Raadsinformatiebrief eindrapport Amsterdams experiment met de bijstand.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan:
Portefeuillehouder(s): Behandeld door
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 26 juni 2023 Sociale Zaken Rutger Groot Wassink Directie Inkomen (bestuurszaken.wpi@amsterdam.nl)
Onderwerp
Eindrapport Amsterdams experiment bijstand
Datum Portefeuille(s)
Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief bied ik u met trots het eindrapport van het Amsterdams experiment met de bijstand aan. Het rapport kijkt terug op ruim vier jaar (2018-2022) onderzoek naar verschillende vormen van begeleiding van bijstandsgerechtigden en geeft (beleids)aanbevelingen voor de uitvoeringspraktijk. Op 27 juni a.s. organiseert de gemeente Amsterdam samen met de Hoge School van Amsterdam (HvA) en de Universiteit van Amsterdam (UvA) een slotconferentie, waarvoor u bent uitgenodigd. De onderzoekers presenteren dan de inzichten en aanbevelingen en gaan hierover met de aanwezigen in gesprek. Wij nemen de aanbevelingen, die deels al zijn overgenomen, ter harte. Met het eindrapport komt het experiment met de bijstand in Amsterdam ten einde. De inzichten gebruiken we om de regeling bijverdienen in de bijstand, die sinds 1 maart 2021 openstaat voor iedereen die in Amsterdam bijstand ontvangt, te verbeteren. Hoe het college opvolging geeft aan het eindrapport leest u in deze brief. Aanleiding experimenten Participatiewet Op 1 april 2017 trad het Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet in werking, waarmee gemeenten de mogelijkheid geboden werd om door middel van experimenten te onderzoeken hoe de Participatiewet met betrekking tot arbeidsinschakeling van bijstandsgerechtigden doeltreffender uitgevoerd kan worden.
Om als experimenteergemeente in aanmerking te komen om op onderdelen en voor een bepaalde periode af te wijken van de wet, werden voorwaarden gesteld. Een voorwaarde was, dat de bij de wet verplicht voorgeschreven verordeningen van de aanvragende gemeente in overeenstemming zijn met de wet, zoals het verplicht toepassen van de tegenprestatie. Amsterdams experiment De stringente, voor Amsterdam veel te beperkende randvoorwaarden van het landelijke experiment onder de AMvB1, was voor Amsterdam in 2017 aanleiding een eigen experiment op te zetten op basis van de motie van de leden Groot Wassink, Verheul en Bijleveld2. Het experiment 1 Gemeenten die binnen de kaders van het Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet onder de
Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid experimenten met de bijstand uitvoerden waren: Groningen, Deventer, Nijmegen, Tilburg, Utrecht/Zeist en Wageningen. 2 amsterdam.raadsinformatie.nl/2017/motie973/experimentbijstand
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 26 juni 2023 Pagina 2 van 5
was een kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar het effect van verschillende begeleidingsvormen en naar het effect van de bijverdienpremie op economische en maatschappelijke participatie en welzijn van de deelnemers. Het experiment kende rond 5.000 deelnemers waarvan ca. 750 meededen aan het wetenschappelijk onderzoek3. Doordat het Amsterdams experiment niet onder de AMvB viel, werd het experiment naar eigen wensen opgezet. Door de verschillen in met name de duur (vier jaar in plaats van twee jaar, inclusief een extra jaar effectmeting) en het volume aan deelnemers, bood het Amsterdams experiment de kans op meer wetenschappelijk betrouwbare inzichten. Kern van de aanbevelingen en opvolging Zoals eerder met u gedeeld4 heeft het college begin 2021 besloten tot een vervolginzet naar aanleiding van tussentijdse inzichten van het experiment, met name vanwege het positieve effect van de bijverdienpremie op het werken in de bijstand. Daarmee krijgen sinds 1 maart 2021 alle Amsterdammers die werken in de bijstand de bijverdienpremie. De bijverdienpremie maakt werken in de bijstand aantrekkelijker en stimuleert bijstandsgerechtigden om de stap naar werk te maken, zodat werken in de bijstand loont en een bijdrage levert aan het versterken van bestaanszekerheid.
Meerdere gemeenten in Nederland hebben het voorbeeld van Amsterdam om de bijverdienpremie als regeling in te voeren opgevolgd5. In het eindrapport doen de onderzoekers uitgebreide aanbevelingen voor (aanpassing van) de dienstverlening aan bijstandsgerechtigden. In de raadsbrief van 16 januari jl.6 heb ik uw raad al geïnformeerd over de inzichten op basis van de nameting (T3). Een belangrijke constatering is dat er geen significant verschil is tussen de drie begeleidingsvormen. Dit betekent dat niet één bepaalde vorm van begeleiding passend is en dat er ruimte is om bijstandsgerechtigden maatwerk te bieden. Uit het experiment bleek ook dat bijstandsgerechtigden die meer dan 16 uur per week werken, meer kans hebben uit te stromen naar werk dan mensen die minder dan 16 uur werken (grafiek 1). Grafiek 1: uitstroom% op basis van werkuren
3 De drie begeleidingsvormen zijn: extra aandacht, zelfregie en reguliere begeleiding. De respondenten die
reguliere begeleiding kregen heetten in het experiment de vergelijkingsgroep. 4 amsterdam.raadsinformatie.nl/document/raadsinformatiebrief2021116 5 Onder andere de gemeenten Wageningen, Leeuwarden en Rotterdam 6 amsterdam.raadsinformatie.nl/document/raadsinformatiebrief20230116
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 26 juni 2023 Pagina 3 van 5
Mede door de inzichten uit de jaarlijkse tussenrapportages en het effect van de bijverdienpremie is al een aantal zaken in gang gezet. Naast het beschikbaar maken van de premie voor iedereen is de afgelopen 2 jaar intensief ingezet om bijstandsgerechtigden beter te kunnen koppelen aan beschikbare vacatures: niet-werkenden worden naar werk toegeleid op basis van het gezamenlijk ontwikkeld klantbeeld, waarmee een werkperspectief in kaart is gebracht. We hebben werkende parttimers geholpen aan urenuitbreiding en hen ondersteund bij het uitonderhandelen van betere arbeidsvoorwaarden. Met deze aanpak zijn ondertussen meer dan 300 parttimers begeleid naar volledige uitstroom uit de bijstand. De aanpak krijgt een regulier vervolg: er is een visie op deeltijdwerk vastgesteld, waarbij onder andere ook deeltijdwerk als hoogst haalbaar voor een belangrijke groep mensen in de bijstand wordt gewaardeerd. Om bij deeltijdwerk te zorgen voor een betrouwbare en foutloze inkomstenverrekening en werkenden met vooralsnog vaste inkomsten te ontlasten, zijn we gestart met pilots die deze verrekeningen eenvoudiger maken en waar mogelijk het proces te automatiseren. Deze pilots lopen door en worden gefaseerd uitgebreid van vast naar variabel inkomen. In het najaar wordt u hierover nader geïnformeerd.
Agenda bestaanszekerheid Het experiment laat de meerwaarde zien van een gedifferentieerd gemeentelijk bijstandsbeleid, met minder focus op uitstroom en meer zicht op de individuele mogelijkheden en beperkingen van de bijstandsgerechtigden. Naast aandacht voor deeltijdwerk was er ook ruimte voor andere vormen van participatie, zoals vrijwilligerswerk en mantelzorg. Dat blijkt voor een substantiële groep bijstandsgerechtigden het hoogst haalbare. De bijverdienpremie is daarbij een belangrijk instrument, een kansrijke eerste stap richting het versterken van meer bestaanszekerheid. We werken dit verder uit in de Agenda bestaanszekerheid, waarin de visie van het college op dit onderwerp zal worden verwoord. We willen af van ad hoc maatregelen als reactie op de actuele bestaanszekerheidscrisis en gaan als gemeente voor de lange termijn een aantal verbeteringen doorvoeren. De uitkomsten van het experiment sluiten daar op aan: in Amsterdam wordt het bijstandsbeleid gebaseerd op vertrouwen in de burger en de inzet op wat wél mogelijk is, in plaats van wat niet mag of kan. Waar heeft iemand wél recht op, is iemand ook echt geholpen of is er wellicht ook nog andere hulp nodig. De speerpunten zijn: nabije dienstverlening, persoonlijk en integraal.
Community of practice7 Uit het experiment kwam nogmaals duidelijk naar voren dat de klantbegeleider een cruciale rol speelt bij het welbevinden en de perspectieven van bijstandsgerechtigden. Persoonlijke aandacht, vertrouwen, het maken van een weloverwogen begeleidingskeuze, medezeggenschap over de doelstellingen en het tempo daarin (maatwerk, geen one size fits all) vereisen investeringen in het vakmanschap van de klantbegeleider en het professionaliseren van de dienstverlening. Dit is mede de reden waarom Amsterdam samen met andere gemeenten en partners8 deelneemt aan de Community of Practice Gewogen Maatwerk vanuit Divosa, waar juist op deze onderwerpen ingezet wordt. 7 divosa.nl/community-practice-gewogen-maatwerk 8 Met onder andere gemeente Arnhem, Den Haag en Tilburg, beroepsopleidingen, de Beroepsvereniging voor
medewerkers in sociale domein (SAM; sam.nl) en het wetenschappelijk onderzoeksbureau TNO (tno.nl) wordt gewerkt aan verbetervoorstellen voor de re-integratiepraktijk op basis van wetenschappelijke inzichten.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 26 juni 2023 Pagina 4 van 5
Verdere opvolging van de aanbevelingen Het college zal verder kennis nemen van de aanbevelingen. Het is niet mogelijk om álle adviezen in het eindrapport gelijktijdig op te volgen. Belangrijk is om de lessons learned uit het experiment onder de aandacht te brengen en te implementeren. Kern daarbij is meer persoonlijke aandacht, maatwerk, waar nodig frequent(er) contact, op een wijze waarop bijstandsgerechtigden zich gezien, gehoord en gewaardeerd voelen. Uit de nameting bleek al dat voor specifieke groepen Amsterdammers (extra) kwalitatieve aandacht en maatwerk voor de (werkzoekende) bijstandsgerechtigde meer oplevert als het gaat om (meer) kans op werk, werk en werkbehoud. Zie ook grafiek 2. Onder het project ‘Amsterdammers begeleid aan de slag’ worden al verschillende nieuwe vormen van begeleiding uitgeprobeerd met als doel het vergroten van de duurzame arbeidsparticipatie van mensen met een (vermoedelijke) arbeidsbeperking. Grafiek 2: % werkenden (betaald werk) per tussenmeting en per begeleidingsvorm
In het wetsvoorstel ter herziening van de Participatiewet dat momenteel voorligt voor internetconsultatie, is de stimuleringsregeling arbeidsinschakeling (bijverdienpremie) niet uitgebreid. Wel is een nieuwe vrijlatingsregeling opgenomen (met behoud van 15% van inkomsten uit werk) met een langere duur en voor een bredere doelgroep. De verwachte invoeringsdatum van deze regeling is 1 januari 2025. Het college vindt deze wetsaanpassing onvoldoende en blijft daarom de ontwikkelingen rondom het bijverdienen in de bijstand kritisch volgen. Ook is in de wet de stimuleringsregeling arbeidsinschakeling als tijdelijk aangemerkt; het college blijft zich echter inzetten om in Amsterdam de bijverdienpremie structureel beschikbaar te houden9. daarnaast werkt het college een voorstel uit voor een experimentele uitstroompremie en om werken in de bijstand nog meer te stimuleren, beide in het kader van de aanpak Iedereen kans op werk (IKOW).
9 De maatregelen uit het eerste spoor herziening Participatiewet zullen op z’n vroegst per 1 januari 2025 ingaan. Dit
betekent dat de bijverdienregeling in Amsterdam minimaal met 1 jaar zal moeten worden verlengd, wil het college deze regeling ook vanaf 1 januari 2024 beschikbaar houden.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 26 juni 2023 Pagina 5 van 5
Tot slot Met het rapport sluiten we het experiment met de bijstand af. Graag wil ik iedereen die dit experiment mogelijk heeft gemaakt van harte bedanken, met name alle bijstandsgerechtigden die hebben geparticipeerd in het onderzoek. Het is fantastisch om te zien hoe zij zich hebben ingezet en aan de bron staan van de inzichten en aanbevelingen die nu voorliggen, in een periode die door onder andere de coronacrisis ontegenzeggelijk niet gemakkelijk was. Uiteraard bedank ik ook de onderzoekers van de HvA en de UvA. In het eindrapport worden vanuit ervaringen uit het experiment met de bijstand nadere aanbevelingen gedaan, zoals het langdurig blijven experimenteren met grote groepen voor meer significante inzichten. Het college blijft zich inzetten voor nader (wetenschappelijk) onderzoek en meer experimenten om de dienstverlening evidence based verder te ontwikkelen. In het derde kwartaal van dit jaar kom ik met een raadsinformatiebrief over de stand van zaken van het programma Iedereen kans op werk (IKOW), waarin onder andere de inzet op deeltijdwerk in de bijstand een vervolg krijgt. In die brief zal het college ook aangeven op welke wijze de aanbevelingen uit het eindrapport verder praktisch vorm krijgen. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Rutger Groot Wassink Wethouder Sociale Zaken Bijlage: Eindrapport Amsterdams experiment met de bijstand
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl