CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief armoedemonitor def 12-12-2024 getekend.pdf

RAAD 11 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Amsterdamse Armoedemonitor 2023, Schuldenmonitor 2024 en Minima-Effectrapportage 2024 (VN2025-006813)3.895 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 12 december 2024 Armoede en schuldhulpverlening Wethouder Moorman Directie Werk, Participatie en Inkomen, bestuurszaken.wpi@amsterdam.nl Amsterdamse Armoedemonitor en Schuldenmonitor

Geachte leden van de gemeenteraad,

We willen een solidaire stad zijn waar alle Amsterdammers volwaardig kunnen meedoen. Bestaanszekerheid is voor veel Amsterdammers helaas nog geen vanzelfsprekendheid. Onze armoederegelingen zorgen voor onmisbare ondersteuning van Amsterdammers met een minimuminkomen. Om de ontwikkeling van armoede in de stad te monitoren, wordt jaarlijks de Amsterdamse armoedemonitor opgesteld door de afdeling Onderzoek & Statistiek (O&S). Iedere twee jaar brengt het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) de bestedingsruimte van Amsterdamse huishoudens met een laag inkomen in beeld. En de schuldenmonitor van O&S geeft inzicht in de mate waarin Amsterdammers schuldenproblematiek ervaren. Met deze brief informeer ik u over de uitkomsten van deze drie onderzoeken. De cijfers in de nieuwe Armoedemonitor laten een daling van het aantal huishoudens in armoede zien. En uit de berekeningen in de nieuwe Minima-effectrapportage (MER) blijkt dat alle huishoudentypen voldoende middelen beschikbaar hebben voor noodzakelijke uitgaven en participatie1. Diverse landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen hebben ertoe geleid dat ondanks de sterke inflatie in de afgelopen jaren de bestedingsruimte van Amsterdammers met een laag inkomen op peil is gebleven. Ook is het aantal Amsterdammers met ervaren problematische schulden in 2023 stabiel gebleven ten opzichte van 2022.

Dit betekent echter niet dat iedereen in de stad rond kan komen. Er zijn in Amsterdam zeker individuele huishoudens waar dit voor geldt. Door bijvoorbeeld onvermijdelijke persoonlijke uitgaven of het niet-gebruik van regelingen kan de situatie van individuele huishoudens sterk afwijken van het algemene beeld. Het is belangrijk dat bestaanszekerheid voor iedereen wordt gegarandeerd en een hoger sociaal minimum is hierin een vereiste. We blijven hier bij het Rijk op

1

Indien 1) mensen goed kunnen budgetteren, 2) alle regelingen aanvragen en 3) geen onverwachte grote uitgave hebben (Nibud Minima Effectrapportage 2024)

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 december 2024 Pagina 2 van 9

aandringen. Daarnaast bereiken ons signalen uit de stad dat veel mensen voor hulp aankloppen bij verschillende partners in de stad. Nader onderzoek is nodig om deze groep in kaart te brengen. De cijfers en trends uit de Armoedemonitor en de Minima Effectrapportage wijken op een aantal punten af van de armoedecijfers van CBS, Nibud en CPB, waarover ik u op 24 oktober jl. heb geïnformeerd. Uit het onderzoek van CBS, Nibud en CPB komt naar voren dat Amsterdam de gemeente is met het hoogste armoedepercentage, wat afwijkt van andere onderzoeken waaronder de Armoedemonitor. Waar volgens dit landelijke onderzoek 6,6% van de Amsterdamse huishoudens een inkomen onder de armoedegrens heeft, valt volgens de Amsterdamse armoedemonitor 15,9% van de huishoudens onder onze ruimere definitie om in aanmerking te komen voor armoederegelingen. De lagere landelijke cijfers zijn vooral het gevolg van de aangepaste definitie, terwijl de realiteit in de stad slechts beperkt is veranderd en onze doelgroep niet is veranderd. Het college blijft daarom inzetten op het ondersteunen van een bredere groep Amsterdammers met weinig bestedingsruimte.

Ik informeer u in deze brief ook over het bereik van de Amsterdamse armoedevoorzieningen (brede monitor armoedevoorzieningen), het toepassen van maatwerk bij huishoudens die niet aan formele voorwaarden om in aanmerking te komen voor armoederegelingen voldoen, over de stand van zaken van de aanpak menstruatiearmoede en de Stadspasactie waarbij gratis krantenabonnementen worden verstrekt. Amsterdamse Armoedemonitor 2023 O&S heeft de 26ste editie van de Amsterdamse Armoedemonitor opgesteld waarin de (ontwikkelingen in) de minimapopulatie en het bereik van een aantal gemeentelijke minimaregelingen in kaart wordt gebracht. De Armoedemonitor 2023 beschrijft de minimapopulatie in 2022 en het bereik van de gemeentelijke minimaregelingen in 2023. Hieronder licht ik de belangrijkste bevindingen uit de Armoedemonitor 2023 toe. 1. Daling aantal minimahuishoudens De daling van het aantal minimahuishoudens zet door, voor het eerst in 10 jaar ligt het aantal onder de 70.000. In absolute aantallen behoorden 69.600 huishoudens in 2022 tot de minimahuishoudens, 15,9% van het totaal. Deze ontwikkeling is ook te zien in de andere grote steden. De verwachting voor 2023 is een lichte toename van het aantal minimahuishoudens, omdat de werkeloosheid iets hoger is en daar nauw mee samenhangt. 2.

Kinderen maken een steeds kleiner deel uit van de minimapopulatie Kinderen maken een steeds kleiner deel uit van de Amsterdamse minimapopulatie namelijk 16% in 2022 (2021: 17,4%). Zowel het absolute aantal als het aandeel kinderen dat deel uitmaakt van een minimahuishouden daalde veel sterker dan in de vier jaren ervoor. Deze daling hangt samen met de daling van het aandeel eenoudergezinnen. Minderjarige kinderen in armoede zijn relatief vaak onderdeel van eenoudergezinnen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 december 2024 Pagina 3 van 9

3. Bereik Van alle Amsterdamse huishoudens met recht op armoederegelingen in 2023 maakt bijna driekwart (73%) hier gebruik van. Door de verhoging van de inkomensgrens voor minimaregelingen moest een nieuwe groep worden bereikt die nog niet eerder bij de gemeente in beeld was. In absolute zin worden er nu wel meer huishoudens bereikt maar daalde het bereikpercentage licht met 3%. Minimahuishoudens met werk als belangrijkste inkomstenbron worden minder goed bereikt. Het verzamelbereik voor huishoudens in loondienst was 37%. Onder huishoudens met kinderen met een inkomen uit loondienst nam het bereik af ten opzichte van het voorgaande jaar. Respectievelijk 77% in 2022 en 72% in 2023. Zelfstandigen maken het minst gebruik van regelingen waar zij recht op hebben. Het totaalbereik voor zelfstandigen is wel gegroeid van 11% in 2022 naar 14% in 2023. Onder zelfstandigen nam het bereik voor de kindvoorzieningen flink toe ten opzichte van het voorgaande jaar: in 2023 werd 36% van deze huishoudens met kinderen bereikt ten opzichte van 28% in 2022. 4. Langdurig in armoede Van de Amsterdammers met een laag inkomen en weinig vermogen in 2022 verkeert 66% al tenminste drie achtereenvolgende jaren in die situatie. Dit percentage is de afgelopen jaren redelijk stabiel. In 2018 en 2019 was dit 67%, in 2020 66% en in 2021 65%.

Kinderen tussen 5 en 17 jaar, en 50-plussers in minimahuishoudens leven vaker dan gemiddeld drie aaneengesloten jaren onder de minimagrens. 5. Langdurig niet bereikt Van alle huishoudens die tot de minimagroep behoren en in 2023 niet werden bereikt, werd 28% langdurig niet bereikt. Onder de groep langdurig niet-bereikte minimahuishoudens zijn in vergelijking met de totale minimagroep veel zelfstandigen. 6. Aandeel ouderen Terwijl minderjarigen een steeds kleiner deel uitmaken van de minimapopulatie, neemt het aandeel Amsterdammers van 66 jaar en ouder juist toe. Dit komt overeen met een percentage van 22%. Deze toename wordt veroorzaakt door een algemene toename van het aandeel 65-plussers in de stad. Binnen de gehele groep Amsterdammers van 66 jaar en ouder bleef het aandeel dat deel uitmaakt van een minimahuishouden van 2015 tot 2020 gelijk en daalt dit sindsdien zelfs licht. Met de Agenda Bestaanszekerheid zijn nieuwe acties ingezet rondom het beter bereiken van minima die regelingen nog niet gebruiken. We intensiveren de samenwerking met ondersteuning ondernemers en ondernemingsadviespunten en zetten meer in op sociaal werkgeverschap. Daarnaast hopen we door de invoering van de Wet proactieve dienstverlening die begin 2025 wordt ingediend in de Tweede Kamer nog meer minima te kunnen bereiken.

Met deze wet kunnen gemeenten hun inwoners proactiever benaderen bij het vermoeden van het recht op armoederegelingen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 december 2024 Pagina 4 van 9

Schuldenmonitor 2024 De Schuldenmonitor 2024 is de vierde editie. De monitor geeft inzicht in de mate waarin Amsterdammers schuldenproblematiek ervaren. De informatie is gebaseerd op gegevens uit de Regionale Enquête Beroepsbevolking (REB). O&S verspreidt deze enquête vier keer per jaar onder een diverse groep Amsterdammers. In de Schuldenmonitor 2024 wordt op basis van enquêtes die in 2023 zijn afgenomen duidelijk hoeveel Amsterdammers aangeven problematische schulden te ervaren, wat hun achtergrondkenmerken zijn en om wat voor type schulden het gaat. O&S spreekt van een problematische schuld wanneer inwoners die zelf als een probleem ervaren en het niet uitsluitend gaat om een studieschuld. In de monitor brengt O&S ook in beeld hoeveel en welke Amsterdammers aangeven dat zij moeilijk rondkomen. Dat is een risicofactor voor het ontstaan van schulden. De Schuldenmonitor wordt jaarlijks opgesteld en daardoor zijn ook meerjarige ontwikkelingen inzichtelijk. De belangrijkste bevindingen uit de Schuldenmonitor 2024 zijn als volgt. 1. Een stabiel laag niveau van Amsterdammers met ervaren problematische schulden In 2023 had 7% van de Amsterdammers schulden die zij als problematisch ervaren (problematische schulden). Dit zijn omgerekend ongeveer 55 duizend mensen. In 2022 was het percentage nagenoeg even groot.

In voorgaande jaren (2019-2021) hadden meer Amsterdammers te maken met problematische schulden, te weten ca. één op de tien. De dalende trend is in lijn met landelijke ontwikkelingen. De afname in het aandeel met problematische schulden tussen 2019 en 2023 in Amsterdam is het sterkst onder inwoners die leven van de bijstand of een andere uitkering. 2. Stijging van achterstanden in het betalen van vaste lasten In 2023 lag het aandeel Amsterdammers dat te maken heeft met betalingsachterstanden op de vaste lasten (huur, hypotheek, energie, water, de ziektekostenverzekering of gemeentelijke belastingen) net als in 2021 hoger dan het aandeel met andersoortige schulden. In overige jaren waren private schulden juist het meest voorkomend. De verschillen zijn telkens wel klein. Onder Amsterdammers met problematische schulden is het aandeel met een informele schuld (bij familie of vrienden) stabiel rond de 20%. 3. Schuldduur loopt uiteen Ruim één op de zes Amsterdammers met problematische schulden gaf aan hier al langer dan tien jaar mee te maken te hebben (15%). Iets minder dan een vijfde (18%) heeft juist pas kort te maken met schulden of betalingsachterstanden: korter dan een jaar. De meeste bewoners met schulden die dit als een probleem beschouwen, geven aan dat dit één tot vijf jaar speelt (48%).

Opvallend is de samenhang tussen de looptijd van de schulden en het al dan niet aanmerken van de schulden als problematisch. Hoe langer de looptijd van de schulden, des te kleiner is het aandeel dat deze als problematisch beschouwt. Ook het type en de hoogte van de schulden hangen met deze twee factoren samen. Kortlopende schulden zijn relatief vaak betalingsachterstanden op vaste lasten, die vaak als een probleem worden ervaren en doorgaans niet meer dan 5.000 euro bedragen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 december 2024 Pagina 5 van 9

4. Groeiend aantal inwoners dat geen hulp ontvangt Het aandeel Amsterdammers met problematische schulden dat hulp ontvangt bedraagt 38%. Dit kan informele hulp zijn van familie, vrienden of kennissen, maar het kan ook gaan om gemeentelijke hulp (schuldhulpverlening via de buurtteams of hulp van een klantbegeleider) of hulp van een non-profit organisatie in de buurt. Van de Amsterdammers met problematische schulden geeft jaarlijks ongeveer 8% aan hierbij hulp te ontvangen van de gemeente; in de meeste gevallen betreft dit schuldhulpverlening via de buurtteams. Onder inwoners met problematische schulden en een laag inkomen ligt dit aandeel iets hoger (14% in 2023). Amsterdammers in de bijstand ontvangen het vaakst hulp (53%). Amsterdammers met een problematische schuld die in loondienst zijn of een eigen bedrijf hebben, ontvangen het minst vaak hulp: ongeveer in een op de drie gevallen. Het aandeel van de bewoners dat hulp ontvangt neemt af naarmate de schulden al langer lopen. 5. Daling van de groep die een studieschuld als probleem ervaart Na de afschaffing van de studiebeurs en de invoering van het leenstelsel in 2015 nam het aandeel Amsterdammers met een studieschuld dat hun schulden problematisch vindt geleidelijk toe: van 46% in 2019 tot 52% in 2022. In 2023 daalde dit aandeel weer.

Dit is zeer waarschijnlijk toe te schrijven aan de herinvoering van de studiefinanciering in studiejaar 2023-2024, zoals begin 2022 werd aangekondigd. Toch beschouwt nog steeds 43% van de Amsterdammers met een studieschuld deze en/of andere schulden als een probleem. Sinds april 2024 loopt er een experiment voor vroegsignalering met DUO, waarbij meldingen over betalingsachterstanden op het terugbetalen van een studieschuld aan de gemeente worden doorgegeven. Minima-effectrapportage (MER) 2024 Iedere twee jaar onderzoekt het Nibud de bestedingsruimte van inwoners met een laag inkomen en de effecten van het Amsterdamse minimabeleid hierop. In de minima-effectrapportage is voor het jaar 2024 voor zeven verschillende huishoudsamenstellingen en vijf inkomensniveaus in kaart gebracht hoeveel geld zij maandelijks overhouden. 1. Alle huishoudtypen hebben voldoende bestedingsruimte voor noodzakelijke kosten en participatie Uit de berekeningen komt naar voren dat alle huishoudtypen in Amsterdam voldoende middelen hebben voor noodzakelijke kosten en om mee te kunnen doen in de stad. Dit is een opvallende uitkomst gezien de sterke inflatie in de afgelopen jaren en laat zien dat de landelijke koopkrachtmaatregelen in 2023 en 2024 en het lokale minimabeleid hun effect hebben gehad.

Huishoudens met een inkomen op bijstandsniveau houden maandelijks € 137 tot € 616 vrije bestedingsruimte over en huishouden met een inkomen op 130% van het sociaal minimum € 360 tot € 1.428. Huishoudens zonder kinderen profiteren iets minder van de koopkrachtmaatregelen die de afgelopen jaren zijn genomen en hebben daarom minder bestedingsruimte dan huishoudens met kinderen. Maar er zijn ook aandachtspunten. Zo blijft er grote onzekerheid over de ontwikkeling van de prijzen van verschillende uitgavenposten in de komende jaren. Huishoudens met hogere inkomens hebben meer ruimte in hun begroting en hebben vaker een buffer om op terug te vallen. Iets wat huishoudens met een laag inkomen meestal niet hebben. Inzet op bijvoorbeeld de betaalbaarheid van de energierekening van huishoudens met een laag inkomen blijft daarom ook de komende

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 december 2024 Pagina 6 van 9

jaren noodzakelijk. Op het moment gebeurt dit onder andere door de inzet van energiecoaches, gratis energiebesparende producten en korting op energiezuinig witgoed via de Stadspas. De positieve uitkomsten per huishoudtype betekenen niet dat individuele huishoudens niet in de problemen kunnen komen. In haar gestandaardiseerde berekeningen gaat Nibud uit van drie voorwaarden: 1) men moet zeer goed met geld om kunnen gaan, 2) men maakt gebruik van alle regelingen waar men recht op heeft en 3) er zijn geen grote persoonlijke onvermijdbare uitgaven. Het is echter een bekend gegeven dat dit in de praktijk niet altijd het geval is. Persoonlijke onvermijdbare uitgaven zoals een zeer hoge huur en het niet-gebruik van regelingen kunnen ervoor zorgen dat individuele huishoudens niet rond kunnen komen. We spannen ons in om moeilijk bereikbare huishoudens zoals werkende minima te bereiken. We intensiveren doelgroepgerichte communicatie en zetten meer gerichte social media en buurtkranten in waar mogelijk. 2. (Meer) werken loont in de meeste gevallen Bij alle door Nibud onderzochte inkomensgrenzen en huishoudtypen loont het om vanuit de bijstand te gaan werken. Hoewel dit bij paren zonder kinderen in sommige gevallen slechts een zeer beperkte stijging betreft. Door werkgerelateerde kosten voor onder andere vervoer houden zij uiteindelijk weinig extra bestedingsruimte over.

Daarnaast geldt voor alle huishoudtypen dat wanneer hun inkomen toeneemt van 130% naar 150% van het sociaal minimum, hun bestedingsruimte slechts beperkt toeneemt of zelfs afneemt. Dit wordt veroorzaakt door de afbouw van landelijke toeslagen en het wegvallen van gemeentelijke minimaregelingen zoals de collectieve zorgverzekering en regelingen die zijn gekoppeld aan de Stadspas. Wel heeft deze groep een aanmerkelijk hoger besteedbaar inkomen dan huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Brede monitor t/m augustus 2024 De brede monitor geeft inzicht in absolute aantal verstrekkingen van onze armoederegelingen tot en met augustus van dit jaar. Drie verschillen uit de brede monitor licht ik hierna toe. •

•

•

Het aantal toekenningen voor de reiskostenvergoeding scholieren blijft achter ten opzichte van het vorige schooljaar. Voor het komende schooljaar 2024-2025 zijn er meer aanvraagformulieren verstuurd. Deze nieuwe selectie is groter dan voorgaande jaren vanwege de aangepaste reisafstand, waardoor de verwachting is dat het bereik dit schooljaar groter zal worden dan afgelopen schooljaar en de achterstand ingehaald wordt. Het aantal verstrekkingen voor een gratis ID-kaart is hoger in vergelijking met voorgaande jaren. De aanzienlijke stijging in het aantal verstrekkingen dit jaar kan worden verklaard door de wijziging in de geldigheidsduur van identiteitsdocumenten die in 2014 is doorgevoerd. In 2014 is de geldigheidsduur van deze documenten aangepast van 5 naar 10 jaar waardoor veel documenten dit jaar verlopen. In deze versie zijn daarnaast nieuwe grafieken voor de bijzondere bijstand opgenomen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 december 2024 Pagina 7 van 9

Maatwerkroute voor toekennen armoederegelingen In reactie op een manifest van actiegroep de Noordas over toetsen op netto besteedbaar inkomen bij het toekennen van minimaregelingen en de daaropvolgende motie 653.23 van het lid Yemane e.a. is uw raad op 23 februari jl. geïnformeerd over een nieuwe samenwerking met buurtteamorganisaties en andere intermediairs. Deze samenwerking richt zich onder andere op huishoudens die niet aan de formele inkomenseisen voor de Amsterdamse armoederegelingen voldoen, maar wel een laag besteedbaar inkomen hebben. Dit zijn bijvoorbeeld huishoudens die door een inkomensdaling als gevolg van een medische situatie, relatiebreuk of overlijden van partner hun hoge woonlasten niet meer kunnen betalen, huishoudens die door betalingsproblemen of schulden van zeer weinig geld moeten rondkomen of kinderen die tussen wal en schip vallen. Sinds 1 mei jl. kunnen mensen in dit soort situaties een aanvraag indienen via het Buurtteam. Een buurtteammedewerker brengt eerst samen met de aanvrager de inkomsten en uitgaven in kaart om het besteedbaar inkomen vast te stellen en dient de aanvraag in bij de gemeente. Een maatwerkteam stelt vervolgens vast of de aanvrager alsnog in aanmerking komt voor gemeentelijke armoederegelingen zoals de Stadspas en het Kindtegoed.

Deze nieuwe maatwerkroute komt bovenop de mogelijkheid die al langer bestaat voor voedselbankklanten en huishoudens in een schuldhulpverleningstraject met een laag besteedbaar inkomen om in aanmerking te komen voor armoederegelingen. 48 Amsterdamse huishoudens hebben sinds 1 mei een aanvraag gedaan via de maatwerkroute. Van de 42 genomen besluiten zijn er 37 aanvragen toegekend. Via intermediairs en de gemeentelijke website wordt de maatwerkroute onder de aandacht gebracht. Ook worden Amsterdammers automatisch naar deze mogelijkheid verwezen als bij aanvraag via het reguliere proces blijkt dat hun toetsingsinkomen te hoog is om in aanmerking te komen. Naast aanvragen van huishoudens met een laag besteedbaar inkomen, komen via deze route ook aanvragen binnen van huishoudens met een structurele inkomensdaling. Bij een inkomensdaling met weinig mogelijkheden om het inkomen weer te verhogen (bijvoorbeeld bij een inkomensdaling vanwege het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd of arbeidsongeschiktheid), kunnen aanvragen snel worden toegekend en wordt niet afgewacht of het inkomen in het toetsingsjaar mogelijk weer kan herstellen. Daarnaast wordt een beroep gedaan op de minimavoorzieningen bij een inkomensdaling vanwege een (vecht)scheiding of overlijden van partner.

Als het inkomen van het lopende jaar lager is en dus naar schatting onder de norm komt, kennen wij de aanvraag, vanwege de schrijnende situatie, toe. Ook medewerkers van de Ouder- en Kindteams (OKT’s) kunnen een aanvraag doorzetten als zij kinderen tegenkomen die door strikte toepassing van de toekenningsregels tussen wal en schip dreigen te vallen. Dit gebeurt bijvoorbeeld als door wisselende adressen niet alle benodigde documenten voorhanden zijn, denk aan ontvangen kinderbijslag, of bij kinderen die in een instelling of bij een familielid wonen en geen ouder/ verzorger hebben die een aanvraag kan indienen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 december 2024 Pagina 8 van 9

Stand van zaken aanpak menstruatiearmoede Sinds november 2022 werken we samen met de stichtingen Armoedefonds en Neighborhood Feminists om gratis menstruatieproducten te verspreiden over de stad. Eind 2023 hadden de stichtingen samen bijna 200 uitgiftepunten verspreid over alle stadsdelen en Weesp. In 2024 is afgesproken dat de het aantal uitgiftepunten ongeveer gelijk blijft. De cijfers tot en met oktober 2024 laten zien dat dat lukt. Het Armoedefonds heeft tot oktober 2024 in totaal 144 menstruatieproducten-uitgiftepunten (Mup’s) in Amsterdam. Dat zijn zeven Mup’s meer dan een jaar geleden. Het blijft dus ongeveer gelijk. De meeste Mup’s zijn te vinden in de masterplangebieden Zuidoost (36), Noord (28) en Nieuw-West (23). De doelgroepen zijn onder andere gezinnen (40%), VO- en MBO-leerlingen (31%) en PO-leerlingen (13%). Verder bestaat 9% uit dak- en thuislozen en 5% uit vluchtelingen. De overige 46% is niet gedefinieerd. Dit komt bijvoorbeeld door bibliotheken die lastig kunnen definiëren welke doelgroepen de producten meenemen. Het gebruik van de Mup’s is gemonitord door het aantal bestelde producten. Het gebruik is in 2024 ook gestegen ten opzichte van 2023, de locaties hebben meer producten besteld. Neighborhood Feminists heeft per oktober 2024 66 uitgiftepunten in Amsterdam. Het is een lichte stijging ten opzichte van een jaar geleden.

Het gebruik in het aantal meegenomen producten is in verhouding met 2023 nog verder gestegen. In de stadsdelen Oost (20 locaties), Nieuw-West (8) en Zuidoost (14) is het gebruik het hoogst. Meer dan de helft van alle menstruatieproducten van Neighborhood Feminists is uitgegeven in Zuidoost. De stichting heeft de locaties niet gevraagd doelgroepen bij te houden, omdat de uitgiftepunten op open toegankelijke plekken hangen. Daarnaast heeft de stichting het onderzoek CODE ROOD in september 2024 gepubliceerd. Uit dit onderzoek blijkt onder andere dat menstruatiearmoede in Amsterdam is gedaald van 27% van de vrouwen in 2022 naar 14% in 2024. Tot slot organiseert het facilitair bureau van de gemeente tot en met december 2024 een pilot bij drie stadsloketten. Bij de stadsloketten in Noord, Nieuw-West en West worden gratis menstruatieproducten aangeboden. De pilot is bedoeld om de kosten hiervan in beeld te brengen. Medio januari 2025 is duidelijk wat dit kost en kan de pilot een eventueel vervolg krijgen. Parool motie gratis krant Naar aanleiding van motie 24.083 van raadslid Alberts inzake een gratis krant voor minima zijn op woensdag 17 juli jl. via de website van de Stadspas 250 abonnementen op het Parool beschikbaar gesteld en binnen twee dagen waren deze vergeven.

Daarnaast konden pashouders zich vanaf 1 november inschrijven op een actie gestart waarbij vanuit het Stadspasbudget nog eens 1.000 jaarabonnementen worden verstrekt. In lijn met wat de motie beoogt en met het motto van het college om ongelijk te investeren voor gelijke kansen is de actie specifiek gericht op zes buurten in de masterplangebieden: Slotermeer Noordoost, Slotermeer Zuidoost, G-buurt-Noord, Holendrecht West, Volewijck en IJplein/ Vogelbuurt.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 december 2024 Pagina 9 van 9

Door de communicatie over de actie specifiek op deze buurten te richten, hadden alle inwoners met een laag inkomen hier voldoende mogelijkheid om voor een abonnement in aanmerking te komen en waardoor zij minder snel achter het net visten dan bij de eerste actie. In totaal worden 630 van de 1.000 abonnementen verstrekt in deze buurten. Zij ontvangen de krant vanaf 31 december 2024 op de mat. Ook onderzoeken we de mogelijkheid om een onderwijsproject over journalistiek en objectieve nieuwsgaring te koppelen aan deze actie. Tot slot Onze armoederegelingen zijn van groot belang voor alle minimahuishoudens in onze stad. Door deze regelingen kunnen alle huishoudens over voldoende middelen beschikken om in hun levensonderhoud te voorzien. Zonder deze regelingen hebben veel huishoudens niet voldoende besteedbaar inkomen. We blijven ons zoveel mogelijk inspannen om minimahuishoudens te bereiken.

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Marjolein Moorman Wethouder Armoedebestrijding Bijlagen 1. Amsterdamse Armoedemonitor 2023 2. Schuldenmonitor 2024 3. MER 2024 4. Brede monitor armoederegelingen t/m augustus 2024

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15626901/1