CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief afdoening Motie 551.20 inzake historisch botenbeleid.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit, Water (MLW) 9 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de reactie op motie 551.20 van het lid N.T. Bakker (SP) inzake de Nota Varen Deel 2 (historisch botenbeleid) (ZD2021-006934)1.329 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Afdoening motie

Aan: Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 1 juni 2021 Water Egbert de Vries Programma Varen, programmavaren@amsterdam.nl

Onderwerp

Afdoening motie 551.20 van het lid N.T. Bakker (SP)

Datum

Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad van 20 mei 2020 heeft uw raad bij de behandeling van het agendapunt Nota Varen Deel 2 motie 551.20 van raadslid N.T. Bakker (SP) aangenomen waarin het college wordt gevraagd om zich actief te bemoeien met regelgeving die nadelig kan uitpakken voor het behoud van al het mobiele, en met name het varende en drijvende, erfgoed en oplossingen te zoeken in de sfeer van uitzonderingen en ontheffingen. Het college geeft als volgt uitvoering aan de motie: Eerst wordt ingegaan op de landelijke wet- en regelgeving ten aanzien van mobiel erfgoed en vervolgens op de lokale regelgeving die mogelijk nadelig kan uitpakken voor het varende en drijvende erfgoed in Amsterdam. Hierbij worden de historische woonboten buiten beschouwing gelaten, aangezien u hierover al bent geïnformeerd in de raadsbrief ‘Reactie op diverse moties over gemeentelijk beleid tot behoud en bescherming van historische woonboten’ van 12 mei 2020. Landelijke wet- en regelgeving ten aanzien van mobiel erfgoed Op 1 juli 2016 is de nieuwe Erfgoedwet in werking getreden. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. Mobiel erfgoed wordt niet genoemd in de Erfgoedwet zelf, maar wel in de memorie van toelichting.

Daarin wordt de grote inzet en betekenis van particuliere eigenaren en beheerders benadrukt. Elke sector heeft zijn eigen koepelorganisatie, waarin verenigingen en stichtingen zijn vertegenwoordigd. De koepelorganisaties werken samen in de stichting Mobiele Collectie Nederland. Voor Varend Erfgoed is de koepelorganisatie de Federatie Varend Erfgoed Nederland (FVEN). De landelijke wetgeving is niet specifiek gericht op Varend Erfgoed pleziervaart. Wel heeft het register van de FVEN hier een duidelijke plaats in. Regelgeving voertuigen geldend in Amsterdam Amsterdam heeft milieuzones die de meest vervuilende personenauto’s, vrachtauto’s, bedrijfsauto’s, taxi’s, autobussen en brom- en snorfietsen uit de stad weren. Met de milieuzone wordt beoogd de luchtkwaliteit in de stad te verbeteren. Voertuigen ouder dan 40 jaar hebben een automatische vrijstelling voor milieuzones. De Rijksoverheid heeft deze vrijstelling geregeld in de ‘oldtimer regeling’. Na 2030 moeten alle modaliteiten in Amsterdam uitstootvrij zijn. Wat er na 2030 gebeurt met de landelijke vrijstelling voor voertuigen ouder dan 40 jaar is op dit moment nog

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 juni 2021 Pagina 2 van 3

niet bekend. Voertuigen ouder dan 40 jaar betalen wel het normale tarief voor parkeren en parkeervergunningen in Amsterdam. Nadelige regelingen Varend Erfgoed pleziervaart Om te beoordelen of er regels zijn die onterecht nadelig kunnen uitpakken voor het behoud van het varende en drijvende erfgoed pleziervaart is gekeken naar twee regelingen:  De verduurzamingseis, dat wil zeggen dat vanaf 2025 in het centrum en vanaf 2030 ook daarbuiten uitstootvrij moet worden gevaren.  De hoogte van het binnenhavengeld pleziervaart. Verduurzamingseis In Amsterdam zijn naar schatting1 100 pleziervaartuigen geregistreerd bij de FVEN die afmeren in openbaar water of een ligplaats hebben in een jachthaven. Al deze vaartuigen zijn langer dan 5,5 meter, en naar schatting 40 vaartuigen hiervan zijn langer dan 10 meter. Het gewicht en de lengte van het Varend Erfgoed pleziervaart maken deze vaartuigen over het algemeen ongeschikt voor een buitenboordmotor met uitneembare accu. Het elektrisch maken van deze vaartuigen brengt om die reden aanzienlijke kosten met zich mee. Bij sommige vaartuigen maakt de aandrijving ook onderdeel uit van het erfgoed. De verduurzamingseis kan een nadelig effect hebben op het Varend Erfgoed pleziervaart in de stad. Om dit nadelige effect van de verduurzamingseis te voorkomen, zal een ontheffing voor de verduurzaming voor Varend Erfgoed pleziervaart worden ingevoerd.

Dit naar analogie met de vrijstelling voor de milieuzones voor voertuigen ouder dan 40 jaar. Het aanvragen van een ontheffing brengt ook kosten met zich mee in de vorm van leges. De precieze hoogte hiervan zal nog bepaald moeten worden, maar deze zullen beduidend lager zijn dan de kosten voor verduurzaming. De ontheffing is na ontvangst geldig tot 2030. Voor de situatie na 2030 zal aangesloten worden bij de uitzondering zoals die dan gaat gelden of dan nog steeds geldt voor voertuigen ouder dan 40 jaar. De ontheffing zal ruim voor 2025 kunnen worden aangevraagd. Voor Varend erfgoed pleziervaart van buiten Amsterdam, die varen met een doorvaartvignet, zal een vrijstelling komen op de verduurzamingseis bij bepaalde evenementen. Een voorwaarde is dat het evenement zich richt op het tonen van Varend Erfgoed pleziervaart. Wanneer valt een vaartuig onder de uitzondering op de verduurzamingseis? Om een ontheffing aan te kunnen vragen voor de verduurzamingseis tot 2030:  moet een vaartuig zijn opgenomen in het register van de FVEN. Dit register is erkend door de MCN en wordt ook door de gemeente erkend als register.  is de eigenaar van het vaartuig in het bezit van een bewijs van inschrijving in het register van de FVEN.  beschikt het vaartuig over een binnenhavengeldvignet. De FVEN bestaat uit 16 behoudsorganisaties voor Varend Erfgoed pleziervaart.

Elke behoudsorganisatie legt de criteria vast waaraan een vaartuig moet voldoen om opgenomen te worden in 1 In het register van de FVEN staan vaartuigen. In verband met de wetgeving (AVG) is het niet toegestaan om een koppeling tot

stand te brengen tussen de eigenaar (de NAW-gegevens) en het vaartuig. Hierdoor is niet te herleiden waar de ligplaats van een vaartuig is.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 juni 2021 Pagina 3 van 3

het register van de FVEN. Voor alle vaartuigen geldt dat deze ouder moeten zijn dan 50 jaar, en in Nederland gebouwd of van oudsher varend in Nederland. Aanvullend worden eisen gesteld aan het uiterlijk en de staat van onderhoud van het vaartuig. Het register van de FVEN wordt ook landelijk erkend door de stichting Mobiele Collectie Nederland als register voor varend erfgoed pleziervaart. De eisen zijn strenger dan bij oldtimers, waar alleen een ouderdomscriterium geldt. Binnenhavengeld Pleziervaart Alle pleziervaartuigen die in het openbare water van Amsterdam afmeren moeten Binnenhavengeld betalen. Door het betalen van Binnenhavengeld verkrijgt een vaartuigbezitter het recht om af te meren in het openbare water van de gemeente Amsterdam. Het uitgangspunt is dat iedere gebruiker dient bij te dragen aan het gebruik van het Amsterdamse binnenwater. Dat geldt ook voor Varend Erfgoed pleziervaart. De tarieven voor het Binnenhavengeld zijn afhankelijk van de oppervlakte en de aandrijving van het vaartuig. De kosten voor een vaartuig Varend Erfgoed pleziervaart zijn niet hoger dan voor een niet historisch vaartuig van dezelfde afmetingen. De gemeente ziet dit derhalve niet als nadelig voor het Varend Erfgoed pleziervaart. Ook is dit in lijn met het beleid voor oldtimers, die het normale parkeertarief betalen in Amsterdam.

Naast de meer principiële reden om voor deze groep een uitzondering te maken op het betalen van Binnenhavengeld, is er ook een kostenaspect. Een korting of vrijstelling voor deze groep voor Binnenhavengeld betekent minder inkomsten BHG, terwijl de totale kosten voor de pleziervaart al hoger liggen dan de opbrengsten uit BHG. Daarnaast zullen er ook incidentele kosten zijn voor het aanpassen van het BHG-systeem. Overigens is het op grond van de Verordening op het Binnenwater verboden een ligplaats in te nemen met een pleziervaartuig dat langer is dan 10 meter. Voor vaartuigen uit de categorie Varend Erfgoed met een historische waarde bestaat reeds de mogelijkheid daarvoor ontheffing aan te vragen. Om de hierboven genoemde ontheffing en vrijstelling op de verduurzamingseis mogelijk te maken, is een aanpassing nodig van de Verordening op het binnenwater 201o en de Regeling op het Binnenwater 2020. Het college zal daartoe de nodige voorbereidingen treffen, zodat tijdig een ontheffing voor de verduurzamingseis kan worden aangevraagd. Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Egbert J. de Vries Wethouder Verkeer en Vervoer, Water en Luchtkwaliteit

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10468949/1