raadsinformatiebrief afdoening toezegging reactie op de rapporten commissie regulering van werk en w
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Afdoening toezegging
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 21 april 2021 Sociale Zaken Rutger Groot Wassink Bestuurszaken.wpi@amsterdam.nl Reactie op rapporten van de WRR en Commissie Regulering van Werk, afdoening toezegging TA2020-000588 uit de Commissievergadering van 27 mei 2020
Geachte leden van de gemeenteraad, In uw vergadering van 27 mei 2020 heb ik aan het lid Roosma van GroenLinks toegezegd om op basis van de kabinetsreactie op het rapport van de. Commissie Regulering van Werk (Borstlap) bij u terug te komen op de rapporten van de WRR “Het betere werk”1 en van de Commissie Regulering van Werk “In wat voor een land willen wij werken?”2 en u daar nader over te informeren. Sinds het uitkomen van het rapport van de WRR eind december 2019 en de Commissie Regulering van Werk in januari 2020 is er nogal wat veranderd rondom werk en bestaanszekerheid. We leven al meer dan een jaar met corona en de effecten die de maatregelen hebben op de arbeidsmarkt en bestaanszekerheid. De analyses en constateringen van de Commissie Regulering van Werk, onder leiding van Hans Borstlap, worden door de coronacrisis in de praktijk bevestigd. Het huidige systeem is kwetsbaar en biedt een heleboel mensen onvoldoende bescherming rondom hun werk en daarmee hun bestaanszekerheid. Dit wordt voor een groot deel veroorzaakt door de vergaande flexibilisering van de arbeidsmarkt in Nederland en hierdoor ontstane ongelijkheid in de toegang tot, de steeds verder versoberde, collectieve voorzieningen. De regio Groot-Amsterdam wordt door de crisis hard geraakt. Op 1 april 2021 meldt UWV dat de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam het hardst is geraakt.
In een jaar daalde het aantal banen in onze regio met bijna 18.000. Daarnaast heeft bijna de helft van alle zelfstandigen in de regio een beroep moeten doen op de Tozo regeling omdat zij niet meer in het eigen levensonderhoud konden voorzien. Dat heeft alles te maken met de werkgelegenheid in Amsterdam die kwetsbaarder is voor de coronacrisis, omdat hier relatief veel banen in de horeca, de zakelijke dienstverlening en de luchtvaart zijn. Bovendien kent Amsterdam een groot aandeel flexwerkers en zzp’ers. Omdat de Rijksoverheid diverse crisismaatregelen heeft genomen is het effect op de werkloosheid tot nog toe onzeker. Zolang ondernemers werknemers in dienst kunnen houden is het effect op de werkloosheid nog beperkt, maar de zogenaamde flexibele schil staat wel onder
1
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/01/23/rapport-in-wat-voor-land-willen-wijwerken 2 https://www.wrr.nl/publicaties/rapporten/2020/01/15/het-betere-werk
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 21 april 2021 Pagina 2 van 10
druk. Dit laatste is vooral voor Amsterdam van belang omdat de relatief jonge beroepsbevolking van Amsterdam veel flexibele arbeidskrachten kent. Maar, ook vóór de coronacrisis waren er al groepen kwetsbaar op de arbeidsmarkt, denk aan jongeren, laagopgeleiden, mensen met een arbeidsbeperking en met een migratieachtergrond. Gemeenten, waaronder Amsterdam, pleiten daarom al langer voor meer middelen om activerend arbeidsmarktbeleid vorm te kunnen geven. Immers, de middelen voor re-integratie zijn de afgelopen 10 jaar meer dan gehalveerd, waardoor gemeenten al jaren niet de dienstverlening kunnen leveren die ze nodig achten. Stand van de sociale zekerheid De afgelopen jaren werd in Nederland steeds duidelijker dat het stelsel van sociale zekerheid niet meer aansluit bij de veranderingen in de samenleving, dit geldt met name voor de steeds verder flexibiliserende arbeidsmarkt. Het hele systeem, inclusief de toeslagen en de financiering van collectieve voorzieningen, is drastisch toe aan vernieuwing. We zien dat de bestaanszekerheid van een steeds grotere groep onder druk staat en dit wordt nog versterkt door de coronacrisis en de verwachte nasleep daarvan.
Het gaat om huishoudens die afhankelijk zijn van een steeds complexer stelsel van sociale zekerheid, met verschillende vormen van ondersteuning (uitkering, toeslagen, bijzondere bijstand, armoederegelingen, belastingvrijstellingen) uitgevoerd door verschillende overheden en organisaties (Belastingdienst/Toeslagen, UWV, gemeenten, SVB). Bij het aanvragen van inkomensondersteuning kan iemand te maken krijgen met 27 regelingen en 8 definities van het begrip inkomen of vermogen. We hebben het afgelopen jaar gezien dat mensen met een flexibel of tijdelijk contract als mede grote groepen zelfstandigen extra kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt. In Amsterdam waren er ruim 40.000 aanvragen voor Tozo1 en in totaal ongeveer 3.300 jongeren die hun baan zijn verloren of noodgedwongen minder konden werken. Juist deze twee groepen hebben vaak maar een beperkt vangnet op de arbeidsmarkt en op het gebied van financiën. Ook worden de verschillen onder deze twee groepen steeds groter. De coronacrisis bevestigt dat het verschil in bescherming van verschillende vormen van werk groot is. Kabinetsreactie op de rapporten van de WRR en Commissie Regulering van Werk Het, inmiddels demissionaire, kabinet signaleert dit ook in de kabinetsreactie3 op de genoemde rapporten. Samengevat zegt het kabinet dat de coronacrisis in veel gevallen de conclusies van de rapporten bevestigt, o.a.
doordat het verschil in bescherming tussen verschillende vormen van werken groot is en dat er een andere manier van werken nodig aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Het kabinet geeft aan waar mogelijk bij de verschillende steun- en herstelpakketten al zoveel mogelijk rekening te houden met de adviezen uit beide rapporten. Met de steunmaatregelen wordt grotendeels voorkomen dat mensen hun inkomen verliezen, denk aan de Tozo en NOW regeling. Met de inzet van het aanvullend sociaal pakket zet het kabinet ook in op ontschotte crisisdienstverlening, om- en bijscholing en armoedebestrijding. Dat is positief in het hier en nu, maar levert nog geen structurele verandering op van het systeem.
3
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/11/11/kabinetsreactie-op-Commissieregulering-van-werk-en-wrr-rapport-het-beter-werk
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 21 april 2021 Pagina 3 van 10
Ook meldt het kabinet in hun brief dat de structurele hervormingen aan een volgend kabinet zijn. Het toekomstbestendig maken van de arbeidsmarkt, met alle betrokkenen die daarbij horen, is een kwestie van jaren. Dit sluit ook aan bij het advies van de Commissie Regulering van Werk, de Commissie geeft immers aan dat er waarschijnlijk meerdere kabinetten nodig zijn om deze verandering voor elkaar te krijgen. Invloed verkiezingen op uitwerking rapporten Op 17 maart jl. vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaatst. In veel verkiezingsprogramma wordt verwezen naar het advies van de Commissie Regulering van Werk. Wat op valt is dat veel partijen ervoor kiezen om een aantal onderdelen uit het advies over te nemen, vaak die het meest passen bij de ideologie van de partij. De Commissie Regulering van Werk geeft zelf aan dat het gaat om een totaalpakket van hervormingen die nodig zijn. Selectief shoppen in de aanbevelingen levert volgens de Commissie niet het gewenste resultaat op. Bij de uitwerking en uitvoering van het regeerakkoord is dat een aandachtspunt. Wel zijn bijna alle partijen het erover eens dat er iets moet gebeuren met de grote hoeveelheid flexwerkers en zzp’ers op onze arbeidsmarkt.
Het kabinet is bijvoorbeeld al gestart met een voorstel voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers (als onderdeel van het pensioenakkoord), maar ook dit gaat waarschijnlijk nog jaren duren. Daarnaast hebben veel partijen een standpunt ingenomen t.a.v. basisbaan of in ieder geval het recht om te werken voor mensen die een grote afstand tot werk hebben. In de verkiezingsprogramma’s wordt dit nog niet heel concreet, en ook de rapporten van de WRR en de Commissie Regulering van Werk geven nog geen concrete invulling aan de basisbaan. Ook de inzet op om- en bijscholing valt op, veel politieke partijen zien dit als een sleutel om mensen tijdig wendbaar te maken op de arbeidsmarkt. Ook de samenwerking tussen regionale partijen, UWV en overheid en publiek en privaat wordt door enkele partijen genoemd. Dit alles wekt de verwachting dat we in het komende regeerakkoord veranderingen op het terrein van arbeidsmarktbeleid en werk tegemoet kunnen zien. Hoe Amsterdam daar invloed op uit wil oefenen vindt u in het laatste deel van deze brief. Amsterdamse inzet op activerend arbeidsmarkt beleid en een inclusieve arbeidsmarkt De Commissie Regulering van Werk benoemt vijf bouwstenen voor de toekomst (zie kader hieronder). De eerste twee punten vragen om aanpassing van wet- en regelgeving en zijn in die zin dus aan de wetgever.
Denk hierbij aan wet- en regelgeving rondom verschillende contractvormen. En ook voor de overige punten zal het Rijk zich moeten inspannen. Dit betekent echter niet dat we in Amsterdam niet al in lijn met het advies een aantal dingen in gang kunnen zetten, zeker niet t.a.v. de overige bouwstenen.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 21 april 2021 Pagina 4 van 10
Aanbevelingen van de Commissie Regulering van Werk De opdracht aan de Commissie was om advies uit te brengen over de Regulering van Werkenden en arbeids- en opdrachtrelaties, met als doel deze beter aan te laten sluiten bij de behoeften en omstandigheden van de huidige tijd en (voor zover voorzienbaar) de toekomst. De Commissie publiceerde op 23 januari 2020 haar eindrapport. Het rapport van de Commissie Regulering van Werk, onder leiding van Hans Borstlap, gaat in op de scheefgegroeide verhoudingen op de arbeidsmarkt. Om ervoor te zorgen dat werk iedereen in Nederland welvaart en groei oplevert, moeten wet- en regelgeving volgens de Commissie over de hele linie op de schop. Dit om de arbeidsmarkt toekomstbestendig te maken en alle werkenden in Nederland dezelfde rechten en plichten te geven. De Commissie stelt een aantal maatregelen voor die betrekking hebben op het arbeidsrecht, sociale zekerheid en belastingen. De Commissie reikt een vijftal bouwstenen aan: 1. Er moet een beter evenwicht komen tussen interne wendbaarheid en externe flexibiliteit; 2. Er moet een overzichtelijk stelsel van contractvormen komen; 3. Alle werkenden moeten zich kunnen ontwikkelen en (blijven) leren; 4. Alle werkenden moeten fiscaal gelijk worden behandeld en zeker zijn van een Basisinkomen; 5. Het arbeidsmarktbeleid moet activerend en inclusief zijn.
De Commissie Borstlap constateert dat de huidige Regulering van Werk onvoldoende is toegesneden op toekomstige behoeften en omstandigheden. Er zijn fundamentele aanpassingen van wet- en regelgeving nodig zijn om op langere termijn economische en sociale vooruitgang te waarborgen. De Commissie adviseert het kabinet om de regie te nemen en partijen bijeen te brengen in een brede maatschappelijke alliantie om de geschetste richting verder uit te werken.
Al voor de coronacrisis zijn we al gestart met inzet op activerend arbeidsmarktbeleid en preventie. Een goed voorbeeld hiervan is de pilot max WW. De gemeente Amsterdam en UWV zijn een pilot te gestart om doorstroom van de WW naar de bijstand te voorkomen. In een gezamenlijk team van klantmanagers van Amsterdam en adviseurs werk van UWV krijgen werkzoekenden met een WW-uitkering in de laatste 3 maanden van hun WW-uitkering intensieve ondersteuning. Zowel het instrumentarium van UWV als gemeente kan in deze pilot worden ingezet. Daarmee geven Amsterdam en UWV vorm aan uitkeringsonafhankelijk en ontschotte dienstverlening. De pilot geeft veel inzicht in de beperkingen die de huidige structuur heeft, denk hierbij aan de moeilijkheden bij gegevensuitwisseling, verschil in sturing vanuit de organisatie en hoe praktische zaken zijn geregeld. Sinds het begin van de coronacrisis hebben we meer acties ondernomen om Amsterdammers te ondersteunen. We zorgen voor Amsterdammers die het zwaar hebben door de coronacrisis, ook als dat buiten de opdracht ligt die we hebben vanuit de Participatiewet.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 21 april 2021 Pagina 5 van 10
Opzet Regionaal Werkcentrum Groot-Amsterdam en regionale mobiliteitsteams Direct bij de start van de coronacrisis werd duidelijk dat de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam harder geraakt werd dan andere arbeidsmarktregio’s. Daarom heeft Amsterdam met haar partners in de arbeidsmarktregio besloten om direct actie te ondernemen en een preventieve aanpak in te richten voor werkenden en WW-gerechtigden, om te voorkomen dat mensen in de bijstand komen. Het Regionaal Werkcentrum Groot-Amsterdam (RWC) brengt vraag en aanbod van personeel bij elkaar. Werkgevers die werknemers van werk naar werk willen helpen worden met elkaar in verbonden en zo worden er samen oplossingen gevonden. Zo draagt het RWC er aan bij dat mensen hun baan en salaris behouden, zich waardevol blijven voelen en de economie zo goed als het kan doordraait. Regionaal Werkcentrum Groot-Amsterdam is een publiek-private samenwerking gemeenten, UWV, vakbonden, werkgeversorganisaties en uitzendorganisaties in de regio Groot-Amsterdam. Het RWC is op 22 juni 2020 van start gegaan. We zetten niet alleen iets op voor mensen die van werk-naar-werk gaan, maar met het RWC wordt een structuur opgezet die ook waarde creëert voor doelgroep van de Participatiewet en bijvoorbeeld voor jongeren.
Immers, we zijn bezig een stevige regionale structuur neer te zetten waarin we werkgevers actief met elkaar verbinden en een regionale structuur voor om- en bijscholing op zetten. Met de inzet van het RWC beogen we ook instroom in de bijstand te voorkomen door de preventieve aanpak. Zo kunnen we zodra de coronacrisis voorbij is, ons direct weer kunnen focussen op de mensen met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt. Groot-Amsterdam is, door de proactieve oprichting van het RWC, als een van de koplopers aangewezen voor de landelijke aanpak crisisdienstverlening. Sinds 26 maart 2021 is de Tijdelijke regeling aanvullende crisisdienstverlening COVID-194 van kracht. Deze ministeriële regeling zorgt voor regels om de samenwerking in de 35 regionale mobiliteitsteams te faciliteren. Een regionaal mobiliteitsteam kan al hulp bieden vóórdat iemand in een uitkering belandt. Mensen die nu op zoek moeten naar nieuw werk (dus nieuw instromen als werkzoekende), zullen misschien in gesprek zijn met hun werkgever of hun vakbond, of beide. De werkgever of vakbond is in dat geval het eerste ‘loket’ voor het vinden van ander werk. Mocht daar blijken dat meer, gerichtere hulp nodig is, dan kan de werkgever of vakbond hiervoor contact opnemen met het regionaal mobiliteitsteam.
Als een werkzoekende zich al heeft aangemeld bij UWV of gemeente voor een uitkering, kan ook daar blijken dat meer, gerichtere hulp nodig is. In dat geval zoekt UWV of gemeente contact met het regionaal mobiliteitsteam. Meer gerichtere hulp is bijvoorbeeld nodig als een persoon lang bij 1 werkgever heeft gewerkt, een arbeidshandicap heeft of de Nederlandse taal niet goed beheerst. Ook zelfstandigen die zich willen heroriënteren op de arbeidsmarkt en hierbij extra ondersteuning nodig hebben, kunnen bij een regionaal mobiliteitsteam terecht. Via de regeling wordt er budget beschikbaar gesteld voor de arbeidsmarktregio’s om per regio in een team in te richten. Voor regio Groot- Amsterdam zal dat team uit ongeveer 10 fte bestaan. Daarnaast is een maandelijks budget beschikbaar om mensen die door corona hun baan verloren zijn of dreigen te verliezen te ondersteunen, los van waar ze zich bevinden op de arbeidsmarkt. Dit ontschotte budget betekent dat in de praktijk bijvoorbeeld gemeentelijke dienstverlening beschikbaar komt voor doelgroepen die daar normaal geen gebruik van kunnen maken en omgekeerd. In de regio Groot-Amsterdam wordt nu gebouwd aan een netwerk met alle betrokken partners om mensen van werk naar werk te begeleiden, inclusief om- en bijscholing. De expertise en ervaring die nu wordt opgedaan is een kans voor de dienstverlening na afloop van de crisis. 4
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2021-15327.html
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 21 april 2021 Pagina 6 van 10
Programma Veerkracht De economische crisis heeft veel zelfstandigen en zzp’ers hard geraakt. Alleen al in Amsterdam deden ruim 40.000 zelfstandigen een beroep op de eerste Tozo-regeling. Amsterdam kent relatief veel zelfstandigen die werkzaam zijn in de sectoren die hard worden getroffen door de crisis, zoals kunst- cultuursector, toerisme, taxivervoer en de horeca. Hierdoor is het beroep op ondersteuningsmaatregelen van de overheid in Amsterdam relatief groter dan in de rest van het land. Amsterdam telt naar schatting 89.000 zelfstandigen die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van de inkomsten uit het eigen bedrijf. Om mensen weer perspectief te bieden en bestaanszekerheid van zelfstandigen en zzp’ers te versterken is het Actieplan Veerkracht ingesteld. De kern van de aanpak richt zich op begeleiding naar (tijdelijk) ander werk, de aanpak van schuldenproblematiek en bedrijfsondersteuning. Hiermee voegt Amsterdam iets extra’s toe aan de landelijke steun- en herstelmaatregelen. We kiezen er als Amsterdam bewust voor zelf te investeren in dit programma om te voorkomen dat mensen langdurig uitvallen. Aangezien de groep geraakte zzp’ers in Amsterdam dusdanig groot is, investeert Amsterdam zelf ook 7 miljoen in deze aanpak.
Hiermee sluiten we aan bij het advies van de Commissie Regulering van Werk om preventief te investeren en langdurige uitval van de arbeidsmarkt te voorkomen. Het actieplan Veerkracht is een vorm van crisisbestrijding. Parallel hieraan lopen initiatieven voor duurzame verbetering van de positie van flexwerkers en zzp’ers. De belangrijkste hiervan is de publiek-private samenwerking Ondernemend Vakmanschap. Deze vloeit voort uit de Uitvoeringsagenda Onderwijs & Arbeidsmarkt 2019 – 2022. Doel van deze PPS is om te voorkomen dat een steeds grotere groep vakmensen in een kwetsbare positie terecht komt en dat hun talenten verloren gaan voor de arbeidsmarkt. De beoogde oplossing is het ontwerpen en inrichten van een doorlopende leerlijn ondernemend vakmanschap van primair onderwijs tot (na) pensioen. Activerend en inclusief arbeidsmarktbeleid De Commissie geeft aan dat er nog te weinig geïnvesteerd in activerend arbeidsmarktbeleid. De gemeente Amsterdam heeft al langer ambities om hierop in te zetten. De coronacrisis heeft momentum gegeven om een aantal zaken hierin te versnellen en nu echt van de grond te trekken, en daarbij aan te sluiten bij het advies van de Commissie: Voorkomen van (langdurige) uitval door tijdig switchen en publiek-private samenwerking vorm te geven en investeer in preventie.
Oftewel wacht niet tot iemand werkloos is geworden, maar investeer direct als werkloosheid dreigt of als werk niet meer passend is. Daarom is gekozen om het Regionaal Werkcentrum te richten om de werk-naar-werk dienstverlening uit te breiden en om zo instroom in uitkeringen (WW en bijstand) te voorkomen. De Commissie schrijft dat het sociaal zekerheidsstelsel in de toekomst vooral gericht moet zijn op preventie van uitval en dit tot een minimum te beperken. Hier doen wij nu ervaring mee op; De Commissie pleit ervoor om iedereen een individueel ontwikkelbudget toe te kennen. Werknemers moeten worden beschermd tegen het risico op kennisveroudering. Met name voor groepen die al meer risico op uitval hebben investeren weinig in scholing. In het aanvullende sociaal pakket van het kabinet zijn veel (om)scholingsbudgetten opgenomen. Binnen de regio Groot-Amsterdam wordt nu samen met private en publieke scholingsinstellingen gekeken naar hoe we scholing kunnen inzetten bij van geen-werknaar-werk en bij van-werk-naar-werk. Het mbo is inmiddels aangesloten op de structuur
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 21 april 2021 Pagina 7 van 10
van de arbeidsmarktregio, dat was tot aan de coronacrisis nog onvoldoende. Er gebeurt veel op het terrein van om- en bijscholing, denk aan de bestaande publiek-private samenwerkingen in bijvoorbeeld de techniek en de zorg, maar ook de investering die Amsterdam doet in de duurzame werkgelegenheid. Daarnaast wordt landelijk vanaf 1 januari 2022 het jaarlijkse STAP-budget geïntroduceerd. Met deze subsidieregeling van UWV kunnen werkenden en niet-werkenden maximaal 1.000 euro aanvragen voor een scholingsactiviteit. STAP staat dan ook voor Stimulering Arbeidsmarktpositie en vervangt de huidige belastingaftrek voor studiekosten, in totaal kunnen er jaarlijks waarschijnlijk zo’n 200.000 mensen gebruik van maken. Dit zijn stappen in de goede richting in tijden van crisis, maar eigenlijk te laat en nog niet structureel geborgd of met een te beperkt budget. Wij pleiten dan ook voor een nationaal scholingsfonds met individueel trekkingsrecht; Creëer publiek-private samenwerking rondom werk. Om bovenstaande te bereiken stelt de Commissie loopbaanwinkels en publiek-private samenwerkingsverbanden voor. De expertise voor mobiliteitstrajecten zit vooral bij de uitzendorganisaties en sociale partners. Ook ervaring en kennis over onderlinge uitleen bij uitzendorganisaties (veel vraag vanuit werkgevers). Gekoppeld aan de expertise op re-integratie van gemeenten en UWV is een goede combinatie.
Bovendien was het aannemelijk dat veel mensen (tijdelijk) van sector moesten wisselen. Dus het koppelen van onderwijs (met name mboinstellingen) en private scholingsinitiatieven is belangrijk. Uiteraard hebben werkgevers hier ook een rol en verantwoordelijkheid in. We hebben al ervaring opgedaan in samenwerking met werkgevers op dit terrein, waar we samen met werkgevers aan de slag zijn. Denk bijvoorbeeld aan het Tranferpunt Zorg op de publiek-private samenwerking rondom de technische sectoren. Daarom is er bij het RWC ook gekozen om een netwerkorganisatie op te richten, waarbij dienstverlening en netwerk van alle netwerkpartners beschikbaar zijn voor doelgroep. Onafhankelijk van uitkering: tot nu toe sturen we mensen afhankelijk van de sociale regeling waar ze in vallen naar loket A, B of C. Dit is niet alleen inefficiënt, het is ook niet overzichtelijk voor werkzoekenden. Met de inzet van het RWC en het regionaal mobiliteitsteam zetten we in op het weghalen van de schotten tussen deze loketten: fysiek en online. Dit moet er toe leiden dat de regiogemeenten, UWV en sociale partners intensief samenwerken en mensen ongeacht de regeling waar zij onder vallen snel naar werk of een ander traject begeleiden. Hierbij ligt een belangrijke rol voor werkgevers en vakbonden weggelegd, zei zijn immers van oudsher leidend bij van werk-naar-werk begeleiding.
De ervaring die we hiermee op doen is van groot belang voor de structurele herziening die nodig is op de arbeidsmarkt.
Bestaanszekerheid als norm De WRR zegt heel duidelijk dat werk moet lonen, zowel als je gaat werken (geen gedoe met andere inkomensafhankelijke regeling waardoor je er alsnog op achteruit gaat), of als je wilt werken maar er niet zonder meer een baan voor je is: basisbaan: iedereen moet mee kunnen doen. Want zoals de WRR beschrijft is werk meer dan alleen het hebben van een inkomen (zie kader).
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 21 april 2021 Pagina 8 van 10
Aanbevelingen van de Wetenschappelijke raad voor regeringsbeleid (WRR) In het rapport van de Wetenschappelijke raad voor regeringsbeleid (WRR) met als titel “Het betere werk”, dat 20 december 2019 aan het kabinet is aangeboden pleit de WRR voor goed werk als maatschappelijk opdracht voor bedrijven, instellingen, sociale partners en de overheid. De WRR geeft aan dat nieuwe technologie, flexibilisering en intensivering van werk aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor wie in de toekomst nog werk hebben, en voor de kwaliteit van dit werk. Goed werk is volgens de WRR essentieel voor brede welvaart. Goed werk betekent voor de WRR dat mensen grip hebben: grip op geld, grip op het werk en grip op het leven. De WRR constateert dat Nederland als het gaat om goed werk in Europa niet voorop loopt. In het advies staat de kwaliteit van werk centraal, hiervoor is nog te weinig aandacht. Het hebben van werk is in zichzelf al goed. Maar niet al het werk kent goede condities en voorwaarden. De WRR destilleert drie belangrijke condities voor goed werk: 1. Grip op geld: Goed werk is werk dat voldoende (financiële) zekerheid oplevert, ook in verhouding tot anderen en op de lange termijn. 2. Grip op het werk: Goed werk is werk met een zekere vrijheid, waarbij een beroep wordt gedaan op onze capaciteiten en goede sociale relaties worden onderhouden 3.
Grip op het leven: Goed werk is werk met voldoende tijd en ruimte om het te combineren met zorgtaken en een privéleven. De WRR geeft bovendien aan dat vanwege de grote betekenis van werk voor het welzijn van mensen niet de bijstand het vangnet van de verzorgingsstaat zou moeten zijn, maar het recht op een basisbaan. Dit omdat een salaris meer zelfrespect geeft dan een uitkering en bijdraagt aan het gevoel onderdeel te zijn van de samenleving. Volgende de WRR is werk psychologisch en sociaal zo belangrijk dat mensen niet meer kunnen worden ‘afgescheept’ met een uitkering. Dit kan alleen als er antwoord komt op de vraag: hoeveel is het de samenleving waard dat iedereen mee kan doen en goed werk heeft. De WRR verwijst bij dit idee ook naar de inzet van Amsterdam (Werkbrigade).
De coronacrisis zet de bestaanszekerheid van veel Amsterdammers (verder) onder druk, terwijl er ook voor de coronacrisis al lange tijd veel mis was op de arbeidsmarkt. Voorop staat dat Amsterdam zich verantwoordelijk voelt voor de maatschappelijke opgave om inwoners die dat nodig hebben ondersteuning te bieden om (weer) werk te vinden zowel op het niveau van onze eigen stad als vanuit onze rol in de arbeidsmarktregio. Tijdens de coronacrisis hebben we dat gedaan door onze inzet op de Tozo, TONK, het opzetten van het RWC en een aanpak jeugdwerkloosheid: Meer Kans op Werk Jongeren. We zijn blij met de inzet vanuit het kabinet, omdat we daarmee op korte termijn in staat zijn gesteld het werk en inkomen van onze inwoners te ondersteunen en te begeleiden. Echter dit gaat om tijdelijke maatregelen. De coronacrisis biedt ons een kans om een aantal dingen die structureel verkeerd zijn aan te pakken, daarom zouden we graag zien dat de tijdelijke investeringen in re-integratie en werk-naar werk structureel worden gemaakt. De Commissie Regulering van Werk benoemt ook het investeren in volwaardige participatie aan de basis van de arbeidsmarkt en de WRR noemt de basisbaan. De kern hiervan is dat er meer geschikte werkplekken worden gevonden of gecreëerd voor mensen die een grote afstand tot
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 21 april 2021 Pagina 9 van 10
werk hebben opgelopen omdat we de afgelopen jaren onvoldoende hebben geïnvesteerd in preventie en het om- en bijscholen van mensen aan de basis van de arbeidsmarkt. Hierbij is het wel van belang dat gemeenten ook in staat worden gesteld passende ondersteuning te bieden om de volwaardige participatie te vergroten. Waarbij ook rekening wordt gehouden met het effect op het inkomen van mensen die weer gaan participeren. Inkomensschommelingen en onzekerheden in het inkomen kunnen een negatief effect hebben. Bestaanszekerheid onder druk Zoals eerder aangegeven staat de bestaanszekerheid van een steeds grotere groep onder druk. Onderzoek van o.a. het Nibud en Divosa laat zien dat de bijstandsuitkering voor velen feitelijk te laag is om van rond te komen, zelfs in combinatie met de armoedevoorzieningen van de gemeente. Dit geldt met name voor gezinnen met kinderen ouder dan 12 jaar. Maar ook veel mensen met een inkomen iets boven het minimum (werkende armen) komen elke maand tekort en leven daarmee feitelijk onder het sociaal minimum. Dit wordt nog versterkt door de coronacrisis en de verwachte nasleep daarvan. De bestaanszekerheid van een grote groep Amsterdammers moet daarom worden hersteld: het sociaal minimum moet op peil worden gebracht en werken moet lonen.
In dit kader moet ook de aangekondigde herziening van het toeslagenstelsel voortvarend door het nieuwe kabinet worden aangepakt. En tot de tijd dat het nieuwe stelsel er is, moeten de grootste nadelen van het huidige systeem worden weggenomen, omdat de toeslagen nu een groot risico zijn voor de bestaanszekerheid van kwetsbare burgers. Daarnaast kent de Participatiewet een aantal specifieke pijnpunten. Zo kan deze wet slecht uit de voeten met zelfstandigen en mensen die in de platformeconomie inkomen vergaren, maar ook met mensen die flexibel werken. Door het ‘geen cent te veel principe’ dat gemeenten bij de inkomstenverrekening in de bijstand moeten hanteren is deze complex en foutgevoelig. Ook is de uitkomst vaak moeilijk uit te leggen aan mensen en strijdig met het rechtvaardigheidsgevoel. De lappendeken aan vrijlatingsregelingen die is ontstaan maakt het er niet eenvoudiger op. De meeste vrijlatingen zijn bovendien tijdelijk, en helpen dus alleen als mensen relatief snel helemaal kunnen uitstromen uit de bijstand en zorgen niet of slechts gedeeltelijk voor de beoogde prikkel om te gaan werken.
Vooruitblik richting een nieuw kabinet In de kabinetsreactie op de rapporten van de WRR en de Commissie Regulering van Werk geeft het kabinet aan dat zij in lijn met deze rapporten voorbereidingen treffen waar een nieuw kabinet mee aan de slag kan, waarbij het uitgangspunt is de aanbevelingen uit het rapport ter harte te nemen. Daarnaast wordt er in Den Haag op de volle breedte van het beleidsterrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gekeken naar mogelijkheden om aanpassingen te doen in lijn met deze rapporten. Vanuit Amsterdam, zal ik, al dan niet samen met de VNG in ieder geval in zetten op de volgende punten: Investeer in bestaanszekerheid van mensen door middel van een Deltaplan Bestaanszekerheid. Dat betekent in ieder geval het verhogen van het sociaal minimum, mogelijk maken dat bijstandsgerechtigden structureel tot een bepaald bedrag mogen bijverdienen, en de regels van de Participatiewet zo aanpassen om de wet minder complex te maken en de menselijke maat terug te brengen; Inzet op preventie. We zetten ons in om mensen (duurzaam) inzetbaar te krijgen, dan wel te houden en naar werk te bemiddelen. Het is hierbij belangrijk dat iedereen mee kan
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 21 april 2021 Pagina 10 van 10
(blijven) doen en er voldoende ruimte is om ondersteuning te bieden aan wie dat nodig heeft. Dat betekent dat de Rijksoverheid de gemeentelijke financiën op orde moet brengen zodat er meer middelen zijn voor activerend en inclusief arbeidsmarktbeleid. De financiële randvoorwaarden en de hoogte van het Participatiebudget moeten toereikend zijn om de ambities en noodzakelijke veranderingen om te komen tot activerend arbeidsmarktbeleid mogelijk te maken; Leer van de aanpak die we nu in gang zetten met het Regionaal Werkcentrum en de regionale mobiliteitsteams en maak die aanpak structureel. We starten nu met een nieuwe manier van werken door de coronacrisis die aansluit bij de advies van de Commissie Regulering van Werk. De huidige ministeriele regeling heeft een looptijd van 1,5 jaar. Dat geeft de tijd om toe te werken naar een structurele manier van ontschot samenwerken zodat de werkzoekende, ongeacht de regeling waar hij onder valt, de dienstverlening krijgt die hij nodig heeft en we werkloosheid voorkomen; Investeer blijvend en structureel in om- en bijscholing, en zorg dat het aanbod niet in teveel verschillende regelingen en potjes zit. Investeer in een nationaal scholingsfonds met individueel trekkingsrecht. Er is een samenhangende aanpak nodig tussen onderwijs, publieke partners en de private partners op de arbeidsmarkt.
Hierbij is het ook van belang, dat mensen die zich omscholen in hun levensonderhoud kunnen voorzien.; Er moet meer aandacht komen voor de basis van de arbeidsmarkt, laat gemeenten goed meedenken bij de uitwerking van de basisbaan en de in de Tweede Kamer breed omarmde initiatiefnota over sociaal ontwikkelbedrijven, en zorg dat het de uitvoerbaarheid en betaalbaarheid op orde is.
Ik hoop dat ik u met deze brief voldoende heb geïnformeerd en meegenomen in de rapporten van de WRR en de Commissie Regulering van Werk, en wat de gemeente Amsterdam zelf al doet met deze adviezen. Ik kijk er dan ook naar uit om de komende periode met u in gesprek te blijven over het vervolg hierop.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Rutger Groot Wassink Wethouder Sociale Zaken
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl