Raadsinformatiebrief Verordening op de Comm.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan:
Portefeuillehouder(s): Behandeld door
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 12 juli 2022 Ruimtelijke Ontwikkeling Reinier van Dantzig R&D bestuurszaken.rd@amsterdam.nl
Onderwerp
Verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit Amsterdam (2023)
Datum Portefeuille(s)
Geachte leden van de gemeenteraad, Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1-1-2023) wijzigt de wettelijke grondslag voor onafhankelijke advisering over de kwaliteit van de gebouwde omgeving. De mogelijkheid voor het uitvoeren van ‘welstandstoezicht’ is tot nu toe verankerd in artikel 12 van de woningwet. Artikel 17.9 van de Omgevingswet geeft gemeenten opnieuw de mogelijkheid tot het instellen van een gemeentelijke adviescommissie. Deze adviseert tenminste over aanvragen voor de wijziging van een rijksmonument. In aanvulling daarop kan het aantal adviestaken worden uitgebreid met het oog op het bereiken van een goede omgevingskwaliteit en het in stand houden van erfgoed. In deze brief geef ik u een toelichting op de keuzes die zijn gemaakt en geef ik een overzicht van de wijzingen ten opzichte van de bestaande Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. In de Verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit (2023) wordt de in 2017 ingerichte taakstelling en samenstelling van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in grote lijnen voortgezet. Dat kan omdat de verordening uit 2017 al anticipeerde op de inwerkingtreding van de Omgevingswet die in 2016 door de kamer is aangenomen.
Naast de bestaande subcommissies voor de advisering op aanvragen voor een omgevingsvergunning, werd een Subcommissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit (Integrale Commissie) ingericht die, in de geest van de Omgevingswet, vroeg in het proces kan adviseren over bouwplannen met ingrijpende gevolgen voor de fysieke leefomgeving of initiatieven waarbij een integrale advisering een meerwaarde kan opleveren voor de kwaliteit van de planvorming. De samenstelling van de Integrale Commissie is, om deze integrale afweging en advisering mogelijk te maken, breder dan die van de overige subcommissies en omvat de disciplines stedenbouw, landschap, architectuur, openbare ruimte, erfgoed en monumenten. In 2018 werd daar een lid ‘duurzaam bouwen’ aan toegevoegd. Sinds 2021 zijn op verzoek van de Raad de vergaderingen openbaar en worden ook de adviezen van de Integrale Commissie gepubliceerd. In de verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit (2023) wordt op basis van de ervaringen van de afgelopen vijf jaar een aantal (technische) wijzigingen voorgesteld. Deze hebben betrekking op de termijn van de benoeming, de onafhankelijkheid van de leden en de rol van ambtelijke en externe adviseurs van de commissie.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 juli 2022 Pagina 2 van 4
Toelichting op de wijzigingen Van ambtelijke leden naar ambtelijke adviseurs In 2017 is ervoor gekozen om door de directies voorgedragen ambtenaren te benoemen als lid van de Integrale Commissie. Alhoewel dit model over de afgelopen vijf jaar uitstekend heeft gefunctioneerd, wordt er nu voor gekozen deze commissie te laten bestaan uit louter externe leden. De reden daarvoor is dat bij de stadsdelen en bij Ruimte en Duurzaamheid ambtelijke integrale adviestafels zijn ingericht. Om het in elkaar overlopen van rollen te voorkomen, schuift de Integrale Commissie binnen het spectrum van kwaliteitsadvisering nu verder op naar de onafhankelijke kant. Om daarbij voldoende voeling te houden met het werk van de ambtelijke diensten en gebruik te kunnen blijven maken van hun vaak ongekende expertise en kennis van de stad, wordt aan de directie van R&D gevraagd ambtenaren aan te wijzen die een rol kunnen spelen bij de voorbereiding van de vergaderingen en die desgevraagd ook als adviseur bij de vergaderingen aanwezig kunnen zijn. Dat geldt in ieder geval voor de expertises monumenten en erfgoed, duurzaamheid, stedenbouw en landschap. Indien de aard van de behandelde onderwerpen dat nodig maakt, zal ook een beroep worden gedaan op een ambtelijke adviseur grondzaken (G&O) en inrichting openbare ruimte (V&OR).
Om uitvoering te geven aan motie 793.21 (Van Renssen en Nadif) zal ook bij de vergaderingen van de subcommissies 1-3, die adviseren in het kader van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, voortaan een vaste ambtelijk adviseur duurzaamheid aanwezig zijn. Externe adviseurs De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft (naast ambtelijke adviseurs) ook externe, door het college van B&W benoemde adviseurs voor Mooi Verduurzamen, Kunst in de Openbare Ruimte, Woonboten en Historische Schepen. In de verordening 2023 vervalt de aparte adviseur voor Kunst in de Openbare Ruimte. Deze taak wordt inmiddels waargenomen door het in 2019 ingestelde Stadscuratorium. Dat levert in geval van vergunningplichtige kunst in de openbare ruimte een preadvies voor de commissie waarin in ieder geval een oordeel wordt gegeven over de kunstwaarde van het ontwerp. De adviseur Mooi Verduurzamen is benoemd in het kader van het gelijknamige, in 2016 gestarte project en kan namens de commissie corporaties en verenigingen van eigenaren terzijde staan bij de verduurzaming van hun bezit. De adviseurs voor woonboten en historische schepen leveren een preadvies voor de commissie op het gebied van vergunningen voor het afmeren of verbouwen van schepen. Termijn voor leden en plaatsvervangende leden De Commissie Omgevingskwaliteit kent net als de CRK een rooster van af- en aantreden.
Vacatures worden gepubliceerd en staan open voor iedereen die voldoet aan de deskundigheidscriteria die nodig zijn voor het functioneren van de commissie. Tot nu toe is de termijn voor leden drie jaar met de mogelijkheid van een verlenging van drie jaar (als plaatsvervangend lid). Die termijn wordt in het geval van drie jaar zowel door de leden zelf als door het secretariaat als kort ervaren, een termijn van zes jaar (in geval van herbenoeming) is weer erg lang. Om die reden wordt voorgesteld uit te gaan van een benoeming voor vier jaar, met de mogelijkheid van een herbenoeming als lid of als plaatsvervangend lid van nog eens vier jaar.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 juli 2022 Pagina 3 van 4
Consistentie in de advisering is essentieel voor het functioneren van de commissie en daarmee voor een soepel verlopend proces van vergunningverlening. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet (verwacht 1-1-2023) blijven benoemde leden van de commissie in functie voor de resterende tijd van hun termijn. Nieuwe leden worden benoemd op basis van de nieuwe verordening. Voor hen geldt de nieuwe termijn van vier jaar. Bij de commissie ontstaan op basis van het rooster van af- en aantreden ieder jaar twee á drie vacatures. Deze worden breed gedeeld via relevante websites en sociale media. Uit de doorgaans ongeveer dertig kandidaten wordt door een selectiecommissie een keuze gemaakt en wordt de voordracht voor benoeming aan uw Raad voorbereid.
Proces De nieuwe verordening is gebaseerd op de modelverordening zoals aangeboden door de VNG en tot stand gekomen in samenwerking met de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en een groot aantal vertegenwoordigers van gemeentelijke en regionale welstandsorganisaties, waaronder die van de gemeente Amsterdam zelf. In de modelverordening zijn veel keuzemogelijkheden opgenomen. De wet laat immers veel vrij zolang de zorg voor de rijksmonumenten maar goed is geregeld en de beoordeling van wijzigingen aan monumenten is belegd bij een onafhankelijke adviescommissie met voldoende deskundige leden. In de Amsterdamse situatie is ervoor gekozen om veel mogelijkheden die de wet biedt te benutten en de commissie zo samen te stellen dat zij qua verordening is voorbereid op alle adviestaken waarvoor zij dan wel wettelijk, dan wel bestuurlijk wordt aangewezen. Richtinggevend is een aantal basisbegrippen uit de Omgevingswet, die gaan over integrale en vroege advisering en over openbaarheid en transparantie van processen en inhoudelijke kaders. Het Omgevingsplan van Amsterdam is bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in de eerste plaats nog een bundeling van alle bestaande bestemmingsplannen en gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving.
Het is op dit moment nog niet te overzien wat de verdere uitwerking van het Omgevingsplan in de jaren 2023-2029 precies gaat opleveren. Om voldoende flexibel te zijn en adequaat te kunnen reageren op het vervallen of juist nieuw instellen van adviestaken, is de verdeling in subcommissies overgebracht van de Verordening naar het Reglement van Orde, dat gemakkelijker tussentijds kan worden bijgesteld.
Historische context Amsterdam kent een zeer lange traditie op het gebied van regie op de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Die begint in 1898 met de ‘Commissie van advies inzake de bebouwing van Gemeentebouwterreinen’. Aanleiding was de uitgifte van grond in het Museumkwartier. De toenmalige beroepsvereniging van architecten was van mening dat toezicht gehouden moest worden op de architectonische kwaliteit van de bebouwing zodat het door de gemeente gewenste, hoogwaardige woongebied aan de stad kon worden toegevoegd. Het toenmalige College van Burgemeester en Wethouders ging op dat moment schoorvoetend akkoord met de instelling van een onafhankelijke adviescommissie.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 juli 2022 Pagina 4 van 4
Het ‘welstandstoezicht’ heeft sindsdien vele vormen aangenomen maar is ondanks discussies over de wenselijkheid daarvan nooit verdwenen. Basis is dat een onafhankelijke commissie vanuit een algemeen maatschappelijk belang kijkt naar de kwaliteit van bouwplannen. Een belangrijk moment was in de Amsterdamse context de decentralisatie in 1988 van de zorg voor de rijksmonumenten: het beoordelen van verbouwingsplannen werd een extra taak van de gemeentelijke Commissie voor Welstand en Monumenten en is het sindsdien ook gebleven. In 2014 startte de discussie over het samenbrengen van alle wet- en regelgeving betreffende de fysieke leefomgeving in één landelijk stelsel. De nadruk lag daarbij op veiligheid en gezondheid. Het ‘bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit’ keerde als maatschappelijk doel van de Omgevingswet pas door middel van een motie terug in de wettekst. Daarbij werden ambities geformuleerd die het oude welstandstoezicht moeten moderniseren. Van ‘sectoraal’ naar ‘integraal’ en van ‘toetsen’ in het kader van vergunningverlening naar ‘adviseren’ in een veel vroeger stadium van het proces. Amsterdam nam net als in 1898 landelijk gezien het voortouw door in 2017 de Commissie voor Welstand en Monumenten om te vormen tot een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
De overgang naar een Commissie Omgevingskwaliteit is een logische nieuwe stap in een traditie van meer dan honderd jaar die veel goeds voor de stad heeft opgeleverd.
Vervolgproces Na consultatie van de stadsdelen zullen de definitieve Verordening en het Reglement van Orde na het zomerreces ter vaststelling worden voorgelegd aan uw Raad. Door middel van een technische sessie zal de opzet van de nieuwe verordening nader worden toegelicht. In deze technische sessie komen ook andere onderwerpen aan bod die te maken hebben met wijzigingen in het kader van de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Ik verwacht u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Reinier van Dantzig Wethouder Woningbouw en Stedelijke Ontwikkeling
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl