Raadsinformatiebrief bijzondere bijstand woninginrichting - SCHOON
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 30 januari 2026 Armoedebestrijding Rutger Groot Wassink Directie Werk, Participatie en Inkomen (bestuurszaken.wpi@amsterdam.nl) Aanpassing van de richtlijnbedragen voor bijzondere bijstand voor woninginrichting
Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief informeert het college u over het volgende. Amsterdammers die noodgedwongen en onvoorzien moeten verhuizen of een eerste woning betrekken en geen geld hebben voor de kosten van woninginrichting, kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor woninginrichting. In de praktijk gaat het vaak om (ex-) dakof thuislozen en statushouders, maar ook andere doelgroepen kunnen hiervan gebruikmaken. Voor statushouders gelden bij de uitvoering van deze bijzondere bijstand momenteel andere standaardbedragen en een afwijkende systematiek dan voor overige doelgroepen. Het college heeft de bedragen voor woninginrichting en stoffering voor statushouders verhoogd vanaf 1 januari 2026. Aanleiding hiervoor zijn signalen uit de uitvoering dat de huidige bedragen ontoereikend zijn. Om deze ontwikkeling te financieren actualiseren we de richtbedragen voor woninginrichting voor overige doelgroepen door middel van het vereenvoudigen van de prijslijst bijzondere bijstand. Bijzondere bijstand voor kosten woninginrichting De individuele bijzondere bijstand (art. 35 Participatiewet) is het vangnet van de sociale zekerheid. Het is bedoeld voor mensen die te maken krijgen met noodzakelijke kosten die voortkomen uit bijzondere omstandigheden, die ze niet uit hun eigen inkomen of vermogen kunnen betalen en waar geen andere mogelijkheden voor zijn.
Gemeenten hebben bij de invulling en uitvoering van de bijzondere bijstand beleidsvrijheid. Zo ook bij het vast stellen van richtbedragen voor woninginrichting. De bijzondere bijstand is een zogenoemde openeinderegeling, omdat het gaat om een wettelijk recht. Budgettaire redenen zijn geen reden om aanvragen af te wijzen. Verhogen bedragen woninginrichting voor statushouders per 1 januari 2026 De hoogte en systematiek van bijzondere bijstandsverstrekking voor woninginrichting aan statushouders wijkt op een aantal punten af van die voor andere Amsterdammers. We hanteren andere bedragen voor woninginrichting (en aparte bedragen voor stoffering) voor statushouders. Deze bedragen zijn gedurende een periode van 10 jaar niet geïndexeerd terwijl dat voor andere doelgroepen wel het geval was. Statushouders komen daarnaast in aanmerking voor aanvullende leningen bij de kredietbank. Een groot deel van de statushouders is hierop aangewezen.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 30 januari 2026 Pagina 2 van 3
Vanuit de uitvoering komen in toenemende mate signalen dat de bedragen voor woninginrichting en stoffering die statushouders ontvangen ontoereikend zijn en tot nieuwe schulden leiden, nog bovenop de beschikbare lening bij de Kredietbank. Daarom hebben we besloten om de standaardbedragen voor zowel de woninginrichting als voor stoffering voor statushouders per 1 januari 2026 te verhogen. We indexeren de bedragen met hetzelfde (cumulatieve) percentage waarmee de bedragen voor woninginrichting voor andere doelgroepen vanaf 2015 zijn geïndexeerd. Concreet betekent dit dat het bedrag voor alleenstaanden stijgt van € 600 naar € 850 en het bedrag voor gezinnen van € 1.000 naar € 1.350. De bedragen voor stoffering (per m2) worden met dezelfde percentages verhoogd. Wat verandert er verder? We zien de uitgaven op de individuele bijzondere bijstand de afgelopen jaren toenemen. Deze uitgaven bedroegen in 2025 ongeveer € 28,8 mln. De toename komt deels doordat meer Amsterdammers de weg naar de bijzondere bijstand weten te vinden, een positief resultaat van de agenda bestaanszekerheid. Daarnaast zijn de kosten op een aantal onderdelen de afgelopen jaren toegenomen (bijv. de indexatie van de kosten voor bewindvoering en woninginrichting). Dat zorgt voor druk op deze middelen, terwijl er sprake is van een dalend financieel kader voor de armoedebegroting in 2027 en 2028.
Voor alle overige doelgroepen hanteren we richtbedragen voor een volledige woninginrichting (waaronder ook stoffering). De bedragen zijn ruim 20 jaar geleden vastgesteld en sindsdien jaarlijks geïndexeerd. Ze waren hierdoor aanzienlijk hoger dan in andere gemeenten en de rest van de G4. De richtlijnbedragen voor een volledige woninginrichting bedroegen tot en met 2025 ongeveer € 4.300 voor een alleenstaande en konden tot meer dan € 10.000 oplopen bij een gezin van vijf personen. We hebben onderzocht hoe we deze bedragen op een verantwoorde wijze aan kunnen passen, waarbij uitgangspunt is dat de bedragen nog wel voldoen voor een volledige woninginrichting. Door beter te differentiëren tussen woningsoorten en het verlagen van de bedragen komen we uit op een bedrag van ongeveer € 3.500 voor een alleenstaande voor een volledige woninginrichting. De bedragen voor meerpersoonshuishoudens zijn hoger. De nieuwe bedragen komen daarmee op een vergelijkbaar niveau met de rest van de G4. In individuele situaties blijft altijd maatwerk mogelijk. In het verlengde hiervan hebben we ook de bedragen voor andere kostensoorten (de zgn. 'prijslijst bijzondere bijstand') geactualiseerd.
De nieuwe voorgestelde lijst van gebruiksgoederen is samengesteld in goed overleg met de uitvoering op basis van realistische marktprijzen en is ook bedoeld om hergebruik van kwalitatief goede en duurzame gebruiksgoederen te stimuleren. Door deze aanpassingen krijgen we meer grip op de uitgaven bijzondere bijstand en kunnen we de hogere bedragen voor woninginrichting statushouders financieren. Hierdoor blijft het mogelijk om bijzondere bijstand voor woninginrichting nog steeds als gift (in plaats van een lening) te verstrekken, in tegenstelling tot sommige andere gemeenten. We zorgen er zo ook voor dat we blijven focussen op de toegankelijkheid, onder andere door aanvraagprocessen te vereenvoudigen en communicatie te verbeteren.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 30 januari 2026 Pagina 3 van 3
Financiële gevolgen Door de standaardbedragen aan te passen verwachten we jaarlijks € 1 miljoen minder uit te geven aan bijzondere bijstand (op jaarbasis, prijspeil 2025). Hiervan is € 700.000 het gevolg van de lagere richtbedragen voor een volledige woninginrichting en € 300.000 van de vereenvoudigde prijslijst bijzondere bijstand. Hiermee worden de hogere uitgaven voor de woninginrichting en stoffering voor statushouders volledig gedekt. Vervolgstappen Met de verhoging krijgen statushouders meer financiële ruimte bij het inrichten van de woning. Tegelijkertijd blijft het onderscheid in de uitvoering van de bijzondere bijstand ten opzichte van andere doelgroepen, o.a. (ex-)daklozen, gedeeltelijk nog bestaan. We gaan daarom nader onderzoeken op welke manier we de systematiek rond de verstrekking van bijzondere bijstand verder kunnen harmoniseren op een financieel verantwoorde manier. We verwachten de raad in Q3 2026 te kunnen informeren over de uitkomsten van dit proces.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Rutger Groot Wassink Wethouder Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl