CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief Vervolg beleid passagiersvaart.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 14 maart 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Vervolg beleid passagiersvaart (VN2024-002323)7.225 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan:

Portefeuillehouder(s): Behandeld door

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 28 februari 2024 Varen Alexander Scholtes Programma Varen, programmavaren@amsterdam.nl

Onderwerp

Vervolg beleid passagiersvaart

Datum Portefeuille(s)

Geachte leden van de gemeenteraad, In de raadsvergadering van 10 mei 2023 heb ik, mede op uw verzoek, aangegeven het nieuwe beleid voor de passagiersvaart over op- en afstappen en ligplaatsen te pauzeren. Een belangrijke aanleiding voor dit besluit was de uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 maart 2023. Daarin oordeelt de rechter dat de verdeelsystematiek voor exclusieve op- en afstapplekken zoals door de gemeente was vastgesteld niet ongewijzigd kan worden uitgevoerd. Afgelopen maanden heb ik meerdere gesprekken gevoerd met verschillende reders. Dit waren waardevolle en inhoudelijke gesprekken, waarbij nogmaals bevestigd werd dat de belangen van de verschillende betrokkenen in veel gevallen ver uiteen liggen. Een maatregel die voor de ene partij gunstig uitpakt, kan een ongunstige ontwikkeling zijn voor een andere partij. Op basis hiervan heeft het college een route vastgesteld om te komen tot nieuw op- en afstapbeleid. Daarnaast is besloten de eerstvolgende tranche voor exploitatievergunningen uit te stellen en zijn verbeterpunten vastgesteld voor de aankomende uitgifteronde. In deze brief wil ik u hierover informeren en u meenemen in de aankomende stappen. Ik geef eerst een korte schets van het huidige beleid. Daarna licht ik de collegebesluiten toe. -

Algemeen Een rondvaart over de Amsterdamse grachten is een van de grootste toeristische attracties

van Nederland. Voor het tegen betaling vervoeren van passagiers over het water is een exploitatievergunning vereist. Er is decennialang een vergunningenstop in Amsterdam geweest. Wel zijn er in het verleden enkele uitgifterondes geweest en is de markt voor kleinere vaartuigen gedurende enkele maanden in 2017 opengesteld. De vergunningen werden in het verleden voor onbepaalde tijd uitgegeven.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

-

Datum 28 februari 2024 Pagina 2 van 17

In 2013 heeft de gemeente beleid vastgesteld dat met name zag op het beschermen van de veilige en vlotte doorvaart op de grachten. Dit beleid is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State1 onrechtmatig verklaard. Door deze uitspraak heeft het college nieuw beleid moeten ontwikkelen voor het passagiersvervoer over het Amsterdamse binnenwater. Vanaf 2017 heeft het college in overleg met belanghebbenden (bewoners en reders) onderzoek gedaan naar de invulling van dit nieuwe beleid. Dat heeft geleid tot een pakket aan maatregelen, neergelegd in de Nota Varen Deel 1 (2019) en de Nota Varen Deel 2 (2020). Het beleid in deze nota’s richt zich niet alleen op het zekerstellen van veilig en vlotte doorvaart maar heeft als belangrijkste doelstellingen het beheersen van drukte, het terugdringen van overlast en het begrenzen van de bezoekerseconomie. Daarmee sluit dit beleid aan bij het toenmalige programma Stad in Balans dat onderdeel is geworden van programma Aanpak Binnenstad en passen de maatregelen bij de uitgangspunten van de Verordening Toerisme en de Visie bezoekerseconomie 2035. Volumebeleid Eén van de maatregelen uit Nota Varen Deel 1 is het invoeren van een maximumaantal van 550 vaartuigen met exploitatievergunning. Met deze maatregel wordt de ongebreidelde groei van het aantal passagiersvaartuigen en de bijbehorende bezoekersstromen voorkomen.

Door de maximering van het aantal vergunningen is het op grond van de Dienstenrichtlijn niet toegestaan om deze vergunningen nog langer voor onbepaalde tijd uit te geven. Dat zou de mededingingsruimte in de rondvaartbranche beperken en beletten dat nieuwe toetreders een reële kans krijgen om de markt te betreden. Dit maakte dat het college de oude vergunningen voor onbepaalde tijd (een vergunning zonder einddatum) heeft omgezet naar vergunningen voor bepaalde tijd (een vergunning met einddatum). Alle oude vergunningen lopen af in één van de vier tranches (2024, 2026, 2028, 2030). Gelijktijdig met het vervallen van een deel van de oude exploitatievergunningen worden nieuwe exploitatievergunningen eerlijk en transparant verdeeld onder de geïnteresseerden. Dit is een belangrijke wijziging ten opzichte van decennialang gevoerde beleid waarin een vergunningenstop gecombineerd werd met vergunningen voor onbepaalde tijd. Een vergunning voor bepaalde tijd brengt onzekerheid met zich, omdat het geen gegeven is dat na afloop van de vergunningsduur opnieuw een vergunning wordt verkregen. Dit is inherent aan de verdeling van schaarse vergunningen die moet voldoen aan de Dienstenrichtlijn. Het college heeft bij het uitwerken van het volumebeleid nadrukkelijk de gevolgen voor de bestaande reders meegewogen.

Zo is vanwege de belangen van de huidige vergunninghouders niet gekozen voor een systematiek waarbij alle vergunningen op één moment aflopen, maar voor een systematiek waarbij alle vergunningen in tranches gespreid 1

ECLI:NL:RVS:2017:1520

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 februari 2024 Pagina 3 van 17

aflopen. Door de relatief korte periode (twee jaar) tussen de tranches kunnen reders snel weer in aanmerking komen voor nieuwe vergunningen. Op- en afstapplekken Naast exploitatievergunningen maken reders gebruik van ligplaatsen in openbaar water en op- en afstapplekken. In de stad zijn twee soorten op- en afstapplekken: openbare en exclusieve plekken. Openbare op- en afstapplekken zijn bedoeld voor incidenteel groepsvervoer. Ze mogen gebruikt worden door alle rederijen. Gebruik door pleziervaartuigen is niet toegestaan. Exclusieve op- en afstapplekken worden door één reder gebruikt en zijn vooral bedoeld voor ‘single ticket’ vervoer. Bij single ticket gaat het om individuele kaartverkoop via een website of bij de steiger. Bij groepsvervoer wordt het gehele vaartuig, vaak ter gelegenheid van een evenement zoals een bruiloft of verjaardag, gehuurd voor een rondvaart. Er zijn op dit moment 42 exclusieve op- en afstapplekken in elf clusters, die door vier reders in gebruik zijn. Deze 42 plekken zijn veelal gelegen in bewonersluwe locaties zoals het Open Havenfront, Rokin etc. Van oudsher wordt hier het overgrote deel van de passagiers vervoerd. Door het openstellen van de markt treden nieuwe rederijen toe. Deze reders hebben geen toegang tot de exclusieve op- en afstapplekken.

Het college constateert dat een aantal van deze reders intensief gebruik maakt van de openbare op- en afstapplekken in het centrumgebied. Dit leidt op sommige plekken tot overlast. Een belangrijk beleidsdoel uit Nota Varen Deel 2 is het verschuiven van het intensieve gebruik van openbare op- en afstapplekken naar exclusieve op- en afstapplekken in bewonersluwe locaties. Het college heeft het realiseren van extra op- en afstapplekken in het Open Havenfront opgenomen als een van de maatregelen in het beleidsdocument Op- en afstappen uit oktober 2021. Zes plekken zijn nu al beschikbaar en in de loop van 2024 komen in ieder geval nog zes bij. Deze nieuwe exclusieve plekken worden gebruikt om de drukste op- en afstapplekken in het Centrum te ontlasten. Er is dus geen sprake van een toename van drukte in het centrum, maar van een verschuiving naar bewonersluwe gebieden. Met de extra plekken kan naar verwachting niet aan de vraag van nieuwe toetreders worden voldaan. Daarom is het college op zoek naar mogelijkheden om het aantal nieuwe steigers in bewonersluwe gebieden te vergroten. In het centrum wonen veel Amsterdammers aan het water, daarom is uitbreiding zeer beperkt mogelijk. Daarnaast zal door het openstellen van de markt steeds nieuwe vraag naar exclusieve op- en afstapplekken komen.

In Nota Varen Deel 2 is besloten om het aantal op- en afstapplekken mee te laten bewegen met het aantal exploitatievergunningen van een reder. Op deze manier kunnen er ook in de toekomst exclusieve op- en afstapplekken beschikbaar komen voor andere reders. Bij de reders die op dit moment gebruik maken van de exclusieve op- en afstapplekken bestaat grote weerstand tegen herverdeling. In de uitspraak van 17 maart 2023 heeft de voorzieningenrechter aangegeven dat de huidige op- en afstapbeleid moest worden gewijzigd. De gemeente zal bij het doen van

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 februari 2024 Pagina 4 van 17

aanpassingen in het op- en afstapbeleid de rechtszekerheid en bedrijfsbelangen van de bestaande reders goed in het oog houden. Juridische procedures Momenteel lopen meerdere juridische procedures tegen het passagiersvaartbeleid. De uitkomsten hiervan kunnen van invloed zijn op verdere uitwerking van dit beleid. Hieronder staan de drie meest belangrijke procedures: 1. Volumebeleid met exploitatievergunningen voor bepaalde tijd Er lopen procedures tegen de omzetting van de bestaande exploitatievergunningen van vergunningen die eeuwig duren naar vergunningen met een tijdelijke looptijd. De rechtbank Amsterdam heeft in een uitgebreide procedure geoordeeld dat het door de gemeente ingevoerde systeem met een maximaal aantal vergunningen rechtmatig is en de invoering van een tijdelijke looptijd geen onevenredig nadeel toebrengt aan de zittende reders. De reders zijn tegen dit oordeel in hoger beroep gegaan; een uitspraak wordt in de loop van 2024 verwacht. Deze procedures gaan naast de individuele omzettingsbesluiten ook om de rechtmatigheid van het volumebeleid. Oordeelt de Raad van State anders dan kan de uitspraak gevolgen hebben voor het hele stelsel. Besluiten aanvragen exploitatievergunningen Meerdere reders zijn in beroep gegaan tegen besluiten op aanvragen voor exploitatievergunningen. De aanvraagronde is in 2021 gehouden.

Het gaat hier om exploitatievergunningen die op 1 maart 2024 in werking zullen treden. De procedures richten zich tegen de individuele beoordelingen van de aanvragen en de verdelingsprocedure en niet tegen het volumebeleid, zodat de rechtszaken met name gevolgen kunnen hebben voor het aantal toe te wijzen aanvragen en voorwaarden die in de vergunningen gesteld worden. De uitspraken worden nog dit jaar verwacht. De uitspraken in de eventuele hierop volgende hoger beroepsprocedures zullen naar verwachting eind 2024 of begin 2025 volgen. 2. Verdeling exclusieve op- en afstapplekken De voorzieningenrechter heeft op 17 maart 2023 in vier kortgedingprocedures geoordeeld dat de verdeelsystematiek voor exclusieve op- en afstapplekken, zoals neergelegd in de selectieleidraad, niet ongewijzigd mag worden uitgevoerd. De rechter heeft onder andere vraagtekens gezet bij de norm om te bepalen hoeveel op- en afstapplekken een reder maximaal kan krijgen en bij de bevoegdheid van de gemeente om langdurige contracten op te zeggen. Tegen het vonnis is een van de vier procespartijen in hoger beroep gegaan. De gemeente kan zich vinden in het oordeel van de rechter dat voor de eerdergenoemde verdelingsnorm werkbare alternatieven denkbaar zijn. De gemeente meent wel dat de rechter in haar oordeel te weinig ruimte laat om bestaande overeenkomsten aan te passen.

Het college heeft daarom besloten in hoger beroep te gaan om meer duidelijkheid te verkrijgen. Voor een nieuw op- en afstapbeleid is juridische duidelijkheid een vereiste.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 februari 2024 Pagina 5 van 17

Uitkomst gesprekken reders De afgelopen periode zijn gesprekken gevoerd met individuele reders en afvaardigingen van groepen reders over het huidige beleid. Deze gesprekken gingen over het op- en afstapbeleid, de lessen die geleerd kunnen worden uit de eerste uitgifteronde en de ervaringen met en suggesties voor het overige passagiersvaartbeleid. Uit deze gesprekken blijkt dat er geen oplossing is die voldoet aan alle wensen en belangen van de verschillende reders. Het gaat om het vinden van een balans tussen de belangen van verschillende groepen: bewoners, ondernemers en bezoekers van de stad. De belangen die spelen zijn onder andere commerciële belangen, zekerheid voor ondernemers, gelijke toegang tot de markt en leefbaarheid in de stad door het beperken van overlast en toeristische drukte. De gesprekken met de reders waren positief en constructief en hebben geleid tot voorstellen die op 19 december 2023 met een afvaardiging van de reders zijn besproken in een bestuurlijk overleg. Tot 15 januari 2024 was er gelegenheid om schriftelijk te reageren. Naar aanleiding van de reacties zijn nog enkele aanpassingen gedaan in de voorstellen. Door veel reders is aangegeven dat het scheiden van single ticket en hospitality niet goed mogelijk is omdat reders vaak een gemengde bedrijfsvoering hebben. Reders zouden dan per vaartuig een keuze moeten maken.

Daarom is besloten om bij op- en afstapplekken single ticket en hospitality niet meer van elkaar te scheiden. Daarnaast hebben veel reders bezwaren geuit tegen het invoeren van een apart lotingsysteem voor kleine reders in het segment beeldbepalend en historisch. Zo’n systeem zou stromanconstructies in de hand kunnen werken. Daarom is ook besloten geen apart lotingsysteem voor het segment ‘historisch’ in te voeren, waarbij kleine reders zouden worden bevoordeeld. Besluiten aanpassing huidig beleid Het college heeft besloten om op de volgende wijze verder uitvoering aan het beleid te geven: Aanpassing beleid exclusieve op- en afstapplekken 1. Vaststellen beschikkingsbevoegdheid gemeente t.a.v. exclusieve op- en afstapplekken. 2. Harmoniseren van huurcontracten. 3. Ter beschikking stellen van nieuwe exclusieve op- en afstapplekken aan reders zonder exclusieve plekken. 4. Invoeren van marktconforme huurprijzen voor alle exclusieve op- en afstapplekken. 5. Nieuw beleid verhuur exclusieve op- en afstapplekken. Aanpassingen beleid exploitatievergunningen 6. Uitstel uitgifteronde 2026 en opvolgende rondes met 2 jaar. 7. Vergroten aantal vergunningen in het segment beeldbepalend klein en middelgroot.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 februari 2024 Pagina 6 van 17

Overige besluiten 8. Geen uitstel afloop exploitatievergunningen in 2024. 9. Voortzetten huidige ritme van uitgifterondes exploitatievergunningen. 10. Behoud huidige looptijd exploitatievergunningen. 11. Behoud datum elektrificeren vaartuigen. Aanpassing beleid ligplaatsvergunningen 12. Verlengen van de ligplaatsvergunningen behorend bij een exclusieve op- en afstapplek voor een periode van twee jaar. Hieronder volgt een toelichting op de hierboven genoemde punten. Daarna ga ik in op enkele andere beleidsonderdelen. Aanpassing beleid exclusieve op- en afstapplekken Ad 1) Vaststellen beschikkingsbevoegdheid exclusieve op- en afstapplekken Zoals in de inleiding is aangegeven, zijn er in de stad twee soorten op- en afstapplekken: openbare en exclusieve plekken. Openbare op- en afstapplekken zijn oorspronkelijk bedoeld voor incidenteel groepsvervoer. Exclusieve op- en afstapplekken worden door één reder gebruikt en zijn vooral bedoeld voor single ticket vervoer. Er zijn op dit moment 42 exclusieve op- en afstapplekken in elf clusters, die door vier reders in gebruik zijn. Om ook andere reders in aanmerking te laten komen voor deze plekken zijn in het Open Havenfront extra op- en afstapplekken gerealiseerd. Zes plekken zijn nu al beschikbaar en in de loop van 2024 komen in ieder geval nog zes bij.

Met de nu beschikbare plekken kan naar verwachting niet aan de vraag van nieuwe toetreders worden voldaan. Daarom is het college op zoek naar mogelijkheden om het aantal nieuwe steigers te vergroten. Om aan de vraag te voldoen moeten bestaande exclusieve plekken worden herverdeeld of moeten er meer exclusieve plekken worden gerealiseerd. In het centrum wonen veel Amsterdammers aan het water, daarom is uitbreiding zeer beperkt mogelijk. Bij de reders die gebruikmaken van de exclusieve op- en afstapplekken bestaat grote weerstand tegen herverdeling. Op dit moment is het dus niet mogelijk een systeem te introduceren waar reders zich eensgezind in kunnen vinden. De rechterlijke uitspraken laten zien dat er - voordat er nieuw beleid kan worden vastgesteld - eerst duidelijkheid moet bestaan over de vraag in hoeverre de gemeente over de exclusieve locaties kan beschikken. De huidige aanpak was gericht op het vrijmaken van een beperkt aantal bestaande op- en afstapplekken per 1 maart 2024. Deze datum is door het ontbreken van nieuw beleid voor exclusieve op- en afstapplekken niet meer

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 februari 2024 Pagina 7 van 17

haalbaar. Om verdere stappen te zetten in dit dossier dient daarom allereerst, zoals ook de voorzieningenrechter heeft aangegeven in het vonnis van 17 maart 2023, zoveel mogelijk duidelijkheid te komen over de juridische vragen die de huidige gebruikers hebben gesteld. Deze gebruikers claimen rechten te hebben verworven op locaties die in eigendom zijn van de gemeente en stellen de rechtmatigheid van de opzeggingen van de huidige overeenkomsten ter discussie. Door de vier zittende reders is aangegeven dat hun aanspraken op de openbare ruimte onderdeel moeten zijn van minnelijk overleg met de gemeente over nieuw beleid voor exclusieve op- en afstapplekken. Het is echter voor de gemeente, maar ook de andere partijen, belangrijk dat er duidelijkheid bestaat over deze vermeende aanspraken op de openbare ruimte. Deze duidelijkheid lijkt, mede gezien de gevoerde gesprekken, alleen met een juridische procedure te kunnen worden verkregen. Dit traject kan de nodige tijd vergen. Ondertussen blijft het college in gesprek met de reders over het beleid voor de exclusieve open afstapplekken. Ad 2) Harmoniseren huurcontracten Om tot een gelijk speelveld te komen, is het van belang de (huur)overeenkomsten voor alle exclusieve op- en afstapplekken, oude en nieuwe, te harmoniseren.

Geen van de rederijen die nu al beschikken over exclusieve op- en afstaplocaties heeft in de gesprekken aangegeven principieel bezwaar te hebben tegen nieuwe (huur)overeenkomsten. Het college wil dan ook op termijn nieuwe overeenkomsten sluiten. Zoals in het vorige punt is aangegeven, dient er wel eerst duidelijkheid te komen over enkele juridische punten. Om nieuw beleid en nieuwe huurovereenkomsten in te voeren zijn alle gebruiks- en huurovereenkomsten met de vier reders per 1 juli 2024 opgezegd. Omdat de ontwikkeling van nieuw beleid voor exclusieve op- en afstapplekken op deze datum nog gaande is kunnen er dan geen nieuwe overeenkomsten worden aangeboden. Om deze reden zal het gebruik van de op- en afstapplekken worden toegestaan tot 1 maart 2026. Dan zullen er naar verwachting nieuwe contracten aangeboden kunnen worden. Hierover wordt binnenkort met de vier reders contact opgenomen. Ad 3) Ter beschikking stellen van nieuwe op- en afstapplekken aan reders zonder exclusieve plekken Om een verschuiving van gebruik van openbare op- en afstapplekken naar exclusieve op- en afstapplekken mogelijk te maken zijn exclusieve op- en afstapplekken nodig. Daarom is en wordt een aantal nieuwe exclusieve op- en afstapplekken in het Open Havenfront gerealiseerd. Omdat het een bewonersluw gebied is, wordt rondom het Open Havenfront weinig overlast ervaren.

Dit soort locaties zijn schaars in de binnenstad. Het is daarom van belang om deze locaties op een efficiënte manier in te richten.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 februari 2024 Pagina 8 van 17

Zes nieuwe op- en afstapplekken zijn nu al beschikbaar in de middenkom en op termijn wordt een aantal extra plekken gerealiseerd in de oostkom. In een later stadium worden mogelijk extra plekken gecreëerd in de westkom, op de huidige locatie van de fietsflat. Vanwege de ontwikkelingen in het beleid voor exclusieve op- en afstapplekken is het wenselijk het gebruik van deze nieuwe plekken niet voor langere tijd vast te leggen. Daarom kiest het college ervoor de plekken voor de aankomende twee vaarseizoenen ter beschikking te stellen aan reders die op dit moment geen exclusieve op- en afstapplek hebben. Dit is ook wat de voorzieningenrechter in haar uitspraak als tussenoplossing heeft aangedragen. Het college zal voor 2026 nieuw beleid presenteren voor het gebruik en verdeling van zowel de nieuwe als bestaande exclusieve op- en afstapplekken. De branche wordt hierbij betrokken. Het college stelt voor om de reders zonder exclusieve op- en afstapplekken de gelegenheid te bieden om onderling afspraken te maken over het gebruik van de nieuwe plekken totdat er nieuw beleid is. De betrokken rederijen moeten zich in de afspraken kunnen vinden. Rederijen die nu al de beschikking hebben over exclusieve op- en afstapplekken mogen niet deelnemen aan deze tijdelijke verdeling; zij hebben immers al de beschikking over op- en afstapplekken op gewilde locaties.

Vanuit de reders is op het voorstel om onderling tot afspraken te komen over het gebruik van deze plekken geen eenduidig antwoord gekomen, mede omdat er nog onduidelijkheid bestond over de huurprijs en mogelijkheden om reclame te maken op de nieuwe plekken. Het college zal de reders deze informatie, voor zover mogelijk, sturen en binnenkort de reders nogmaals vragen zelf tot een verdeling te komen. Als er geen overeenstemming wordt bereikt tussen de reders, zal het college zelf met een voorstel voor het gebruik komen. Indien reders wel tot een overeenstemming komen kunnen er gebruiksovereenkomsten voor twee jaar worden gesloten. De huurprijs voor een exclusieve op- en afstapplek zal gedurende deze periode € 15.000 per jaar bedragen. Als de gemeente zelf tot een verdeling moet komen zal deze procedure pas in de loop van 2024 kunnen worden afgerond. Ad 4) Invoeren van marktconforme huurprijzen voor alle exclusieve op- en afstapplekken Uitgangspunt van de gemeente Amsterdam is dat er voor het gebruik van openbare ruimte marktconforme tarieven worden gehanteerd. Bij eerdere berekeningen werd uitgegaan van een huurprijs waarmee de kosten van de gemeente voor het in stand houden van het hele netwerk van op- en afstapplekken gedekt zouden zijn, namelijk € 15.000 per jaar. Dit is echter geen marktconforme prijs.

In de komende periode wordt onderzoek gedaan naar een marktconforme huurprijs voor de exclusieve op- en afstapplekken. Reders moeten rekening houden met hogere huurprijzen na 2026. Het college verwacht dat het invoeren van marktconforme huurprijzen ook invloed heeft op de vraag naar exclusieve op- en afstapplekken. Ad 5) Nieuw beleid verhuur exclusieve op- en afstapplekken

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 februari 2024 Pagina 9 van 17

Zoals hiervoor is aangegeven zal er eerst duidelijkheid moeten komen over de beschikkingsbevoegdheid van de gemeente over de locatie van de bestaande exclusieve open afstapplekken en de daarop aanwezige steigers, voordat er nieuwe contracten kunnen worden afgesloten. In de tussentijd gaan we verder met het vormgeven van nieuw beleid. Uit de gesprekken met de reders is naar voren gekomen dat het merendeel van de reders langer zekerheid wenst te hebben over de huur van exclusieve op- en afstapplekken. Het college gaat onderzoeken of dit aspect in het beleid meer nadruk kan krijgen. Dit betekent dat het uitgangspunt uit Nota Varen Deel 2, dat de duur van de huurovereenkomst gelijk moet zijn aan de duur van de exploitatievergunningen die een reder heeft, wordt losgelaten. In plaats daarvan kan na verloop van twee, drie of vier tranches (4 - 8 jaar) worden beoordeeld of een reder gedurende die periode voldoende exploitatievergunningen heeft om het aantal gehuurde op- en afstapplekken te rechtvaardigen. In het nieuwe beleidsvoorstel zal ook worden meegenomen welke verhouding er wenselijk is tussen het aantal exploitatievergunningen en het maximaal aantal exclusieve op- en afstapplekken dat een reder mag huren. Ook zal aandacht worden besteed aan het gebruik van bufferplekken, reclamemogelijkheden en andere functies op de exclusieve locaties.

Het is van belang dat er met een dergelijk systeem ook op- en afstapplekken beschikbaar komen voor nieuwe toetreders. Deels zal dit al het gevolg kunnen zijn van het introduceren van een marktconforme huurprijs. Exploitatievergunningen Ad 6) Uitstel tranche 2026 In september 2024 zouden exploitatievergunningen kunnen worden aangevraagd die op 1 maart 2026 in werking treden (tranche 2026). Het college is sinds begin 2022 in afwachting van het behandelen van het hoger beroep in de rechtszaken tegen de omzetting van de exploitatievergunningen van onbepaalde tijd naar bepaalde tijd, waarin ook de rechtmatigheid van het volumebeleid aan de orde is. De uitspraak in deze zaak zal te laat komen om van invloed te kunnen zijn op de aanvraagperiode in september 2024. Inmiddels is ook duidelijk dat het tijdig organiseren van deze aanvraagronde niet meer haalbaar is. Het traject voor benodigde bestuurlijke besluitvorming over aanpassing van de regelgeving en beleidsdocumenten duurt hiervoor te lang Om deze redenen heeft het college besloten de voor 2026 geplande tranche van exploitatievergunningen uit te stellen met twee jaren tot 2028. Dit betekent dat er in 2026 geen vergunningen zullen aflopen en er geen nieuwe vergunningen worden verleend. De vergunningen die in 2026 zouden aflopen, lopen nu in 2028 af.

Om te voorkomen dat in 2028 zowel de vergunningen die in tranche 2026 zouden aflopen, als vergunningen uit tranche 2028 aflopen, zullen alle opvolgende tranches twee jaar opschuiven. Dit betekent dat de exploitatievergunningen die in 2026, 2028 en 2030 zouden aflopen twee jaar later aflopen en dus twee jaar extra looptijd krijgen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 februari 2024 Pagina 10 van 17

Enkele reders hebben verzocht om de looptijd van vergunningen - die in 2024 ingaan - met twee jaar te verlengen. Zij doen dit verzoek omdat er door het uitstellen van tranche 2026 verschuivingen optreden in het aantal vergunningen dat in de tranches 2030 en 2032 afloopt en nieuw wordt uitgegeven. De gemeente kiest er niet voor om de looptijden van de nieuwe exploitatievergunningen die op 1 maart 2024 ingaan te verlengen. Deze zijn gebaseerd op onderzoek en mogen om juridische gronden niet langer zijn dan noodzakelijk. Voor een nadere onderbouwing hiervan verwijs ik u naar ad 10. De gemeente zal met de verschuivingen rekening houden bij het definitief vaststellen van het aantal vergunningen dat in deze tranches zal worden uitgegeven. Ad 7) Vergroten aantal vergunningen beeldbepalend klein en middelgroot In het huidige systeem zijn in totaal 110 van de beschikbare 550 vergunningen gereserveerd voor historische vaartuigen (groot en klein & middelgroot). Dit sluit aan bij het huidige aantal historische passagiersvaartuigen dat nu door de grachten vaart. Daarnaast zijn er 45 vergunningen van de 550 gereserveerd voor beeldbepalende vaartuigen (groot en klein & middelgroot). Historische vaartuigen mogen ook in aanmerking komen voor beeldbepalend als zij geen vergunning in het segment historisch krijgen en daarnaast aan de voorwaarden voor beeldbepalende vaartuigen voldoen.

Met de bescherming van de 110 historische vaartuigen is de stabiliteit van het aantal historische vaartuigen verzekerd. In de evaluatie van de eerste uitgifteronde is als aandachtspunt aangemerkt dat binnen het reguliere segment klein en middelgroot vrijwel alleen maar sloepen zijn vergund en de niet historische, overkapte vaartuigen in dit segment onvoldoende tot hun recht komen. In de raadsvergadering van 10 mei 2023 heeft u hiervoor ook aandacht gevraagd. Het college heeft daarom besloten om binnen het segment “historisch en beeldbepalend klein en middelgroot” 20 extra vergunningen voor beeldbepalend toe te voegen. Deze 20 vergunningen worden in mindering gebracht op het normale segment klein en middelgroot. Hiermee kunnen er meer beeldbepalende vaartuigen worden vergund, wat een positieve invloed heeft op de beeldkwaliteit op de grachten. Verder wil het college de eisen aan sloepen in het segment beeldbepalend en historisch verhogen. Dit om bijvoorbeeld te voorkomen dat grote oude reddingssloepen zonder veel beeldkwaliteit alsnog in aanmerking komen voor de historische en beeldbepalende vergunningen. In de segmenten zullen de verhoudingen als volgt zijn: Normaal Historisch Groot 1oo 40

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Beeldbepalend 22

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Klein & middelgroot

90

Datum 28 februari 2024 Pagina 11 van 17

70

70

23

43

Ad 8) Geen uitstel afloop exploitatievergunningen in 2024 Reders hebben aangegeven graag een verlenging van de looptijd te krijgen van exploitatievergunningen die per 1 maart 2024 aflopen. Door het uitstellen van tranche 2026 krijgen veel vergunningen twee jaar extra looptijd, maar moeten reders wel twee jaar extra wachten voordat zij weer een kans kunnen maken op een nieuwe exploitatievergunning. Ook willen zij hun vergunningen behouden tot na de uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in hun procedures tegen de besluiten van het college om de looptijd van hun vergunningen op maart 2024 te zetten. Hoewel het college begrip heeft voor de standpunten van de reders heeft het college besloten deze vergunningen niet te verlengen. Hiertoe heeft zij de volgende overwegingen: Op 1 maart 2024 lopen 135 vergunningen af. Als we besluiten deze vergunningen langer te laten doorlopen zal het aantal van 550 fors worden overschreden. Dit wil het college niet. Bovendien hebben veel reders al maatregelen genomen, bijvoorbeeld door hun vaartuig per maart 2024 te verhuren of hun vergunning te verkopen. Deze reders kunnen door een besluit tot verlenging schade claimen. Tot slot heeft een rechter al naar de besluiten van omzetting gekeken.

De rechtbank Amsterdam heeft na een zeer uitgebreide procedure geoordeeld dat de besluiten om de vergunningen in maart 2024 af te laten lopen rechtmatig zijn en geen onevenredige schade toebrengen aan de individuele reders. Ad 9) Voorzetting van het huidige ritme van uitgifterondes Het huidige ritme van uitgifterondes om de twee jaar vormt een belasting voor de rederijen en de gemeente, maar biedt ook ruimte voor groei voor zittende reders en nieuwe toetreders. Daarnaast biedt het reders de mogelijkheid om bij een minder succesvol verlopen uitgifteronde weer op relatief korte termijn vergunningen te bemachtigen. Een aantal reders heeft verzocht dit tweejaarlijks ritme te veranderen. Het college is van mening dat een wijziging op dit moment onverstandig is en geen garantie geeft voor zekerheid en stabiliteit op de lange termijn. Het uitstellen van de aankomende uitgifteronde geeft ruimte om zowel het oordeel van de rechtbank over de eerste verdeling van nieuwe exploitatievergunningen af te wachten, als het oordeel in hoger beroep over de besluiten tot omzettingen van de looptijd van vergunningen naar bepaalde tijd. Met deze informatie kan beoordeeld worden of er - en zo ja welke - aanpassingen nodig zijn in de regelgeving en het systeem van uitgifte. Ad 10) Behoud looptijd exploitatievergunningen De looptijd van de exploitatievergunningen blijft ongewijzigd.

Op juridische gronden mag de toegang tot de interne markt voor dienstverrichters niet onnodig lang worden afgesloten. Daarom moet de geldigheidsduur van schaarse vergunningen (de looptijd) worden beperkt tot

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 februari 2024 Pagina 12 van 17

de periode die nodig is voor de afschrijving van de investeringen van de vergunninghouder en de mogelijkheid om een redelijke vergoeding voor het geïnvesteerde kapitaal te verkrijgen. De looptijd van exploitatievergunningen is gebaseerd op twee verschillende onderzoeken. Op verzoek van de reders heeft Ernst & Young (EY) de uitkomsten van de twee eerdere onderzoeken geverifieerd. Een aantal reders heeft de uitkomsten van dit proces alsnog ter discussie gesteld en een tegenonderzoek gepresenteerd. Naar aanleiding van dit tegenonderzoek ziet het college geen aanknopingspunt om te twijfelen aan de juistheid van de onderzoeken en de verificatie daarvan door EY. Het college ziet daarom geen juridische ruimte om de looptijden van exploitatievergunningen aan te passen en zal het oordeel van de rechter in de juridische procedures over dit onderwerp afwachten. De juistheid van de onderzoeken is onderdeel van de rechtszaken tegen de besluiten tot uitgifte van exploitatievergunningen. Ik verwacht hierover dit jaar een uitspraak door de rechter. Ad 11) Elektrificeren vaartuigen In Nota Varen Deel 1 is afgesproken dat alle passagiersvaartuigen per 2025 uitstootvrij moeten varen. Deze transitie naar uitstootvrije passagiersvaart in de Amsterdamse binnenwateren past in het bredere duurzaamheidsbeleid van de gemeente waarbij de gemeente streeft naar een uitstootvrij centrum in 2025.

Destijds is na een verzoek vanuit de branche besloten dat in die gevallen waarin een exploitatievergunning op 1 maart 2026 zou aflopen eventueel gewacht kan worden met het uitstootvrij maken tot 1 maart 2026. Zo kunnen reders afwachten of er voor het betreffende vaartuig een nieuwe exploitatievergunning zou worden verleend voordat er zou worden geïnvesteerd in het uitstootvrij maken van het vaartuig. De reders hebben verzocht om verder uitstel tot 2028, nu uitgifteronde 2026 is uitgesteld. Het college heeft besloten dit niet toe te staan. Allereerst is de datum van 2025 al lang bekend; in ieder geval sinds maart 2019, bij het vaststellen van de Nota Varen Deel 1. Daarnaast is het zo dat reders van wie de vergunning oorspronkelijk in 2028 zou aflopen ook in 2025 uitstootvrij moeten varen. Verder uitstel tot 2028 is daarmee onredelijk, ook ten opzichte van andere reders die wel per 2025 moeten elektrificeren. Het college zal de toezegging aan de reders met vergunningen die oorspronkelijk aflopen op 1 maart 2026, dat zij pas op 1 maart 2026 uitstootvrij hoeven te varen, wel handhaven. Ligplaatsen In Nota Varen Deel 2 zijn verschillende maatregelen aangekondigd die gaan over ligplaatsen voor passagiersvaartuigen in openbaar water. Om met een bedrijfsvaartuig af te meren in openbaar water is een ligplaatsvergunning nodig.

Ligplaatsen zijn er echter ook in jachthavens of buiten de stad. In Nota Varen Deel 2 staat dat de gemeente meer grip wil krijgen op de ontstane situatie rondom ligplaatsen voor passagiersvaartuigen en met uniform beleid wil komen voor de verdeling van ligplaatsen op openbaar water. In het verleden hebben

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 februari 2024 Pagina 13 van 17

de verschillende stadsdelen op basis van hun eigen beleidskaders afwegingen en (individuele) afspraken gemaakt over het gebruik van de ligplaatsen in hun stadsdelen. Dit uniforme beleid is inmiddels vastgesteld en heeft een aantal uitgangspunten. Allereerst blijft het de verantwoordelijkheid van de reder zelf om voor een ligplaats te zorgen. Als een reder geen ligplaats op openbaar water heeft, moet hij zelf een plek in een jachthaven of buiten Amsterdam zoeken. De gemeente heeft als taak de vrijgevallen ligplaatsen op openbaar water transparant en eerlijk te verdelen. Het streven is om waar mogelijk reders te helpen bij hun zoektocht naar ligplaatsen. De gemeente heeft dit bijvoorbeeld gedaan door jachthavens toe te staan bedrijfsvaartuigen een ligplaats te bieden. Door deze maatregel zijn er voldoende ligplaatsen in de stad voor kleinere vaartuigen (tot 14 meter). Voor grotere vaartuigen is het moeilijker om een ligplaats te vinden. Schaarse ligplaatsen moeten niet ongebruikt blijven en terechtkomen bij reders die ze nodig hebben. Een ligplaatsvergunning vervalt daarom als een reder binnen zijn vloot geen passend vaartuig heeft met een exploitatievergunning. Dit ligplaatsbeleid is ten dele tot uitvoer gebracht, maar is tijdens de verdeling van vrijgevallen ligplaatsen stilgelegd vanwege het indrukken van de pauzeknop. De verdelingsronde wordt op korte termijn hervat.

Daarnaast is in Nota Varen Deel 2 aangekondigd dat er voortaan precariobelasting geheven zal worden voor het gebruik van openbaar water als ligplaats voor bedrijfsvaartuigen. Ook krijgen gebruikers van ligplaatsen op openbaar water binnenkort gebruiksovereenkomsten aangeboden. De gebruiksovereenkomsten vervangen oude huur- of gebruiksovereenkomsten die in een aantal gevallen in het verleden met gebruikers van de ligplaats zijn gesloten. Zo worden de voorwaarden en hoogte van de vergoedingen voor het gebruik van ligplaatsen voor alle betrokken reders gelijk. Voor de ligplaatsverdeling van vaartuigen voor onbemande verhuur is een apart traject ingericht. De betrokken reders zijn onderling tot overeenstemming gekomen over de verdeling van die beschikbare plekken. Ook blijft het college in samenspraak met stadsdelen kijken of er extra ligplaatsen kunnen worden gecreëerd. Ad 12) Verlengen van de ligplaatsvergunningen behorend bij een exclusieve op- en afstapplek voor een periode van twee jaar In verband met de ontwikkeling van nieuw beleid voor exclusieve op- en afstapplekken per 1 maart 2024 hebben de ligplaatsvergunningen die zijn gelegen bij deze op- en afstapplekken een looptijd tot 1 maart 2024 gekregen.

Nu de invoering van nieuw beleid voor op- en afstapplekken per maart 2024 niet meer haalbaar is, zal de looptijd van de ligplaatsvergunningen bij exclusieve op- en afstapplekken verlengd worden tot 1 maart 2026.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 februari 2024 Pagina 14 van 17

De verwachting is dat er dan nieuw beleid is waarbij er ook duidelijkheid zal zijn over de omgang met ligplaatsen bij exclusieve plekken. Aanvullende beleidsonderwerpen Openbare op- en afstapplekken Door de reders die overwegend aan groepsvervoer doen is aangegeven dat in bepaalde delen van Amsterdam, zoals in stadsdeel Oost, maar ook bij het Rijksmuseum, een tekort is aan openbare op- en afstapplekken. Daarnaast is door hen aangegeven dat veel openbare op- en afstapplekken in het centrum van Amsterdam dusdanig intensief worden gebruikt voor single ticket dat ze nauwelijks nog bruikbaar zijn voor groepsvervoer. Het college ontvangt daarnaast ook klachten van bewoners over het intensieve gebruik van een aantal openbare op- en afstaplocaties in het centrumgebied. Inmiddels is het college gestart met een verkenning van de mogelijkheden om het aantal openbare op- en afstaplocaties buiten het centrumgebied uit te breiden om het tekort op te lossen. Zoals aangekondigd in Nota Varen Deel 2 zal het gebruik van de openbare steigers op den duur niet meer kosteloos zijn. In de aankomende tijd wordt gekeken naar een geschikt systeem van beprijzen. Hier wordt de branche bij betrokken. Welstand Welstandsbeleid is een belangrijk onderdeel van het beleid voor passagiersvaart.

Veel vaartuigen steken op dit moment negatief af tegen de achtergrond van het grachtenstelsel, een Unesco Werelderfgoed. Felle kleuren, reclame en afwijkende vormen dragen bij aan een onrustig beeld op de grachten. Sinds de invoering van het welstandsbeleid moeten alle nieuw vergunde vaartuigen aan de eisen van welstand voldoen. Dit betekent dat pas na 2032 alle vaartuigen aan de welstandseisen zullen voldoen. Vanuit een deel van de reders is het signaal naar voren gekomen dat de Welstandscommissie de vaartuigen te gedetailleerd beoordeelt en zij wensen een afzwakking van het welstandsbeleid. Het college meent dat het huidige welstandsbeleid een belangrijke bijdrage levert aan het beeld van de historische grachtengordel en zal het huidige welstandsbeleid niet afzwakken. Wel gaat het college bekijken of de Welstandsnota in specifieke gevallen te gedetailleerd is. Hierover zijn in de evaluatie van de eerste uitgifteronde al enkele voorstellen gedaan, waaronder bijvoorbeeld het beperken van de omvang van de toets van de binnenzijde van vaartuigen. Hierover zal het college op een later tijdstip, maar vóór de volgende uitgifteronde, een besluit nemen. Beperken strategisch inschrijven Met strategisch inschrijven of overinschrijven wordt bedoeld dat een reder meer aanvragen indient dan het aantal vergunningen dat hij wenst.

Dit om de kans op exploitatievergunningen bij een loting te vergroten. Het is niet exact te bepalen hoe groot het aandeel

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 februari 2024 Pagina 15 van 17

‘overinschrijvingen’ was op het totaal aan inschrijvingen in de aanvraagperiode in 2021. Gezien het aantal aanvragen is het redelijk ervan uit te gaan dat dit heeft plaatsgevonden. Het college heeft de leges zo vastgesteld dat deze geen belemmering hoeven te vormen om deel te nemen aan de uitgifteronde. De kosten van het eerste deel van de leges die verschuldigd zijn om mee te mogen loten zijn lager dan het tweede deel dat verschuldigd is indien een aanvraag is ingeloot. De bestaande barrières voor overschrijvingen hebben deels gewerkt (zoals een maximumaantal aanvragen en dat de aanvrager daadwerkelijk over het aangevraagde vaartuig kan beschikken), maar het overinschrijven is naar alle waarschijnlijkheid niet helemaal voorkomen. De hoeveelheid aanvragen die door grote en kleinere reders zijn ingediend, ontlopen elkaar niet veel, zodat het systeem op dit punt geen kansenongelijkheid lijkt te creëren. Het is in het systeem overigens ook noodzakelijk dat reders meer aanvragen kunnen doen indien zij meer vergunningen wensen te verkrijgen, bijvoorbeeld omdat de rederij verder wil groeien, in een ander segment wil deelnemen of omdat de rederij meerdere vergunningen, waarvan de looptijd afloopt, wenst te vervangen door nieuwe vergunningen.

Om te voorkomen dat er aanvragers komen die enkel meedoen om handel te kunnen drijven met vergunningen, is het in het huidige systeem niet mogelijk vergunningen in de eerste twee jaar door te verkopen. Vergunningen die na een jaar niet in gebruik worden genomen komen te vervallen. Het doen van meerdere aanvragen vormt enkel een probleem voor het systeem als er, op een schaal van enige omvang, vergunningen worden verloot die niet in gebruik worden genomen. Dit is onwenselijk in een systeem van schaarste. Op dit moment kan dit niet worden beoordeeld. Het college zal de situatie na 1 maart 2024 monitoren om te zien of, en zo ja hoeveel, vergunningen ongebruikt blijven. Indien nodig zal het college dan maatregelen nemen. In de evaluatie van de eerste uitgifteronde wordt voorgesteld te onderzoeken of in volgende rondes geëxperimenteerd kan worden met een systeem van voorinschrijving waarbij aanvragers een loting kunnen voorkomen door het aantal aanvragen te beperken. De reders hebben aangegeven hier positief tegenover te staan. Overlast passagiersvaart In de Visie bezoekerseconomie 2035 geeft het college aan dat het af wil van commerciële partijen die in de toch al schaarse publieke ruimte in de binnenstad hun geld verdienen aan plat toeristisch vermaak: vermaak waarbij geen enkele rekening wordt gehouden met Amsterdammers die in de stad wonen, leven of werken.

Dit betekent dat voor verdienmodellen als ‘all you can drink’ op vaartuigen geen plek zou moeten zijn in de stad. In de vergadering van 10 mei 2023 heb ik toegezegd om samen met de burgemeester, wethouder Mbarki en het stadsdeel Centrum nogmaals te kijken naar effectieve maatregelen

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 februari 2024 Pagina 16 van 17

tegen overlast gevende all-you-can-drinkconcepten. Het college zal u hierover op een later tijdstip informeren. In Nota Varen Deel 1 zijn een aantal maatregelen benoemd om overlast tegen te gaan, zoals de mogelijkheid om varen in bepaalde gebieden te verbieden na een vast te stellen tijd en de aanpak van overmatig alcoholgebruik. Dit laatste is concreet ingevuld met een verplicht diploma sociale hygiëne op grond van de nieuwe Horecawet. Het is helaas niet gelukt om vaartuigen verder onder de bredere horecawetgeving te laten vallen. Het college blijft echter vastberaden in haar inspanningen om overmatig alcoholgebruik terug te dringen en de daarmee gepaard gaande problematische overlast tegen te gaan. In de Verordening op het binnenwater zijn regels opgenomen over het tegengaan van overlast zoals geluidsoverlast en overige hinder voor de omgeving. Hiernaast is de 12+ maatregel ingevoerd, een verbod om meer dan 12 passagiers aan boord te hebben. Deze maatregel pakt niet alleen overlast aan, maar is ook gericht tegen illegale passagiersvaart. Dit jaar wordt de effectiviteit van de 12+ maatregel geëvalueerd en worden de uitkomsten met de raad gedeeld. Handhaving van regels uit de Verordening op het binnenwater wordt gedaan door THOR.

Naast het stellen van regels is er tevens ingezet op communicatie rond regelgeving tegen overlast (12+ maatregel), is de handhaving op beleid versterkt en worden overlastlocaties aangepakt. Een belangrijk punt van overlast is het intensief gebruik van openbare op- en afstapplekken. Een aantal ondernemers dat niet over exclusieve locaties kan beschikken gebruikt openbare plekken. Deze locaties worden zeer intensief gebruikt, maar hebben daarvoor onvoldoende ruimte op de kade en bevinden zich bovendien in bewoond gebied. Hierdoor ontstaan problemen op de kade door ophoping van toeristen, illegaal werven van klanten en het ontbreken van bijvoorbeeld toiletvoorzieningen. Voorbeelden van dergelijke openbare op- en afstaplekken zijn de steiger bij het Anne Frankhuis en de drie locaties aan de Oudezijds Voorburgwal. Op meerdere plaatsen wordt er in Amsterdam gewerkt met hosts om overlast te monitoren en ongewenst gedrag tegen te gaan. Het college vindt het wenselijk dat bij openbare op- en afstapplekken, waar sprake is van overlast, hosts aanwezig zijn. De gemeente zal hierover met de branche in overleg treden. Zoals hiervoor al is aangegeven wordt het intensief gebruik van openbare op- en afstapplekken verschoven naar bewonersluwe locaties. Zo wordt de overlast bij de kern aangepakt. Om dit te bereiken worden extra exclusieve plekken op bewonersluwe locaties beschikbaar gemaakt.

Ook worden maatregelen voorbereid voor een pilot om het gebruik van de drie op- en afstapplekken op de Oudezijds Voorburgwal te beperken doormiddel van

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 februari 2024 Pagina 17 van 17

venstertijden. Indien deze pilot positieve resultaten oplevert kan deze als voorbeeld dienen voor de aanpak op andere locaties. De reders zonder exclusieve op- en afstapplekken hebben daarnaast aangeboden om een convenant met de gemeente te sluiten om overlast op de openbare op- en afstapplekken tegen te gaan. Hiermee zouden beperkende maatregelen op overlast gevende plekken in de toekomst kunnen worden voorkomen. Het college staat positief tegenover dit voorstel en zal samen met de branche de mogelijkheden van zo’n convenant verkennen. Technische sessie Het rondvaartdossier is een langlopend en ingewikkeld dossier. Om deze reden biedt het college aan om desgewenst een technische sessie voor raadsleden te organiseren over het passagiersvaartbeleid. Vervolg De maatregelen in deze brief zijn op 19 december 2023 besproken met (afvaardigingen) van de reders in een constructief en positief gesprek. De voorstellen in deze brief leiden tot een aanpassing van de Regeling op het binnenwater en de Welstandsnota. Met deze brief eindigt de pauze in de uitvoering van het beleid. De genomen besluiten en te nemen stappen in deze brief bieden duidelijkheid aan de branche. Daarnaast spant het college zich in waar mogelijk juridische procedures te voorkomen. Het college vertrouwt erop dat de voorgestelde aanpassingen leiden tot het vergroten van het draagvlak voor het beleid.

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Alexander Scholtes Wethouder Varen

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13871349/1