heet ook wel de

is een vereiste voor het laten plaatsvinden van enig rechtsgevolg.

doorkruisingsleer, namelijk dat gebruik van het privaatrecht

Het is bovendien verboden voor een partij om zijn of haar

13

bevoegdheden te misbruiken. Dat is mogelijk als de partij de

13

Zie Scheltema & Scheltema, “Gemeenschappelijk recht, wisselwerking tussen publiek- en privaatrecht”, paragraaf 4.2.2.3.

14 15

HR 26 januari 1990, NJ 1991, 393 (Windmill). Zie ook bv. https://vng.nl/artikelen/doorkruisingsleer. Zie art. 3:14 BW.

19

Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop | Consumentenbescherming vanuit het oogpunt van goed bestuur

bevoegdheid gebruikt voor een ander doel dan waarvoor de

publiekrechtelijke beginselen te halen uit andere wetten, zoals

bevoegdheid is bedoeld of als de bevoegdheid slechts wordt

de Wob, en organieke wetten, zoals de Gemeentewet. De

gebruikt om een ander te benadelen. Een rechtshandeling mag

beginselen in het bestuursrecht hebben twee hoofdfuncties, ten

daarbij niet in strijd zijn met de goede zeden of de openbare

eerste zijn zij normen voor het bestuur zélf en ten tweede zijn

orde.

zij toetsingscriteria voor de controlerende instanties, zoals de rechter.

Voor het opnemen van algemene voorwaarden is in het Burgerlijk Wetboek een afdeling16 opgenomen met specifieke

Er is dus verschil tussen bescherming ‘aan de voorkant’ en

kaders ter bescherming van de consument tegen onredelijk

bescherming ‘aan de achterkant’. De beginselen van goed

bezwarende bedingen in de voorwaarden. Daarnaast is het

bestuur geven preventieve bescherming: het zijn beginselen

mogelijk om gebruik te maken van een tweezijdige vaststelling

waaraan het bestuur zich moet (of liever: wil) houden in al

van de algemene voorwaarden. De vaststelling ervan geschiedt

haar gedragingen. Bij de bescherming ‘aan de achterkant’

dan in samenspraak met een organisatie van consumenten.

toetst de rechter het bestuur aan de hand van de beginselen

17

van behoorlijk bestuur. Schending van de beginselen van goed In het privaatrecht is bovendien vastgelegd dat niet

bestuur kan leiden tot onrechtmatig overheidshandelen, maar

slechts privaatrechtelijke waarborgen van toepassing

dat hoeft – anders dan bij schending van de beginselen van

zijn op privaatrechtelijke overeenkomsten, maar tevens

behoorlijk bestuur – niet per se. Soms zal overheidshandelen

publiekrechtelijke regels, zowel geschreven als ongeschreven.

niet getuigen van goed bestuur, maar wél de rechterlijke toets

Art. 3:14 BW is de kapstokbepaling in het privaatrecht die

doorstaan omdat het wel (met de hakken over de sloot) de

de verbinding legt voor het hanteren van publiekrechtelijke

‘behoorlijkheidstoets’ haalt. Dit neemt niet weg dat ook van

normen bij het privaatrechtelijk handelen. De bepaling is vooral

de beginselen van goed bestuur (consumenten)bescherming

van belang wanneer de overheid zich van privaatrechtelijke

uit gaat. In de praktijk krijgt dit vooral vorm als het bestuur,

bevoegdheden bedient, zoals bij erfpacht. Het artikel maakt

redenerend van uit deze beginselen, komt tot een consistente en

duidelijk dat de overheid ook in zulke gevallen niet in strijd met

coherente handelwijze.

de algemene beginselen van behoorlijk bestuur mag handelen.

18

De Awb biedt dus een aantal waarborgen waar de overheid

Publiekrechtelijke bescherming

zowel bij publiekrechtelijk als privaatrechtelijk handelen aan

Bij overheidshandelen zijn altijd geschreven en ongeschreven

gehouden is.21 Allereerst wordt de overheid geacht haar taak

publiekrechtelijke rechtsbeginselen van toepassing

zonder vooringenomenheid te vervullen.22 Ten tweede moet

en dus niet slechts als zij een besluit neemt.19 Op het

de overheid te allen tijde zorgvuldig handelen.23 Ten derde

gebied van de publiekrechtelijke bescherming zijn er drie

mag de overheid slechts haar bevoegdheden gebruiken voor

verschillende groepen van belang. Dat zijn allereerst de

het doel waarvoor ze zijn toegekend, er mogen geen andere

algemene rechtsbeginselen in een bestuurlijke context.

doelen spelen bij het uitoefenen van haar bevoegdheden.24 Ten

Vanuit het perspectief van (consumenten)bescherming zijn

vierde moet de overheid altijd in het achterhoofd houden hoe

rechtsgelijkheid, rechtszekerheid, redelijkheid en billijkheid, fair

ingrijpend overheidsingrijpen kan zijn voor de burger en moet

play en integriteit belangrijke beginselen. Ten tweede zijn er de

daarom zorgen dat het overheidshandelen in verhouding is met

beginselen van goed bestuur. En ten derde zijn er de beginselen

de nadelige gevolgen voor belanghebbenden.25 Ten slotte is bij

van behoorlijk bestuur, die onderdeel uitmaken van de

al het handelen noodzakelijk dat de overheid motiveert waarom

beginselen van goed bestuur. De beginselen van goed bestuur en

zij handelt hoe zij handelt of waarom zij bepaalde besluiten

beginselen van behoorlijk bestuur zijn uitgewerkt in bijlage 3.20

neemt.26

De geschreven beginselen zijn opgenomen in de wet, met

Het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel zijn

name in de Awb. De ongeschreven beginselen volgen uit de

ongeschreven beginselen die op al het handelen van de overheid

jurisprudentie en literatuur. Naast de Awb, zijn er tevens

van toepassing zijn. Het rechtszekerheidsbeginsel waarborgt dat

16 17 18

21

19 20

Afdeling 3 van titel 5 van Boek 6. Hondius, Consumentenrecht (Mon. BW nr. A8) 2013/38. Art. 3:14 BW. Dit werd door de rechter reeds beslist in HR 27 maart 1987, NJ 1987, 727; Ikon en HR 8 juli 1991, NJ 1991, 691; Kunst- en Antiekstudio Lelystad. Zie T&C bij art. 3:14 BW. Art. 3:1 Awb jo. Afd. 3.2 – 3.4 Awb. G.H. Addink, Beginselen in het bestuursrecht, Deventer 2020. G.H. Addink en R. Schlössels, Europa en het algemeen bestuursrecht, Den Haag 2021, hoofdstuk 3.

22 23 24 25 26

Zie art. 3:1, tweede lid, Awb voor wat betreft andere handelingen dan besluiten. Voor wat betreft besluiten vloeit dat rechtstreeks voort uit de Awb-bepalingen. Art. 2:4 Awb. Art. 3:2 Awb. Art. 3:3 Awb. Art. 3:4 Awb. Art. 3:46 jo. 3:47 Awb.

20

Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop | Consumentenbescherming vanuit het oogpunt van goed bestuur

burgers de rechten die ze hebben verkregen ook daadwerkelijk

Het Handvest bevat onder andere het gelijkheidsbeginsel,

mogen uitoefenen. Het vertrouwensbeginsel schrijft voor dat

dat door het Hof is aangemerkt als fundamenteel beginsel

een overheid zich moet houden aan wat zij belooft.

van het EU-recht.31 In het Handvest is uitdrukkelijk bepaald dat er zorg gedragen moet worden voor een hoog niveau van

Ten slotte zorgt het gelijkheidsbeginsel, dat is verankerd in de

consumentenbescherming, voor zover het toepassingsgebied van

Grondwet, dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld en

het Handvest en waar lidstaten EU-recht uitvoeren betreft.32

ongelijke gevallen ongelijk worden behandeld in de mate waarin

Consumentenbescherming staat dus hoog in het vaandel van

zij verschillen.

de Europese Unie en geniet dus speciale aandacht. Op basis van dit artikel kunnen burgers dus aanspraak maken op een

Internationaal en Europees recht

hoog niveau van consumentenbescherming. Daarnaast is de

In het Europees Unierecht en in het internationaal recht zijn

Europese Unie van mening dat eenieder recht heeft op een

tevens kaders te vinden die van toepassing zijn op dit onderwerp

onpartijdige, billijke behandeling binnen een redelijke termijn

en die normen geven voor het handelen van de overheid. In

door de instellingen, organen en instanties van de Europese

het internationaal recht zijn het vooral de bepalingen in het

Unie van zijn zaken. Om die reden is het recht op good

EVRM. In het Europees recht zijn in het Verdrag betreffende

administration (goed bestuur) in het Handvest vastgelegd.33

de Europese Unie (VEU), het Verdrag betreffende de Werking

Dat recht slaat met name op het feit dat iedereen moet

van de Europese Unie (VWEU) en het Handvest van de

worden gehoord voordat er een voor hem nadelige individuele

grondrechten van de Europese Unie relevante bepalingen te

maatregel wordt genomen, dat eenieder inzage moet kunnen

vinden die bescherming bieden aan burgers en die het inperken

krijgen in zijn of haar dossier en dat de betrokken diensten

van rechten door de overheid begrenzen. Deze waarborgen zijn

hun beslissingen moeten bekleden. In aanvulling daarop is

tevens opgenomen in bijlage 3.

het recht op het inzien van documenten opgenomen.34 Om te zorgen dat de geschreven rechten uit het Handvest worden

In het EVRM is een aantal relevante normen voor dit

gerespecteerd, is de waarborg opgenomen dat het in het

onderwerp terug te vinden. Burgers hebben allereerst recht

Handvest beoogde beschermingsniveau wordt geboden door

op een daadwerkelijk rechtsmiddel. Daarmee wordt bedoeld

het recht van de Europese Unie, het internationale recht en het

dat de nationale overheid de mogelijkheid tot een effectief

recht van de lidstaten.35 Dat betekent dat de lidstaten, en dus

rechtsmiddel moet creëren voor burgers om zich te kunnen

ook Nederland, bij de uitvoering van EU recht36 moeten zorgen

beroepen op haar rechten. Het verbod op discriminatie zorgt

dat de burgers de rechten en vrijheden uit het Handvest kunnen

ervoor dat burgers worden beschermd tegen vormen van

genieten. Tenslotte is de waarborg in het Handvest opgenomen

discriminatie wanneer zij gebruik maken van hun rechten en

dat de bepalingen en rechten van het Handvest nooit mogen

vrijheden. Het Eerste Protocol van het Europees Verdrag van

worden misbruikt.37

27

28

de Rechten van de Mens voorziet daarnaast in de bescherming van eigendomsrechten. 29 Er mag zonder wettelijke basis geen

In het in het kader van de Raad van Europa tot stand gekomen

inbreuk worden gemaakt op het eigendomsrecht van natuurlijke

Aanvullend Protocol bij het Europese Handvest inzake lokale

en rechtspersonen.

autonomie betreffende participatie in de aangelegenheden van lokale autoriteiten is vastgelegd dat alle burgers al het

In 2012 heeft het Straatsburgse Hof een zaak behandeld over de

recht hebben om te participeren in zaken van de gemeentelijke

schending van art. 1 van het Eerste protocol op het gebied van

overheden. Dit moet worden gefaciliteerd door per wet

pacht, de zaak van Lindheim e.a. tegen Noorwegen. In deze

mogelijkheden te bieden om de uitoefening van dit recht te

zaak ging de staat Noorwegen te ver om pachters te beschermen

faciliteren.38 In dit kader is ook de Aanbeveling uit 2018 van

tegen prijsstijgingen van de grond, waardoor het recht op

het Comité van Ministers aan de lidstaten met betrekking tot

eigendom van de verpachters werd aangetast. In die zaak was er

participatie van burgers op lokaal niveau van belang.39

30

volgens het Hof geen sprake meer van een “fair balance” tussen de eisen van het algemeen belang en de bescherming van de fundamentele rechten van het individu.

27 28 29 30

Art. 13 EVRM. Art. 14 EVRM. Art. 1 Eerste Protocol EVRM. ECLI:NL:XX:2012:BX7536, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 12‑06‑2012.

31 32 33 34 35 36 37 38 39

Art. 20 Handvest. Art. 38 Handvest. Art. 41 Handvest Art. 41 Handvest. Art. 53 Handvest. Art. 51 Handvest. Art. 54 Handvest. Art. 1 Aanvullend Protocol bij het Europees Handvest inzake lokale autonomie. Zie nader: G.H. Addink, “Het participatiebeginsel in het bestuursrecht”, NTB 2020/172.

21

Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop | Consumentenbescherming vanuit het oogpunt van goed bestuur

2.3 Beleid

Het vestigen van erfpacht als privaatrechtelijke rechtshandeling van de gemeente is een bevoegdheid van het college.45 Dit

Naast de begrippen erfpacht en consumentenbescherming,

betekent dat het college beleidsregels kan maken over hoe zij

is het van belang om het begrip “beleid” in juridische zin

met deze bevoegdheid omgaat. Het kan dan bijvoorbeeld gaan

te duiden. Voorop staat dat het door bestuursorganen

om de invulling van welke rechten en plichten gelden tussen

ontwikkelde beleid binnen de door het recht gestelde

erfverpachter (gemeente) en erfpachter (consument). Hieraan

grenzen (en mogelijkheden) moet vallen. Die grenzen en

heeft het college op diverse manieren invulling gegeven, onder

mogelijkheden bestaan uit de door geschreven en ongeschreven

meer door het vaststellen van rekenregels voor het bepalen

rechtsbeginselen, de “beginselen van bestuursrecht”. Zoals in de

van grondwaarde46 en door het vaststellen van Algemene

paragraaf hiervoor toegelicht, zijn daarbij zowel de beginselen

Bepalingen.47

van behoorlijk bestuur (zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel), de beginselen van goed bestuur (zoals

Beleidsregels zijn recht in de zin van art. 99 van de Wet

het participatiebeginsel en het transparantiebeginsel) en de

op de rechterlijke organisatie.48 Dit is belangrijk omdat de

algemene rechtsbeginselen in een bestuursrechtelijke context

hoofdregel is, dat het bestuur gehouden is om te handelen

(zoals de beginselen van rechtsgelijkheid en rechtszekerheid)

in overeenstemming met het in beleidsregels gepubliceerde

van relevant.

beleid.49 Hierop zijn echter uitzonderingen: in bijzondere gevallen moet het bestuursorgaan van een beleidsregel afwijken

Beleid is als zodanig geen wettelijk gedefinieerde term en heeft

als de beleidsregel voor een belanghebbende onevenredig

daarmee vanuit juridisch perspectief niet één betekenis. In de

uitpakt. Dit heet ook wel de “inherente afwijkingsbevoegdheid”.

literatuur is beleid onder meer geduid als het “streven naar het bereiken van bepaalde doeleneinden met bepaalde middelen en bepaalde tijdskeuzen.”40 Wat beleidsregels zijn, is wél wettelijk bepaald.41 Met de vaststelling van het begrip beleidsregel en door de wetgever vastgelegde binding van een beleidsregel is de beleidsregel via de Awb geldend recht geworden.42 Een beleidsregel kan betrekking hebben op de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van de bevoegdheid waarop de beleidsregel betrekking heeft.43 Een beleidsregel gaat altijd over al bestaande bevoegdheden, een beleidsregel kan dus geen nieuwe bevoegdheden creëren.44

40 41 42 43 44

Hoogerwerf 2003, p. 20. Zie ook: Tollenaar, A. (2008). Gemeentelijk beleid en beleidsregels: de toegevoegde waarde van beleidsregels voor de kwaliteit van de gemeentelijke beschikkingverlening. Art. 1:3 lid 4 Awb. Voor het zijn van beleidsregel zijn vorm en aanduiding niet beslissend. Een beleidsregel kan zijn neergelegd in onder meer een nota, een circulaire, een brief of zelfs in een plan. Zie T&C art. 1:3, lid 4, Awb. Art. 4:84 Awb. Art. 1:3 lid 4 Awb. Art. 4:81, eerste lid, Awb.

45 46 47 48 49

Art. 160 Gemeentewet. Zie het blauwe kader hierna. Zie: https://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/ erfpacht/nieuw-beleid/grondwaardebepaling/ Deze rechten en plichten maken onderdeel uit van de overeenkomst en (vervolgens) van het erfpachtrecht. HR 28 maart 1990, NJ 1991/118. Zie ook: F.T. Groenewegen, “De rechterlijke toets van de interpretatie van beleidsregels”, NTB 2010. Zie art. 4:84 Awb. Dit volgt ook indirect uit het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.

22

Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop | Consumentenbescherming vanuit het oogpunt van goed bestuur

2.4 Jurisprudentie

Gemeentewet In het staatsrecht zijn veel bepalingen opgenomen over de gemeente en de rolverdeling en verantwoordelijkheden van

Introductie

en binnen een gemeente. De Gemeentewet is een organieke

In de afgelopen jaren is, tot en met de Hoge Raad, veelvuldig

wet en biedt tevens relevante rechtsbeginselen. Het college

geprocedeerd over erfpachtstelsels, waaronder het stelsel in

van B&W is naast haar bevoegdheden tot het besturen van

Amsterdam. De rode draad daarin is dat het erfpachtstelsel in

de gemeente, het voorbereiden en uitvoeren van besluiten

Amsterdam de rechterlijke toets, tot op heden, heeft doorstaan.

van de raad, het vaststellen van regels over de ambtelijke

Tegelijkertijd lopen er nog diverse rechtszaken. Het is niet

organisatie en het benoemen en ontslaan van ambtenaren,

mogelijk om vooruit te lopen op de uitkomsten daarvan.

tevens bevoegd tot het privaatrechtelijk handelen namens de gemeente.50 Het college van B&W is dus bevoegd om te

Hierna gaan wij eerst in op een tweetal vraagstukken naar de

handelen op het gebied van erfpacht namens de gemeente.

rechterlijke toetsing, alvorens de stand van de jurisprudentie te

In de praktijk is deze bevoegdheid (onder)gemandateerd in

behandelen aan de hand een aantal inhoudelijke onderwerpen.

de ambtelijke organisatie. Voor het handelen namens de gemeente is het gehele

Het toepassen van EU recht

college verantwoordelijk, dus ieder lid van het college van

Grote erfverpachters, zoals de gemeente Amsterdam,

B en W kan individueel verantwoordelijk worden gehouden

maken reeds meer dan een eeuw gebruik van algemene

voor het (privaatrechtelijk) handelen namens de gemeente.

erfpachtvoorwaarden. Op die voorwaarden zijn de bepalingen

Het college is daarnaast verplicht om aan de gemeenteraad

betreffende de algemene voorwaarden uit het BW van

alle inlichtingen te geven die de gemeenteraad nodig heeft

toepassing en dus het verbintenissenrecht. De vraag is nu of

voor de uitoefening van zijn taak. Een of meer leden van de

de Europese Richtlijn 93/13/EEG over oneerlijke bedingen

gemeenteraad mogen ook zelf vragen om inlichtingen aan

in consumentenovereenkomsten tevens van toepassing

het college, waarvan het college verplicht is deze te geven

is. De Richtlijn 93/13/EEG heeft als doel bescherming

tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar

van de consument tegen het instemmen met door de

belang. Over de uitoefening van bepaalde bevoegdheden,

verkoper van tevoren opgestelde voorwaarden zonder op de

waaronder privaatrechtelijke handelingen, moet het

inhoud daarvan invloed te kunnen uitoefenen. Indien de

college van B en W zelfs vooraf inlichtingen geven aan

algemene voorwaardenregeling van toepassing zijn op de

de gemeenteraad indien zij hierom vraagt of indien de

erfpachtvoorwaarden, is Richtlijn 93/13/EEG van belang.54 Een

uitoefening van die bevoegdheden ingrijpende gevolgen

richtlijnconforme uitleg van art. 6:233 BW vergt dat de rechter

kan hebben voor de gemeente. Het college neemt in een

een beding uit de algemene voorwaarden ambtshalve toetst of

dergelijk geval pas een besluit nadat de gemeenteraad in

deze onder de richtlijn valt en zo ja of het beding oneerlijk is.

de gelegenheid is gesteld om zijn wensen en bedenkingen

Indien de rechter vervolgens tot het oordeel komt dat het een

erover mee te geven aan het college.

oneerlijk beding betreft, dient hij het beding buiten toepassing

De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in en

te laten.55 Een beding is volgens de Richtlijn oneerlijk indien:

buiten rechte.52 Het betreft de vertegenwoordiging van de

“Een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is

gemeente als rechtspersoon, niet de vertegenwoordiging

onderhandeld, wordt als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd

van de gemeentelijke bestuursorganen. Met ‘in en buiten

met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst

rechte’ is bedoeld dat de bevoegdheid van de burgemeester

voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele

gaat over formele procesvertegenwoordiging (in rechte)

van de consument aanzienlijk verstoort.”

51

als over vertegenwoordiging bij het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen (buiten rechte), zoals

De Richtlijn is echter pas vanaf 1 januari 1995 in werking.

het sluiten van een overeenkomst.

Aktes van voor die datum vallen daarom niet onder de

53

Richtlijn. In het geval van Amsterdam is een aanzienlijk deel afkomstig van voor 1995 en valt daarom niet onder de Richtlijn en zal de rechter daarom niet ambtshalve aan de Richtlijn toetsen. Echter valt het erfpachtrecht wel onder de 50 51 52 53

Art. 160 Gemeentewet. Art. 169 Gemeentewet. Art. 171 Gemeentewet. Zie T&C Awb bij art. 171 Gemeentewet.

Richtlijn indien er een canonherziening einde tijdvak heeft 54 55

Broese van Groenou, 2019, p. 168. HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691, NJ 2014/274, m.nt. H.B. Krans.

23

Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop | Consumentenbescherming vanuit het oogpunt van goed bestuur

plaatsgevonden na 1 januari 1995. Op die gevallen van erfpacht

De rechtbank vindt het aan de deskundigen om de

zijn de nieuwe bepalingen van toepassing en daarmee tevens

uitgangspunten en de rekenmethode te formuleren bij de

de Richtlijn. Daarnaast stelt de gemeente bij het splitsen in

vaststelling van een nieuwe canon; de rechtbank zal daar zelf

appartementsrechten als voorwaarde dat de nieuwe bepalingen

niet in voorzien.61

van toepassing zijn, dus de Richtlijn is tevens van toepassing op alle erfpachtovereenkomsten waarbij een splitsing in

Het is daarnaast zaak dat het aanbod van de gemeente voor

appartementsrechten na 1995 heeft plaatsgevonden.

de canonherziening voldoende bepaalbaar moet zijn. Uit de aanbiedingsbrief moet het canonbedrag en de afkoopsom

Enkele erfpachtvraagstukken in de jurisprudentie

te herleiden zijn.62 Het komt voort uit art. 6:227 BW dat

Er is veel rechtspraak over het erfpachtrecht in Nederland. In

verbintenissen die partijen aangaan voldoende bepaalbaar

deze paragraaf worden enkele aspecten uit deze jurisprudentie –

moeten zijn.

op hoofdlijnen56 – behandeld omdat die van toepassing zijn op Overstapregeling

het erfpachtrecht in Amsterdam.

Er zijn verschillende zaken geweest over de overstapregeling Canonherziening

van de gemeente Amsterdam. Het aanbod voor de overstap

Het is volgens de Rechtbank Amsterdam geoorloofd dat

naar eeuwigdurende erfpacht heeft de gemeente Amsterdam

de gemeente Amsterdam de canon herziet op basis van de

niet hoeven aanpassen van de rechtbank.63 Het hoger

huidige marktwaarde van de grond. De gemeente heeft dus de

beroep loopt nog. Daarnaast hoeft de gemeente Amsterdam

bevoegdheid om aan het einde van het erfpachttijdvak de canon

de acceptatietermijn van haar overstapaanbieding niet te

te herzien aan de hand van de actuele grondwaarde.57

verlengen, verschillende erfpachters hebben dat tevergeefs gevorderd.64

Een langslepende zaak over de canonherziening bij het einde van het tijdvak is het geschil tussen Honnebier en de

Eenzijdig wijzigen Algemene Bepalingen

gemeente Amsterdam. Het Hof heeft uiteindelijk geoordeeld

De gemeente Amsterdam heeft volgens de Hoge Raad de

dat Honnebier naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid

bevoegdheid de Algemene Bepalingen van de erfpacht eenzijdig

niet aan het deskundigenrapport kon worden gehouden doordat

te wijzigen als er vijfenzeventig jaar is verstreken na de uitgifte

het rapport zodanige gebreken bevatte. Er was sprake van

van de erfpacht. Op dat tijdstip wordt ook de canon herzien

onvoldoende motivering en onvoldoende toepassen van hoor-

door onafhankelijke deskundigen. Volgens de Hoge Raad is

en wederhoor volgens het Hof. Vervolgens heeft het Hof zelf

het eenzijdig wijzigen van de Algemene Bepalingen door de

deskundigen benoemd om een nieuw rapport op te stellen.

gemeente Amsterdam niet onredelijk bezwarend.65

In 2011 heeft het Hof de canon uiteindelijk vastgesteld op basis van het nieuwe deskundigenrapport; de canon is

Volle eigendom bestaat uit het erf pachtrecht en het

uiteindelijk afgerond en 24% lager vastgesteld dan in het eerste

bloot eigendom

deskundigenrapport werd voorgesteld.

De rechter heeft in verschillende zaken geduid hoe de waarde

58

van een (niet eeuwigdurend) erfpachtrecht en de waarde van De Hoge Raad heeft de uitspraak van het Hof dat de door de

de blote eigendom zich verhouden tot de waarde van de volle

gemeente Amsterdam gehanteerde methode en toegepaste

eigendom.66 Volgens Hof Arnhem bestaat de waarde van de

factoren voor het berekenen van de erfpachtcorrecties

volle eigendom -theoretisch gesproken- uit de waarde van het

deugdelijk zijn, bevestigd. Het Hof heeft beargumenteerd

erfpachtrecht plus de waarde van de blote eigendom.67 Het Hof

dat het voldoende is als de gemeente op een zorgvuldige wijze,

oordeelde:

59

reële en goed verdedigbare keuzes maakt. De gemeente is dan niet verplicht om de meest waarschijnlijke of beste optie te kiezen uit een brede waaier aan mogelijke schattingen van de erfpachtcorrectie.60

56 57 58 59 60

In het kader van dit onderzoek is noch gevraagd noch gepoogd om een uitputtend overzicht te gegeven. Deze beschrijving dient om op hoofdlijnen een beeld te geven. Rb. Amsterdam 5 juni 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:CA2167. Hof Amsterdam 20 september 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6895. HR 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:936. Hof Amsterdam 9 mei 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1609.

61 62 63 64 65 66 67

Rb. Amsterdam 25 maart 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BI2715 en Rb. Amsterdam 5 juni 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:CA2167. HR 29 april 2016 ECLI:NL:HR:2016:765. O.a. Rb. Amsterdam 13 januari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:63; Rb. Amsterdam 13 januari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:64. Zie naast de hierna te noemen zaken onder meer: Rb. Amsterdam 7 juli 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3032. HR 29 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:769. Recent bijvoorbeeld: Rb. Den Haag 18 september 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:9765. Hof Arnhem 20 januari 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BJ1964, vgl. ook HR 7 april 1993, ECLI:NL:PHR:1993:AB9753.

24

Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop | Consumentenbescherming vanuit het oogpunt van goed bestuur

“Voor de bepaling van de waarde van de blote eigendom van bebouwde grond waarop een erfpachtrecht is gevestigd bestaan verschillende methoden (die elkaar kunnen aanvullen), bijvoorbeeld: a) de waarde van de volle eigendom verminderd met het gekapitaliseerde verschil tussen een normale, marktconforme canon en de werkelijke canon op het moment van waardering, of b) de gekapitaliseerde werkelijke canon vermeerderd met de contante waarde van de volle eigendom na afloop van het erfpachtrecht.” De wijze waarop dit in de praktijk en in het erfpachtstelsel van de gemeente Amsterdam uitpakt is uiteraard een andere zaak en op dit moment bovendien onderwerp van nog lopende juridische procedures.68 De rechtbank Amsterdam heeft in die procedures geoordeeld dat het niet aan de rechtbank is om op de stoel van de deskundigen te gaan zitten en te bepalen welke methode van waardering passend is. De rechtbank oordeelde in die procedures bovendien dat de regel: “dat de blote eigendom nooit meer waard kan zijn dan de volle eigendom verminderd met de waarde van de erfpacht” een “theoretische aanname [is] die als instrument kan dienen bij het bepalen van grondwaarde. Er bestaat geen verplichting om deze aanname als uitgangspunt te nemen bij het bepalen van grondwaarde bij erfpacht.

Bloot eigendom en erfpacht zijn verschillende zakelijke vermogensrechten die afzonderlijk van elkaar kunnen worden gewaardeerd.”69 Het is aan deskundigen om te waarderen en de rechter kijkt vooral naar het proces. De positie van deskundigen in het Amsterdamse systeem is bovendien in aktes vastgelegd, waardoor de rechter zich naar verwachting terughoudend zal opstellen.

68 69

Rb. Amsterdam 13 januari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:63; Rb. Amsterdam 13 januari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:64 Rb. Amsterdam 13 januari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:63.

HOOFDSTUK 3

De opzet van het erfpachtstelsel in Amsterdam 3.1 Inleiding

In het wit zijn de woningen weergegeven die op eigen grond zijn gelegen. Op basis van deze kaart valt op

Ongeveer 80% van de grond in Amsterdam is in

dat met name buiten de grachtengordel veel grond

eigendom van de gemeente Amsterdam. De gemeente

in erfpacht is uitgegeven. Binnen de grachtengordel

geeft een groot deel van deze grond in erfpacht uit. Op

en rondom het Vondelpark zijn veel woningen op

onderstaande kaart zijn de gebieden in eigendom van

eigen grond gelegen, omdat deze gronden voor de

de gemeente Amsterdam (in het geel) en gebieden die

introductie van erfpacht in 1896 door de gemeente

in erfpacht zijn uitgegeven (in het rood) weergegeven.

Amsterdam als vol eigendom is uitgegeven.

26

Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop | Consumentenbescherming vanuit het oogpunt van goed bestuur

Figuur 1:

Erfpachtkaart gemeente Amsterdam (bron: website Rekenkamer Metropool Amsterdam)

Voor het gebruik van de grond betaalt de erfpachter een

De positie van de erfpachter en de canon die hij betaalt hangen

vergoeding (canon) aan de erfverpachter (de gemeente

af van een groot aantal factoren:

Amsterdam). Voor iedere woning die op erfpachtgrond staat,

•

Stelsel van voortdurende of eeuwigdurende erfpacht;

betaalt de erfpachter een canon. Deze inkomsten komen

•

Voorwaarden in de Algemene Bepalingen;

ten bate van de algemene middelen van de gemeente. Voor

•

De grondwaarde, marktwaarde en opstalwaarde;

erfpacht waren de gerealiseerde baten € 282,6 miljoen en de

•

De buurtstraatquote en de buurtquote;

gerealiseerde lasten € 45 miljoen in 2019. Dit wordt verder

•

De erfpachtgrondwaarde;

toegelicht in paragraaf 4.6.

•

Canonpercentage en indexatie;

•

Betaalopties.

Vanuit het perspectief van de consument en vanuit het perspectief van consumentenbescherming is de canon uiteraard

De crux in de opzet van het erfpachtstelsel in Amsterdam is dat

een belangrijk onderdeel van het erfpachtstelsel.

de canon is gerelateerd aan de waarde van de grond. De canon is een vergoeding voor het kunnen beschikken over een zakelijk

De wijze waarop de hoogte van de canon wordt bepaald, is technische en complexe materie. Om een grip te krijgen hoe het erfpachtstelsel in de praktijk uitwerkt, is het daarom nodig om eerst op hoofdlijnen kennis te nemen van de opzet van het erfpachtstelsel. De beschrijving in dit hoofdstuk legt daarmee de basis voor hoofdstuk 4 waarin wij de ontwikkelingen rondom de aanpassingen aan het stelsel, de beelden en de bevindingen beschrijven.

recht. Zie voor een schematisch weergave figuur 2.

27

Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop | Consumentenbescherming vanuit het oogpunt van goed bestuur

Residuele methode

=

Grondwaarde

Marktwaarde

-

Opstalwaarde

(Residuele) methode Amsterdam Erfpachtgrondwaarde

= (

WOZ-waarde

-

Herbouwkosten

)-

Depreciatie

Erfpachtgrondwaarde

= (

WOZ-waarde

x

BSQ

)-

Depreciatie

BSQ wordt gebaseerd op het gemiddelde van (ten minste) 5 individuele grondquotes in één buurtstraat

--(individuele) Grondquote

BSQ

// // Grondwaarde /

WOZ-waarde

Bij eeuwigdurende erfpacht kan de erfpachter kiezen voor twee betaalopties: Canonbedrag (jaarlijks)

= (

Erfpachtgrondwaarde

x

Canonpercentage

)x

Indexatie

Afkoopsom

= (

Canonbedrag

x

Canonbedrag (jaarlijks)

)x

Canonpercentage

Of

Figuur 2

Schematische weergave berekeningsmethode erfpachtcanon

Deze berekeningsmethode en de aspecten van deze methode

Bij het naderen van het einde van het tijdvak doet de

worden in de volgende paragrafen verder toegelicht.

gemeente een aanbieding voor een nieuwe canon. Dit wordt de canonherziening einde tijdvak (CHET) genoemd. De erfpachter kan, na een aanbieding van de gemeente, een

3.2 Stelsel van voortdurende of eeuwigdurende erfpacht

deskundigencommissie bestaande uit drie personen vragen om onafhankelijk een taxatie van de grondwaarde uit te voeren.

Op dit moment is er in Amsterdam sprake van twee naast elkaar bestaande erfpachtstelsels: het stelsel van voortdurende

•

Eeuwigdurende erfpacht: bij eeuwigdurende erfpacht wordt

erfpacht en het stelsel van eeuwigdurende erfpacht. In beide

de canon nog eenmaal bepaald. De canon wordt op basis

stelsels is het erfpachtrecht voor onbepaalde tijd gevestigd.

van de actuele grondwaarde en het actuele canonpercentage

De stelsels bestaan naast elkaar.

voor eeuwigdurende erfpacht bepaald.72 Bij eeuwigdurende

70

erfpacht is geen sprake van een deskundigencommissie en •

Voortdurende erfpacht: de canon voor het volgende tijdvak

bepaalt de gemeente de canon voor de erfpachter.

wordt eens in de vijftig jaar opnieuw bepaald op basis van 71

de actuele grondwaarde, de omvang van de bebouwing en

Doordat in het stelsel van eeuwigdurende erfpacht de

het actuele canonpercentage voor voortdurende erfpacht.

canon nog één keer wordt bepaald, krijgt de erfpachter (meer) zekerheid over de toekomstige canon. Het voorkomt

70 71

In feite is er ook nog een stelsel van tijdelijke erfpacht. Omdat er vrijwel geen sprake meer is van tijdelijke erfpacht in Amsterdam, wordt dit stelsel verder buiten beschouwing gelaten. Sinds de AB 1966 is er sprake van tijdvakken van 50 jaar. Oudere Algemene Bepalingen kennen alleen in het eerste tijdvak een periode van 75 jaar, het 2e tijdvak is ook 50 jaar.

dat de canon in de toekomst grote sprongen maakt als de 72

Hier is nog wel sprake van correctie voor de inflatie.

28

Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop | Consumentenbescherming vanuit het oogpunt van goed bestuur

marktwaarde van de grond stijgt. Bij jaarlijkse canonbetaling bij eeuwigdurend wordt de canon echter wel jaarlijks geïndexeerd.

Voortdurende erfpacht

Eeuwigdurende erfpacht

€

markt wel van invloed op kosten

50 jaar Figuur 3

50 jaar

50 jaar

markt geen invloed op kosten

50 jaar

Verschil tussen voortdurende en eeuwigdurende erfpacht (bron: website gemeente Amsterdam)

Nieuwe grond waarvan de contractvorming na de zomer

Algemene Bepalingen (AB)

van 2016 is begonnen, wordt onder eeuwigdurende erfpacht

Op voorstel van het college stelt de gemeenteraad de Algemene

(AB 2016) uitgegeven. Oudere gronduitgiftes zijn onder

Bepalingen vast. De Algemene Bepalingen zijn in het verleden

voortdurende (of tijdelijke) erfpacht uitgegeven. Voor

een aantal keren herzien (bijvoorbeeld in 1994, 2000 en 2016).

erfpachters in het stelsel van voortdurende (of tijdelijke)

De AB die bij het vestigen van de erfpacht zijn afgesproken,

erfpacht bestaat de mogelijkheid om in het stelsel van

blijven in beginsel van toepassing, ook als het college in de

voortdurende erfpacht te blijven of over te stappen naar het

tussentijd nieuwe Algemene Bepalingen vaststelt.

stelsel van eeuwigdurende erfpacht. Voor erfpachters in het stelsel van voortdurende erfpacht De erfpachter kan op de volgende momenten een aanvraag

gelden de Algemene Bepalingen die golden op het moment

doen voor een overstap:

dat het tijdvak begon. Nadat een tijdvak is geëindigd en een

•

aan het einde van het tijdvak: wanneer de canon wordt

nieuw tijdvak begint, loopt het erfpachtrecht zelf gewoon

herzien (CHET),

door. In dat geval zijn de meest recente Algemene Bepalingen van toepassing.73 De meest recent vastgestelde AB voor

•

tussentijds: op elk moment in het tijdvak, maar de

voortdurende erfpacht zijn de AB 2000. De voorwaarden voor

voorwaarden voor eeuwigdurende erfpacht en de canon

eeuwigdurende erfpacht zijn vastgelegd in de AB 2016. Ook

gaan pas in na afloop van het lopende tijdvak.

nieuwe gronduitgiften vanaf 2016 vallen onder het stelsel van eeuwigdurende erfpacht en daarmee onder de AB 2016.

3.3 Algemene en bijzondere bepalingen De rechten en plichten die gelden in de rechtsverhouding tussen de erfpachter en de erfverpachter (de gemeente) zijn geregeld in algemene en bijzondere bepalingen. De inhoud van de algemene en bijzondere bepalingen zijn daarmee van groot belang voor de (consumenten) bescherming van de erfpachter.

73

Indien de AB 1994 van toepassing is, dan kan de erfpachter er voor kiezen om het tijdvak te verlengen en de erfpacht voor een extra 50 jaar af te kopen, gebaseerd op de grondwaarde die onder de AB 1994 is vastgesteld. De erfpachtcanon wordt gebaseerd op een grondwaarde die 100 jaar geldig is en de AB 1994 blijven voor die periode van toepassing.

29

Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop | Consumentenbescherming vanuit het oogpunt van goed bestuur

In de Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht 2000

•

zijn de volgende onderwerpen vastgelegd:

de gemeente kan met de erfpachter tot een afkoopsom komen (art. 8, lid 1). De gemeente stelt de afkoopsom vast op een zodanig niveau als nodig is om de gemeente

•

de canon bij uitgifte wordt berekend naar een percentage

te compenseren voor het niet meer ontvangen van de nog

van de grondwaarde (art. 5);

niet vervallen canon (art. 8, lid 2). De gemeente berekent deze afkoopsom volgens een algemeen bekend gemaakte

•

de erfpachter heeft de mogelijkheid om te kiezen tussen een

instructie (art. 8, lid 3);

jaarlijkse canonaanpassing (art. 7), vaste canon voor tien jaar (art. 8) en vaste canon voor vijfentwintig jaar (art. 9);

•

de erfpachter is verplicht om het perceel te gebruiken overeenkomstig de bestemming en het toegestane gebruik

•

bij het berekenen van de grondwaarde bij het einde van het

zoals opgenomen in de erfpachtakte (art. 9) en de

tijdvak (CHET) wordt uitgegaan van een redelijke toedeling

erfpachter is verplicht het perceel en de opstallen in een

van een deel van de gezamenlijke waarde van het perceel en

zodanige staat te houden, dat deze geschikt zijn voor de

de opstallen aan het perceel (art. 11, lid 3b);

bestemming en het toegestane gebruik zoals opgenomen in de erfpachtakte (art. 10);

•

indien de erfpachter zich niet kan verenigen met de nieuwe grondwaarde en canons, dan worden de grondwaarde,

•

de erfpachter is niet bevoegd om erfpachtrechten te

canonpercentages en canons door deskundigen bepaald

splitsen en samen te voegen (art. 11, lid 1). De gemeente

(art. 11, lid 5);

kan op schriftelijk verzoek van de erfpachter toestemming geven (art. 11, lid 2) en de gemeente stelt de verdeling

•

de canon wordt herzien in geval van wijzigingen van

van de canon vast volgens een algemeen bekend gemaakte

het gebruik of de bebouwing (art. 12, lid 1). Indien de

instructie (art. 11, lid 3);

berekening resulteert in een lagere canon, dan wordt de canon niet herzien (art. 12, lid 3);

•

de erfpachter is niet bevoegd om de zaak waarop het erfpachtrecht rust geheel of gedeeltelijk in ondererfpacht te

•

de erfpachter is verplicht om het perceel en de opstallen

geven (art. 12);

overeenkomstig met de in de akte van vestiging aangegeven bestemming te gebruiken (art. 15) en de erfpachter is

•

verplicht om de opstallen in stand te houden (art. 16);

als de staat van de onroerende zaak is verslechterd door bodemverontreiniging of een andere oorzaak die niet aan de gemeente is toe te rekenen, dan komt dit voor risico van de

•

de erfpachter is tot splitsing van de erfpacht, tot splitsing in

erfpachter (art. 14);

appartementsrechten of tot samenvoeging slechts bevoegd na voorafgaande schriftelijke toestemming (art. 22);

•

de gemeente kan de canon (of betaalde afkoopsom) herzien als de waarde van het erfpachtrecht verandert als gevolg

•

de gemeente kan de erfpacht beëindigen om redenen

van een wijziging waarvoor de erfpachter vrijstelling of

van algemeen belang. De beëindiging geschiedt nadat de

toestemming verzoekt (art 20, lid 3). Als een lagere canon

gemeenteraad daartoe een strekkend besluit heeft genomen

volgt uit de berekening, dan wordt de canon niet gewijzigd

(art. 23). In dat geval vindt schadeloosstelling plaats op

(art. 20, lid 5);

basis van de Onteigeningswet (art. 24). • In de Algemene Bepalingen voor eeuwigdurende erfpacht 2016

het is de erfpachter niet toegestaan het erfpachtrecht op te zeggen (art. 22);

zijn de volgende onderwerpen vastgelegd: • •

de gemeente kan het erfpachtrecht beëindigen om

de canon wordt bepaald door de erfpachtgrondwaarde

redenen van algemeen belang (art. 25). In dat geval

die bij uitgifte is vastgesteld, te vermenigvuldigen met het

vindt schadeloosstelling plaats overeenkomstig met de

canonpercentage (art. 7, lid 1). De canon wordt jaarlijks

Onteigeningswet (art. 26).

aan de inflatie aangepast (art. 7, lid 3). Als een lagere canon volgt uit de berekeningen (deflatie), wordt de canon niet aangepast (art. 7, lid 5);.

30

Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop | Consumentenbescherming vanuit het oogpunt van goed bestuur

Bijzondere bepalingen

Marktwaarde

Erfpacht wordt gevestigd bij notariële akte. In deze akte

Voor de marktwaarde wordt bij bestaande erfpachtrechten de

kunnen (specifieke) bijzondere bepalingen zijn opgenomen,

laatste onherroepelijk vastgestelde WOZ-waarde gebruikt. Het

die gelden naast de Algemene Bepalingen. De bijzondere

peiljaar hiervoor is twee jaar voor het huidige kalenderjaar75.

bepalingen bevatten afspraken die gelden voor één specifiek erfpachtrecht. Het zijn meestal specifieke afspraken over het

In sommige gevallen is er geen WOZ-waarde beschikbaar

gebruik van de grond, zoals de bestemming van het terrein.

voor de betreffende onroerende zaak. Dit is bijvoorbeeld

Bijzondere bepalingen kunnen ook verbintenissen bevatten die

bij woningen die recent gebouwd en opgeleverd zijn. In

de consumentenbescherming raken. Een voorbeeld hiervan is

dergelijke gevallen bepaalt de gemeentelijke directie Grond &

de bouwverplichting (met boetebedingwaar (mede ook vanwege

Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam de onbezwaarde

het verbod om erfpacht op te zeggen) niet onderuit gekomen

waarde. De betreffende onroerende zaak wordt vergeleken

kan worden door het recht weer in te leveren (art. 22 AB). Dit

met andere WOZ objecten die over gelijke kenmerken

samenspel raakt de positie van consumenten. Deze bijzondere

beschikken of de onroerende zaak wordt gecorrigeerd

bepalingen gaan automatisch over op opvolgende erfpachters.

voor kenmerken die verschillen.76 De minimale grondprijs (per m2) bij voortdurende erfpacht wordt jaarlijks in de Grondwaardebepaling bestaande erfpachtrechten vastgesteld.

3.4 De grondwaarde

Bij eeuwigdurende erfpacht is de minimale grondprijs 5% van de WOZ-waarde.

In de opzet van het erfpachtstelsel in Amsterdam berekent de gemeente de canon aan de hand van de waarde van de grond.

Opstalwaarde van bestaande woningen

De canon is een vergoeding voor het gebruiken van de grond.

De opstalwaarde wordt bij bestaande erfpachtrechten bepaald

De gemeente Amsterdam voert in dit kader een functionele

aan de hand van herbouwkosten. De herbouwkosten zijn gelijk

en residuele grondwaardepolitiek. De gemeente bepaalt voor

aan de kosten waarvoor een woning opnieuw gebouwd kan

(bestaande) erfpachtrechten de grondwaarde op basis van de

worden. Dit is (onder meer) afhankelijk van het woningtype,

zogeheten ‘residuele methode’. Deze methode betekent dat de

woningoppervlak, locatie, deelobjecten en WOZ-waarde.77 De

vastgoedwaarde wordt verminderd met de opstalwaarde. Wat

herbouwkosten bestaan uit de volgende elementen:

74

overblijft – het residu – is de waarde van de (erfpacht)grond. •

bouw- en sloopkosten, dit zijn onder andere kosten

De waarde van de grond is in de praktijk onder meer

voor arbeid, materialen en materieel (zoals steigerwerk,

afhankelijk van de functie (bestemming) en de locatie.

bouwketen en kranen);

De berekening van de grondwaarde is als volgt: • Grondwaarde = marktwaarde – opstalwaarde

bijkomende kosten, dit zijn de kosten die naast de bouwkosten gemaakt worden om een project te realiseren en in gebruik te nemen. Hieronder vallen onder meer de honoraria voor adviseurs (architecten, constructeur, toezicht, projectmanagement), heffingen en aansluitkosten, financierings-, verkoop-, verhuurkosten en algemene kosten

Opstalwaarde Marktwaarde

en winst voor de projectontwikkelaar; •

correcties voor funderingskosten, afwerking, kwaliteit, locatie, projectgrootte, tuin/dakterras en deelobjecten.

Grondwaarde Figuur 4

Verhouding markt-, grond- en opstalwaarde (bron: website gemeente Amsterdam)

75

74

Grondwaardebepaling voor bestaande erfpachtrechten, december 2018.

76 77

Indien een erfpachter een aanvraag voor eeuwigdurende erfpacht vóór 8 januari 2020 heeft ingediend, dan wordt de WOZ peildatum van 1 januari 2014 of 1 januari 2015 gebruikt. Grondwaardebepaling voor bestaande erfpachtrechten, december 2018. Grondwaardebepaling voor bestaande erfpachtrechten, december 2018.

31

Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop | Consumentenbescherming vanuit het oogpunt van goed bestuur

Opstalwaarde van nieuwbouwwoningen

Uitzonderingsgevallen

Bij de vestiging van een nieuw erfpachtrecht, bijvoorbeeld bij

Er zijn een aantal uitzonderingsgevallen bij het gebruik van

uitgifte van grond ten behoeve van nieuwbouwwoningen,

de BSQ, die wij (voor de overzichtelijkheid) niet allemaal tot

is het berekenen van de opstalwaarde volgens de residuele

in detail beschrijven. Zo wordt de BSQ bijvoorbeeld alleen

grondwaardemethode relatief eenvoudig. De marktconforme

gebruikt als er voor minimaal voor 50% van de woningen in

opbrengstwaarde (de verkoopprijs of beleggingswaarde van de

de buurtstraat een individuele grondquote is berekend en

woning) wordt verminderd met de nieuwbouwkosten van de

als dat minimaal vijf woningen zijn. Daarnaast wordt de BSQ

opstal.

niet gebruikt indien er binnen een buurstraat in relatie tot de buurt grote waardeverschillen zijn. In dergelijke gevallen

3.5 De buurtstraatquote en de buurtquote

geldt in plaats van de BSQ in beginsel80 de buurtquote. De buurtquote is het gemiddelde van alle berekende individuele grondquotes in één buurt. Daarnaast kan voorkomen dat de BSQ meer dan 5%-punt

Gezien het grote aantal woningen in Amsterdam, is het niet

lager of 5%-punt hoger is dan de buurtquote. Als het

eenvoudig om per woning de daadwerkelijke opstalwaarde

verschil groter is dan 5% wordt de BSQ aangepast door de

en de herbouwkosten te bepalen. Daarnaast kunnen de

buurtquote met 5% te verlagen respectievelijk te verhogen.

herbouwkosten sterk per type woning verschillen. Daarom

In dat geval wordt dus een aangepaste BSQ gebruikt. De

is in het door het college vastgestelde beleid de zogeheten

BSQ is altijd minimaal 5% en maximaal 49%. Het minimale

buurtstraatquote (BSQ) geïntroduceerd.

percentage van 5% brengt tot uitdrukking dat grond altijd waarde heeft. Een negatieve BSQ is dus niet mogelijk. Het

Om de BSQ te bepalen wordt voor een representatief

maximale percentage van 49% zorgt er voor dat bij het

aantal woningen een zogeheten individuele grondquote

berekenen van de canon de grondwaarde nooit meer kan

bepaald. Deze individuele grondquote is de WOZ-waarde

zijn dan de helft van de marktwaarde.

min de herbouwkosten. De herbouwkosten78 zijn berekend aan de hand van diverse referentiemodellen voor veel

Vervolgens kan voor iedere woning in de buurtstraat de

voorkomende woningtypen, in samenwerking met een extern

individuele grondwaarde worden bepaald door de individuele

bouwkostenbureau. Voor ieder woningtype gelden dus andere

WOZ waarde te vermenigvuldigen met de buurtstraatquote.

herbouwkosten.79 De BSQ is het gemiddelde van de individuele grondquotes in één buurtstraat.

3.6 De erfpachtgrondwaarde De grondwaarde en erfpachtgrondwaarde verschillen van elkaar. In de grondwaarde is namelijk nog niet verdisconteerd dat de grond is ‘bezwaard’ met erfpacht. De grondwaarde gaat namelijk uit van volle eigendom van de grond. In de erfpachtakte zijn echter (over het algemeen) beperkingen opgenomen voor de erfpachter, bijvoorbeeld ten aanzien van de bestemming, het toegestane gebruik en de maximaal toegestane vloeroppervlakte van het perceel. Die beperkingen zouden bij volle eigendom niet gelden. Daardoor is de erfpachtgrondwaarde lager dan de grondwaarde. De grondwaarde moet daarom verlaagd (gedeprecieerd) worden om tot een erfpachtgrondwaarde te komen. Erfpachtgrondwaarde = grondwaarde - depreciatiefactor.

78 79

https://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/erfpacht/ buurtstraatquote-(bsq)/voorbeeldberekeningen-herbouwkostenbsq/#haa65ab1e-6a64-4f3f-be90-dfce92b588d3 https://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/ erfpacht/buurtstraatquote-(bsq)/opstalwaarde/

80

Het kan namelijk zijn dat de buurtquote niet beschikbaar is.

32

Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop | Consumentenbescherming vanuit het oogpunt van goed bestuur

Op dit moment geldt een (forfaitaire) depreciatiefactor van 10%. Met deze depreciatiefactor wordt de grondwaarde gecorrigeerd, omdat er bij in erfpacht uitgegeven grond sprake is van beperkingen en een bestaande contractrelatie. Korting bij de overstap van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht De Grondwaardecommissie (juni 2015) adviseert een korting te geven bij de overstap van voortdurend naar eeuwigdurende erfpacht. Enerzijds omdat in het verleden veel kortingen en afslagen (depreciatie van 25% tot 40%) op de grondwaarde zijn toegepast en anderzijds om het voor erfpachters interessant te maken om over te stappen. De commissie verwacht dat een aanbod zonder korting nagenoeg geen kans van slagen zal hebben. In de Overstapregeling zijn de volgende voorwaarden opgenomen, welke gelden tot 8 januari 202081: • het hanteren van de WOZ waarde met peildatum 2014 of 2015 (als dit lager is); • in de overstapregeling wordt een overstapkorting (overstappremie) van 25% genoemd. Het college besluit op 18 december 2018 om 10% extra overstapkorting te verlenen. De korting wordt verhoogd naar 35% en wordt met terugwerkende kracht verleend. Voor overstapaanvragen na 8 januari 2020 geldt een overstapkorting van 25%; • energiezuinige huizen met een energieprestatiecoëfficiënt (EPC) van 0,3 of lager ontvangen een korting.

Deze korting dient als compensatie voor de hogere opstalwaarde van energiezuinige woningen. Voor elk één tiende punt dat de EPC-waarde lager is dan 0,4, krijgt de erfpachter per vierkante meter gebruiksoppervlak € 20,korting op de erfpachtgrondwaarde. Deze voorwaarde geldt ook na 8 januari 2020.

81

De deadline is één week opgeschoven, van 1 januari naar 8 januari 2020. Een aantal erfpachters die wilden inloggen in het Overstapportaal ontvingen foutmeldingen of ondervonden dat het Overstapportaal traag werkte. De deadline is verlengd, zodat geen enkele erfpachter hiervan nadeel zou ondervinden.

33

Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop | Consumentenbescherming vanuit het oogpunt van goed bestuur

3.7 Canonpercentage en indexatie In de vorige paragraaf is aangeven hoe de erfpachtgrondwaarde

Het canonpercentage onder de Algemene Bepalingen 2016

is bepaald. Om vervolgens tot het canon te komen, wordt de erf-

wordt jaarlijks bepaald aan de hand van een formule,

pachtgrondwaarde vermenigvuldigd met het canonpercentage.

gerelateerd aan het rendement op staatsleningen met een looptijd van tien jaar en is momenteel 2,39%. Voor

Erfpachtcanon = erfpachtgrondwaarde x canonpercentage

erfpachtrechten waarop Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht van toepassing zijn, is een andere

Het eeuwigdurende stelsel en voortdurende stelsel hanteren

berekeningswijze van toepassing. Het canonpercentage bij

verschillende canonpercentages. Het canonpercentage voor

voortdurende erfpacht wordt ieder kwartaal bepaald op basis

wijzigingen van een erfpachtrecht wordt periodiek vastgesteld

van het gemiddeld rendement op staatsleningen, verhoogd

door de gemeente. Voor voortdurende erfpacht gebeurt dit ieder

met een toeslag die afhankelijk is van de gekozen canonvariant

kwartaal, voor eeuwigdurende erfpacht gebeurt dit jaarlijks.

(afhankelijk van de canonvaste periode).

Overzicht van canonpercentages 2016-2020 3,5% 3,0% 2,5% 2,0% 1,5% 1,0% 0,5% 0,0%

Q1

Q2

Q3

2016

Q4

Q1

Q2

Q3

Q4

Q1

2017

Q2

Q3

2018

Q4

Q1

Q2

Q3

Q4

Q1

2019

Q2

Q3

2020

Jaarlijks geïndexeerde canon bij nieuwe gronduitgifte en transformatie (AB 2000) Jaarlijks geïndexeerde canon bij tussentijdse wijzigingen en uitbreidingen (AB 2000) 10 jaar vaste canon (AB 2000) 25 jaar vaste canon (AB 2000) Nieuwe gronduitgifte en wijzigingen van rechten en jaarlijks geïndexeerde canon (AB 2016)

Tot slot wordt de voortdurende canon in veel gevallen

De eeuwigdurende canon wordt geïndexeerd volgens de

geïndexeerd, dat wil zeggen aangepast aan de inflatie.

volledige inflatie van het CBS en wordt niet aangepast aan

Afhankelijk van de Algemene Bepalingen die van toepassing zijn

deflatie.

is dit een jaarlijkse, 5-jaarlijkse, 10-jaarlijkse of 25-jaarlijkse indexatie. Bij de jaarlijkse (AB 2000) en 5-jaarlijkse (AB 1966 en AB 1994) indexering van de canon is het beleid dat de inflatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gebruikt wordt en dat daar vervolgens 1% van afgetrokken.

Q4

34

Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop | Consumentenbescherming vanuit het oogpunt van goed bestuur

3.8 Betaalopties

gebruikt en een overstapkorting van 25% gehanteerd. Zowel in 2017 als in 2021 geldt een depreciatie van 10%.

Er zijn verschillende betaalopties voor de erfpachter om de erfpachtcanon te voldoen. Per AB verschilt het welke

Voor dit rekenvoorbeeld is een fictief huis in de Pastelstraat met

betaalopties er beschikbaar zijn.

een WOZ-waarde in 2014 van € 500.000 gebruikt. In 2017 was de BSQ voor deze woning 31%. Gemiddeld is de WOZ-waarde

In het geval van de AB 2000 voor voortdurende erfpacht is er

tussen 2014 en 2020 in Amsterdam met 82% gestegen84. Indien

de keuze tussen een jaarlijks geïndexeerde, een tien jaar vaste

we deze gemiddelde stijging doorrekenen geeft dit een fictieve

canon of een vijfentwintig jaar vaste canon . Het is bovendien

WOZ-waarde van € 908.696 in 2020. In 2021 is de BSQ 43%.

82

mogelijk om de canon tot het einde van het tijdvak af te kopen. Om de erfpachtgrondwaarde te bepalen geldt de volgende Indien de AB 1994 van toepassing zijn, is er de mogelijkheid

formule:

om het lopende tijdvak eenmalig te verlengen met maximaal vijftig jaar (verlengde afkoop), mits de canon van zowel het

Erfpachtgrondwaarde = (WOZ-waarde x BSQ) – depreciatie

‘verlengde’ tijdvak als het lopende tijdvak in één keer worden afgekocht.

In dit rekenvoorbeeld geeft dit een erfpachtgrondwaarde van € 139.500 in 2017 en € 351.665 in 2021 (zie onderstaande

Bij nieuwe uitgiftes onder de AB 2016 voor eeuwigdurende

hulptabel). De erfpachtgrondwaarde ligt in dit voorbeeld in

erfpacht heeft de erfpachter keuze tussen een eenmalige afkoop

2021 ruim 2,5x zo hoog als in 2017.

en een jaarlijkse (geïndexeerde) canon. In 2017

In 2021

€ 500.000

€ 908.696

31%

43%

Indien een erfpachter wil overstappen van voortdurende

WOZ-waarde

erfpacht naar eeuwigdurende erfpacht kan de erfpachter er

BSQ

voor kiezen de huidige financiële afspraken (van voortdurende

Grondwaarde

€ 155.000

€ 390.739

erfpacht) te laten gelden tot het einde van het tijdvak. Na het

Erfpachtgrondwaarde

€ 139.500

€ 351.665

aflopen van het tijdvak valt de erfpachter onder eeuwigdurende

(incl. 10% depreciatie)

erfpacht. Ook kan de erfpachter het huidige tijdvak afkopen. In dit geval betaalt de erfpachter de canon vooruit voor de

Om de erfpachtcanon te bepalen geldt de volgende formule:

voortdurende erfpacht. Erfpachtcanon = erfpachtgrondwaarde x canonpercentage

3.9 Rekenvoorbeelden

Indien we de overstapkorting hier vanaf halen krijgen we een canonbedrag van € 2.167 in 2017 en € 6.304 in 2021.

Hieronder zijn rekenvoorbeelden uitgewerkt om de berekeningen die worden gemaakt in het eeuwigdurende stelsel inzichtelijk te maken.

Erfpachtgrondwaarde

In 2017

In 2021

€ 139.500

€ 351.665

€ 3.334

€ 8.405

35%

25%

€ 2.167

€ 6.304

(incl. 10% depreciatie)

3.9.1 Rekenvoorbeeld 1: Overstappen van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht

Canonbedrag (excl. korting)

Zoals eerder is aangegeven, is het vanaf 2017 mogelijk om over

Canonbedrag (incl. korting)

Overstapkorting

te stappen van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht. Indien de overstap voor 8 januari 2020 is aangevraagd, dan wordt de WOZ-waarde met het peiljaar 2014 of 2015 gebruikt83 en een overstapkorting van 35% gehanteerd op de canon. Na 8 januari 2020 wordt de WOZ-waarde van het jaar ervoor

82

83

Sinds de AB 1966 wordt de canon geïndexeerd. Voor de AB’s 1966 en 1994 is er de keuze tussen een jaarlijks geïndexeerde canon of het vastzetten van de canon voor het gehele resterende tijdvak. Voor de AB 1955 en ouder is er alleen sprake van een vaste (niet-geïndexeerde) canon voor het hele tijdvak. Voor de erfpachter het meest gunstige peiljaar.

84

Op basis van informatie uit CBS Open Data. De gemiddelde WOZwaarde 2014 in Amsterdam is vastgesteld op € 230.000. De voorlopige gemiddelde WOZ-waarde 2021 in Amsterdam is € 418.000.

35

Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop | Consumentenbescherming vanuit het oogpunt van goed bestuur

3.9.2 Rekenvoorbeeld 2: Woning in AmsterdamZuidoost versus in Amsterdam-Centrum Voor dit fictieve rekenvoorbeeld worden twee woningen met eenzelfde WOZ-waarde van € 500.000 die in een andere wijk staan gebruikt. Er wordt vanuit gegaan dat de bouwkosten en oppervlakte van beide woningen gelijk zijn. De ene woning staat in Amsterdam-Centrum en de andere in Amsterdam-Zuidoost. Voor de woning in Amsterdam-Centrum is de BSQ 49%. De BSQ in Amsterdam-Zuidoost is 5%. Om de erfpachtgrondwaarde te bepalen geldt de volgende formule: Erfpachtgrondwaarde = (WOZ-waarde x BSQ) – depreciatie In dit rekenvoorbeeld leidt dit tot een erfpachtgrondwaarde van € 220.500 voor de woning in Amsterdam-Centrum en € 22.500 in Amsterdam-Zuidoost (zie onderstaande hulptabel). AmsterdamCentrum

AmsterdamZuidoost

€ 500.000

€ 500.000

49%

5%

Grondwaarde

€ 245.000

€ 25.000

Erfpachtgrondwaarde

€ 220.500

€ 22.500

WOZ-waarde BSQ

(incl. 10% depreciatie)

Om de erfpachtcanon te bepalen geldt de volgende formule: Erfpachtcanon = erfpachtgrondwaarde x canonpercentage Indien de overstapkorting hierin wordt berekend, dan komt het voorbeeld uit op een canonbedrag van € 3.952 voor de woning in Amsterdam-Centrum en € 403 in Amsterdam-Zuidoost.

Erfpachtgrondwaarde

AmsterdamCentrum

AmsterdamZuidoost

€ 220.500

€ 22.500

€ 5.270

€ 538

25%

25%

€ 3.952

€ 403

(incl. 10% depreciatie) Canonbedrag (excl. korting) Overstapkorting Canonbedrag (incl. korting)

HOOFDSTUK 4

Ontwikkeling van het erfpachtstelsel 20002020 4.1 Inleiding

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10293579/1