Raadsinformatiebrief Afdoening motie 1083 van raadsleden Karaman (GroenLinks) en Simons (Bij1) evaluatie broedplaatsen.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Afdoening motie
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 12 april 2024 Kunst en Cultuur Touria Meliani Ateliers en Broedplaatsen – broedplaatsen@amsterdam.nl Afdoening motie 1083 van raadsleden Karaman (GroenLinks) en Simons (Bij1): twee onderzoeken naar de effectiviteit en waarde van het Atelier- en Broedplaatsenbeleid en Diversiteit en inclusie in broedplaatsen
Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief wil ik u informeren over de inhoud van twee onderzoeken naar de effectiviteit en waarde van het Atelier- en Broedplaatsenbeleid en Diversiteit en inclusie in broedplaatsen, naar aanleiding van motie 1083 van raadsleden Karaman (GroenLinks) en Simons (Bij1). Het nieuwe Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026 wordt op 18 april behandeld in de commissie FKD en op 24/25 april in de gemeenteraad. Voor dat beleid zijn de onderzoeken over de “Effectiviteit en waarde van het Atelier- en Broedplaatsenbeleid” en “Diversiteit en inclusie in broedplaatsen” als belangrijke input gebruikt. Per abuis heeft u de onderzoeken niet eerder ontvangen waarvoor mijn excuus. De onderzoeken hebben inzicht gegeven in de waarde van de broedplaatsen voor de gebruikers, hoe we hen beter kunnen ondersteunen en hoe het staat met de diversiteit en inclusie in de broedplaatsen. Dat heeft onder andere geleid tot: • • • • •
Meer nadruk op lokale binding zonder extra belasting van de kunstenaars (nieuwe regeling Programmering in Broedplaatsen) Inzet op invloed van de gebruikers op het beheer en bestuur van de broedplaats (nieuwe regeling sterke broedplaatsen) Mogelijkheid tot ondersteuning van broedplaatsen bij vraagstukken over diversiteit en inclusie (nieuwe regeling sterke broedplaatsen) Aanpassen van de evaluatiemethode van broedplaatsen waarbij meer ruimte is voor maatwerk en aandacht voor de resultaten van inzet op diversiteit en inclusie Een vervolgonderzoek naar de doorstroom in de broedplaatsen.
De nieuwe regelingen en het vervolgonderzoek zijn opgenomen in het Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026. Voor het vervolgonderzoek naar de doorstroom in broedplaatsen worden momenteel de eerste gesprekken gevoerd met de sector. Het college vindt het van groot belang om eerst meer inzicht te krijgen in dit verloop voordat de doorstroomregeling in 2026 effect voor huurders krijgt. De uitkomsten van het vervolgonderzoek en de eventueel bijbehorende beleidswijzigingen die hieruit volgen ontvangt u in 2025 voordat het doorstroombeleid de eerste gebruikers raakt.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 april 2024 Pagina 2 van 4
Achtergrond In de vergadering van de gemeenteraad van 20 juni 2019 heeft uw raad bij de behandeling van (het Atelier- en broedplaatsenbeleid 2019-2022 motie 1083 van raadsleden Karaman (GroenLinks) en Simons (Bij1) aangenomen. Daarin wordt het college gevraagd om het nu aan te nemen atelier- en broedplaatsenbeleid op de helft van de periode 2019–2022 samen met kunstenaars, hun belangenorganisaties en de CAWA te evalueren. Het college heeft uitvoering aan de motie gegeven in drie delen: 1. Overzicht resultaten Broedplaatsenbeleid (reeds gedeeld met Raadsbrief van 11 januari 2022); 2. Atlas Research over de effectiviteit en waarde van het Atelier- en Broedplaatsenbeleid door onderzoeksbureau Atlas Research; 3. Diversiteit en inclusie in broedplaatsen door het team beleidsonderzoek van de gemeente Amsterdam. 2. Onderzoek naar effectiviteit en meerwaarde van het Atelier- en Broedplaatsenbeleid Het onderzoeksbureau Atlas Research heeft onderzoek gedaan naar de meerwaarde van het broedplaatsenbeleid voor Amsterdam, waarbij specifiek aandacht is voor het perspectief van de gebruikers: de makers creatieven die de atelierruimten benutten. Het onderzoek is uitgevoerd door middel van enquêtes en gesprekken met gebruikers over onder meer de ervaringen in de broedplaats(en) en de wensen voor de toekomst. Hieronder volgt een korte toelichting op de belangrijkste uitkomsten.
Cijfers De gemeente Amsterdam ondersteunt nu ruim twintig jaar de vestiging van broedplaatsen in Amsterdam, waar kunstenaars in een betaalbare en geschikte ruimte hun werk uit kunnen voeren. Het vloeroppervlak aan broedplaatsruimte groeide gemiddeld met 11,7% per jaar (tussen 2003 en 2021), van 111.000 vierkante meter in 2010 naar ongeveer 165.000 vierkante meter in 2022. Zestien broedplaatsen zijn in principe permanent geborgd, en de overige broedplaatsen zijn (of waren) tijdelijk van aard. De meeste permanente broedplaatsen zijn in de eerste helft van het broedplaatsenbeleid gerealiseerd. De looptijd van de tijdelijke broedplaatsen loopt af tussen 2002 en 2010, waarna het stabiliseert. In Amsterdam is stadsdeel Nieuw-West de populairste broedplaatslocatie, met een vijfde van het totaal aantal broedplaatsen. Functies en organisatie Er is een grote variatie aan functies en aan organisatievormen. In de meeste broedplaatsen (63%) wordt niet alleen kunst gemaakt maar ook getoond aan extern publiek. Bijna de helft heeft een educatieve of buurtfunctie (46%), en ruim een derde (34%) heeft een horecafunctie. Een deel van de broedplaatsen heeft een zelforganiserend karakter (12%), waarbij de huurders de organisatie van de broedplaats zelf uitvoeren. Veelal vormen zij een vereniging of collectief, en in enkele gevallen zijn ze ook eigenaar van de broedplaats.
Een ander deel (46%) is (mede) tot stand gekomen door een broedplaatsontwikkelaar die meerdere broedplaatsen geïnitieerd heeft. Knelpunten die naar voren zijn gekomen zijn de tijdelijkheid van broedplaatsen, de prognose van afnemende betaalbare werkruimte ondanks een groeiende vraag, de financiering van programmering, en de invulling van de buurtfunctie.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 april 2024 Pagina 3 van 4
De gebruikers Huurders van broedplaatsen omschrijven hun ervaringen als overwegend positief. Bijna driekwart van de respondenten voert vrij of autonoom werk uit in de broedplaats, vaak gecombineerd met ander werk, zoals creatief werk in opdracht of kunstonderwijs. De meerderheid van de respondenten (tussen de 66% en 73%) geeft aan dat de broedplaats veel of zeer veel bijdraagt aan het uitproberen van nieuwe ideeën, het uitwisselen van ideeën met anderen binnen en buiten het werkveld, en de ontwikkeling van talenten en vaardigheden. Bijna de helft geeft aan dat werken in de broedplaats veel of zeer veel bijdraagt aan het uitbreiden van een professioneel netwerk (49%). Van de respondenten met een tijdelijk contract heeft het grootste deel negatieve of zeer negatieve gevoelens bij de gedachte dat ze de broedplaats weer zullen moeten verlaten. Ze gaven aan stress te ervaren door onzekerheid, en merkten op dat de tijdelijkheid een negatieve invloed heeft op de binding met de buurt en de motivatie om in de broedplaats te investeren. De helft van de respondenten gaven verder aan dat bij het ontbreken van betaalbare broedplaatsen in Amsterdam, het een (zeer) realistisch scenario is dat ze buiten Amsterdam zouden zoeken naar een ruimte. Meer dan de helft geeft aan dat ze zonder de broedplaats minder tijd zouden besteden aan hun creatief werk.
De mate van inspraak bij de organisatie van de broedplaats is voor de helft van de respondenten laag. Huurders zijn meer tevreden als ze meer inspraak hebben. Broedplaatsen spelen in verschillende mate een rol in de omliggende buurt. De kunstenaars en creatieven die in de broedplaats werken en/of wonen zijn voornamelijk degenen die deze functie moeten uitvoeren. Wat betreft de binding met de buurt, zegt ongeveer een kwart van de respondenten veel of heel veel deel te nemen aan buurtinitiatieven die georganiseerd worden door een broedplaats met een buurtfunctie. Huurders geven ook aan dat als een broedplaats een buurtfunctie heeft, potentiële huurders niet gedwongen moet worden om deel te nemen aan de buurtactiviteiten, als voorwaarde voor het huren van een broedplaats. Niet iedere huurder heeft de tijd, ruimte of behoefte om deel te nemen aan buurtinitiatieven georganiseerd door de broedplaats. De waarde van broedplaatsen Broedplaatsen zijn op verschillende manieren van grote waarde voor de stad. In de eerste plaats creëren broedplaatsen vooral gelegenheid voor kunstenaars en creatieven om in de stad te (blijven) werken en/of te wonen. Daarnaast bieden zij werkgelegenheid aan mensen die aan de organisatie en het beheer van de broedplaatsen werken,. Broedplaatsen hebben ook een sociale waarde, deze is onder meer terug te zien in de educatieve functies en buurtfuncties.
De culturele waarde is terug te zien in onder meer het aanbod van culturele programmering dat vanuit de broedplaatsen georganiseerd wordt. Broedplaatsen hebben een hoop talent in huis dat in de sommige broedplaatsen zelf programmering is gaan organiseren. Denk aan exposities van de hurende kunstenaars, maar ook filmavonden, performance en podiumkunst gerelateerde voorstellingen of activiteiten voor de buurt met de hurende kunstenaars. Een ander belangrijk aspect van broedplaatsen is dat broedplaatsen een onderdeel zijn van de culturele infrastructuur . De broedplaatsen zijn de huizen van de Amsterdamse performance artiesten zoals dansers en acteurs (Denk aan de dansers van ICK in de Vlugt of de acteurs in broedplaats De Sloot). Maar ook
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 12 april 2024 Pagina 4 van 4
de muziekproducenten, ontwerpers en lichtkunstenaars die in opdracht werken van bijvoorbeeld Carre, Melkweg, het Stedelijk Museum of de Stadsschouwburg. 3. Onderzoek Diversiteit en Inclusie in broedplaatsen Het tweede onderzoek dat is uitgevoerd is het ‘Onderzoek Diversiteit en Inclusie in Broedplaatsen’. Het doel van dit onderzoek was om concrete lessen op te halen en mogelijke acties en stimuleringsmaatregelen te inventariseren om broedplaatsen diverser en inclusievere maken. Voor het onderzoek zijn interne en externe betrokkenen bij het Amsterdamse broedplaatsenbeleid geïnterviewd, is een documentanalyse uitgevoerd en is een enquête uitgezet onder de gesubsidieerde broedplaatsen in Amsterdam. Hieruit volgen drie hoofdconclusies: 1. Aandacht voor diversiteit en inclusie wordt binnen broedplaatsen belangrijk gevonden, maar het beleid kan meer richting bieden dan het nu doet. Er wordt positief aangekeken tegen de beleidsdoelstellingen met betrekking tot diversiteit en inclusie en bijbehorende maatregelen waarbij het hanteren van de Code Diversiteit en Inclusie verplicht wordt gesteld. Tegelijk wordt het thema als ingewikkeld ervaren, evenals het gesprek erover. 2. Daarnaast blijkt dat kennis en netwerk essentieel zijn in het bevorderen van diversiteit en inclusie in broedplaatsen, maar dat hierin meer ondersteuning door de gemeente wenselijk is.
Er is al veel kennis en ervaring aanwezig in de broedplaatsen en bij individuele medewerkers. Maar dit wordt volgens het onderzoek onvoldoende uitgewisseld en netwerkverbindingen worden onvoldoende ondersteund. Een meer systemische benadering ontbreekt; respondenten missen ondersteuning en coördinatie rondom de opgave, waarin het juist belangrijk is van elkaar te leren. De uitrol van goede voorbeelden en initiatieven rondom diversiteit en inclusie in broedplaatsen dient beter te kunnen worden ondersteund door de gemeente, aldus de respondenten. De broedplaatsen zijn daarbij in de lead en hun creatieve context is de drijvende kracht. 3. Tenslotte blijkt uit het onderzoek dat er onvoldoende structurele monitoring en evaluatie plaatsvindt. Daardoor is onbekend, of niet voldoende onderbouwd, hoe doeltreffend de maatregelen zijn. Het beleid op inclusie en diversiteit in broedplaatsen is nog jong. Er is zodoende weinig zicht op de uitvoering en/of de bijdrage van de maatregelen aan het behalen van de doelstelling voor meer inclusieve en diverse broedplaatsen. Daardoor wordt onvoldoende geleerd wat wel en niet werkt rondom de opgave. Inzet op monitoring en evaluatie is essentieel om lessen mee te nemen en voorbeelden verder uit te kunnen rollen. Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Touria Meliani Wethouder Kunst en Cultuur
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl