CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadscommissie - brief t.b.v. 3 oktober 2024

Raadscommissie Algemene Zaken 3 oktober 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Pro-Palestina UvA-studentenprotest beëindigd op onjuiste juridische gronden (VN2024-013566)1.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Per e-mail Raadscommissie Algemene Zaken Aan de voorzitter

Datum 2 oktober 2024

Onderwerp Commissievergadering 3 oktober 2024

Ons kenmerk -

E-mailadres jebbink@jsadvocaten.nl

Geachte voorzitter, Op verzoek van meerdere raadsleden geef ik onderstaand mijn visie op de gebeurtenissen op het Roeterseiland bij de UvA op 6 op 7 mei 2024. Op 6 mei 2024 rond 12 uur ’s middags ving het protest aan. Op het Roeterseiland richtten demonstranten het zogeheten ‘Gaza Solidariteitskamp’ op, een tentenkamp. Die protestvorm was niet voor niets gekozen: op universiteiten in de VS werd op eenzelfde wijze aandacht gevraagd voor hetzelfde onderwerp. Symbolisch gedrag, kortom, dat door de vrijheid van expressie wordt beschermd.1 Zo’n tentenkamp is een legitieme wijze om vreedzaam te protesteren. Het Europees hof voor de rechten van de mens, onze hoogste rechter op het gebied van demonstratierecht, noemde in 2016 een demonstratief tentenkamp ‘a form of political expression’.2 Ook de Nederlandse rechter kwam in 2012 tot die conclusie. Het tentenkamp op de Koekamp in Den Haag, opgericht door de ‘Occupy’-beweging, werd door de Haagse rechtbank een vreedzame demonstratie geoordeeld. Het kamp mocht daar wekenlang blijven. In de loop van 6 mei trokken op het Roeterseiland de demonstranten ook barricades op. Velen meenden daarom dat niet langer sprake was van vreedzaam protest. Maar die opvatting vindt 1 A.J. Nieuwenhuis, Tussen woorden daad, Een onderzoek naar de reikwijdte van het recht op vrijheid van meningsuiting en betoging, NJCM-bulletin 2017, nr. 2.

EHRM 21 oktober 2014, nr. 9540/07 (Murat Vural/Turkije). Zie ook B. Roorda, J.G. Brouwer, A.E. Schilder, Antwoorden op recente demonstratie- en vergaderingsrechtelijke vraagstukken, in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 1 november 2021, p. 51 en 52. 2 EHRM 5 januari 2016, nr. 74568/12 (Frumkin/Rusland).

geen weerklank in rechtspraak van het Europees hof voor de rechten van de mens. Door het opwerpen van barricades (en dus de keuze voor een obstructieve vorm van protest) verliest een demonstratie niet haar vreedzame karakter, volgens dit hof.3 Op 6 mei rond 22.00 uur vorderde de UvA de demonstranten om hun actie te beëindigen. De demonstranten – toen zo’n 800 in getal – zouden ‘erfvredebreuk’ plegen. Maar die vordering miste elke grondslag in de wet en was dus onrechtmatig. Erfvredebreuk op een terrein bij een voor de openbare dienst bestemd gebouw, zoals een universiteit, is volgens het wetboek van strafrecht niet een strafbaar feit.4 Dat daar geen enkele twijfel over bestaat, blijkt uit een uitspraak van de Hoge Raad uit 2011. Klip en klaar oordeelde de Hoge Raad dat een verblijf op zo’n terrein niet strafbaar is.5 Zo’n 150 personen bleven achter. Dat waren dus vreedzame demonstranten die geen strafbaar feit pleegden door op het Roeterseiland te blijven kamperen. Op grond van een feit dat niet strafbaar is, zijn deze personen aangehouden. Ik heb, toen ik in de vroege ochtend van 7 mei 2024 begreep op welke grond de demonstranten waren gearresteerd, de officier van justitie per e-mail gemotiveerd verzocht om iedereen onmiddellijk in vrijheid te stellen. Ik kreeg echter nul op het rekest, zonder uitleg.

Dat de zaken nu zijn geseponeerd op de grond dat de demonstranten ten onrechte als verdachte zijn aangemerkt, is voor de bescherming van hun burgerlijke vrijheden zinledig. Ik noemde alle jaartallen zojuist niet voor niets. Het moet daarom bij officieren van justitie en de burgemeester bekend worden verondersteld hoe het recht luidt. En dus hoe demonstranten behoren te worden beschermd. De in dit verband opgebrachte stelling, dat de demonstranten personen ook wegens vernieling of openlijke geweldpleging hadden kunnen worden aangehouden in verband met het opwerpen van barricades (waartoe onder meer stenen uit het plaveisel ter plaatste werden gelicht) is om verschillende fundamentele redenen problematisch. Ten eerste is door het openbaar ministerie erkend dat de betrokkenen ten onrechte als verdachte zijn aangemerkt. Een jegens deze groep personen door de overheid alsnog geuite beschuldiging komt dientengevolge in strijd met de onschuldspresumptie.6 Voorts is op geen enkele wijze vastgesteld of de schade aan het plaveisel is toegebracht door slechts enkelingen uit de groep van honderden demonstranten. Een individuele deelnemer aan een demonstratie verliest zijn of haar demonstratierecht niet ten gevolge van door anderen tijdens de demonstratie gepleegd sporadisch geweld of andere 3 EHRM 21 januari 2021, nrs. 15367/14 e.a. (Shmorgunov and Others/Oekraïne). 4 Vgl.

artikel 139 van het wetboek van strafrecht. 5 HR 22 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9866.

6 Even the voicing of suspicions regarding an accused’s innocence is no longer admissible’ in dat geval, aldus het EHRM in onder meer EHRM 11 februari 2003, nr. 29327/95 (O. tegen Noorwegen).

strafbare feiten. Mits die individuele deelnemer zelf maar vreedzaam kan worden geoordeeld in zijn of haar bedoelingen en gedrag.7 Het moet dus gaan om het daadwerkelijk deelnemen aan gewelddadige handelingen, wil een individuele demonstrant zijn of haar recht op bescherming van artikel 11 EVRM kunnen verliezen.8 Daaromtrent is jegens de aangehouden demonstranten telkens niets vastgesteld. Omdat het Roeterseiland een openbare plaats is in de zin van de Wet openbare manifestaties, was de burgemeester de enige die de demonstratie mocht reguleren. Dus: toestaan, desnoods onder voorwaarden, of verbieden. De burgemeester trad echter op grond van deze wet niet op. Dat is, meen ik, een bestuurlijke misser. De burgemeester liet daarmee de demonstranten, wat hun kwetsbare rechtspositie betreft, aan hun lot over. In een liberale rechtstaat moeten vreedzame demonstranten op een zo ruim mogelijke bescherming van de autoriteiten kunnen rekenen. Juist in the heat of the moment, als een demonstratie gaande is, dient de burgemeester haar hoofd koel te houden. Gebeurt dat niet en wordt op verkeerde gronden ingegrepen, dan is voor de demonstranten ‘hun moment’ voorbij en daarmee hun elementaire, grondwettelijke recht geëlimineerd. Vandaar die kwetsbare positie.

Het demonstratierecht is bijkans heilig, leert een Amsterdamse brochure uit 2018 ons, met een niet mis te verstaan voorwoord van de burgemeester: ‘Als burgemeester van Amsterdam beschouw ik het hoeden van vrijheid als mijn eerste en grootste verantwoordelijkheid’.9 Let wel: dit (de-escalerend) optreden door de burgemeester was mijns inziens vereist voorafgaand aan het politieoptreden, dat mijn inziens escalerend werkte en het plegen van geweld door enkele demonstranten ten gevolge had (waaronder het gooien van stenen). Dat de burgemeester het vaak wel volgens het boekje doet, wil ik hier ook gezegd hebben. Een voorbeeld is de roemruchte demonstratie tegen het bezoek van de Israëlische president Herzog in maart van dit jaar. De burgemeester keurde een demonstratie, binnen zichts- en gehoorsafstand van de president zelve, goed. Terwijl een verhit maatschappelijk debat werd

7 Bijv. EHRM 25 juli 2017, nr. 31475/10 (Annenkov and Others tegen Rusland): ‘(T)he Court reiterates that an individual does not cease to enjoy the right to freedom of peaceful assembly as a result of sporadic violence or other punishable acts committed by others in the course of a demonstration if the individual in question remains peaceful in his or her own intentions or behavior.’ Zie ook EHRM 4 mei 2004, nr. 61821/00 (Ziliberberg tegen Moldavië (dec.), EHRM 12 juni 2014, nr. 1739/06 (Primov and Others tegen Rusland), r.o. 155 en (Kudrevičius and Others tegen Litouwen): ‘However, an individual does not cease to enjoy the right to peaceful assembly as a result of sporadic violence or other punishable acts committed by others in the course of the demonstration if the individual in question remains peaceful in his or her own intentions or behavior (..).’ In andere uitspraken vindt een ruimere benadering plaats en wordt niet over ‘sporadic’ gesproken: ‘(T)he mere fact that acts of violence occur in the course of a gathering cannot, of itself, be sufficient to find that its organisers had violent intentions.’ Vgl. EHRM 6 oktober 2015, 30582/04 and 32152/04 (Karpyuk and Others tegen Oekraïne).

8 Dat volgt ook uit het meermaals in de ‘general principles’ van het EHRM herhaalde overweging dat jegens demonstranten, die niet deelnemen aan geweldshandelingen, tolerantie moet worden betracht door de autoriteiten: ‘(W)here demonstrators do not engage in acts of violence, it is important for public authorities to show a certain degree of tolerance towards peaceful gatherings if the freedom of assembly guaranteed by Article 11 is not to be deprived of all substance (..).’ Vgl. bijv. EHRM 18 december 2007, nrs. 32124/02 e.a. (Nurettin Aldemir and Others tegen Turkije) en EHRM 15 december 2015, nr. 41479/10 (Budaházy tegen Hongarije). 9 Demonstreren ‘Bijkans heilig’, 2018, p. 3.

gevoerd. Dat schuurt in een pluriforme samenleving. Maar juist dat is de essentie van democratie in de context van de vrijheid tot betoging. Er waren voldoende redenen om op 6 mei de demonstratie op het Roeterseiland toe te staan. In ieder geval voor enige tijd. Voor enkele weken, net zoals in 2012 in Den Haag. Of ten minste voor enkele dagen. Zo nodig had als voorwaarde kunnen worden gesteld de barricades te verwijderen. De demonstranten hebben mij verteld dat zij zich openstelden voor overleg met de daar aanwezige politie. De handelingen van het openbaar bestuur tegen het tentenkamp die op de weigering om te verstrekken volgden, zijn in mijn optiek ronduit verbijsterend. Bekend is dat met een shovel is ingereden op een barricade. Omdat zich daarachter op dat moment nog vele demonstranten bevonden, mogen we van geluk spreken dat onder de demonstranten geen gewonden zijn gevallen, of erger. In dat geval zou in ons land – en buiten onze landsgrenzen – een indringend en zeer pijnlijk debat zijn gevoerd over deze aanpak. Het is die ondoordachte wijze van optreden die volgens mij de lont in het kruitvat stak en doorwerkte in de dagen daarna. Dit onnodig escalerend en provocerend politieoptreden lokte hevige weerstand uit bij de demonstranten.

Het Europees hof vindt dat onder bepaalde omstandigheden demonstranten de bescherming van de demonstratievrijheid niet verliezen als uit de demonstratie geweld wordt gepleegd nadat de politie zelf met onnodig geweld in een vreedzame demonstratie ingrijpt.10 Maar hier speelt ook nog een psychologische component. Onderzoek naar massapsychologie toont aan dat het brein aantoonbaar anders kan functioneren wanneer iemand onderdeel uitmaakt van een massa. Dat kan leiden tot onberekenbaarheid en zelfs tot extreem gedrag. De meesten zullen dergelijke vermindering van zelfobservatie en -evaluatie in een massa, dat weer tot het uiten van ongeremd gedrag kan leiden, herkennen. Ook met dit verschijnsel heeft het openbaar bestuur rekening te houden bij de besluitvorming rondom demonstraties. Door de onrechtmatige grond voor arrestatie, het uitblijven van beschermend optreden van de burgemeester en het excessieve politiegeweld was mijns inziens de driehoek verantwoordelijk voor de teloorgang van de demonstratie op het Roeterseiland. Dat werkte vervolgens door in de verdere gebeurtenissen. Als de demonstratie op het Roeterseiland zou zijn getolereerd, zou er voor de demonstranten geen reden zijn geweest hun protest de dag daarna qua locatie te verleggen naar de binnenstad. Dat had Amsterdam veel onrust bespaard en recht gedaan aan het hoeden van de vrijheid in deze stad.

10 Vgl. EHRM 20 september 2018, nr. 23086/08 (Mushegh Saghatelyan/Armenië).

Met vriendelijke groet, Willem Jebbink

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14590188/1