CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief Voortgang project Beschikken op Maat

RAAD 9 oktober 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het raadsinformatiebrief over de voortgang van het project Beschikken op Maat VN2024-0125335.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan:

Portefeuillehouder(s): Behandeld door

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 28 mei 2024 Zorg en Opvang Alexander Scholtes en Rutger Groot Wassink Afdeling Beleid Jeugd en Zorg

Onderwerp

Voortgang project Beschikken op Maat

Datum Portefeuille(s)

Geachte leden van de raad, Op 7 november 2023 hebben wij u een brief gestuurd over de start en de inhoud van het project Beschikken op Maat. Hierbij informeren wij u, zoals toegezegd in de commissie OZA van 14 februari 2024, over de voortgang van dit project.

Samenvatting Beschikken op Maat is een project gericht op het aanpassen van de gemeentelijke beschikkingen voor maatwerkvoorzieningen Wmo, met als doelen om te voldoen aan de wet en de klantvriendelijkheid te verbeteren. De raad is in november 2023 geïnformeerd over de start van het project en de drie deelopgaven daarbinnen, pijlers genoemd: beschikken met omvang, beschikken met motivering en beschikken met variabele beschikkingsduur. Het project is afgelopen najaar gestart en sindsdien hebben er veel bijeenkomsten plaatsgevonden: met aanbieders, cliëntvertegenwoordigers, en -in een technische sessie en een raadscommissie- met raadsleden. De besprekingen hebben geleid tot het opzetten van een vierde pijler: verbetering van de positie van de cliënt. Daarmee verleggen we het accent van het project naar doen wat voor cliënten het hardste nodig is: beschermen van een ondergrens van ondersteuning en versterken van de positie van Amsterdammers die hun ondersteuning niet als toereikend ervaren. Voor ieder van de vier pijlers is er een onderscheiden plan om de doelen te realiseren. Voor pijler 1 wordt een pilot opgezet met basisomvang toekennen voor Hulp bij huishouden. Voor pijlers 2 en 3 worden binnenkort de eerste veranderingen doorgevoerd. Voor pijler 4 gaat de gemeente met cliënten en ervaringsdeskundigen in gesprek.

Realisatie van de doelen gaat meer tijd kosten dan aanvankelijk ingeschat: het project is ingrijpend en moet in stappen worden uitgevoerd.

Beschikken op Maat Het project Beschikken op Maat behelst een herziening van de manier waarop de gemeente Amsterdam beschikkingen inricht voor Amsterdammers die in aanmerking komen voor een Wmomaatwerkvoorziening. Het project omvat nu vier deelprojecten, ieder met een eigen aanleiding, die in samenhang moeten worden uitgevoerd. De vier deelprojecten zijn:

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

1 2 3 4

Datum 28 mei 2024 Pagina 2 van 12

Overgang van beschikken in resultaten naar beschikken met omvang; Motiveringen invoegen in de beschikkingen; Passende geldigheidsduur toekennen aan beschikkingen; Versterken positie Amsterdammer.

Het doel van het project is om een werkwijze van beschikken te ontwerpen die voldoet aan de wet (voor deelprojecten 1 en 2) c.q. de cliëntvriendelijkheid verbetert (voor deelprojecten 3 en 4). Tegelijk moet de omvorming zowel goed in te voeren zijn als op de langere termijn uitvoerbaar blijven, met bijzondere aandacht voor de administratieve last voor professionals. Het project bestrijkt de voorzieningen Begeleid Thuis, Aanvullende Individuele Ondersteuning (AIO), Dagbesteding (DB) en Hulp bij huishouden (Hbh).

Landelijke ontwikkelingen van het afgelopen half jaar De stand van zaken bij ons vorig schrijven over dit onderwerp was dat het ministerie van VWS had aangegeven dat er geen voorstel tot aanpassing van de Wmo meer ingediend zou worden om resultaatgericht beschikken een wettelijke basis te geven. Hierdoor zijn gemeenten alsnog gebonden aan rechterlijke uitspraken dat de Wmo verplicht tot beschikken met omvang. Dat betekent niet dat het ministerie vindt dat beschikken met omvang beter is dan beschikken met resultaat, men ziet momenteel alleen geen kans een wetsaanpassing door te voeren. Daardoor zijn alle partijen gebonden aan een wet met erkende gebreken. •

• •

•

•

•

VWS heeft de VNG gevraagd een handreiking op te stellen om gemeenten die resultaatgericht werken te ondersteunen bij de transitie naar beschikken met omvang. De “Handreiking Gepast beschikken” is in concept gereed gemaakt, maar uiteindelijk niet vastgesteld en gepubliceerd. Cliëntorganisaties gaven aan zich niet te kunnen vinden in zowel de inhoud als het ontstaansproces van de Handreiking, en bij gemeenten was er ook weinig steun voor de inhoud: de concept-Handreiking werd niet als behulpzaam ervaren. Het uitblijven van de Handreiking betekent dat het ministerie gemeenten niet ondersteunt bij het hanteerbaar maken van beschikken met omvang. VWS, VNG en G4 zijn het eens dat structurele oplossingen formuleren voor de houdbaarheid van de Wmo niet op korte termijn te realiseren is. VWS, VNG en G4 zijn het er over eens dat de verhouding van de Wmo met de Algemene wet bestuursrecht (Awb) problematisch is. Doordat de Wmo onder de Awb valt, moeten besluiten in het kader van de Wmo altijd met een beschikking worden vastgelegd, terwijl dat niet geldt voor besluiten over zorglevering door bijvoorbeeld een huisarts of specialist. We zien in veel zorgsectoren juist tegengestelde bewegingen. In de ziekenhuiszorg, de huisartsenzorg en de langdurige zorg ontstaan langzamerhand grotere vrijheden voor de tijdsbesteding aan hulpvragen.

Gemeenten tonen uiteenlopende reacties op de opgave om te beschikken met omvang, afhankelijk van hun huidige situatie (beschikken ze al met omvang of nog niet, welke inkoopafspraken gelden er). Er is geen inventarisatie van reacties beschikbaar, maar alle gradaties van het spectrum zijn vertegenwoordigd: sommige gemeenten willen uiteindelijk overgaan op beschikken met omvang en gaan daarom dienstverlening op basis van ureninzet inkopen, andere gemeenten zoeken juist rechterlijke toetsing van eigen resultaatgerichte varianten. De G4 blijven de uitvoerbaarheid van beschikken met omvang als problematisch zien.

2

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

•

Datum 28 mei 2024 Pagina 3 van 12

De VNG blijft bij VWS aandringen op aanpassing van de Wmo, om een oplossing te bieden voor de huidige problemen rond beschikken met omvang.

Ontwikkelingen in Amsterdam in het afgelopen half jaar Er zijn het afgelopen half jaar veel bijeenkomsten geweest rond Beschikken op Maat: − Technische sessie, gepresenteerd met hulp van aanbieders en Cliëntenbelang Amsterdam, over de achtergronden van het project Beschikken op Maat, 31 januari 2024 (waarbij aanwezig PvdA, GL, D66, PvdD, SP) − Gesprekken wethouder Scholtes en wethouder Groot Wassink met zorgaanbieders en cliëntorganisaties − Raadscommissie OZA 14 februari 2024. Hierbij gaf wethouder Scholtes aan Beschikken met omvang verder te willen vormgeven samen met de gemeenteraad, Cliëntenbelang, aanbieders, buurtteams, G4, VWS en VNG. − Verschillende sessies met aanbieders en anders stakeholders (27 /11, 17/1, 26/2, 13/3, 10/4, 17/4 en 24/4) − Afstemming met Cliëntbelang Amsterdam en Wmo-Adviesraad.

Inhoudelijke uitkomsten Technische sessie 31/1 en bespreking bij de raadscommissie OZA 14/2 De commissieleden die zich op 14 februari in de commissie OZA uitspraken gaven de volgende aandachtspunten mee: - Versterken van de rechtspositie van cliënten, met name voor de voorzieningen Hulp bij huishouden (Hbh) en (in mindere mate) Dagbesteding (DB); - Geen overhaaste beslissingen nemen die kunnen leiden tot hogere kosten, toename van administratieve last, of afnemende ruimte voor professionals om in te schatten waar de prioriteiten liggen; - Beschikken met omvang lijkt minder goed te passen bij de voorzieningen Aanvullende individuele ondersteuning (AIO) en Begeleid Thuis omdat de tijdsinzet en frequentie van ondersteuning erg afhankelijk zijn van de veranderlijke behoefte van de cliënt; - Toekomstig beleid moet oog hebben voor een afweging tussen de individuele rechten van cliënten, en het collectieve belang dat we zo veel mogelijk mensen in ieder geval de hulp geven die ze het hardste nodig hebben.

In deze reacties herkennen wij twee principes: 1 Het beschermen van een ondergrens van zorgverlening Juist in deze tijden van schaarste, waarin er nauwelijks genoeg middelen zijn en er te weinig personeel is om iedereen de zorg te bieden die ze nodig hebben, is het van belang erop toe te zien dat in ieder geval een minimumniveau van zorgverlening wordt behaald voor zo veel mogelijk cliënten. 2 Het versterken van de positie van cliënten ten opzichte van hulpverlener en gemeente Cliënten hebben in het huidige Amsterdamse systeem verschillende instrumenten die ze kunnen gebruiken om hun recht te halen wanneer ze menen geen adequate zorg te krijgen. Het is de vraag of ze hiermee voldoende sterk staan tegenover een aanbieder, waarvan ze voor de zorg immers afhankelijk zijn.

3

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 mei 2024 Pagina 4 van 12

Stand van zaken van de vier deelprojecten van Beschikken op Maat Een half jaar geleden beschreven we u de opgave waar het college zich voor gesteld zag, onder de noemer Beschikken op Maat. Onder dit project vallen verschillende deelprojecten met onderlinge afhankelijkheden. We hebben de opgave verder verkend en met u besproken. Bij aanvang van het project benoemden we drie deelprojecten, daar is nu een vierde bijgekomen (versterken positie cliënt). We presenteren u nu de stand van zaken op de verschillende deelprojecten. De acties op de deelprojecten vereisen in alle gevallen ontwikkeling en implementatie in fasen: de complexiteit van het project is dusdanig dat het meerdere jaren zal kosten om volledig te realiseren. Het is gebleken dat de projectdoelen niet ineens te realiseren zijn, maar in stappen. Het project is hiermee omvangrijker en langduriger dan aanvankelijk ingeschat. Per deelproject beschrijven we de voorgenomen acties van het college op basis van het onderzoek dat tot nu toe is verricht, de plannen voor het vervolg en, waar van toepassing, welke uitdagingen het college nog voorziet.

Voortgang uitwerking beschikken met omvang (pijler 1) Beschikken met omvang is een wettelijke verplichting en Amsterdam gaat er daarom ook toe over. Het vergt een grote omschakeling in werkwijze en er zijn verschillende risico’s mee gemoeid. Een van de risico’s verbonden aan het toekennen van een precieze individuele ureninzet aan alle cliënten is dat er meer zorg geleverd moet worden. We verkeren in een context van schaarste: we hebben nauwelijks genoeg middelen en onvoldoende personeel om iedereen de zorg te bieden waar ze recht op hebben. Daardoor is het ons als gemeente nu al nauwelijks mogelijk ons aan de wet te houden, getuige de wachtlijsten voor Begeleid thuis/ Beschermd verblijf en Hulp bij huishouden. Door de vergrijzing en de verwachte ontwikkeling van de beroepsbevolking wordt dat probleem in de toekomst eerder groter dan kleiner. Dit is ook waarom de houdbaarheid van de Wmo onderwerp van onderzoek is door het Rijk. Tegen deze achtergrond kiezen we daarom voor een gefaseerde invoering van beschikken met omvang. We voeren beschikken met omvang eerst in bij de voorziening waar de behoefte eraan het grootst is. En ook daar zetten we in op een minimaal benodigde omvangstoekenning, om te voorkomen dat we uiteindelijk meer zorg moeten gaan leveren dan we kunnen.

Hiermee zetten we nadrukkelijk in op naleving van de bedoeling van de Wmo: namelijk dat we zorgen dat alle Amsterdammers ondersteund worden om zelfstandig te kunnen blijven wonen en mee te kunnen blijven doen in de samenleving. Dat zal niet altijd kunnen op het niveau dat we de cliënten wel gunnen, maar als we oog houden voor wat mensen minimaal nodig hebben kunnen we tegelijk de beschikbare zorg over zoveel mogelijk mensen verdelen. Ondergrens bewaken met basisomvang Concreet zien we een nieuwe inrichting van beschikken met omvang in hoofdlijnen als volgt voor ons: we beschikken wel met omvang, maar zonder in alle gevallen de volledige omvang van het individuele maatwerk bij de beslissing op aanvraag in een beschikking vast te leggen.

4

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 mei 2024 Pagina 5 van 12

We stellen een beschikking op, voor in ieder geval Hbh en wellicht ook DB, met een basisomvang in uren of dagdelen per periode. Dit is een omvang van zorg waar iedereen (of een grote groep) minimaal recht op heeft. Met een basisomvang in de beschikking kunnen cliënten altijd op hun recht terugvallen. We kiezen dan voor de inzet die in de praktijk de minimaal geboden inzet is. Dit is een inzet die aanbieders ook in tijden van krapte, zoals de vakantiepiek, moeten kunnen garanderen. Bovenop een basisomvang willen we in de beschikkingen opnemen dat cliënten bovendien de extra zorg krijgen die ze nodig hebben. Dat is eigenlijk hetzelfde als nu, want nu krijgen mensen ook de zorg toegekend die ze nodig hebben, maar dan als resultaat uitgedrukt. Zo krijgen we alsnog een resultaatbeschikking, met tevens een garantie van een minimumomvang. Hiermee houden we flexibiliteit in inzet terwijl we klanten rechtszekerheid bieden over de minimale inzet. Urentoekenning en verstevigen positie cliënt In de beleving zijn beschikken met omvang en een sterke positie van cliënten met elkaar verweven: met een urentoekenning ‘weet een cliënt waar die aan toe is’. Het College van Beroep heeft juist onder verwijzing naar de rechtszekerheid van cliënten het beschikken zonder omvang afgewezen.

Beschikkingen met omvang worden door cliëntorganisaties bij uitstek gezien als een manier om de positie van cliënten te versterken. Versterking van die positie wordt onder pijler 4 nader uitgewerkt. Specifiek voor beschikken met omvang geldt dat een verzekerde basisomvang van zorg voor een deel voorziet in versterking van die positie. Daarnaast heeft de Amsterdammer er recht op om bovendien te weten precies welke ureninzet wordt toegekend. Die mogelijkheid bestaat nu ook al, maar wordt weinig gebruikt. Uit klantvriendelijkheid en om de positie van de cliënt te versterken zou het college de route naar een precieze urenindicatie toegankelijker willen maken. Urentoekenning voor AIO en Begeleid Thuis Voor AIO en Begeleid Thuis zijn er nauwelijks signalen dat cliënten voor deze voorzieningen onvoldoende rechtszekerheid ervaren. Er ligt echter wel een rechterlijke uitspraak van 3 augustus 2022 waarin de gemeente Amsterdam wordt gewezen op de verplichting Begeleid Thuis met omvang toe te kennen. Aanbieders vinden toekenning van omvang principieel onwenselijk, omdat de ondersteuningsbehoefte typisch variabel is en zich niet in een vast aantal uren laat uitdrukken. De aanbieders waarschuwen voor hogere kosten, toename van administratieve druk en afname van beoordelingsruimte voor de professional.

Het is een nader onderzoek waard of aan de bezwaren van aanbieders tegemoet gekomen kan worden met een beperkte basisomvang. We gaan daarom eerst ervaring opdoen met het toekennen van een basisomvang bij Hulp bij huishouden voor we deze werkwijze bij AIO en Begeleid Thuis implementeren. Andere onderzochte scenario’s Naast het bovengenoemde scenario zijn de volgende scenario’s onderzocht en gewogen. Nulscenario Het nulscenario is dat we het laten zoals het nu is en alleen op verzoek beschikken met omvang. De wet verlangt echter dat we standaard met omvang beschikken. Daar zetten we dan ook op in, met die beperking dat we beschikken met omvang gefaseerd invoeren en eerst ervaring opdoen met hulp bij huishouden voor we het bij andere voorzieningen invoeren. 5

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 mei 2024 Pagina 6 van 12

Beschikken met bandbreedte Dit betekent dat we niet een precies aantal uren in de beschikking noemen, maar een bandbreedte van inzet, zoals bijvoorbeeld: twee tot vier uur ondersteuning per week. Jurisprudentie heeft deze beschikkingsvorm echter als ontoereikend afgewezen, dus dit is geen werkbaar scenario. Beschikken op gemiddeld aantal uren of per jaar Deze optie betreft het beschikken voor een gemiddelde inzet gedurende een (korte) periode, of een precieze inzet voor een lange periode, zoals een jaar. Dus: gemiddeld 2 uur per week, of precies 104 uur per jaar. In de jurisprudentie is deze optie benoemd als vergelijkbaar met de afgewezen optie van de bandbreedte en geldt daarom als dubieus. Daarnaast is het praktisch niet werkbaar. Wanneer er niet iedere week dezelfde inzet geleverd wordt, maar wel een gemiddelde of totale inzet behaald moet worden na een jaar, dan kan het gebeuren dat er tegen het eind van het jaar nog veel extra inzet geleerd moet worden, of die dan nodig is of niet. Bovendien vergt het een urenadministratie van zowel de cliënt als de uitvoerder om bij te houden of het gemiddelde dan wel het jaartotaal worden gehaald en niet overschreden. Dit heeft allemaal weinig te maken met cliënten de ondersteuning geven die ze nodig hebben. Daarom is dit scenario afgevallen.

Toekenning van een exact aantal uren - voor Hulp bij huishouden Toekenning van een exact aantal uren per week of per twee weken is voor hulp bij huishouden landelijk gezien een veelvoorkomend model van een urenbeschikking, en vóór 2015 de enige die er gebruikt werd. Het geeft maximale duidelijkheid aan de cliënt en is eenvoudig te hanteren. Maar het betekent dat er na indicatie geen manier meer is om in te spelen op een vermindering van de zorgbehoefte. Bij een wisselende behoefte vanwege een aandoening met een wisselend ziektebeeld, bij een wisselende inzet van het eigen netwerk of bij verminderde behoefte door nieuwe leefgewoonten van de cliënt, mag de aanbieder de zorginzet niet verminderen, zoals wel kan met een beschikking in resultaten. Er is ook geen prikkel voor de zorgaanbieder om de cliënt (waar mogelijk en verantwoord) tot grotere zelfredzaamheid aan te zetten, want de ureninzet blijft toch dezelfde. Andersom heeft de aanbieder ook geen mogelijkheid bij tijdelijke toegenomen zorgbehoefte de hulp te intensiveren – tenzij er een geheel nieuwe beschikking wordt gemaakt, wat veel administratie met zich meebrengt, en ook bewerkelijk is om weer terug te draaien als de tijdelijke verandering in zorgbehoefte weer voorbij is. Daarnaast zijn er andere nadelen verbonden aan toekenning van een exact aantal uren.

Een urentoekenning waarmee niet flexibel op- en afgeschaald kan worden moet zekerheidshalve aan de hogere kant worden vastgesteld. Gevolg hiervan is dat je met dezelfde capaciteit minder mensen kan helpen. Het is mede daarom dat juist grotere gemeenten, waaronder de hele G4, voor resultaatgerichte indicaties hebben gekozen. Voor Amsterdam zou het overgaan op deze wijze van uren toekennen bovendien als risico hebben dat de huidige bekostigingssystematiek voor aanbieders van hulp bij huishouden onhoudbaar wordt. Aanpassing van deze afspraken zou overleg vergen met de aanbieders over een andere bekostiging en zou in het uiterste geval leiden tot een nieuwe aanbesteding. - voor Dagbesteding Toekenning van een exact aantal dagdelen is voor sommige typen dagbesteding veel logischer dan voor andere. Sommige vormen van dagbesteding, zoals die voor ouderen, zijn typisch zeer 6

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 mei 2024 Pagina 7 van 12

regelmatig: een cliënt gaat iedere week op precies dezelfde dagdelen naar de dagbestedingslocatie. De dagbesteding speelt dan niet alleen een rol in het besteden van de bewuste dagen, maar ook in het bieden van een vaste weekstructuur aan de cliënt. Ook werkgerichte dagbesteding heeft de neiging tot een vaste regelmaat, omdat de dagbesteding bijdraagt aan het gewend raken aan verplichtingen en commitment op vaste tijden. Andere dagbestedingsactiviteiten hebben echter veel meer een inloopkarakter en spelen in op de wisselende behoeften van cliënten met een minder regelmatig leven. Hierbij kan het aantal dagdelen dagbesteding per week flink uiteenlopen en is het weinig zinvol een vast aantal dagdelen in een beschikking vast te leggen. Het komt voor dat cliënten meer dagdelen dagbesteding vragen dan hen is toegekend. Er is soms verschil van mening over hoeveel dagbesteding een cliënt nodig heeft. We maken echter niet mee dat cliënten behoefte hebben om op papier vastgelegd te zien hoeveel dagdelen dagbesteding hen is toegekend. Wat dat betreft is de urgentie om de omvang van de toegekende dagbesteding in beschikkingen vast te leggen minder groot dan bij hulp bij huishouden.

- voor AIO / Begeleid Thuis Het bezwaar dat je bij toekenning van een exact aantal uren flexibiliteit verliest en op hogere inzet uitkomt, zoals dat voor Hbh geldt, geldt voor AIO en Begeleid Thuis in verhevigde mate. Bij deze voorzieningen is het meer regel dan uitzondering dat de zorgbehoefte van de cliënt variabel is. Een vast aantal uren per cliënt betekent dat de professional alle flexibiliteit verliest om cliënten die bijvoorbeeld door een crisissituatie extra hulp nodig hebben meer hulp te verlenen, want het werkrooster zit vast met alle andere cliënten die recht hebben op hun vaste inzet. Consultatie met stakeholders Alle bovengenoemde scenario’s zijn juridisch getoetst, in meerdere bijeenkomsten van werkgroepen en klankbordgroepen besproken met een breed scala aan aanbieders van alle verschillende voorzieningen en gedeeld met Cliëntenbelang Amsterdam (CBA) en de Wmoadviesraad. CBA en Wmo-adviesraad menen dat we aan de belangen van cliënten het beste tegemoetkomen door iedereen uren op maat toe te kennen voor alle voorzieningen, waarbij het belang bij Hbh het grootst is. CBA meent tevens dat we alleen dan voldoen aan de wet. CBA erkent het risico dat er bij een urentoekenning in totaal meer zorg geleverd moet gaan worden, maar zij zien het als de taak van het Rijk om dat financieel en anderszins te faciliteren. Specifiek over de pilot zal CBA nog geconsulteerd worden.

Verschillende scenario’s zijn ook besproken met aanbieders, buurtteams en Centrale Toegang. Aanbieders maken zich vooral zorgen over verlies aan flexibiliteit van werken. Ze willen kunnen doen wat nodig is. Anders is het slechter voor de cliënt en geeft het de professional minder voldoening. Buurtteamvertegenwoordigers en medewerkers van de Centrale Toegang maken zich vooral zorgen over verhoging van de administratieve druk. Het is bijvoorbeeld een uitdaging een proces te ontwerpen waarbij het buurteam, dat een beschikking met omvang moet afgeven, niet te veel tijd kwijt is aan het ophalen van input van aanbieders over de benodigde omvang van inzet. Deze zorgen van aanbieders en buurtteam spelen echter niet voor het voorkeursscenario: om bij wijze van pilot een basisomvang toe te kennen bij Hbh. Het voorkeursscenario is bovendien besproken met de gezamenlijke aanbieders van hulp bij huishouden, die zich er in meerderheid goed in konden vinden. Wel werd daarbij de zorg benoemd 7

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 mei 2024 Pagina 8 van 12

dat veel cliënten geen genoegen zullen noemen met een toekenning van een basisomvang, en de vergemakkelijkte route zouden volgen naar een maatwerktoekenning. Plannen voor het vervolg Het is ons voornemen dat hulp bij huishouden als pilot zal fungeren voor de andere voorzieningen om te oefenen met een toekenning van een basisomvang. Daarmee willen we zo snel mogelijk na het zomerreces starten. In de nieuwe beschikkingen worden bij voorkeur ook meteen een motivering (pijler 2) en een variabele beschikkingsduur (pijler 3) opgenomen. De basisomvang zal in de beschikkingen worden genoemd. Cliënten die er prijs op stellen kunnen de exacte inzet in uren die hun zorgaanbieder levert in een nieuwe beschikking benoemd krijgen: hiervoor zal een nieuwe, toegankelijke route ontworpen worden. Voor het geval een cliënt het niet eens wordt met de zorgaanbieder over de benodigde inzet, wordt de huidige ‘route oneens’ als escalatievorm behouden: dan zal er door een onafhankelijke partij een onafhankelijk advies worden gesteld over de benodigde inzet. Nadat de pilot enige tijd gedraaid heeft zullen we deze evalueren en een besluit nemen over de implementatie bij de andere voorzieningen. De termijnen hiervoor zullen bepaald worden bij het opstellen van een implementatieplan voor deze pilot. Dit implementatieplan verwachten we in september 2024 op te leveren.

Nog voor de zomer zullen we op basis van deze voornemens opnieuw met alle stakeholders in gesprek gaan, waarbij we denken aan aanbieders van de verschillende voorzieningen, buurtteams, Centrale Toegang, Cliëntenbelang en Wmo-adviesraad, individuele cliënten en betrokkenen uit verschillende geledingen van de gemeentelijke organisatie. We hopen hier input op te halen hoe we deze plannen het beste kunnen uitvoeren en welke ideeën daar nog over leven. Wat ons betreft maakt dit deel uit van een permanent gesprek over de juiste uitvoering van dit project. Risico’s Een risico van deze fasegewijze aanpak is dat het langere tijd kan duren voor we met andere voorzieningen dan hulp bij huishouden aan de wet voldoen. Dit risico is afgewogen tegen het risico van vastlopen van het gemeentelijk zorgstelsel door overhaaste invoering van ingrijpende veranderingen. Een risico van invoering van een meer toegankelijke vorm van vastleggen van een exact urenaantal op maat voor hulp bij huishouden, is dat een dusdanig groot aantal cliënten van die mogelijkheid gebruik gaat maken dat het leidt tot een gemiddeld grotere zorginzet van aanbieders. Dat zou complexe gevolgen hebben voor de bekostiging en in het uiterste geval een nieuwe aanbesteding voor hulp bij huishouden noodzakelijk maken.

Er is een technische uitdaging verbonden aan het implementeren van een anders ingerichte vorm van hulp bij huishouden. Vanwege het grote aantal cliënten zal een overgang naar een urenbeschikking voor alle ca. 12.000 cliënten ineens niet mogelijk zijn. Dat betekent dat er voor de systemen een tijd lang twee soorten hulp bij huishouden tegelijk zullen moeten bestaan. Het is van te voren niet helemaal te overzien welke uitdagingen dit gaat opleveren. De overgang van resultaatgerichte indicaties naar urenindicaties vergt voor iedere cliënt administratieve handelingen. Precies hoeveel tijd dat kost moet nog nader worden onderzocht,

8

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 mei 2024 Pagina 9 van 12

maar op dit moment lijkt dat ongeveer een kwartier per klant te vergen. Het is nog de vraag hoe we die administratieve tijd zo veel mogelijk kunnen beperken.

Voortgang uitwerking beschikken met motivering (pijler 2) Bij deze pijler is het uitgangspunt dat de motivering van de beschikking uitgebreid wordt, zodat de Amsterdammer kan zien wat afwegingen zijn geweest bij het onderzoeken van de ondersteuningsbehoefte en het bepalen van de best passende oplossing. Stand van zaken De gezamenlijke partners in het project hebben onderzocht hoe in eerste instantie uniform een toelichting in alle beschikkingen kan worden opgenomen. We verbeteren de motivering in beschikkingsbrieven door daarin kort en helder te omschrijven waar het Wmo-onderzoek uit bestaat. Vervolgstappen • De standaardmotivering komt binnen enkele maanden in de beschikking naar de Amsterdammer en hierover wordt gecommuniceerd naar aanbieders en buurtteams. • Vervolgens onderzoeken we de mogelijkheid van maatwerkinformatie in (een bijlage van) de beschikking. Dit betekent een stapsgewijze uitbreiding van de bestaande motivering. We weten daarbij op dit moment nog niet hoe ver we uiteindelijk komen in het weergeven van individueel maatwerk in de motiveringen.

Voortgang uitwerking passende beschikkingsduur (pijler 3) Een passende geldigheidsduur toekennen aan beschikkingen komt tegemoet aan de wens van cliënten, cliëntorganisaties en zorgaanbieders. In plaats van de huidige standaardduur van één jaar passen we maatwerk toe, waarbij rekening wordt gehouden met de situatie van de cliënt. Dat kan betekenen een langere beschikkingsduur waarbij nadrukkelijk oog is voor de verwachte ontwikkeling van de cliënt. Deze beschikkingsduur varieert van drie maanden tot vijf jaar. We stellen richtlijnen op die professionals kunnen helpen bij het bepalen van de beschikkingsduur. Vervolgstappen Het implementeren van de passende beschikkingsduur zal gefaseerd plaatsvinden. Op dit moment kan de Centrale Toegang al variëren in de duur van de beschikking. Naar verwachting start de Centrale Toegang per 1 juli 2024 met een passende duur voor Begeleid Thuis en Beschermd Verblijf. De implementatie bij de overige maatwerkvoorzieningen vraagt meer tijd, vanwege de inrichting van de systemen. Onder meer om te borgen dat er tijdig tussentijdse evaluaties plaatsvinden met de cliënt. Immers de jaarlijkse lichte toets van een evaluatie van het ondersteuningsplan blijft nodig om te monitoren dat de ondersteuning nog aansluit bij de behoeften van de cliënt.

Dat blijft juist van belang als straks de zwaardere toets, het onderzoek naar de volledige zorgbehoefte bij verlenging van een beschikking , minder frequent plaatsvindt dan voorheen.

9

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 mei 2024 Pagina 10 van 12

Aandachtspunten De evaluatie is nu gekoppeld aan de einddatum van de éénjarige beschikking, en daarmee aan een eventuele verlenging van de beschikking. Bij een langer durende beschikking valt die prikkel om na een jaar te evalueren weg. Dat vraagt om een goede monitoring en sturing op de jaarlijkse evaluatie. Binnen Begeleid Thuis/Beschermd Verblijf evalueren de zorgaanbieder en de cliënt jaarlijks. We onderzoeken of voor een deel van de cliënten een tussentijdse evaluatie met de Centrale Toegang een toegevoegde waarde heeft.

Voortgang uitwerking Versterking positie Amsterdammer (pijler 4) Een nieuwe pijler in het project Beschikken op Maat Tijdens de technische sessie over beschikken op maat ontstond het inzicht dat beschikken met omvang, motivering en variabele duur ook als achterliggend doel hebben om de positie van de individuele Amsterdammer te verbeteren. Door diverse omstandigheden en inrichtingskeuzen heeft de Amsterdammer een zwakkere positie dan de hulpverlener of gemeente. Amsterdammers zijn voor passende zorg afhankelijk van hulpverleners en gemeente, maar het gaat verder dan dat. Als een Amsterdammer informatie niet of onduidelijk aangereikt krijgt, kan hij zich minder goed voorbereiden op bijvoorbeeld een aanvraagprocedure. Als een klachtenregeling onbekend of te ingewikkeld is, blijft deze mogelijkheid ongebruikt. Dat kan de positie van de Amsterdammer verzwakken en tegelijk een te rooskleurig beeld van de praktijk schetsen (er klaagt niemand, dus het is goed geregeld). Cliënten hebben in het huidige Amsterdamse systeem verschillende instrumenten die ze kunnen gebruiken om hun recht te halen of hun belang te beschermen wanneer ze menen geen adequate zorg te krijgen.

Denk bijvoorbeeld aan bezwaar maken tegen de beschikking, een klacht indienen bij de hulpverlener, gemeente of Ombudsman, het vragen om een onafhankelijk advies ( de ‘route oneens’) of het inschakelen van een onafhankelijke cliëntondersteuner. Maar puur de aanwezigheid van deze mogelijkheden lijkt niet genoeg om de positie van de Amsterdammer te versterken. Er is meer nodig. Relevante landelijke ontwikkeling Een voorbeeld van een landelijke ontwikkeling die ondersteunend is aan deze denkrichting is het wetsvoorstel ‘versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht’. Dat is nu in consultatie. Het voorstel bevat verschillende aanpassingen om de dienstverlening door de overheid te verbeteren, de menselijke maat hierbij te versterken en laagdrempelig contact te bevorderen. Het geeft overheidsorganisaties en de rechter meer ruimte om rekening te houden met de individuele situatie van mensen. Hiermee wordt bevorderd dat de overheid weer naast mensen komt te staan, naar hen luistert en zich in hen verplaatst. Binnen Beschikken op Maat hoeven we echter niet te wachten op landelijke helderheid of nieuwe computersystemen. We willen en kunnen bestaande mogelijkheden voor Amsterdammers nu al versterken, verbeteren en waar nodig uitbreiden. 10

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 mei 2024 Pagina 11 van 12

Stand van zaken Betrokkenen bij het project hebben een korte gezamenlijke analyse gemaakt van de huidige werkwijze bij maatwerkvoorzieningen. Daaruit kwamen twee conclusies naar voren: Als professionals zien we verbetermogelijkheden, maar om echt de goede inzichten op te • doen is het noodzakelijk om Amsterdammers en ervaringsdeskundigen te vragen welke verbetermogelijkheden zij zien. Dat gaan we dus doen. De positie van de Amsterdammer versterken we niet met één slimme maatregel. Ook binnen • het kader van Beschikken op Maat vergt dit juist verschillende acties, die we op verschillende momenten kunnen realiseren. Daarmee is deze vierde pijler een constante verbeterstroom. Betrokkenen hebben vervolgens verbetervoorstellen geplot op de huidige werkwijze, besproken en geprioriteerd. Dit levert veel kleinere en grotere initiatieven op, die grof in te delen zijn als: - communicatie naar Amsterdammer en verwijzers laagdrempeliger maken; - vaker checken of client het begrijpt (aandacht in werkwijze); - samenwerkingsafspraken inhoudelijk verbeteren en beter delen. Vervolgstappen Op verschillende manieren gaan gemeente en hulpverleners in gesprek met Amsterdammers en ervaringsdeskundigen. Afspraken zijn in voorbereiding met clientorganisaties, stichting MEE, maar ook met cliëntraden van zorgaanbieders, buurtteams en Centrale Toegang. Een inventarisatie van mogelijkheden loopt nog.

Ondertussen zijn de eerste gesprekken al gepland. De verbeteractiviteiten zijn divers. Om overzicht te houden op het geheel, beschrijven we de activiteiten in een plan van aanpak dat we daarna gezamenlijk met betrokken partners uitvoeren.

Planning vervolg Pijler 1: Implementatieplan pilot beschikken met omvang – gereed najaar 2024 Pijler 2: Invoering motiveringen in beschikkingsbrieven, fase 1 – september 2024 Pijler 3: Invoering variabele beschikkingsduur: - voor BT/BV – juli 2024 - voor Hbh: wordt meegenomen in implementatieplan pilot beschikken met omvang - voor DB en AIO: nader te bepalen Pijler 4: Verbeteren positie cliënten - Raadplegen cliënten en ervaringsdeskundigen - per direct - Opstellen plan van aanpak – gereed september 2024

11

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 mei 2024 Pagina 12 van 12

Deze aanpak is een gezamenlijke aanpak, waarbij alle partijen inbreng hebben. We spannen ons graag in om deze inbreng breed op te halen en te verwerken. Als u ons nog zaken wil meegeven bij de verdere aanpak van dit onderwerp houden wij ons van harte aanbevolen voor uw reacties. Wij informeren u graag in het najaar van 2024 opnieuw over de stand van zaken. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Alexander Scholtes Wethouder Zorg

Rutger Groot Wassink Wethouder Opvang

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14588577/2