Raadsinformatiebrief lastenverlichting ondernemers 2022.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan:
Portefeuillehouder(s): Behandeld door
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 23 september 2021 Financiën Victor Everhardt Belastingen (bestuurszaken.belastingen@amsterdam.nl)
Onderwerp
Aanvullende lastenverlichting ondernemers 2022
Datum Portefeuille(s)
Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief informeert het college u over het volgende. In aanvulling op de brede waaier aan maatregelen om ondernemers te ondersteunen om de coronacrisis het hoofd te bieden, trekt het college € 5,7 miljoen uit voor lastenverlichting aan ondernemers in 2022. De meerjarenbegroting 2021-2024 voorzag in een lastenverlichting voor Amsterdamse ondernemers van € 10 miljoen voor zowel 2021 als 2022.In 2021 is hier invulling aan gegeven door de reclamebelasting uit te stellen tot 2022 (geraamde opbrengst € 9,9 mln.). Gelet op de forse impact van de corona-uitbraak op de Amsterdamse horeca is er in 2021 tevens voor gekozen om een deel van de voorziene lastenverlichting voor 2022 naar voren te halen en geen precariobelasting voor terrassen te heffen (geraamde opbrengst € 4 mln.). Daarnaast zijn marktondernemers in 2021 voor € 0,3 mln. tegemoetgekomen in de marktgelden. Er zijn hoopvolle signalen over het economisch herstel, met grotere groei dan verwacht en een sterk aantrekkende arbeidsmarkt. De effecten van de coronacrisis werken in verschillende sectoren van de stad echter nog steeds door. Veel ondernemers hebben ingeteerd op hun reserves, investeringen noodgedwongen voor zich uitgeschoven en afscheid moeten nemen van een deel van hun personeel. Daarom is voor het college nu het moment om invulling te geven aan de € 5,7 mln.
aan lastenverlichting voor 2022. Het college wil deze middelen inzetten om gerichte lastenverlichting te bieden aan de Amsterdamse horeca, de Amsterdamse evenementenbranche en de Amsterdamse rondvaartbranche: drie sectoren die ernstige hinder en schade van de coronauitbraak en de beperkende maatregelen van het Rijk ondervinden en hebben ondervonden. De lastenverlichting bestaat uit de volgende onderdelen: In 2022 wordt opnieuw geen precariobelasting geheven voor terrassen; De invoering van de vermakelijkhedenretributie voor evenementen wordt uitgesteld tot 2023; In 2022 wordt geen precariobelasting geheven voor het liggen met een passagiersvaartuig in openbaar water. Rederijen die geen precario betaling, maar een verhuurovereenkomst met de gemeente hebben afgesloten, hoeven in 2022 geen huur te betalen. In deze brief worden de overwegingen en keuzes van het college, die zijn verwerkt in de begroting 2022, nader toegelicht. Zo gericht mogelijke lastenverlichting Er is geen generieke lastenverlichting of belastingkorting voorhanden waar alle ondernemers in gelijke mate van profiteren. Dat komt omdat de gemeentelijke heffingen die ondernemers
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 23 september 2021 Pagina 2 van 3
moeten betalen, deels afhankelijk zijn van het feitelijk gebruik van gemeentelijke voorzieningen (bijvoorbeeld bij de rioolheffing) en het gebruik van de openbare ruimte (zoals bij de precariobelasting en de reclamebelasting). Gemeentelijke belastingen zijn daarnaast naar hun aard relatief grofmazige instrumenten. Gelijke gevallen moeten gelijk behandeld worden. Dat betekent dat bij de uitvoering van een gemeentelijke belasting of het bepalen van de tarieven geen onderscheid gemaakt mag worden tussen belastingplichtigen die ernstige hinder van de corona-crisis hebben ondervonden en belastingplichtigen die juist goed rendeerden tijdens de crisis. Gemeentes mogen namelijk geen belasting heffen naar winst, draagkracht of vermogen: dat is voorbehouden aan het Rijk. Daarmee kan met brede heffingen zoals de OZB en de reclamebelasting, die van toepassing zijn op grote groepen ondernemers, geen gerichte steun worden geboden aan die ondernemers die hard geraakt zijn door de crisis. Het college kiest daarom voor het bieden van zo gericht mogelijke lastenverlichting voor sectoren die hard geraakt zijn door de crisis. Lastenverlichting voor de Amsterdamse horeca (€ 4,2 mln.) Het college wil de heffing van de precariobelasting voor terrassen opnieuw opschorten tot 2023.
Deze maatregel betekent een directe, gerichte lastenverlichting voor een groep ondernemers die met verschillende lockdowns te maken heeft gehad en waarvoor op dit moment nog steeds beperkingen gelden. In totaal levert het niet heffen van precario voor terrassen een lastenverlichting op van € 4 miljoen. Voor een individuele ondernemer met een terras van 25 m2 in het centrum gaat het om een bedrag van ruim € 3.000, wat in een periode van herstel een wezenlijk verschil kan maken. Daarnaast wil het college horecaondernemers enige tegemoetkoming bieden in de kosten voor het bijschrijven van leidinggevenden op de horecavergunning. Het college gaat hiermee in op signalen van de branche dat ondernemers de kosten van het bij- of uitschrijven van leidinggevenden als een drempel ervaren. Bij elke aanvraag geldt een drempelbedrag van €382,40, naast €40,70 voor elke wijziging van een leidinggevende. Hierdoor sparen ondernemers aanvragen op, waardoor de vergunning niet in overeenstemming is met de praktijk. Ondernemers lopen hierdoor het risico op sancties. Voor 2022 wordt het tarief voor het drempelbedrag verlaagd van €382,40 naar € 325 per aanvraag, en het bedrag van voor het wijzigen van een leidinggevende van € 40,70 wordt verlaagd naar € 33,50.
Bij het bijschrijven van een leidinggevende wordt gecontroleerd of de leidinggevende voldoet aan de eisen die de gemeente stelt, waaronder eisen in het kader van de openbare orde en veiligheid. Deze controle kan ook bijdragen aan het tegengaan van ondermijning. Daarom blijft het ook de komende maanden van belang dat ondernemers zorgen dat de vergunning altijd overeenstemt met de praktijk. Beide maatregelen sluiten aan bij de wensen van en komen terug in het herstelplan van Koninklijke Horeca Nederland en Amsterdam City. Lastenverlichting voor de Amsterdamse evenementenbranche (€ 3 mln.) Het college kiest er opnieuw voor om de vermakelijkhedenretributie voor betaalde evenementen uit te stellen en pas vanaf 2023 te gaan heffen. In 2020 en 2021 hebben vrijwel geen grootschalige evenementen kunnen plaatsvinden. Om die reden heeft de raad bij het vaststellen van de verordening op de vermakelijkhedenretributie (VMR) voor evenementen op het land op 17 december 2020 er voor gekozen om de ingangsdatum van deze nieuwe heffing te bepalen op 1 januari 2022. Omdat de VMR wordt betaald door bezoekers die een kaartje kopen, was de kans
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 23 september 2021 Pagina 3 van 3
aanzienlijk dat de uitvoeringskosten in 2021 hoger zouden uitvallen dan de belastingopbrengsten bij aanhoudende beperkingen voor de evenementensector. Het college kiest er opnieuw voor om de VMR voor evenementen met een jaar uit te stellen en in te laten gaan in 2023. Anders dan in 2020 is deze keuze niet ingegeven door doelmatigheidsoverwegingen en de wens om onnodige administratieve lasten voor ondernemers te voorkomen, maar om specifieke lastenverlichting aan de evenementenbranche te bieden. In 2022 doet zich namelijk de bijzondere situatie voor dat een (zeer) groot deel van de grootschalige evenementen die zijn gepland, evenementen zijn die in 2020 en 2021 niet mochten doorgaan vanwege de coronabeperkingen en zijn doorgeschoven naar 2022. Omdat de kaartverkoop heeft plaatsgevonden in 2020 of 2021, is het in 2022 in veel gevallen voor de aanbieder niet meer mogelijk om de kosten op bezoekers te verhalen. De branche heeft de zorg uitgesproken dat de VMR in 2022 daarmee uit eigen zak moet worden betaald. Als de kosten worden gedragen door bezoekers, gaat het om een individuele bijdrage van € 1,50 per kaartje. Als de organisator de kosten zelf moet dragen, gaat het bij een evenement met 10.000 bezoekers om een last van € 15.000.
Door de invoering van de heffing uit te stellen tot 2023 wordt daarmee directe lastenverlichting geboden voor de evenementenbranche ter hoogte van € 1 mln. Bij de Voorjaarsnota 2021 is daarnaast al besloten dat in het kader van de coronacrisis de invoering van beprijzing (verhuur) van gebruik van gemeentegrond voor evenementen wordt uitgesteld tot 2023, wat een aanvullende directe verlichting voor de evenementenbranche inhoudt van € 2 mln. Lastenverlichting voor de Amsterdamse rondvaartbranche (€ 0,6 mln.) Tot slot kies het college voor het niet heffen van precario voor het liggen met een passagiersvaartuig in gemeentewateren in 2022 (ook wel ‘nachtliggen’ genoemd). De impact van de coronacrisis op de rondvaartbranche is zonder meer fors geweest. Net als voor andere sectoren uit de bezoekerseconomie geldt, waren er door de terugval in het aantal bezoekers aan de stad veel minder passagiers in 2020 en 2021. Het borgen van anderhalve meter afstand tussen passagiers betekende daarnaast een aanzienlijk lagere bezetting per boot. Om ook de rondvaartbranche enige verlichting te bieden, wordt daarom in 2022 geen precario geheven voor het nachtliggen. Rederijen die geen precario betalen, maar voor het liggen met hun passagiersvaartuigen een huurovereenkomst met de gemeente hebben afgesloten, hoeven in 2022 geen huur te betalen.
Het college denkt dat met deze maatregelen de lastenverlichting daar landt waar de steun het hardst nodig is en dat hiermee de gemeentelijke fiscaal juridische mogelijkheden maximaal zijn aangewend. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Victor Everhardt Wethouder Economische Zaken
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl