Raadsinformatiebrief Nieuw Evenementenbeleid__.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan:
Behandeld door
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 22 mei 2025 Evenementen Touria Meliani Directie Communicatie, Stedelijk Evenementenbureau
Onderwerp
Het nieuwe evenementenbeleid
Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s):
Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief informeert het college u over het volgende. De afgelopen maanden is er hard gewerkt aan het nieuwe evenementenbeleid. Alle aspecten van de werkwijze rondom evenementen zijn in die periode tegen het licht gehouden en waar nodig aangepast. De resultaten daarvan zijn inmiddels door het college vastgesteld en vrijgegeven voor inspraak. De stukken worden nu ook ter kennisname naar uw raad gestuurd, zodat u zich er vast over kunt buigen. In deze raadsbrief staat het college stil bij de belangrijkste wijzigingen in het nieuwe beleid. De inspraakperiode voor het nieuwe beleid start op 6 juni aanstaande en eindigt op 18 juli. In dezelfde periode worden de stadsdelen en stadsgebied Weesp gevraagd om een formeel advies op het nieuwe beleid (en ook de locatieprofielen) op te stellen. In de zomervakantie worden alle adviezen en inspraakreacties verzameld en verwerkt tot een nota van beantwoording. In oktober zullen de definitieve stukken dan ter instemming aan uw raad worden voorgelegd. Aanleiding Het opstellen van dit nieuwe beleid heeft een lange aanloop gehad.
Feitelijk is wat nu voorligt een doorontwikkeling van beleid dat in 2018 is vastgesteld: toen zijn de locatieprofielen (waarin is bepaald hoe vaak en onder welke voorwaarden op verschillende plekken evenementen mogen plaatsvinden) en het geluidbeleid voor evenementen (waarin normen werden gesteld voor de geluidsproductie tijdens evenementen) voor het eerst opgesteld. Al snel nadat dit beleid werd vastgesteld, besloot de raad tot een evaluatie. Uit die evaluatie, uitgevoerd in 2019, bleek dat veel onderdelen van het beleid naar behoren werken: de locatieprofielen bieden duidelijkheid aan organisatoren en bewoners en stellen kaders aan wat er mag. Het geluidbeleid, met duidelijke normen gebaseerd op bescherming van het woon- en leefklimaat, zorgde ervoor dat overmatige hinder werd beperkt. Continue monitoring van het geluidsniveau tijdens (muziek)evenementen zorgde voor een goede naleving.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 22 mei 2025 Pagina 2 van 16
Ontbrekend beleid: verdeling schaarse ruimte Maar tegelijkertijd bleek ook dat er iets ontbrak in het evenementenbeleid: door de invoering van de locatieprofielen was (beleidsmatig) schaarste gecreëerd, waardoor er vooral tussen grote (muziek)evenementen met 10.000 bezoekers of meer concurrentie ontstond om de beschikbare plekken. Een goed instrument om die schaarste te verdelen, ontbrak echter. Dat is nodig omdat anders de enige andere juridisch houdbare optie is om de schaarste te verdelen middels loting. Al in 2019 is gestart met een eerste verkenning. Door de coronacrisis en een bestuurswisseling heeft het langer geduurd om dat beleid uit te werken. Aanscherping vergunningenbeleid nodig Ondertussen bleek in 2023 dat er op het onderdeel van vergunningenbeleid ook een aanscherping nodig was. Begin 2023 bleek al dat het – door tal van oorzaken – veel te weinig lukte om vergunningen voor evenementen op tijd te verlenen, waardoor organisatoren lang in onzekerheid zitten en bewoners pas laat op de hoogte waren, én soms geen ruimte meer hadden om bezwaar te maken. Naar aanleiding van het dodelijke steekincident tijdens het evenement Solid Grooves is ook de werkwijze van Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) aangescherpt, en kwam er een nieuwe focus op veiligheid bij met name de grote evenementen (5.000 bezoekers of meer).
Evenementen onder druk Een andere ontwikkeling die zichtbaar werd na de invoering van het nieuwe beleid en corona, is dat de kosten voor het organiseren voor evenementen aanzienlijk omhoog gingen. Het grootste deel van de kostenstijgingen zijn het gevolg van ontwikkelingen in de markt: door schaarste na de coronacrisis en de daaropvolgende inflatie, werden productiematerialen (podium, hekken, toiletten) en personeel (beveiligers, productiemedewerkers, verkeersregelaars, EHBO, etc) aanzienlijk duurder. Maar sommige kosten stegen ook als gevolg van het gemeentelijk beleid: doordat de eisen en voorwaarden werden aangescherpt, moesten veel organisatoren extra plannen aanleveren en extra maatregelen treffen. Ook stegen de leges voor een evenementenvergunning stevig, werd de Vermakelijkheidsretributie ingevoerd en gingen de huurprijzen voor het gebruik van openbare terreinen omhoog. De stijgende kosten troffen alle evenementen, maar de effecten waren diffuus: voor kleinere evenementen ging de drempel om te organiseren omhoog, waardoor een deel van die evenementen is verdwenen. Voor grotere, betaalde evenementen gingen vooral de prijzen omhoog, waardoor evenementen minder toegankelijk werden voor bezoekers met een kleinere beurs. En (vooral de grotere) gratis evenementen hebben in toenemende moeite om het hoofd boven water te houden.
Ze worden steeds afhankelijker van (steeds meer) subsidie, of zien zich genoodzaakt om over te gaan tot kaartverkoop (zoals Kwaku). Communicatie moet beter Een laatste aanleiding voor de beleidswijziging, is gelegen in de conclusies en adviezen uit een onderzoek van de Amsterdamse ombudsman naar de overlast van evenementen. In dat onderzoek, naar aanleiding van klachten en meldingen van Amsterdammers over evenementen, wordt benoemd dat vooral op het gebied van communicatie en het informeren en betrekken van bewoners, en op het gebied van het motiveren van besluiten en het afhandelen van klachten aanzienlijke verbeteringen mogelijk en nodig zijn. Die conclusies sluiten aan bij de eerdere bevindingen van het college hierover, en bij de ambitie om Amsterdammers beter te informeren over evenementen in de stad.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 22 mei 2025 Pagina 3 van 16
Visie op evenementen – basis voor beleid Al deze ontwikkelingen waren aanleiding voor het college om het Stedelijk Evenementenbureau de opdracht te geven om een integrale beleidsvernieuwing voor te bereiden. Gelet op de complexe opgave, maar ook op het belang van een gezonde, florerende evenementensector voor de stad, is daarvoor een zorgvuldig proces ontwikkeld, dat begon met het opstellen van een visie. De visie “Amsterdam bruisende stad, Visie Festivals en Evenementen 2025-2035”, is in juli 2024 vastgesteld in de gemeenteraad. Daarmee geeft het stadsbestuur aan dat evenementen een grote sociaal-maatschappelijke waarde hebben voor de stad omdat ze bijdragen aan ontmoeting en verbinding tussen Amsterdammers, maar ook omdat ze een breed cultureel aanbod laagdrempelig toegankelijk maken voor iedereen, én omdat ze een belangrijk onderdeel zijn van de creatieve en culturele sector in de stad en bijdragen aan vernieuwing en ontwikkeling. Om die reden heeft het college ook in de visie opgenomen dat op locaties die er geschikt voor zijn, tenminste drie dagen per jaar ruimte moet zijn voor grotere evenementen met muziek. In de visie is ook omschreven wat het gemeentebestuur wil dat evenementen toevoegen aan de stad. Een eerste voorwaarde is dat evenementen veilig zijn, en dat ze binnen de gestelde kaders worden georganiseerd.
Ook het voldoen aan gemeentelijk beleid op het gebied van duurzaamheid en toegankelijkheid zijn op alle evenementen van toepassing. Daarnaast zijn vier uitgangspunten geformuleerd: 1. Een breed en gevarieerd aanbod, met zowel betaalde als gratis evenementen, dat aansluit op de behoeften en leefwereld van een brede groep Amsterdammers. Het nieuwe beleid moet de toegankelijkheid van het aanbod vergroten door te zorgen voor een betere representatie van de verschillende achtergronden, perspectieven en verhalen in de stad; 2. Binding met de stad en de inwoners, door te streven naar evenementen die uitnodigen tot ontmoeting tussen inwoners en met de stad, en die betekenis hebben voor de buurt of de stad als geheel. Ook is wederkerigheid een belangrijk onderdeel: evenementen komen iets halen én iets brengen; 3. Optimale spreiding over de stad, zowel de lusten als de lasten goed te verdelen. Daardoor zijn evenementen voor alle bewoners laagdrempelig en in de buurt, maar wordt de impact van evenementen ook goed verspreid. Duidelijke afspraken over frequentie en omvang, maar ook de programmering en doelgroep van evenementen per gebied moeten bijdragen aan meer draagvlak; 4. Met het nieuwe beleid moet ook ruimte worden gecreëerd voor vernieuwing en experiment.
Door gezonde concurrentie blijft het aanbod actueel en interessant, en kunnen ook nieuwe concepten voor nieuwe doelgroepen een kans krijgen. Draagvlak voor evenementen – onderzoek onder Amsterdammers Aan de ontwikkeling van de visie op evenementen is een uitgebreid verkenningstraject vooraf gegaan, met stadsgesprekken en plenaire bijeenkomsten voor bewoners en organisatoren. Om op te halen welk draagvlak er is voor evenementen is daarnaast ook een groot, onafhankelijk onderzoek1 uitgevoerd door R2Research, in opdracht van de gemeente.
1
Het draagvlakonderzoek is opgenomen in de visie op evenementen, die is meegestuurd met het concept beleid
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 22 mei 2025 Pagina 4 van 16
Uit dat onderzoek blijkt dat het draagvlak onder Amsterdammers voor evenementen en festivals nog altijd groot is, en ook niet is veranderd ten opzichte van 2019. Zo’n 80% van de Amsterdammers bezoekt één of meer evenementen per jaar. Gemiddeld zo’n 3 per persoon.
Eveneens 80% van de Amsterdammers mist weinig in het aanbod. Verder valt op dat Amsterdammers goed bekend zijn met evenementenaanbod en deze ook beoordelen als voldoende in aantal. Uit het onderzoek komt ook naar voren dat Amsterdammers wel graag meer buurt- en wijkgerichte evenementen zouden willen dan er nu zijn. Wat betreft de impact van evenementen op de woonomgeving valt op dat bijna 7 op de 10 Amsterdammers vindt dat het evenementenaanbod een verrijking is voor de stad en dat de impact daarvan er nu eenmaal bij hoort. Toch verlaat een derde wel eens de stad vanwege een evenement. Opvallend is verder dat als wordt gevraagd naar overlast in de wijk, 1 op de 10 Amsterdammers in dit onderzoek spontaan evenementen noemt. Als expliciet wordt gevraagd of het afgelopen jaar wel eens overlast is ervaren van evenementen in de wijk, geeft 7 op de 10 van de ondervraagden aan geen overlast te ervaren door evenementen. Eén op de drie Amsterdammers geeft aan dat dit wel het geval is. Geluidsoverlast komt het vaakst voor, parkeerdrukte wordt het meest vervelend gevonden. Wel moeten we overlast van evenementen in perspectief plaatsen; overlast van evenementen in het algemeen wordt veel minder vaak genoemd dan andere soorten overlast zoals algemene verkeersoverlast (niet gerelateerd aan evenementen), overlast van horeca of vliegverkeer.
Doelstelling en scope nieuw beleid Het draagvlakonderzoek was voor het college aanleiding om het Stedelijk Evenementenbureau bij de uitwerking van de visie naar het nieuwe beleid drie opdrachten mee te geven. Allereerst is duidelijk dat Amsterdammers evenementen in de stad graag bezoeken en bij de stad vinden horen, en dat er dus blijvend ruimte voor moet worden gemaakt in de stad. Uitgangspunt is geweest dat de ruimte voor grote evenementen ongeveer gelijk moet blijven, en dat er meer plek moet worden gevonden voor programmering gericht op de direct omwonenden. In de tweede plaats is er een opdracht om te onderzoeken hoe de impact van (met name grote) evenementen (waar nodig) kan worden beperkt en bewoners daar beter over kunnen worden geïnformeerd. De derde en laatste opdracht was om het aanbod van evenementen – conform de doelstellingen in de visie – beter te laten aansluiten bij de behoeften in de stad. Die twee laatste doelstellingen vragen ook om een zorgvuldig participatieproces. De hierboven genoemde aanleiding(en) voor de beleidsvernieuwing, de uitgangspunten uit de visie en de resultaten van het onderzoek, leiden tot een beleidsvernieuwing met een brede scope. In het concept nieuwe beleid zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: I.
Er is schaarse vergunningenbeleid ontwikkeld, om de schaarse ruimte voor grote evenementen in de stad eerlijk en goed te verdelen, en dan op zo’n manier dat het uiteindelijke aanbod breder en diverser en een nog grotere groep Amsterdammers bedient. Daarmee wordt het dilemma van de gemeente voor het goed verdelen van schaarse ruimte ook opgelost. II. Het vergunningenbeleid voor evenementen is herzien. De werkwijze is zo aangepast dat meer risicogestuurd wordt gewerkt. Ook zijn er maatregelen getroffen om meer maatwerk mogelijk te maken. III. Het locatiebeleid en de locatieprofielen zijn herzien. Daarvoor is een omvangrijk participatieproces opgesteld.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
IV.
V. VI.
Datum 22 mei 2025 Pagina 5 van 16
Er is stedelijk communicatiebeleid voor evenementen opgesteld. Daarin worden duidelijke kaders en richtlijnen geformuleerd voor communicatie door de gemeente, de stadsdelen en organisatoren. Er zijn aanpassingen gedaan in het subsidiebeleid, om gratis toegankelijke en nieuwe evenementen met grote waarde voor de stad, beter en extra te ondersteunen. Daarnaast zijn de bestaande duurzaamheidsregels voor evenementen onderdeel geworden van het evenementenbeleid. Dat geldt ook voor het al bestaande geluidbeleid.
De bovenstaande onderdelen van het nieuwe evenementenbeleid vallen deels onder de portefeuille van de burgemeester en deels onder die van de wethouder Evenementen. Het onderdeel vergunningen en locaties vloeit voort uit de bevoegdheid van de burgemeester voor de openbare orde en het verlenen van vergunningen. De andere, meer beleidsinhoudelijke onderdelen (subsidies, schaarse vergunningenbeleid) zijn uitgewerkt in opdracht van de wethouder. In de onderstaande paragrafen worden de belangrijkste beleidswijzigingen toegelicht. I. Schaarse vergunningenbeleid Met de vaststelling van de visie kiest het gemeentebestuur er bewust voor om de openbare ruimte onder bepaalde voorwaarden beschikbaar te stellen voor evenementen. Daarbij wordt steeds een afweging gemaakt tussen enerzijds de potentiële toegevoegde waarde van evenementen voor Amsterdammers en voor de stad, en anderzijds de mogelijke hinder die omwonenden van het evenement ondervinden. Om omwonenden te beschermen tegen overmatige overlast, zijn er grenzen gesteld aan hoe vaak er evenementen mogen plaatsvinden. Vooral waar het gaat om de grotere (muziek)evenementen, is daardoor schaarste ontstaan. Die schaarste wordt voortaan verdeeld met het nieuwe schaarse vergunningenbeleid.
Als de openbare ruimte – van alle Amsterdammers – beschikbaar wordt gesteld voor evenementen, is het belangrijk dat die evenementen ook een brede groep Amsterdammer bedienen. Dan dragen evenementen optimaal bij aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente van ontmoeting, verbinding en laagdrempelige cultuurparticipatie, maar ontstaat er ook meer draagvlak voor het gebruik van die ruimte voor evenementen. Inhoudelijke toetsing bij schaarste Het nieuwe schaarse vergunningenbeleid treedt alleen in werking als er daadwerkelijk schaarste optreedt. Om dat vast te stellen, moeten alle organisatoren van evenementen met meer dan 1500 bezoekers (op één dag op het drukste moment) hun evenement aanmelden. Ze melden daarvoor wat voor evenement ze willen organiseren, op welke (voorkeurs)locatie, hoeveel dagen het duurt en welk geluidsniveau er wordt gebruikt, en hoeveel bezoekers er worden verwacht. Dat moet gebeuren in de maand april, voorafgaand aan het jaar waarin het evenement plaatsvindt. Indien blijkt dat in de betreffende (bezoekers)categorie geen sprake is van schaarste, worden evenementen direct op de concept evenementenkalender geplaatst. Als er wel sprake is, wordt het schaarse vergunningenbeleid van kracht.
Voor buurtgerichte evenementen (tot 3.000 bezoekers) wordt die schaarste per locatie bepaald – voor die evenementen is het immers geen optie om in een heel ander stadsdeel een plek te zoeken. Voor grotere evenementen, die veelal ook op andere plekken zouden kunnen plaatsvinden, wordt de schaarste stadsbreed verdeeld. Voor dat proces moeten alle evenementen in categorieën waar schaarste is vastgesteld, extra informatie aanleveren over hun evenement. Ze worden vervolgens door een onafhankelijke adviescommissie getoetst op de volgende vooraf vastgestelde criteria: 1. Publieksbereik en toegankelijkheid
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 22 mei 2025 Pagina 6 van 16
Bij dit criterium wordt beoordeeld in welke mate het evenement gericht is op (of aantrekkelijk is voor) verschillende doelgroepen uit het culturele doelgroepenmodel, en wordt getoetst of het evenement financieel toegankelijk (betaalbaar) en fysiek toegankelijk is (ook bereikbaar voor bezoekers met beperkingen). 2. Kwaliteit van het plan Bij dit criterium wordt het evenement getoetst op artistieke en inhoudelijke meerwaarde, en wordt beoordeeld wat de bijdrage is aan de culturele diversiteit van het aanbod. 3. Binding met de stad en de buurt Bij dit criterium worden evenementen beoordeeld op de relatie tussen het evenement en de omgeving. Dat kan op tal van manieren, door goede communicatie, contact met buurtverenigingen, en door bewoners te betrekken bij het evenement, maar ook door lokale ondernemers, instellingen of artiesten in te zetten of door een bijdrage te leveren aan de staat van de locatie. Beoordeling, advies en vaststelling Organisatoren krijgen een maand de tijd om de aanvullende informatie over hun evenement aan te leveren. De plannen worden vervolgens beoordeeld door een onafhankelijke adviescommissie. Die scoort alle plannen, en maakt op basis daarvan een ranglijst. De beschikbare plekken worden daarna volgens die ranking toebedeeld en uitgewerkt in een concept evenementenkalender. Die wordt daarna door het college vastgesteld.
Meerjarige plek op de kalender Het college heeft de nadrukkelijke wens om de plekken op de kalender ook meerjarig toe te kennen aan organisatoren. Dat dient verschillende doelen: allereerst verlaagt het de drempel voor nieuwe initiatieven, zeker als ze een nieuwe of minder kapitaalkrachtige doelgroep willen aanspreken, omdat kosten en risico’s over meerdere jaren gespreid kunnen worden. Daarnaast is de ervaring dat meerjarige plekken bijdragen aan een goede relatie tussen buurt en evenement. Organisatoren hebben immers direct belang bij een goede relatie, als ze het volgende jaar terug willen komen. Maar het kan ook bijdragen aan een betere kwaliteit van de locatie: met meerdere edities is het eerder de moeite om te investeren in structurele verbeteringen, en de ervaring die organisatoren opdoen met een locatie, maken dat de kans op schade kleiner wordt, en dat er meer lerend vermogen ontstaat. Daarnaast draagt bekendheid met (uitdagingen en risico’s van) een locatie bij aan een veiliger verloop van het evenement. Het college stelt voor om vanaf 2027 elk jaar 25% van de plekken voor evenementen met meer dan 6.000 bezoekers maximaal drie jaar toe te kennen.
Op deze manier is na drie jaar 75% van de plekken meerjarig toegekend en is het rendement van meerjarige plekken groot, maar komt tegelijkertijd elk jaar ook de helft van de plekken beschikbaar: 25% (van het totaal) voor meerjarig en de andere 25% eenjarig. Het college kiest ervoor om dit voorstel nu op te nemen, maar benadrukt dat het nog niet zeker is of meerjarige plekken op de kalender (al dan niet in deze variant) definitief onderdeel uit zullen maken van het beleid. Door plekken meerjarig te gunnen aan een organisator, wordt immers de ruimte voor nieuwe partijen (enigszins) ingeperkt. Dat mag alleen als daar zwaarwegende redenen voor zijn, en als dit goed onderbouwd is. De afgelopen maanden is hard aan die onderbouwing gewerkt, maar omdat dit (voor evenementen) juridisch onontgonnen terrein is, is dit complex en tijdsintensief. Er lopen nu nog meerdere onderzoeken, en ook Hoogleraar Prof. mr. dr. Johan Wolswinkel – expert op het gebied van schaarse vergunningen - adviseert de gemeente hier over. De verwachting is dat aan het einde van de inspraakperiode (juli) meer duidelijkheid zal zijn over de haalbaarheid. Indien dit leidt tot aanpassingen in het beleid, zal dit worden toegelicht in de nota van beantwoording, en in de definitieve versie van het nieuwe beleid.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 22 mei 2025 Pagina 7 van 16
Er is bewust voor gekozen om nu toch dit concept beleid in de inspraak in te brengen, om twee redenen: allereerst omdat het een nadrukkelijke bestuurlijke wens is, en voordelen heeft voor alle betrokkenen: bewoners, organisatoren en de gemeente. Het (economische en inhoudelijke) belang voor organisatoren is evident: het stelt ze in staat om kosten en risico’s meerjarig te spreiden, en hun evenement inhoudelijk door te ontwikkelen. Maar in de participatiegesprekken hebben bewoners ook aangegeven voorstander te zijn, omdat meerjarige zekerheid ook voor hen voordelen biedt, bijvoorbeeld in het contact met organisatoren over het beperken van hinder, of het maken van goede afspraken. Maar in de tweede plaats wil het college de concept regeling nu ook in de inspraak brengen, zodat er zienswijzen op kunnen worden ingediend, en het ook in het beleid kan worden meegenomen. Door het nu niet op te nemen, zou het invoeren van meerjarige plekken onherroepelijk extra vertraging oplopen. II. Vergunningenbeleid Het vergunningenbeleid voor evenementen is op een aantal belangrijke punten aangepast. Zo wordt er meer risicogestuurd gewerkt, wordt een evenement op basis van verschillende (nieuwe) risico-categorieën beoordeeld, zijn bezoekerscategorieën ontwikkeld, is beleid op het gebied van geluid op onderdelen aangepast, en zijn er speciale categorieën gemaakt voor bepaalde typen evenementen.
Tot slot wordt de werkwijze rond evaluaties aangepast en wordt het vergunningenproces cyclisch gemaakt. Risicoscan Een belangrijke doelstelling van het nieuwe beleid is om de risico’s van evenementen beter en eerder in beeld te krijgen, en in het vergunningenproces vooral te kijken naar die aspecten die extra aandacht vragen. Dat heeft twee voordelen: allereerst wordt de capaciteit en aandacht van de VTH-keten (vergunning, handhaving en toezicht) effectiever ingezet. Als een evenement met name risico’s kent op het gebied van mobiliteit en crowdcontrol, kan daar vooral de focus op liggen. De organisator moet dan nog steeds voldoen aan de voorwaarden op het gebied van geluid, duurzaamheid en veiligheid, maar dan zonder dikke plannen te schrijven en veel (soms overbodige) maatregelen te treffen. Daarin besloten ligt een tweede voordeel: het scheelt organisatoren tijd en geld. Zo ontstaat dus ook voor hen meer ruimte voor maatwerk in het vergunningenproces. Voor deze werkwijze is een risicoscan ontwikkeld, die alle organisatoren moeten invullen als ze hun evenement aanmelden voor de kalender. Op basis van die scan krijgt het evenement een risicoprofiel en wordt duidelijk welke aspecten van het evenement extra aandacht vragen. De ingevoerde antwoorden in de scan zijn bindend voor de vergunningaanvraag en uitvoering van het evenement.
Nieuwe risicocategorieën De indeling van de risicocategorieën is ook aangepast. Tot nu toe wordt gewerkt met A, B of C evenementen, waarbij A een laag risico is, en C het hoogste spectrum met een stedelijke aanpak, bijvoorbeeld voor Koningsdag of de Pride. In de nieuwe werkwijze zijn er zes categorieën: 0 (alleen meldingsplichtig), A, A+, B, B+ en C. De extra categorieën geven de mogelijkheid voor meer maatwerk in de uitvoering, maar geven de adviserende diensten (politie, brandweer, GHOR) ook meer informatie. Nieuwe indeling bezoekerscategorieën (aantallen) Ook in de indeling van bezoekersaantallen zijn wijzigingen aangebracht. Tot nu toe waren alle evenementen met minder dan 500 bezoekers klein, en met meer dan 2.000 bezoekers groot. Dat betekende dat een kleedjesmarkt met 2.500 bezoekers in hetzelfde regime viel als de Pride, met
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 22 mei 2025 Pagina 8 van 16
600.000 bezoekers. In de nieuwe werkwijze is deze verdeling meer gedifferentieerd. Ook dit biedt voordelen voor zowel de gemeente als voor organisatoren.
Beleid voor speciale categorieën evenementen In het nieuwe vergunningenbeleid zijn ook bepalingen opgenomen voor specifieke typen evenementen. Zo is voor wandelevenementen (zonder aanvullende programmering, zoals een avondvierdaagse) opgenomen dat deze voortaan vergunningsvrij zijn – in de meeste gevallen volstaat een melding. Voor op zichzelf staande vuurwerkshows zonder andere programmering geldt dat er een aparte categorie is gemaakt, waarbij alleen wordt getoetst op noodzakelijke onderdelen. Zo moeten de drempels voor vuurwerkshows tijdens de jaarwisseling worden verlaagd. Voor vuurwerk tijdens evenementen in de openbare ruimte, gaan de drempels tijdens het broedseizoen juist omhoog. Ook voor ijsbanen is nieuw beleid ontwikkeld. Op basis van een verkenning in samenwerking met de stadsdelen is vast komen te staan dat er in de stad een brede wens is voor ijsbanen, en dat er een wens is om die te behouden. Maar vanwege de zorgen over duurzaamheid is het wel belangrijk is om duidelijke kaders te stellen. Door het aantal ijsbanen en de duur van hun inzet te begrenzen, alleen zeer energiezuinige ijsmachines toe te staan en grenzen te stellen aan commerciële (horeca)activiteiten, kunnen ijsbanen onder voorwaarden behouden blijven voor de stad. Evaluaties Een andere belangrijke wijziging in de werkwijze rond evenementen, is het uniformeren van het evaluatieproces.
Dit gebeurt nu niet overal in de stad even goed, en daar moet verandering in komen, ook omdat de evaluaties van evenementen in het aangescherpte vergunningenproces voortaan het startpunt worden voor een volgende editie. Zo maken we het proces cyclisch, en leren we maximaal van eerdere edities. De uitkomsten van de evaluaties kunnen dan worden gebruikt om de uitvoering te verbeteren, maar zijn ook input voor het verdelen van de schaarse plekken voor evenementen. De uitkomsten van evaluaties en de afhandeling van klachten moet ook beter worden teruggekoppeld naar bewoners en organisatoren. Geluidbeleid Het in 2018 vastgestelde Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam is opgenomen in het nieuwe bredere evenementenbeleid. De belangrijkste principes zijn van kracht gebleven, met het onderscheid tussen verschillende types evenementen, de op onderzoek gebaseerde geluidsnormen, de verplichting tot het maken van geluidsplannen en inzetten van best beschikbare techniek, en de continue monitoring van geluidssterkte tijdens muziekevenementen. In het beleid zijn enkele wijzigingen doorgevoerd. De meest in het oog springende is dat er een nieuwe norm is opgesteld voor straatfeesten met muziek. Deze norm is toegevoegd om de bestaande feesten met muziek in smalle Amsterdamse straten (vooral tijdens Pride, Koningsdag en Sluizen en Bruggenfeest) ook in de toekomst mogelijk te maken.
Uit de praktijk is gebleken dat de bestaande normen niet toereikend zijn. Door aan die norm vast te houden, zouden die feesten niet meer kunnen plaatsvinden. Het gevolg van de nieuwe norm is dat straatfeesten in bijvoorbeeld de smalle straten van Weesp of de Reguliersdwarsstraat maximaal 105 dB(C) op de dansvloer mogen produceren. Maar dit geldt dan alleen voor straatjes van maximaal 25 meter breed, voor maximaal 6 uur per dag (in plaats van de standaard 12 uren bij andere normen) en uitsluiten op evenementen die formeel zijn aangemerkt door de burgemeester als zijnde van Hoog Maatschappelijk Belang. Zoals Koningsdag, Pride en het Sluizen- en Bruggenfeest. Hiermee wordt
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 22 mei 2025 Pagina 9 van 16
dus feitelijk de bestaande praktijk bestendigd. Het voordeel van de nieuwe norm is dat deze goed te controleren en handhaven is en duidelijkheid biedt aan alle partijen. III. Locatieprofielen De locatieprofielen vormen sinds ze zijn ingevoerd in 2018 een van de fundamenten onder het geldende evenementenbeleid. In de profielen is – voor plekken die vaker gebruikt worden en vaak meer geschikt zijn voor evenementen – precies omschreven wat er mag: hoe vaak mag er een evenement plaatsvinden, en onder welke voorwaarden. Ook in het nieuwe beleid spelen de profielen weer een sleutelrol: omdat ze de basis zijn voor beleidsmatig gecreëerde schaarste (om bewoners te beschermen tegen overmatige hinder) zijn ze nu ook de basis voor het schaarse vergunningenbeleid. Over de locatieprofielen is sinds de invoering veel discussie gevoerd. Bij de uitwerking van dit beleid zijn ze daarom allemaal herijkt, met een ook zeer omvangrijk participatieproces (zie ook verderop in deze brief). In het nieuwe beleid zijn er nog 64 locatieprofielen (nu nog 67). Deze zijn allemaal herzien, maar de meeste aandacht is uitgegaan naar 16 aandachtsprofielen, waar vooral de grote (muziek)evenementen plaatsvinden. Proces herijking Tijdens de participatie is ook in het proces een onderscheid gemaakt tussen de aandachtsprofielen en de rest.
Dat onderscheid vloeide voort uit de twee opdrachten uit de visie, namelijk de lokale opgave om extra ruimte te vinden voor nieuwe buurtgerichte evenementen, en de stedelijke opgave om de ruimte te behouden voor grotere evenementen (die vanwege hun omvang maar op een beperkt aantal plekken terechtkunnen). Voor die laatste opgave was in de vastgestelde visie op evenementen de opdracht meegegeven om op locaties die er geschikt voor zijn, tenminste 3 dagen per jaar grote evenementen met een hogere geluidsbelasting (tot 85 dB(C) op de gevel) mogelijk te maken. Daarnaast was de opdracht om voor alle profielen (maar met een nadruk op de grotere) te onderzoeken hoe de profielen anders ingericht konden worden om de impact van evenementen op de omgeving (waar dat nodig is) verder terug te dringen. Voor de aandachtsprofielen is het proces gestart met technische verkenningen en gesprekken met de stadsdelen en experts. Tegelijkertijd is ook het participatieproces opgestart, dat bestond uit een combinatie van fysieke gesprekken, online enquêtes en focusgroepgesprekken. Resultaat nieuwe concepten De opbrengst van al die processen is uiteindelijk samengebracht in de concept locatieprofielen die nu de inspraak gaan.
Daarvoor is een standaard werkwijze gevolgd: bij het bepalen van de ruimte voor evenementen zijn de adviezen gevolgd van de adviserende partijen, zoals de brandweer en de verkeersadviseurs van V&OR. Voor het aantal dagen is voor locaties waar sprake was van een discussie over de juiste balans uitgegaan van het minimum van drie dagen per jaar. Dat zijn bijvoorbeeld Sloterpark, Flevopark en Tuinen van West. Op een locaties was in de bestaande profielen meer ruimte voor evenementen zonder dat dit tot veel problemen leidde (NDSM, Nelson Mandela Park, Museumplein) of was recent al een herijking geweest (Westerpark). Op die plekken is er – in nauw overleg met de stadsdeelbesturen – voor gekozen om die extra ruimte te behouden. Wel is samen met de stadsdelen goed gekeken naar de juiste verdeling. De effecten daarvan geven een gemengd beeld. Zo is op Tuinen van West, waar de afgelopen jaren veel debat is geweest over het locatieprofiel, het aantal dagen voor grote muziekevenementen teruggebracht van 5 naar 3. Ook het aantal bezoekers is daar (op advies van de brandweer en experts van de gemeente) naar beneden bijgesteld van 15.000 naar maximaal 12.500. Tegelijkertijd is in het Flevopark het aantal dagen voor evenementen juist toegenomen. Flevopark had als
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 22 mei 2025 Pagina 10 van 16
uitzondering als enige locatie maar 1 dag per jaar voor muziekevenementen, in ruil daarvoor mocht een groter deel van het park worden gebruikt voor het evenement (de helft, in plaats van de standaard maximaal 25%). Naar aanleiding van de vragen en verzoeken van omwonenden is de ruimte voor evenementen hier verkleind: het evenemententerrein is gehalveerd, waardoor het park grotendeels open kan blijven en wandel- en fietspaden vrijwel allemaal altijd beschikbaar blijven. In ruil daarvoor is Flevopark wel – net als de rest van de stad – op drie dagen gezet. De locaties N1 en Riekerhaven zijn tijdelijk beschikbaar, hier wordt op termijn gebouwd. Voor N1 is tussen bewoners en organisatoren afgesproken dat, zolang het profiel beschikbaar is, hier twee keer per jaar een tweedaags evenement mag plaatsvinden, dus in totaal vier dagen in plaats van drie keer per jaar 1 dag. Een laatste profiel dat bijzondere aandacht verdient, is Sloterpark. Daar is goed gekeken naar de wens van het stadsdeel om het zwembad ook in de zomer beschikbaar te houden en het niet te sluiten voor evenementen. Nu gaat dit rond het Loveland-festival 10 dagen dicht (2 dagen evenement en 8 dagen op- en afbouw) en dat is niet wenselijk. Als het terrein van het (buiten)zwembad niet mag worden gebruikt, is hier volgens de brandweer een evenement mogelijk met maximaal 15.000 bezoekers.
Met dat terrein erbij is dat maximaal 20.000 bezoekers. Omdat op dit moment er evenementen plaatsvinden in de categorie >20.000 met gebruik van het zwembadterrein en tijdens de focusgroepen organisatoren en aanwezige bewoners aangaven dat het zwembadterrein wel in locatieprofiel kon worden opgenomen, is deze optie (dus inclusief het gehele terrein) opgenomen in het profiel. Hier zijn op basis van de laatste informatie wel de volgende restricties op van toepassing: - het binnenzwembad dient tijdens op- en afbouw en tijdens het evenement open te zijn, tenzij er op dat moment onderhoud wordt gepleegd; - het buitenzwembad moet tijdens op- en afbouw open zijn, inclusief een beperkt deel van de ligweide. Het voor zwemmers toegankelijke terrein moet wel afgeschermd zijn, zodat geen onveilige situaties kunnen ontstaan. Alleen tijdens het evenement mag het buitenbad gesloten zijn. In de huidige situatie is het buitenbad tijdens op en afbouw en het evenement 10 dagen gesloten. Dat moet dan maximaal 2 zijn; Voor gebruik van het zwembadterrein is een huursom verplicht. In het profiel is -naast deze restricties- opgenomen dat het buitenzwembad de komende periode een verandering doormaakt. Het buitenbad wordt hoogstwaarschijnlijk overkapt. Dit betekent dat de opzet van het zwembadterrein mogelijk verandert en er dan ook een aanpassing nodig is m.b.t. gedeelte B.
Dit laatste kan van invloed zijn op gebruik als evenemententerrein cq. het maximum aantal bezoekers.
IV. Communicatiebeleid Het is al langer het voornemen van het college om de communicatie over evenementen verder te verbeteren – vooral waar het gaat over het vergunningsproces en de afhandeling van klachten. Die ambitie werd versterkt door de conclusies en adviezen van de ombudsman in het vorig jaar gepubliceerde rapport “Uit je dak, onderzoek naar evenementenvergunning in Amsterdam”. In dat onderzoek stelt de mbudsman vast dat veel meer draagvlak kan ontstaan als Amsterdammers (en Weespers) actiever worden geïnformeerd over evenementen in hun buurt, als beleidskeuzes en besluiten beter worden onderbouwd, als ze beter betrokken worden bij het proces, en als meer wordt teruggekoppeld wat er is gedaan met klachten.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 22 mei 2025 Pagina 11 van 16
De communicatie over evenementen is een gedeelde verantwoordelijkheid van de gemeente, de stadsdelen en de organisatoren. In een nieuw communicatieplan is die verantwoordelijkheid verdeeld, en zijn kaders en richtlijnen geschetst voor communicatie. Die moet vooral sneller (actief), consistenter (overal hetzelfde proces, maatwerk op de inhoud) en duidelijker (wat is er besloten, waarom, en hoe kunnen Amsterdammers daarop reageren). V. Betaalbaarheid Gratis toegankelijke en buurtgerichte evenementen zijn een belangrijk onderdeel van het Amsterdamse aanbod: ze zijn laagdrempelig toegankelijk en spreken een breed en divers publiek aan. Ook bestaan ze vaak al jaren en zijn evenementen zoals Kwaku, Aprilfeesten en Amsterdam Roots onderdeel geworden van de Amsterdamse culturele infrastructuur. De afgelopen jaren zijn die evenementen onder een steeds grotere druk komen te staan, vooral door snel stijgende kosten. In de aanleiding van deze brief is al omschreven dat kostenstijgingen zowel het gevolg zijn van prijsstijgingen in de markt, als dat ze het gevolg zijn van beleid. In de visie is duidelijk benoemd dat de buurtgerichte en gratis evenementen belangrijk zijn voor Amsterdammers. Daarom is bij de uitwerking van het nieuwe beleid concreet gekeken naar mogelijkheden om de betaalbaarheid van die evenementen te verbeteren.
Maatwerk vergunningenproces Daarvoor zijn verschillende processen opgestart. Allereerst is in het vergunningenproces (zoals al eerder beschreven) ruimte gemaakt voor meer maatwerk. Met name voor sommige middelgrote evenementen met beperkte risico’s geldt dat ze daardoor minder (kostbare) plannen aan hoeven te leveren en minder (dure) maatregelen hoeven uit te voeren. Onderzocht wordt of voor deze evenementen de leges ook kunnen worden verlaagd, als blijkt dat er minder ambtelijke capaciteit wordt besteed aan de afhandeling van de vergunning. Subsidie Maar alleen maatwerk bij de vergunning is niet voldoende. Daarom is ook gekeken naar andere manieren om de betaalbaarheid te verbeteren. Daarvoor wordt in het nieuwe beleid de bestaande regeling Evenementenfonds aangepast (waardoor wat extra kosten van evenementen gedekt kunnen worden). Maar omdat de regeling wel goed werkt en een belangrijke bijdrage levert aan het veilige verloop (en voortbestaan) van heel veel gratis toegankelijke evenementen in de stad, is besloten deze wel in grote lijnen in stand te laten. Daarnaast wordt een extra subsidieregeling uitgewerkt, de Stimuleringsfonds Evenementen. Met die regeling moeten nieuwe initiatieven worden ondersteund, gericht op doelgroepen die te weinig worden bediend.
En daarnaast komt er een regeling om bestaande, grotere gratis evenementen met een brede culturele programmering te ondersteunen. Die categorie is kwetsbaar vanwege de hoge kosten en beperkte mogelijkheden om financiële tegenvallers op te vangen. Andere betaalbaarheidsmaatregelen op langere termijn Ook de gemeentelijke kosten voor het organiseren van een evenement zijn tijdens het beleidsvernieuwingsproces onderzocht, namelijk de leges, de vermakelijkheidsretributie (VMR) en de huurprijzen voor locaties. Voor de VMR en de leges zijn verschillende scenario’s in beeld gebracht om de kosten voor evenementen te verlagen. Bij leges is dat bijvoorbeeld het verlagen van tarieven voor kleinere evenementen of het loslaten van het streven naar volledige kostendekkendheid. En voor de VMR is verkend of de tarieven zouden kunnen worden gedifferentieerd, door een variabel tarief in te voeren (om evenementen met goedkope kaartjes tegemoet te komen) of door de maatregel alleen te laten gelden voor bezoekers van buiten de stad. Voor al deze maatregelen geldt echter dat er aanzienlijke budgettaire consequenties aan zijn verbonden, en financiële ruimte daarvoor ontbreekt op dit moment. Voor de huurtarieven van locaties geldt dat dit erg versnipperd en diffuus is. Er zijn wellicht mogelijkheden om dat te
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 22 mei 2025 Pagina 12 van 16
verbeteren en uniformeren, maar dat is een complex en tijdrovend proces, waar binnen de scope van deze beleidswijziging geen ruimte meer voor was.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 22 mei 2025 Pagina 13 van 16
VI. Duurzaamheid en toegankelijkheid Duurzaamheid en toegankelijkheid zijn twee belangrijke voorwaarden voor evenementen in de stad. Voor duurzaamheid geldt al dat evenementen moeten voldoen aan de gemeentelijke richtlijn, die in 2024 is geactualiseerd. Die richtlijn is nu ook verankerd in het evenementenbeleid. Ook de bepalingen voor duurzaamheid in het Evenementenfonds worden nog eens onder de loep genomen bij de aanscherping van de subsidieregeling. Voor toegankelijkheid van evenementen geldt dat dit is opgenomen in de criteria voor het schaarse vergunningenbeleid. Daarnaast zal er een gemeentelijk toegankelijkheidsplan worden opgesteld, dat organisatoren gaat helpen om beter om te gaan met verschillende beperkingen van bezoekers en hun evenement daarop te laten inspelen. Onderzoek en monitoring: datagestuurd werken In het nieuwe evenementenbeleid is bijzondere aandacht voor het verbeteren van gebruik van data, om tot betere keuzes te komen. Daarom zal extra worden geïnvesteerd in onderzoek en monitoring. De data geven straks inzicht in welk publiek wordt bereikt met evenementen, hoe ze zijn verlopen en welke impact ze hebben gehad op de omgeving.
En door in de toekomst beter te monitoren en te werken met een evenementendashboard, is er altijd een actueel overzicht van evenementen in de stad, de status van het vergunningsproces, en alle gerelateerde zaken, zoals evaluaties, meldingen en andere gegevens. Onderzoek: locaties en evenementen Het onderzoek rond evenementen zal zich richten op zowel (bezoekers van) de evenementen zelf, als de impact ervan op locaties. Zo geldt dat organisatoren voor het verkrijgen van een plek op de evenementenkalender, in elk geval als er sprake is van schaarste, informatie over het evenement moeten aanleveren. Uit die gegevens moet vooral blijken welke doelgroep het evenement daadwerkelijk bezoekt. Voor betaalde evenementen kan die informatie (geanonimiseerd) uit de gegevens over de kaartverkoop worden gedestilleerd. Waar nodig is dat aan te vullen met enquêtes. Voor gratis toegankelijke evenementen zijn enquêtes de enige manier om informatie te verzamelen. De extra kosten die gratis evenementen daarvoor maken, zullen in de gewijzigde subsidieregeling van het Evenementenfonds subsidiabel zijn. Daarnaast is het de bedoeling dat er ook geregeld onderzoek zal worden gedaan onder omwonenden rond de grootste (aandachts)locaties voor evenementen.
Respondenten worden geworven via een representatieve, a-selecte steekproef, de opgehaalde informatie moet een objectief beeld geven van de relatie tussen het evenement en de omgeving, maar ook actief bijdragen aan het opsporen en oplossen van issues en knelpunten. Monitoring Het college heeft de ambitie om daarnaast ook een scherper actueel beeld van alle evenementen in de stad te krijgen, door de ontwikkeling van een dashboard. Dat zal worden ontwikkeld naar het voorbeeld van het horecadashboard, en moet alle informatie over evenementen samenbrengen: van vergunningaanvraag en adviezen, tot evaluaties en klachten. Een goed werkend dashboard zorgt ervoor dat de gemeente en de diensten goed kunnen sturen op knelpunten, maar zal ook bijdragen aan een goed overzicht van de voortgang van het vergunningsproces, en uiteindelijk het beter halen van gestelde termijnen. Het dashboard is een bestuurlijke wens, maar dit moet nog wel ontwikkeld en gefinancierd worden. Dit is derhalve een doelstelling op iets langere termijn. Deze ambitie is samen met andere nog uit te werken onderdelen van het beleid opgenomen in het uitvoeringsprogramma, dat is meegestuurd als bijlage bij het beleid.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 22 mei 2025 Pagina 14 van 16
Participatie Alle bovenstaande beleidsonderdelen zijn ontwikkeld in nauw overleg met tal van partijen in het evenementenproces, zowel binnen de gemeente als daarbuiten. Maar daarnaast is er ook veel contact geweest met betrokkenen: ondernemers en organisatoren, bezoekers en natuurlijk bewoners. Voor het evenementenbeleid en de nieuwe locatieprofielen is, zoals hierboven al benoemd, een uitgebreid participatieproces opgesteld, dat stapsgewijs is doorlopen. Voor een goed beeld daarvan, verwijst het college de raad naar het verslag van de participatie dat als bijlage is opgenomen bij de stukken. Participatie over beleid De participatie over het inhoudelijke beleid is – gelet op de enorme opgave en de relatief krappe tijd – vooral gericht op de partijen die het meest geraakt worden door de voorziene wijzigingen. Zo is er vooral met organisatoren gesproken over het vergunningenbeleid, de evenementenkalender en schaarse vergunningenbeleid. Bij subsidies is het gesprek vooral gevoerd met vertegenwoordigers van gratis toegankelijke evenementen. Maar voor de onderdelen die beide partijen raken, zoals communicatie, is met zowel bewoners als organisatoren gesproken. De gesprekken die zijn gevoerd bij de ombudsman (en de opbrengst daarvan) zijn in dat proces meegenomen.
Helemaal aan het einde van het proces is – op verzoek van bewonersgroepen – een extra dag ingepland waarbij de belangrijkste voorgenomen wijzigingen zijn gepresenteerd aan vertegenwoordigers van bewoners en organisatoren. De reacties daarop zijn, zeker waar er sprake was van consensus tussen de partijen, waar dat kon meegenomen in het concept beleid. Participatie over locatieprofielen Voor de locatieprofielen is een veel breder proces ontwikkeld, in afstemming met de stadsdelen. Dat bestond uit meer dan twintig fysieke bijeenkomsten rond de grotere aandachtslocaties, een aantal complexere locaties, en kleinere locaties waar samen met de buurt nieuwe profielen zijn ontwikkeld. Daarnaast is er een online enquête geweest, en vinden er nog bijeenkomsten plaats over de kleinere locaties in verschillende stadsdelen. Aan het einde van het proces is er ook over dit onderwerp op verzoek van bewonersgroepen een focusgroep georganiseerd waarvoor bewoners en organisatoren zijn uitgenodigd om met elkaar te proberen tot consensus te komen over mogelijke aanvullingen op de concept locatieprofielen. Opbrengst participatie Het participatietraject heeft veel tijd en inspanning gekost, maar heeft ook veel opgeleverd.
In de gesprekken die zijn gevoerd in de stad, met de gemeente, maar vaak ook tussen organisatoren, bezoekers en bewoners, is vaak zichtbaar geworden dat een goede dialoog kan bijdragen aan meer begrip, maar ook leidt tot concrete oplossingen. Zo was bij meerdere participatiebijeenkomsten toenadering tussen organisatoren en bewoners, waardoor goede afspraken konden worden gemaakt over het nieuwe profiel. Bijvoorbeeld over het gebruik van het zwembad (Sloterpark) over het verminderen van de hinder van achteruitrijdende (en daarbij piepende) vrachtwagens of het op andere momenten legen van glascontainers (Rembrandtpark), het aantal dagen op de N1-locatie (2x2 in plaats van 3x1), een kortere tijd tussen de twee evenementen op Voorland Middenmeer, zodat het terrein korter in gebruik is, en nog tal van andere voorbeelden. Maar er waren ook plekken waar minder ruimte was voor een gesprek, laat staan een compromis. Vooral rond Flevopark en Tuinen van West staan bewoners en organisatoren nog steeds recht tegenover elkaar. Bewoners willen daar dat alle grote evenementen helemaal verdwijnen, terwijl organisatoren aan de bestaande ruimte willen vasthouden, of juist meer willen. Ook betogen zij
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 22 mei 2025 Pagina 15 van 16
dat die locaties minstens net zo geschikt zijn als andere plekken, en dat het gesprek niet moet gaan over de vraag of evenementen op die plek moeten plaatsvinden, maar over de vraag hoe dat zou moeten gebeuren. Ook bij andere locaties was er niet altijd tevredenheid over de uitkomst van de participatie, zowel bij bewoners als organisatoren. Het college begrijpt dat er bij sommige partijen teleurstelling is over de uitkomst van het participatieproces. Maar het is goed om te benadrukken dat participatie niet betekent dat de participerende burger of ondernemer ook zijn zin krijgt. Bij de ontwikkeling van het beleid en de nieuwe locatieprofielen moet het college uiteindelijk een afweging maken tussen alle belangen: die van bewoners, bezoekers, organisatoren en van de stad in bredere zin. Die afweging wordt gemaakt op basis van de beleidsuitgangspunten en op basis van de visie van het college, en dat betekent dat op de locaties die geschikt zijn voor grotere (muziek)evenementen, er tenminste drie dagen per jaar plek voor wordt gemaakt – ook als (een aantal) bewoners bij herhaling aangeven dat ze daar tegen zijn. Immers, de bezoekers van een evenement zijn ook Amsterdammers (die de locatie op een andere manier gebruiken), en het creëren van ruimte voor evenementen dient voor de gemeente belangrijke doelstellingen.
Daartegenover stonden (sommige) organisatoren, die een pleidooi hielden voor meer dagen, bijvoorbeeld twee tweedaagse evenementen op te nemen in het profiel in plaats van drie losse dagen; zo kan volgens hen extra ruimte worden gecreëerd voor evenementen, met een beperkte extra impact op de omgeving (wel een extra dag geluid, maar minder op- en afbouwmomenten). Ook hier is in het uitwerken van de concepten in principe vastgehouden aan drie dagen. In beide gevallen geldt dat in de inspraakperiode en in het debat in de raad hierover nog keuzes in gemaakt kunnen worden. Met het vrijgeven voor inspraak van het concept beleid en de concept profielen zijn we immers nog maar halverwege het proces. De komende zes weken krijgen bewoners, bezoekers en organisatoren de gelegenheid om een zienswijze te geven, en kunnen adviezen aan het college en de raad over het aanpassen van het beleid of een locatieprofiel worden gedeeld. De stadsdelen wordt daarnaast gevraagd om een formeel advies op het beleid en de profielen. Vervolg In de alinea hierboven is al geschetst hoe de zienswijze- en adviesperiode er ongeveer uit zal zien. Na het sluiten van die termijn, op 18 juli, zal een nota van beantwoording worden opgesteld en worden het (wellicht op onderdelen aangepaste) beleid en de profielen opnieuw aan het college voorgelegd, vermoedelijk begin september.
Agendering in de commissie en besluitvorming in de raad is dan voorzien voor begin oktober. Tot slot Met het vrijgeven voor inspraak van het concept evenementenbeleid wordt een al lang lopende belofte aan de raad en de stad ingevuld. De afgelopen maanden is er hard gewerkt door tal van collega’s, professionals en experts, die hebben meegedacht over het nieuwe beleid. En er is veel tijd en energie in geïnvesteerd door betrokken Amsterdammers – bewoners, bezoekers en organisatoren. Het college dankt iedereen voor die waardevolle bijdrage.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 22 mei 2025 Pagina 16 van 16
Tijdens de zienswijzeperiode, maar ook straks, na de vaststelling van het nieuwe beleid, zal tegelijk hard worden doorgewerkt. Want op veel onderdelen moet het beleid nog verder uitgewerkt worden. Ook moeten voorbereidingen worden getroffen in de organisatie om het beleid te kunnen invoeren. Over de voortgang daarvan, zal het college de raad uiteraard op de hoogte houden.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Touria Meliani Wethouder Evenementen
Femke Halsema Burgemeester