Raadsinformatiebrief AWM mantelovk.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan:
Behandeld door
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 29 november 2021 Duurzaamheid en Circulaire economie Marieke van Doorninck Ruimte en Duurzaamheid, bestuurszaken.RD@amsterdam.nl
Onderwerp
Ondertekening mantelovereenkomst Warmtemotor
Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s):
Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief informeert het college u over het volgende. Op 23 november hebben wij ingestemd met de mantelovereenkomst voor de Amsterdamse Warmtemotor. Met deze mantelovereenkomst komen partijen de uitgangspunten en randvoorwaarden overeen voor de aansluiting van woningen op het warmtenet. De overeenkomst is 29 november ondertekend. Wij zien het aangaan van de mantelovereenkomst met corporaties en warmtebedrijven als een zeer belangrijke stap in het verduurzamen van de stad. Het brengt de versnelling die we nodig hebben. Aansluiting op een warmtenet levert direct een CO2-reductie per woning van gemiddeld 56%. Het is daarmee een grote stap voor de doelstelling om de uitstoot aan broeikasgassen in Amsterdam in 2050 te hebben teruggedrongen met 95% en in 2030 met 55%. Uiteraard draagt het ook stevig bij aan de doelstelling om Amsterdam in 2040 aardgasvrij te krijgen. Het aansluiten van grote aantallen woningen op bestaande warmtenetten levert bovendien schaalvoordelen op. Het is daarmee een betaalbaar alternatief voor aardgas. Bovendien zullen alle uit te voeren werkzaamheden aan gebouwen en infrastructuur voor veel werkgelegenheid zorgen.
In deze brief zetten wij de hoofdlijnen van de overeenkomst uiteen, de hoofdlijnen van de onderhandelingsresultaten voor de eerste tranche met buurten, en hoe het vervolgtraject er voor die eerste buurten uit ziet. In de bijlage wordt dit nader onderbouwd. Mantelovereenkomst Amsterdamse Warmtemotor. De Amsterdamse woningcorporaties de Alliantie, Eigen Haard, Rochdale, Stadgenoot, Ymere, De Key, Woonzorg en DUWO vertegenwoordigd door de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties, Vattenfall Warmte en Westpoort Warmte startten in 2018 gesprekken over het grootschalig aardgasvrij maken van corporatiebezit. Dit leidde tot de nu gemaakte afspraken. Samen met de gemeente maken zij met deze mantelovereenkomst afspraken over de aansluiting van bestaande woningen op de bestaande warmtenetten. Het gezamenlijk uitgangspunt is een veilige, betrouwbare, betaalbare en duurzame warmtevoorziening te realiseren, die ook betaalbaar is voor de minder draagkrachtige bewoners van Amsterdam en bijdraagt aan een leefbare stad, ontzorging van eigenaars en gebruikers van woningen die aangesloten worden.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 29 november 2021 Pagina 2 van 8
Er zijn ca. 110.000 woningen die tot zo’n 200 meter van bestaande warmtenetten liggen – 45.000 van corporaties en 65.000 van particuliere eigenaars. Partijen spannen zich gezamenlijk in om al die woningen voor 2040 aangesloten te hebben op een van de warmtenetten. Het voornemen is de eerste ca. 10.000 woningen in de periode 2022 tot en met 2026 buurtgericht aan te sluiten op bestaande warmtenetten. Er wordt gewerkt met tranches: een groep van buurten waar tegelijk besluitvorming over plaatsvindt. Binnenkort wordt besloten over de eerste tranche met 4000 woningen (zie hierna). In de eerste helft van volgend jaar is besluitvorming over de tweede tranche te verwachten. Warmtebedrijven maken steeds voor een tranche per gebouwcategorie eenzelfde aanbod voor de aansluitkosten van een gebouw tot aan de gevel. De partijen komen overeen zich in te spannen om zoveel mogelijk woningen in een buurt zo snel mogelijk aan te laten sluiten, om zo de kosten te drukken. Voor de gemeente betekent dit het stimuleren van participatie. De gemeente geeft aan zich in te spannen om de besluitvorming voor subsidie voor de eerste tenminste 10.000 woningen in gang te zetten. Daarvoor is bij de vaststelling van de begroting 2021 (17 december 2020) in totaal € 50 miljoen beschikbaar gemaakt conform het plan Duurzame Stad, Duurzame Banen.
Daarmee voldeed het college aan de in de raad van 8/9 september 2020 aangenomen motie 992 die het college opdraagt de inhoudelijke voorstellen en de financiële kaders uit de notitie ‘Samen sterker uit de crisis, een sociaal en duurzaam perspectief voor de stad’ over te nemen en uit te werken in de Begroting 2021. De subsidie kent een maximum van € 5.000 per woning. Partijen spreken als werkwijze af steeds een tweetal go-besluiten te nemen. Het eerste go-besluit selecteert buurten voor een tranche en stelt buurtovereenkomsten per buurt vast. Het tweede gobesluit bepaalt de aanpak van een individuele buurt. Pas na het tweede go-besluit starten partijen met de aansluiting van de woningen. Waar mogelijk en nuttig, zoeken zij daarbij aansluiting bij het Wijken Aardgasvrij Maken-proces (WAM). De ondertekenende partijen organiseren gezamenlijk de participatie en communicatie met bewoners en vastgoedeigenaren in de buurten die aangesloten kunnen worden. Zij hanteren een gezamenlijke strategie en boodschap. Voordat een verhuurder een woning aardgasvrij kan maken, dient tenminste 70% van de huurders van een complex hier mee in te stemmen. Eerste tranche met vier buurten Naast dat we u willen informeren over het ondertekenen van de overeenkomst, willen wij u met deze brief ook in kennis stellen van de onderhandelingsuitkomsten over de eerste tranche van buurten.
Het zijn Buurt 5 Zuid (Confuciusbuurt), Hakfort/Huigenbos, K-buurt midden en Wildeman. Deze vier buurten hebben bij elkaar rond 4000 woningen. Voor de eerste tranche wordt gewerkt met één aansluitbijdrage voor alle gebouwtypes, te weten € 1.950 per woning. Daarnaast kopen de corporaties voor € 950 tot 2032 voor hun huurders het warmte-vastrecht af tot het niveau van een aardgasvastrecht. De gemeentelijke subsidie die gebouweigenaren in de eerste vier buurten per woning kunnen krijgen zal middels aparte besluitvorming rond de jaarwisseling geagendeerd worden. Het voorstel zal ijs en weder dienende rond € 4.300 per woning zijn.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 29 november 2021 Pagina 3 van 8
Vervolgstappen eerste buurten Er is op dit moment nog niet besloten dat de eerste vier buurten van het aardgas gaan. Dat kan pas als de partijen een proces hebben doorlopen met een tweetal go-besluiten. Daarna dient bovendien tenminste 70% van huurders in te stemmen voordat hun complex daadwerkelijk van het gas gaat. Voor later dit jaar wordt aan een eerste go-besluit gewerkt voor de genoemde eerste vier buurten. Hierbij wordt o.a. de buurtovereenkomst vastgesteld. Warmtebedrijven en corporaties stellen in deze stap het aanbod aan de buurt op. Uitgangspunt is dat de overstap voor huurders van de corporaties kostenneutraal is. Het tweede go-besluit bepaalt de aanpak van een individuele buurt. Onderdeel van dit tweede besluit is een draagvlaktoets. Indien daaruit blijkt dat het draagvlak bij particuliere eigenaars en huurders dermate is, dat verwacht wordt dat tenminste de helft van woningen aansluit, dan wordt de buurt opgenomen in een tranche. Na het tweede go-besluit gaan verhuurders bij hun huurders de formele instemming voor hun verduurzamingsplannen ophalen. De partijen organiseren daartoe gezamenlijk de participatie en communicatie met bewoners en vastgoedeigenaren in de buurten die aangesloten kunnen worden.
Isolerende maatregelen Om bewoners van (oudere) woningen in de buurten van de Warmtemotor ook energiebesparing en comfortverhoging te bieden, ontwikkelt de gemeente een financiële regeling waarop corporaties en particuliere eigenaren een beroep kunnen doen. Met deze regeling kunnen zij snel eenvoudige energiebesparende en comfort verhogende maatregelen nemen in woningen waar op korte termijn geen renovatie gepland staat. Het gaat om maatregelen die de tocht in het huis verminderen en de verwarming beter laten werken. Corporaties kunnen er vanaf het voorjaar 2022 mee aan de slag. Ze voeren dit soort verbeteringen ook uit voordat woningen worden aangesloten op het warmtenet. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Marieke van Doorninck wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid Bijlage 1. Nadere onderbouwing mantelovereenkomst Amsterdamse Warmtemotor en eerste tranche
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 29 november 2021 Pagina 4 van 8
Bijlage: nadere onderbouwing mantelovereenkomst Amsterdamse Warmtemotor en eerste tranche I. mantelovereenkomst Amsterdamse Warmtemotor (inclusief vervolgstappen eerste buurten) De overeenkomst is naast de gemeente ook ondertekend door Vattenfall Warmte BV, Westpoort Warmte BV, de Alliantie, Eigen Haard, Rochedale, Stadgenoot, Ymere, De Key, Woonzorg, DUWO en de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties. De ondertekening is gedaan op 29 november. De corporaties en de warmtebedrijven hebben in 2018, na de totstandkoming van de City Deal Naar een stad zonder aardgas, het initiatief genomen om te starten met de Amsterdamse Warmtemotor. De gemeente heeft zich kort daarna bij hen aangesloten. Partijen hebben in kaart gebracht welke woningen in Amsterdam tot zo’n 200 meter van bestaande warmtenetten liggen en binnen vijftien jaar aangesloten zouden kunnen worden op één van deze warmtenetten. Het gezamenlijk uitgangspunt is een veilige, betrouwbare, betaalbare en duurzame warmtevoorziening te realiseren, die ook betaalbaar is voor de minder draagkrachtige bewoners van Amsterdam en bijdraagt aan een leefbare stad, ontzorging van eigenaars en gebruikers van woningen die aangesloten worden. Het aansluiten van grote aantallen woningen op bestaande warmtenetten levert schaalvoordelen op. Het is daarmee een betaalbaar alternatief voor aardgas voor gebouweigenaren in Amsterdam.
Aansluiting op een warmtenet levert direct een CO2-reductie per woning van gemiddeld 56%. Het is daarmee een grote stap voor de doelstelling om de uitstoot aan broeikasgassen in Amsterdam in 2050 te hebben teruggedrongen met 95% en in 2030 met 55%. Uiteraard draagt het ook stevig bij aan de doelstelling om Amsterdam in 2040 aardgasvrij te krijgen. Er zijn ca. 110.000 woningen die tot zo’n 200 meter van bestaande warmtenetten liggen - 45.000 van corporaties en 65.000 van particuliere eigenaars. Deze woningen bevinden zich vooral in NieuwWest, Noord en Zuid-Oost. In andere buurten hebben Vattenfall en WPW weinig tot geen netwerk liggen. In bijvoorbeeld IJburg heeft Vattenfall wel een warmtenetwerk, maar daar is (bijna) iedereen op aangesloten. Partijen spannen zich gezamenlijk in om alle 110.000 woningen voor 2040 aangesloten te hebben op een van de warmtenetten. Harde toezeggingen kunnen niet worden gedaan. Ten eerste zijn de duizenden particuliere eigenaars niet betrokken bij de gesprekken. Daarnaast dienen de huurders van de betrokken corporaties in te stemmen met de verduurzaming van hun complex, zodra dat aan de beurt is (zie hierna). De warmtebedrijven en corporaties zullen zich inspannen dat uiterlijk in 2040 bij alle warmtemotor-aansluitingen de aanvoertemperatuur 70 graden bedraagt en de retourtemperatuur 40 graden is.
Voor zowel woningcorporaties als particuliere verhuurders met meer dan tien woningen geldt dat tenminste 70% van de huurders in dient te stemmen met het aardgasvrij maken van een woning, voordat de verhuurder de woning aan kan gaan passen. Het voornemen is de eerste ca. 10.000 woningen in de periode 2022 tot en met 2026 buurtgericht aan te sluiten. Er wordt gewerkt met tranches: een groep van buurten waar tegelijk besluitvorming over plaatsvindt. Met de vier voorgenomen buurten van de eerste tranche wordt een eerste invulling gegeven aan de ambitie om 10.000 woningen aan te sluiten tot en met 2026. Een tweede en wellicht
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 29 november 2021 Pagina 5 van 8
volgende tranche zal nodig zijn om de 10.000 te halen. Werkend met de afspraken uit de mantelovereenkomst wordt de tweede tranche nu voorbereid. In de eerste helft van 2022 dient deze vastgesteld te worden. Warmtebedrijven maken steeds voor een tranche per gebouwcategorie eenzelfde aanbod voor de aansluitkosten van een gebouw tot aan de gevel. Afhankelijk van o.a. planningen, eigendomssituaties en buurt- en bewonerskenmerken worden steeds groepjes van buurten geselecteerd die tegelijk “aan de beurt zijn” voor besluitvorming. Voor zo’n groep buurten maakt het warmtebedrijf steeds een aanbod per type gebouw (grondgebonden, gestapeld, utiliteiten). Dit gebeurt middels met de gemeente en woningcorporaties gedeelde business cases. Afgelopen jaar is hiertoe gewerkt aan een gezamenlijk rekenmodel met afgestemde inputvariabelen. De partijen komen overeen zich in te spannen om zoveel mogelijk woningen in een buurt zo snel mogelijk aan te laten sluiten. Dure en ingrijpende infrastructuur als een warmtenet laat zich het beste in een keer voor zoveel mogelijk gebruikers aanleggen. Het langdurig suboptimaal benutten van zo’n netwerk werkt sterk kosten opdrijvend. De kans dat dit gebeurt wordt het vollooprisico genoemd. Het is in ieders belang dit risico te mitigeren. Ook het apart aanleggen van latere uitbreidingen van de infrastructuur werkt sterk kostenverhogend.
Zodoende is het voor lage maatschappelijke kosten van belang dat er in het begin gelijk zoveel als mogelijk woningen in een buurt aangesloten worden. Gezien de huidige wet- en regelgeving dient dit op basis van verleiden te gebeuren. Om vraag en aanbod in de tijd op elkaar af te stemmen zullen de partijen nauw dienen samen te werken. Voor de gemeente betekent dit het stimuleren van participatie. Indien er een wettelijk recht komt voor gemeenten om afsluiten van aardgasaansluitingen mogelijk te maken, zal de gemeente zich inspannen om in ieder geval een besluitvormingstraject daartoe op te starten. Deze inspanningsverplichting laat onverlet alle publiekrechtelijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden die de gemeente in acht heeft te nemen bij toepassing van een eventuele afsluitrecht. Het college geeft in de overeenkomst aan zich in te spannen om de besluitvorming voor subsidie voor de eerste tenminste 10.000 woningen in gang te zetten. Hiervoor is in totaal € 50 miljoen beschikbaar conform het plan Duurzame Stad, Duurzame Banen. Waarschijnlijk zal dat steeds per tranche buurtgericht gebeuren. Hierbij zal gewerkt worden met de bekende werkwijze van buurtspecifieke hoofdstukken die toegevoegd worden aan de Aardgasvrij subsidieregeling worden. De subsidie kent een maximum van € 5.000 per woning.
De partijen weten op dit moment nog niet precies hoe het voornemen te realiseren om ca. 110.000 woningen aan te sluiten. Zij zijn zich ervan bewust dat de beschikbaarheid van subsidies momentum maakt om afspraken te maken. Er wordt gewerkt aan een subsidieregeling voor de eerste vier buurten. Rond de jaarwisseling is die gereed voor besluitvorming. Naast gemeentelijke Banenmotorsubsidie is er verhuurders Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH) rijkssubsidie beschikbaar. Eigenaar-bewoners kunnen van het rijk Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) krijgen. Deze subsidies kunnen gebouweigenaars gebruiken voor het dekken van onrendabele inpandige kosten, de aansluitbijdrage en de afkoop vastrecht.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 29 november 2021 Pagina 6 van 8
Partijen spreken als werkwijze af steeds een tweetal go-besluiten te nemen. Het eerste go-besluit selecteert buurten voor een tranche en stelt buurtovereenkomsten per buurt vast. Ten behoeve van het eerste go-besluit bereiden de betrokken warmtebedrijven en de corporaties met ten minste één corporatiewoning in de voorgestelde tranche de volgende vijf elementen voor: a. Keuze voor tranche & buurten Selectie van de buurten die deel uitmaken van de tranche. Dit gebeurt in overleg met relevante ketenpartners waaronder gemeente en de beheerders van onder- en bovengrondse infrastructuur. De aansluitvolgorde van buurten in een tranche. Per buurt: aantallen woningen die worden aangesloten, de aansluitvolgorde en de kosten voor de uitvoering van de aansluiting. Bij de keuze wordt ook gekeken naar de benodigde medewerking van derde (infrastructuur)partijen, de verwachtingen ten aanzien van de uitkomst van het te doorlopen participatietraject, inclusief de te verwachten aansluitingsgraad van woningen die geen corporatie bezit zijn. b. Tranche- en buurt-businesscases De warmtebedrijven en betrokken corporaties maken per tranche een business case. Dit gebeurt op basis van door hen opgestelde concept buurt-businesscases. Als blijkt dat een andere warmteoptie dan een warmtenet voor een buurt goedkoper is, zal deze buurt in geen enkele tranche worden opgenomen.
Ook als het integraal tekort per woning in een buurt (onrendabel tot de gevel plus onrendabel inpandig minus subsidies) meer is dan € 7.500, wordt de buurt niet in tranches opgenomen. c. Voorlopige tracé-ontwerp De warmtebedrijven en betrokken corporaties maken voor de infrastructuur in de openbare ruimte een voorlopige tracé-ontwerp. Zij betrekken hierbij infrapartijen en de gemeente. d. Bijdrage gemeente De gemeente wordt betrokken bij de totstandkoming van de buurt-businesscases. Zij verschaft daarbij duidelijkheid over hoe de gemeente hier al dan niet aan kan bijdragen – bijvoorbeeld middels subsidie. Dit zal geen bindende toezegging kunnen zijn. Die volgt eventueel later bij het tweede go-besluit. e. Buurtovereenkomsten De warmtebedrijven en betrokken corporaties stellen op basis van voorgaande de buurtovereenkomsten op. Daarin zijn de feitelijke afspraken vastgelegd. Dit zijn tenminste het aantal woningen, de volgorde van aansluiten en de kosten. De buurtovereenkomst zal worden aangegaan onder de opschortende voorwaarde van het tweede go-besluit. De gemeente is in de regel geen ondertekenende partij bij een buurtovereenkomst. Het eerste go-besluit kan alleen worden genomen bij unanieme instemming door de gemeente en de betrokken warmtebedrijven en corporaties. Het tweede go-besluit bepaalt de aanpak van een
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 29 november 2021 Pagina 7 van 8
individuele buurt. Pas na het tweede go-besluit starten partijen met de aansluiting van de woningen. Waar mogelijk en nuttig, zoeken zij daarbij aansluiting bij het Wijken Aardgasvrij Maken-proces. Het tweede go-besluit omvat tenminste de volgende stappen: a. Draagvlaktoets Draagvlak bij particuliere eigenaars en huurders van woningen in een buurt om aan te sluiten op het bestaande warmtenet wordt getoetst. Indien de verwachte participatiegraad meer dan 50% is, wordt de buurt opgenomen in een tranche. Dit omdat de kosten bij te weinig aansluitingen te hoog worden. b. Vaststelling buurtuitvoeringsplan en (subsidie)regeling De gemeente stelt in overleg met de betrokken warmtebedrijven en corporaties en andere stakeholders een buurtuitvoeringsplan (BUP) op. Ook stelt de gemeente een (subsidie)regeling op. Het BUP en de (subsidie)regeling worden voorgelegd aan het college van B&W, en voorzover vereist aan de gemeenteraad. Met een tweede go-besluit treedt de betrokken buurtovereenkomst in werking.
Betrokken partijen nemen het tweede go-besluit indien: (a) de verwachte participatiegraad ten minste 50% bedraagt (b) het buurtuitvoeringsplan en de (subsidie)regeling door de gemeente zijn vastgesteld (c) de buurt-businesscase haalbaar is (waarbij in de tranche-businesscase het tekort in de ene buurt verrekend kan worden met een surplus in een andere buurt) (d) aan de eventuele aanvullende opschortende voorwaarden in de buurtovereenkomst is voldaan (waaronder het verkrijgen van SAH-rijkssubsidie) De partijen organiseren gezamenlijk de participatie en communicatie met bewoners en vastgoedeigenaren in de buurten die aangesloten kunnen worden. Zij hanteren een gezamenlijke strategie en boodschap. Voor de overgang van buurten naar een aansluiting op een warmtenet is draagvlak bij bewoners en vastgoedeigenaren noodzakelijk. Dit vergt een zorgvuldig, transparant en vaak tijdsintensief proces. Middels laagdrempelige communicatie zullen ook bewoners in kleine stappen meegenomen worden.
II. onderhandelingsuitkomsten eerste tranche van buurten Voor later dit jaar wordt een eerste go-besluit voorbereid voor een eerste tranche met buurten waar het participatieproces gaat beginnen. Dit zijn Buurt 5 Zuid (Confuciusbuurt), Hakfort/Huigenbos, Kbuurt midden en Wildeman. Deze vier buurten hebben bij elkaar rond 4000 woningen. Warmtebedrijven, woningcorporaties, AFWC en gemeente hebben naast de mantelovereenkomst met uitgangspunten en kaders, ook veelvuldig en diepgaand gesproken over met welke buurten begonnen zou kunnen worden, en tegen welke voorwaarden dit kan. De eerste vier buurten zijn gekozen omdat daar een hoog corporatiebezit is en omdat corporaties in die buurten plannen hebben om hun woningen te verduurzamen. Omdat in deze buurten weinig particuliere eigenaren zijn, kan in deze buurten geleerd worden hoe deze doelgroep het beste te betrekken. In de volgende buurten is meer
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 29 november 2021 Pagina 8 van 8
particulier woningbezit. Woningcorporaties zeggen toe tenminste 70% van hun bezit per buurt binnen vijf jaar aan te sluiten – dit onder voorbehoud dat zij voldoende instemming ophalen bij hun huurders. Voor de eerste tranche wordt gewerkt met één aansluitbijdrage voor alle gebouwtypes. Daarnaast kopen de corporaties tijdelijk het warmte-vastrecht af tot het niveau van een aardgas-vastrecht. De uitkomst van gezamenlijke doorrekeningen en (onderhandelings)gesprekken is dat Vattenfall en WPW € 1.950 aansluitbijdrage vragen (inclusief BTW). Doordat de eerste vier buurten vooral uit gestapelde bouw bestaan, is er gekozen met één tarief voor alle woningen te werken. Dit bedrag is lager dan gebruikelijk. Dat komt onder andere doordat de inpandige kosten niet voor rekening van de warmteleverancier zijn, maar voor de gebouweigenaar. Daarnaast is door partijen veelvuldig gesproken over hoe kosten opgebouwd zijn. Dit leidde er toe dat risico’s zijn verlaagd, wat resulteert in een lagere bijdrage aansluitkosten. Om bij huurders de acceptatie te vergroten, kiezen corporaties er voor om tot 2032 het warmtevastrecht af te kopen tot het niveau van een aardgas-vastrecht1. De overstap is daarmee kostenneutraal voor huurders. Deze afkoop kost de corporaties € 950 per woning. De aansluitbijdrage is er op gebaseerd dat tenminste 70% van de woningen in alle vier de buurten aangesloten worden.
Corporaties nemen op hun balans een risicoreservering van € 1.500 per woning op. Indien een buurt niet door gaat omdat er te weinig woningen aangesloten gaan worden (bijv. door onvoldoende instemming door huurders), dan kunnen zij dit bedrag gebruiken om de toegenomen aansluitbijdrage te dekken. Uit de gezamenlijke berekeningen blijkt het gebouweigenaars in deze tranche per saldo gemiddeld € 8.500 kost om aan te sluiten op het warmtenet. Deze € 8.500 is inclusief BTW en opgebouwd uit voornoemde aansluitbijdrage + gemiddeld €5.600 onrendabele inpandige kosten en € 950 afkoop vastrecht. De voorgestelde gemeentelijke subsidie zal met deze getallen rond € 4.300 per woning liggen. De verwachte SAH subsidie is € 4.200. Deze is beschikbaar voor zowel corporaties als commerciële verhuurders. De verhuurders krijgen hun directe kosten daarmee volledig weggesubsidieerd. Eigenaarbewoners kunnen € 3.250 ISDE subsidie krijgen van het rijk. De gemeentelijke subsidie die gebouweigenaren in de eerste vier buurten per woning kunnen krijgen zal middels aparte besluitvorming rond de jaarwisseling geagendeerd worden.
1 Vastrecht is een bedrag dat jaarlijks betaald dient te worden en niet afhankelijk is van hoeveel energie er wordt
gebruikt. Onder andere doordat dit bedrag bij warmte meer kosten dient te dekken dan bij aardgas, is het vastrecht voor warmte hoger. Bij warmte bevat het vastrecht bijvoorbeeld een vergoeding voor de afleverset. Deze is eigendom van de warmteleverancier. De CV ketel in de gassituatie is niet van de gasleverancier maar van de gebouweigenaar. Die CV-kosten komen zodoende niet terecht op de energierekening die huurders betalen.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl