Raadsinformatiebrief eerste evaluatie Participatieverordening
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Afdoening toezegging
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 2 december 2025 Democratisering Rutger Groot Wassink Stedelijk Team Participatie (participatie@amsterdam.nl) Eerste evaluatie Participatieverordening en afdoening meerdere toezeggingen
Geachte leden van de gemeenteraad, Op 15 september 2024 is de Participatieverordening gemeente Amsterdam van kracht geworden. In de Participatieverordening is vastgelegd dat deze in het eerste, tweede en derde jaar geëvalueerd wordt. In deze raadsinformatiebrief informeert het college u over de eerste evaluatie met betrekking tot de uitvoering van de Participatieverordening. In het tweede kwartaal van 2027 wordt de tweede evaluatie van de uitvoering van de Participatieverordening aangeboden aan de gemeenteraad. Tegelijkertijd met die evaluatie zal een wijziging van de Participatieverordening worden voorgesteld gebaseerd op de bevindingen uit de eerste twee jaar. In de derde evaluatie over het jaar 2027 kunnen de wijzigingen in de Participatieverordening naar aanleiding van de eerste twee jaar worden meegenomen. In deze brief worden tevens enkele toezeggingen afgedaan op basis van de eerste bevindingen en een toelichting gegeven op een aantal andere lopende processen die te maken hebben met democratisering en participatie, zoals de Bewonerseffectrapportage. De gemeente werkt op talloze manieren samen met Amsterdammers aan de stad. Elke dag wordt er in de buurten gewerkt aan het verbeteren van de leefomgeving en aan oplossingen voor de meest uiteenlopende vraagstukken.
Die samenwerking kent allerlei vormen: denk aan de meer dan 1000 plannen die per jaar worden ingediend voor de buurtbudgetten, 1250 initiatieven die actief zijn in de gemeenschapseconomie, meer dan 3500 containeradoptanten die helpen de stad schoon te houden, adviesraden en cliëntenorganisaties waarmee intensief wordt samengewerkt, de 130 gebiedsmakelaars die op dagelijkse basis in gesprek zijn in de Amsterdamse buurten, bewoners die worden betrokken om mee te denken over beleid en projecten in hun buurt, buurthuizen die in beheer zijn bij bewoners(organisaties), buurtplatformen die op buurtniveau actieve buurtgenoten aan elkaar verbinden, werknemerscoöperaties in Nieuw West, de voorbeelden zijn legio. De Participatieverordening gaat niet over alle vormen van samenwerking, maar legt kwaliteitseisen en spelregels vast over de onderdelen bewonersparticipatie, overheidsparticipatie en netwerkparticipatie en helpt daarmee om de samenwerking tussen de gemeente en Amsterdammers te ordenen. Doel van de Participatieverordening bij bewonersparticipatie is niet om méér te participeren maar om de besluitvorming te verbeteren. Bij overheids- en
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 2 december 2025 Pagina 2 van 7
netwerkparticipatie gaat het om verschuiving van eigenaarschap en meerjarige gelijkwaardige samenwerking. De onderzoeksvraag die centraal staat in deze evaluatie is of afspraken uit de Participatieverordening worden nageleefd en of dit het effect heeft dat ermee wordt beoogd. Geeft de organisatie bij het organiseren van participatie, invulling aan de eisen zoals deze in de Participatieverordening zijn vastgelegd? Ervaren deelnemers als gevolg meer transparante, navolgbare en zorgvuldige participatieprocessen? Lukt het om buurtrechten en buurtplatformrecht goed in uitvoering te krijgen? Om antwoord te kunnen geven op het eerste deel van deze vraag zijn zowel kwantitatieve als kwalitatieve data verzameld over participatieplannen en participatieverslagen. De kwantitatieve data zijn opgenomen in een monitor in een overzichtelijk dashboard waarvan uw raad op 26 maart 2024 de 0-meting monitor participatie heeft ontvangen. Voor de voorliggende evaluatie zijn data uit de monitor van het afgelopen jaar gebruikt. In de monitor wordt gebruik gemaakt van bronnen die voorhanden zijn. Dit betekent dat niet alle gegevens over participatie kunnen worden verkregen. Bovendien strekt de samenwerking met de Amsterdammers zoals u hierboven heeft kunnen lezen vele malen verder dan datgene dat in de Participatieverordening staat.
Tegelijkertijd is het monitoren van participatie op de schaal van de stad nog niet eerder op deze wijze inzichtelijk gemaakt, ook andere gemeenten kennen (nog) geen vergelijkbare monitoring. De gemeente Amsterdam zet hiermee dus een belangrijke stap om de komende jaren trends in beeld brengen, te signaleren wat al goed verloopt en waar nog meer aandacht voor nodig is. Heeft de verordening het effect dat ermee wordt beoogd? Ervaren deelnemers meer transparante, navolgbare en zorgvuldige participatieprocessen? In totaal worden hiervoor tot en met eind 2026 zo’n twintig casussen op het gebied van bewonersparticipatie gevolgd waarvan bij zes casussen etnografisch1 onderzoek zal plaatsvinden, er is nu gestart met vijf casussen. De UvA en de HvA voeren deze opdracht tot eind 2026 gezamenlijk uit onder leiding van dr. Nanke Verloo, Associate Professor of Urban Politics and Planning aan de UvA en dr. Stan Majoor van het lectoraat Grootstedelijke vraagstukken van de HvA. Met betrekking tot buurtrechten en buurtplatformrecht zijn cijfers opgenomen in het bovengenoemde dashboard.
Belangrijkste bevindingen evaluatie Participatieverordening Bewonersparticipatie De vraag hoe de afspraken uit de verordening met betrekking tot bewonersparticipatie worden nageleefd en of deze het beoogde effect hebben, wordt beantwoord middels een steekproef, een kwalitatieve toets van plannen en verslagen en door onderzoek van de UvA en HvA. De eerste conclusies laten zien dat de procedurele afspraken uit de verordening, het publiceren en opstellen van plannen en verslagen goed op gang zijn gekomen. Ook kwalitatief voldoen veel plannen aan de vereisten uit de verordening. Een aantal onderdelen heeft meer aandacht nodig, zoals het betrekken van omgevingsinformatie bij het opstellen van een participatieplan en inspanningen om 1
Bij etnografisch onderzoek wordt langdurig en intensief gekeken naar (in dit geval) participatieprocessen en de reacties van deelnemers hierop.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 2 december 2025 Pagina 3 van 7
ondervertegenwoordigde groepen te bereiken. Onderzocht wordt wat nodig is om de participatieplannen op die onderdelen te verbeteren. Tegelijkertijd is de publicatie van plannen en verslagen geen doel op zich en moet de aandacht vooral gaan naar het versterken van de ondersteuning van uitvoerende professionals. We zullen de komende tijd scherp zijn op overbodige bureaucratie en processturing. Waar leidt de verordening in de organisatie tot onnodige administratieve verzwaring en waar kan participatie eenvoudiger en versnellen? Het onderzoek van de UvA en HvA schetst een voorlopig beeld van de subjectieve beleving van deelnemers aan participatie en de achtergrond van deelnemers. Daarnaast doen de onderzoekers een aantal aanbevelingen op basis van de eerste inzichten uit de door hen gevolgde casussen. Naast aanbevelingen aan de organisatie benoemen zij ook het belang van de rol van het bestuur. De politieke discussie over kaders zou een integraal onderdeel moeten zijn van ieder participatieproces. De onderzoekers geven aan dat het gesprek hierover explicieter gevoerd kan worden tussen bestuur en organisatie. Het is belangrijk om meer aandacht te hebben voor bestuurlijke keuzemomenten, zowel voorafgaand aan een participatietraject als gedurende het traject wanneer daar aanleiding toe is.
Met betrekking tot ondervertegenwoordigde groepen: De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van de Participatieverordening expliciet gevraagd inclusiviteit bij participatie op te nemen in de monitor. Op twee plekken wordt dit gedaan, in de steekproef van de participatieplannen uitgevoerd door het Stedelijk Team Participatie in samenwerking met vier actieve bewoners uit de participatiewerkplaats, en in het onderzoek van de UvA-HvA. Daarnaast valt op dat: • In participatieplannen meer aandacht kan worden besteed aan de inspanningen die worden ingezet om ondervertegenwoordigde groepen te bereiken; • Bij de onderzochte participatiebijeenkomsten een oververtegenwoordiging van HBO/WO opgeleiden, ouderen en in Nederland geboren deelnemers te zien is; • De gemeente het beste kan werken aan bredere en diverse vertegenwoordiging van mensen, in plaats van grotere opkomst, om zo de kwaliteit en niet de kwantiteit van participatie te vergroten, zo constateren de onderzoekers van de UvA/ HvA. Met betrekking tot de participatieparagraaf: • De participatieparagraaf in bestuurlijke stukken wordt nog onvoldoende benut als instrument voor het bestuur om in positie te komen bij het inrichten van participatie. De komende periode wordt extra aandacht besteed aan wat nodig is om de gewenste kwaliteit te bereiken.
Overheidsparticipatie • Er zijn nog niet veel buurtrechten aangevraagd en er zijn nog geen buurtrecht-aanvragen gehonoreerd. Onderzocht wordt hoe het buurtrechtproces versneld en verstevigd kan worden. We gaan daarbij aanvragen sneller bestuurlijk maken; • Het biedingsrecht gaat in de Participatieverordening om koop of huur van een pand. Er is dus geen biedingsrecht op grond op basis van de Participatieverordening. Er komen wel aanvragen binnen die gaan over invulling van grond. Deze verwachtingen worden in elk geval deels gecreëerd door verouderde informatie in het beleidskader buurtrecht (2021),
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 2 december 2025 Pagina 4 van 7
waaruit het lijkt alsof bieding op grond wel (onder voorwaarden) mogelijk is. Het beleidskader is in tegenspraak met geldend stedelijk beleid op het gebied van gronduitgifte. Netwerkparticipatie • In het eerste jaar zijn belangrijke stappen gezet en we gaan voort op het pad dat we hebben ingeslagen. Er zijn nu 24 aanvragen voor erkenning gedaan en steeds meer buurtnetwerken weten de weg te vinden naar het buurtplatformrecht; • We werken aan het versnellen van het proces van erkenning en het maken van samenwerkingsafspraken. Dat dit langer duurt dan verwacht komt onder meer doordat deze werkwijze relatief nieuw is voor de gemeente, wat geleid heeft tot onzekerheid over de uitvoering van het werkproces rond erkenning en behoefte aan meer inzicht in wat buurtplatformen van de gemeente vragen en of dat waargemaakt kan worden. De opgave die nu voorligt is om versnelling aan te brengen in het erkenningsproces en versterking van de uitvoeringspraktijk in de buurten. De ervaringen die we nu opdoen helpen hierbij; processtappen worden verhelderd en er zijn voorbeelden van samenwerkingsafspraken, waardoor we de komende periode kunnen versnellen; • De komst van de Participatieverordening heeft de samenwerking tussen georganiseerde bewonersorganisaties in de stad versterkt en geprofessionaliseerd.
De rol van de gemeenteraad Graag gaat het college nader met de raad in gesprek over de rol die zij kan spelen bij participatie. Uit een technische sessie op 27 augustus jl. kwam naar voren dat raadsleden zich regelmatig niet voldoende in positie voelen om hun controlerende rol op het gebied van participatie goed uit te oefenen. Meer gestandaardiseerde basisinformatie is hierbij belangrijk om een inschatting te maken over de kwaliteit van het participatieproces. De verwachting is dat de Participatieverordening en de bijbehorende monitoring de raad hierbij gaat ondersteunen. In de technische sessie werd ook genoemd dat de kaderstellende rol voor raadsleden beter kan worden uitgewerkt. Zoals eerder in deze brief beschreven, kan een grote stap gezet worden als vooraf een betere inschatting gemaakt wordt van de ruimte die er is voor participatie. Zowel de ambtelijke organisatie als Amsterdammers verliezen te veel tijd aan participatieprocessen voor onderwerpen waar de ruimte zo beperkt is dat met de inbreng van de Amsterdammers onvoldoende gedaan kan worden. Dit leidt in de praktijk vaak tot flinke teleurstellingen. In zo'n geval is het beter om geen participatie te organiseren, een optie waar de Participatieverordening ook in voorziet. Tegelijkertijd laat de gemeente soms ruimte liggen daar waar die wel te maken is.
Het college vraagt u te overwegen wat uw rol kan zijn voorafgaand aan besluitvorming over participatie. Op welk moment wenst u het gesprek over participatie te voeren? Zou dat meer dan nu aan de voorkant kunnen liggen? Een aanbeveling die het college in ieder geval doet, is het opnemen van een participatieparagraaf in commissievoordrachten. Graag bieden we in voorbereiding op de komende coalitieperiode nieuwe gemeenteraadsleden een handreiking aan met mogelijke rollen van de gemeenteraad bij participatie in de verschillende fases van besluitvorming. De handreiking stellen we graag op in samenwerking met de griffie en geïnteresseerde raadsleden.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 2 december 2025 Pagina 5 van 7
Afdoening toezeggingen met betrekking tot de Participatieverordening Met deze brief informeert het college u ook over de afdoening van verschillende toezeggingen ten aanzien van de Participatieverordening, deze betreffen onder meer bewonersparticipatie, buurtrecht en buurtplatformrecht. Bewonersparticipatie • Op 22 mei 2024 heb ik u in de commissievergadering SED toegezegd om te onderzoeken hoe diversiteit in participatie (o.v.v. het lid Broersen van Volt) en jongerenparticipatie (o.v.v. het lid Belkasmi van de PvdA) in de monitor meegenomen kunnen worden (TA2024-000545). In de Participatieverordening is opgenomen dat extra inspanningen moeten worden verricht om die groepen te betrekken die niet vanzelf gehoord worden. Dit wordt in de monitor op twee plekken onderzocht, in de steekproef van de participatieplannen en in het onderzoek van de UvAHvA. Daarnaast zijn er handreikingen voor de ambtelijke organisatie opgesteld voor het betrekken van ondervertegenwoordigde groepen en het betrekken van jongeren. •
Op 26 juni 2024 heb ik u in de raadsvergadering toegezegd om bij de evaluatie van de Participatieverordening mee te nemen of er duidelijkheid is bij de burger waarom er geen participatie plaatsvindt, indien er gekozen is om geen participatie te laten plaatsvinden (TA2024-000812). Bij elk nieuw beleidsvoornemen of project dient de afweging te worden gemaakt of participatie aan de orde is. Deze afweging landt in principe in de participatieparagraaf van de bestuurlijke voordracht. Als wordt afgezien van participatie moet dat in de paragraaf worden gemotiveerd. De collegevoordrachten worden gepubliceerd, daarmee wordt deze afweging openbaar en kunnen Amsterdammers volgen waarom wordt afgezien van participatie. Het is dan wel belangrijk dat de participatieparagrafen goed worden ingevuld. Uit de eerste evaluatie blijkt dat aandacht voor het beter vullen van de participatieparagraaf nog steeds nodig is. •
Op 19 juni heb ik u in de commissievergadering SED toegezegd om te kijken hoe de raad betrokken kan worden bij de pilot procesinterventie naar aanleiding van de Participatieverordening (TA2024-000674). Er is een voorstel gemaakt op welke wijze een procesinterventie bij participatieprocessen zou kunnen plaatsvinden. Aan de hand van gesprekken met diverse experts en belanghebbenden in participatieprocessen is nagedacht over een wijze waarop deze interventie een vorm zou kunnen krijgen en in de praktijk kan worden gebracht. Naast kansen is ook gesproken over de kanttekeningen van een dergelijk instrument. In de bijlage over procesinterventie wordt hier nader op ingegaan. U wordt gevraagd aan te geven op welke wijze uw raad in het verdere proces betrokken wil zijn. Netwerkparticipatie/ buurtplatformrecht • Op 29 mei 2024 heb ik in uw commissievergadering toegezegd nog deze raadsperiode een beleidskader buurtplatformrecht op te stellen. (TAO2024-000619) Gaandeweg is bij betrokken buurtplatformen, stadsdeelbestuurders en ambtenaren het inzicht ontstaan dat de versteviging van het buurtplatformrecht die met een beleidskader werd beoogd, beter op een andere manier bereikt kan worden. Daarom wordt geen beleidskader opgesteld,
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 2 december 2025 Pagina 6 van 7
maar in plaats daarvan een pakket van producten en diensten waarmee de ontwikkeling en uitvoering van het buurtplatformrecht wordt ondersteund. Met dit pakket zetten we met alle betrokken partners stappen die bijdragen aan de ontwikkeling en uitvoering van het buurtplatformrecht. De te leren en geleerde lessen zijn opgenomen in een Dynamisch Handboek Buurtplatformrecht, dat u ter informatie ontvangt als bijlage bij deze raadsinformatiebrief. Eventuele voorstellen voor aanpassing van de Participatieverordening ten aanzien van het buurtplatformrecht volgen uiterlijk bij de tweede evaluatie van de Participatieverordening. •
Tijdens de bespreking van de Participatieverordening in de gemeenteraad is de toezegging gedaan om de route tot het kiezen van één buurtplatform per buurt mee te nemen in het kader buurtplatformen (TA2024-000673). De huidige formulering in de door het college vastgestelde Afspraken, uitgangspunten en spelregels voor de samenwerking tussen buurtplatformen en gemeente staat dat er In principe één platform per buurt kan zijn. Dit laat ruimte voor interpretatie en brengt in de praktijk onduidelijkheid met zich mee. Nu er geen beleidskader wordt opgesteld, kan een wijziging in de Participatieverordening op dit punt pas worden doorgevoerd bij de evaluatie (Q2 2027). •
Tijdens de bespreking van de Participatieverordening in de gemeenteraad is motie 263.24 van raadslid Veldhuyzen (De Vonk) c.s. aangenomen, over de uitbreiding voor financiering van buurtplatformen (TAO2024-000727). In het tweede kwartaal van 2026 ontvangt u een raadsinformatiebrief over de Social handprint van de buurtplatformen. Deze methodiek laat de toegevoegde waarde van buurtplatformen (uitgedrukt in euro's) zien, en laat ook zien aan welke beleidsterreinen de buurtplatformen een bijdrage leveren. Daarnaast maken we inzichtelijk vanuit welke middelen buurtplatformen nu gefinancierd worden. Deze motie wordt in deze raadsinformatiebrief dus nog niet afgedaan. Volgende evaluatie begin 2027 Naar aanleiding van de volgende evaluatie begin 2027 zal een wijziging van de Participatieverordening worden voorgesteld gebaseerd op de bevindingen uit de eerste twee jaar. Dan zullen de kwalitatieve onderzoeken verder gevorderd zijn, focusgesprekken gevoerd zijn met organisatie en bestuur over de eerste bevindingen en kunnen er meer onderbouwde conclusies getrokken worden en aanbevelingen geformuleerd. Aanbevelingen Rekenkamer Participatieparagraaf In het bestuurlijk rapport Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Amsterdam constateert de Rekenkamer dat het college beperkt transparant is over de opvolging van de adviezen van de Rekenkamer.
Het college heeft toegezegd om informatie over de opvolging van de adviezen zoveel mogelijk te integreren in de reguliere raadsinformatiebrieven. In de bijlage kunt u per aanbeveling lezen op welke wijze het college de drie aanbevelingen over de participatieparagraaf heeft opgevolgd (bijlage Aanbevelingen Rekenkamer Participatieparagraaf). Voortgang pilot Bewonerseffectrapportage (BER) In het coalitieakkoord 2022-2026 is afgesproken om de Bewonerseffectrapportage (BER) in deze bestuursperiode breder in te gaan zetten. Het doel van een BER is om tijdig en transparant in kaart te brengen wat de gevolgen van een geplande verandering zijn voor het dagelijks leven en welzijn van bewoners, zodat deze zorgvuldig kunnen worden meegewogen in de besluitvorming. Met de
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 2 december 2025 Pagina 7 van 7
introductie van de handreiking en het model BER in de commissie SED van 22 januari 2025, is afgesproken om u te informeren over de voortgang van de ontwikkelingen van de BER tijdens de jaarlijkse evaluatie van de Participatieverordening. In de bijlage over de Bewonerseffectrapportage wordt u geïnformeerd over de laatste stand van zaken. Tot slot Het college beschouwt hiermee de toezeggingen Monitoren inzet op ondervertegenwoordigde groepen en jongeren (TA2024-000545), Duidelijk maken voor bewoners waarom er geen participatie plaats vindt (TA2024-000812), Betrekken van de raad bij pilot Procesinterventie (TA2024-000674), Beleidskader buurtplatformrecht (TAO2024-000619) en Een route voor het kiezen van één buurtplatform per buurt mee te nemen in het kader buurtplatformen (TA2024000673) als afgedaan. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Rutger Groot Wassink Wethouder Democratisering
Bijlagen 1. Eerste evaluatie Participatieverordening 2. Tussentijdse bevindingen ervaringsonderzoek participatie Uva/HvA 3. Dynamisch handboek buurtplatformrecht 4. Stand van zaken Bewonerseffectrapportage (BER) 5. Stand van zaken Procesinterventie bij participatie 6. Aanbevelingen Rekenkamer participatieparagraaf
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl