Raadsinformatiebrief Afdoening Motie 63 inzake inzichten onderbesteding.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Afdoening motie
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 18 oktober 2024 Onderwijs Marjolein Moorman OJZ bestuurszaken.ojz@amsterdam.nl Afdoening motie 63 van de leden Von Gerhardt, Rooderkerk, Broersen en Boomsma
Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad van 15 februari 2023 heeft de raad bij de behandeling van agendapunt 4: vaststelling van de wijziging van de Verordening op Lokaal Onderwijs Beleid Amsterdam 2019 (VLoA 2019), motie 63 aangenomen van de leden Von Gerhardt (VVD), Rooderkerk (D66), Broersen (Volt) en Boomsma (CDA) inzake inzicht in onderbesteding. Daarin wordt het college gevraagd om: 1. Een waarderingsonderzoek naar de VloA subsidies uit te voeren en daarbij ook te onderzoeken wat de redenen van onderbesteding zijn; 2. De uitkomsten van het onderzoek op stadsdeelniveau te presenteren. Het college geeft als volgt uitvoering aan de motie: 1. We hebben Onderzoek & Statistiek (O&S) verzocht om te onderzoeken in hoeverre er sprake is van onderbesteding in de onderwijssubsidies, wat de hoogte is van eventuele onderbesteding en welke redenen hierachter zitten. Zie bijlage 1 voor het onderzoeksrapport. 2. Ook is O&S gevraagd om de uitkomsten van het onderzoek op stadsdeelniveau te presenteren. Onderzoek naar onderbesteding in onderwijssubsidies Amsterdamse scholen kunnen aanspraak maken op verschillende gemeentelijke subsidies. Twaalf subsidies zijn beschikbaar voor het primair onderwijs en twee subsidies voor het voortgezet onderwijs. Ook worden er zeven subsidies beschikbaar gesteld vanuit de Lerarenagenda en een subsidie vanuit huisvesting.
In de VloA 2019 zijn specifieke voorwaarden opgenomen die bepalen welke scholen aanspraak kunnen maken op een subsidie. Daarnaast zijn er maximumbedragen vastgesteld. De hoeveelheid subsidie waarvoor een school in aanmerking komt en of een school die toegekend krijgt, kan hierdoor verschillen per school en per schooljaar. Naar aanleiding van motie 63 is O&S verzocht om de onderbesteding in onderwijssubsidies in kaart te brengen. Om een duidelijk beeld te vormen hebben de onderzoekers gekeken naar tien subsidies die goed vergelijkbaar zijn in de gestelde voorwaarden. Ook zijn schooljaren 2018/2019
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief afdoening motie
Datum 18 oktober 2024 Pagina 2 van 4
tot en met 2021/2022 onderzocht om te zien of gebeurtenissen, zoals de Covid-19-pandemie, invloed hebben gehad op de mate van onderbesteding. De onderzoekers hebben alle aanvraag- en verantwoordingsformulieren geanalyseerd om de onderbesteding te berekenen en om de redenen die een rol spelen in de onderbesteding te herleiden. Ook is gekeken of de mate van onderbesteding verschilt op basis van een aantal schoolkenmerken. In het onderzoek zijn drie vormen van onderbesteding onderscheiden: 1. Een school kan een subsidie waar zij recht op heeft niet aanvragen. 2. Een school kan een subsidie waar zij recht op heeft niet volledig aanvragen. 3. Een school kan het toegekende bedrag van de subsidie niet volledig besteden. In het onderzoeksrapport beschrijft O&S per subsidie de relevante voorwaarden, in hoeverre de subsidie is aangevraagd en besteed, in hoeverre er sprake is van onderbesteding en welke redenen een rol hebben gespeeld in de onderbesteding. Over het algemeen is de onderbesteding tussen de 0% en 15% van het beschikbare subsidiebedrag. Over de jaren is de onderbesteding gedaald, met name bij scholen met relatief veel doelgroepleerlingen.
Opvallend is dat kleine scholen (<195 leerlingen) en eenpitters (schoolbesturen met één school) vaker geen subsidie aanvragen, terwijl veel grote scholen (>400 leerlingen) en grote besturen (10+ scholen) alle subsidies aanvragen waarvoor de school in aanmerking komt. Als belangrijke redenen voor het minder besteden van subsidie geven de scholen vooral aan dat dit te maken heeft gehad met de Covid-19 maatregelen, zoals schoolsluitingen, en met personeelstekorten. Daarnaast zijn er verschillende specifieke redenen per subsidie, zoals een tekort aan gymzalen bij de subsidie vakleerkracht bewegingsonderwijs en het uitblijven van de inzet van de combinatiefunctionaris bij de subsidie vroegschools aanbod. Ook heeft O&S gekeken naar de onderbesteding op stadsdeelniveau. Uit het onderzoek komt naar voren dat in Nieuw-West het vaakst sprake was van onderbesteding, met name in het minder besteden van de subsidie. In de afbeelding op de volgende pagina staat hoe vaak in schooljaar 2021/2022 de verschillende vormen van onderbesteding is voorgekomen bij de scholen in de verschillende stadsdelen, waarbij het volgende opvalt bij de onderzochte subsidies: Nieuw-West: ruim de helft van de scholen heeft bij minimaal één subsidie minder besteed dan is aangevraagd. Ook vraagt ruim een kwart van de scholen minimaal één van de onderzochte onderwijssubsidies niet aan.
Oost: alle scholen vragen alle onderzochte subsidies aan waarvoor zij in aanmerking komen en daarbij vraagt een groot deel van de scholen minder aan of besteden minder dan is aangevraagd. Zuid: de subsidie die de scholen aanvragen wordt ook daadwerkelijk (volledig) besteed. Noord: de onderbesteding bestaat vooral uit scholen die minder subsidie aanvragen dan waarvoor zij in aanmerking komen. Zuidoost: de scholen laten relatief weinig onderbesteding zien. West: de scholen laten relatief weinig onderbesteding zien. Centrum: ruim een derde van de scholen vraagt minder subsidie aan dan waarvoor zij in aanmerking komen en bij alle scholen wordt de toegekende subsidie volledig besteed.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief afdoening motie
Datum 18 oktober 2024 Pagina 3 van 4
Aandeel scholen met onderbesteding naar onderbestedingsvorm, naar stadsdeel, voor het schooljaar 2021/’22 (in procenten) 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Nieuw-West Oost Zuid Noord Zuidoost West Centrum Totaal (38 scholen) (29 scholen) (36 scholen) (30 scholen) (26 scholen) (29 scholen) (11 scholen) (199 scholen) geen subsidie aangevraagd
minder aangevraagd
minder subsidie besteed
minder aangevraagd en minder besteed
Afbeelding komt uit het onderzoeksrapport (Figuur 1.4) en is aangepast naar aandeel scholen met onderbesteding.
Doorontwikkeling onderwijssubsidies Het O&S onderzoek geeft een beeld van de onderbesteding bij de tien onderzochte onderwijssubsidies in de periode 2018-2022. Het is belangrijk dat subsidies effectief worden besteed en worden ingezet daar waar ze het hardst nodig zijn. We realiseren ons dat de verschillende vormen van onderbesteding om een andere aanpak vragen. Zo kunnen scholen die geen of minder subsidie aanvragen worden aangespoord om de mogelijkheid voor subsidie alsnog te benutten, als dit voor de school toegevoegde waarde heeft (bereik van de subsidies vergroten). Uit het onderzoek blijkt dat het lerarentekort direct effect heeft op de mogelijkheid van scholen om subsidies goed te kunnen benutten. We blijven ons inzetten voor verbetering van deze belangrijke randvoorwaarde voor kwalitatief goed onderwijs. Ook zien we dat onderbesteding positief kan zijn. Bijvoorbeeld wanneer een school subsidiegelden overhoudt, omdat de school de subsidie efficiënt heeft ingezet. Per type onderbesteding – en per subsidie – moet daarom worden gekeken wat wenselijk is en hoe hierop kan worden ingezet. Het O&S onderzoek laat voornamelijk zien of er sprake is van onderbesteding, maar geeft nog geen volledig beeld van de oorzaken daarvan. We moeten daarom voorzichtig zijn om conclusies te trekken uit de bevindingen. Een kwalitatieve verdieping van de onderzoeksresultaten is nodig.
Bijvoorbeeld naar een verklaring waarom kleine scholen en schoolbesturen minder aanvragen. We pakken deze verdieping op door de bevindingen uit het onderzoek mee te nemen in de doorontwikkeling van de onderwijssubsidies. Onlangs is hiervoor een traject gestart, met als doel de administratieve lasten voor scholen te verminderen en de sturing vanuit de gemeente op de inzet van de onderwijssubsidies te vergroten. Schoolleiders en schoolbesturen worden nauw betrokken bij de doorontwikkeling. De bevindingen worden verder onderzocht in verdiepende gesprekken, bijvoorbeeld met de scholen die herhaaldelijk geen subsidie hebben aangevraagd. Ook wordt het onderwerp geagendeerd in het eerstvolgend kwartaal overleg met het BBO. Met deze gesprekken wordt verdere duiding gegeven aan de bevindingen van het O&S onderzoek om de inzet van onderwijssubsidies te verbeteren.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief afdoening motie
Datum 18 oktober 2024 Pagina 4 van 4
In de raadsvergadering van 28-02-2024 heb ik bij de bespreking van de wijziging van de Verordening op Lokaal Onderwijs Beleid Amsterdam 2019 ten behoeve van schooljaar 2024-2025 u toegezegd om het verminderen van de administratieve druk bij schoolleiders te betrekken bij de directeurentafel en te kijken hoe de schoolleiders op andere manieren hierbij betrokken kunnen worden. Met het bovenstaande wordt invulling gegeven aan deze motie. In Q1 van 2025 wordt u geïnformeerd over de inrichting en voortgang van dit traject gericht op de doorontwikkeling van de onderwijssubsidies. Het college beschouwt motie 63 en voornoemde toezegging hiermee als afgehandeld. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Marjolein Moorman Wethouder Onderwijs
Bijlagen 1. Onderzoek Inzicht in besteding onderwijssubsidies primair onderwijs
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl