CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief doorstroombeleid.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 6 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de uitkomsten van het onderzoeksrapport Doorstroming in broedplaatsen, een onderzoek (VN2025-014689)4.158 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 16 oktober 2025 Kunst en Cultuur Touria Meliani Directie EZC, afdeling Kunst en Cultuur, bestuurszaken.ezc@amsterdam.nl Uitkomsten van het onderzoeksrapport “Doorstroming in broedplaatsen, een onderzoek”

Geachte leden van de gemeenteraad, Op 24 april 2024 werd het Amsterdams Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026 vastgesteld in de gemeenteraad. Hierin is een paragraaf over doorstroom in broedplaatsen opgenomen die stelt dat creatieven die een ruimte huren waarvoor een positieve CAWA-toets nodig is, na tien jaar gebruik plaats moeten maken voor nieuwe creatieven. Daarbij is aangegeven dat er onderzoek zal worden gedaan naar de effectiviteit van dit beleid voordat de eerste kunstenaars hun ruimte zouden moeten verlaten. Het college realiseert zich dat een gedwongen vertrek uit een atelier van grote impact is op de carrière van de kunstenaars. Daarom vindt het college het van groot belang om meer inzicht te krijgen in dit verloop voordat de doorstroming regeling in 2026 effect voor huurders heeft. Bij de behandeling van het Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026 is daarnaast de motie 163 van het lid Emmerink aangenomen die college aanvullend op de passage in het beleid verzoekt naast het onderzoek naar de effecten van de doorstroom ook de alternatieven te onderzoeken en daarbij in gesprek met de CAWA en de kunstenaars te gaan om meer atelierruimte te creëren en doorstroom zoveel mogelijk te beperken.

Het onderzoek naar doorstroom in broedplaatsen is inmiddels afgerond en de primaire conclusie is dat het huidige doorstroombeleid niet leidt tot een meer open, dynamisch en toegankelijk broedplaatsenbestand. Het college zal daarom een beleidswijziging aan de raad voorstellen waarbij de maximale huurtermijn van 10 jaar per direct komt te vervallen en de focus verschuift van het beschikbaar maken van fysieke ruimte (doorstroom) naar het juist invullen van de beschikbare ruimte (instroom). In deze brief informeert college u over de uitkomsten van het onderzoek en de reactie van het college hierop. Achtergrond Kunstenaars hebben een werkplek nodig. Idealiter heeft iedere kunstenaar een atelier beschikbaar zo lang als nodig is. Maar er is grote schaarste, vooral voor betaalbare plekken. Kunstenaars zijn tegelijkertijd op zoek naar continuïteit. Een kunstenaarscarrière groeit niet lineair. Succes, zowel artistiek als financieel, is vaak fluctuerend. Kunstenaars zijn daarom gebaat bij een betaalbaar atelier voor de lange termijn. Daarnaast zoeken steeds weer nieuwe generaties kunstenaars een

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 16 oktober 2025 Pagina 2 van 9

plek, maar vinden die vaak niet in onze stad. Dat betekent dat we de schaarste zo goed mogelijk moeten verdelen. In het “Herzien Amsterdams Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2015 – 2018” werd daarom voor het eerst een doorstroomregeling opgenomen. Het invoeren van een doorstroomregeling was een reactie op het ruimtegebrek in de stad, zoals ook naar voren kwam in het eindrapport van de “Vraagmonitor broedplaatsen Amsterdam” uit 2009. In deze eerste doorstroomregeling werd het volgende vastgelegd: “Bij de realisatie van nieuwe broedplaatsen geldt voor geïnteresseerde CAWA-creatieven als uitgangspunt een maximale huurtermijn van vijf plus vijf jaar van CAWA-ateliers in die broedplaatsen. (…) Om de doorstroming van ateliers in Amsterdam (en daarmee de toegankelijkheid van de stad voor nieuw talent) te stimuleren, roept het gemeentebestuur de beheerders van broedplaatsen op om het herzien beleid met de maximale huurtermijn van vijf plus vijf jaar te volgen en ook ruimten toe te wijzen met een toptoets.” Dit doorstroombeleid is in de opeenvolgende beleidsstukken voortgezet en werd onderdeel van het “Amsterdam Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026”. Uitstel van eerste mogelijk gedwongen vertrek van 2026 naar 2027 De start van het doorstroombeleid in 2016 houdt in dat in 2026 de eerste kunstenaars hun ruimte zouden moeten verlaten.

Op 29 augustus 2024 is in een raadsinformatiebrief aangegeven dat de uitslag van het onderzoek naar verwachting in de zomer/najaar van 2025 zal worden behandeld in de gemeenteraad. Voor kunstenaars waarvan het huurcontract afloopt begin 2026 zou dit betekenen dat zij minder dan een half jaar voor een mogelijk gedwongen vertrek weten waar zijn aan toe zijn. Die periode achtte het college te kort. Het college heeft daarom op 25 februari 2025 besloten om de uitvoering van het doorstroombeleid met een jaar uit te stellen naar januari 2027. Daardoor hebben kunstenaars in ieder geval al de zekerheid dat – ongeacht de uitkomsten van het onderzoek - er genoeg tijd zit tussen duidelijkheid over het beleid en de uitvoering daarvan en een eventueel vertrek. Hierover is de raad geïnformeerd met de brief van 25 februari 2025. Het onderzoek Op dit moment zijn er in Amsterdam circa 80 broedplaatsen met daarin ongeveer 1600 ateliers voor kunstenaars met een positieve CAWA toets. Daarnaast zijn er ongeveer 300 atelierwoningen en 100 kunstenaarswoningen in het bezit van de corporaties waarover samenwerkingsafspraken zijn gemaakt. Ook heeft de gemeente Amsterdam ongeveer 425 ateliers die aan individuele kunstenaars worden verhuurd. Alles bij elkaar zijn er daardoor bijna 2.500 betaalbare plekken voor kunstenaars met een positieve CAWA toets.

De doorstroomregeling is geformaliseerd voor alle broedplaatsen die na de invoering van de doorstroomregeling in 2016 zijn gestart. Dat is circa 50% van het totaal. Daarnaast is de regeling van kracht voor alle individuele ateliers van gemeentelijk vastgoed waar vanaf 2016 een nieuwe huurder in is gekomen(ook ongeveer 50%). De regeling is niet van kracht voor kunstenaarswoningen en atelierwoningen omdat de huurwet voor woningen dat niet toelaat. Dat betekent dat de doorstroomregeling invloed heeft op de werkpraktijk van circa 1.000 werkplekken en daarmee dus minimaal 1.000 kunstenaars, los van eventueel gedeelde ruimte.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 16 oktober 2025 Pagina 3 van 9

Het onderzoeksrapport “Doorstroom in broedplaatsen, een onderzoek” over de doorstroomregeling van 10 jaar heeft ten doel om inzicht te verschaffen in de effectiviteit en wenselijkheid van het doorstroombeleid. Hiervoor is gekeken naar de beschikbaarheid van ruimte in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) waarvoor een positieve CAWA-toets benodigd is, in relatie tot de doorstroom en de groei van het aanbod in broedplaatsen, ateliers en atelierwoningen. Het onderzoek heeft geprobeerd te analyseren in hoeverre vrijkomende ruimte aansluit bij de bestaande en verwachte vraag van creatieven. Het onderzoek is uitgevoerd door DSP-Groep en Ipsos I&O in de vorm van deskresearch, interviews en enquêtes. Tijdens de uitvoering van het onderzoek is herhaald overleg geweest met de klankbordgroep bestaande uit vertegenwoordigers van 26H, CAWA, Kunstenbond, MAQAM, Platform BK, Cultuurgebouw Tugela85, Vereniging 2e Nassaustraat 8 en Vereniging de Verademing. Aan de broedplaatsenquêtes hebben 49 van de 80 broedplaatsen deelgenomen. 554 personen (bestaande uit mensen die momenteel in een broedplaats huren, hebben gehuurd of ruimte zoeken) hebben deelgenomen aan de huurdersenquête. Daarmee kan gesteld worden dat het onderzoek representatief is voor de doelgroep. Daarbij valt op dat er niet veel jongeren zijn onder de deelnemers.

