Raadsinformatiebrief voortgang Participatiewet in Balans.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan:
Portefeuillehouder(s): Behandeld door
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 16 december 2025 Sociale Zaken Rutger Groot Wassink Directie Inkomen, bestuurszaken.wpi@amsterdam.nl
Onderwerp
Voortgang Participatiewet in Balans
Datum Portefeuille(s)
Geachte leden van de gemeenteraad,
Op 30 september 2025 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Participatiewet in Balans waarin invulling wordt gegeven aan Spoor 1. Met Spoor 1 van het programma Participatiewet in Balans beoogt het Rijk een eerste set aan relatief simpele wijzigingen in de Participatiewet door te voeren. Deze moeten voor een vereenvoudiging van de wet zorgen en hardheden wegnemen. Met deze brief informeert het college uw raad over de voortgang van de Participatiewet in Balans. Daarnaast wordt toegelicht in hoeverre deze veranderingen, vooruitlopend op de wetswijzigingen, zijn geïmplementeerd of al worden toegepast in het bijstandsbeleid van onze stad. Relatie met de Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen Het college streeft naar een sociaal bijstandsbeleid en heeft daarom in november 2023 de Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen1 gepresenteerd. Deze agenda bevat onder meer enkele maatregelen die vooruitlopen op de eerder door het Rijk aangekondigde wetswijziging in het kader van Participatiewet in Balans2. Denk aan de mogelijkheid om bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen, aan een eerlijkere en eenvoudigere manier om het vermogen vast te stellen en aan het verhogen van de giftengrens in de bijstand. Het gaat om maatregelen die de financiële zekerheid van bijstandsgerechtigden kunnen versterken en gemeenten de mogelijkheid bieden om te werken vanuit vertrouwen.
Bij de implementatie van de maatregelen in het kader van Participatiewet in Balans gaat het college uit van wat goed is voor de Amsterdammer. Participatiewet in Balans Doel van het landelijke programma Participatiewet in Balans is om de wet eenvoudiger en beter uitvoerbaar te maken, hardheden weg te nemen en bijstandsgerechtigden meer financiële zekerheid te bieden. Daarnaast wil het Rijk gemeenten meer ruimte geven om maatwerk te leveren, waarbij meer plaats is voor vertrouwen en de menselijke maat. Het programma Participatiewet in Balans bestaat uit drie sporen: • Spoor 1: een snelle verbetering door meer dan twintig maatregelen op korte termijn;
1 Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen 2 Raadsinformatiebrief ‘De verruiming van regels rondom bijstandsverlening’, d.d. 17 december 2024
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
• •
Datum 16 december 2025 Pagina 2 van 6
Spoor 2: een meer fundamentele herziening van de Participatiewet; Spoor 3: versterking van de vakkundigheid in de uitvoering.
Maatregelen Spoor 1 Het Rijk startte rond 2021 met het wetstraject Participatiewet in Balans. De Eerste Kamer heeft pas op 30 september 2025 ingestemd met de wet. Omdat de besluitvorming zo lang heeft geduurd en vanwege de grote hoeveelheid maatregelen, wordt Spoor 1 van Participatiewet in Balans gefaseerd ingevoerd in 2026 en 2027. Zo krijgen gemeenten meer tijd voor een goede implementatie. In bijlage 1 is de gefaseerde inwerkingtreding van de maatregelen weergegeven. Het college staat hieronder stil bij de volgende specifieke onderwerpen uit Spoor 1 die de grootste impact hebben: de vereenvoudiging van de aanvraagprocedure, de verruiming van het recht op bijstand, stabiel en voldoende inkomen, maatschappelijke participatie en de taaleis. Vereenvoudiging aanvraagprocedure Spoor 1 van Participatiewet in Balans bevat enkele kleine wetswijzigingen die het aanvragen van een bijstandsuitkering vereenvoudigen. Zo kan een aanvrager zich ook identificeren met een DigiD en een geldig EU-rijbewijs. Daarnaast kan het moment dat iemand bijvoorbeeld een zelfstandigenuitkering op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen heeft aangevraagd – en er niet voor in aanmerking komt – worden gebruikt als het moment dat deze een reguliere bijstandsuitkering heeft aangevraagd.
Dit voorkomt dat de aanvrager een (langere) periode geen inkomen heeft als hij de verkeerde uitkering heeft aangevraagd. Ook wordt het mogelijk om bij uitkeringsaanvragen gegevens die niet ouder zijn dan twaalf maanden te hergebruiken. Het college verwelkomt deze aanpassingen. Ze dragen bij aan het vergroten van de inkomenszekerheid van inwoners, het vereenvoudigen van processen en het verminderen van de administratieve lasten voor zowel de Amsterdammer die inkomensondersteuning nodig heeft, als voor de gemeente. Jongeren tot 27 jaar die zich melden voor een uitkering, zijn wettelijk verplicht om eerst vier weken op zoek te gaan naar werk en/of scholing, voordat ze een bijstandsaanvraag kunnen indienen. Met de aanpassing van de Participatiewet krijgt het college de bevoegdheid om een vrijstelling te geven aan jongeren voor deze vierweekse zoektermijn, wanneer individuele omstandigheden daarom vragen. In Amsterdam wordt sinds september 2024 de zoektermijn voor jongeren standaard niet meer toegepast. Het volledig afschaffen van de zoektermijn binnen de gemeente Amsterdam is daarmee buitenwettelijk begunstigend beleid. Dit is naar aanleiding van een aangenomen motie3 om de vierweekse zoektermijn in geen geval toe te passen. De afgelopen anderhalf jaar is er landelijk een toename geweest van het aantal jongeren in de bijstand. Dit geldt ook voor Amsterdam.
Zo blijkt uit recente cijfers over de periode juli 2024 tot en met juni 2025 dat in die periode het aandeel jongeren in de bijstand is toegenomen van negentien procent naar 21 procent terwijl de gehele bijstandspopulatie in dezelfde periode met ongeveer één procent is toegenomen. Het college verkent in G4-verband wat de precieze oorzaken van de 3 Motie 086.24 van de leden Namane, Ahmadi, Kabamba, Alberts en Khan over geen zoektermijn meer in de
bijstand
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 16 december 2025 Pagina 3 van 6
toename van het aantal jongeren in de bijstand zijn en verwacht de resultaten daarvan in de loop van 2026 te presenteren. De uitkomsten van deze verkenning kunnen voor het college een reden zijn om een andere invulling aan het beleid rond de zoektermijn voor jongeren te geven. Verruiming recht op bijstand Zoals eerder genoemd, maakt de Participatiewet in Balans het eenvoudiger om een uitkering met terugwerkende kracht toe te kennen op basis van individuele omstandigheden. Ook worden giften tot 1.200 euro per kalenderjaar vrijgelaten. Het college is nog altijd van mening dat het sociaal minimum te laag is, ondanks de koopkrachtreparaties in 2024. Daarom blijven we de giftengrens van 1.800 euro buitenwettelijk begunstigend hanteren na de inwerkingtreding van de wetswijziging. Het college heeft in 2023 de giftengrens die in Amsterdam in 2017 was vastgesteld op 1.200 euro, geïndexeerd en vastgesteld op 1.800 euro. Het college ziet geen redenen de hoogte nu aan te passen. Daarnaast kunnen we door het handhaven van de huidige hoogte van de giftengrens het onderzoek Gezin en Geld4 voortzetten. Stabiel en voldoende inkomen De wetswijziging maakt het voor gemeenten mogelijk om de inkomsten van bijstandsgerechtigden eenvoudiger te verrekenen met de uitkering.
Amsterdam heeft een voortrekkersrol in G4-verband bij de ontwikkeling van het automatisch verrekenen, op basis van gegevens uit de polisadministratie. Hierover informeerde het college uw raad in de raadsinformatiebrief van 3 december 2024.5 Het college is dan ook blij dat de opgedane ervaringen en aanbevelingen hebben geleid tot een verbetering van de Participatiewet. Dit leidt tot het verminderen van de administratieve lasten voor bijstandsgerechtigden en gemeenten. Tegelijkertijd draagt de verbetering bij aan een grotere inkomensstabiliteit, doordat het voor werkende bijstandsgerechtigden duidelijk is welke inkomsten op welk moment worden verrekend met de uitkering. Hiermee wordt de drempel voor het aannemen van parttimewerk door bijstandsgerechtigden verlaagd. Met de nieuwe landelijke vrijlating van 15 procent die vanaf 2027 ingaat, hebben deeltijdwerkers met bijstand in principe direct al een financieel voordeel, omdat niet hun volledige loon met de bijstand wordt verrekend. Het feit dat een bijstandsgerechtigde met deeltijdwerk maandelijks een deel van zijn loon mag houden, is een voordeel ten opzichte van de huidige Amsterdamse bijverdienpremie die maar tweemaal per jaar kan worden toegekend.
De nieuwe vrijlating zal echter bijna altijd lager zijn dan de huidige bijverdienpremie; de bijverdienpremie is namelijk nu gebaseerd op 30 procent van het verdiende nettoloon (met een maximum van ca. 280 euro op maandbasis). Een bijstandsgerechtigde die nu 600 euro in een maand bijverdient, krijgt daar een bijverdienpremie voor terug van 180 euro. Maar met een 15%-vrijlating wordt het financiële voordeel nog maar 90 euro. Het komende jaar onderzoekt het college in hoeverre er aanleiding blijft bestaan om naast de nieuwe vrijlating een premie te blijven inzetten. Maatschappelijke participatie De huidige Participatiewet kent een groot aantal algemeen geldende verplichtingen, gericht op arbeidsinschakeling. Per 1 januari 2027 worden deze harde verplichtingen losgelaten en kan ook 4 Gezin en Geld, Hogeschool van Amsterdam 5 Raadsinformatiebrief ‘Voortgang verbeterprogramma Inkomensverrekening’, d.d. 3 december 2024
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 16 december 2025 Pagina 4 van 6
worden ingezet op maatschappelijke participatie, passend bij wat mensen aankunnen. Zo wordt meer rekening gehouden met een groot deel van de bijstandsgerechtigden die op korte termijn geen perspectief hebben op uitstroom naar werk. Per 1 januari 2027 komt er een generieke participatieplicht voor álle bijstandsgerechtigden. Deze participatieplicht valt uiteen in een re-integratie- en een maatschappelijk participatiedeel. Bijstandsgerechtigden voor wie arbeidsinschakeling nog niet aan de orde is, moeten volgens deze generieke participatieplicht maatschappelijk participeren. Dat houdt in dat zij onbeloonde activiteiten verrichten die gericht zijn op deelname aan het maatschappelijk leven. Gemeenten krijgen de ruimte om participatie naar eigen inzicht in te vullen. Bijstandsgerechtigden krijgen het recht om maatschappelijke participatie zelf vorm te geven, mits het geen belemmering vormt voor arbeidsinschakeling of verdringing op de arbeidsmarkt. Daarbij krijgen bijstandsgerechtigden en ook niet-uitkeringsgerechtigden een ‘aanspraak op ondersteuning’ bij maatschappelijke participatie. Ondersteuning vanuit de gemeente hoeft niet altijd in te houden dat zij de activiteiten of voorzieningen aanbiedt.
Het kan ook betekenen dat mensen over een drempel worden geholpen om zelf in beweging te komen of dat ze door de gemeente worden gewezen op bestaande initiatieven en activiteiten waaraan de persoon kan deelnemen. Met de introductie van een generieke participatieplicht vervalt de gemeentelijke taak om verplichte tegenprestaties op te leggen. Meer aandacht voor het belang van maatschappelijke participatie voor bijstandsgerechtigden sluit goed aan bij het huidige Amsterdamse beleid6. De noodzakelijke aanpassingen om aan de wettelijke eisen te voldoen, zijn minimaal. Het komende jaar onderzoekt het college hoe invulling gegeven kan worden aan de participatieplicht op een manier die past bij de Amsterdamse aanpak op basis van vrijwilligheid en intrinsieke motivatie. Ook wordt op korte termijn de Verordening Tegenprestatie ingetrokken, aangezien gemeenten in het gedoogjaar 2026 al mogen stoppen met het opleggen van verplichte tegenprestaties. Omdat Amsterdam nu al geen verplichte tegenprestatie oplegt, zal intrekking van deze verordening geen praktische consequenties met zich meebrengen. De taaleis Het college is tevreden over de kleine stappen die het Rijk zet met de eerste wijzigingen van de Participatiewet. Tegelijkertijd zijn we ronduit teleurgesteld over de beslissing van het Rijk om de taaleis in de Participatiewet te behouden.
De taaleis houdt in dat bijstandsgerechtigden die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheersen, zich moeten inspannen om de taal op zijn minst op basisniveau te beheersen. Als dat niet gebeurt, kan de bijstand worden verlaagd. Het college onderschrijft het belang van de beheersing van de Nederlandse taal om zo volwaardig mee te doen in de stad. Wij geloven dat veruit de meeste mensen voor wie dat geldt, gemotiveerd zijn om de taal te leren en mee te doen in de samenleving. We zetten daarom in op
6 Raadsinformatiebrief ‘Meedoen vanuit de bijstand’, d.d. 12 december 2024
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 16 december 2025 Pagina 5 van 6
taalbevordering als onderdeel van participatie- en re-integratieondersteuning voor bijstandsgerechtigden. We geloven niet in dwang door middel van financiële sancties, gebaseerd op een ‘redelijk vermoeden dat belanghebbende de vaardigheden in de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst’. Dergelijke financiële sancties ondermijnen de bestaanszekerheid van deze Amsterdammers. Ook vinden we de strikte bewijslast die voor de bijstandsgerechtigden geldt onwenselijk en onuitvoerbaar. De taaleis zoals die in de Participatiewet is opgenomen, draagt niet bij aan het uitgangspunt dat vertrouwen voorop staat in de bijstandsdienstverlening aan Amsterdammers. Ook sluit de taaleis niet aan bij het streven van het Rijk om juist meer vertrouwen te bevorderen binnen de Participatiewet. Het college hecht veel waarde aan het persoonlijke contact met Amsterdammers die de taal nog niet of niet voldoende beheersen. Gemeenten weten het best wat inwoners nodig hebben en we zien dat het aanbieden van een passend aanbod bij het leren van taal effectiever werkt. Goed persoonlijk contact is dan ook waar het college de komende jaren op inzet. Deze aanpak genereert meer vertrouwen en biedt oog voor de menselijke maat. Het college blijft zich onverminderd inzetten bij het Rijk om het sanctieregime rondom de taaleis in de wet te herzien.
Voortgang Spoor 2 en Spoor 3 Momenteel werkt het ministerie aan de uitwerking van maatregelen die tot een fundamentelere herziening van de Participatiewet moeten leiden7. Opties die op tafel liggen zijn onder meer een wijziging van het partnerbegrip in de bijstand (de harmonisering met het fiscale partnerbegrip in de Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen) en een vereenvoudiging van het inkomstenbegrip en het vermogensbegrip. Amsterdam is, evenals andere gemeenten, betrokken bij het ontwikkelen van de opties. Het is niet de verwachting dat Spoor 2 voor 2028 afgerond zal zijn. Spoor 3 richt zicht op de professionalisering van de uitvoering. Landelijk speelt de VNG, die in 2024 in het kader van Spoor 3 een leeragenda heeft opgesteld, een belangrijke rol in de ondersteuning van gemeenten bij het vergroten van professionalisering. Meer inzet op menselijke maat, uitgaan van vertrouwen en leveren van maatwerk vragen om een verandering in cultuur en houding in de organisatie. Een beweging die in Amsterdam vanuit de Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen al is ingezet. Het college zal de raad begin 2026 hierover informeren. Vervolg Het college blijft van mening dat een fundamentele herziening van het socialezekerheidsstelsel noodzakelijk is om de bestaanszekerheid van onze inwoners te waarborgen.
De Commissie Sociaal Minimum heeft in 2023 in haar rapport Een zeker bestaan vastgesteld dat mensen met een minimuminkomen tot honderden euro’s per maand tekortkomen. Daarom adviseerde de commissie om in de eerste plaats het sociaal minimum te verhogen, onder meer via een verhoging van het minimumloon en de bijstand. We blijven er bij het Rijk op aandringen om deze adviezen over te nemen. In het bijzonder wijzen we op de noodzaak van een fundamentele herziening van 7 Kamerbrief Voortgang fundamentele herziening Participatiewet spoor 2, d.d. 4 juli 2025
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 16 december 2025 Pagina 6 van 6
de Participatiewet om de knelpunten die zijn benoemd in de probleemanalyse van deze wet8 op te lossen. Het is van groot belang dat een nieuw kabinet voortvarend aan de slag gaat met Spoor 2 van Participatiewet in Balans. In afwachting van de voorstellen van het Rijk blijft het college zich de komende periode inzetten voor een sociaal bijstandsbeleid. Medio 2026 worden aan uw raad voorstellen voorgelegd voor de gemeentelijke uitwerking van de wijzigingen van de Participatiewet Spoor 1 die op 1 januari 2027 in werking treden. Het gaat om de aanpassingen van de Re-integratieverordening en Maatregelverordening en de intrekking van de Verordening Tegenprestatie Participatiewet. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Rutger Groot Wassink, Wethouder Sociale Zaken
Bijlage 1. Infographic inwerkingtreding per maatregel, Participatiewet in Balans Spoor 1
8 Probleemanalyse Participatiewet, SZW, 2024
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl