Raadsinformatiebrief OZA 2 juli.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 13 juni 2025 Armoede en schuldhulpverlening Wethouder Moorman Directie Werk, Participatie en Inkomen, bestuurszaken.wpi@amsterdam.nl Brede Monitor armoederegelingen 2024 en het onderzoek Vindplaatsen verborgen armoede
Geachte leden van de gemeenteraad, U ontvangt hierbij de Brede Monitor armoederegelingen 2024. Hiermee informeren we u over het bereik en gebruik van diverse gemeentelijke armoederegelingen in absolute aantallen en de voornaamste bevindingen over 2024. Daarnaast informeren wij u in deze raadsinformatiebrief over de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek Vindplaatsen verborgen armoede van de Hogeschool van Amsterdam (HvA), de bijhorende aanbevelingen en de wijze waarop wij hier als gemeente op inspelen. Brede Monitor armoederegelingen 2024 De Brede Monitor omvat alle armoedevoorzieningen en kwijtscheldingen voor Amsterdammers met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum en een laag vermogen. Het biedt een zo compleet mogelijke selectie van inkomensondersteunende voorzieningen met beschikbare data, waarbij waar mogelijk een vergelijking wordt gemaakt met voorgaande jaren. De absolute aantallen laten zien hoe de voorzieningen zich tot elkaar verhouden en ontwikkelen. Voor relatieve bereikpercentages verschijnt jaarlijks de Armoedemonitor van Onderzoek en Statistiek (O&S), waarin verstrekkingen worden afgezet tegen de rechthebbende doelgroep. Deze Brede Monitor loopt van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024. Bij een aantal kindregelingen wordt gekeken naar het aantal verstrekkingen per schooljaar en bij de overige regelingen per kalenderjaar.
Een eventuele toename van het gebruik van armoederegelingen als gevolg van toename van de armoede in de stad wordt pas na enige tijd zichtbaar. Dit komt doordat aanvragen van de armoederegelingen worden getoetst op het inkomen van het voorgaande jaar. Dit is van belang om mee te nemen bij het interpreteren van de cijfers uit de Brede Monitor. Het bereik van de meeste armoederegelingen ligt in lijn met voorgaande jaren. Bij een aantal regelingen lichten we de verschillen toe. Hieronder vatten we de voornaamste bevindingen voor u samen: • We zien met 3,4% een lichte groei in het gebruik van de Regeling tegemoetkoming meerkosten (Rtm). Dit komt mede door de toenemende vergrijzing, waardoor het aantal
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
•
•
•
•
Datum 13 juni 2025 Pagina 2 van 5
ouderen dat chronisch ziek is en daardoor in aanmerking komt voor deze regeling toeneemt. Deze groep groeit gestaag en vormt inmiddels 30% van het totaal aantal gebruikers van deze regeling. De toekenningen van de individuele inkomenstoeslag (IIT) zijn met 5,5% gedaald ten opzichte van het voorafgaande jaar en het laagst in 5 jaar tijd. De waarschijnlijke verklaring hiervoor is dat het aantal minima in de bijstand daalt en deels uitstroomt naar AOW waarna er geen recht meer is op IIT. Het aantal ouderen dat een beroep doet op de minimaregeling Gratis Openbaar Vervoer voor ouderen neemt jaarlijks toe met een redelijk vergelijkbaar aantal. Dit is in lijn met de toenemende vergrijzing. In 2024 bedroeg de stijging van de hoeveelheid gebruikers met 5% ten opzichte van het voorafgaande jaar. Het aantal ritten is ook met 8% gestegen in vergelijking met vorig jaar en ligt voor het eerst sinds de coronapandemie weer boven de 5 miljoen. Het aantal verstrekte Sociale leningen ligt hoger dan in voorgaande jaren (20.9%). Dat komt met name doordat er vaker leningen zijn verstrekt aan statushouders om kosten voor wooninrichting te vergoeden. Daarnaast worden meer Sociale leningen verstrekt om beginnende schulden klein te houden en snel op te lossen. Het aantal kwijtscheldingen ligt lager dan in voorgaande jaren, in vergelijking met het voorgaande jaar is aantal momenteel 10,5% lager.
Hierbij dient opgemerkt te worden dat de aantallen en bedragen nog kunnen oplopen. In bepaalde gevallen kan kwijtschelding nog geruime tijd na afloop van het heffingsjaar worden aangevraagd en toegekend. Daarnaast worden kwijtscheldingsverzoeken van ondernemers pas beoordeeld wanneer het netto jaarinkomen bekend is. De huidige verwachting is dat het uiteindelijk totaal aantal kwijtscheldingen vergelijkbaar zal zijn met dat van voorgaande jaren.
De volgende Brede Monitor armoederegelingen zal betrekking hebben op de cijfers van 1 januari tot 1 augustus 2025. Deze zal waarschijnlijk in het laatste kwartaal van 2025 samen met de Armoedemonitor 2024 aan de raad worden aangeboden. Het onderzoek Vindplaatsen verborgen armoede Achtergrond onderzoek In opdracht van het ministerie van SZW hebben tien gemeenten, vier kenniscentra (UvA, Nibud, INK. en HvA) en twee samenwerkingspartners (Over Rood en Stichting Lezen en Schrijven) gezamenlijk een onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek had als doel om: 1) beter te begrijpen wie verborgen armen zijn en waarom ze verborgen zijn; en 2) in gezamenlijkheid werkwijzen te ontwikkelen die gemeenten en andere relevante actoren kunnen helpen om verborgen armen beter te bereiken. Het onderzoek had een looptijd van drie jaar en werd onder leiding van de HvA uitgevoerd. Het is gepubliceerd in februari 2025 onder de naam “Vindplaatsen verborgen armoede: naar effectievere wegen om huishoudens met een laag inkomen te ondersteunen”. Verborgen armoede en in het bijzonder armoede onder werkende minima, vormt een specifieke uitdaging. Deze groep blijft vaak buiten het zicht van de gemeente, waardoor zij onvoldoende gebruik maken van de beschikbare regelingen en ondersteuning. Het college erkent dat het
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 13 juni 2025 Pagina 3 van 5
noodzakelijk is om deze groep beter te bereiken en passende oplossingen te bieden die aansluiten bij hun leefwereld en behoeften. Het onderzoek Vindplaatsen verborgen armoede biedt waardevolle inzichten in de omvang, kenmerken en behoeften van deze doelgroep. De bevindingen en aanbevelingen uit dit onderzoek vormen een belangrijke basis voor het verder versterken van ons armoedebeleid. Het college onderstreept het belang van deze inzichten en heeft al concrete stappen gezet om de aanbevelingen te vertalen naar acties, waar we in deze brief nader op in zullen gaan. Definities en uitgangspunten van het onderzoek Hieronder worden de belangrijkste definities, uitgangspunten en afbakeningen van het onderzoek toegelicht die kunnen dienen om het rapport beter te begrijpen. - Met verborgen armoede doelt dit onderzoek op minimahuishoudens die geen bijstandsuitkering ontvangen en daardoor niet bekend zijn bij de gemeenten. - De rapportage maakt gebruik van twee definities van armoede: 1) een inkomen op of onder het sociaal minimum (101%) en 2) een inkomensgrens die gelijkgesteld is aan 120 procent van het sociaal minimum. - Het onderzoek gaat over 2018 en is gebaseerd op microdata van het CBS. - De analyses in dit onderzoek hebben betrekking op personen tot 65 jaar, huishoudens met een hoofdkostwinner tot 65 jaar en werkenden tussen de 15 en 65 jaar.
Bevindingen Er staan in het rapport verschillende redenen genoemd waarom mensen geen gebruik maken van de verschillende armoederegelingen. De belangrijkste bevindingen voor alle gemeenten die deelnamen aan het onderzoek zijn: • Werkenden hebben het hoogste risico om verborgen arm te zijn. • Onbewust niet-gebruik gaat onder andere om niet weten dat de gemeente ondersteuning kan bieden of denken dat regelingen enkel bedoeld zijn voor mensen met een bijstandsuitkering. • Bewuste redenen voor niet-gebruik zijn bijvoorbeeld slechte ervaringen uit het verleden, niet goed passend aanbod, wisselende inkomsten en een complexe aanvraagprocedure waarbij een goed overzicht van armoederegelingen ontbreekt. • Het aanbod van de gemeentelijke armoederegelingen sluit niet aan op de behoeften van werkende armen. Veel van het aanbod is gericht op sociale participatie waarvan werkenden aangeven dat zij hier te weinig tijd voor hebben. Ze geven aan dat zij liever middelen willen om vrij te besteden of specifiek aanbod willen ter ondersteuning van hun onderneming zoals coaching. Aanbevelingen In het onderzoeksrapport worden een aantal aanbevelingen gedaan die betrekking hebben op de werkende armen. Hieronder lichten wij de aanbevelingen toe die betrekking hebben op de gemeente Amsterdam. • Er wordt aanbevolen om de communicatie aan te sluiten op de leefwereld van werkende armen.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
•
•
•
Datum 13 juni 2025 Pagina 4 van 5
In Amsterdam doen wij dit onder andere door middel van sociale mediacampagnes, dit hebben we bijvoorbeeld gedaan met een campagne over de energietoeslag gericht op ondernemers. Deze is ook vaker bekeken dan andere campagnes die in dezelfde periode liepen. Doordat deze campagne ook informeerde over de stadspas kwamen er 124 nieuwe gebruikers bij, een groep die voorheen onbekend was bij de gemeente. Momenteel wordt een communicatieproduct ontwikkeld specifiek gericht op werkende minima en ondernemers. Verder wordt geadviseerd om op zoek te gaan naar nieuwe vindplaatsen van werkende armen. In Amsterdam wordt hierop extra ingezet door het bereikteam. Zo proberen we via religieuze gemeenschappen, uitzendbureaus en zorgprofessionals werkende minima te bereiken. Ook zetten we in op sociaal werkgeverschap. Hier kunnen Amsterdamse werkgevers terecht voor informatie en ondersteuning als zij werknemers met geld- en/of taalproblemen hebben. Daarnaast constateerden we dat sociale woningbouwverengingen veel huurders hebben die mogelijk in aanmerking komen voor onze armoederegelingen. Hierdoor plaatsten de woningbouwverenigingen Ymere, De Key, Rochdale en Stadsgenoot na overleg een artikel over deze regelingen in hun nieuwsbrief.
Een derde aanbeveling gaat over meer mogelijkheden bieden voor inwoners met wisselende inkomsten Gezien het risico op armoede voor kinderen het grootst is hebben wij in Amsterdam de inkomensnorm voor onze kindregelingen verruimd naar 150% van het sociaal minimum. Zo is gepoogd om de groep werkende minimahuishoudens met kinderen tegemoet te komen. Dit doen we onder andere via verschillende kanalen zoals nieuwsbrieven aan scholen, het informeren van Buurtteammedewerkers en het extra onder de aandacht brengen bij de jaarlijkse scholierencampagne. In de loop van het schooljaar 2024-2025 is het aantal kinderen dat gebruik maakt van onze kindregelingen met een inkomen tussen de 130% en 150% gestegen. De verhoging van de inkomensnorm van de kindregelingen naar 150% van het sociaal minimum wordt met twee schooljaren gecontinueerd tot en met schooljaar 2026-2027. Daarnaast wordt geadviseerd om een helder overzicht te maken van de bestaande armoederegelingen en het daarbij behorende aanvraagprocedure te versimpelen. Amsterdam gebruikt interne datakoppelingen om rechthebbenden te wijzen op regelingen waar ze nog niet gebruik van maken. Waar mogelijk worden regelingen automatisch toegekend.
Momenteel wordt gewerkt aan het vereenvoudigen van het online aanvraagformulier voor armoederegelingen, zodat het toegankelijker wordt voor Amsterdammers en het proces sneller en gebruiksvriendelijker verloopt. Naar aanleiding van Motie Kabamba 437’, die gericht is op het overzichtelijk maken van onze armoederegelingen, wordt er een infographic ontwikkeld. Dit communicatieproduct, dat naar verwachting in het najaar gereed zal zijn, geeft een duidelijk overzicht van de regelingen die specifiek bedoeld zijn voor werkende minima en ondernemers. Dit is belangrijk, omdat deze doelgroep lastig te bereiken is, mede doordat een aanzienlijk deel van hen slechts tijdelijk in armoede leeft. Amsterdammers die langduriger in armoede leven worden beter bereikt. Met de komst van de Wet proactieve dienstverlening wordt het naar alle waarschijnlijkheid gemakkelijker om werkende minima actiever te benaderen. Gemeenten krijgen door deze wet meer mogelijkheden om
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
•
Datum 13 juni 2025 Pagina 5 van 5
inkomensgegevens uit te wisselen met UWV en SVB, zodat zij meer mensen erop kunnen wijzen dat zij waarschijnlijk recht hebben op bepaalde regelingen. Tot slot wordt ook aanbevolen om het imago van de gemeente te verbeteren. In Amsterdam zetten wij hierop vanuit de Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen door middel van uitgaan van vertrouwen in plaats van controle en het verruimen van regels en beleid. Wij hebben ook naar aanleiding van de notitie ‘Vertrouwen begint bij de overheid’ uit 2022 het tweejarige programma Juridische vernieuwing opgestart. Het doel daarvan was om het vertrouwen van de Amsterdammer in de gemeente te versterken door de eigen regelgeving, de procedures en de organisatiecultuur in al zijn aspecten te herijken. Uit het programma Juridische vernieuwing zijn drie belangrijke lessen geleerd, namelijk: 1. Amsterdammers moeten door de gemeente meer gezien en gehoord worden; 2. Er moet in besluitvorming meer ruimte zijn voor maatwerk en het recht op herstel van een fout; en 3. Om te kunnen slagen dient de hele organisatie deze beweging te maken. Met dit programma werkt de gemeente aan een aanpak die Amsterdammers centraal stelt en aansluit bij hun leefwereld. Dit is essentieel voor het vertrouwen in een rechtvaardige en betrouwbare overheid.
Tot slot Het college blijft zich inzetten om verborgen armoede onder werkende minima en andere kwetsbare groepen te signaleren en aan te pakken. Door de aanbevelingen uit het onderzoek te vertalen naar concrete acties, zoals gerichte communicatie, het toegankelijk maken van de armoederegelingen en het versterken van vertrouwen, werken we aan een inclusieve stad waarin iedereen toegang heeft tot de ondersteuning die nodig is. Met de komst van nieuwe wetgeving, zoals de Wet proactieve dienstverlening, verwachten we nog meer mensen te kunnen bereiken en ondersteunen. Samen met onze partners blijven we bouwen aan een toekomst waarin armoede geen verborgen probleem meer is, maar een uitdaging die we gezamenlijk aanpakken. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Marjolein Moorman Wethouder Armoedebestrijding Bijlagen 1. Brede Monitor armoederegelingen 2024 2. Onderzoek Vindplaatsen verborgen armoede