Raadsinformatiebrief Amsterdamse bijdrage investeringspakket BO MIRT 2022, voortgang MIRT-verkenningen uitbreiding metrolijnen, en Voorkeursbeslissing Derde Perron Amsterdam Zuid.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door
Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 12 december 2023 Verkeer, vervoer, grond en ontwikkeling, ruimtelijke ordening Melanie van der Horst/Reinier van Dantzig Directie Verkeer & Openbare Ruimte, bestuurlijke.zaken.VOR@amsterdam.nl Amsterdamse bijdrage investeringspakket BO MIRT 2022, voortgang MIRTverkenningen uitbreiding metrolijnen, en Voorkeursbeslissing Derde Perron Amsterdam Zuid
Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief geeft het college u, conform de toezegging die is gedaan in de Commissie MOW van 18 oktober jl., meer inzicht in de financiën van de package deal (het investeringspakket BO MIRT 2022). Daarnaast informeert het college u met deze brief over de voortgang van de twee MIRT-verkenningen naar respectievelijk het doortrekken van de Noord-Zuidlijn naar Hoofddorp en het sluiten van de metroringlijn en de stand van zaken van het project Derde Perron (station Amsterdam Zuid). Investeringspakket BO MIRT 2022 Op 11 november 2022 is in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) een investeringspakket overeengekomen ten behoeve van de benodigde schaalsprong van de infrastructuur in en om Amsterdam, om de voorziene groei van onze stad en regio op een duurzame en verantwoorde manier op te kunnen vangen. Via dit samenhangende pakket is het gelukt om belangen en daaraan gekoppelde bijdragen van diverse Rijk- en regiopartijen bij elkaar te brengen om de uitvoering van de verschillende onderliggende projecten van dit pakket van de grond te krijgen.
Onderdeel van dit pakket betreft de start van een MIRT-traject van Rijk en regio naar uitbreiding van de Noord/Zuidlijn naar Hoofddorp om de Schipholtunnel te ontlasten ten behoeve van (inter)nationaal treinverkeer alsmede een betere OV-ontsluiting van zuidwest Amsterdam en het werkgebied Schiphol. Ook de start van een MIRT-traject van Rijk en regio naar het sluiten van de metroringlijn ten behoeve van het ontsluiten van Haven-Stad en het opvangen van de reizigersgroei door het sterk stijgend aantal inwoners van Amsterdam en omliggende omgeving is onderdeel van het pakket. In dit laatste geval is overeengekomen dat de MIRT-Verkenningsfase betrekking heeft op het geheel sluiten van de metroring, maar dat een realisatie gefaseerd zal plaatsvinden. Te beginnen met het doortrekken van de metrolijn van station Isolatorweg naar een nieuw te realiseren station Hemknoop en een OV-noord/zuidverbinding (mogelijke verlenging tramlijn 5) voor de ontsluiting van de eerste fase Haven–Stad. Het investeringspakket wordt gecompleteerd met middelen voor het tekort aanleg Zuidasdok (een eenmalige bijdrage, conform het advies van de commissie Dekker, buiten de
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 december 2023 Pagina 2 van 7
Bestuursovereenkomst Zuidasdok om), het tekort voor de aanleg van een derde perron Zuid, de aanpak van de knooppunten Amstel en Nieuwe Meer, en de aanpak van de Rozenoordbrug. Amsterdamse bijdrage en dekking aan onderliggende trajecten investeringspakket BO MIRT 2022 In de vergadering van de Commissie MOW van 18 oktober heeft wethouder Van der Horst naar aanleiding van behandeling van de begroting 2024 en daaruit volgende vragen over de package deal (het investeringspakket BO MIRT 2022) toegezegd met een notitie te komen waarin is opgenomen wat de bijdragen zijn, hoe deze worden gedekt en door wie wat wordt betaald. Met onderstaande informatie beschouwt het college deze toezegging als afgedaan. Bijdragen Amsterdam heeft zich in het BO MIRT 2022 gecommitteerd aan een totale bijdrage van € 600 miljoen (prijspeil januari 2022) aan het totale investeringspakket. Na het BO MIRT 2022 heeft Amsterdam met het Rijk en de andere bijdragende regionale partijen gesproken over een verdeling van de bijdragen over de verschillende onderliggende trajecten van het investeringspakket uit het BO MIRT 2022. Deze overleggen leverden de volgende voorlopige verdeling op:
Tekort Zuidasdok (een eenmalige bijdrage, conform het advies van de commissie Dekker, buiten de Bestuursovereenkomst1 om) Knopen Nieuwe Meer en Amstel plus Rozenoordbrug Tekort Derde Perron Doortrekken NZ lijn Sluiten Ringlijn 1e fase Totaal
Totale kosten (in mln euro)
Bijdrage Rijk (in mln euro)
VRA
Bijdrage Amsterdam (in mln euro)
909
Bijdrage regio excl. Amsterdam en exclusief VRA (in mln euro) 0
1212
138
165
317
317
0
0
0
175 3364 394 5462
158 2712 0 4096
0 396 0 396
8,5 136,1 87,4 370
8,5 119,9 306,6 600
Deze verdeling over de verschillende onderliggende trajecten is tot stand gekomen op basis van al lopende bestuurlijke afspraken rondom Zuidasdok en de eerdere bijdrage vanuit het Nationaal Groeifonds, alsmede de huidige belangen en inbreng van Rijk en regiopartijen. Parallel aan de gesprekken met Rijk en regiopartners over de verdeling van de bijdragen over de verschillende projecten van het investeringspakket, is met vaststelling van de Voorjaarsnota 2023 besloten tot het instellen van een reserve Schaalspronginvesteringen bij de begroting 2024. Duidelijk was en is dat een deel van de totaal toegezegde bijdrage van € 600 miljoen op dit 1 Met de bestuursovereenkomst in 2012 is door Amsterdam € 201 mln (prijspeil 2011) toegezegd. Deze bijdrage bedraagt heden,
als gevolg van indexatie en bijbestellingen, € 241 mln (prijspeil 2022). In de Bestuursovereenkomst 2012 is daarnaast vastgelegd dat indien het taakstellend budget niet toereikend is of dreigt te zijn voor uitvoering van de scope, er bestuurlijk overleg volgt om tot een oplossing te komen, met in het uiterste geval een beslissing over de vraag of partijen een extra bijdrage doen conform een vastgelegde risicoverdeling. De vastgelegde risicoverdeling houdt in dat Rijk en Amsterdam samen de risicodragende partijen zijn in de verhouding 75% (Rijk) – 25% (Amsterdam). Daarbij is afgesproken dat het projectrisico voor Amsterdam is gemaximeerd tot een bijdrage van ten hoogste € 55 mln. prijspeil 2011 (= € 70,2 mln. prijspeil 2023).
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 december 2023 Pagina 3 van 7
moment binnen de Amsterdamse begroting niet meteen op tafel te leggen is. Iets meer dan de helft (zie ook verderop in deze brief onder ‘dekking Amsterdamse bijdrage’) zal in de komende jaren nog gevonden moeten worden binnen het dan geldende investeringsplafond. In de toedeling van de middelen die wel voorhanden waren, heeft het college bij de voorbereiding van de Voorjaarsnota 2023 eerst gekeken naar die delen van het investeringspakket waar ook een Rijksbijdrage of bijdrage van regiopartijen (niet zijnde de VRA) tegenover staat (zie verderop bij het onderwerp ‘dekking Amsterdamse bijdrage’). Omdat deze partijen tegelijkertijd ook hun bijdrage aan het organiseren waren binnen hun begroting, was het van belang om daar als Amsterdam gelijke tred mee te houden. Gevolgen uitname door het Rijk uit diens reservering voor het doortrekken van de Noord-Zuidlijn Afgelopen Prinsjesdag heeft het Rijk bekend gemaakt dat het een uitname doet uit diens reservering voor het doortrekken van de Noord/Zuidlijn (zie ook de eerdere Raadsinformatiebrief “ontwikkelingen Prinsjesdag in relatie tot Doortrekken Noord/Zuidlijn”, d.d. 19 september 2023). Afspraken over het weer aanvullen van deze reservering door het Rijk zijn door de demissionaire status van het Rijk op dit moment niet mogelijk.
Wel zijn relatief kleinere afspraken mogelijk gebleken, zoals aangegeven is in de raadsinformatiebrief “Afspraken BO MIRT 7 november jl.” van 14 november j.l. Het is op dit moment onzeker of een nieuw kabinet de uitname (tijdig) zal herstellen. Ten tijde van het opstellen van de Amsterdamse begrotingstukken was deze uitname door het Rijk en onzekerheid over herstel van deze uitname door het Rijk nog niet voorzien. Het Rijk heeft de afgelopen jaren voortdurend aan Amsterdam en andere regiopartijen gevraagd om ook een bijdrage te leveren aan Rijksprojecten zoals Zuidasdok en het doortrekken van de Noord/Zuidlijn. In het BO MIRT 2022 hebben Amsterdam en regiopartijen aan dit verzoek voldaan. Met de uitname van het Rijk is een nieuwe werkelijkheid ontstaan. Waar Amsterdam en regiopartners hun bijdrage in hun begroting inmiddels (nagenoeg) hebben georganiseerd op de projecten waar ze samen met het Rijk in zitten, blijft het Rijk nu in gebreke. Ook in relatie tot diens eigen MIRT-spelregels. Amsterdam en de regionale partners staan nog steeds achter het overeengekomen Investeringspakket BO MIRT 2022. Daarbij houdt Amsterdam het Rijk aan de gemaakte afspraken. Verreweg het grootste deel van de Amsterdamse bijdrage aan dit Investeringspakket zal nodig zijn vanaf circa 2028 (in het geval van Zuidasdok) en na het afronden van de beide MIRT-Verkenningen rondom de metro-uitbreidingen.
Met de toezegging van het Rijk in het BO MIRT van 2023 dat het de kosten van de Verkenning a € 33,60 miljoen naar het doortrekken van de Noord/Zuidlijn op zich neemt en het belang wat Amsterdam en VRA hechten aan het sluiten van de Ringlijn kunnen deze twee Verkenningen worden uitgevoerd. Voor de afronding van de Verkenningen moet wel duidelijk zijn of het Rijk diens uitname heeft hersteld. Amsterdam stelt haar bijdragen aan het tekort aan Zuidasdok, tekort Derde Perron en realisatie van het doortrekken van de Noord/Zuidlijn alleen beschikbaar wanneer het Rijk diens uitname heeft hersteld. Amsterdam heeft aangedrongen op een bestuurlijk vervolggesprek over herstel van dit tekort. Dekking Amsterdamse bijdrage De (voorlopige) verdeling , zoals hierboven al gemeld, is gebruikt bij het komen tot een dekkingsvoorstel van de Amsterdamse bijdrage aan het gehele investeringspakket BO MIRT 2022. Voor de dekking van de Amsterdamse bijdragen van € 600 miljoen is bij de begroting 2024 een
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 december 2023 Pagina 4 van 7
reserve ‘Incidentele bijdragen Schaalsprong’ gecreëerd. In de begroting 2024 is de dekking van deze reserve beschreven, namelijk: • € 100 miljoen uit de reserve Erfpacht • € 66 miljoen uit de reserve Zuidas • € 10 miljoen in 2023 uit de vereveningsruimte VEF/Zuidas • Een jaarlijkse aanvulling van € 12 miljoen tussen 2024 en 2037 uit de vereveningsruimte in het VEF/Reserve Zuidas. In totaal gaat het om een reserve van € 344 miljoen. Van deze reserve is € 294 miljoen bestemd voor de incidentele bijdragen aan de Schaalsprong-investeringen. In de begroting 2024 is deze € 294 miljoen van de reserve nader bestemd, namelijk tekort Zuidasdok (€ 165 miljoen), het doortrekken van de Noord-Zuid Lijn (119,9 miljoen) en het tekort op het 3e perron Zuid (€ 8,5 miljoen). Ook de lasten voor de verkenning Ringlijn (volgens de huidige inzichten € 14 miljoen voor de gemeente, zijnde de helft van maximaal € 28 miljoen) zijn hieraan als bestedingsdoel toegevoegd om tijdig de Verkenning te kunnen starten. De overige € 50 miljoen is bestemd voor Maatschappelijke Voorzieningen. De verdeling tussen deze projecten vindt plaats bij de door uw Raad vast te stellen voorjaarsnota 2024. Hierbij hoort dan ook een voorstel om de reserve voor zover nodig te verhogen tot het totaal van de bovengenoemde bedragen (op basis van het totaal aan bovenstaande bedragen is er nog een tekort van € 14 miljoen).
In de begroting is aangegeven dat de investering voor het sluiten van de Ringlijn de volgende jaren wordt ingepast onder het dan nader vast te stellen investeringsplafond. Dit betekent dat op dit moment de dekking voor de beoogde vervolgstappen (plan- en realisatiefase) van € 292 miljoen voor het sluiten van de Ringlijn nog gevonden dient te worden. MIRT-Verkenningsfase in relatie tot gehele MIRT-traject De status van MIRT-traject betekent dat het Rijk de betreffende opgave als een Rijksopgave heeft erkend en benoemd. Het MIRT-traject heeft als doel om als Rijk samen met de omgeving te komen tot een slimme, duurzame en klimaatbestendige oplossing voor de knelpunten op een bepaald traject. Dit wordt gedaan door de opgave breed te onderzoeken en een integrale afweging te maken. Dit gebeurt in de vorm van een trechteringsproces waarbij stap voor stap wordt toegewerkt naar het Voorkeursbesluit. De MIRT-Verkenningsfase, die valt te vergelijken met fase 2 van het Amsterdamse PBI, moet in beeld brengen welk voorkeursalternatief benodigd is om de benoemde opgave op te lossen en wat daarbij inhoudelijk en financieel komt kijken. Dit doet het aan de hand van een aantal kansrijke alternatieven die nader onderzocht worden. Daarbij werkt de MIRT-Verkenningsfase met een voorlopig voorkeursalternatief, inclusief geschatte kosten van dit alternatief.
Aan het einde van de Verkenningsfase kan een beter beeld worden gemaakt van welk alternatief daadwerkelijk het beste aansluit op de benoemde opgave. En ook welke kosten en bijkomende uitvoeringsrisico’s hiermee gemoeid zijn. Vandaar ook dat pas na de Verkenningsfase en voorafgaand aan een Voorkeursbesluit er definitieve afspraken gemaakt kunnen worden met betrekking tot de kosten, risico’s en verdeling hiervan over de deelnemende partijen aangaande het gehele MIRT-traject inclusief realisatie. En wordt op dit moment alleen een Samenwerkingswerkingsovereenkomst opgesteld voor de Verkenningsfase van het MIRT-traject.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 december 2023 Pagina 5 van 7
Voortgang MIRT-Verkenningen uitbreiding metrolijnen De MIRT-Verkenning is de eerste fase van een MIRT-traject. Voor beide MIRT-Verkenningen naar uitbreiding van de metrolijnen heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat namens het Rijk het Startbesluit getekend en zijn beide MIRT-Verkenningen van start gegaan. In de afgelopen periode zijn stappen gezet ten behoeve van de verdere inrichting van de uitvoeringsorganisatie van de MIRT-Verkenning naar het doortrekken van de Noord/Zuidlijn (officieel de OV Verbinding Amsterdam Haarlemmermeer genaamd (OVAH). Denk hierbij aan het inrichten van de projectorganisatie en de personele inbreng van de deelnemende partijen, het vormgeven van het projectplan en de overlegstructuren. Maar ook afspraken over de financiële bijdragen van de deelnemende partijen aan de uitvoering van de MIRT-Verkenningsfase en de omgang met risico’s en geschillen. En over de omgang met tussentijdse scopewijzigingen, eventueel optredende inhoudelijke problemen, aanpassingen, en meekoppelkansen. Bij het vormgeven van de governance, samenwerking en aanpak van dit project is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Samenspel en Tegenspraak’ waarin de tien lessen van de Noord/Zuidlijn zijn opgenomen. De totale Verkenningskosten van de MIRT-Verkenning OVAH zijn daarbij ingeschat op € 33,60 miljoen.
Met het Rijk is overeengekomen dat het Rijk 100% van de Verkenningskosten op zich neemt (zie ook de raadsinformatiebrief “Afspraken BO MIRT 7 november jl.” van 14 november j.l.). Hierin zit ook een post onvoorzien van 20%. Voor de verdeling van eventuele meerkosten door risico’s daarboven is een verdeling van 80% voor de regio en 20% voor het Rijk overeengekomen. Voor de gemeente Amsterdam zou dit betekenen dat deze € 0,8 miljoen voor haar rekening neemt indien dergelijke meerkosten met een omvang van 10% van de studiekosten zich zouden voordoen. Deze afspraken worden door Rijk en regiopartijen op korte termijn vastgelegd in een bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst (SOK). Ook voor de MIRT-Verkenning OV Verbinding Sloterdijk – Amsterdam centrum worden door Rijk en regiopartijen op dit moment vergelijkbare stappen doorlopen en is de verwachting dat begin 2024 ook een bestuurlijke Samenwerkingsovereenkomst getekend zal worden. Daarbij zullen naar verwachting Amsterdam en VRA elk 50% van de Verkenningskosten voor diens rekening nemen. Deze Verkenningskosten worden op dit moment inclusief een risicoreservering ingeschat op € 28 miljoen, wat de verwachte maximale Amsterdamse bijdrage aan deze Verkenning brengt op € 14 miljoen. Het Rijk levert alleen in natura (personeel) bij aan de uitvoering van de Verkenning.
Daarnaast zal de gemeente voor beide Verkenningen samen de komende drie jaren naar verwachting in totaal € 1,5 miljoen aan interne kosten maken om de Verkenningen te begeleiden. Het college zal, gezien de omvang van deze verplichting en het feit dat de onttrekking aan de reserve nog niet is begroot (dit volgt bij Voorjaarsnota 2024), aan uw Raad voorleggen om vooruitlopend op de Voorjaarsnota 2024 de benodigde middelen vrij te geven voor besteding om de samenwerkingsovereenkomst voor deze MIRT-Verkenning aan te kunnen gaan met de partners. Daarna kan de feitelijke uitvoering van de Verkenning beginnen. Uw Raad zal wanneer de Verkenningen goed op stoom zijn periodiek worden geïnformeerd over de voortgang. Onder andere via rapportages in het kader van de Regeling Grote Projecten, waar het college beide MIRT-trajecten OV Verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer en OV Verbinding Sloterdijk -Amsterdam centrum inmiddels aan heeft toegevoegd.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 december 2023 Pagina 6 van 7
Voorkeursbeslissing project Derde Perron Een ander MIRT project in het kader van het investeringspakket BO MIRT 2022 betreft de aanleg van het derde perron bij station Zuid. Het betreft o.a. de aanleg van een derde perron met twee extra treinsporen, een internationale terminal met border security onder het station Zuid, keersporen en voorzieningen voor het opstellen en afhandelen van treinen. Het project vergroot de agglomeratiekracht van de metropoolregio, mede door de komst van een internationale terminal en het verhogen van de capaciteit van het landelijk spoorwegnetwerk. Internationale reizigers kunnen vanaf station Zuid in de toekomst naar vele andere bestemmingen in Europa. Hiermee neemt de aantrekkelijkheid van Amsterdam als bijvoorbeeld vestigingsstad voor internationale bedrijven toe. Ook draagt het bij aan de transitie van vliegen naar spoor en daarmee aan een duurzamere wijze van (inter)nationaal reizen. In het BO MIRT 2022 is overeengekomen dat de regio € 17,0 miljoen extra bijdraagt om het tekort van in totaal € 175,0 miljoen op deze investering te dekken. Amsterdam en VRA dragen elk 50% van deze regiobijdrage. En daarmee dragen Amsterdam en de VRA ieder € 29,3 miljoen bij aan de totale kosten die € 448,0 miljoen bedragen. De gemeente betaalt niet mee aan de internationale terminal en bijbehorende voorzieningen.
€ 8,5 miljoen van de Amsterdamse bijdrage wordt gedekt uit de reserve Schaalspronginvesteringen (zoals ook eerder in deze brief aan de orde is gekomen). Het voornemen is om het overige deel te dekken uit Programma Stadsverbetering. Hiervan dient de komende jaren nog € 18,2 miljoen te worden gereserveerd. Op dit moment is het inzicht dat realisatie van het derde perron niet eerder kan starten dan na 2030. Het zwaartepunt van deze middelen komt hierdoor niet eerder tot uitgave dan in de periode na 2030. Het college heeft op 28 november j.l. ingestemd met de MIRT Voorkeursbeslissing Derde Perron. De staatssecretaris van IenW heeft de Voorkeursbeslissing vastgesteld.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 december 2023 Pagina 7 van 7
Met deze Voorkeursbeslissing wordt de MIRT-verkenning afgesloten en kan worden overgegaan naar de volgende fase van het MIRT-proces, de planning- en studiefase. Dit is vergelijkbaar met een PBI-2 voorkeursbesluit en de start van PBI fasen 3 en 4. Wij hopen u hiermee voor nu voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Melanie van der Horst Wethouder Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit
Reinier van Dantzig Wethouder Woningbouw en Stedelijke Ontwikkeling
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl