Raadsinformatiebrief voortgang ambitieagenda passend onderwijs en jeugdhulp
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 12 december 2025 Onderwijs, Jeugd Sofyan Mbarki en Alexander Scholtes OJZ bestuurszaken.ojz@amsterdam.nl Voortgang gezamenlijke ambitieagenda onderwijs en jeugdhulp en afdoening motie ‘TA2024-001457' van raadslid Kabamba van Partij voor Morgen
Geachte leden van de gemeenteraad, Elk kind telt mee in Amsterdam. Met de gezamenlijke ambitieagenda 2023-2027 voor sterke samenwerking (passend) onderwijs en jeugdhulp in verbinding met bestaanszekerheid bouwen we aan inclusieve kinderopvang en inclusieve scholen waar elk kind de kans krijgt om zich te ontwikkelen, ongeacht achtergrond of ondersteuningsbehoefte. Met scholen, jeugdhulp en zorg, samenwerkingsverbanden, en samen met kinderopvang en ouders hebben we de afgelopen tijd hard gebouwd aan een fundament van samenwerking en ondersteuning – van voorschool tot voortgezet onderwijs. We zien een groeiende groep kinderen en jongeren die niet deelneemt aan het regulier onderwijs: zij worden verwezen naar een kinderdagcentrum (KDC), het gespecialiseerd onderwijs of vallen uit en komen thuis te zitten. Daarmee missen ze de kans om samen met leeftijdsgenoten naar school te gaan in hun eigen omgeving. Dit zien we met name bij jonge kinderen. Dat is een zorgelijke ontwikkeling. We weten immers dat de oorzaken van problemen vaak niet bij het kind zelf liggen, maar in de omgeving waarin het opgroeit. Daarom verleggen we de focus: in plaats van kinderen te verplaatsen of te verwijzen brengen we de ondersteuning zoveel mogelijk naar de plek waar het kind is. Thuis, in de wijk en op school. Tegelijkertijd versterken we gezinnen en de omgeving waarin kinderen opgroeien.
Zo bouwen we aan inclusief onderwijs in een inclusieve stad, waarin elk kind zich optimaal kan ontwikkelen en leren in de eigen leefwereld. Bestuurlijke context De gemeente, onderwijs-, jeugdhulp- en welzijnspartners werken nauw samen aan deze opgave. Dat doen we vanuit de gezamenlijke ambitieagenda 2023–2027 voor sterke samenwerking tussen (passend) onderwijs, jeugdhulp en bestaanszekerheid. Deze agenda en het bijbehorende activiteitenplan zijn opgesteld met de samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs, de Ouder- en kindteams (inclusief de Jeugdgezondheidszorg) en de gemeente Diemen. U bent eind mei 2024 geïnformeerd over de ambitieagenda vanuit de vier verbeterlijnen die we hebben opgesteld: schoolaanwezigheid, inclusief onderwijs, pedagogische allianties en ongelijk investeren. Met deze gezamenlijke aanpak brengen we de onderwijsambities Amsterdam 2023-2027 en de Amsterdamse Jeugdvisie 1 in de praktijk en versterken we de samenhang tussen onderwijs, jeugdzorg, welzijn en armoede. Namens het college informeren we u met deze brief over de opbrengsten van het activiteitenplan dat liep van 2023–2025 en geven we een vooruitblik op het vervolgplan voor 2025– 2027. Ook informeer ik u hoe we in het vervolgplan neurodivergentie een plek hebben gegeven (zie 1
Zie raadsinformatiebrief ‘Voortgang Jeugd’ van 1 oktober 2025 over de totale voortgang.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum Pagina 2 van 10
hieronder bij verbeterlijn vier), dit in navolging van de motie van raadslid Kabamba. In de vergadering van de gemeenteraad van 14 november 2024 heeft uw raad bij de behandeling van de Begroting 2025 motie TA2024-001457 van raadslid Kabamba van Partij voor Morgen aangenomen. Daarin wordt het college gevraagd om ervoor te zorgen dat neurodivergentie een nadrukkelijke plek krijgt in de gezamenlijke ambitie agenda inclusief onderwijs. Opbrengst en evaluatie In mei 2025 is samen met alle betrokken partners teruggekeken op de uitvoering van het activiteitenplan 2023-2025. Daarbij zijn de belangrijkste successen, verbeterpunten en opbrengsten in kaart gebracht. Dat de stad altijd in beweging is wisten we, maar dat er zo wordt doorgepakt door alle scholen, partners en bestuurders met de afspraken uit de ambitieagenda, met de Amsterdamse Jeugdvisie als leidraad, is significant. In het kort: de samenwerking rond inclusief onderwijs, Familiescholen, schoolaanwezigheid en pedagogische allianties is versterkt. Ook ontstaan meer verbindingen tussen formele, informele en professionele partijen in en rond de school, en is de samenwerking met leerplicht, het Ouder- en kindteam (inclusief JGZ) en de samenwerkingsverbanden verbeterd. Het bieden van thuisnabije oplossingen in het onderwijs krijgt een steeds breder draagvlak.
Er zijn veel nieuwe inclusieve initiatieven gestart, ook voor de jongste Amsterdammers. De uitdaging ligt nu in het in praktijk brengen en verbinden van al deze initiatieven en helder krijgen wat dit vraagt van alle betrokken partners. Daarbij is het belangrijk om niet alleen te kijken naar de resultaten maar ook de impact en mogelijke bijeffecten goed te volgen en mee te wegen. Per verbeterlijn nemen we u mee in de opbrengsten van de afgelopen twee jaar en wat de prioriteiten zijn voor het nieuwe activiteitenplan voor de schooljaren ’25-’26 en ’26-’27: Verbeterlijn 1: Schoolaanwezigheid Bereikte resultaten Als de leerling niet aanwezig is, kan de leerling niet profiteren van alles wat het onderwijs te bieden heeft. Met schoolaanwezigheid zetten we erop in dat alle leerlingen zoveel mogelijk mee kunnen doen op school. Daarom werken we vanuit een nieuwe gezamenlijke aanpak binnen school: verzuimcijfers worden bekeken, oorzaken worden besproken, er worden preventieve interventies bedacht en samen met partners wordt gezocht naar wat leerlingen helpt om goed naar school te gaan. De nadruk ligt op samen leren, waardering voor schoolgang en oog hebben voor elke leerling. Het samenwerkingsverband voortgezet onderwijs zet hierop in met de leerlijn schoolaanwezigheid. Dit schooljaar (‘25-’26) zijn 11 scholen met de leerlijn gestart, en werken 15 scholen met een schoolaanwezigheidsteam.
Ook het samenwerkingsverband primair onderwijs levert samen met de jeugdgezondheidszorg een bijdrage aan de beweging richting schoolaanwezigheid met de uitrol van de aanpak meer aandacht voor de ziekgemelde leerling (MAZL-aanpak). Herhaald ziekteverzuim is immers een voorspeller voor latere schooluitval. Met de MAZL-aanpak wordt er proactief gereageerd op ziekteverzuim signalen en krijgen scholen handvatten hoe zij ziekteverzuim bespreekbaar maken met ouders. Inmiddels heeft 20% van de basisscholen een of meerdere keren gewerkt volgens de MAZLaanpak. Op het voortgezet onderwijs zien we een groeiende behoefte aan MAZL-consulten vanuit de jeugdartsen. Vanuit de aanpak voortijdig schoolverlaten (VSV) zijn beschikbare middelen ingezet voor een extra jeugdarts die MAZL-trajecten voor leerlingen in het vo in de focuswijken aanbiedt en die scholen ondersteunt op collectieve preventie van ziekteverzuim. Naast meer aandacht voor preventie is er ook extra ingezet op de kinderen en jongeren die lange tijd geen onderwijs ontvangen. Het samenwerkingsverband voortgezet onderwijs heeft 2 fixers
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum Pagina 3 van 10
aangenomen die een effectieve persoonsgerichte aanpak uitvoeren bij langdurige en ingewikkelde casuïstiek. De resultaten uit het eerste jaar zijn veelbelovend. Concreet: van de 65 thuiszitters is 98% weer in beweging gekomen, waarvan ongeveer 65% weer gestart is met een vorm van onderwijs. Conclusie en vervolg 2025-2027 Ondanks onze inzet zien we helaas dat het aantal thuiszittende2 en vrijgestelde3 kinderen en jongeren in Amsterdam toeneemt. Dit is een landelijke trend, maar daarom niet minder zorgelijk of urgent. Daarnaast heeft de evaluatie blootgelegd hoe uitdagend het is om het schoolverzuim effectief in beeld te krijgen en hier gezamenlijk tijdig op in te spelen. Vanuit een speciale stuurgroep wordt dan ook ingezet op het aanscherpen van de aanpak. We willen niet naar het individuele verzuim kijken, maar naar het systeem waarin dit verzuim plaatsvindt en wat kinderen en jongeren nodig hebben om weer tot ontwikkeling of schoolgang te komen. Dit betekent inzet op het voorkomen van (ziekte) verzuim, focus op de basis zoals het pedagogisch klimaat en veiligheid op school, gezond gedrag zoals slapen en een goede mentale gezondheid. De komende periode willen we daarom verder investeren in de samenwerking tussen onderwijs, Leerplicht, jeugdgezondheidszorg en Ouder- en kindteam.
We brengen in kaart wat de beweging richting schoolaanwezigheid vraagt van scholen en van bovengenoemde partners, samen met een kritische blik op ons onderwijs- en ondersteuningsaanbod. Om een beter beeld van het totale schoolverzuim te krijgen en hier tijdig en preventief op te handelen ontwikkelen we een uniforme wijze voor het registreren, melden en acteren op verzuim. Ondersteunend hieraan ontwikkelen we een stedelijk dashboard schoolverzuim en thuiszitten. Ook gaan we kritisch kijken naar de route die plaatsvindt voordat er een beroep wordt gedaan op de vrijstelling 5 onder a, waarmee kinderen op basis van lichamelijke of psychische redenen worden vrijgesteld van leerplicht. Worden alle stappen gezet om het recht op onderwijs voor kinderen en jongeren te waarborgen voordat er een beroep wordt gedaan op deze vrijstelling? Daarnaast gaan we door met de uitrol van de MAZL-aanpak in het primair onderwijs, extra inzet op MAZL in de focusgebieden de verdere opschaling van het aantal schoolaanwezigheidsteams in het voortgezet onderwijs en de inzet van fixers voor langdurig thuiszittende jongeren.
Verbeterlijn 2: Inclusief onderwijs Bereikte resultaten Onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp en de gemeente geven gezamenlijk invulling aan de ambitie om kinderen met en zonder ondersteuningsbehoefte samen naar kinderopvang en school te laten gaan, zoveel mogelijk in de eigen wijk en met leeftijdsgenoten. Dat vraagt veel van scholen, ondersteuners, schoolleiders, jeugdhulp, zorgprofessionals én ouders. De afgelopen periode is gewerkt aan sterkere samenwerking en aan de ontwikkeling van inclusieve kinderopvang en scholen, vooruitlopend op landelijke wetgeving en financiering. Dit begint zichtbaar effect te hebben: na jaren van stijging is een daling ingezet van het aantal verwijzingen van regulier naar gespecialiseerd onderwijs (een daling van zo’n 18% ten opzichte van 2022). Ook is het deelnamepercentage aan het voortgezet speciaal onderwijs afgenomen van 3,2% naar 2,6% ten opzichte van 2022.
2 3
Voor toelichting op de gebruikte termen verwijzen wij naar de begrippenlijst in bijlage 3. Voor toelichting op de gebruikte termen verwijzen wij naar de begrippenlijst in bijlage 3.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum Pagina 4 van 10
Kansrijk vervolg op een kansrijke start In Amsterdam -net als in veel andere gemeentes 4- neemt het aantal jonge kinderen met ondersteuningsvragen op scholen toe. Steeds vaker worden kinderen verwezen naar speciaal onderwijs, jeugdzorg of specialistische jeugdhulpvoorzieningen. In de afgelopen drie jaar is het aantal aanvragen voor kinderdagcentra zelfs verviervoudigd. Deze voorzieningen konden de toestroom niet opvangen, waardoor kinderen op wachtlijsten kwamen of zelfs thuisbleven – juist in de cruciale fase van hun ontwikkeling. Het is zorgelijk dat deze kinderen al op jonge leeftijd een achterstand oplopen, terwijl het vaak niet gaat om (licht) verstandelijke beperkingen, maar om ontwikkelachterstanden en/of ontwikkelstoornissen. De oorzaken liggen veelal buiten het kind, zoals stress in het gezin, taalachterstand, leven in isolement en onderstimulatie door veel schermtijd. Daarom is het belangrijk om de context te versterken in plaats van het kind te problematiseren. Om dit tij te keren is de gemeente gestart met de aanpak Kansrijk vervolg op een kansrijke start 5 voor kinderen van 2 tot 6 jaar. Samen met het samenwerkingsverband primair onderwijs, schoolbesturen, kinderopvang, Ouder- en kindteams (inclusief jeugdgezondheidszorg) en aanvullende jeugdhulpaanbieders worden knelpunten in de keten rond de allerkleinsten aangepakt.
Hierbij zetten we in op ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen buurt en op de eigen school, zodat hulp en begeleiding naar de kinderen en ouders komen. Aanvullend zet de jeugdgezondheidszorg in op preventie voor de jongste jaren (Kansrijke start voor -9 maanden t/m 2 jaar) en daarmee het verminderen van de instroom. Inclusieve ontwikkelplekken voor jonge kinderen Ondersteuning en ontwikkeling voor de allerkleinsten krijgen een plek in inclusieve leer- en ontwikkelplekken op reguliere kinderopvang en basisscholen in de wijk. Deze plekken noemen we kinderopvangzorggroepen (KZG) en onderwijszorggroepen (OZG)6, waar professionals uit kinderopvang, speciaal onderwijs en (aanvullende) jeugdhulp samenwerken. De financiering wordt gezamenlijk georganiseerd, deels vanuit onderwijs- en kinderopvangmiddelen en deels vanuit jeugdhulpmiddelen. Momenteel worden de eerste groepen opgezet en kunnen we kinderen die op wachtlijsten staan voor specialistische kinderopvang en speciaal onderwijs een ontwikkelplek bieden in de eigen buurt. Eind 2025 is het streven dat er 5 à 10 kinderzorggroepen en 8 à 12 onderwijszorggroepen actief zijn. Aanvullend aan de ondersteuning op de groep voor de kinderen, zetten we ook in op het versterken van de ouders door ze laagdrempelige ondersteuning te bieden bij opvoeden en ontmoeting en verbinding tussen ouders onderling.
Daarnaast is het aantal startklassen voor kleuters die nog niet schoolrijp zijn uitgebreid van 3 naar 17. In kleine groepjes (op de eigen school) krijgen kinderen extra begeleiding zodat ze met een goede basis kunnen starten in de basisschool. Primair onderwijs Door inzet van het samenwerkingsverband primair onderwijs hebben inmiddels 23 basisscholen inclusieve onderwijsinitiatieven ontwikkeld, in 2023 waren dat er nog 11. Scholen werken hierbij samen 4
Zoals blijkt uit het rapport “Druk op de keten” dat in opdracht van het Rijk is gemaakt over de knelpunten in de keten van kinderopvang, onderwijs en zorg: Druk op de keten | Rapport | Rijksoverheid.nl 5 Dit gaat om een coproductie vanuit afdeling Jeugd en directie Onderwijs. U bent hier eerder ook over geïnformeerd via de Voortgangsbrief Jeugd (1 oktober 2025) en de Voortgangsrapportage Aanpak Wachtenden (1 september 2025) 6 Zie bijlage 3 voor een lijst met verschillende initiatieven en hun betreffende doelgroepen en bereik
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum Pagina 5 van 10
met Garage2020, die samen met het schoolteam, partners in de wijk en kinderen in de klas de praktische aanpak vormgeven. Vanuit deze praktijk is een toolbox7 ontwikkeld, waarmee scholen zelf aan de slag kunnen met inclusief onderwijs en ervaringen kunnen delen via ontwikkelnetwerken. Ook wijkbrede initiatieven in de Watergraafsmeer en Slotervaart, en Geen kind de wijk uit in Osdorp en Bos en Lommer bundelen krachten van scholen, buurtpartners, Ouder- en kindteam en Buurtteam. Zo kunnen alle kinderen in de wijk inclusief onderwijs volgen. Het effect is merkbaar van deze initiatieven: reguliere scholen verwijzen minder kinderen naar het gespecialiseerd onderwijs (SBO en SO) de afgelopen jaren (een daling van zo’n 18% ten opzichte van 2022). Voortgezet onderwijs (VO-VSO) Het VO-VSO-programma van het samenwerkingsverband voortgezet onderwijs richt zich op het behoud van leerlingen in regulier voortgezet onderwijs (VO) en de terugkeer van leerlingen vanuit voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Het aandeel leerlingen dat naar VSO gaat, daalde van 3,1% naar 2,6%. Inmiddels hebben 52 VO-scholen een trajectvoorziening, en sinds 2021–2022 zijn 35 leerlingen teruggekeerd naar regulier VO. Trajectvoorzieningen bieden extra ondersteuning bij schoolvakken, studievaardigheden en sociaal-emotionele ontwikkeling in de eigen school.
Zo wordt uitval voorkomen en de overstap van VSO naar VO ondersteund. Samenwerking tussen VO- en VSO-scholen groeide van 4 naar 9 partnerschappen. Conclusie en vervolg 2025-2027 Hoewel er ontzettend veel initiatieven zijn gestart, is het belangrijk dat we blijven inzetten op inclusief onderwijs. Inmiddels weten we dat het helpt om niet alleen schoolgericht te ontwikkelen, maar ook te kijken naar een wijkgerichte inzet, waarbij de verbinding met netwerken in de wijk wordt versterkt, schoolteams met elkaar samenwerken en expertise delen en ook zichtbaar wordt wat deze sterkere verbindingen precies opleveren. We willen doorgroeien naar 15-20 kinderopvangzorggroepen en 21 onderwijszorggroepen. Daarmee heeft straks het merendeel van de jonge kinderen (2-6 jaar) die nu thuiszitten en op een wachtlijst staan een ontwikkelingsgerichte plek. Het Ouder- kindteam staat in contact met ouders die een kind op een wachtlijst hebben, en werkt samen met het gebiedsknooppunt om deze ouders en hun kinderen tijdens het wachten zo goed mogelijk te ondersteunen. Per gezin wordt onderzocht wat alvast ingezet kan worden in de periode van wachten, of wat voor ouders en kinderen van betekenis kan zijn om het wachten dragelijker te maken. In 2027 willen we dat in 10 wijken samen wordt gewerkt om inclusief onderwijs te bieden aan alle kinderen uit dat gebied.
Nu zijn er drie wijken waarin wordt gepilot met wijkgerichte samenwerking op het gebied van inclusief onderwijs. Het komende jaar stellen we afspraken vast waarmee we ruimte en financiering voor huisvesting aan inclusieve initiatieven kunnen bieden. Communicatie en draagvlak blijven belangrijk: een gedeelde taal, structureel onder de aandacht brengen en duidelijke verwachtingen van scholen en kinderopvang zijn cruciaal. Ook een wijkgerichte samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang en jeugdhulpzorgprofessionals is onmisbaar; zonder stevige allianties in de wijk verdwijnt de brede voedingsbodem voor inclusief onderwijs. Dit wordt onder lijn 3 verder uitgewerkt. Tot slot is het belangrijk door te pakken op het ontwikkelaanbod voor jonge kinderen, de verbinding te blijven leggen tussen dit aanbod en de doorgaande lijn naar primair en voortgezet onderwijs, en te zorgen voor een sterke pedagogische basis en zorgstructuur op alle
7
Zelf aan de slag - toolbox - Binnenplaats
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum Pagina 6 van 10
(voor)scholen. Alleen zo kan inclusief onderwijs daadwerkelijk slagen en zorgen we ervoor dat alle kinderen in hun eigen omgeving naar school kunnen blijven gaan. Verbeterlijn 3: Pedagogische allianties Bereikte resultaten Een sterke pedagogische basis is cruciaal voor het welzijn van kinderen en het bieden van optimale ontwikkelkansen. Dat vraagt om laagdrempelige ondersteuning op en rond (voor)school, en het bouwen aan stevige netwerken rond onderwijs- en ontwikkelplekken in de wijk vanuit onderwijs, jeugdhulp, zorg en welzijn. Vanuit de NPO-middelen is van januari 2022 tot december 2024 gewerkt aan de aanpak Bouwen aan Expertise Netwerken rond basisscholen (de BEN aanpak). Vanuit BEN zijn scholen een grotere rol gaan spelen in het opbouwen van wijknetwerken. Deze aanpak is dit jaar geëvalueerd 8. De evaluatie benadrukt het belang van goede samenwerking tussen scholen en partners, en heeft ons lessen geleerd over hoe belangrijk het is dat verwachtingen ov er samenwerking en de rollen van scholen en partners helder zijn. Het aanbrengen van een extra schakel in het systeem rond scholen is hierbij risicovol als deze positie niet goed is ingebed. Daarom hebben we extra aandacht voor het verbeteren van de positie van brugfunctionarissen.
Sinds dit jaar zijn zo’n 110 brugfunctionarissen gestart op Amsterdamse scholen, gefinancierd vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zij versterken de verbinding tussen thuis en school en bewegen gemakkelijk tussen beide werelden. Omdat zij vanuit de school opereren en kennis hebben van de wijk, kunnen zij laagdrempelig doen wat nodig is om ouders en gezinnen te ondersteunen en om samen met professionals rondom het kind tot een goed afgestemde aanpak te komen. Deze wijkgerichte netwerksamenwerking schept voorwaarden voor de optimale ontwikkeling van kind en gezin, dichtbij in de eigen wijk. De Amsterdamse Familiescholen vormen daarvan een duidelijk voorbeeld: hier wordt vanuit de school zowel gewerkt aan het vergroten van onderwijskansen als aan het versterken van de bredere opgroeicontext. Amsterdamse Familiescholen Het aantal Familiescholen is toegenomen tot 46 (32 PO, 14 VO). Op deze scholen wordt onderwijs gecombineerd met gezinsondersteuning. Samen met partners op het gebied van jeugdhulp en bestaanszekerheid wordt breed gekeken wat nodig is om de ontwikkelkansen van kinderen en jongeren te versterken.
Het succes zit onder meer in de ondersteuning door projectleiders op de scholen en de inzet van brugfunctionarissen -die dit schooljaar dankzij een subsidie van het Rijk op elke familieschool zijn gestart- de samenwerking tussen ouders en schoolteams versterken. In het voorjaar van 2026 wordt u verder geïnformeerd over de voortgang van Amsterdamse Familiescholen.  Denktanks VO De denktanks VO dragen ook bij aan het versterken van pedagogische allianties. De eerste denktank is in Noord gestart naar aanleiding van een brandbrief van ondersteuningscoördinatoren in stadsdeel Noord, en is vanwege het succes uitgebreid naar de andere windstreken. Het doel van de denktank is om praktische afspraken te maken over de samenwerking tussen scholen, leerplicht, Ouder- en kindteam (inclusief JGZ) met als gezamenlijk doel te zorgen voor betere ondersteuning aan leerlingen. Het afgelopen schooljaar hebben de denktanks in de verschillende windstreken zich onder andere gericht op afspraken over gezamenlijke startgesprekken, het in kaart brengen van de bezetting van 8
Evaluatie van de BEN Amsterdam aanpak | Website Onderzoek en Statistiek
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum Pagina 7 van 10
ketenpartners per school, helderheid krijgen in functies en taken van ieder, en de verbinding leggen met de sociale basis en veiligheidsketen, om samen nog beter te kunnen inspelen op veelvoorkomende ondersteuningsvragen die met leerlingen de school in komen. Naar aanleiding van de vraag vanuit de denktanks is een stedelijke handreiking9 gemaakt waarin alle rollen en verantwoordelijkheden van de partners in de ondersteuningsstructuur in en om school wordt beschreven. Dit geeft inzicht in welke Amsterdamse partners werken aan de ondersteuning van kinderen in de stad, wat partners van elkaar kunnen verwachten en hoe ze elkaar kunnen bereiken. Om kinderen en jongeren de ondersteuning te bieden die ze nodig hebben is het immers belangrijk dat partners uit het onderwijs, jeugdhulp, zorg, welzijn en schoolveiligheid elkaar snel kunnen vinden. Conclusie en vervolg 2025-2027 Het is van belang de verschuiving van schoolniveau naar wijk- en buurtniveau verder te versterken, met name in het primair onderwijs. Werken aan een pedagogische infrastructuur vanuit clusters van scholen, zoals in het Nationaal Programma Samen Nieuw-West (Slotermeer, Slotervaart, Osdorp) zijn hier goede voorbeelden van. In dit initiatief spelen verschillende Familiescholen een prominente rol.
Vanuit de pedagogische infrastructuur stimuleren we elk kind om mee te doen aan activiteiten en ontmoetingen, en versterken we de opgroeicontext. Op school én daarbuiten. Brugfunctionarissen spelen daar een cruciale rol in. De komende periode zal worden gebruikt om van losse ontwikkelingen een meer duurzame aanpak te maken waar ook andere scholen profijt van kunnen hebben. Zo blijven we inzetten op sterke netwerken tussen (voor)scholen, het gespecialiseerd onderwijs (SBO, SO en VSO), het Ouder- en kindteam, JGZ, buurtteam en (aanvullende) jeugdhulp. Netwerken waarin professionals elkaar te vinden, elkaars expertise benutten en hun inzet goed afstemmen op de benodigde ondersteuning van jeugdigen en hun ouders. Daarnaast is er behoefte aan praktische invulling: met professionals gaan we aan de slag om verder uit te werken wat het vraagt om als multidisciplinaire team op en rond school samen te werken aan inclusief onderwijs. Daarbij is het belangrijk de samenhang en verschillen tussen Passend Onderwijs en Jeugdhulp beter te verhelderen voor de praktijk. Een andere ontwikkelrichting is ouderbetrokkenheid.
Hier ligt de uitdaging in het versterken van de doorgaande lijn van Kansrijke Start (0-2 jaar) naar Kansrijk Vervolg (2-7 jaar), het behouden en uitbreiden van brugfunctionarissen in zowel het primair als voortgezet onderwijs, en het bieden van ondersteuning die jongeren helpt om beter te leren zonder geldstress. In een superdiverse stad vraagt dit ook om een cultuursensitief aanbod voor ouders en jongeren. Tot slot vraagt preventie om verdere concretisering: het preventieve aanbod moet beter in samenhang worden gebracht, waarbij we inzichtelijk maken wat school doet en hoe partners hierop aanvullen op gebied van mentale gezondheid en gezonde seksuele ontwikkeling. Zo maken we inzichtelijk wat voor alle leerlingen wordt ingezet op school (met waar nodig ondersteuning vanuit de GGD), wat we samen bieden voor leerlingen met verhoogd risico en wat doen we voor leerlingen met beginnende problemen. Hierbij gaat het in bijzonder om de samenwerking met het jongerenwerk (op school voor het V(S)O) en andere partners uit de sociale basis, de Gezonde School van de GGD, Ouder- en kindteam (inclusief JGZ), en de aanvullende preventieve opgroei- en opvoedondersteuning (APOO).
9
Handreiking ondersteuningsstructuur in en om school | Sociaal Domein
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum Pagina 8 van 10
Verbeterlijn 4: Gezamenlijk analyseren en ongelijk investeren Bereikte resultaten Door inzicht te krijgen op wat er speelt op school en in de wijk, lukt het ons beter om te begrijpen welke ondersteuningsvragen er leven en kunnen we afspraken maken met elkaar over welke inzet waar georganiseerd moet worden. Daarom zetten we in op de ontwikkeling van gezamenlijke school- en wijkanalyses, waarin scholen samen met het Ouder- en kindteam (inclusief JGZ) en partners vanuit Leerplicht en Gezonde School ondersteuningsvragen van leerlingen en hun ouders in kaart brengen en bepalen waar de prioriteiten liggen. Ook is in 2025 een start gemaakt met het aanhaken van onderwijs bij het gebiedsgericht samenwerken van de jeugdhulppartners. Dit betekent concreet dat scholen – wanneer relevant – betrokken zullen worden bij casuïstiek besprekingen in het gebiedsknooppunt. Hiernaast gaat het onderwijs betrokken worden bij de gebiedsoverleggen om samen signalen en trends rond jeugdhulpverwijzingen te analyseren. Doel is om samen op te trekken om kinderen beter te ondersteunen in hun eigen omgeving door meer inzet op preventie en collectieve interventies, minder individuele trajecten, en beter benutten van sociale basispartners zoals jongerenwerk en informele zorg. Conclusie en vervolg voor 2025-2027 Partners moeten de ruimte, vertrouwen en prioriteit krijgen om goed samen te kunnen werken.
Een belangrijk voorbeeld is het doorbreken van bestuurlijke grenzen ten gunste van wijkgerichte samenwerking tussen scholen en met partners om samen een dekkend en inclusief aanbod te organiseren voor alle kinderen in een wijk. We zien dat we echter nog niet zover zijn. Daarom geven we de komende periode een extra impuls aan de gezamenlijke schoolanalyse door school en samenwerkingspartners. Goed inzicht van welke ondersteuningsvragen spelen op en rond school is hierbij immers de basis. Hiernaast vraagt het verbinden van de verschillende uitvoeringsniveaus aandacht. Analyses op school-, wijk-, gebieds- en stadsniveau zouden elkaar moeten versterken en elkaar aanvullen in plaats van versnippering of overlap te veroorzaken. Hierin trekken we nauw samen op met de masterplan/nationaal programma aanpakken in Noord, Zuidoost en Nieuw West. Tot slot versterken we de rol van het onderwijs verder binnen het gebiedsgericht samenwerken van de jeugdhulp. Om zo, in lijn met de Amsterdamse jeugdvisie, samen te zoeken hoe we kinderen en hun ouders het beste in hun eigen omgeving en op hun eigen school kunnen ondersteunen, zo preventief en collectief mogelijk, zodat ze zich daar optimaal kunnen ontwikkelen in plaats van ze te verwijzen naar individuele jeugdhulptrajecten en specialistische voorzieningen.
Aandacht voor neurodivergentie Kinderen die druk gedrag laten zien (ADHD) en kinderen met autisme/neurodiversiteit hebben hierbij ook onze aandacht. In de vergadering van de gemeenteraad van 14-11-2024 heeft uw raad bij de behandeling van de Begroting 2025 motie ‘TA2024-001457' van raadslid Kabamba van Partij voor Morgen aangenomen. Daarin wordt het college gevraagd om: 1.
Ervoor te zorgen dat neurodivergentie een nadrukkelijke plek krijgt in de gezamenlijke ambitie agenda inclusief onderwijs.
Het college geeft als volgt uitvoering aan de motie: We vermelden neurodiversiteit, zoals ADHD en autisme expliciet als speciaal aandachtspunt in het nieuwe activiteitenplan ‘25-’27 (onder verbeterlijn 4). We zien een toename van het aantal verwijzingen naar jeugdhulp voor kinderen en jongeren met ADHD en autisme. Regelmatig zijn dit aanvragen voor kinderen met impulsief gedrag die in het onderwijs vastlopen. In plaats van de oplossing (voornamelijk) te zoeken in diagnosticeren en hiermee het problematiseren van het kind, kijken onderwijs- en
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum Pagina 9 van 10
jeugdhulppartners samen met ouders naar wat nodig is om de context rond het kind aan te passen. Kort gezegd: wat kan school aanpassen zodat het kind goed tot leren komt, in plaats van het kind behandelen zodat het in het systeem past? Dit vraagt een andere kijk op autisme en ADHD: zie het niet als een stoornis, maar als een natuurlijke en waardevolle variatie, zoals het woord ‘neurodiversiteit’ zegt. Samen met onderwijs- en jeugdhulpprofessionals kijken we wat nodig is om deze andere kijk werkelijkheid te laten worden in scholen. Hierbij stemmen we af met het Jeugdplatform, want ervaringsdeskundige jongeren kunnen hier het best op adviseren. Dit pakken we onder meer op binnen het gebiedsgericht samenwerken. Met het gezamenlijke manifest ‘Energiek en Impulsief’10 is hier recent een mooie stap op gemaakt. In dit manifest onderschrijven onderwijs, huisartsen, jeugdhulpaanbieders en gemeente dat druk en impulsief gedrag bij kinderen niet automatisch om een diagnose vraagt maar om begrip, aanpassing en samenwerking. Niet het label, maar het perspectief van het kind staat centraal. Hiernaast gaat het samenwerkingsverband VO in samenwerking met de bond van leerlingen uit het VSO (LBVSO) een bijdrage leveren aan hun Herstelplan Neurodiversiteit in het Onderwijs. Het Herstelplan is een landelijk traject onder regie van LBVSO, met steun van het Ministerie van OCW.
Zij richten zich op het verbeteren van beleid, praktijk en voorzieningen voor leerlingen met neurodiversiteit in het funderend en vervolgonderwijs. Het doel is te komen tot een samenhangend advies aan OCW, met concrete verbeteringen voor schoolstructuren, ondersteuning, toetsing, zorg, en sociale veiligheid. Met het opnemen van neurodivergentie in het activiteitenplan van de ambitieagenda, beschouwt het college de motie als afgehandeld. Vervolg en tot slot Met het nieuwe activiteitenplan voor de schooljaren ’25-’26 en ’26-’27 blijven we ons onverminderd inzetten voor inclusieve (voor)schoolgemeenschappen die toegankelijk zijn voor alle kinderen uit de stad. We breiden het aantal inclusieve initiatieven verder uit en zetten deze laatste twee schooljaren van onze gezamenlijke agenda expliciet in op het borgen van de ingeslagen weg, zodat onze inzet een duurzaam effect heeft. In het nieuwe activiteitenplan hebben we ook de overkoepelende prestatieindicatoren met elkaar aangescherpt, zodat we aantoonbaar kunnen volgen of we de gewenste impact maken voor de kinderen en jongeren in de stad. In het kort volgen we met deze indicatoren of er daadwerkelijk: meer kinderen onderwijs genieten, dus minder kinderen die thuiszitten en minder kinderen die volledig naar zorg gaan.
En of er minder kinderen – als vanzelfsprekend – worden verwezen naar specialistische onderwijs en jeugdhulpvoorzieningen. Geheel in lijn met de Amsterdamse Jeugdvisie. De manier waarop we binnen deze ambitieagenda en het bijbehorende activiteitenplan samenwerken met partners vanuit onderwijs, jeugd, zorg, welzijn en bestaanszekerheid zorgt ervoor dat we bouwen aan een sterke pedagogische basis voor elk Amsterdams kind. Signalen, ideeën, zorgen en geleerde lessen uit de aanpak verbinden we actief met andere beleidsontwikkelingen zoals de Amsterdamse jeugdvisie, gebiedsgerichte inzet van jeugdhulp, versterken van bestaanszekerheid van gezinnen, het Integraal Huisvestingsplan 2024-2027 en de Masterplan aanpakken in Zuidoost, Nieuw-West en de Aanpak Noord. Onze samenwerkingspartners, de samenwerkingsverbanden en het OKT, nemen op hun beurt de inzet vanuit de aanpak mee in hun eigen beleidsplannen en implementeren het in hun werk voor de scholen en kinderen, jongeren en ouders in de stad. Door onze handen ineen te slaan zorgen we voor een stabiele, inclusieve onderwijsloopbaan. Ongeacht de buurt waar een kind woont, de situatie in het gezin en de zorgen of problemen die er spelen.
10
Manifest Energiek & Impulsief | Jeugdhulp Amsterdam-DUO | 1Sociaaldomein.nl
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum Pagina 10 van 10
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Sofyan Mbarki Wethouder Onderwijs en Jongerenwerk
Alexander Scholtes Wethouder Jeugdzorg, Publieke Gezondheid en Preventie
Bijlagen 1. Gezamenlijke ambitie agenda 2023-2027 voor sterke samenwerking (passend) onderwijs en jeugdhulp in verbinding met bestaanszekerheid. 2. Activiteitenplan 2023-2025 3. Activiteitenplan 2025-2027 4. Begrippenlijst onderwijs en jeugdhulp in Amsterdam
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl