CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief Evaluatie Kamerverhuurbeleid Amsterdam 2022

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 7 december 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Evaluatie Kamerverhuurbeleid Amsterdam 2022Nr. VN2022-0316794.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan:

Portefeuillehouder(s): Behandeld door

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 15 november 2022 Volkshuisvesting Zita Pels Directie Wonen, bestuurszaken.wonen@amsterdam.nl

Onderwerp

Aanbieding eindrapport Evaluatie Kamerverhuurbeleid Amsterdam 2022

Datum Portefeuille(s)

Geachte leden van de gemeenteraad, Het huidige beleid voor woningdelen is 1 januari 2020 in werking getreden. Het college heeft afgesproken met de gemeenteraad om het woningdeelbeleid na twee jaar te evalueren. In opdracht van het college heeft onderzoeksbureau Ecorys afgelopen zomer (2022) het woningdeelbeleid geëvalueerd. Met deze brief informeert het college u over de belangrijkste conclusies en aanbevelingen uit het rapport. Dit wordt vooraf gegaan door een korte schets van het huidige beleid. Ook geeft het college een eerste reactie op de evaluatie en informeert u over het vervolgtraject. Uitgangspunt daarbij is dat het college de uitkomsten van de evaluatie en de ontwikkeling van het woningdeelbeleid wil betrekken bij de bredere discussie over de door uw raad volgend jaar zomer vast te stellen Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting. Het raadsinitiatief van de VVD ‘Versoepel regels woningdelen voor woningcorporaties’ wordt hierbij ook betrokken. De evaluatie is als bijlage toegevoegd.

1. Beleid woningdelen Bij het gebruik van een woning door meer dan één huishouden is sprake van woningdelen. Door woningdelen wordt de zelfstandige woonruimte (de woning) omgezet in meerdere onzelfstandige woonruimtes (kamers). Woningdelen is alleen toegestaan met een vergunning, tenzij het gaat om inwoning of als er sprake is van twee volwassenen, die samen een woning delen en geen gemeenschappelijk huishouden voeren. Amsterdam kent sinds 1993 een vergunningplicht voor omzetting (woningdelen/kamergewijze verhuur). Met de regulering van woningdelen wil het college er voor zorgen dat er in de stad voldoende woonplekken zijn voor met name jongeren en studenten, maar ook voor grote huishoudens (gezinnen) én tegelijkertijd overlast door kamerverhuur (woningdelen) voorkomen. Vanwege een toename van verkamerde woningen, geconcentreerd in sommige wijken en straten, en klachten over overlast hiervan, zijn er vanaf 1 januari 2020 nieuwe regels gekomen om meer balans in de woningvoorraad en de leefbaarheid te brengen. Hierbij hoorden de volgende doelstellingen: Doelstellingen beleid 2020 1. Ruimte behouden voor kamerverhuur voor woningzoekenden; 2. Beschermen van de voorraad woningen voor gezinnen; 3. Leefbaarheid in wijken te waarborgen; 4. Betere bescherming van huurders in kamerverhuursituaties.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 15 november 2022 Pagina 2 van 9

Wijzigingen in het beleid per 1 januari 2020:  Het wijk- en pandquotum zijn ingevoerd per 1 april 2020;  Verplichting van een individueel huurcontract voor huurders van een onzelfstandige woonruimte (idem);  Het vervallen van geluidseisen bij omzetting naar drie onzelfstandige woonruimten.  Een verbod op verkameren naar meer dan zes onzelfstandige woonruimten, tenzij gemotiveerd kan worden dat er geen negatief effect is op de leefbaarheid. Toelichting wijzigingen Het wijkquotum is ingevoerd om er voor te zorgen dat er voldoende ruimte blijft voor kamerverhuur en om de voorraad woningen voor gezinnen te beschermen. Het totale wijkquotum van 13.404 uit te geven vergunningen is gebaseerd op 5% van het aantal woningen groter dan 60m2, per wijk. Het wijkquotum moest er daarnaast mede voor zorgen dat er niet te grote concentraties van omgezette woningen in de stad zouden ontstaan.1 Het pandquotum van maximaal 25% te verkameren woningen per pand is bedoeld om de leefbaarheid in de wijk en de buurt te beschermen. Dit pandquotum voorkomt dat binnen een wijk concentraties van kamerverhuur ontstaan en zorgt dat kamerverhuur niet de overhand krijgt binnen een pand. Eventuele overlast als gevolg van een overmaat aan kamerverhuur moet hiermee worden voorkomen.

De geluidseisen bij omzettingen naar vier kamers of meer en het verbod op verkamering naar meer dan zes onzelfstandige ruimten zijn ook beide bedoeld om bij te dragen aan een leefbare buurt of wijk2. De verplichting van een individueel huurcontract voor huurders van onzelfstandige woonruimten, ten slotte, dient om de rechten van huurders te beschermen en maakt het eenvoudiger om via de Huurcommissie de (vaak lagere) huur volgens het puntenstelsel voor kamers af te dwingen.

2. Evaluatie woningdelen 2022: Conclusies Hieronder benoemt het college eerste enkele feiten, die uit de evaluatie naar voren komen. Daarna volgen de belangrijkste conclusies uit de evaluatie (zie hoofdstuk 6 van de evaluatie). De conclusies zijn onderverdeeld naar de verschillende doelstellingen van het huidige beleid. Het college dankt Ecorys voor het uitvoeren van de evaluatie. Cijfers kamerverhuur: - Aantal vergunningen op 1 april 2022 (verleend of in procedure): 6.3753 - Totale wijkquotum: 13.404 - Resterende ruimte in het wijkqotum: 7.242

1

Geconsolideerde toelichting Huisvestingsverordening Amsterdam 2020, blz. 53, april 2022 Idem 3 Het aantal gebruikte wijkquotumplekken, op basis van de optelling van de maximale wijkquota, ligt lager dan de 6.375 verleende vergunningen, omdat een deel van die vergunningen in wijken is afgegeven waar bij de inwerkingtreding van de quotumregels (per 1 april 2020) het aantal afgegeven vergunningen hoger lag dan het quotum van die wijk. Het gaat om 213 vergunningen in 13 wijken, waardoor het aantal gebruikte wijkquotumplekken 6.162 is. 2

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 15 november 2022 Pagina 3 van 9

- Aantal wijken waar het quotum vol is: 134 - Aantal vergunningen tot 1 april 2020: 5.567 - Aantal na 1 april 2020 afgegeven vergunningen: 808 In de perioden voor het nieuwe beleid van kracht zou worden is een duidelijke piek in het aantal vergunningaanvragen te zien (december 2019 en maart 2020). Het betrof voor een groot deel legalisering van bestaande gevallen. Dit kwam doordat het gunstiger was om te legaliseren op de oude voorwaarden. Doelstelling 1: Behouden van ruimte voor woningzoekenden Het kamerverhuurbeleid heeft het doel om ruimte te behouden voor woningzoekenden. Dit gaat om zowel woningzoekende gezinnen, als mensen die kamers zoeken. Er is nog ruimte voor ruim 7.000 omzettingsvergunningen in de stad, waardoor het nog mogelijk is om kamers te realiseren voor verhuurders. In de praktijk zien we echter dat het aantal aanvragen voor omzettingsvergunningen relatief gezien de laatste jaren afneemt. Vanuit de interviews komt naar voren dat het voor de partijen die kamers aanbieden minder aantrekkelijk wordt om in dit segment te investeren. Hierdoor stijgt het aantal woningen voor mensen die kamers zoeken relatief minder hard. Tegelijkertijd zorgt dit er wel voor dat er ruimte behouden blijft voor woningzoekende gezinnen in de stad.

Doelstelling 2: Het beschermen van de voorraad woningen voor gezinnen Het kamerverhuurbeleid heeft ook als doel dat er voldoende ruimte blijft voor gezinnen. Om deze reden is het aantal omzettingsvergunningen per wijk en pand beperkt. Ten opzichte van de beschikbare ruimte in de quota, is er zeker ruimte behouden voor gezinnen. In veel wijken is het quotum nog niet vol. Er zijn echter verschillende andere ontwikkelingen die ervoor zorgen dat de beschikbaarheid van woningen voor gezinnen in de stad alsnog onder druk staat. De belangrijkste reden hiervoor is de marktontwikkeling waardoor woningen duurder worden. Daarnaast wordt ook aangegeven door bewoners dat ondanks dat de quota de leefbaarheid moeten waarborgen, zij verkamering in hun omgeving toch ongewenst achten. Zij geven aan dat zij de grotere woningen in hun wijk minder geschikt voor gezinnen vinden, wanneer meer kamerverhuur plaatsvindt in de wijk. Doelstelling 3: Borgen van de leefbaarheid De leefbaarheid wordt in theorie gewaarborgd door de wijk- en pandquota en de vergunningsvoorwaarden, waardoor intensievere bewoning ingeperkt wordt en de overlast wordt gemitigeerd. Vanuit de analyses blijkt dat leefbaarheid echter een moeilijk te vatten begrip is, welke vele interpretaties kent.

De relatie tussen leefbaarheid en kamerverhuur is lastig te maken, al is het wel zo dat in wijken waar meer kamerverhuur voorkomt, hier logischerwijs ook meer overlast wordt ervaren door kamerverhuur. In de praktijk komt kamerverhuur echter voor naast andere vormen van intensievere bewoning, waardoor de overlast (welk van invloed is op de leefbaarheid) soms ‘gestapeld’ wordt. De vergunningsvoorwaarden worden niet actief gemonitord nadat de vergunning verleend is. Eenduidige conclusies zijn hierdoor ook niet te trekken. Doelstelling 4: Betere bescherming van huurders 4

In de volgende 13 wijken was het wijkquotum op 1 april 2022 vol: Chassébuurt, Erasmuspark, Geuzenbuurt, Hoofdweg e.o., Hoofddorpplein, Kinkerbuurt, Landlust, Van Galenbuurt, Westindische Buurt, IJselbuurt, Rijnbuurt, Schinkelbuurt en IJburg Oost. Het wijkquotum is gebaseerd op 5% van het aantal woningen groter dan 60m2 per wijk.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 15 november 2022 Pagina 4 van 9

De verplichting van het individuele huurcontract heeft als doel een betere bescherming van huurders. In de praktijk heeft echter bijna driekwart van de huurders geen individueel huurcontract. Dit betekent niet dat het in alle gevallen om een schending van de voorwaarden gaat, omdat de voorwaarde van een individueel huurcontract alleen geldt voor omzettingsvergunningen die verleend zijn na inwerkingtreding van het huidige beleid. Op de voorwaarde individueel huurcontract wordt niet actief gemonitord na verlening van de omzettingsvergunning. Omdat veel kamerhuurders tijdelijke contracten bezitten, wordt daarnaast een stap naar de huurcommissie niet snel gemaakt, blijkt uit de interviews. Schendingen van de voorwaarden komen hierdoor beperkt aan het licht en de bijdrage van het beleid aan deze doelstelling kan niet eenduidig worden vastgesteld. Uitvoeringspraktijk Om het beleid op effectieve wijze uit te voeren is samenwerking tussen de ketenpartijen van groot belang. Deze samenwerking moet enerzijds waarborgen dat regels uniform, begrijpelijk en uitlegbaar zijn en anderzijds ervoor zorgen dat het beleid de vergunningverleners, handhavers en juristen voldoende handvatten biedt om op te treden. Vanuit de evaluatie blijkt dat dit in de praktijk niet altijd werkt. Een goede afstemming en het tijdig betrekken van andere betrokken afdelingen blijft ook in de toekomst van groot belang.

Het toetsen van de leefbaarheid aan objectieve en meetbare voorwaarden moet zorgen voor uniformiteit en duidelijkheid. Tegelijkertijd moet erkend worden dat de datahuishouding, ondanks de verbeteringen op dit vlak die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd, op dit moment nog te wensen overlaat. Zowel de beschikbaarheid van data over de wijk- en pandquota, als de informatie over (het vermoeden) woonfraude en (woon-)overlast behoeven verbetering om ook in de toekomst voldoende basis te bieden voor een effectieve monitoring, uitvoering en uitwerking van het beleid. Op dit moment wordt er niet actief gehandhaafd na vergunningverlening. Dit komt omdat de focus op dit moment ligt op het tegengaan van illegale verhuursituaties. Om het beleid effectiever te laten zijn, is het echter van belang dat ook na vergunningverlening gehandhaafd wordt, met name op vergunningsvoorwaarden. Door de vele verschillende data waarop regels in werking zijn getreden en de uitzonderingen die hierop gemaakt worden, is het beleid moeilijk te volgen voor de aanvragers van een omzettingsvergunning. Navraag bij de gemeente levert voor deze groep soms onvoldoende duidelijkheid. Op basis van de beschikbaarheid van informatie worden door potentiële verhuurders beslissingen gemaakt. Ecorys beveelt aan om de regels helder weer te geven en te communiceren.

Eindconclusie Ecorys constateert dat de regelgeving heeft gezorgd dat inzicht is verkregen in woningdelen in Amsterdam, door de invoering van de quota en de registratie van aanvragen voor omzettingsvergunningen. Het huidige beleid heeft als doel behoud van woonruimte voor woningzoekenden, het tegengaan van concentratie en betere voorwaarden voor huurders. In de praktijk geldt dit alleen voor het beperkt aantal nieuwe omzettingsvergunningen, die zijn aangevraagd na 1 april 2020. Voor vergunningen aangevraagd voor deze datum geldt geen quotum en geen eis voor individuele huurcontracten. Het beleid is daarom wel richtinggevend voor de toekomst, maar daadwerkelijke effecten zijn op dit moment (ruim twee jaar na invoering van het beleid, red.) nog niet zichtbaar. Om in de toekomst na te kunnen gaan of het beleid werkt,

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 15 november 2022 Pagina 5 van 9

zijn er aanpassingen nodig in de uitvoeringspraktijk. De huidige regelgeving biedt inzicht en handvatten om de doelstellingen te kunnen bereiken, maar monitoring, handhaving en verduidelijking op bepaalde onderwerpen zal de effectiviteit vergroten.

3. Evaluatie: Aanbevelingen Op basis van het bovenstaande doet Ecorys de volgende aanbevelingen (zie hoofdstuk 6 van de evaluatie): 1.Monitor of de voorraad voor gezinnen en de leefbaarheid niet in het geding komt Binnen de quota kunnen er op nog zo’n 7.000 adressen in de stad vergunningen verleend worden. Dit staat enigszins haaks op het oorspronkelijke idee bij het vaststellen van de quota (legaliseren huidige verkameringssituaties en ‘iets’ extra). Enerzijds blijft er zo ruimte voor woningzoekenden, anderzijds kan het nog een flinke inperking op de woningvoorraad voor gezinnen betekenen als de markt (nog verder) aantrekt of de rendementen op kamerverhuur (weer) toenemen. Het effect op de leefbaarheid en de voorraad voor gezinnen moet steeds gemonitord blijven worden om zo negatieve effecten tegen te gaan. 2. Overweeg handhaving na vergunningverlening om effectiviteit te vergroten Er is op dit moment gekozen om de beschikbare handhavingscapaciteit in te zetten op het tegengaan van volledig illegale verkamering in plaats van op handhaving van vergunde situaties. Om deze reden kan niet nagegaan worden of het beleid ook effectief is op de leefbaarheid en de individuele huurbescherming van huurders. Om de effectiviteit van het beleid te vergroten zou daarnaast op de vergunningsvoorwaarden na vergunningverlening gehandhaafd moeten worden. 3.

Verbeter binnen de gemeente de informatiepositie over het gebruik van panden, wijk- en pandquota en de informatie over (het vermoeden) woonfraude Zowel de informatie over het gebruik van wijk- en pandquota, als de informatie over (het vermoeden van) woonfraude behoeven verbetering, om ook in de toekomst een betere basis te bieden voor een effectieve monitoring, uitvoering en uitwerking van het beleid. Stem daarom de informatiebehoefte af met de verschillende afdelingen en zorg dat er uniforme en uitvoerbare definities gehanteerd worden. 4. Monitor de komende jaren en bezie of het beleid aanpassing nodig heeft Ecorys constateert dat de wijk- en pandquota een begrijpelijke keuze zijn om de objectiviteit en uitvoerbaarheid van het beleid te vergoten. Tegelijkertijd constateren zij dat niet is vast te stellen of het huidige beleid clustering van intensieve woonvormen (dit omvat ook woningvormen, toeristische verhuur en B&B, red.) tegengaat. Hierdoor kan niet gesteld worden dat de leefbaarheid op buurt/straatniveau wordt geborgd. Het onderzoeksbureau doet de aanbeveling, in samenhang met de vorige aanbeveling, om de monitoring hierop te verbeteren. In de toekomst kan dan bezien worden of het huidige beleid aanpassing nodig heeft, bijvoorbeeld door het toevoegen van een quotum op het niveau van de buurt of bouwblok.

Hierdoor wordt het generieke karakter van de regels niet aangetast, maar kan eventueel de leefbaarheid wel beter worden geborgd, wanneer wenselijk. 5. Zorg voor duidelijkheid richting burgers en aanvragers van omzettingsvergunningen Op punten blijkt er voor burgers, huurders en verhuurders, en soms ook voor gemeentemedewerkers, onduidelijkheid te bestaan over de regelgeving. Ecorys beveelt aan

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 15 november 2022 Pagina 6 van 9

informatie eenvoudiger en eenduidiger te maken en ook de website nog eens kritisch tegen het licht te houden. 6. Behoud de goede relaties met de verschillende afdelingen en wees ervan bewust dat wijzigingen doorvoeren tijd kost Een goede afstemming tussen de diversie onderdelen van de organisatie en hen tijdig betrekken blijft van groot belang. Dit draagt er aan bij dat regels ook in de toekomst uniform, begrijpelijk en uitlegbaar zijn. Deze afstemming zorgt er ook voor dat het beleid daadwerkelijk voldoende handvatten biedt om in de uitvoering en de handhaving werkbaar te zijn. Uit de evaluatie blijkt dat het doorvoeren van beleidswijzigingen tijd kost. Om goede processen en een effectieve uitvoering te waarborgen moet voldoende de tijd genomen worden om wijzigingen door te voeren.

4. Reactie college Het college constateert dat de evaluatie van het huidige beleid een gemengd beeld oplevert. Er is nog plek voor ruim 7.000 omzettingsvergunningen in het wijkquotum. Er blijft daardoor voldoende ruimte voor woningdelen. De voorraad voor gezinnen wordt beschermd door de wijkquota. Anderzijds neemt het aantal aangevraagde omzettingsvergunningen relatief af en staat de voorraad woningen voor gezinnen onder druk door de stijgende woningprijzen. Net als Ecorys ziet het college dat effecten van het beleid op de leefbaarheid lastig meetbaar zijn, zeker over een relatief korte periode van twee jaar. De wijk- en pandquota blijven naar mening van het college bijdragen aan de objectiviteit en meetbaarheid van (de uitvoering van) het beleid. Het wijkquotum draagt bij aan het behoud van de balans in de woningvoorraad. Tegelijkertijd kan niet worden geconstateerd of het beleid bijdraagt aan het tegengaan van de clustering van intensieve woonvormen en of de huidige wijk- en pandquota bijdragen aan het behoud van de leefbaarheid in wijken. Ook is op een aantal punten verbetering nodig in de uitvoering en de handhaving. Terecht wordt door Ecorys geconstateerd dat het huidige beleid pas ruim twee jaar van kracht is. Het is de vraag of mogelijke effecten al goed zichtbaar zijn.

Het college merkt hierbij op dat ook het kleinere aantal vergunningen dat onder de huidige regels afgegeven is (ruim 800) er voor zorgt dat de uitwerking van het huidige beleid niet/minder zichtbaar is. Een groot deel van de huidige vergunningen is vlak voor de aanscherping van het beleid aangevraagd. Voor de vergunningen van voor 1 april 2020 gold het wijk- en pandquotum en het individuele huurcontract niet. Hierdoor zijn voor de invoering van de quota in sommige wijken al concentraties ontstaan en werd in enkele wijken het wijkquotum bij aanvang van het beleid reeds overschreden. Door het relatief lage aantal na 1 april 2020 aangevraagde vergunningen heeft het grootste deel van de kamerhuurders geen individueel huurcontract, komt ook uit de evaluatie. Dit alles draagt niet bij aan de meetbaarheid van de doeltreffendheid van het huidige beleid. Wat betreft de aanbeveling om (meer) te handhaven op de vergunningsvoorwaarden, merkt het college op dat in 2020 bewust is gekozen voor handhaving op illegale situaties, vanwege de vele situaties van onvergunde kamerverhuur, en daardoor minder op handhaving van de vergunningsvoorwaarden. Voor het college staat voorop, los van voorgaande kanttekeningen, dat de uitkomsten van de evaluatie stof tot nadenken geven over het beleid. Het college gaat met de aanbevelingen over de uitvoering aan de slag.

Het college neemt de aanbevelingen mee in de realisatie van onder meer

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 15 november 2022 Pagina 7 van 9

de doelstellingen die het college zich met betrekking tot woningdelen in het coalitieakkoord heeft gesteld en die met name gericht zijn op vereenvoudiging van de regels voor woningdelen. Dit wordt hieronder beschreven. Voor het college is de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting bij uitstek de gelegenheid om het gesprek over woningdeelbeleid als mogelijke oplossing voor de wooncrisis aan te gaan en daarvoor kaders te stellen. Ook wil het college het raadsinitiatief van de VVD ‘Versoepel regels woningdelen voor woningcorporaties’ hierbij betrekken. Hieronder gaan we daar nader op in. Collegeakkoord Het college heeft in het ‘Amsterdams Akkoord 2022 – 2026’ over woningdelen het volgende opgenomen: ‘De woningnood onder studenten, jongeren en starters moet verlicht worden, daarom blijven we specifiek voor deze groepen bouwen. Ook gaan we het woningdeelbeleid evalueren om te bezien hoe we woningdelen met 3 personen eenvoudiger kunnen maken. Bijvoorbeeld door knellende voorwaarden te schrappen en te onderzoeken of er gedifferentieerd kan worden met quota. We bestrijden verkamering en vinden het belangrijk dat de balans op de woningmarkt gewaarborgd blijft door middel van quota.

We gaan in gesprek met corporaties op welke wijze zij meer ruimte kunnen bieden voor friendscontracten in vrije sector woningen.’ Juridisch onderzoek Om te kunnen komen tot mogelijke nieuwe beleidskeuzes is nader onderzoek nodig. Met name de vraag of we in de regels onderscheid kunnen maken tussen woningcorporaties en andere eigenaren, met als doel meer ruimte kunnen bieden voor friendscontracten (en woningdelen in bredere zin) in vrije sectorwoningen, moet verder worden onderzocht. Om meer inzicht te krijgen of aparte regelgeving voor corporaties, en mogelijk ook voor andere partijen, bijvoorbeeld Stadsherstel, mogelijk is, is een opdracht uitgezet bij de gemeenteadvocaat. Ook het effect van de recent ingevoerde opkoopbescherming en daarnaast het effect van mogelijk nieuw rijksbeleid, met name de voorgenomen regulering van de middenhuur, moeten worden onderzocht. Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV) Verruiming van het woningdeelbeleid kan leiden tot meer woonplekken voor Amsterdammers. Gezien de schaarste aan woonruimte en de hoge druk op de woningmarkt is hier veel behoefte aan. Tegelijkertijd moet er ook voldoende ruimte blijven voor andere groepen woningzoekenden en voor het behoud van leefbaarheid in buurt en wijken.

Wat betekent het mogelijk makkelijker maken om te woningdelen voor de leefbaarheid en voor andere groepen woningzoekenden? Het is de bedoeling om in de AAV een brede afweging te maken tussen de verschillende doelstellingen van het Amsterdamse woningbeleid en tussen verschillende belanghebbenden. Woningdelen vormt hier een onderdeel van. Mogelijke nieuwe regels voor woningdelen moeten daarom passen binnen de nieuwe visie op de Amsterdamse volkshuisvesting. Het college wil ook het raadsinitiatief van de VVD ‘Versoepel regels woningdelen voor woningcorporaties’ betrekken bij deze afweging. In het participatietraject van de AAV zal ook input van belanghebbenden over woningdelen worden opgehaald. Uitvoerbaarheid en handhaving De uitvoerbaarheid van het beleid en de handhaving zijn een belangrijk aandachtspunt in de evaluatie. Een van de aanbevelingen uit de evaluatie is om de informatievoorziening over het gebruik van de wijk- en pandquota en over woonfraude/-overlast te verbeteren, zodat beter gestuurd kan worden op (de uitvoering) van het beleid. Er wordt voorgesteld om het beleid beter

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 15 november 2022 Pagina 8 van 9

te monitoren. Ook wordt gesuggereerd om de handhavingsstrategie op onderdelen aan te passen om beter te kunnen sturen. Deze aanbevelingen zullen moeten worden meegenomen in de afwegingen voor mogelijke nieuwe beleidsvoorstellen.

5. Vervolgtraject en planning Het college wil de uitkomsten van de evaluatie betrekken bij de uitwerking van de ambities uit het coalitieakkoord. Het college wil eventueel nieuw woningdeelbeleid plaatsen binnen het bredere kader van het traject voor de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV) en de verdere uitwerking van nieuwe landelijke regelgeving. Ook wil het college het raadsinitiatief van de VVD ‘Versoepel regels woningdelen voor woningcorporaties’ betrekken bij dit traject. Het college wil daarom met u in gesprek gaan over de uitkomsten van de evaluatie op het moment dat de bredere discussie gevoerd wordt in de raad over de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting en de plaats van woningdelen hierin. Dit gesprek zal het komende half jaar plaatsvinden. Het is de bedoeling de AAV in juli 2023 vast te stellen. Het zal op dat moment nog niet gaan over de vraag ‘hoe’ het woningdeelbeleid er exact komt uit te zien. Dit zal nader worden uitgewerkt in de tweede helft van 2023, nadat de AAV is vastgesteld. Ook vragen over de uitvoering en handhaving van het beleid worden dan uitgewerkt. In de evaluatie wordt terecht geconstateerd dat doorvoeren van beleidswijzigingen tijd kost en dat om goede processen en een effectieve uitvoering te waarborgen voldoende de tijd genomen moet worden om wijzigingen door te voeren.

In het traject van de AAV wil het college vooral met u van gedachten wisselen over de bredere doelstellingen van het woningdeelbeleid en deze vervolgens vastleggen in de AAV. Het gaat dan onder andere over vragen als ‘voor wie is het woningdeelbeleid?’, ‘welke groepen hebben baat bij woningdelen in de stad?’, ‘welke gevolgen heeft woningdelen’, ‘wegen de voordelen van mogelijke oplossingen op tegen eventuele nadelen?’. Voor deze vragen en andere wil het college input ophalen in de komende maanden, onder andere tijdens de participatieavonden in het kader van de AAV. Ook wil het college het raadsinitiatief van de VVD hierbij betrekken. Het is de bedoeling de AAV in de zomer van 2023 in de gemeenteraad vast te laten stellen. Daarmee zal ook het bredere kader voor het woningdeelbeleid worden vastgesteld. Hierna zal het woningdeelbeleid verder worden uitgewerkt en zal het college met concrete voorstellen komen. Ondertussen gaat het college zo veel mogelijk aan de slag met de aanbevelingen die specifiek over de uitvoering van het huidige beleid gaan. Zo wordt naar mogelijkheden gekeken de informatieverstrekking over het beleid te verbeteren en blijft de onderlinge samenwerking en afstemming een punt van aandacht.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 15 november 2022 Pagina 9 van 9

Planning Het college wil mogelijke voorstellen voor nieuw woningdeelbeleid plaatsen binnen het kader van de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV). Het is de bedoeling om de AAV in juli 2023 vast te stellen. Over de landelijke regelgeving verwachten we medio 2023 meer duidelijkheid. Het college wil daarom in het najaar van 2023 eventueel nieuw beleid woningdelen ontwikkelen. Begin 2024 kunnen dan definitieve beleidsvoorstellen worden uitgewerkt. Mogelijk nieuw woningdeelbeleid kan dan in werking treden met het van kracht worden van de gewijzigde Huisvestingsverordening Amsterdam 2024, per 1 januari 2025.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd,

Hoogachtend, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Zita Pels wethouder Volkshuisvesting

Bijlage 1: Eindrapport Evaluatie Kamerverhuurbeleid Amsterdam 2022, Ecorys

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12134461/1