Ruim de helft (48%) is tussen de 31 en de 50 jaar, terwijl 43% ouder is dan 50. Een kleinere groep van 9% is 70 jaar of ouder. Conclusies Het onderzoek concludeert dat de veronderstelling dat de doorstroomregeling tot een ‘meer divers, dynamisch en toegankelijk Broedplaatsenaanbod’ zou leiden in de praktijk niet zo uitpakt. Hieraan liggen de volgende oorzaken ten grondslag: 1. Er is natuurlijke doorstroom aanwezig. De natuurlijke doorstroom in broedplaatsen is gemiddeld 10–15% per jaar, en in de individuele ateliers in het bezit van de gemeente Amsterdam rond de 7%. Binnen het bestand van de 80 broedplaatsen zijn grote variaties in doorstroom te vinden in de tijd (onder andere door meer doorstroom tijdens de pandemie) en per locatie. Uitgaande van het doorstroombeleid waarbij een kunstenaar maximaal 10 jaar mag huren is het doel een doorstroom van ca. 10%. Deze wordt dus op natuurlijke wijze gehaald.Wanneer de doorstroomregeling van start gaat in 2027 moet 12% van de huurders gedwongen hun ruimte opgeven. Dit loopt per broedplaats echter sterk uiteen. Een derde van de verhuurders geeft aan dat niemand hoeft te vertrekken. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de doorstroomregeling niet van toepassing is op alle broedplaatsen Maar er zijn ook grotere broedplaatsen waar een op de drie huurders volgens de verhuurder zou moeten vertrekken. 2.

Er is structureel te weinig geschikt aanbod voor de grote en diverse vraag 88% van de respondenten geeft aan dat er onvoldoende atelierruimte beschikbaar is in de stad. De zoektocht naar ruimte is daarnaast vaak langdurig (40% zocht langer dan een jaar), en het vertrouwen om iets nieuws te vinden is laag (78% heeft weinig tot zeer weinig vertrouwen). Elke discipline heeft een eigen specifieke ruimte-eis en dit bemoeilijkt de doorstroom: niet elke kunstenaar kan in elke ruimte werken. Het grootste aandeel van de respondenten is actief als

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 16 oktober 2025 Pagina 4 van 9

beeldend kunstenaar (67%), gevolgd door vormgeving, film/audiovisueel en muziek. Het beperkte aanbod zorgt er samen met specifieke ruimtevereisten voor dat kunstenaars die door moeten stromen niet zomaar een andere plek zullen vinden in de stad en zich eventueel zelfs gedwongen zullen voelen de stad te verlaten. 3. Voor nieuwkomers en mensen zonder relevant netwerk binnen broedplaatsen werkt de markt niet goed. Het onderzoeksrapport toont aan dat doorstroom in broedplaatsen wel degelijk plaatsvindt, maar dat de werving van nieuwe huurders niet transparant en inclusief genoeg is. Werving loopt veelal via het netwerk van de vertrekkende huurder, medehuurders, sociale media of broedplaatsbeheerders. Door werving te doen binnen het eigen netwerk blijft de toegankelijkheid van deze plekken beperkt, terwijl het doorstroombeleid in 2016 juist werd ingevoerd om de toegankelijkheid van de stad voor nieuw talent te stimuleren. Netwerkwerving creëert zo een toegankelijkheidsprobleem voor nieuwkomers. Het is een makkelijke en prettige methode voor zittende gebruikers en bestuurders maar werkt in een situatie van schaarste ook als uitsluitingsmechanisme voor nieuwkomers. In het bijzonder voor degenen zonder relevant netwerk. Het huidige doorstroombeleid biedt hierdoor geen oplossing voor het vraagstuk van toegankelijkheid.

4 Het beleid roept brede zorgen op over continuïteit en bestaanszekerheid. Huurders ervaren structurele onzekerheid en stress door het doorstroombeleid, hetgeen investeringen in bijvoorbeeld de werkplek, maar ook in de omgeving (het sociale weefsel van de wijk en stad) en de artistieke ontwikkeling belemmert. Broedplaatsen lijken momenteel vooral gevuld te zijn met gevestigde creatieven; • De meeste huidige huurder-respondenten zijn 31 jaar of ouder, waarvan 43% ouder dan 50 jaar; • Ruim de helft van de respondenten werkt al meer dan 20 jaar als professionele kunstenaar; • Het merendeel heeft een kunstvakopleiding gevolgd; • Ruim 40% huurt sinds 2016 of eerder, dit duidt erop dat deze groep al 10 jaar of langer op dezelfde locatie zit; • Veel respondenten (huurders van CAWA- en niet-CAWA-getoetste ruimtes) zijn al jaren aan hun plek gebonden. De daadwerkelijke verhuursituatie lijkt behoorlijk stabiel te zijn en geeft een redelijke mate van zekerheid. Het maximum van tien jaar uit het doorstroombeleid blijkt een van de kernoorzaken te zijn van het gevoel van onzekerheid. Door het ontbreken van voldoende alternatieve en betaalbare werkruimte kan de verplichte doorstroomregeling zorgen voor het ontbreken van een werkplek voor creatieven die een waardevolle betekenis hebben binnen de lokale en/of landelijke culturele sector.

Huurders en verhuurders zijn er dan ook overwegend voor het huidige beleid af te schaffen. Ze zijn echter niet blind voor de schaarste en beperkte toegang. Ze pleiten daarom beiden voor maatwerk, meer transparantie en structurele uitbreiding van het aanbod, in plaats van generieke doorstroomregels.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 16 oktober 2025 Pagina 5 van 9

Aanbevelingen Op Basis van de onderzoeksresultaten worden in het rapport de volgende aanbevelingen gedaan: 1. Maak actief wervingsbeleid meer verplicht Veel verhuurders rekruteren nieuwe huurders via bestaande netwerken binnen het culturele veld. Daarmee wordt de toegang voor creatieven met een minder groot netwerk (zij die niet tot de ‘incrowd’ behoren) in het culturele veld van Amsterdam beperkt. Om dit te doorbreken noemt het onderzoeksrapport enkele interventies: • Actieve werving (bijvoorbeeld via brede kanalen of open calls) als voorwaarde opnemen bij gesubsidieerd ruimtebeheer. • Een online overzichtsplatform – vergelijkbaar met Funda voor de woningmarkt – zou kunnen bijdragen aan een eerlijker en inclusiever systeem. 2. Stimuleer maatwerk in plaats van generiek beleid In sommige broedplaatsen is doorstroom al structureel ingebed, terwijl in andere weinig verloop plaatsvindt. Een generieke maatregel kan daardoor onevenwichtig uitpakken. Adviezen zijn: • Hanteer een meer maatwerkgerichte benadering; • Maak onderscheid tussen soorten gebruikers; • Koppel verlenging aan actuele beroepspraktijk; • Laat pandspecifieke toetsing leidend zijn, en geef ruimte om doorstroom zelf vorm te geven. 3.

Versterk zicht op functioneren van broedplaatsen Regelmatige ‘visitatie’-achtige bezoeken of lichte evaluaties kunnen bijdragen aan beter inzicht in hoe broedplaatsen functioneren, en of de gewenste sociale, culturele en ruimtelijke doelen worden gerealiseerd. Adviezen zijn: • Stel een ‘doorstroomthermometer’ in als tegenprestatie voor subsidie; • Monitor en stuur actief op data en dynamiek: • Maak onderscheid tussen typen ruimtes om beleid gerichter toe te passen. 4. Vergroot duidelijkheid en communicatie over beleid Een groot deel van zowel de huurders als verhuurders blijkt niet goed op de hoogte van het doorstroombeleid. Dit gebrek aan duidelijkheid leidt tot onzekerheid en belemmert betrokkenen in het maken van toekomstplannen. • Advies: zorg voor goede communicatie over (nieuw) beleid, met duidelijke uitleg over gevolgen, uitzonderingen en ondersteuning. 5. Investeer in duurzame uitbreiding van het ruimteaanbod Het blijft een structureel knelpunt dat de vraag naar werkruimte permanent groter blijkt dan het aanbod. Duurzame verbetering vraagt om investering in behoud én groei van het aantal fysieke plekken voor kunst en cultuur. • Advies: blijf inzetten op uitbreiding en behoud van betaalbare werkruimte;

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 16 oktober 2025 Pagina 6 van 9

6. Kijk vooruit Veel broedplaatsen zijn van tijdelijke aard. De tijdelijkheid beïnvloedt het aanbod, plots kunnen er opeens tal van ateliers niet meer bestaan. Maar het beïnvloedt ook de vraag, alle huurders moeten ook weer een nieuwe plek vinden. • Advies: maak een meerjarenplan met een prognose: kijk 10-20 jaar vooruit en zet op een rij hoeveel broedplaatsen en atelierruimtes er komen en gaan. Het advies van de klankbordgroep en de CAWA In voorbereiding op de behandeling van het rapport hebben de klankbordgroep en de CAWA de rapportage doorgenomen en een advies opgesteld aan het college (zie bijlage). De klankbordgroep onderschrijft de conclusies van het rapport, en met name dat het doel van een meer divers, dynamisch en toegankelijk Broedplaatsenaanbod niet wordt bereikt. Zij stelt: “Gedwongen doorstroom draagt niet bij aan de beleidsdoelen, is niet goed uitvoerbaar, ondermijnt een stabiele werkomgeving voor makers en beperkt de sociale cohesie zowel binnen broedplaatsen als in relatie tot de omgeving.“ De klankbordgroep is het van harte eens met de aanbevelingen uit het rapport en ziet in aanvulling daarop de volgende aandachtspunten: • Van generieke maatregelen naar maatwerk; • Van doorstroom naar instroom; • Van tijdelijk naar duurzaam; • Van geïsoleerd naar gemengd.

Ook worden de organisaties vertegenwoordigd in de klankbordgroep graag betrokken bij opvolging en uitwerking van de aanbevelingen uit het rapport. De CAWA staat op hoofdlijnen achter de bevindingen en conclusies uit het rapport. Zij herkent het beeld van een “verdeling van schaarste”, en wijst op het structurele tekort aan betaalbare ruimte. CAWA benadrukt voor de komende beleidsperiode vooral de urgentie om nieuwe, permanente woon -en werkplekken voor kunstenaars te realiseren én voor het verduurzamen van bestaande locaties en communities. CAWA adviseert met klem om niet het doorstroombeleid te activeren, maar te kiezen voor praktijkgerichte oplossingen zoals met het verruimen van de toelatingsvoorwaarden waarop de CAWA toetst al een begin is gemaakt. Wenselijker manieren om tot een meer divers, dynamisch en toegankelijk Broedplaatsenaanbod te komen zijn volgens de CAWA: • Divers: Stimuleer lokale autonomie en (meer) zelfbeheer. • Dynamisch: Verbind samenwerkingspartners die willen bijdragen aan het realiseren van broedplaatsen, aan nieuwe groepen. • Toegankelijk: Ga actief op zoek naar ondervertegenwoordigde groepen en bied actieve ondersteuning.

Ga in gesprek en inventariseer: wat heeft men nodig qua communicatie, ruimte en ondersteuning? Bestuurlijke reactie en Actieplan diverse en toegankelijke broedplaatsen Het college ziet het onderzoek als waardevol met duidelijke aanbevelingen die het broedplaatsenbeleid en doorstroombeleid kunnen aanvullen verbeteren. Bij het opstellen van het doorstroombeleid in 2016 is de veronderstelling gedaan dat, wanneer door doorstroom voldoende ruimte beschikbaar komt in de broedplaatsen en ateliers, dit ook vanzelf bijdraagt aan een betere

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 16 oktober 2025 Pagina 7 van 9

toegang voor nieuwe creatieven. Het onderzoek maakt duidelijk dat het niet zo werkt. Om tot een betere toegang voor nieuwe creatieven te komen, moet de focus verlegd worden van het fysiek beschikbaar maken van bestaande ruimte naar het kenbaar en toegankelijk maken van de beschikbare ruimte. Het gaat niet over welke ruimte beschikbaar komt, maar over hoe de beschikbare ruimte wordt verdeeld. Het college is daarnaast zeer te spreken over de inzet, het constructieve commentaar en de suggesties van de klankbordgroep en de CAWA. De genoemde aandachtspunten en suggesties zijn in lijn met de aanbevelingen uit het rapport. De leden van de klankbordgroep en CAWA zullen worden uitgenodigd onderdeel te zijn van het proces zodat vernieuwing van het beleid dat, net als de laatste keren, in samenwerking met de doelgroep en betrokken plaatsvindt. Hoewel het onderzoek belangrijke aanbevelingen bevat voor het volgende Atelier en Broedplaatsenbeleid en daar een plek moeten krijgen, is het college van mening dat ook nu direct stappen gezet moeten worden.

Omdat het huidige doorstroombeleid niet leidt tot een meer open, dynamisch en toegankelijk broedplaatsenbestand zal college een beleidswijziging aan de raad voorstellen waarbij de doorstroomregeling per direct komt te vervallen en de focus verschuift van het beschikbaar maken van fysieke ruimte (doorstroom) naar het juist invullen van de beschikbare ruimte (instroom). Daarom heeft het college een actieplan opgesteld. Daarbij handelen we in twee snelheden: - Door beleid en regelgeving aan te passen kunnen we per direct een betere wervings- en selectieaanpak organiseren bij nieuwe broedplaatsen. - We stimuleren op langere termijn een cultuurverandering bij bestaande broedplaatsen. Actieplan diverse en toegankelijke broedplaatsen 1. Toegankelijkheid van vrijkomende ruimte Werving voor vrijgekomen ruimte in broedplaatsen loopt veelal via het netwerk van de vertrekkende huurder, medehuurders, sociale media of broedplaatsbeheerders. Dit creëert een ongelijk speelveld en komt de diversiteit en inclusie van broedplaatsen niet ten goede. Het is voor ruimtezoekers zonder netwerk van belang dat beschikbare ruimte zichtbaarder wordt. Daarom: a) Worden nieuwe broedplaatsen verplicht om alle ruimte die vrijkomt publiek kenbaar te maken.

We willen dit in samenspraak met de broedplaatsen en betrokken organisaties op een centraal punt, zoals het online makelpunt van de gemeente Amsterdam, beschikbaar maken. Hiervoor worden momenteel al voorbereidingen getroffen.; b) Worden alle broedplaatsen gestimuleerd om vrijkomende ruimte publiek kenbaar te maken; c) Gaan we met belangenorganisaties, CAWA en kunstenaars in overleg om te verkennen of en hoe sturing moet worden gegeven op de manier waarop broedplaatsen vrijkomende ruimte invullen. Het uitgangspunt is maatwerk. Daarbij kan bijvoorbeeld worden voortgebouwd op ervaringen bij de Kazerne of De Nieuwe Rietwijker. In deze broedplaatsen is op basis van het profiel van de plek gekeken naar de selectiecriteria. Daardoor is in de Kazerne de maatschappelijke rol van 3x3 Unites met voorrang als CAWA gedefinieerd en in de Rietwijker actief de koppeling gemaakt naar buurtinitiatieven, als voorwaarde voor financiering. 2. Beter gebruik van bestaande ruimte. Binnen bestaande ateliers en broedplaatsen liggen er kansen voor beter gebruik van de eigen ruimte. Zolders kunnen beter worden ingezet of verbouwd zoals bij het Concertgemaal of er kunnen

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 16 oktober 2025 Pagina 8 van 9

extra ateliers worden gemaakt in onderbenutte ruimte zoals we al doen bij HW10 en SUP. Ook geven kunstenaars zelf aan dat met name door het delen van ruimte meer kunstenaars een plek kunnen vinden in het bestaande bestand. Daarnaast kan het delen van ruimte er ook voor zorgen dat het netwerk van kunstenaars wordt vergroot, de ruimtes betaalbaarder worden en nieuwe samenwerkingen ontstaan. Het college heeft de mogelijkheid tot het delen van ruimte in het bezit van gemeentelijk vastgoed verruimd. Daarnaast: a) Zullen broedplaatsen worden gevraagd te verkennen hoe het gebruik van bestaande ruimte kan worden geoptimaliseerd. b) Zullen huurders van ateliers worden gevraagd waar wenselijk en mogelijk ruimte te delen. Een voorbeeld van deze optimalisatie is het Concertgemaal waar broedplaats, verhuurder en gemeente momenteel samenwerken om de ongebruikte zolderruimte geschikt te maken als ateliers en werkplekken. 3. Actief vergroten van kennis van beleid en netwerk Het publiek zichtbaar maken van vrijkomende ruimte in broedplaatsen en ateliers betekent nog niet dat iedereen deze ook zal vinden. Hiervoor blijkt het hebben van een relevant netwerk nog te vaak een doorslaggevende factor. Zelfs wanneer het ruimteaanbod wel wordt gevonden door jonge kunstenaars zonder relevant netwerk, vraagt men zich vaak af of deze ruimte wel daadwerkelijk voor hen bedoeld is.

Om de instroom toegankelijker en diverser te maken: a) Organiseren we netwerksessies in samenwerking met sleutelfiguren uit broedplaatsen en stadsdelen met als doel het in kaart brengen van de culturele potentie en het vergroten van de netwerken van kunstenaars; b) Onderzoeken we de mogelijkheid om het netwerk van jonge kunstenaars actief te verbeteren door bijvoorbeeld koppeling aan meer gevestigde kunstenaars, broedplaatsen en/of culturele instellingen. c) Organiseren we kennissessies over de broedplaatsregeling op locatie in samenwerking met sleutelfiguren uit de stadsdelen, de CAWA en de belangenorganisaties zoals de Kunstenbond, Platform BK en het AFK d) Verkennen we de mogelijkheid om daarbij gebruik te maken van de rol van de cultuurverkenners van het AFK. Om bij te dragen aan deze doelstellingen starten we een pilot waarbij we samenwerken met drie broedplaatsen in Zuidoost, Nieuw-West en Noord waarbij er geëxperimenteerd wordt met het laagdrempelig aanbieden van atelier/studio/oefenruimte. Autodidacte jonge makers kunnen tegen een laag tarief een ruimte huren in een broedplaats om te werken aan hun ontwikkeling. Door het laagdrempelig te maken, maken jonge makers uit de stadsdelen kennis met de broedplaats en kan dit de broedplaats zelf ook helpen om het eigen netwerk te vergroten. 4.

Lokale broedplaatsen Om ruimte in broedplaatsen diverser en toegankelijker te maken kan naast het bestaande aanbod ook worden gekeken naar de wijze waarop nieuwe broedplaatsen tot stand komen. Door broedplaatsen te ontwikkelen met nieuwe groepen en initiatieven komt er van nature aanbod bij wat zich openstelt voor nieuwe groepen die we momenteel niet of te weinig bereiken. Daarom: a) Organiseren we expertmeetings in de verschillende stadsdelen met broedplaatsmakers. De primaire inzet richt zich op Noord, Nieuw-West en Zuidoost, waar de toegang voor lokale makers beperkt is. Hiermee haken we het broedplaatsenbeleid ook verder aan bij het Kunstenplan 2025-2028 door ongelijk te investeren voor gelijke kansen;

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 16 oktober 2025 Pagina 9 van 9

b) Herstarten we de cursus broedplaatsontwikkeling om nieuwe, diverse broedplaatsontwikkelaars en broedplaatsbeheerders van de benodigde kennis en ervaring te voorzien om nieuwe broedplaatsen op te zetten; c) Geven we bij het ontwikkelen van nieuwe broedplaatsen de voorkeur aan ontwikkeling door nieuwe initiatieven van nieuwe broedplaatsontwikkelaars en beheerders. Ik ga tenslotte in gesprek met de broedplaatsen en corporaties en ze uitnodigen om samenwerkingsafspraken te maken over de doelen en acties, zoals hierboven beschreven in het actieplan. Ik ben ook voornemens om de uitkomst van deze gesprekken en de daaruit voortvloeiende afspraken vast te leggen in een convenant met als overkoepelend doel het bevorderen van een meer open, dynamisch en toegankelijk broedplaatsenbestand. Beschikbare ruimte voor ateliers en broedplaatsen We zien in het onderzoek dat voldoende ateliers en broedplaatsen van belang zijn en tegelijk de ruimte schaars is. In onze drukke stad wordt het gebrek aan ruimte op vele domeinen gezien en gevoeld. Daarom blijft het college bouwen aan een complete stad met alle facetten die daarbij horen, zoals ook ateliers en broedplaatsen. Het college blijft zich daarom, in lijn met het Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2023-2026 en de Actualisatie Strategische Huisvestingsplannen 2023-2027, inzetten voor meer ruimte voor ateliers en broedplaatsen.

In deze collegeperiode is het bestand ateliers en broedplaatsen met gemiddeld 6.500m2 per jaar gegroeid. Het lukt het college om meer permanente broedplaatsen te maken in tenders (ruim 2.500m2 vastgelegd en ca 13.500m2 in ontwikkeling). En we blijven werken aan het behoud en permanent maken van bestaande plekken zoals op dit moment gebeurt bij het HW10 (1.500m2) en we zetten doorlopend in op nieuwe broedplaatsen zoals Madame Jeanette (600m2), De Kweek (700m2) en InDebt (750m2). Tot slot Er ligt een duidelijke onderzoeksconclusie. Door de aandacht te verleggen van het vrijmaken van ruimte naar het beter invullen en toegankelijk maken van de beschikbare ruimte kunnen we vooruit, van doorstroom naar instroom. Met het actieplan en de voortzetting van de samenwerking met onze partners vertrouwt het college er op dat we de juiste handvatten hebben om te blijven werken aan toegankelijke, dynamische en diverse broedplaatsen. We stimuleren creatieve plekken waarin ruimte is voor alle Amsterdammers; oud en jong, startend en ervaren, nieuw en bestaand. Met deze brief en de voorgestelde beleidsaanpassing die aan de raad zullen worden voorgelegd beschouwt het college de motie 163 van het lid Emmerik tevens als afgehandeld. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Touria Meliani Wethouder Kunst en Cultuur

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16124738/1