Raadsinformatiebrief wijziging beleidsregels Handhaving, Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2021.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 13 mei 2025 Sociale Zaken Rutger Groot Wassink Directie Inkomen (wpi.strategie@amsterdam.nl) Aanpassingen beleidsregels Handhaving, Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz.
Geachte leden van de gemeenteraad, Uitgaan van vertrouwen en het voor alle Amsterdammers mogelijk maken mee te kunnen doen in de stad zijn voor het college belangrijke kernwaarden. Daarbij hoort een sociale bijstand en een aanpak die die er toe bijdraagt dat mensen zichzelf kunnen zijn. Zodat zij hun talenten kunnen benutten, zij de gelegenheid hebben zichzelf te ontplooien en zo goed mogelijk rond kunnen komen. Dan past het dit college niet om mensen die onbedoeld een fout hebben gemaakt te confronteren met grote nadelige financiële consequenties en het stigma ‘fraudeur’. Toch is dat wat de Participatiewet nog wel vaak vraagt van gemeenten. Mensen die de inlichtingenplicht van de bijstand schenden, moeten op grond van de wet nog steeds worden bestraft alsof zij allemaal fraudeurs zijn. Terwijl in veruit de meeste gevallen waarin de inlichtingenplicht wordt geschonden dit het gevolg is van onwetendheid, de complexiteit van de wet of stress als gevolg van het rond komen van een te laag inkomen. Om het bijstandsbeleid menselijker te maken heeft het college besloten de beleidsregels Handhaving Participatiewet te herzien als vervolg op de brief van 16 juli 2024 waarin het college uw raad heeft geïnformeerd over het scherpe onderscheid tussen onbewuste en bewuste schendingen van de inlichtingenplicht.
Met deze brief presenteert het college de aanpassingen van de beleidsregels Handhaving Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz (hierna: de beleidsregels) zoals die gelden per 1 oktober 2025. Het verkorten van aflossingstermijnen van bijstandsschulden Het college verkort de invordertermijn van bijstandsschulden die ontstaan zijn als gevolg van een onbedoelde schending van de inlichtingenplicht, en schulden die buiten toedoen van de bijstandsgerechtigde zijn ontstaan. De invordertermijn gaat van 36 naar 20 maanden1.
1
De invordertermijn van schulden als gevolg van bewuste fraude blijft onveranderd maximaal 120 maanden aangezien de Participatiewet dit dwingend voorschrijft.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 13 mei 2025 Pagina 2 van 4
Voor leenbijstand die is verstrekt in het kader van het Bijstandsbesluit zelfstandigen geldt dat de invordertermijn terug gaat van 36 maanden naar 24 maanden. De reden dat de invordertermijn iets hoger is dan bij andere bijstandsschulden is dat het in deze gevallen vaak gaat om hogere bedragen. Vanzelfsprekend wordt bij het beoordelen van de hoogte van de maandelijkse aflossing uitgegaan van sociale incasso. Door het terugbrengen van de invordertermijnen komen deze schulden eerder in aanmerking voor kwijtschelding. Op deze manier worden schulden eerder opgelost. Schulden hebben immers een negatieve invloed op de gezondheid, veroorzaken stress en weerhouden mensen ervan mee te doen in de stad. Dit terwijl uit onderzoek blijkt dat mensen met een laag inkomen sowieso al korter leven, meer stress ervaren en vaker last hebben van slapeloosheid en depressie2. Ook blijkt uit onderzoek dat stress een negatieve impact heeft op de zelfredzaamheid van mensen omdat zij als gevolg van die stress minder goed in staat zijn rationele beslissingen te nemen3. Dit leidt vaak tot nieuwe problemen. Een boetedrempel van € 2.000 Het college zal voortaan alleen nog een boete opleggen wanneer als gevolg van een bewuste schending van de inlichtingenplicht de teveel ontvangen bijstand hoger is dan € 2.000 of wanneer er sprake is geweest van zwart werk, criminele activiteiten of recidive.
Als van beiden geen sprake is geweest zal worden volstaan met het afgeven van een waarschuwing. Hiermee geeft het college aan dat bewuste notoire fraude in Amsterdam niet loont. In die gevallen blijft immers het uitgangspunt dat het benadelingsbedrag tot op de laatste cent moet worden terugbetaald. Tegelijkertijd beperkt het college op deze manier de grote en langdurige financiële consequenties van minder ernstige fraude. Nog nooit is gebleken dat een extra financiële sanctie bijdraagt aan preventie of het voorkomen van recidive. Naleving is in Amsterdam de norm De leidende gedachten achter de nieuwe beleidsregels is het uitgangspunt dat veruit de meeste Amsterdammers bereid zijn de regels te volgen. Het is het college een doorn in het oog dat goedbedoelende Amsterdammers, na het maken van een fout of als gevolg van de complexiteit van landelijke wet- en regelgeving, geconfronteerd worden met verregaande en langdurige negatieve financiële consequenties. Ook vindt het college het onwenselijk dat mensen in die gevallen als ‘fraudeur’ worden bestempeld. Deze nieuwe beleidsregels rondom toezicht en handhaving stellen het college enerzijds in staat de met de Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen ingezette lijn verder uit te bouwen.
Anderzijds geven de regels het college voldoende ruimte om gericht te kunnen blijven handhaven op de kleine groep mensen die willens en wetens de regels schendt. Vooruitlopen op aangekondigde wet- ten regelgeving 2 Zie bijvoorbeeld de Interventiewijzer “Financieel Gezond Zijn” van Movisie 3 Zie bijvoorbeeld het Rapport “Weten is nog geen Doen” van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 13 mei 2025 Pagina 3 van 4
Met het wijzigen van de beleidsregels geeft het college niet alleen invulling aan de Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen, maar loopt het ook vooruit op aangekondigde nieuwe landelijke wet- en regelgeving. In het kader van de herijking van het landelijke handhavingsinstrumentarium, die al in 2020 is aangekondigd, is de wet Handhaving Sociale Zekerheid in het vooruitzicht gesteld. Die wordt in het eerste kwartaal van 2025 aangeboden aan de Tweede Kamer. Met die nieuwe wet legt het Rijk onder meer het recht vast dat mensen een fout mogen maken4. In deze wet moet vertrouwen in de burger centraal staan, hetgeen aansluit bij de invulling van de herziening van de Participatiewet5. De verwachting is dat de eerste wijzigingen van de Participatiewet vanaf 1 januari 2026 zullen worden geïmplementeerd. Een fundamentele herziening van de Participatiewet wordt niet verwacht voor 2028. Ook past de wijziging van de beleidsregels binnen de contouren van de voorgestelde wijzigingen van de Algemene wet bestuursrecht 6, waarin meer aandacht zal komen voor evenredigheid en waarin een dienstbaarheidsbeginsel voor overheden zal worden geïntroduceerd. De inwerkingtreding van deze regels wordt niet verwacht voor 1 januari 2028. Met het programma Vereenvoudiging Inkomensondersteuning voor Mensen werkt het Rijk aan de vereenvoudiging van het hele stelsel van inkomensondersteuning in Nederland7.
In dat programma komen onder meer het terugbetalen van teveel ontvangen uitkering of toeslagen, een harmonisatie van begrippen in de verschillende sociale zekerheidswetten en de stapeling van regelingen waar mensen met een laag inkomen mee te maken hebben aan bod. De eerste mogelijke beleidsscenario’s worden niet verwacht voor de zomer van 2025. Het college juicht stappen die leiden tot voor burgers positieve veranderingen binnen de sociale zekerheid toe. Het ontbreekt in de ogen van het college bij het Rijk momenteel echter aan daadkracht en urgentie om snel en daadwerkelijk tot een voor kwetsbare mensen noodzakelijke landelijke vereenvoudiging en verruiming van sociale regels te komen. Hierom neemt het college binnen de mogelijkheden die het heeft, zelf maatregelen om onnodige en onredelijke hardheden in beleid verder te verzachten. Maximale inzet op vertrouwen In de beleidsregels legt het college de regels vast over hoe om te gaan met onrechtmatigheid als gevolg van schendingen van de inlichtingenplicht, het opleggen van boetes en het terug- en invorderen van te veel verstrekte bijstand of leenbijstand. Gemeenten hebben een zekere mate van beleidsvrijheid om hier zelf invulling aan te geven. Het college heeft met het wijzigen van de regels die ruimte maximaal opgezocht en waar nodig opgerekt. Het college volgt met deze nieuwe
4
Zie onder meer de voorgangsbrief van het kabinet d.d. 24 september 2024 Participatiewet in Balans 6 Wet Versterking Waarborgfunctie algemene wet bestuursrecht 7 Zie onder meer de Kamerbrief Hervorming Inkomensondersteuning d.d. 19 november 2024 5
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 13 mei 2025 Pagina 4 van 4
regels onder meer een aantal aanbevelingen op die zijn opgeschreven in het rapport Blind voor Mens en Recht8. Ook loopt het college vooruit op enkele aangekondigde landelijke veranderingen. Het vertrouwen dat het college heeft in Amsterdammers, krijgt met deze beleidsregels een steeds duidelijker gezicht binnen de dienstverlening rondom de bijstandsverlening. In de raadsinformatiebrief van 22 januari 2025 inzake de voortgang van de Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen, heb ik uw raad al een aantal voorbeelden gegeven van acties die zijn ingezet om vertrouwen meer plaats te geven in beleid, regels en bejegening. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de vermindering van gegevensuitvraag bij bijstandsaanvragen. Vervolg Het college blijft, waar mogelijk in samenwerking met de andere grote steden en in VNG-verband, bij het Rijk lobbyen voor een hoger wettelijke minimumloon, een eenvoudiger en begrijpelijker sociale zekerheidstelsel in het algemeen en een humanere Participatiewet in het bijzonder. Het college zal uw raad de komende jaren daarover blijven informeren. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Rutger Groot Wassink Wethouder Sociale Zaken
8
Rapport Blind voor Mens en Recht van de enquêtecommissie Fraudebestrijding en Dienstverlening, 2024
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl