Raadsinformatiebrief Meedoen vanuit de bijstand.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan:
Portefeuillehouder(s): Behandeld door
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 12 december 2024 Sociale Zaken Rutger Groot Wassink WPI, bestuurszaken.wpi@amsterdam.nl
Onderwerp
Meedoen vanuit de bijstand
Datum Portefeuille(s)
Geachte leden van de gemeenteraad, De gemeente Amsterdam wil dat alle Amsterdammers mee kunnen doen in de samenleving. Kunnen meedoen en je kunnen ontwikkelen geeft mensen zelfvertrouwen, vergroot hun welzijn en draagt bij aan een socialere stad1. Voor veel mensen vervult betaald werk deze functie. Betaald werk zorgt voor inkomen maar draagt ook bij aan het gevoel van eigenwaarde en een sociaal netwerk. De afgelopen jaren heeft de krapte op de arbeidsmarkt ervoor gezorgd dat Amsterdammers die in de bijstand zaten meer kansen kregen om uit te stromen naar een betaalde baan. Hier is een flinke impuls aan gegeven door vanuit de programma's Meer Kans op Werk2 en Iedereen Kans op Werk3 te investeren in extra begeleiding naar werk door de inzet van o.a. om- en bijscholing, loonkostensubsidie en jobcoaching. Het doel is om zoveel mogelijk drempels weg te nemen voor mensen om aan het werk te gaan. Dit heeft mede bijgedragen aan een historisch laag bijstandsbestand. Waar we in 2017 op het niveau van ongeveer 41.500 bijstandsuitkeringen zaten is dat nu rond de 35.000 bijstandsuitkeringen. Tegelijkertijd lukt het een groot deel van de bijstandsgerechtigden niet om aan het werk te gaan omdat er op de arbeidsmarkt geen passende baan is of omdat iemand fysiek of mentaal niet in staat is om te werken.
Deze mensen hebben vaak begeleiding nodig om een plek te vinden waar ze op een andere manier kunnen meedoen, zich kunnen ontwikkelen en een bijdrage aan de stad kunnen leveren. Een aantal ontwikkelingen vraagt om opnieuw te kijken naar hoe wij deze Amsterdammers ondersteunen. Het bijstandsbestand verandert en de groep bijstandsgerechtigden die (nog) niet kan werken groeit relatief. Landelijk onderzoek laat zien dat ondersteuning gericht op re-integratie niet altijd aansluit bij wat deze groep nodig heeft. Er is vaak een bredere ondersteuningsbehoefte wat vraagt om een sterkere verbinding met organisaties binnen de sociale basis en de buurtteams. Daarnaast krijgt maatschappelijke participatie van bijstandsgerechtigden vanuit het Rijk een meer verplicht karakter binnen de herziening van de Participatiewet wat vraagt om een duidelijke positionering vanuit de gemeente Amsterdam. Het huidige beleid is gebaseerd op de Leidraad Participatie4 uit 2017 en biedt nog steeds een stevig inhoudelijk kader voor de dienstverlening. Het doel om bijstandsgerechtigden die geen directe kans hebben op een betaalde baan mee te laten doen is nog steeds actueel. Werk, 1
Coalitieakkoord 2022-2026 - Gemeente Amsterdam Raadsinformatiebrief Meer Kans op Werk (2019) 3 Raadsinformatiebrief Iedereen Kans op Werk (2022) 4 Raadsinformatiebrief Leidraad Participatie (2017) 2
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 december 2024 Pagina 2 van 10
Participatie en Inkomen (WPI) is zich anders gaan organiseren met wijkgerichte en integrale dienstverlening wat ruimte biedt om mensen breder en meer continue te ondersteunen: van de bank naar het buurthuis naar een baan. Dit biedt de basis waarop voortgebouwd kan worden. Wel vragen bovenstaande ontwikkelingen om hernieuwde aandacht voor het belang van meedoen en een doorontwikkeling van de dienstverlening voor Amsterdammers die nog niet aan het werk kunnen. Wat voor het college het belangrijkste is, is dat wij Amsterdammers de hulp bieden die zij nodig hebben om mee te kunnen doen en dat het hen goed gaat. Op welke manier dan ook. Dit kan betekenen dat er eerst allerlei andere stappen nodig zijn voordat een gesprek over werk wordt gestart. De afgelopen periode is met veel betrokken partijen in de stad gesproken over hoe Amsterdammers hierin het beste ondersteund kunnen worden. In deze brief licht het college toe hoe wij hier invulling aan gaan geven. We gaan eerst in op de ontwikkelingen en daarna schetsen we het doel, de uitgangspunten en geven richting voor de uitvoering.
Ontwikkelingen Veranderend bijstandsbestand Het aantal bijstandsuitkeringen in Amsterdam neemt vanaf 2017 af. Waar we in 2017 op het niveau van ongeveer 41.500 bijstandsuitkeringen zaten is er vanaf dat moment een dalende trend die alleen in 2020 onderbroken is door de gevolgen van de COVID19 maatregelen en vervolgens heeft doorgezet. Onderstaande grafiek laat deze ontwikkeling zien 5:
De afgelopen jaren heeft de krapte op de arbeidsmarkt ervoor gezorgd dat relatief veel Amsterdammers met een uitkering de kans kregen om uit te stromen naar betaald werk. Dit heeft ervoor gezorgd dat mensen met een minder kansrijk profiel die (nog) niet in staat zijn om te werken een relatief steeds groter deel van het bijstandsbestand vormen. Deze Amsterdammers hebben gemiddeld een langere uitkeringsduur. Ter illustratie: van de Amsterdammers die 5
Sinds ruwweg de tweede helft van 2023 vlakt de daling af.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 december 2024 Pagina 3 van 10
begeleiding krijgen richting werk zit ongeveer één derde langer dan vijf jaar in de uitkering. Van de mensen die begeleiding krijgen richting maatschappelijke participatie zit ongeveer twee derde langer dan vijf jaar in de uitkering. Landelijke cijfers laten zien dat het aandeel en aantal personen dat al minimaal vijf jaar in de bijstand zit eind 2022 voor het negende jaar op rij is toegenomen.6 Deze ontwikkeling zien we ook in Amsterdam. Onderstaande staafdiagram laat zien dat de groep Amsterdammers die langer dan 5 jaar in de bijstand zit tot 2023 naar verhouding is gegroeid. Binnen deze groep nam de groep Amsterdammers die meer dan 20 jaar in de bijstand zit bovendien ook in absolute zin toe.
Wanneer we kijken naar het huidige bijstandsbestand in Amsterdam- unieke personen die afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering en daarom begeleiding van de gemeente ontvangen dan zien we dat de groep die nog geen perspectief heeft op werk uiteenvalt in twee subgroepen. De grootste groep kan niet op korte termijn participeren op de arbeidsmarkt of op andere wijze bijvoorbeeld vanwege een chronische ziekte of zwaarwegende problematiek op andere leefgebieden. De ondersteuning vanuit de gemeente richt zich voor deze groep vooral op het verbeteren van de levenssituatie, denk aan meedenken over hulpverlening en wijzen op armoedevoorzieningen. Bij het overige deel, iets meer dan een kwart van het totale bijstandsbestand, is de inschatting dat zij wél in staat zijn om een ontwikkelstap te zetten. Dit zijn Amsterdammers die het (nog) niet lukt om betaald werk te doen maar die mogelijk wel andere activiteiten kunnen ondernemen. Bijvoorbeeld vrijwilligerswerk, een taalcursus of een beweegtraject. Wanneer we verder inzoomen op deze laatste groep zien we een gevarieerd beeld in leeftijd, uitkeringstypen en uitkeringsduur. Toch vallen er bepaalde trends op: • •
Twee derde zit langer dan 5 jaar in de bijstand; Meer dan de helft zit in de leeftijdscategorie 50-66+, ongeveer een derde is 32-50 jaar en ruim 7% is 32 jaar of jonger;
6
Centraal Bureau voor de Statistiek- Personen met bijstand; duur van de lopende uitkeringssituatie 2008-2023
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
•
•
Datum 12 december 2024 Pagina 4 van 10
Wat betreft de huishoudsituatie is binnen de groep die kan participeren een ruime meerderheid alleenstaand. 20% van de groep betreft gezinnen met of zonder kinderen waarbij de verdeling tussen deze twee groepen ongeveer gelijk is. Alleenstaande ouders vormen ongeveer 15% van de groep. Naar schatting heeft meer dan de helft geen aantoonbare startkwalificatie (een indicatie op basis van de beschikbare gegevens uit het cliëntvolgsysteem.)
Onderzoek laat zien dat bijstandsgerechtigden relatief vaak te maken hebben met een stapeling van problemen op het vlak van gezondheid, geldzaken, sociale contacten, basisvaardigheden, huisvesting, zelfredzaamheid, gezin en veiligheid. Ruim de helft van de bijstandsgerechtigden heeft te maken met multiproblematiek terwijl dit slechts voor 12% van de mensen zonder bijstand geldt.7 Onderzoek wijst ook uit dat ongeveer een kwart van de langdurig bijstandsgerechtigden laaggeletterd is. Daarbij worden de mensen gerekend die onvoldoende kunnen lezen, schrijven en/of rekenen en problemen hebben met digitale vaardigheden.8 Het college heeft als doel om de Amsterdammers die nog geen perspectief hebben op werk zo goed mogelijk te ondersteunen zodat zij in staat worden gesteld om zich stap voor stap te ontwikkelen en mee te doen. Binnen deze groep ligt de focus in eerste instantie op de Amsterdammers die in staat zijn om een (kleine) ontwikkelstap te zetten maar daar wel hulp bij kunnen gebruiken vanuit de gemeente omdat meedoen via het eigen netwerk niet lukt. Wetenschap bepleit brede, integrale ondersteuning Het doel van de Participatiewet is tijdelijke inkomensondersteuning en er ligt grote nadruk op uitstroom naar betaald werk, ook in de bijbehorende financiële systematiek.
In de eindevaluatie van de Participatiewet concludeert het Sociaal Cultureel Planbureau dat gemeenten hierdoor over het algemeen meer aandacht besteden aan toeleiding naar betaald werk dan aan de maatschappelijke participatie van bijstandsgerechtigden9 De arbeidsplichten in de Participatiewet zijn van toepassing op de gehele bijstandspopulatie met als enige uitzondering de groep die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Deze laatste groep betreft slechts 1 à 2% van de bijstandspopulatie10. Dit houdt dus in dat de wet ervan uitgaat dat 98% van de bijstandsgerechtigden (op termijn) kan werken. Maar voor veel bijstandsgerechtigden is betaald werk niet haalbaar en sluit de ondersteuning onvoldoende aan bij de behoefte. Zoals in het rapport Een brede blik op bijstand van het Sociaal Cultureel Planbureau wordt omschreven krijgen mensen met een opeenstapeling van problemen nu het minst vaak ondersteuning of ze krijgen ondersteuning die niet bij hen past. Het instrumentarium van de Participatiewet gericht op toeleiding naar betaald werk is vaak niet effectief omdat er te veel speelt op andere levensdomeinen. Veel problemen hangen met elkaar samen en versterken elkaar en moeten eerst worden aangepakt voordat er überhaupt aan werk gedacht kan worden.
Vaak is er behoefte aan intensieve en integrale begeleiding waarbij niet de wettelijke kaders leidend zijn maar de vraag van de bijstandsgerechtigde centraal staat 11. Dat betekent ondersteuning waarbij ook aandacht is voor o.a. financiële stabiliteit, gezondheid en sociaal contact12.
7
Sociaal en Cultureel Planbureau (2023) Een brede blik op bijstand Sociaal-Economische Raad (2019) Samen werken aan taal: een advies over laaggeletterdheid 9 Sociaal en Cultureel Planbureau (2019) Eindevaluatie van de Participatiewet 10 Divosa Benchmark Werk en Inkomen- Jaarrapportage 2022 11 De Beleidsonderzoekers en Zinziz (2020) Persoonlijke begeleiding in de bijstand 12 Sociaal en Cultureel Planbureau (2023) Een brede blik op bijstand 8
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 december 2024 Pagina 5 van 10
Een brede blik op bijstand -Sociaal en Cultureel Planbureau 'De Participatiewet, waarin de bijstand sinds 2015 is geregeld, is erop gericht zoveel mogelijk mensen toe te leiden naar werk. In de praktijk blijkt betaald werk voor veel bijstandsgerechtigden (nog) geen haalbare kaart, zo bleek eerder uit de evaluatie van de Participatiewet door het SCP in 2019. Ook lijken gemeenten zich vooral te richten op het ‘laaghangend fruit’, mensen die relatief makkelijk naar werk begeleid kunnen worden. Dat maakt de vraag extra belangrijk hoe gemeenten ook degenen met een stapeling van problematiek de ondersteuning kunnen geven die zij nodig hebben om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving.'
De maatschappelijke context De problematiek waar veel bijstandsgerechtigden mee worstelen vraagt om een sterke verbinding tussen de gemeente, partners in de wijk en de buurtteams. Door forse bezuinigingen van het Rijk op de re-integratiebudgetten hebben gemeenten zelf weinig budget om laagdrempelige ontwikkeltrajecten te organiseren voor mensen die nog niet kunnen werken. De gemeente werkt daarvoor samen met partners in de wijk. Zij bieden een breed scala aan laagdrempelige activiteiten, trajecten en hulpverlening die aanvullend zijn op de dienstverlening vanuit de gemeente. Denk hierbij aan het buurtteam (bij complexe problematiek), een Huis van de Wijk (voor bijvoorbeeld activiteiten, trajecten, taal- of computerles) of bijvoorbeeld een maatjesproject in de buurt. Dit heeft veel toegevoegde waarde; het aanbod is laagdrempelig en het eventuele wantrouwen in de overheid zit niet in de weg. WPI kan vanuit haar positie Amsterdammers die gebaat zijn bij het aanbod in de wijk gericht doorverwijzen en helpen bij de doorgeleiding naar re-integratie daar waar dit haalbaar is. Tegelijkertijd is in deze samenwerking nog veel winst te behalen. De gemeente heeft vaak maar beperkt zicht op het aanbod in de wijk en het is vaak niet helder wie de ontwikkeling van de Amsterdammer volgt of wanneer er geschakeld kan worden over een eventuele vervolgstap.
Hoe deze samenwerking beter kan worden vormgegeven is de afgelopen maanden uitgebreid besproken met meer dan dertig partners verspreid over de stad, uiteenlopend van grotere zorg- en welzijnsorganisaties tot kleinere buurt- en wijkinitiatieven. Daarnaast is er gesproken met Amsterdammers die zelf in de bijstand zitten, de Bijstandsbond en de WMO Adviesraad. Uit de gesprekken bleek dat klantbegeleiders al regelmatig de wijk in gaan voor klantgesprekken, spreekuren en netwerkbijeenkomsten. Dit werkt op een aantal plekken in de stad goed; er zijn succesvolle samenwerkingen in de buurt, klantbegeleiders zijn benaderbaar, hebben een beter inzicht in de leefwereld van de Amsterdammer en kunnen Amsterdammers beter doorverwijzen naar passend aanbod. Tegelijkertijd is ook duidelijk dat het wijkgerichte werken op sommige plekken in de stad een impuls kan gebruiken. Ook is er behoefte aan meer contact en afstemming tussen de gemeente en partners in de wijk over de ontwikkeling van deze Amsterdammers. Vanuit de partners in de wijk wordt gepleit voor ondersteuning gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven en een zinvolle invulling van iemands leven.
Dat kan naar betaald werk zijn, maar zou wat hen betreft meer gericht mogen zijn op meedoen in de buurt of ondersteuning bij het stabiliseren van de inkomenssituatie al naar gelang wat er nodig is en aansluit bij de behoefte van de Amsterdammer. Daarnaast wordt er meer aandacht en waardering gevraagd voor het maatschappelijk rendement van onbetaald werk zoals bijvoorbeeld mantelzorg of vrijwilligerswerk in de buurt. Deze gesprekken bevestigen het belang van extra aandacht voor Amsterdammers die
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 december 2024 Pagina 6 van 10
niet kunnen werken en geven waardevolle input over wat daarvoor nodig is. Deze input hebben wij verwerkt in onderstaande ideeën voor de aanscherping van de dienstverlening. Partner in de wijk 'Mensen in de bijstand zijn niet afgeschreven, maar er moet wel in geïnvesteerd worden. Waardeer wat iemand kan en zoek de potentie. Ga op zoek naar het vlammetje'
Herziening Participatiewet Een laatste relevante ontwikkeling is de herziening van de Participatiewet onder de noemer Participatiewet in balans. Het Rijk past de Participatiewet aan met als doel de wet eenvoudiger, menselijker en toekomstbestendig te maken. Eerste stap is een pakket van maatregelen die op korte termijn geïmplementeerd moeten worden13 Het wetsvoorstel besteedt aandacht aan hoe de ondersteuning vanuit de Participatiewet beter kan aansluiten op de bredere ondersteuningsbehoefte van de doelgroep. Hiermee wordt ruimte geschept voor passende participatie en vermindert de focus op uitstroom naar betaald werk. Tegelijkertijd wordt er een verplichting van maatschappelijke participatie voorgesteld, al dan niet met extra ondersteuning vanuit de gemeente, wanneer mensen nog niet kunnen werken. Als onderdeel van het betreffende wetsvoorstel krijgen gemeenten de opdracht bij verordening regels vast te stellen over maatschappelijke participatie van bijstandsgerechtigden en de ondersteuning hierbij. Het college staat voor een aanpak op basis van vrijwilligheid die aansluit bij iemands intrinsieke motivatie en gelooft niet dat een verplichtend karakter effectief is. Er worden vanuit het Rijk ook geen extra middelen beschikbaar gesteld om de benodigde extra inzet te financieren. Daarnaast blijft het nodig dat er een meer fundamentele herziening van de Participatiewet komt.
De Participatiewet blijft in essentie vooral gericht op het perspectief om uit te stromen naar regulier werk. Een perspectief dat voor een groot deel van de Amsterdammers niet realistisch is. De focus op uitstroom naar werk, en de bijbehorende financiering, gaan ten koste van de aandacht die gegeven zou kunnen worden aan mensen die (nog) niet kunnen werken.
Doel: meedoen naar vermogen Het doel is en blijft om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk Amsterdammers in de bijstand naar vermogen kunnen meedoen. Zodat zij een plek in de samenleving vinden waar zij zich gewaardeerd voelen, sociale contacten opdoen en nieuwe vaardigheden leren. Dit geeft mensen zelfvertrouwen, vergroot hun welzijn en het draagt bij aan een socialere stad. Hiervoor is het nodig dat Amsterdammers de ondersteuning krijgen waardoor zij stappen kunnen zetten, zowel op persoonlijk als professioneel vlak, waar mogelijk richting participatie en werk. Samen met partners in de wijk werkt de gemeente al aan het wegnemen van mogelijke barrières en het in beweging krijgen van de Amsterdammer. Talentontwikkeling staat centraal; dit betekent niet dat het einddoel altijd betaald werk hoeft te zijn maar er wordt wel gekeken hoe iemands potentie aangeboord kan worden en wat een mogelijke vervolgstap zou kunnen zijn. Voor de een begint dit met wandelen met een maatje of een taalcursus volgen en voor de ander is het meerdere dagen per week vrijwilligerswerk doen en op termijn mogelijk uitstroom naar betaald werk. We kijken nu naar wat er voor nodig om dit doel voor nog meer Amsterdammers dichterbij te brengen. Inzichten uit de gevoerde gesprekken onderbouwd door wetenschappelijk onderzoek en ervaring
13
Wetsvoorstel Participatiewet in Balans: spoor 1 (2024)
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 december 2024 Pagina 7 van 10
uit de huidige praktijk leiden tot een aantal centrale uitgangspunten voor de gewenste dienstverlening: Bestaanszekerheid als basis Om mee te kunnen doen is stabiliteit nodig. Voor een groot deel van de Amsterdammers in de bijstand is de realiteit dat zij vooral bezig zijn met hoe zij financieel het hoofd boven water kunnen houden. Zoals de Commissie sociaal minimum onlangs aangaf kunnen mensen pas meedoen in de samenleving als ze niet alleen maar bezig zijn met overleven. Het college beoogt vanuit haar Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen14 Amsterdammers in de bijstand deze financiële basis en stabiliteit te bieden. Stress door een te laag inkomen of onzekerheid over hulp, toeslagen en schulden, de zogeheten systeemstress voortkomend uit de ingewikkeldheid van het sociale zekerheidsstelsel, zorgen niet alleen voor een maatschappelijke achterstand maar ook voor gezondheidsproblemen15 Amsterdammers die (langdurig) zijn aangewezen op de bijstand moeten daarom zo goed mogelijk ondersteund worden en een sociale vorm van bijstand ontvangen: zij hebben recht op een overzichtelijk systeem, ruime ondersteuning en een dienstverlening waarbij wordt uitgegaan van vertrouwen. Daar is een herziening van het stelsel voor nodig.
Tot die tijd biedt de gemeente Amsterdam met de Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen brede inkomensdienstverlening en ruimere inkomensregels om de financiële bestaanszekerheid van Amsterdammers te versterken. Dit biedt de basis van waaruit mensen een volgende stap kunnen zetten. Levensbrede aanpak Het is voor Amsterdammers in de bijstand erg lastig om actief te participeren of te investeren in opleiding of werk als zij te maken hebben met problemen met bijvoorbeeld hun mentale en fysieke gezondheid, huisvesting, schulden of hun sociale netwerk. Dit vraagt om een levensbrede aanpak waarbij in goede verbinding met partijen in de buurt persoonlijke begeleiding, integrale dienstverlening en vraaggerichte ondersteuning geboden kan worden. Wensen en behoeften van deelnemers zijn leidend bij de keus voor welke stappen worden gezet, beginnend bij een kopje koffie in het buurthuis tot weer gaan bewegen, het aanpakken van schulden, een bezoek aan de huisarts of vrijwilligerswerk. Op deze manier kan stap voor stap worden toegewerkt naar structurele verbetering van iemands situatie en de kans om verder te ontwikkelen16 .
Bejegening: uitgaan van motivatie en kansen In lijn met de uitgangspunten van onder andere de Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen, Iedereen Kans op Werk en de Amsterdamse Maatwerk Methode is het centrale uitgangspunt een overheid die toegankelijke en transparante dienstverlening biedt gebaseerd op vertrouwen. Een overheid die uitgaat van vrijwilligheid, de behoefte en intrinsieke motivatie van mensen en zoekt naar oplossingen die passen bij de persoonlijke situatie van de Amsterdammer. Bovenal een overheid die tijd en aandacht besteedt aan kansen, potentie, talentontwikkeling, kwaliteit van leven en de opbouw van een waardig en zingevend bestaan. Meedoen naar vermogen vraagt ook inzet van de Amsterdammer zelf maar meer dan vanuit verplichting wordt ingezet op motiverende gesprekstechnieken en een menswaardige benadering waardoor mensen zélf plannen gaan maken om een stap vooruit te zetten.
14
Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen (2023) Anna Custers/ Hogeschool van Amsterdam (2023) Armoede in een rijk land 16 De Beleidsonderzoekers en Zinziz (2020) Persoonlijke begeleiding in de bijstand 15
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 december 2024 Pagina 8 van 10
Zien, Luisteren en helpen-Sociaal en Cultureel Planbureau ''Het willen bereiken van inwoners met ondersteuningsbehoeften vraagt om minder te denken vanuit het bestaande aanbod en om meer aansluiting te zoeken bij de behoeften van mensen, om hen beter passend en volledig te kunnen ondersteunen.'
Wat gaan we doen? Met bovenstaande uitgangspunten als basis wordt ingezet op het versterken van de dienstverlening waardoor nog meer Amsterdammers in de bijstand in staat worden gesteld om zich te ontwikkelen en mee te doen. Dat doen we via drie sporen: Versterken samenwerking en netwerk in de wijk • Werken in de wijk We gaan het aanbod in de wijk beter ontsluiten en benutten door meer in de wijk te werken. Hoe beter de klantbegeleider het aanbod in de wijk kent hoe preciezer kan worden doorgeleid naar de organisaties met de juiste expertise en hoe makkelijker het is om iemands ontwikkeling te blijven volgen en ondersteunen. Klantbegeleiders worden daarom gestimuleerd om op ontmoetingsplekken in de wijk te gaan zitten, laagdrempelig en benaderbaar, waar zij de Amsterdammer direct kunnen koppelen aan het aanbod. Fysiek aanwezig zijn in het Huis van de Wijk, buurtteam of andere ontmoetingsplek zorgt voor direct contact en de mogelijkheid om snel en informeel te kunnen schakelen, even aan te schuiven of een afspraak te plannen. • Specialistische expertise Per stadsdeel gaan we enkele medewerkers de expliciete rol geven om een netwerk op te bouwen en intensiever de wijk in te gaan. Zij fungeren als vraagbaak voor collega’s, denken mee over casuïstiek, schuiven aan bij gesprekken met Amsterdammers en dragen Amsterdammers aan bij het aanbod.
Zij fungeren als het gezicht van WPI naar buiten en inspireren en jagen aan door bijvoorbeeld participatiebijeenkomsten te organiseren, verbinding met de partners en stadsdelen te zoeken en samenwerkingsafspraken te maken. Het netwerk dat wordt opgebouwd is relevant voor de brede re-integratie, participatie en inkomensdienstverlening en wordt ook zoveel mogelijk verbonden aan al bestaande netwerken gericht op onder andere armoede, taal en schuldhulp. Hierbij gaan we extra aandacht besteden aan de verbinding met de taalnetwerken. Een groot deel van de bijstandsgerechtigden zonder perspectief op werk heeft moeite met taal-, reken- en/of digitale vaardigheden wat hen extra belemmert om mee te doen in de maatschappij. • Afstemming partners in de wijk WPI heeft periodiek contact met Amsterdammers in de bijstand en kan vanuit die positie veel betekenen in het doorverwijzen naar passend aanbod in de wijk. De partners in de wijk bieden vervolgens informele, laagdrempelige activiteiten en trajecten waar de Amsterdammer zich ontwikkelt. Een goede afstemming over wie de Amsterdammer in beeld houdt en wanneer er met elkaar wordt geschakeld zorgt voor een betere opvolging. Er is meer zicht op wanneer mensen klaar zijn voor een vervolgstap of juist een stapje terug moeten doen.
Hier kan WPI weer op de lijn komen om haar expertise op het vlak van re-integratie en talentontwikkeling in te zetten. Ontwikkeling Amsterdammer beter in kaart • Volgen en waarderen ontwikkeling Amsterdammer Kunnen meedoen is van grote waarde voor de Amsterdammer. Vrijwilligerswerk in de buurt, sociaal contact of de taal leren hebben allemaal een positief effect maar anders dan bij de dienstverlening naar werk is er
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 december 2024 Pagina 9 van 10
niet altijd een makkelijk meetbaar resultaat. De ontwikkelstappen die mensen maken laten zich moeilijk vangen in kwantitatieve data maar hebben vaak wél een groot effect op het welzijn van de Amsterdammer. Het doel is om de impact hiervan op de Amsterdammer beter in kaart te brengen, zowel kwantitatief als kwalitatief. Hierbij staat het perspectief en de ervaring van de Amsterdammer centraal: wat betekent het om weer mee te doen en een plek in de samenleving te vinden waar mensen zich gewaardeerd voelen, sociale contacten opdoen en nieuwe vaardigheden leren? Welke gevolgen heeft dit voor fysieke en mentale gezondheid, welbevinden en kwaliteit van leven? Daarnaast zal ook gekeken worden naar wat de indirecte effecten zijn, denk aan het maatschappelijke rendement van vrijwilligerswerk. Sturing en ondersteuning klantbegeleiders • Versterken van de professionaliteit van de klantbegeleider Amsterdammers goed kunnen ondersteunen vraagt tijd en aandacht om erachter te komen waar iemand echt mee geholpen is. Hiervoor is het nodig dat er wordt doorgevraagd op alle levensgebieden; niet alleen over werk en participatie maar ook schulden, gezondheid, zorg en welzijn.
Wanneer de tijd wordt genomen om erachter te komen waar iemand daadwerkelijk mee geholpen is en waar iemands intrinsieke motivatie ligt kan er veel gerichter worden doorverwezen naar een passende plek waar iemand effectief verder wordt geholpen. De begeleiding van deze doelgroep vraagt om een bijzondere houding, motivatie, creativiteit en ideeën. Het vraagt om een vraaggerichte benadering, specialistische deskundigheid, kennis van het aanbod en motiverende gespreksvoering. Het is van belang om klantbegeleiders te ondersteunen en faciliteren door ze de tijd te bieden om op deze manier te werken en deze vaardigheden te erkennen, waarderen en helpen ontwikkelen. • Duidelijke kaders De klantbegeleider ondersteunt nu Amsterdamse bijstandsgerechtigden met een mix aan begeleidingsdoelen, van werk tot participatie en zorg. De beoogde resultaten op het gebied van werk zijn het meest eenduidig en daarmee dominant: uitstroom naar betaald werk of parttime werk. De resultaten op het gebied van participatie zijn veel minder helder waardoor medewerkers onvoldoende richting hebben voor de ondersteuning die zij moeten bieden. De integrale werkwijze van WPI wordt beter benut door duidelijke kaders mee te geven op het gebied van maatschappelijke participatie.
Dilemma’s Wij willen volgens bovenstaande punten gaan werken omdat wij denken dat dit de beste aanpak is om zoveel mogelijk Amsterdammers in de bijstand mee te laten doen. Tegelijkertijd zal het intensiever samenwerken in de wijk uitdagingen en dilemma’s kennen. Die hebben onder andere te maken met rolverdeling en taakverdeling in nieuwe samenwerkingsverbanden maar ook met keuzes over de optimale inzet van beperkte capaciteit en middelen. De spanningen in rolverdeling, capaciteit en middelen moeten uit de praktijk blijken. Mogelijke lastige keuzes die hieruit voorkomen leggen we vervolgens weer op tafel.
Hoe verder? We gaan begin 2025 van start in de masterplangebieden Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Hier brengen wij in kaart wat de vertaling van bovenstaande plannen in de praktijk betekent. In nauwe samenwerking met de stadsdelen en partners in de wijk wordt verkend wat de werkende principes zijn van integrale dienstverlening in de wijk en hoe deze verder versterkt en verankerd kunnen worden. Dit is een lerend proces waarbij onderzocht wordt wat werkt terwijl gaandeweg
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 december 2024 Pagina 10 van 10
verbeteringen worden ingevoerd. Er wordt gekeken wat dit vraagt qua tijd, capaciteit, wat het oplevert en wat de impact is. Er moet een gedetailleerd beeld ontstaan van wat er nodig is om dit structureel vanuit de reguliere dienstverlening te realiseren. De verwachting is dat betere samenwerking in de wijk ervoor zorgt dat Amsterdammers beter ondersteund worden. Zij worden sneller gekoppeld aan organisaties die iets voor hen kunnen betekenen, en het samenspel tussen deze organisaties en de gemeente zorgt voor betere opvolging en zicht op wanneer de Amsterdammer klaar is om een volgende stap te zetten. Op deze manier zorgen wij ervoor dat de Amsterdammer meedoet, zich in kleine stappen blijft ontwikkelen en zich daarin erkend en gewaardeerd voelt. Wij komen graag begin 2026 bij de raad terug om onze bevindingen te delen. Ten slotte Wij willen nabijheid bieden door de wijk in te gaan, dicht bij de Amsterdammer, en te laten zien hoe groot de waarde is van de ogenschijnlijk kleine stappen die mensen zetten. De mogelijke impact van een eerste kopje koffie met de buurvrouw, de aanmelding bij de wandelclub, het accepteren van professionele hulp of vrijwilliger worden in het buurthuis is groot. Het komende jaar gaat de gemeente onderzoeken hoe wij ervoor kunnen zorgen dat zoveel mogelijk Amsterdammers in de bijstand deze stappen kunnen zetten.
Het college hecht veel waarde aan de gesprekken die het afgelopen jaar zijn gevoerd met bijstandsgerechtigden, partners in de wijk, de WMO Adviesraad en de Bijstandsbond. De ervaringskennis van deze partijen is onmisbaar gebleken bij het vormen van onze gedachten. Graag nodigen wij deze partijen uit om actief mee te blijven denken en van gedachten te wisselen wanneer wij het komende jaar concreet aan de slag gaan. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Rutger Groot Wassink, Wethouder Sociale Zaken
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl