Raadsinformatiebrief - beantwoording schriftelijke vragen. DENK
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 7 juni 2022 Armoede en schuldhulpverlening Marjolein Moorman Werk, Participatie en Inkomen (bestuurszaken.wpi@amsterdam.nl) Beantwoording vragen van het lid Khan (DENK) inzake de reactie op de motie over behoud van de middenklasse in Amsterdam
Geachte leden van de gemeenteraad, Op 6 april 2022 heeft het college vragen ontvangen van het lid Khan (DENK) over de reactie op de motie over behoud van de middenklasse in Amsterdam die was geagendeerd voor de Tijdelijke algemene raadscommissie van 7 april jl. De leden van DENK hebben, in de aanloop naar de bespreking van het nieuwe coalitieakkoord, gevraagd wat de kosten zijn van uitbreiding van de doelgroep van de armoederegelingen naar het lage segment middeninkomens (250% van het sociaal minimum of circa € 38.000 bruto per jaar). Daarbij is gevraagd de kosten aan te geven voor de armoederegelingen en de witgoedregeling en deze te specificeren voor een verhoging tot 150, 200 en 250% van het sociaal minimum. Het college kan de gestelde vragen als volgt beantwoorden. Het college herkent de zorgen over de positie van middengroepen in Amsterdam. Het college heeft zich in de afgelopen bestuursperiode ingezet om de middengroepen van Amsterdam op verschillende manieren te helpen en ondersteunen. Het college is echter van mening dat een uitbreiding van de inkomensnorm voor de armoederegelingen tot 150, 200 of 250% geen antwoord is op deze problematiek. De problematiek van de middengroepen bestrijkt meerdere beleidsterreinen (wonen, economie en werk, mobiliteit, gemeentelijke lasten en energietransitie).
Daarnaast komen de problemen die middengroepen raken voort uit ontwikkelingen op internationaal, nationaal en lokaal niveau tezamen. Hierdoor kan dit vraagstuk niet alleen op gemeentelijk niveau worden opgelost. Een groot deel van de armoedevoorzieningen zou terecht komen bij een groep die dat niet echt nodig heeft. Zoals we nu ook zien bij een groot deel van de landelijke maatregelen ter compensatie van de gestegen energieprijzen. Om deze reden wil het college de focus leggen op het zoveel mogelijk blijven ondersteunen van de kwetsbaarste Amsterdammers om bij deze groep de armoede- en schuldenproblematiek zo klein mogelijk te houden. Tabel 1 geeft een indicatie van de extra kosten voor het verhogen van de armoederegelingen naar 150, 200 en 250% ten opzichte van de huidige kosten van de armoederegelingen (120%). Het gaat daarbij sec om de meerkosten van de armoederegelingen, die nu bij een inkomensgrens van 120% circa € 47 miljoen per jaar bedragen. Dat is exclusief bijkomende kosten als communicatie, ICT en ook exclusief bijzondere bijstand, subsidies en projecten (veelal met partners in de stad).
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 7 juni2022 Pagina 2 van 2
Tabel 1 kosten verhoging inkomensnorm naar 150, 200 en 250%
Geheel aan armoederegelingen* Witgoedregeling**
Huidige kosten inkomensnorm 120% € 47 miljoen
Extra kosten bij verhoging naar 150% € 15 miljoen
Extra kosten bij verhoging naar 200% € 35 miljoen
Extra kosten bij verhoging naar 250% € 52 miljoen
€ 170.000
€ 15.000
€ 65.000
€ 80.000
*Uitgaande van de huidige bereik percentages van de armoederegelingen. ** De bedragen van de witgoedregelingen zijn laag, omdat van deze regeling alleen gebruik kan worden gemaakt als er sprake is van een financiële noodsituatie en andere voorzieningen en regelingen geen oplossing bieden. Deze kosten van de armoederegelingen zijn inclusief uitvoeringskosten en de kosten om de verschillende doelgroepen te bereiken. De mogelijke neveneffecten van de verhoging tot 150, 200 en 250% zijn in deze berekening niet meegenomen. Zo zou de verhoging van de inkomensnorm tot 150,200 of 250% gevolgen hebben voor de samenwerking met onze partners in de stad: het draagvlak voor de uitvoering van de armoederegelingen (zoals de stadspas) zal mogelijk afnemen als de doelgroep aanzienlijk groter wordt. Daarnaast worden verschillende armoederegelingen deels gefinancierd (cofinanciering) door verschillende afdelingen binnen de gemeente zoals onderwijs, sport en cultuur. Deze cofinanciering komt mogelijk onder druk te staan. Tot slot merken wij op dat voor 2023 voor de portefeuille Armoede en Schuldhulpverlening minder middelen beschikbaar zijn dan in 2022, het gaat om een bedrag van € 6,5 miljoen aan aflopende incidentele middelen. Vanaf 2024 is het financiële kader nog € 5 miljoen lager omdat voor 2023 incidentele middelen zijn gereserveerd om de bezuinigingen te dempen.
Naast de kosten in de bovengenoemde tabel moet bij een verhoging van de inkomensnorm van de armoederegelingen en de witgoedregeling naar 150, 200 of 250% van het sociaal minimum rekening worden gehouden met het volledig terugdraaien van deze besparing om het armoedebeleid voor de minima op het huidige niveau te behouden. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Marjolein Moorman Wethouder Armoede en schuldhulpverlening
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl